TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Leningrad

Titel: Leningrad
Schrijver: Anna Reid
Uitgever: Ambo
Uitgebracht: 2011
Pagina's: 427
ISBN: 9789026321191
Omschrijving:

Hoestdrank, machineolie en behanglijm, maar ook honden- en kattenvlees: het zijn enkele voorbeelden van wat tijdens de strenge winter van 1941-1942 gegeten werd door de uitgehongerde inwoners van Leningrad. De stad, die sinds 1991 weer haar oorspronkelijke naam Sint Petersburg draagt, werd op 8 september 1941 afgegrendeld door Duitse troepen. Circa 2,8 miljoen burgers en 500.000 militairen zaten in en om de stad ingeklemd door het Duitse front in het zuiden en het Finse front in het noorden en het Ladogameer in het oosten en de Finse Golf in het westen. De aanwezige voedselvoorraden waren op de dag dat de stad door de Duitsers werd afgesloten lang niet toereikend om de vele monden die winter te voeden: er was voor slechts vijfendertig dagen graan en meel en voor drieëndertig dagen vlees en levend vee.

Het beleg zou duren tot 27 januari 1944. Van januari tot april 1942 konden meer dan 500.000 burgers via een weg over het ijs van het bevroren Ladagomeer geëvacueerd worden, maar die eerste winter van het beleg was men in de stad afhankelijk van een voedsellevering die bijzonder moeizaam verliep. Vanaf halverwege november 1941 konden voorraden enkel aangevoerd worden over de IJsweg, maar als gevolg van sneeuwstormen, slecht beheer van de route en Duitse bombardementen was de voedseltoevoer ontoereikend om alle monden te voeden. Een gruwelijke hongersnood was het gevolg. Tussen de 650.000 en 800.000 burgers stierven gedurende het beleg, waarvan het merendeel gedurende die eerste winter als direct gevolg van de honger.

Het is de eerste winter van het beleg waarop de Britse historica en Oost-Europadeskundige Anna Reid in haar boek de nadruk legt. Russische historici noemen het de "heroïsche periode", maar Reid prikt deze mythe door, want in plaats van heldenmoed wordt deze periode vooral gekenmerkt door het lijden van de burgers van Leningrad (die tijdens de blokkade bekend stonden als blokadniki). Het meest kenmerkende symbool van dit lijden zijn de kindersleetjes, sanki genoemd, die in de winterse omstandigheden van het beleg hun nut bewezen. Verzwakte burgers trotseerden de kou en gebruikten de sleetjes om brandhout en water te vervoeren, maar later ook de lijken van gestorven naasten die afgevoerd moesten worden naar geïmproviseerde lijkenhuizen en massagraven.

Lichamen van op straat gestorven burgers bleven soms ook wekenlang liggen en raakten ondergesneeuwd, maar niet nadat ze eerst ontdaan waren van schoeisel en kleding. Een Leningradse dagboekschrijver constateerde dat conciërges tijdens het beleg uitrustende passanten verzochten om een paar meter verderop te gaan zitten, omdat ze wisten dat als iemand voor hun gebouw stierf, het hun verantwoordelijkheid was het lijk af te voeren. Wanneer de voorbijganger echter goed gekleed was, gedroeg de conciërge zich meestal vriendelijker en bood hij zelfs een stoel aan, "want hij weet dat als het zover is, hij de kleren van die persoon kan pakken."

Opgeborgen worden in een vol lijkenhuis of ondergesneeuwd raken op straat was altijd nog beter dan het vreselijke lot dat de lichamen van vele anderen trof. In politierapporten trof Reid een schokkende hoeveelheid aan van gevallen van kannibalisme tijdens de blokkade. In januari 1941 werden 356 mensen gearresteerd vanwege kannibalisme, in februari 612. De politie trad vooral streng op tegen de zaken waarbij mensen omgebracht waren met als doel hun vlees op te eten, "menseneterij" genoemd. Een dergelijke zaak waar de politie mee te maken kreeg was bijvoorbeeld die van een moeder die haar dochtertje van achttien maanden had laten stikken om haarzelf en drie oudere kinderen te eten te geven. "Lijkeneterij" werd naar verhouding milder bestraft, maar kwam wel veel vaker voor. De politie kreeg bijvoorbeeld te maken met een verpleegster die geamputeerde ledematen uit een operatiekamer had gestolen en met moeders die hun kinderen hadden willen voeden met de lijken die ze op een begraafplaats opgegraven hadden.

Schokkend zijn ook de door Reid blootgelegde feiten over de wijze waarop de Sovjetautoriteiten, in Leningrad aangevoerd door Stalins gevolmachtigde Andrej Zjdanov, medeverantwoordelijk waren voor de massale sterfte. Ze hadden verzuimd de burgerbevolking tijdig te evacueren, voedselvoorraden aan te leggen en de IJsweg behoorlijk te organiseren. Duizenden jonge en oude mensen werden aan het front opgeofferd in de slecht getrainde en bevoorrade Volksmilitie. Anderen kwamen niet om aan het front of in hun eigen huis van de honger, maar in de cellen of gevangenenkampen van de NKVD, want aan de Sovjetterreur tegen de eigen bevolking kwam ook gedurende het beleg geen eind. Duizenden onschuldige mensen werden gearresteerd op verdenking van meestal uit de lucht gegrepen beschuldigingen, zoals "belastering van de Sovjetwerkelijkheid", wanneer iemand zich eerlijker had geuit over het verloop van de oorlog dan voor de Sovjetleiding wenselijk was.

Meest onthutsend zijn misschien wel de voorbeelden die Reid geeft van de buitengewoon onrechtvaardige wijze waarop de voedselverdeling verliep. Terwijl sommige burgers in de stad hoopten op het overlijden van een familielid omdat ze dan zijn of haar voedselbonnen konden overnemen, werden in het partijkantoor macaroni of spaghetti als ontbijt geserveerd en bestond het middageten elke dag uit twee gangen: eerst soep en dan vlees. Het menu in het vakantieoord van de stadssovjet binnen de belegeringsring was nog overvloediger: partijmensen konden zich hier tegoed doen aan lamsvlees, ham, kalkoen, kaviaar, gerookte steur en chocolademelk. Ook personen die werkten in de voedselvoorziening hadden opvallend meer vet aan hun lijf dan hun stadsgenoten.

Bij haar beschrijving van de tragedie van de belegering citeert Reid veelvuldig uit verklaringen van de mensen die erbij waren. Ze sprak met overlevenden, maar een belangrijkere rol is weggelegd voor dagboekschrijvers. Eén van hen is de Perziëdeskundige Aleksandr Boldyrev die werkte in de Hermitage. Volgens Reid was hij een "volleerd overlever". Ondanks dat ook hij sterk vermagerde, bleef hij lezingen geven en berispte hij zijn studenten als ze slecht werk afleverden. Toen zijn buurman op straat van uitputting in elkaar was gezakt en door langskomende soldaten in een portiek was gelegd, liet hij hem daar aan zijn lot over. "[…] kennelijk lag hij op sterven", zo schreef hij. "Maar ik ging er niet op af, en ging mijn eten halen. De tocht heen en terug kostte me al mijn kracht, mijn dagelijkse kleine reserve."

Hoewel de nadruk ligt op de burgers van Leningrad haalt Reid ook dagboekfragmenten aan van de Duitse soldaat Fritz Hockenjocks die deelnam de belegering en de strijd om Leningrad. Aan het front was hij er getuige van hoe het soldaten van het Rode Leger verging, nadat hun uitbraakpoging in december 1941 faalde. Hij beschreef hoe ze "doelloos door de bossen [doolden], als dieren die hun kudde kwijt zijn. […] Op een ijzige, maanverlichte nacht zag één van mijn patrouilles ze opeens vlakbij […] een lange rij zwijgend voortstappende schimmen. De patrouille schoot alles af wat hij te pakken kon krijgen; sommige vielen in de sneeuw, anderen bleven zwijgend doorlopen […] Wie aan de kogel ontkomt, valt […] ten prooi aan honger en kou." Wanneer Hockenjocks en zijn mannen een lijk ontdekten, ontdeden ze dat van zijn laarzen, maar daarvoor moesten ze wel eerst de voeten van het bevroren lichaam afsnijden.

Het zal duidelijk zijn, dit boek bevat veel gruwelverhalen, zowel afkomstig van het front als uit de belegerde stad. Toch kan de schrijfster geen sensatiezucht verweten worden, want ze beschrijft de tragedie met veel empathie en mededogen. Door zich te baseren op de individuele lotgevallen van meerdere personages weet ze een indringend en meelevend beeld te geven van deze tragedie die in het Westen weinig aandacht krijgt. Opmerkelijk is dit gebrek aan aandacht niet, want anders dan bijvoorbeeld de Slag om Stalingrad vormde het beleg van Leningrad geen historisch keerpunt. Met dit begaafd geschreven boek geeft Reid het beleg van Leningrad echter de plek in de geschiedenis die het verdient. Ze toont ons de slechtste kant van de mensheid: Robinson Crusoë was een geluksvogel, zo citeert ze een blokadniki. "Hij wist heel goed dat hij op een onbewoond eiland zat en zichzelf moest redden. Maar ik verkeer onder menselijke wezens."

Beoordeling: Uitstekend

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
30-10-2011
Laatst gewijzigd:
24-06-2017
Feedback?
Stuur het in!

Afbeeldingen