De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Index

    Inleiding
    Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vele Nederlanders door de loop van de geschiedenis gescheiden van hun vaderland. Sommigen van hen streden ergens op de wereld voor Nederland. Achter deze personen gaat dikwijls een hele geschiedenis schuil, die vaak maar ten dele openbaar wordt. Eén van deze personen is Gerard Johan Lugt. In dit artikel kunt u door middel van brieven het levensverhaal van hem tijdens de Tweede Wereldoorlog volgen. De brieven zijn ooit door de familie uitgegeven in boekvorm ("Het Vaderland Getrouwe, ... en zo denk ik er ook over, 12 juni 1940") en worden met hun toestemming hier gepubliceerd. Wij danken Gerards zuster Marianne Lugt (*6 januari 1921 - + 1 maart 2014) voor de bemiddeling, bundeling, advisering en toezending en vanwege oorspronkelijke bewerking van alle brieven en zijn petekind Gerarda, zonder wiens hulp deze bewerking niet tot stand zou zijn gekomen. Voor de bewerking voor STIWOT en Go2War2 danken we Wilco Vermeer.

    De brieven zullen worden geplaatst als een vervolgverhaal en de komende tijd worden uitgebreid. Nu de inleidende brief en de twee eerste hoofdstukken met brieven uit Engeland.

    Gerard Johan Lugt

    Gerard Johan Lugt werd op 9 augustus 1917 geboren in Amsterdam en groeide op in Amsterdam en Bussum. Na zijn schooltijd en het vervullen van zijn militaire dienstplicht studeerde Gerard vliegtuigbouwtechniek aan het Loughborough College in Engeland.
    In september 1939 werd Gerard opgeroepen wegens de algehele mobilisatie. Omdat hij echter in het buitenland studeerde mocht hij in februari 1940 terugkeren naar het College.

    Toen op 10 mei 1940 de oorlog uitbrak zat Gerard in Engeland. Terugkeren naar Nederland was niet mogelijk, maar in augustus 1940 kreeg hij de kans om naar Nederlands-Indië te vertrekken. In Nederlands-Indië werkte hij eerst in Bandoeng, maar hij kon in januari 1941 in Soerabaya bij "Werkspoor" terecht, de fabriek waar Gerards vader in Amsterdam de functie van Hoofdingenieur Afdeling Grote Dieselmotoren vervulde.
    Ook in Nederlands-Indië werd Gerard verscheidene malen in militaire dienst opgeroepen.
    In Soerabaya ging hij sportvliegen en werd hij opgenomen in de A.R.O.V.-groep (Aspirant Reserve Officier Vlieger) waarbij hij een verdere training kreeg.
    Toen Japan de archipel binnenviel, werd Gerard met de A.R.O.V.-groep in allerijl met het schip "Tjinegara" geëvacueerd naar Australië. Hier werd de opleiding voortgezet. Enige maanden later echter werd de groep overgebracht naar de Verenigde Staten, waar de opleiding tot officier-vlieger werd voltooid in Jackson (Mississippi). Eind 1943 vertrok een deel van de groep naar Europa, terwijl een andere deel, waaronder Gerard, naar Batchelor in Noord-Australië trok om te strijden tegen Japan. Ze kwamen terecht bij het Nederlandse No 18 Squadron.
    In de nacht van 1 september 1944 werd het toestel van Gerard, de B-25 "N5-214" door Japans afweergeschut neergehaald bij de Kei Eilanden. De gehele bemanning, waaronder Gerard als 2e piloot, verloor hierbij het leven.
    Hij ligt met zijn kameraden begraven op Galala War Cemetery op Ambon, - Indonesië.

     

    Definitielijst

    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.

    Afbeeldingen

    Gerard Johan Lugt Bron: M. Lugt.
    Voorblad oorspronkelijk boek Bron: M. Lugt.
    Begraafplaats Galala op Ambon Bron: M. Lugt.
    Graf van G.J. Lugt Bron: M. Lugt.
    De graven van de bemanning van de N5-214 Bron: M. Lugt.

    Brief van de zussen van Gerard

    Haarlem, Heemstede, Utrecht,

    December 1991.

    Beste Gerard,

    Voor ons ligt een boek dat je zelf hebt geschreven ! Als we je dat konden vertellen zou je daar verbaasd over zijn, want toen je al deze brieven schreef in de oorlogsjaren vanaf voorjaar 1940 tot de fatale datum van 1 september 1944 was het natuurlijk niet jouw bedoeling dat wij van deze brieven een boek zouden samenstellen.

    Maar nu – 1991 – en dus bijna een halve eeuw na de oorlog- komen er vele dagboeken en brievenboeken te voorschijn, die door onze generatie die alles heeft meegemaakt en door de jongeren die geïnteresseerd zijn, gretig worden gelezen.

    Jij – en wij mede daardoor – verkeerde bij het begin van de oorlog in een byzondere situatie. Bij de algemene mobilisatie in augustus 1939 was je als dienstplichtig militair bij de infanterie opgeroepen en kon je dus begin september niet terug naar Engeland om je studie in de vliegtuigtechniek aan Loughborough College voort te zetten. Je “lag” in Hilversum, had een eigen opgelapt two-seatertje , de oorlogsdreiging leek ver en zou Nederland wel on- gemoeid laten zoals wij toen – heel naïef – dachten. Je kwam elke avond met nieuwe vrienden naar Bussum om bij moeder nog eens heerlijk te eten en zij zorgde daar maar al te graag voor. In dienst was het “rats, kuch en bonen” en thuis waren het bergen zuurkool met aardappelpuree en knakworstjes en er verdwenen ook nog eens stapels boterhammen met pindakaas.

    Toen in de winter van '39-'40 de oorlog verflauwde, de Maginotlinie ongebroken bleef, de duitsers onze grenzen niet schonden en Nederland –hoe naïef bleek later – vertrouwde op de waterlinie, mochten militairen die in het buitenland studeerden met verlof.

    We waren opgelucht dat je kon v ertrekken en je studie voortzetten. Wij kunnen ons niet herinneren hoe de postverbinding met Engeland toen was; in ieder geval zijn er geen brieven bewaard gebleven. Maar je schreef op 10 april een brief aan je zuster Willemien die toen met haar gezin in Bombay woonde en die brief is bewaard en als eerste in dit boek opgenomen.

    Op 10 mei barstte de bom! Ons land werd in enkele dagen overrompeld en vernederd. Wij waren half opgelucht dat jij de dans ontsprongen was, half toch angstig dat je misschien vanuit Engeland nog overgekomen was, in Zeeland zou hebben gevochten en misschien gesneuveld of krijgsgevangen gemaakt. Wij wisten niets van elkaar.

    Vanaf dat moment begint jouw boek.

    Met Nederland was geen contact meer mogelijk, maar je zuster Willemien was in Bombay en je oom Frits met zijn gezin was in de Verenigde Staten. Zij zouden een belangrijke rol gaan vervullen in het contact met jou, evenals hun zoon Jaap in Geneve.

    De vele, vele brieven die je hebt geschreven aan Willemien in Bombay (waar je haar op je reis naar Nederlands Indie ook nog gedurende een paar uur hebt kunnen bezoeken!) en aan oom Frits en tante To in Oberlin (Ohio) zijn alle bewaard gebleven. Oom Frits beheerde je verdiensten en tante To vervulde een moederrol en nodigde je uit voor de kerstvieringen. Zo had jij, wat vele van je vrienden die ook van het contact met Nederland waren afgesneden niet hadden, toch een vertrouwd tehuis dat met vele banden verbonden was met je eigen ouderlijk huis.

    Na 1 september 1944 toen japans afweergeschut je toestel raakte en je met je bemanningsleden om het leven kwam, zijn er ook nog enkele brieven bewaard gebleven van je vrienden die ons condoleerden en vol lof waren over je dapperheid en je vastberadenheid door te vechten voor de zaak die wij allemaal hoog hielden: de vrijheid van de wereld en ons eigen land.

    Wij wisten hier maar heel weinig van dat alles, een enkele keer kwam er een Rodekruisbericht.

    In 1944, in de nacht van 31 augustus – 1 september kwam het fatale moment. Je hebt het aangevoeld; er waren grote en onherstelbare verliezen toegebracht aan je groep (de kleine patrouille van de M.L.D.) en op 23 augustus 1944 schreef je in een kort briefje aan tante To en oom Frits: “Keep your fingers crossed, we need it”.

    Wij hoorden dit pas in april 1945. Daarna begon het zoeken en vragen bij de officieele instanties of er misschien nog hoop kon zijn, of er wellicht een graf gevonden kon worden, maar steeds was het antwoord: onmogelijk, het toestel is op grote hoogte geraakt, de stukken zijn brandend in zee gestort.

    Er kwam officieel medeleven van het Ministerie van Marine; je koffer met je uniform, je horloge en enkele persoonlijke bezittingen werd gezonden, maar – beste Gerard – we hadden graag willen weten of er een laatste rustplaats zou zijn waar we ons verbonden mee konden voelen.

    Je ouders overleden en wij, je drie zusters met onze gezinnen en ons werk,

    zochten niet meer naar jou.

    Toen - in 1985 – 41 jaar na je heengaan – gebeurde het ongelooflijke: je neef Koos vond de sleutel tot het geheim. Hij had bij toeval een gesprek met een wat oudere vrouw, ook in de oorlogstijd in Indie, die door haar huwelijk nauw verbonden was met de Oorlogsgravenstichting in Den Haag. Hij vroeg haar eens te laten kijken of er gegevens waren over zijn gesneuvelde oom Gerard Johan Lugt – en de volgende dag lag de copie van de registratiekaart op zijn bureau:

    G.J.Lugt, officier vl.3 e kl.KMR

    geboren Amsterdam 9 -7- 1917

    Overleden Kei-eilanden a/b vliegtuig N5-214

    1-9-1944,

    Begraven in de gemeente Ambon, Ereveld Galala,

    Familiebetrekking onbekend.

    Wij gingen onmiddellijk naar den Haag om te vragen waarom wij dit nu pas en door een onbegrijpelijk toeval te weten waren gekomen. We hoorden dat de Oorlogsgravenstichting alleen ouders of echtgenotes opspoort, maar geen zusters die mogelijk een andere naam voeren. Het budget is daartoe niet toereikend. Wel kregen we fotos en een filmpje van je neef Reinder, maar het kwam er toen niet van om zelf samen naar Ambon te gaan.

    In januari 1991 vierden we een feestje ter gelegenheid van een paar verjaardagen in het Werkspoormuseum in Amsterdam, dat na vaders dood op zijn aan ons gedaan verzoek werd ingericht met meubels en versieringen uit ons ouderlijk huis. Daar hangt ook het mooie antieke tegelrek dat jij aan vader gaf van je eerste eigen verdiende geld. Het was een vrolijk familie- en vriendenfeest waar natuurlijk werd geacteerd en gezongen. Na de lunch werden je drie zussen op een rij gezet en werd er een quiz gehouden over gewoonten en gezegden uit het Lugt'se familieleven. Koos leidde de quiz die werd geïllustreerd met plaatjes en dia's. Het was: de zusjes Lugt tegen de zaal.

    Natuurlijk wonnen de zusjes Lugt en kregen de hoofdprijs aangeboden:

    Een reis naar Ambon! We waren verrast en stil van ontroering en er vielen tranen toen Koos het zo uitdrukte:

    “Jullie moeten nog eens een keer met z'n vieren zijn”.

    Nu zullen wij iets meer vertellen over het ontstaan van dit boek.

    We gingen in mei-juni 1991 gedrieen naar Ambon, we stonden aan je laatste rustplaats op het Ere-grafveld Galala, diep onder de indruk van de ligging aan de baai, de prachtige beplanting en de toewijding waarmee deze graven verzorgd worden. We legden bloemen bij je graf en bij dat van je kameraden, we filmden en maakten fotos en we waren werkelijk zo dicht bij jou!

    Terug in Holland nam Marianne de taak op zich alles bijeen te brengen van de herinneringen aan jou in de oorlogsjaren, de brieven, de fotos, de documenten. Van dat alles maakte zij dit boek; Willemien en Pans steunden haar met hun eigen herinneringen. En nu – lieve, beste Gerard – bieden we jou dit boek aan, in grote dank voor alles wat je met liefde en dapperheid voor Nederland hebt gedaan – in de vurige hoop dat we elkaar weer zouden ontmoeten.

    Dat gebeurde op Ambon op 3 juni 1991.

    Je zusters Willemien, Pans, Marianne.

    Definitielijst

    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Maginotlinie
    Franse verdedigingslinie aan de Frans-Duitse grens.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.

    Afbeeldingen

    De kleine Gerard in de wagen van Oom Co van Tijen. Bron: M. Lugt.
    Gerard in bussum met Vader Lugt Bron: M. Lugt.
    TIjdens het beoefenen van de zeilhobby Bron: M. Lugt.
    De tiener Gerard Bron: M. Lugt.

    Brieven uit Engeland, deel 1; 20-04-1940 t/m 29-05-1940

    Lieve Willemien, Loughborough, 20 april 1940 .

    Deze brief is bestemd om je met je verjaardag te feliciteren en ik hoop dan ook dat hij omstreeks die tijd bij jullie aankomt.
    Zoals je wel van Moeder gehoord zult hebben zit ik nu weer hoog en droog in Engeland en het leven heeft voor mij nu weer zo ongeveer zijn gewone gang. Op het college is alles vrijwel als vanouds; er zijn er natuurlijk wel weg maar daar is niet veel van te merken. Ik zelf werk nu natuurlijk grotendeels voor mijzelf omdat het nu onmogelijk is om dit halve jaar in te halen. Van de Nederlandse rege­ring mag ik zo lang wegblijven als ik wil, dus ik kan nu rustig het college hier afmaken. Tenzij er natuurlijk iets met ons klein Holland gebeurt, iets waar ik mij nogal on­gerust over maak, vooral na wat Duitsland de laatste dagen zoal in Europa uitgehaald heeft.
    In dat geval moet ik natuurlijk terug als dat nog mogelijk is. Die mobilisatie heeft mij anders geen kwaad gedaan en ik denk er nog steeds aan als voor mij een min of meer prettige tijd. Engeland is nog vrijwel als vanouds, alleen de black-out is iets waar ik nog steeds niet aan gewend ben; ik geloof trouwens dat jullie die ook niet hebben. Londen vooral vind ik zeer merkwaardig zonder al die flikkerende reclames enz. Loughborough is dan ontzettend donker nog vergeleken bij Londen.
    Van thuis krijg ik heel weinig nieuws.
    Ik heb van moeder twee kiekjes opgestuurd gekregen, zij vroeg ze natuurlijk terug, maar ik kan ze niet terug zen­den omdat de censor dat niet toestaat. Wil je mij dus het plezier doen om ze nog eens te laten afdrukken en aan moe­der te sturen, want die is er zo gelukkig mee. Weten jul­lie al wanneer je met verlof komt? Ik ben bang dat ik dan nog wel in Engeland zal zitten, want ik ga hier niet meer weg voordat ik hier klaar ben. Ik heb net een nieuwe radio gekocht, een z.g. portable, die ook op een batterij loopt zodat ik hem overal mee naar toe kan nemen, maar het mooie is dat hij ook op het net kan lopen, zodat als ik thuis ben of daar waar een stopcontact is, ik de batterij niet hoef te gebruiken.
    Ik zie dat ik aan het einde van mijn papier ben, dus ik stop maar weer. Hartelijke groeten van je liefhebbende broer Gerard.

    Lieve Willemien, Loughborough, 15 mei 1940.

    Zoals jullie weten is Holland overkomen wat over de hele wereld beschouwd wordt als het ergste wat een land overkomen kan. Ik heb het vanuit Engeland dat op het ogenblik toch zover af ligt zien komen en de be­richten dat het afgelopen is komen nu net binnen.
    Wij hier in Engeland hebben alles in het werk gesteld om alsnog naar het leger terug te gaan, maar ook dit was niet meer mogelijk, wat achteraf bekeken ook waar­schijnlijk alleen ons het leven had gekost.
    Het vechten in Holland schijnt werkelijk verschrikkelijk geweest te zijn, vooral door de aanwezigheid van die dui­zenden parachutisten. Ik heb net een paar dagen in Lon­den gewoond om ingeval van nood direct bij de hand te zijn. Verder heb ik daar geholpen met de vluchtelingen uit Holland, vrijwel allemaal uit den Haag. De verhalen die ze met zich meebrachten waren dan ook meer dan verschrikkelijk. Uit Holland hoor ik nu natuurlijk niets meer maar in mijn hart ben ik er van overtuigd dat onze dierbare vader en moeder in volkomen veiligheid zijn, Nieuws komt echter niet door en dat kon ook wel eens erg lang duren, misschien ook wel niet meer totdat de oorlog over is. Holland heeft nu de wapens neergelegd en er komen hier voortdurend berichten door over de inname van Rotterdam, den Haag, Amsterdam en Utrecht door de Duitsers. Net werd ook door de radio gezegd dat wij 100.000 man ver­loren hadden in die vier dagen of war. Intussen gaat de oorlog hier door en ik ben bang dat ik binnenkort naar Belgié of Frankrijk gestuurd zal worden om daar te doen wat ik in Holland zelf niet heb kunnen doen. Ik ben al in Londen in de War-Office geweest en het is nu maar afwach­ten. Ik hoop dat je goed begrijpt dat nu de oorlog in Hol­land afgelopen is, hij voor mij wel eens zeer binnenkort beginnen kon. Ik wil echter niet hebben dat indien het voor jou mogelijk mocht zijn om met Holland in contact te ko­men, dat je daarvan maar iets in je brieven zegt. Aange­zien als dit in Duitsland bekend wordt het wel eens heel gevaarlijk voor de onzen in Holland kon zijn. Ik beloof je echter dat ik voorzover mogelijk je iedere week zal schrijven, zodat je tenminste enig nieuws krijgt.
    Toen ik in Londen was ben ik bij de familie Z. geweest die erg aardig voor mij waren wat een prettig steunpunt in Engeland voor mij is. Geld heb ik gelukkig genoeg voor een jaar. Ik had het net op sterk aandringen van vader gekre­gen.

    Nu lieve zus, dit is maar een kort briefje van een broer met een vrijwel gebroken hart. Er is echter niets wat we op het ogenblik kunnen doen dan klaarstaan met ons leven voor dat wat van ons gevraagd wordt. Laat gauw eens iets horen.

    Je liefhebbende broer GERARD.

    Cable received at Bombay at 16 May 1940.

    Van Gulik, Nederlands Indische Handelsbank Bombay.

    Still in Loughborough, no news from Holland - Gerard Lugt.

    Lieve Willemien, Loughborough, 24 mei 1940.

    Ik heb je beloofd om een beetje regelmatig te schrijven, zo hier gaan we maar weer.
    Ik heb net weer drie dagen in Londen doorgebracht om uit te vinden hoe het staat met de vorming van een Hollandse groep soldaten. Dit zal echter nog wel even duren dus tot zolang ben ik nog veilig. Ik heb daar een enorm aantal Nederlandse vluchtelingen ontmoet, die natuurlijk de meest fantastische verhalen hadden. Eén kwam er uit Baarn en zei dat de plaatsen in het Gooi weinig last gehad hadden. Amsterdam was wel gebombardeerd maar niet al te erg bescha­digd en van Rotterdam is vrijwel niets meer over en ±1/3 van de bevolking is dood. Den Haag is weinig beschadigd, behalve de kazerne recht tegenover Oom Rem en Tante Kinnie is volkomen opgeblazen. Iemand wist echter te vertellen dat die huizen daar niet getroffen waren. In Londen zijn onge­veer 200 Hollandse militairen die op de meest rare manieren na de wapenstilstand nog met roeiboten etc. gevlucht zijn. Ik ontmoette er een waarmee ik in Haarlem in de opleiding was voordat ik weer naar Engeland mocht gaan. De Hollanders hebben anders ontzettend hard gevochten maar het verraad was zo groot dat niemand te vertrouwen was. Duizenden Hol­landse N.S.B.ers zijn dan ook in de eerste dagen tegen de muur gegaan. Iedereen vocht mee en als de burgerbevolking zo'n parachutist in handen kreeg werd hij gewoon aan stuk­ken gesneden. Wat ons hier zeer verbaasde was dat de Moer­dijk niet opgeblazen is geworden. Ik hoorde echter van een soldaat in Londen die daar gelegen had, dat de avond voor de invasie een groep soldaten van + 500 man over de brug kwam marcheren in Hollandse uniformen etc. De schild­wacht daar dacht natuurlijk dat alles in orde was. Later bleek echter dat het Duitsers waren die 's nachts al het buskruit etc. verwijderd hebben. De meeste vluchtelingen die hier aankomen zijn duitse en hollandse joden. Sommigen betaalden 40.000 - 50.000 gulden voor de overtocht.
    De Gestapo is in Holland ook weer aan de gang en ze richten er volgens verschillende berichten een ontzettende slach­ting aan. Verder moeten de duitse soldaten vrij bier hebben zodat het een dronkemansboel is. Vrouwen komen niet meer op straat uit angst om aangerand te worden.
    Na al dit begrijp je wel hoe onze stemming is en iedereen is dan ook vast overtuigd om zo gauw mogelijk dienst te nemen. Zoals je weet gaat het met de "Allies" niet zo erg goed en de Engelsen beginnen zich nu dan ook langzamerhand aardig te knijpen.Het leven hier is natuurlijk normaal alhoewel dat nog wel eens gauw kon veranderen.

    Het is mogelijk dat ik een dezer dagen een baan op het Ne­derlands consulaat in Londen krijg. Ze hebben namelijk een paar betrouwbare jongens nodig voor het overbrengen van be­richten enz. Ik krijg dan een motorfiets en moet daar mee alles afwerken. Het is echter nog niet zeker. Op het ogen­blik is niemand hier meer betrouwbaar. Als je ergens komt ben je onbetrouwbaar tenzij je het tegendeel bewijzen kan. Ik heb er eerst over gedacht om mijn oude plan om naar Indië te gaan weer op te vatten en over Bombay daarheen te gaan. Zoals je misschien van thuis gehoord hebt kon ik daar 4 banen krijgen waarvan ik er vast een genomen had als ik niet plotseling naar College terug had kunnen gaan. Misschien doe ik het nog wel als blijkt dat de vorming van een nieuw Nederlands leger niet mogelijk is.
    Zoals je misschien weet is het mogelijk om naar Holland te schrijven door middel van het Rode Kruis in Zwitserland (20 woorden). Probeer het echter niet en indien je het toch doet, noem mijn naam nooit. Vader en moeder weten wel dat wij hier vooreerst veilig zitten en die Duitsers zijn zo gemeen, en als ze er achter komen dat wij in een Allied Country zitten zullen ze dat misschien op onze familie ver­halen. Schrijf dus niet, tenzij wij misschien op dezelfde manier uit Holland horen.
    Ik wou dat jullie een beetje dichterbij waren, want het is niet prettig om zo ineens van je gehele familie af gesneden te zijn. Ik hoop erg dat jullie mijn telegram en brief gekregen hebben, want ik ben nooit helemaal zeker van het adres in Bombay.
    Heb je gehoord dat de Prinses weer een baby verwacht hierin Engeland? Ook de Prins is weer terug uit Zeeland waar ze nog een tijdje door gevochten hebben. Vlissingen is volkomen plat gebombardeerd volgens verschillende berichten.
    Laten jullie gauw eens iets van je horen?

    Lieve Willemien, Loughborough, 29 mei 1940.

    Je weet niet hoe blij ik was met je brief die ik een paar dagen geleden ontving (hij had er 9-10 dagen over gedaan.) Ik had echt zo het gevoel dat we nu weer met elkander in contact waren, al is het dan ook een ver weg contact. Ik weet niet of ik je al geschreven heb dat ik een jongen ont­moet heb die uit Nederland ontsnapt is nadat de Duitsers daar binnen getrokken waren. Hij kwam uit Laren en zei dat er in het Gooi niets gebeurd is zodat we ons daarover niet ongerust hoeven te maken. Ook kun je tegen Tom zeggen dat met Haarlem niets gebeurd is.
    De Hollanders in Engeland zijn nu allemaal officieel met de krant en de radio opgeroepen. Ik had mij al met de an­deren hier opgegeven, zodat ze ons wel zullen roepen als het zover is. Het is nu wel geen erg prettig idee maar dit schijnt nu eenmaal voor de jongere generatie in de wereld weggelegd te zijn. Het nare vind ik eigenlijk dat vader en moeder zo helemaal niets van mij afweten; vooral als ze even nadenken en misschien hebben ze het ook wel over de radio gehoord en kunnen ze wel nagaan wat er ongeveer met ons ge­beuren gaat. Terwijl ze natuurlijk toch geen zekerheid heb­ben of ik er nu bij ben of niet.
    Je schreef ook over geld en zoals je misschien in mijn eerste brief gelezen hebt, heb ik hier voorlopig genoeg (ongeveer voor een jaar). Gelukkig heb ik vlak voor de oorlog begon vader telkens en telkens weer op zijn hart gedrukt om toch geld te sturen in geval er met Holland net zoiets zou gebeuren als met Noorwegen. Een paar dagen voor de oorlog begon ontving ik 300 pounds , zodat je je daarover niet de minste zorg hoeft te maken. Bovendien moet ik nu wel in staat zijn om op eigen benen te staan.
    Net komen hier zo langzamerhand de berichten binnen over België waar ze het vechten opgegeven hebben. Het is anders nogal raadselachtig wat er eigenlijk precies gebeurt, want aan de andere kant hoor je dat ze toch nog doorvechten. Enfin, jullie lezen het natuurlijk allemaal in de krant. Er is anders hier in Engeland wel een merkbare spanning tegenwoordig. De oorlog komt dan ook om zo te zeggen hoe langer hoe dichter bij en met vliegtuigen is het nu geen bezwaar meer om over water te gaan. Gelukkig schijnt de engelse luchtmacht wel degelijk tegen die van de vijand opgewassen te zijn, zodat we maar het beste voor dit eiland zullen hopen. Op het ogenblik lijkt het anders wel of het zo'n beetje de veiligste plaats in Europa is met dat grote aantal vluchtelingen dat nog dagelijks schijnt over te komen. Toch heeft de overval van Holland de mensen hier wel weer eens bang gemaakt en gelukkig ook wakker, want iedereen die ze niet vertrouwen gaat meteen naar een kamp en dat zijn er heel wat.
    Radio Hilversum gaat net zo door als altijd en net of er niets gebeurd is, behalve dat ze herhaaldelijk het program­ma afbreken 's avonds, wat hier altijd het teken is dat de RAF weer aan de gang is. Ook de nieuwsberichten zijn natuur­lijk onbetrouwbaar. Ik hoorde ook kortgeleden over de duitse radio dat van Middelburg vrijwel niets overgebleven is, o.a. dat mooie stadhuis is weg -- is het niet ontzettend?
    Heb je indertijd nog die foto's aan moeder gestuurd? Ik heb ze hier vlak voor mij staan op het ogenblik met die van vader, moeder, Pans, Marianne, Tom en jij. Het is nog steeds een raar idee dat ze eigenlijk zo dicht hier bij zijn en toch ook weer zo ver af, en dat het waarschijnlijk wel zo lang als de oorlog hier duurt zal duren voor dat ik ze terug zie als dat mij tenminste geschonken wordt.
    Met het leren hier gaat het niet zo best omdat zoals je weet ik eigenlijk maar net weer in Loughborough terug ben en zodoende nergens in pas. Ik doe nu maar zo'n beetje werk voor mijzelf zodat ik indien mogelijk het volgend jaar met volle kracht kan beginnen. Bovendien is de gedachte aan het feit dat we hier elk ogenblik weggeroepen kunnen wor­den om waarschijnlijk naar Frankrijk gestuurd te worden niet zo heel erg prettig. Misschien moeten ze ook wel men­sen zoals ik hebben hier voor de opleiding van die hollan­ders die nog niets gehad hebben en dat zullen er nog heel wat zijn.
    Ik hoop dat ik binnenkort weer iets van je hoor, want je begrijpt dat het voor mij heel wat betekent om eens post te krijgen. Ik weet wel dat ik waarschijnlijk meer nieuws kan schrijven dan jij, maar dat doet er niet toe, schrijf maar wat.

    De hartelijke groeten en een dikke zoen van je broer Gerard.

    Definitielijst

    invasie
    Gewapende inval.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.

    Afbeeldingen

    HANS LOUWERSE - hij gaf in 1992 de nu volgende toelichting bij de foto; (Hans woonde in Engeland, vandaar de toelichting in het engels)Bovenste rij van links naar rechts:HANS LOUWERSE - joined the Royal Dutch Navy, served mainly on the destroyer Tjerk Hiddes. He survived.JAN van ‘t HOF – joined the Royal Dutch Navy but was dismissed when the authorities discovered that he was blind in one eye. Jan then joined the Merchant Navy and was drowned when his ship was torpedoed.GERARD LUGT - HENK HOLST – joined the Merchant Navy, survived.JAN den TEX BOND – joined the Royal Dutch Navy, volunteered and transferred to the Royal Air Force. He was killed in the battle of Britain.WIM de KONING – went with Gerard to the Dutch East Indies, became prisoner of war and died in Burma (Railway)COOS du CELLIER MULLER – went also to the Dutch East Jndies, escaped, served in the Airforce and survived. BART van DOORNINCK - joined the Royal Dutch Navy and was engaged at H.Q. in London. He survived.Tweede rij van links naar rechts:BES SMITH – unknown what he did in the war.CON van der FELTZ – joined the Dutch Army and survived.DOLF SLUYTERMAN van LOO – he went also to the Dutch East Indies and was with Gerard during the training in America. He survived.WIM van REYN – joined the Merchant Navy. He was drowned when his ship was torpedoed Bron: M. Lugt.

    Brieven uit Engeland, deel 2; 05-06-1940 t/m 04-07-1940

    Lieve Willemien, Loughborough, 5 juni 1940.

    Gisteren kreeg ik je tweede brief en ik zal hem meteen maar eens gaan beantwoorden. Het geeft mij namelijk een opluchting als ik weer zo'n brief aan je af heb. Naar jou schrijven is dan ook weer zo heel iets anders dan met je vrienden hier praten enz., en ik kan je dan ook niet zeg­gen hoe blij ik ben dat wij tenminste nog niet van elkaar afgesneden zijn.
    Dit keer schreef je in je brief over iets dat ons hollan­ders hier om zo te zeggen elke minuut door het hoofd gaat en wel dienst nemen of zien er uit te blijven en zorgen dat we klaar staan om als het vaderland vrij komt voor de weder­opbouw zorg te dragen. Dit is hier in hoofdzaak elke dag weer een van de gesprekken en we kunnen er niet uit komen. Nu we echter allemaal min of meer opgeroepen zijn ingeval hier een nederlands leger gevormd wordt lijkt er eigenlijk niet veel keus meer.
    Ik heb mijzelf ook al eens kwalijk genomen dat ik niet zodra de oorlog voor Holland was afgelopen mijn koffer gepakt heb en naar Indië gegaan ben om daar in betrekking te gaan bij een van de 4 banen die vader daar al voor mij gevonden had voordat ik uit Holland weg ging. Want ik ben er bij mijzelf wel van overtuigd dat er geen college-jaar voor mij meer opzit.
    Ik sta hier op het ogenblik voor een van de moeilijkste beslissingen van mijn leven en juist nu is er niemand die maar in iets raad kan geven. Al mijn hollandse vrienden staan er net zo voor en toch kunnen we elkaar niet helpen. Bovendien zitten we nog in een land dat in oorlog is en zodoende zijn al mijn engelse vrienden al opgeroepen; vele zijn al in het leger en anderen hebben hun leven al voor het Vaderland gegeven. Met al dit om je heen hoop ik dat je inziet hoe moeilijk het voor mij is om een beslissing hoe dan ook te nemen. We zijn hier dan ook langzamerhand in een staat gekomen van "ik zal wel merken wat er gebeuren gaat". Wat de familie betreft en vooral moeder en vader is dat inderdaad ook mijn grootste zorg, want alles wat ik met mijzelf doe, al is het misschien de dood, is niet zo erg, maar thuis hebben ze het niet aan mij verdiend dat ik ze zoiets aandoe.
    Zoals je in je brief zei: "denk aan moeder" is dat wat ook mij het meeste dwars zit. Jij als vrouw en moeder weet na­tuurlijk veel beter wat het voor een moeder en vader moet betekenen om gescheiden te worden van je kinderen. Ik heb dat tot nu toe nooit zo erg gevoeld omdat Holland dicht bij was en omdat ik ze toch altijd nog zo regelmatig zag. Nu is dat allemaal veranderd en de betekenis van het bezit van een vader en moeder komt nu zo langzamerhand pas dui­delijker voor de geest nu ik ze voor zekere tijd verloren heb. Wanneer er hier met mij moeilijkheden waren ging er even een brief naar huis en een paar dagen later kwam er al een oplossing van thuis. En juist nu, nu de moeilijk­heden zich opstapelen is dit onmogelijk. Jij hebt tenminste nog een man en kinderen die die plaats nu innemen en juist daarom ben ik zo blij dat jullie daar buiten het brandende
    Europa zitten, zodat ik tenminste nog iemand heb waarmee ik van gedachten kan wisselen.
    Zoals je weet is de toestand in Europa zeer ernstig. Italië staat geloof ik om zo te zeggen klaar om in de oorlog te komen wat het voor de engelsen nog eens zo moeilijk zal maken. De stemming hier is anders uitstekend en iedereen is klaar om zich met al zijn kracht aan "the cause" te geven.
    Alle vreemdelingen mogen nu niet meer na 10.30 's avonds tot 8 uur 's morgens buitenshuis en bovendien mogen we geen auto rijden en fietsen. Het is wel erg lastig maar ik kan het goed begrijpen dat ze voorzichtig zijn, vooral nadat we Holland aan verraad hebben zien ondergaan. Het is hier tegenwoordig prachtig weer en we zwemmen veel.

    Lieve Willemien, Loughborough, 12 juni 1940.

    Gisteren kreeg ik weer je gezellige lange brief van de 31e mei en ik zal maar gauw weer schrijven hoewel ik bang ben dat nu Italië ook in die beroerde oorlog gekomen is, het postverkeer met British India wel zeer veel vertraging hebben als zij tenminste niet geheel stop ligt. Het nieuws van de oorlogsverklaring is hier heel rustig opge­nomen en ik geloof dat ze eigenlijk wel blij zijn te weten waar ze nu aan toe zijn.
    Ik heb net aan mijnheer Z. geschreven of ik hem een dezer dagen kan spreken over een baan. Het college is nu bijna afgelopen en dan krijgen we meer dan twee maanden vacantie. Ik zelf zou dolgraag op een schip gaan varen alhoewel dat tegenwoordig nu niet zo aanbevelingswaardig is. Enfin, ik hoop dat hij iets voor mij doen kan zodat ik deze tijd op eigen benen kan staan. Zoals jullie weet wordt de toestand in Europa met de dag erger en zij wordt hier dan ook donker ingezien. En jullie weet wel wat het betekent als engelsen het donker in gaan zien, want dan moet er heel wat gebeuren.
    Jij schreef dat je wou trachten om naar Holland te schrij­ven door middel van het Rode Kruis maar denk niet dat ik dat ooit doe zolang als ik hier nog rustig zit, in de hoop dat vader en moeder bij zichzelf wel overtuigd zullen zijn dat ik veilig ben. En ik ben bang dat als de duitsers iets uitvinden over mij hier, dat ze misschien onvriendelijk tegen hun worden. Zoals ik zei zou ik graag op een schip gaan en ik zou het b.v. heerlijk vinden als ik op een hollandse tankboot zou kunnen varen. Zoals je weet varen die nog steeds onder engelse vlag. Bovendien zijn de meesten met vaders motoren uitgerust en daar weet ik nogal wat van, zodat het niet vreemd voor mij hoeft te wezen aan boord. Dit zijn natuurlijk maar plannen en het kan ook best wezen dat de hollandse militairen het hele­maal niet toestaan.
    Een jongen hier kreeg net een brief van een oom die gene­raal was in ons leger en die met de Koningin overgekomen is, dat Deventer, Rotterdam, Delft, Breda, Maastricht, Middelburg, Vlissingen en Veere volkomen met de grond gelijk gemaakt zijn.
    Op het eigenste moment komt er bericht dat we misschien over een week of twee opgeroepen worden voor militaire dienst. Dit hoorde ik net van een vriend van mij hier die een vriend heeft op het nederlandse consulaat en hem zodoende min of meer waarschuwde, maar officieel is het nog niet. Als het zo is gooit het wel netjes de plannen die ik had in het begin van deze brief in de war. Enfin, ik ga hem er niet voor overschrijven. Ook heb ik net gehoord dat het postverkeer met India waarschijnlijk twee maanden zal nemen, we kunnen dus een behoorlijke tijd op nieuws van elkaar wachten. Laten we in ieder geval blij zijn dat wij tenminste met elkaar in contact geweest zijn en ik beloof je dat ik gewoon door zal gaan met aan je te schrijven in de hoop dat het aankomt en ook dat je mijn brieven kunt bewaren om aan vader en moeder te laten zien in geval me iets mocht overkomen, dan weten ze tenminste hoe mijn leven geweest is tot aan het einde.
    Ik weet niet of je weet dat toen ik van huis ging om naar Engeland te gaan voor ongeveer 1 1/2 jaar ik van vader en moeder een zegelring gekregen heb en wel die vader aan moeder gaf op hun 12 1/2 jarige trouwdag. Herinner je je dat nog? Moeder stond die ring nu aan mij af en ze hadden er in laten graveren:
    "Het Vaderland getrouwe" - 29 aug.'39 - 5 maart '40. Dat is wat vader en moeder er van dachten en zo denk ik er ook over.

    Cable received at Loughborough at june 15 1940 . Bombay .

    Suggest you secure permit to leave immediately and cable Java employees whether they agree refund passage money - van Gulik.

    Lieve Willemien 20 juni 1940.

    Ik heb je om verschillende redenen niet meer geschreven en ben ook niet doorgegaan met deze brief af te maken. Ik gooi hem echter niet weg omdat ik het geschreven heb en wil dus dat je hem krijgt.
    Inmiddels is jullie telegram hier gekomen en dat heeft weer een heleboel aan het rollen gebracht. We hebben het hier nog eens met elkaar besproken en nog eens besproken of ik het doen zou omdat ik niet weg wou gaan als al de anderen in het leger moeten.
    Enfin, ik ben toch met nog een vriend van mij (Wim de Ko­ning, die ook mee wou), naar Londen gegaan om eens naar de mogelijkheden te informeren. Al gauw bleek dat van het vormen van een leger hier wel niets meer door zal gaan, zodat wat dat betreft ons niets in de weg lag; toen hebben we gezegd: dan gaan we naar Indië en zijn gaan informeren naar de mogelijkheden om er te komen, want wat jullie zei­den over geld voor overtocht uit Indië te laten komen leek hopeloos. Ik ben toen naar Z. gegaan (die inmiddels niet meer zijn oude beroep uitoefent, dat zal wel een slag voor vader zijn als hij het wist) en die heeft mij gehol­pen aan het adres van het Nederlands Scheepvaart Comité in Londen, waar ik weer meteen tegen van O, je weet wel van de Zwarte Zee, opliep die toevallig in Londen was toen de oorlog uitbrak. Hij kon ons echter niet aan een schip helpen om voor onze overtocht op te werken.

    We zijn toen naar het hoofdkantoor van de KPM gegaan, waar we ontzettend aardig ontvangen zijn en waar iemand aan het hoofd staat die weer van alles van onze kennissen in Hol­land afwist en nu verder zorg draagt dat we behoorlijk over­komen. Toen moesten we nog, en dat was het moeilijkste, zorgen dat we toestemming kregen om in Indië te landen. Hiervoor is een speciaal Ministerie van Koloniën in Lon­den die al de zaken voor Indië nu moet behartigen. Daar kregen we een jonge man te spreken die ons ronduit vertelde dat we er niet heen konden omdat geen familie daar hadden en niet de bewijzen dat we daar werkelijk een baan konden krijgen. Daar zaten we dus en konden niets anders doen dan gaan telegraferen om al die toestemmingen te krijgen. We moesten echter nog wat anders doen in dat gebouw en daarvoor moesten we naar een zekere kamer toe; toen we aankwamen en aanklopten, werd er ja geroepen en we ston­den toen meteen voor een hele hoge mijnheer, die bleek Jonkheer van Lidt de Jeude te zijn. Zoals je begrijpt wa­ren we per ongeluk in de verkeerde room, maar hij vroeg waarvoor we kwamen zodat we niet dorsten te zeggen dat we fout waren. Ik stelde mij toen voor en hij vroeg meteen: ben jij een zoon van Lugt uit Haarlem? Ik zei dat dat een oom was, waarop hij zei: dan ben je natuurlijk een zoon van Lugt van Werkspoor.
    Hij wist alles van vader en scheen hem goed te kennen.
    De Konings moeder kende hij ook en nadat we het geval uit­gelegd hadden zei hij dat hij wel even naar de Minister van Koloniën zou gaan om toestemming voor ons te krijgen. Dit heeft hij inderdaad gedaan en ik ga morgen naar Londen om de papieren te halen. Maar zo zie je, als we niet een fout gemaakt hadden om in de verkeerde kamer te lopen waren we misschien nooit weggekomen.
    Onze boot gaat nu waarschijnlijk tussen de 5e en de 15e van juli. We gaan dan naar Durban waar we misschien een week of drie moeten wachten totdat we verder kunnen met de KPM naar Java. Ik ga nu echter proberen of het mogelijk is dat als ik toch ergens tijd verliezen moet, dat dan in Bombay kan gebeuren. Ik zou er echter maar niet op rekenen want ik moet zo min mogelijk geld en tijd weggooien. Mijn geld dat ik niet voor de reis nodig heb laat ik overmaken naar jullie bank in Batavia, dat lijkt me wel betrouwbaar. Ik weet niet hoelang deze brief er over zal doen, maar ik denk wel dat jullie een telegram van mij gehad zullen hebben dat ik Engeland verlaten heb voordat je deze brief krijgt. Mocht ik over Bombay komen dan zal ik dat in het telegram zetten. Nu lieve zus, ik hoop dat het allemaal zo loopt als ik denk en dat de internationale toestand die zeer ernstig is de boel niet in de war gooit.

    Cable received at Bombay at 28 June 1940 . GlionsurMontreux

    Whole family Holland well - Frits Lugt.

    Beste Tom, Loughborough, 1 juli 1940.

    Dit keer ben jij degene die de brief krijgt omdat deze een enigszins zakelijk karakter heeft.
    Zoals jullie inmiddels weten heb ik besloten om dan toch maar naar Indië te gaan. En als alles goed gaat vertrek ik met een vriend de 12e van deze maand.
    Nu is er op het ogenblik een grote moeilijkheid en dat is het geld. Ze hebben hier het geldverkeer zo aan banden ge­legd dat het erg moeilijk is het er uit te krijgen. En de permissie die je krijgen moet om het er uit te krijgen neemt ongeveer 2 à 3 maanden, wat betekent dat ik al in Indië zit voordat ik het geld heb. En aangezien ik niet zeker weet hoe het met mij de eerste tijd in Batavia gaan zal is het niet zo'n prettig idee als ik daar zonder enig geld zit.
    Zou het nu mogelijk zijn dat jullie mij voor een of twee maanden geld voorschieten wat ik dan weer terug stuur als het mijne aankomt? Ik heb geen idee hoeveel ik daarvoor no­dig heb maar dat laat ik aan jullie over. Ik laat mijn geld naar jullie bank in Batavia sturen, dat leek mij wel vertrouwd.
    Ik weet nog niet precies wanneer ik daar aan kom aangezien niets bekend is over de aansluiting van de KPM in Durban, maar ik reken ongeveer op een reis van 1 1/2 maand. Ik weet niet of Willemien nog naar mij geschreven heeft, maar daar moet zij natuurlijk nu maar mee ophouden en verder indien mogelijk naar de Bank in Batavia, waar ik ze dan wel vinden zal.
    Gisteren kreeg ik bericht over Zwitserland van oom Frits dat onze familie in Holland in orde is, zodat je het al weet voordat deze brief bij jullie aankomt. Dit kwam net op de dag dat het college hier afliep en je begrijpt wel dat er behoorlijk feest gevierd is.
    Als je deze brief krijgt ben ik misschien al in Durban en ik zal dan nog eens telegraferen. Voor die tijd zou ik niets met dat geld doen als het tenminste van jullie kant mogelijk is. Ik zal binnenkort nog eens meer schrijven maar op het ogenblik zit ik vol met werk en moet om zo te zeggen om de andere dag naar Londen.

    Loughborough, 4 juli 1940.

    Lieve Willemien,

    Hier is een brief die ik aan een vriend meegeef die op weg naar huis door Bombay komt en hem daar zal posten als hij jullie tenminste vinden kan. Inmiddels ben ik
    dan zelf ook onderweg alhoewel het later wordt dan ik eerst verwachtte. Ik zou namelijk eerst de 12e gaan maar het zal nu wel de 25e worden. Ik ben net uit Londen terug waar ik weer geweest ben voor het in orde maken van de grote reis. Aldaar werd ik plotseling opgeroepen door de militaire autoriteiten die iemand nodig hadden om een beet­je als ingenieur te spelen; ik werd toen ontvangen door een hoge marineman Overste Harmsen genaamd, waar ik een hele tijd mee gepraat heb en die mij gelukkig niet gebrui­ken kon. Enfin, ik dacht zo bij mijzelf, ik zal hem eens vragen of hij oom Rem ook kende omdat ik nogal ongerust was over het lot van die tak van de familie, omdat de duitsers de kazerne in Waalsdorp al geheel platgebombardeerd hadden voordat de oorlog verklaard werd en ik had gehoord dat er geen soldaat levend uitgekomen was en zoals je weet kijken oom Rem en tante Kinnie van uit hun raam recht op de daken van die kazerne. Hij riep meteen uit: "natuurlijk, Remmert van Tijen, daar heb ik gedurende die paar dagen oorlog om zo te zeggen mee op één krukje gezeten." Ik vroeg hem toen wat er van hun huis was terecht gekomen, waarop hij ver­telde dat tante Kinnie met de kinderen voor de gezellig­heid wat bij hun grootvader logeerden en hij, omdat het zo druk was op het bureau en dat er zodoende niemand in het huis was, waarvan heel weinig was overgebleven. Hoe vind je het geluk toch. Verder ontmoette ik nog weer heel toe­vallig allerlei lui die ik goed kende, o.a. een jongen van der Giessen van die scheepswerf waar Pans dat schip te water liet gaan. Ik vertelde hem toen dat ik waarschijn­lijk naar de KPM ging in Indie en hij gaf mij toen een naam van iemand die kortgeleden daar van terug gekomen was. Ik ben die goede man toen gaan opzoeken en toen bleek dat hij net in Holland was toen ik daar weg ging en dat hij getuige was geweest in Vaders kantoor van het afscheid van Werkspoor en dat vader een lang gesprek met hem over mij gehad had, speciaal omdat ik toen bijna naar Indië was gegaan. Hij wist dus alles van mij af en heeft beloofd om mij nog introducties mee te geven. Je moet toch maar een beetje geluk hebben want anders is er toch ook geen aardig­heid aan.
    Ik weet niet of jullie mijn brief al ontvangen hebben waar­in ik vroeg of het mogelijk was om voor ongeveer twee maanden geld naar jullie bank in Batavia te sturen, omdat het wel lang kon duren voordat ik het mijne uit Engeland los heb, en ik moet in Indië bij aankomst geld hebben, anders laten ze mij er niet in. Zodra ik dan mijn geld heb stuur ik dat van jullie terug. Maar wees voorzichtig met wat je doet. Ik ga nu naar Indië met Wim de Koning, je weet wel die ook met ons vorige zomer naar Zwitserland geweest is met zijn moeder. Verder gaat ook nog een jongen Dolf Sluyterman van Loo naar Indië maar met een andere boot. Verder wil ik zien dat ik die vriend Hans Louwerse ook nog overkrijg. Ik kan hem nu natuurlijk wel geld geven, maar dan heb ik zelf in Indie niets en hij kan het natuurlijk niet terug geven voor de eerste tijd. Maar ik zal zien dat als ik in Batavia zit en alles gaat goed, ik hem alsnog laat komen. Ik kijk er op het ogenblik zo naar, dat als ik hem eventueel dat geld kan geven ik er misschien niet alleen Hans mee red maar ook wanneer de oorlog afgelopen is zijn hele familie.
    Zoals jullie weet gaan we over Durban waar we ongeveer een week zullen blijven voordat de KPM ons over neemt. We gaan dan waarschijnlijk bij de ouders van een engelse vriend van ons logeren: ongeveer de 21e augustus gaan we dan door en dan neemt het nog 14 dagen voordat we in Batavia zitten. Ik verheug mij wel een beetje op de reis, hoewel je lang­zamerhand niet meer weet waar het nu nog rustig en prettig in de wereld zal zijn.
    Ik heb aan oom Frits in Zwitserland geseind dat ik naar In­dië zal gaan en gevraagd of hij het door kan krijgen naar Holland. Ik denk dat dat wel lukken zal en vader en moeder weten dan ook tenminste wat ik doe. Ik heb ook de overtui­ging dat ze wel bij zich zelf zullen hopen dat ik naar Indië gegaan ben.
    Inmiddels gaat het leven hier gewoon door hoewel er in Engeland nogal wat gebombardeerd wordt. Hier hebben we er anders nog niets van gemerkt omdat er nog wel belangrijker plaatsen zijn dan Loughborough; desondanks komen er heel wat duitse vliegtuigen overheen maar ze geven in Engeland geen airraid warnings meer voordat ze werkelijk beginnen met het laten vallen van bommen, omdat ze anders de mensen wel elke nacht in de kelder kunnen stoppen met het gevolg dat ieder­een maar in bed blijft onder het motto: de vorige keren ge­beurde er ook niets.
    Ik hoop dat jullie deze jongen Cummings die de brief mee neemt nog zien, maar ik denk wel haast van niet omdat hij jullie eigen adres niet weet. Ik zal voordat ik wegga nog wel

    Cable received at Bombay at 20 July 1940 .

    Family Holland well. Leaving England - Gerard Lugt..

    (TUSSENVOEGSEL:

    In de brief van 20 juni 1940 schrijft Gerard dat hij wil proberen om van Durban – waar hij w.s. een paar weken moet wachten voor hij verder kan varen – eerst naar Bombay te gaan om daar zijn zuster en haar familie op te zoeken. Maar dit blijkt helaas onmogelijk. Hij vertrekt uit Engeland op 20 juli 1940 op het schip “The Viceroy of India”, vaart om Kaap de Goede Hoop naar Durban en vandaar met de KPM verder, in verband met de veiligheid “met onbekende bestemming”. Na enkele dagen komt land in zicht, men denkt: Ceylon, maar zie, het is BOMBAY!!

    Gerard – vaak een geluksvogel – gaat aan wal en vindt een telefooncel waarin naast het apparaat een aantal muntjes ligt! Deze gebruikt hij om zijn zwager op zijn kantoor te bellen; deze komt hem onmiddellijk halen en zo kan hij een aantal uren bij zijn zuster en haar gezin doorbrengen. Voor allen een paar heerlijke en byzondere uurtjes! Maar dan moet hij weer verder, nu echt naar Ceylon en door naar Nederlands Indie.)

    Cable received at Bombay at august 13 1940.

    Send ten pounds to Mackinnon Mackenzie Colombo. Lugt.

    Definitielijst

    wa
    Afkorting van Weerafdeling, de knokploegen van de NSB.

    Afbeeldingen

    De Viceroy of India Bron: M. Lugt.

    Brief aan boord en aankomst in Bandoeng; 30-08-1940 t/m 10-10-1940

    Lieve Willemien en Tom, 30 augustus 1940.

    Ik zit nu weer een dag aan boord en hoewel deze dag net is als al de anderen is hij voor mij toch anders omdat ik het gevoel heb of ik van iets weg ga.
    Het korte bezoek aan Bombay en het zien van je eigen bloed­verwanten was na alles wat ik zo in de laatste maanden meegemaakt heb zo'n min of meer geestelijke steun zoals alleen het weerzien van familie je geven kan
    Nadat Holland aan mij onttrokken was en toen ik het College ook verlaten had, voelde ik mij min of meer alleen op de we­reld en in een wereld vol moeilijkheden die ik voortaan alleen en zonder enige steun van anderen zou moeten aan­pakken. Sinds ik echter jullie weer gezien heb voel ik wat dat betreft heel anders. Ik ben niet alleen meer maar we zijn met ons drieën op deze wereld om het leven voort te zetten op het plan wat we in het ouderlijk huis gewend geweest zijn.
    Vader schreef in een van zijn laatste brieven voordat de oorlog uitbrak "misschien zal het mijn lot zijn om wat we bestendig dachten tot puinhopen te zien worden, maar dan zal het jouw bestemming, taak en plicht zijn om op die puin­hopen weer op te gaan bouwen."Met dit voor ogen ga ik dan ook min of meer alleen de we­reld in om, laten we hopen niet op vaders puinhopen, een nieuw leven en toekomst te gaan opbouwen en om te trachten als de dag eenmaal komt om naar ons vaderland terug te ke­ren, dit te kunnen doen als de man zoals onze ouders hopen dat uit mij groeien zou. Ik ben er van overtuigd dat dit veel moeilijkheden met zich zal brengen, maar die kunnen in de meeste gevallen wel over­komen worden; alleen hoop ik erg dat ze mij niet meteen weer in het leger stoppen want dan kon het wel weer eens jaren duren voordat ik weer naar het burgerleven kan terug­keren. Het zal echter allemaal wel blijken en ik zal zodra ik in Indië ben laten weten hoe de zaken staan. Ik hoop dat het mogelijk voor ons zal zijn om regelmatig met elkaar in contact te blijven wat mijns inziens met Bombay heel goed mogelijk moet zijn.

    Beste Willemien en Tom, September 1940.

    Ik ben hier op het ogenblik met een stel vrienden in Co­lombo. We zitten aan de kust in een mooi hotel. Het geld is goed aangekomen. Zijn jullie wel eens in Colombo geweest? Over 1 1/2 week zal ik wel in Batavia aankomen.

    Cable received at Bombay at sept.10 1940. Arrived Batavia - Lugt.

    Lieve Willemien en Tom, Bandoeng, 19 september 1940

    Zoals jullie ziet zit ik thans in Bandoeng na een week eerst in Batavia geweest te zijn.
    De reis naar Batavia van jullie af is goed verlopen. In Singapore hadden we maar 2 uur en we gingen dus meteen door naar Indië waar we zondag ochtend vroeg aankwamen.
    In Priok stond de auto van de fabriek waar Wim de Konings vader vroeger directeur van was. We kwamen heel gemakkelijk door de emigratie wat overigens wel veel tijd nam. Tegen 12 uur kwamen wij aan bij de tegenwoordige directeur van de fabriek, de heer Buys, die ons erg hartelijk ontving. We konden daar echter niet logeren, maar Wim kende daar nog een familie Rissink die ons onmiddellijk als zoons hebben opgenomen. Mijnheer Rissink is een hele hoge piet in Indie en we hebben daardoor in de gauwigheid heel wat belangrijke mensen leren kennen.
    De dag na aankomst ben ik naar de bank gegaan, waar natuur­lijk niets van ons geld bekend was, zodat ik van mr.Smit f 100.-- kreeg, die ik binnen afzienbare tijd hoop met het andere geld terug te betalen.
    's Middags had mijnheer Buys gevraagd of ik wat met hem kwam spreken omdat ik hem om raad gevraagd had met het oog op de KPM en die andere banen. Hij heeft mij toen aangenomen voor een nieuwe fabriek die ze hebben in Bandoeng, waar ik nu dan ook werk. Deze fabrieken, zowel in Batavia als in Bandoeng, zijn erg in opkomst en er zijn maar weinig hollanders in het bedrijf. In de tweede plaats zei de heer Buys dat ze bij de KPM etc. wel mensen nodig hadden, maar dat hij het mij erg afraadde om er heen te gaan, omdat je er gewoon een nummer wordt en tegenwoordig minder snel omhoog klimt. Bovendien heb ik ook nu mijn studie niet af, wat wel erg in mijn nadeel is.
    Ik ben dus door hem aangenomen om in Bandoeng te werken. De fabriek betaalt mijn hotel (later ga ik misschien bij een familie). Verder mag en moet ik op de kosten van de fabriek nog lessen etc. nemen en dan zullen ze zorgen dat ik f 40.-- per maand over houd. Een en ander is dus erg in mijn voordeel en ik ben dan ook erg dankbaar met deze baan. Het werk is leuk en ik voel mij wat dat betreft ook thuis. Over een paar maanden zal het salaris wel opgaan tot f 200.-- - f 400.-- denk ik. Ik woon hier nu in een eerste klas hotel, maar het is wel eenzaam, vooral omdat ik vrijwel niemand ken. Dus als ik een geschikte familie kan vinden doe ik dat misschien.
    Toen we hier aankwamen lag er al sinds een week een telegram uit Holland met de vraag of we aangekomen waren.
    Bandoeng is een prachtige plaats, heel anders dan Batavia; Tom, jij bent er toch geweest niet? De regentijd nadert nu, zo telkens een buitje maar het is de hele dag door vrij koel en 's nachts koud, zo zelfs dat mijn tropenjasjes ei­genlijk niet genoeg zijn. Ik heb hier nog 3 broeken en 2 licht gele jasjes laten ma­ken, verder zijn de jasjes van Tom iets vermaakt; bovendien hebben we in Batavia van alles gekregen zodat ik thans een volmaakte uitrusting heb. 's Avonds draagt iedereen hier trouwens gewone pakken, zodat ik blij ben dat ik het niet allemaal weggegeven heb.
    Hoe vinden jullie de toestand in Engeland? En ik vraag mij telkens af waarom ik toch weer zo gelukkig ben dat ik er weg kon. Aan de andere kant heb je wel eens het gevoel of het ook niet mijn beurt was geweest om daar nu mee te vech­ten. Enfin, er is niets meer aan te doen en het is niet uit te maken wat nu goed en wat fout is. Hier hebben ze ons ook nodig (misschien).
    Zoals ik zei is het leven wat kennissen betreft wel erg saai.
    De vorige weekend (mijn eerste in Indië) ben ik met die familie Rissink mee naar hun buitenhuisje op de Poentjak geweest; dit lag 1450 m hoog en het was er dus knap koud. De Poentjak is een pas in het gebergte tussen Batavia en Bandoeng en van uit het huis hadden we het gezicht op twee rokende vulkanen, meer dan prachtig.
    Het leger heeft mij hier niet nodig, ik hoef alleen voor herhaling op te komen over ongeveer 2 à 3 jaar, dus dat valt al weer mee.
    Het werk op de fabriek is wel leuk; in de fabriek moet ik natuurlijk het bedrijf leren kennen maar ik word er telkens op uitgestuurd om orders op te nemen. Daarvoor hebben ze een keurige nieuwe auto op de fabriek waar ik dan mee rond gereden word. Dit is leuk en ook belangrijk werk en ik leer dan ook weer veel belangrijke (en ook onbelangrijke) men­sen kennen. Ik werk van 7 - 12 en van 1 - 5-6 en fiets (de fiets heb ik van de fabriek gekregen) heen en weer van het hotel tot het werk in + 7 minuten.
    Van hier uit wordt veel naar Holland geschreven via Zwit­serland. Je moet een brief in een geopende enveloppe doen en dat weer in een gesloten enveloppe naar kennissen in Z. Ik denk dat ik het maar eens doen zal, gewoon een huis­tuin- en keukenpraatje en oom Frits moet het dan maar keu­ren of het door de beugel kan of niet.
    Ik stop maar weer anders blijft er niets over voor de volgende keer. Laten jullie gauw eens wat horen? Want ik wil mijn enig bereikbare familie in deze wereld niet ver­liezen.

    Lieve Willemien en Tom, Bandoeng 10-10-1940.

    Ik zal maar weer eens schrijven nu ik wat langer hier zit en dus meer ingeburgerd ben. Willemiens brief heb ik ont­vangen en die had er 9 dagen over gedaan Ik hoop dat er meer zullen volgen. Ik ben nu bijna een maand op de fabriek hier aan het werken ik vind het tot nu toe erg prettig. Het soort van werk past wel bij mij: een hoop kleine dingen maken, veel teke­ningen en schetsjes maken en veel kleine beslissingen nemen. Verder is het hier in Bandoeng nog wel erg stil, maar de vol­gende week ga ik bij een familie aan huis wat in de eerste plaats heel wat goedkoper is en ten tweede natuurlijk veel gezelliger. Het is de familie Ingenegeren en tevens een klant van de fabriek, daardoor heb ik hem ook leren kennen. Ze wonen in een groot huis een beetje buiten de stad en dus hoger en hebben nog twee jongens aan huis van de Technische Hogeschool. Ik hoop dus dat ik daar bij pas. Van de week heb ik een avond doorgebracht bij de oude vertegenwoordiger van Werkspoor, de heer Benschop. Het was erg gezellig en we heb­ben natuurlijk veel over de fabriek gepraat en over allerlei werk. Ze waren gedurende de oorlog nog in contact geweest en hadden opdracht gekregen om alles zo goed en zo kwaad te laten doorgaan. Thans leeft de naam Werkspoor hier rustig door en de directeur is de heer Hanrath. Hebben jullie ge­lezen dat de Fokkerfabriek voortdurend gebombardeerd wordt? Arme oom Co, (J.E.van Tijen, een oom van Gerard, toen directeur van de Fokkerfabrieken te Amsterdam) heeft hij daarvoor nu de laatste jaren zo hard gewerkt? Maar wat erger is is dat hier in de krant stond dat het vliegveld Bussum ook aangevallen was. Dit moet natuurlijk het noodlandingsterrein zijn dat die duitsers ook in gebruik genomen hebben. Ik vind het wel erg dicht bij huis, maar in mijn hart zeg ik telkens maar "wat Engeland doet is altijd goed" en perslot is het laten we hopen voor ons aller wel­zijn. Van de week was hier in Indië plotseling Jop Du­tilh uit Rotterdam, die zoals je misschien weet in Amerika studeerde en toen van daar uit met een zeilschip om de we­reld is gaan varen. Ik heb het helaas te laat gehoord dat hij hier was, maar ik heb alles van zijn tante vernomen die hier woont. Hij wou hier echter niet blijven en hoopte weer naar Amerika terug te gaan. Hij kreeg echter regelmatig bericht van huis over Amerika. Van hun huis waren wel alle ramen ingeblazen maar de hele familie was verder in goede welstand.

    (In Memoriam: Jop Dutilh is een vriendje van Gerard van de lagere Montessorischool in Amsterdam. Jop vertrekt in juli 1939 uit Rotterdam om in New York aan de Columbia University te studeren. Zijn bestemming wordt echter anders als hij mee kan varen met de Amerikaanse twee-mast schoener “Yankee” met captain Irving Johnson. De reis om de wereld duurt 1 ½ jaar en in 1940 doen ze in Nederlands –Indie Bali, Soerabaya, Batavia en Sumatra aan. Na terugkomst in Amerika in najaar 1941 neemt Jop dienst bij de Nederlandse koopvaardij als stuurmansleerling op verschillende schepen van de Rotterdamse Lloyd. Zijn laatste schip. de GAROET, wordt op 19 juni 1944 getorpedeerd in de Iindische Oceaan. De meeste opvarenden komen hierbij om waaronder ook Jop Dutilh.)

    Mijn geld uit Engeland is hier aangekomen hoewel er van de f 1000.-- die ik verwachtte maar f 740.-- zijn over gebleven. Hoe het zit weet ik niet maar ik ben toch blij dat ik ze heb. Die $ 20 + f 100.-- die ik van jullie ge­kregen heb kan ik nu terug betalen, maar als jullie het goed vinden zou ik ze graag nog wat houden. Perslot sta ik hier alleen en mocht mij eens iets overkomen, ik bedoel ziekte of zoiets, kon ik ze best nog eens nodig hebben. Laat nog eens weten wat je er van denkt.
    Binnenkort gaat hier een nieuwe regeling in werking over het schrijven naar Holland over Zwitserland en het Rode Kruis. Je krijgt dan aan het postkantoor daarvoor speci­ale brieven etc. en we hopen dat ze zodoende op ongevaar­lijke weg contact met Nederland bereikt hebben. Vinden jullie dat ik daar gebruik van moet maken?

    Van een vriend van mij die ook op dezelfde boot uit Engeland kwam en ook op College was, hoorde ik dat hij een echte brief van zijn moeder had, die over Spanje en Portugal hierheen kwam. Zij schreef dat de ouders van Gerard en Wim de Koning goed op de hoogte waren van hun doen en laten, maar dat van de andere Loughborough-mensen niets bekend was.
    Het is nu de 17e en ik heb deze brief een paar dagen laten laten liggen, vanwege dat ik verhuisd ben. Ik woon nu bij die familie wat erg gezellig is en waar ik met die jongens goed kan opschieten en die mij ook weer meenemen naar hun vrienden. Inmiddels zijn jullie beide brieven gekomen; Willemien schreef dat jullie nog niet precies begrepen wat ik hier op de fabriek eigenlijk doe. Zoals ik geloof ik al schreef zijn er 3 europeanen en ik dan. Eén voor de fabriek + werkplaats, één voor de administratie en de baas voor het technische gedeelte. (De directeur zit in Batavia). Ik ben nu ter aanvulling van de baas en dus voor het technische werk. Ik reken dus dingen uit, teken en moet ook veel naar ondernemingen om bestellingen op te nemen of te bespreken.
    Het is al weer later geworden, de 26e nu. Ik ben namelijk door een taxi op de fiets aangereden die mijn arm geschaafd heeft, die ik zodoende niet gebruiken kan. Het deed geen pijn en was alleen maar dik. De rechter natuurlijk. Ik heb toen maar van schrik een ongevallenverzekering ge­sloten die mij f 40.-- per jaar kost, maar als ik nog eens zoiets krijg dan kan ik het misschien niet eens betalen. Het leek mij in mijn geval wel verstandig, Ik woon nu ongeveer 14 dagen bij die mensen en ben er al als kind aan huis; het geeft ook wel een hoop afleiding, want als je zo alleen zit denk je ook wel eens te veel. Enkele dagen geleden kreeg ik plotseling een brief van Hanrath van Werkspoor die mij schreef dat ze gehoord hadden dat ik hier zat en of ik eens in Soerabaya kwam praten, om­dat ze misschien werk voor mij hadden. Mijn chef hier in Bandoeng neemt gelukkig het standpunt in van alles proberen en niet direct in één baan blijven omdat je daar nu zit, en geeft dus volle toestemming om daar eens mijn licht op te steken. Ik ga er nu binnenkort eens heen om poolshoogte te nemen. Als ik meer verdienen kan ga ik hier natuurlijk weg hoewel het klimaat in Bandoeng en Soerabaya wel een erg ver­schil moet zijn. Ik zou het wel leuk vinden om in de vreemde mee te helpen aan de wederopbouw van Werkspoor nu vader dit niet meer doen kan. Perslot is de Biek zoals wij het vroeger noemden ook een stukje van ons leven. Tom schreef: "doe veel prac­tijk op en als de oorlog afgelopen is kun je misschien dan nog doorgaan met de studie". Jullie moeten echter niet ver­geten dat ik voor mijn leeftijd een buitengewone hoeveel­heid practijk gehad heb. Al die vacanties in fabrieken en 1 1/2 jaar in Engeland is bij elkaar een hele boel. Wat ik nog nodig heb is het verbeteren van de theorie en ik hoop dan ook nog hier lessen te gaan nemen als het leven in een vastere baan loopt. Perslot heb ik van vader al dat geld gekregen voor College en onderhoud. Het onderhouds- gedeelte heb ik ruimschoots opgebruikt, de rest kan dus weer als leergeld dienen nu ik voor mijzelf kan zorgen. Ik heb hier langzamerhand al een hele correspondentie met kennissen die ik wist dat in Indië waren en ongeveer waar. ‘Tante Post' heeft de rest voor mij uitgezocht. Bovendien ontmoet ik voortdurend mensen die vader en moeder goed kennen of in ieder geval ooms en tantes en de meeste ingenieurs die bij ons op de fabriek komen zeggen: "Lugt, familie van Lugt van Werkspoor?" Het trotse antwoord is dan natuurlijk altijd weer: "Ja mijnheer, mijn vader".
    Marietje Schippers heb ik nog niet gezien omdat ze niet in het telefoonboek staat en ik dus niet weet of ze hier woont, maar ik zal het eens uitzoeken; ook Renske Lugt. Het is al­tijd merkwaardig het antwoord van de een of ander te krijgen op mijn eerste brief. Ze denken dan natuurlijk dat ik ook wel een oorlogs-slachtoffer geworden zou zijn. Ik heb ook net een brief weg aan mijn slapie uit Ede waar ik mijn diensttijd mee doormaakte, Jan Nienaber uit Bussum, die zal ook wel niet weten wat hij hoort. Karel Kinderman uit Hil­versum schreef ook een brief, hij staat op het punt van trouwen. Die mijnheer Reyneke heb ik ontmoet. Toevallig zat hij aan boord van de KPM-boot van Singapore. Ik heb hem echter niet nodig gehad. Van van der Veen kreeg ik nog een brief uit Singapore; hij heeft het er geloof ik wel naar zijn zin. Ook kreeg ik nog brieven van andere lui van de Viceroy. Dat was toch wel een reis die ik niet gauw vergeten zal. Ik ben ook nog steeds dankbaar dat ik jullie ook weer gezien heb. Het maakt zo'n groot verschil als je je kan voorstellen hoe alles daar is. Leuk dat jullie een beetje met vacantie kunt gaan, het zal jullie ook goed doen. Is er al iets bekend wat er met het komende verlof gaat gebeuren? Of wordt er maar net gedaan of er geen is? Bandoeng is anders een heerlijke plaats om op je verhaal te komen.
    Wat denken jullie van de toestand? Ik vind het verre van mooi, vooral nu het ook weer deze kant op schijnt te komen.
    Op de fabriek hier, d.w.z. mijn directeur in Batavia, is woedend dat ik weg ga, omdat ik getoond heb dat ik bruikbaar was en ze hadden dan ook grootse plannen met mij. Ik stoor me echter er maar niet aan hoe graag ik ook wat het werk be­treft zou blijven. Bovendien is mijn chef hier de beste man die je je maar wensen kan en het spijt mij voor hem dan ook dat ik weg ga, want we konden goed met elkaar opschieten en hij mocht mij geloof ik heel graag. Maar Werkspoor, daar hoor ik op het ogenblik bij en daar ga ik dus heen. Ik heb van mensen die ik heb leren kennen hier een heel oud fordje gekregen waar ik nu mee rond tuf .Zoals je weet kost dat in Indië vrijwel niets omdat je geen belasting betaalt. Dit is voor zondags en zo wel een uitkomst. Deze week-end ben ik bij Marietje Schippers geweest, zij zal Willemien meteen ook weer eens schrijven. Het was enig gezellig, ze heeft een buitengewoon aardige man en twee schatten van jongens. Ik ga er vast regelmatig heen. Haar man had alvast voor zijn oudste zoon een mooie electrische trein gekocht waar we dan ook een hele middag met ons tweeën mee gespeeld hebben, waar zoonlief natuurlijk niet bij mocht wezen. Het oude liedje dus.
    Ik verlang er naar nog iets van jullie te horen. Ik ga hier weg op 1 januari, zodat jullie na die tijd maar naar Werkspoor Soerabaya moeten schrijven. Kerstmis en Nieuwjaar staan ook al weer voor de deur, maar ik verlang er niet naar omdat het mij zo aan thuis zal herinneren en ook omdat het door mij in een vreemde omgeving gevierd zal moeten wor­den. Enfin, we maken geen van allen een prettige tijd door en ik heb nog niet te klagen ook.
    Deze brief is een paar dagen blijven liggen en zodoende kreeg ik vanmorgen twee brieven van Willemien met het goede nieuws. Ik ben blij dat de familie er goed afgeko­men is, behalve dan dat mijns inziens vrijwel de hele familie van Tijen nu werkeloos is: Oom Wim zijn kantoor kwijt ( Willem van Tijen, architect te Rotterdam), , oom Rem natuurlijk ook zijn baantje. Ook sprak ik hier een vlieger die in Vlissingen geweest was en die mee geholpen had de "Schelde" op te blazen en Oom Co is natuur­lijk ook zijn Fokkerfabriek kwijt. Langzamerhand blijkt het toch dat er heel wat mensen bericht krijgen uit Holland op de meest uiteen lopende wijze.
    Wanneer zal het allemaal afgelopen zijn zodat we weer naar huis kunnen gaan en 's avonds langs de Breedelaan naar de Zandzee kunnen lopen of de zon zien ondergaan boven de Meent?
    Ik stop maar weer eens; in het vervolg hoop ik beter op tijd te zijn met mijn brieven. Ik hoop dat jullie niet op deze hebben zitten te wachten.

    Afbeeldingen

    s.s. Garoet Bron: M. Lugt.
    Job Dutilh Bron: M. Lugt.
    de Yankee (na-oorlogse foto) Bron: Wilco Vermeer.
    de Poentjakpas Bron: M. Lugt.
    Als vorige foto Bron: M. Lugt.

    Brieven uit uit Bandoeng en Soerabaya; 28-11-1940 t/m 01-07-1941

    Beste Willemien en Tom, Bandoeng, 28 nov.1940.

    Ik heb nog wel niets van jullie gehoord maar ik zal toch maar weer eens schrijven omdat ik belangrijk nieuws heb. Gisteren kreeg ik een brief uit Engeland met ingesloten een Rode Kruis brief van vader. Ik sluit hem echter niet hierbij in omdat ik het risico niet wil lopen dat hij ver­loren raakt. De inhoud was de volgende:

    "GEHELE FAMILIE ONGEDEERD AAN GEWONE
    "WERK; HEBBEN BUSSUM NIET VERLATEN;
    "DOE JE HETZELFDE WERK ALS DEZE WINTER?
    "WIJ DENKEN VEEL AAN JE MET HARTELIJKE

    "LIEFDE";

    Getekend met vader zijn handtekening en geschreven in blok­letters . De datum van verzending was 27 juni 1940. Wanneer hij in Engeland was weet ik niet, maar hij heeft er wel lang over gedaan zoals je ziet. Het volgnummer van het Rode Kruis was 055, waaruit ik opmaak dat vader een van de eersten is geweest. De uitdrukking: doe je hetzelfde werk als deze winter slaat natuurlijk op het feit dat ik toen in het leger zat. Ik kan nu deze brief gebruiken om weer terug te schrijven ook. Ik heb dit trouwens al eens gedaan per R.K.formulier . Ik zal hier in de brief een in­sluiten voor jullie die je mij dan weer terug kan sturen,, waarna ik hem onder mijn naam terug stuur. Dit ter voorkoming van jullie engelse adres.
    Verder heb ik nog meer nieuws voor jullie, namelijk dat ik mijn tegenwoordige betrekking ga verlaten op verzoek van Werkspoor Soerabaya, niet om daar leuker werk te krijgen dan ik hier heb, maar omdat het Werkspoor is en omdat ik dit doen wil voor vader, omdat ik zeker weet dat het een van zijn liefste wensen was dat ik daar ook eens bij zou komen en zeker nu in deze tijd. Ik ben een paar dagen in Soerabaya geweest om er over te spreken met de heer Hanrath en ik heb daar tevens weer een hoop echte oude vrienden uit Hol­land ontmoet van Loosdrecht (In zijn schooljaren zeilde Gerard in de Sharpie 12H16 op Loosdrecht ) en zo. Ik ben daar ook uitgeweest met mijn oude slapie uit mijn diensttijd, Jan Nienaber , van de makelaar uit Bus­sum. Deze heeft weer een tante in Amerika en daar krijgt hij regelmatig berichten van, die dan ook al zijn moeders brieven doorstuurt. Hij heeft nu ook over mij geschreven en we hebben het zo opgesteld dat ze hoop ik er uit kunnen opmaken dat ik naar Werkspoor ga.

    Beste Willemien en Tom, Bandoeng, 17-12-1940.

    Het loopt weer tegen het einde van het jaar 1940 en dan is het zo gebruikelijk om elkaar iets goeds toe te wensen voor Kerstmis en Nieuwjaar. Ik kan dit echter dit keer niet zo van harte doen, omdat na alles wat het jaar 1940 ons en de onzen gegeven heeft en alles wat 1941 geven zal, een wens zoals vorige jaren haast niet op zijn plaats is. Toch hoop ik dat het jaar 1941 voor ons zo goed mogelijk mag verlopen en dat onze ouders en familieleden vrij zullen blijven van alle verschrikkingen die de bezetting van Holland mee brengt. Ik zelf denk aan dit jaar terug met vele gemengde gevoelens. Hierbij zie ik hoe ik persoonlijk door toevallen aan de verschrikkingen van deze oorlog gespaard gebleven ben. Dit is voor mij natuurlijk prettig geweest, hoewel het me niet gelukkig maakt. Het feit dat al je vrienden en kennissen die gevaren ziet doormaken en dat je zelf daar niet aan mee doet, geeft mij dikwijls veel te denken. Hoe het komt dat mijn leven altijd zo op rolletjes loopt, dat op het laatste moment de dienst mij naar Engeland liet gaan, dat vader mij geld stuurde waardoor het mogelijk was om weer naar vaderlandse bodem te reizen, is mij vaak een raadsel. Veel van al dit geluk schrijf ik toe aan de voortreffelijke ouders die wij hebben, en dit is iets wat je als je ouder wordt en vooral als je zo van hun afgerukt wordt als wij pas begint in te zien. Het is dan ook eigenlijk nu pas dat ik goed begin in te zien met welk een ontzettende liefde en zorg we altijd omringd geweest zijn. En ik hoop dan ook dat eenmaal de tijd zal komen dat we elkaar weer allen aan het hart kunnen drukken, zonder dat het verleden er al te veel tussen in komt.

    De Kerstdagen zal ik hier bij Marietje en Han doorbrengen wat ik erg prettig vind omdat ik toch veel dichter bij hen sta dan bij wie dan ook die ik hier ken. Ik ben ook van alle kanten voor de Kerstmis uitgenodigd, maar bij Marietje voel ik mij toch meer thuis. Verder ben ik dan in mijn laatste 14 dagen hier en het verblijf hier is voor mij heerlijk geweest en het zal mij spijten afscheid te moeten nemen van vele kennissen die ik hier gemaakt heb om weer geheel opnieuw te beginnen in Soerabaya. Ik ga daar even voor Nieuwjaar heen zodat ik 2 januari aan het werk kan. Maar ook wat het werk betreft zal het mij spijten hier weg te moeten, want een betere en leukere baan was moeilijk denkbaar. Maar Werkspoor is Werkspoor en het werk daar zal ook wel weer meevallen. Vorige week ben ik de weekend in Batavia geweest om over Wim de Koning te spreken die erg begint te merken dat hij nog te weinig kent. Ik ben er heen gevlogen, iets dat ik mijzelf voor St.Nicolaas cadeau gegeven heb.
    Het is een prachtige tocht van 20 minuten (3 uur met de trein) over bergen en ontzettend veel water, want daar is hier geen gebrek aan. Terug ben ik met de trein gegaan om de vliegtocht weer goed te maken. Wim de Koning komt nu in mijn plaats in Bandoeng en ik ben bezig lessen voor hem uit te zoeken, zodat hij hier wat doorstuderen kan.

    Ik heb ook een brief naar Amerika weg en hoop antwoord te ontvangen. Als het mogelijk is stuur dan eens een brief van moeder op, ik wil zo graag het handschrift weer eens zien. Mijn adres vooreerst weten jullie nog. g niet: c/o Werkspoor, Tandjong Perakweg 433/435 Soerabaya.

    Beste Willemien en Tom, Soerabaya, 5-1-1941.

    Willemien hartelijk dank voor haar brief met ingesloten die van moeder. Ik heb zelf inmiddels een lange brief van moeder gekregen die ik hierbij insluit, hoewel hij in grote trekken hetzelfde inhoudt als die van jullie. Het merkwaardige is echter dat hij in een maand hier was als antwoord op een brief die ik naar oom Frits en tante To in Zwitserland stuurde en die hem maar overgeschreven hebben om naar Holland door te geven. Dat ze precies weten hoe het met ons staat blijkt overal wel duidelijk. Ik zit nu sinds 1 januari hier in Soerabaya op Werkspoor en heb het heel goed. Bandoeng is dus weer afgelopen en ik heb daar niets dan prettige herinneringen aan. Het werk was leuk en prettig en de mensen waarmee ik omging even goed en aardig. Ik heb er veel geleerd en zal die tijd dan ook niet gauw vergeten. De 30e ben ik daar weggegaan, uitgeleide gedaan door een stroom van kennissen en met een pracht van een getuigschrift van de fabriek op zak.

    Oudejaarsavond vierde ik bij de familie waar mijnheer Hanrath aan huis woont, want misschien weten jullie dat z'n hele familie in Holland is, zodat hij hier moederziel alleen zit. Nu woon ik weer bij vrienden van hem aan huis, de familie Brants die Tom goed kennen omdat mijnheer met hem studeerde of zo iets. Hij is hier agent van de Koloniale Bank en woont in een kast van een huis waar ik een ei­gen paviljoen heb. Ik ben hier maar tijdelijk tot ik of die mensen die zich mijn lot aantrekken iets gezelligs gevonden hebben waar ik aan huis kan. Mijn Fordje heb ik weer verkocht voor bijna de dubbele prijs, zodat ik vrijwel al die maanden in B. voor niets gereden heb. Ik mis hem wel natuurlijk, maar ik heb er zo veel plezier van gehad dat dat een hoop goed maakt en hier zou ik er toch niets aan hebben.

    Het is al weer een dag later en ik kreeg net het boek wat jullie mij stuurden. Hartelijk dank, ik zal het snel lezen. Ik heb het anders erg druk hier, in de eerste plaats op de fabriek waar ontzettend hard door ons gewerkt moet worden en nu ook nog met het gewoon raken aan al het nieuwe in deze stad. Op Werkspoor werk ik nu van half acht tot meestal om en nabij zes uur met een pauze voor het koffie drinken net zo lang als we nodig hebben om onze boterham op te eten. Ik zit dan met mijnheer Hanrath en de heer van der Veer in een kamer gezellig even te eten, maar dan is het al gauw weer werken. Zaterdagmiddag werken we ook door en zondags zal binnenkort ook wel ingeschakeld worden. Ik vind het echter geen naar idee, ook wel omdat ik het gevoel heb dat ik min of meer voor mijn eigen vader werk. Ik zal eens naar de heer Smit schrijven hoe het met het geld staat Ik wist niet beter dan dat ik dat van jullie had. Indien het anders is, wat ik mij niet zou kunnen voorstellen, zal ik het onmiddellijk aan hem terug sturen. Ik heb waarschijnlijk ook een nieuw kosthuis gevonden of liever, het is door mijnheer Hanrath gevonden (die hier als een vader voor mij zorgt) bij een familie van Aalst. Mevrouw kent moeder goed en mijnheer was met oom Henk in Delft. Ik heb hier anders nog niemand ontmoet die vader of moeder of in ieder geval een deel van onze familie niet kende. De wereld is toch eigenlijk te klein. Ik maak hier anders met de meest vooraanstaande mensen van S. kennis, alles door die mensen waar ik dan nu logeer en verder door mijn baas. Het kan nooit kwaad natuurlijk.

    Het is al weer een dag later en weer 11 uur, vandaar ook de vele fouten die ik maak, want deze brief is uitsluitend geschreven na 11 uur en na een vermoeiende dag. Want hard werken moeten we hier. Ik dacht tenminste dat ik in Bandoeng hard gewerkt had, maar dat is hier nog wel wat anders. Ik zal het hier dan ook maar bij laten in de hoop dat jullie uit deze brief zo'n beetje kunt opmaken wat mijn eerste indruk is van Soerabaya. Moeders brief die ik van jullie kreeg zal ik met de volgende terug sturen als jullie dan tenminste ook die van mij terug sturen, want ik ga ze be­waren als goud.

    Beste Willemien en Tom, Soerabaya, 3 maart 1941.

    Eindelijk heb ik de tijd en moed om wat van mij te laten horen. Een van de oorzaken dat ik zo lang niet geschreven heb is dat ik een maand in Magelang onder dienst geweest ben. En jullie weet wel dat je dan nooit ergens toe komt. Ik heb overigens wel een leuke tijd gehad en heb vooral veel van het land gezien wat natuurlijk voor mij allemaal nieuw is.
    Nu eerst het voornaamste: ten eerste kreeg ik een lange brief van vader van 7 december. Vrijwel dezelfde nieuwtjes als die moeder tot nu toe schreef. Ook schreef hij over zijn werk, maar helemaal niet opgewekt. Dat wil zeggen dat er voor hem niet veel meer te doen valt, iets voor vader onbekends. Bovendien zijn zijn mooie diesels nu stoommachines aan het worden, wat in zijn ogen natuurlijk een erge achteruitgang is. Verder het gewone dat Pans weer aan de studie is en Marianne ook, behalve de twee wintermaanden die ze vacantie had en dus thuis was en een grote steun voor moeder die het erg druk heeft zo zonder dienstbode Ook was het erg koud in het grote huis met maar één kamer verwarmd.

    Net werd ik opgebeld door die vriend van mij uit mijn diensttijd, Jan Nienaber , dat zijn ouders geschreven hadden dat ze bij vader en moeder geweest waren om te vertellen dat ik nu in Soerabaya woonde, maar dat het al bekend was. Met andere woorden dat mijn brief doorgestuurd door Korthals Altes (waar ik ook net een briefje van kreeg dat ze mijn brieven en die van Marietje doorstuurden) goed aangekomen is. 0 ja, Opa maakt het ook uitstekend maar wordt met de dag kleiner, schreef vader. Ook zien ze hem weinig omdat het zo donker is in Bussum.
    Met het werk gaat het goed, alleen is het beestachtig druk. Om half acht naar kantoor en meestal pas om zeven uur klaar. Zaterdag ook en zondag de halve dag. Maar het werk is prettig en ik heb telkens het gevoel dat ik min of meer voor vader werk, wat in deze tijd een hoop waard is.

    Jaap Lugt schreef ook een brief uit Zwitserland; de rest van de familie gaat waarschijnlijk naar Amerika maar hij mag niet mee omdat hij nog de militaire leeftijd heeft en dus niet door Frankrijk mag.

    Ik maakte hier kort geleden kennis met de Reinekes ( Mevrouw Rreineke was een engelse vriendin van Gerards moeder) , ik heb er gegeten en een heerlijk mondje engels gepraat. Ze zullen mij wanneer er eens iets van de engelsen is meenemen, zodat ik met die kring van mensen ook kennis maak. Ik leer hier anders zoveel mensen kennen dat het haast te veel wordt; iedereen moet ik beloven te komen eten en het liefste wat ik doe op het ogenblik is eigenlijk maar rustig thuis blijven na het harde werken op het kantoor.
    Ik zit nu weer voor een dag of tien bij de familie Brants waar ik voor mijn diensttijd ook zat en dan ga ik naar die familie van Aalst toe, wat dan mijn vaste woonplaats moet worden.
    Ik wil ook graag jullie mening hebben over dit onderwerp: Indië heeft een tekort aan vliegers en je kunt nu een vrijwel gratis opleiding krijgen als vlieger en dan, indien de nood aan de man komt, voor militair doorgaan. Ik zou mij indien mogelijk graag er voor opgeven, maar het feit dat het iets is waar vader en moeder een grote angst voor hebben houdt mij er nog van terug. Laten jullie er je gedachten nog eens over gaan. Het gaat hier óf om het feit van maar liever geen risico nemen óf heeft ons Vaderland het nodig? Schrijf daar vooral gauw eens over terug.

    Ik stop weer eens, het is al bijna middernacht en ik val om van de slaap na al die drukke werkdagen.

    Lieve Willemien, Soerabaya, 18 april 1941.

    Ik zal maar vast beginnen met je te schrijven om je te feliciteren met je verjaardag. Verder gaat het leven hier nu weer zo zijn gewone gangetje. Het werk is heerlijk en de laatste 14 dagen weer normaal, nadat we drie maanden als gekken gewerkt hadden. Ik begin nu dan ook weer eens een beetje vrije tijd te krijgen en ontmoet langzamerhand al mijn oude kennissen uit Holland en zo. Verder ben ik nu ook aan het vliegen want dat is allemaal voor elkaar gekomen. Ik moest natuurlijk door een ongelooflijk zware keuring maar ben er gelukkig met vlag en wimpel door gekomen, zodat ik nu zeker weet dat mijn lichaam 100% is. Ik word nu eerst opgeleid voor gewoon sportbrevet en als ik dat gehaald heb ga ik vanzelf over naar de land- of luchtmacht. Vlug gaat het echter niet en het zal nog wel heel lang duren voor het zover is. We vliegen nu woensdags en zaterdags.

    We hebben hier net Pasen gehad en ik heb met nog een vriend van mij die ook in Engeland op het College was en ook met mij de reis maakte, en nog een jongen die ik kende uit Hol­land gelogeerd op Tretes (dat is hier een 60 km vandaan in de bergen en dus koud) bij een oud vriendinnetje van mij uit Loosdrecht die hier nu met haar ouders vanuit Sumatra met z.g. Europees verlof is. We hadden een reuze leuke tijd en ik heb eindelijk na een paar maanden weer wat kleur op mijn gezicht. Zaterdag waren we in Malang waar een groot feest was. Ik zag daar nog even Marietje die daar nu woont. Van thuis hoorde ik natuurlijk niets meer, hoewel ik hoop dat er eindelijk nog eens bericht over Amerika zal komen. Ik heb anders de laatste tijd een paar keer geschreven, om­dat zoals de toestand nu is het wel eens helemaal af kon lopen met het geschrijf over Zwitserland of Amerika.

    Voor ik het vergeet, ik las laatst in de krant dat Jan Robertson thans op last van Hitler baas van de Amsterdamse Bank is geworden. Die heeft dus wel zijn best gedaan om ons landje te verraden, de schoft. Enfin, ik hoop dat hij er nog eens danig spijt van zal hebben. Zo gaat de tijd langzaam maar toch ook weer snel voorbij, hoewel ik het wachten terwijl ik niet weet waarop mij danig de keel uithangt. Ondanks dat ik hier een makkelijk en prettig leven heb, begin ik langzamerhand toch erg te verlangen naar mensen uit mijn vroegere leven, en om niet altijd te zijn met vreemden die alleen maar aardig tegen je zijn. Want iets van echte liefde voor iets of iemand heb ik niet meer gekend sinds ik van vader en moeder op het Centraal Station in Amsterdam afscheid nam. En toch is dat iets wat iedereen op zijn tijd wel eens nodig heeft. In elk geval ben ik de enige niet, ook ik zal als vele anderen het nog een tijdje uithouden. Hoe het ook zij, laat wat van jullie horen voordat ook wij van elkaar afgesneden worden, want wat dat betreft ben ik niet zo hoopvol gestemd.

    Lieve Willemien en Tom, Soerabaya, 7 mei 1941.

    In de eerste plaats Willemien hartëlijk dank voor haar brief, die wel wat op zich had laten wachten, maar dat zullen we maar aan de vacantie die jullie nu hebben toeschrijven. Ik vermoed echter dat die nu wel over is.
    Ik stuur hierbij terug twee brieven van thuis die ik in de loop der tijden van jullie kreeg. Ik heb ze vele malen gelezen, maar jullie moeten ze nu verder maar goed bewaren. Ik zelf kreeg geen brieven meer en ik zie de toestand wat dat betreft langzamerhand donker in. Ook van oom Frits en tante To hoorde ik nog niets. Wat ontzettend van oom Co, ( J.E. van Tijen, ex-directeur van de Fokkerfabrieken,), als ze je eenmaal te pakken hebben laten ze je niet meer zo snel las. Hierbij een stukje uit de krant , waaruit blijkt dat hij niet meer directeur van Fokker is, anders had zijn naam er wel bij gestaan. Verder vind ik moeders brief erg somber, en dan te weten dat ze nu, nu ze het thuis zo nodig hebben om wat van ons te horen, niet kunnen schrijven.

    Mijn leven gaat hier volkomen op rolletjes en als ik niet voortdurend met mijn gedachten thuis was, zou ik volmaakt gelukkig zijn hier. Het werk gaat uitstekend en ik werk nog steeds erg hard. Harder dan ooit tevoren in mijn leven. Toch is het iets minder druk dan vroeger, want ik heb nu toch meestal wel zondag normaal vrij en zaterdag tot een uur.

    ………… mutilated by Java censor]

    dat we hier toch maar ineens van een agentschap een eigen zaak zijn geworden, met alle daaraan vastzittende binnen­ en buitenlandse verantwoordelijkheden. Ik krijg hier op het ogenblik f 125 .-- , wat natuurlijk erg weinig is, maar dat wist ik van te voren; als ik hier was uitsluitend voor geld dan had ik in Bandoeng moeten blijven. We doen hier met ons drieën (dat is de bezetting van het kantoor in Soerabaya) zo zuinig mogelijk en ik ben perslot geheel onafhankelijk. Bij die familie waar ik woon betaal ik heel weinig en zodoende kom ik wel rond. Verder is Hr. Hanrath als een vader voor mij en al diens vrienden waar ik kind in huis ben zijn ook meer dan aardig voor mij. Ik heb hier dan ook mijn kennissen in de "Upper Class ", wat natuurlijk nooit kwaad kan. Verder is Frits van Aalst waar ik woon een van de belangrijkste mensen van S., zodat ik daarmee overal een introductie heb. Verder denk ik dat mijn salaris binnenkort belangrijk naar boven zal gaan, zodat ik mij wat vrijer bewegen kan. Ik zal echter de laatste zijn die er om vraagt, want ik heb hier, meer dan ergens anders, mijn eigen naam en vooral die van vader hoog te houden, en ik wil onder geen voorwaarde dat daar op enige manier maar het minste van gezegd wordt.

    Met het vliegen ben ik weer even opgehouden omdat ze eerst de ouderen volkomen klaar willen krijgen, zodat er meer tijd is voor de nieuwen. Ik begin nu weer over een week hoop ik. Toch ben ik al de lucht in geweest en het is werkelijk prachtig om over dit land te vliegen.
    Ik ben anders de laatste tijd niet erg hoopvol gestemd wat de toekomst betreft, maar we zullen en moeten ons er door heen bijten. Toch is het laatste jaar dat ik nu zo alleen door deze wereld zwalk gauw omgegaan en ik hoop dat de tijd die ons nog rest net zo snel moge voorbij gaan. Want ik heb wel in de gaten dat ik niet iemand ben om alleen te zijn, omdat ik mij in dat geval soms dood eenzaam kan voelen. Hoe staat het anders in Bombay ? Ik lees hier dat het er soms wel wat onrustig is. Heb je onze ...... *(censor) uit Loosdrecht die daar tijdelijk wonen. Alleen al om weer onder een deken te slapen geeft al zo'n voldoening. Het is ook merkwaardig hoe in zo'n heet land een paar hon­derd meter zo'n verschil kan maken.

    Net dat ik de brief op de bus wil doen krijg ik nog een briefje van moeder, weer veel hetzelfde. Ze weten nu uit mijn eigen brief dat ik in Soerabaya zit. Oom Co is goddank vrij gekomen maar is niet meer bij Fokker. Hij woont nu aan zee en rust uit van de vermoeienissen. Ik kan niet uit­maken hoe lang de brief er over gedaan heeft want een datum staat er niet op, alleen schrijft moeder dat er veel crocusjes en sneeuwklokjes in de tuin staan.

    Lieve Willemien en Tom, Soerabaya, 1 juli 1941.

    Eindelijk zal ik dan weer eens schrijven, want het is weer een hele tijd geleden dat ik iets van mij liet horen. Ik ben echter weer een maand …………………(censor) en je weet wel dat er dan van schrijven weinig komt.

    Ik was weer in dezelfde plaats als de vorige keer en heb eigenlijk min of meer een maand vacantie gehad. Ook dit keer heb ik weer gezeten op een …… .(censor) Java een beetje bekeke n, wat werkelijk altijd even mooi is. Ik ben nu sinds een paar dagen in Soerabaya en ben weer met mijn neus in een hele hoop werk gevallen want het gaat het kantoor uitstekend. Hetgeen in deze tijd van bloei van de Nederlands Indische Industrie niet te verwonderen is.
    Maar als je denkt dat we toch alleen maar een agentschap waren is het toch verheugend. Vlak voordat ik in dienst ging hadden we het 50-jarig bestaan van Werkspoor B.V. We hebben er een kleine plechtigheid van gemaakt, waarbij de Commissarissen aanwezig waren. Ik heb hier op mijn kamer een foto van het geheel en ik zou niets leuker vinden dan die naar huis te kunnen sturen om als bewijs te dienen dit ik ook een Werkspoorman geworden ben.
    Binnenkort ga ik waarschijnlijk weer verhuizen en kom dan naast de heer Hanrath te wonen in een gezellige buurt. Verder is het leven hier in S. wel gezellig en ik kom hoe langer hoe meer in de kennissen. Ook heb ik een enorme salarisverhoging gekregen met de mededeling dat ze nu weten wat ze aan me hebben en dat ik nu verder nog weer regelmatig meer zal krijgen. Met het vliegen gaat het nog niet erg en ik ben sinds mijn vorige brief niet weer de lucht in geweest. Ik hoop echter binnenkort weer te beginnen als ............... (censor).

    Voor het werk is het wel erg vervelend, maar mijn salaris gaat gewoon door en ik merk er persoonlijk dus weinig van.
    Ik heb inmiddels deze brief 3 dagen laten liggen en in die tussentijd kreeg ik Willemiens brief en een van Oom Frits , die er maar liefst een jaar over gedaan heeft om mij te vinden! Zover ik kan nagaan zitten er 15 adressen op, maar hij is telkens weer met papiertjes overgeplakt , zodat het niet nauwkeurig na te gaan is. Ook ben ik plotseling weer met vliegen begonnen; ik hoop er tezijnertijd nog een verdere opleiding te krijgen.Voorlopig haal ik nu alleen mijn sportbrevet.
    Ik was eerst van plan de brieven van thuis maar niet door te sturen, maar ik zal het toch maar doen want hoewel ze voor mij zijn lijkt het mij voor jullie toch leuker ze te zien. Ik wil ze echter wel graag bewaren, dus stuur ze bij gelegenheid weer eens terug.

    Hoe is de toestand verder in Bombay ? En wat is de mening over Rusland? Toen ik het hoorde zat ik net onder dienst en we hebben snel een biertje van vreugde gedronken over het feit dat de moffen nu nog meer klop zullen krijgen.
    Ik ben net lid van de sociëteit geworden hier. Als je dat niet bent is het vrijwel onmogelijk om met je kennissen uit te gaan, want iedereen gaat daar altijd heen. Over het salaris wat ik heb nog dit: ik weet best dat ik ergens anders waarschijnlijk meteen 1 ½ - 2 maal zo veel kan krijgen, maar jullie moet niet vergeten dat elke cent die we hier sparen misschien eenmaal betekent dat onze eigen ouders en de zaak waar vader zijn hele leven voor gewerkt heeft er de vruchten van plukken. Mocht dat niet nodig zijn dan kunnen wij die er voor gewerkt hebben de buit verdelen en dan zijn die paar jaar die ik hier doorgebracht heb met een beetje minder dan een ander niet zo erg. Bovendien stichten we hier een pensioenfonds, ook daarin ben ik opgenomen

    Afbeeldingen

    Foto bij de brief van 01 juli 1941 Bron: M. Lugt.

    Brieven uit Soerabaya; 29-07-1941 t/m 19-12-1941

    Beste Oom Frits en tante To , Soerabaya 29 juli 1941.

    Tante To hartelijk dank voor haar gezellige brief waardoor ik dan meteen jullie adres weet. Wat heerlijk dat jullie goed in Amerika aangekomen bent. Ik hoorde van Jaap al dat jullie vertrokken waren. Vlak voor jullie brief kwam kreeg ik er nog een van oom Frits die geschreven was vanuit Zwit­serland en die er meer dan een jaar over gedaan had om mij te vinden. Zover ik kan nagaan stonden er ongeveer 15 adres­sen op! Van thuis krijg ik nog vrij regelmatig berichten die Jaap zeer trouw telkens voor mij doorstuurt.

    Met mij gaat het hier uitstekend, ik ben thans niet meer in Bandoeng werkzaam maar bij ons aller Werkspoor. Ik help hier, al is het onder veel moeilijker omstandigheden, de naam "Werkspoor" hoog houden, iets dat mij grote voldoening geeft en voor vader natuurlijk ontzettend leuk is. Ik ben dan ook 1 januari uit mijn andere baan gegaan, op verzoek van de mensen in Soerabaya van Werkspoor, onder het motto dat ik ook één van de familie ben. Intussen voel ik mij in Indië geheel thuis en hoop ook hier te kunnen blijven als normale omstandigheden zijn teruggekeerd. Indië is een mooi land, voor iemand die wil is er een hoop te doen en te bereiken, vooral nu natuurlijk nu we zo op ons zelf zijn aange­wezen.

    Het ziet er anders in onze omstreken ook niet zo mooi uit; ik denk echter niet dat het vooreerst zo'n vaart zal lopen en we zullen dus maar rustig afwachten. Op het ogenblik ben ik naast mijn werk druk bezig ……….(censor) om indien mogelijk mezelf zo nuttig mogelijk te maken. Laat dit echter niet naar thuis uitlekken, want dat zou ze waarschijn­lijk onnodig ongerust maken.

    Verder is er niet veel nieuws en ik hoop jullie binnenkort nog weer eens te schrijven. Nogmaals hartelijk dank voor jullie brief en de groeten aan de rest van de familie,

    Gerard

    Lieve Willemien Soerabaya, 15 september 1941

    Het leven gaat hier met een ontzettende snelheid voort ik weet nauwelijks waar de tijd lijft. Ik ben weer in dienst geweest en moet aan het einde van de maand weer opkomen. Hier gaat zoals je ziet heel wat tijd inzitten. Inmiddels heb ik onder de bedrijven door mijn vliegbrevet gehaald, wat met zich brengt dat ik nu vrijwel al mijn vrije tijd in de lucht zit. Binnenkort gaan ze hier dan ook beginnen met ………………….…(censor) waar jullie al van gelezen hebt en waar ik nu ook bij kom. Hier heb ik enorme voor­sprong omdat ik de enige ben die al vliegen kan. Ik hoop nu ook niet meer bij de (censor) opgeroepen te worden en er wordt grote moeite gedaan mij er voor het eind van de maand uit te halen. Ik heb anders daarbij promotie gemaakt en ben ……. (censor) geworden.

    Op het kantoor gaat het goed en we hebben het nog steeds aardig druk. Met mijn werk gaat het uitstekend en ik ben dan ook dankbaar dat ik niet mijn tijd ben blijven weg­gooien in Bandoeng. Soerabaya is een heerlijke stad en ik zit er nu dik in de kennissen. Bovendien woon ik nu weer in een ander huis, onder één dak met mijnheer Hanrath (niet in hetzelfde huis).

    Op mijn verjaardag (dat was 9 augustus) hebben we een reuze feest gehad en ik heb ontzettend veel gekregen, hoofdzakelijk boeken. Van mijnheer Hanrath kreeg ik onder andere een prachtig boek over de geschiedenis en groei van Soerabaya.

    Gisteren ben ik naar Madoera geweest waar ze grote stieren­rennen hielden. Dit was de eerste keer dat ik eens iets echts van het volk zag. Het was wel een leuk gezicht, al die beesten prachtig uitgedost die daar met een soort slee tussen zich in met een vent er in of twee rondrennen.

    Kregen jullie nog wel eens iets van thuis te horen? Ik al een hele tijd niets meer, hoewel soms iets langs een omweg. Sturen jullie de brieven die ik opstuurde bij gelegenheid nog eens terug of beloof ze in ieder geval goed te bewaren.

    Lieve Willemien, Soerabaya, 23 nov. 1941.

    Hartelijk dank voor je laatste brief die ik een paar dagen geleden ontving. Ik heb indertijd een brief van je gehad met 4 foto's er in, waarvan ik er om te beginnen twee doorgestuurd heb, die voorzover ik na kan gaan Jaap in ieder geval bereikt hebben. Voor de rest weet ik nog niets natuurlijk.

    Van thuis kreeg ik op 20 september een brief die ze op mijn verjaardag geschreven hadden. Moeder had een kantje beschreven en vader de andere kant met een klein stukje overgelaten voor Marianne . Ze waren met de hele familie met vacantie in een groot huis in Wassenaar. In de brief schreven ze erg opgewonden over het feit dat een foto van mij in Indië was over gekomen zoals je weet trouwde in mei die oude vriend van mij uit de diensttijd in Holland, Jan Nie­naber . Deze trouwfoto's zijn bij zijn moeder aangekomen, die er natuurlijk onmiddellijk mee naar huis zijn gegaan. Ik vind het enig!

    Hier gaat alles goed en het werk is heerlijk. We hebben het ontzettend druk maar alles gaat zo prettig en goed dankzij de bijna grote vriendschap die we onder elkaar op het kantoor hebben. Mijnheer Hanrath (directeur van Werkspoor) en ik kunnen het buitengewoon goed vinden en zijn dan ook veel met elkaar op stap. Zoals je weet woon ik nu naast hem. Ik ben nu in Soerabaya in­geburgerd en voel mij er volkomen thuis, mede dankzij het grote aantal vrienden en mensen die ik heb leren kennen en die allen even aardig voor mij zijn.

    In mijn vorige brief schreef ik dat ik weer voor een maandje met “ vacantie ” in midden Java zou gaan. Dit is maar voor drie dagen geweest, want toen werd ik voorgoed daar weggehaald en ben nu als reserve gekomen in hetzelfde be­drijf als oom Rem bij was in Holland. (De MARINE) Hier zit natuurlijk nog een zekere opleiding aan vast, maar dat gebeurt nu in 4 dagen in de week na kantoortijd. Je begrijpt wel dat in een en ander veel tijd gaat zitten, zodat ik eigenlijk wei­nig voor mijzelf over heb. Vliegen doe ik erg veel, ongeveer 4 uur per week en ik voel mij erg lekker daar boven. Ik mag ook passagiers meenemen, zodat er genoeg mensen zijn die ik zo van tijd tot tijd de omstreken eens laat zien.

    Het is hier nu de hete tijd en dus voor de meesten vacantie . Soerabaya is gewoon uitgestorven, in ieder geval wat vrou­wen betreft. Mijn huis is ook dicht zodat ik deze hele zo­mer bij Jan Nienaber logeer die zijn vrouw ook de bergen ingestuurd heeft. De week-einden ben ik echter ook altijd boven.

    Ik ben net gisteren van een twee-daagse tocht door midden­-Java teruggekomen met de auto van kantoor. Wel erg druk maar leuk. Ik moest daar naar verschillende suikerfabrieken toe om opmetingen te doen voor werk.

    Nu lieve zus, meer krijg je niet. Ik zal nog wel eens schrij­ven voor Kerstmis en Nieuwjaar. Sorry voor dit smerige briefje, maar ik heb in geen maanden op de schrijfmachine getikt, maar ik moet nu wel omdat mijn vulpen weg is.

    Lieve Willemien en Tom, Soerabaya, 7 dec. 1941.

    Ik zal maar vast beginnen met de beloofde brief als afslui­ting van dit jaar. Het is wel kort op mijn vorige brief, maar in deze tijd van het jaar, als dat zo tegen het einde loopt, is altijd alles op de een of andere manier anders dan de rest. Dan komt er altijd zoveel aan oude herinneringen boven over vroeger, dat het wel eens gek is als je je dan telkens weer moet realiseren dat dat vroeger was en dat dit nu, laten we hopen slechts tijdelijk, voorbij is.

    In ieder geval is er voor mij nu een jaar op Java om en bijna een jaar in Soerabaya, hetwelk in alle opzichten goed en prettig voor mij geweest is. Het werk en dan nog bovendien het soort van werk heeft mij dit hele jaar als doen omvlie­gen. Daarnaast heb ik een leven gehad, zo prettig als ik het onder deze omstandigheden maar wensen kan. Het is jammer dat ik jullie daarvan zo slecht een voorstelling kan geven omdat namen ons altijd zo weinig zeggen. Alleen kan ik zeg­gen dat er vele mensen zijn geweest die gedurende dit jaar er op uit geweest zijn om voor mij het leven prettig en gezellig te maken, zodat ik nauwelijks weet waar ik het eigenlijk aan te danken heb dat ze allen zo zijn. Gisteravond ben ik laat met een paar vrienden en vriendin­nen naar Modderlust geweest. Modderlust is zoals je mis­schien weet de Marinesoos hier, die aan de Straat van Ma­doera ligt en vanwaar je aan de overkant het eiland kan zien liggen. Het was windstil en bijna volle maan, wat in mij altijd een sterk verlangen naar huis en Loosdrecht opwekt. We hebben daar allemaal zitten praten over Holland en ieder voor zich oude herinneringen zitten ophalen. Totdat eindelijk niemand meer wat zei en ieder voor zich­zelf bezig was. Om 4 uur vannacht zijn we toen opgestapt en ik ben toen thuis op het platje naar de zonsopgang gaan kijken. Tegen half zeven heb ik een tram naar het vliegveld genomen en ben in een toestel gekropen. Het was een bewolkte hemel en over het hele land lag iets van een sombere stemming. Ik ben toen langzaam door het wolken­dek heen gevlogen naar ongeveer 1500 meter waar alles volop zon was. Hier heb ik toen bijna een uur rondgesputterd , telkens door gaten in het wolkendek de zee en het land bekijkende, zoals je als mens het maar weinig te zien krijgt. Als je daar dan zo hoog hangt met je gezellig sputterende motor, na een prettige voorafgaande nacht, lijkt het leven zo gek niet, maar juist dan komen veel sterker alle ver­langens naar het leven thuis in Holland terug en denk je veel waaraan je het eigenlijk te danken hebt dat het leven voor jou eigenlijk zo'n zorgeloos karakter heeft. Maar als je dan weer met je beide benen op de grond staat en de krant leest en de radio hoort, vraag je je af of dit wel blijven zal.

    Ik weet eigenlijk niet waarom ik dit allemaal schrijf in een brief bestemd voor Kerstmis en Nieuwjaar, maar mis­schien heeft het er toch wel wat mee te maken.

    De laatste maand van het jaar geeft ons anders nog even de nodige spanning, waarvan de gevolgen eigenlijk niet te overzien zijn. We trekken ons er ogenschijnlijk niets van aan en gaan maar rustig door met het ons opgedragen werk.

    Een dag later, maandag, en we zijn in oorlog. Het boven­staande heeft er misschien toch wel iets mee te maken. Morgen ga ik van Werkspoor weg voor eerst nog dezelfde taak als ik in Holland gedurende de mobilisatie moest doen. Toch verwacht ik dat ik wel zal komen bij hetgeen waar ik in de vorige brief over schreef.

    Ik weet niet wat ons en mij boven het hoofd hangt, ik zal echter mijn plicht doen.

    Nu lieve Willemien, Tom en Greetje , Laten we veel aan elkaar denken in deze tijd en ieder doen wat van ons ver­wacht wordt. Mocht mij iets overkomen, dan zal mijnheer Hanrath verder wel alles behartigen en wat laten horen. Tot ziens, jullie liefhebbende broer, zwager en oom

    GERARD.

    Lieve Willemien en Tom, Soerabaya, 19 dec.'41

    We zijn nu bijna twee weken daadwerkelijk in oorlog en het wordt tijd dat ik jullie nog weer eens iets laat horen na mijn laatste brief, die ik de eerste oorlogsdag vrijwel onaf wegzond. In de eerste plaats zal ik maar over mijn wederwaardigheden schrijven, die niet erg schokkend zijn. Tot nu toe is het bekende geluk dat ik persoonlijk altijd heb, en ons Lugten ook meestal niet in de steek laat, mij trouw gebleven. Ik moest al meteen de eerste dag onder de wapenen en ben onder uitgeleide van vele vrienden met lange gezichten naar mijn mobilisatie-bestemming gegaan. Doch ziet, na 24 uur was er al weer een telegram met als hoofd­inhoud " Afzwenking ", en daar ging ik dus weer, zodat twee dagen later ik als altijd weer rustig op het kantoor zat. Dit buitenkansje zal nu voortduren tot begin van het nieuwe jaar, waarna ik dan bij dezelfde afdeling kom als oom Rem, alleen mijn naam een beetje meer eer aandoend .. (Gerard doelt hier op de Marine Luchtvaart Dienst). Ondertussen heb ik hier om mij heen veel zien veranderen en natuurlijk niet allemaal in het prettige. In ieder geval mag ik dit zeggen dat de mensen zich prachtig houden en dat alles hier volkomen rustig is (en donker). Toch is het voor mij op het ogenblik minder leuk, want je voelt je wel raar als je in je buurt en je kennissenkring zowat de jongste bent en tevens de enige die nog in burger loopt. Op het kantoor is het alleen meer dan druk, vooral nu ook Hr.Hanrath weg is. Gelukkig kan hij veel en regelmatig ko­men. Toch geeft het werk mij weinig voldoening en ik heb het ongeduld. Het is ook eigenlijk wel gek dat ik, die nu al die tijd in dienst doorbracht zoals eerste oefening, mobilisatie enz. enz. nu, nu het er voor ons op aan komt, weer moet beginnen met een nieuwe opleiding die wel onge­veer een half jaar zal duren voor ik in actie mag.

    Hoe het ook zij, ik weet niet wat mij verder boven het hoofd hangt, hoewel ik mijzelf nu niet direct zo'n erge grote kans meer geef. Ik zal in ieder geval zorgen dat jullie regelmatig bericht krijgen en doen jullie zo mogelijk hetzelfde. Ook moet je maar niet meer naar mijn oude adres schrijven aangezien we ons kantoor verhuisd hebben naar vei­liger oord. Thans liefst naar mijn huis. Het kantoor is nu in het huis van Hanrath en dus onder één dak met het mijne , en ik hoef dus maar over een muurtje te springen om er te zijn. Verder maak ik nu van mijn leven het beste wat ik er van ma­ken kan en doe en laat precies waar ik zin in heb totdat ik dan, gelukkig pas na de feestdagen (als we zo Kerstmis, de dagen van vrede op aarde en in de mensen een welbehagen nog noemen mogen) opgeroepen ben.

    Voor thuis in Holland zal het nu wel weer een extra rot-tijd zijn, nu het steunpilaartje van Holland ook aan het wanke­len gebracht wordt. Ik ben echter blij dat ik voor het be­houd hiervan kan meedoen, hoewel ik bang ben dat voor vader en moeder die nu helemaal niets weten, wel een erg zorg­volle tijd zal worden.

    Nu lieve mensen, laat eens gauw wat horen voordat ook wij van elkaar gescheiden worden.

    P.S. Misschien ga ik hier wel helemaal weg, naar een ander land waar het wat koeler is, maar dat horen jullie tezijnertijd wel.

    (Uit een brief van mrs Gwen Reineke-Moston aan Gerards moeder, februari 1946 --

    [...] I was so very grieved to learn of your great loss. We saw a lot of Gerard in Soerabaya and we liked him so much. I can still see him standing in a line with his fellow-pupils at the inauguration of the training­corps at the flying field not long before the Pacific war began. He looked so upright and so good, with his usual bright happy face and his fair hair blowing in the breeze that I heard several people remarking upon him. Was it strange that your son crossed my path? We often talked about you [...].

    Definitielijst

    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.

    Afbeeldingen

    "Ons eerste lesvliegtuig bij de Kon. Marine in Soerabaya. Jan.1942", de Ryan STM-S2 Bron: M. Lugt.

    AROV boek, kaarten, telegram en brief uit Australië - 13-03-1942

    Het A.R.O.V.-boek.

     

    Gerard behoorde tot een groep van 35 AROV's - Adspirant Reserve Officieren Vlieger. De groep werd in Soerabaya gevormd en het boek handelt over hun belevenissen in de periode van 2 januari tot 2 juli 1942.

    De leden van de groep kwamen vanuit verschillende delen van Nederlands Indië bij elkaar. Enkelen hadden op Balikpapan al oorlogservaringen opgedaan. De meesten waren in het be­zit van een vliegbewijs, enkelen waren nog in de opleiding.

    De echte AROV-opleiding begint op het Marine Vliegkamp "Morokrembangan: "We kregen wat theorie, wat exercitie, en zo leefden we daar rustig ons AROV-leventje. Totdat..."

    Op 3 februari 1942 om 10 uur 's morgens wordt Soerabaya door Japanse bommenwerpers aangevallen, op 5 februari voor de tweede keer; daarbij wordt het vliegkamp zo ernstig bescha­digd dat verdere opleiding onmogelijk is.

    Op 19 februari worden de AROV's per M.S."Tjinegara" geëva­cueerd - het is het laatste schip dat de haven nog verlaten kan en het wordt een gevaarlijke tocht door de Javazee, langs de Krakatau naar Australië. Velen hebben al hun be­zittingen en zelfs hun familie moeten achterlaten. (de Tjinegara vaart onder convooy van Hr.Ms.Crijnsen em Hr.Ms. Dubois ).

    Op 9 maart arriveert de "Tjinegara" in Sydney ; na 2 dagen gaat de groep per trein naar Rathmines aan het meer van Macquarie . Rathmines blijkt een kleine vliegbasis met weinig vliegtuigen; na 14 dagen arriveren de eigen "Ryans" en dan wordt er volop gevlogen. Maar toch wordt besloten dat de verdere opleiding beter in Amerika kan plaatsvinden en op 15 april vertrekken de AROV's dan ook per trein naar Sydney en vandaar naar Melbourne . Daar ligt "Mariposa" ge­reed voor vertrek. De AROV's worden ondergebracht in: "omgebouwde luxe-hutten, die op basis van de makke schapen theorie plaats boden aan 8 - 12 personen".

    Op 17 april vertrekt de "Mariposa" om op 3 mei in San Fran­cisco aan te komen.

    In twee lange Pullman-treinen gaat het dan van Frisco naar Jackson Airbase. En een week later vertrekken de meesten naar Fort Leavenworth om aldaar werkelijk aan de opleiding te beginnen.

    In het boek is aan iedere AROV een bladzijde gewijd: korte levensgeschiedenis, adressen, een portret en een "karakte­ristiek iets". Zo ook van Gerard.

    Het boek is in zeer beperkte oplage uitgegeven: genummerde exemplaren voor de leden van de groep (Gerard's boek heeft no. 27) en enkele exemplaren voor familieleden.


     

     

    Cable received at Bombay at 9 march 1942.

    . Arrived Australia -- Lugt.


     

     

    Lieve Willemien en Tom, C/0 Royal Force ........ Australian N.S.W
    Jullie zullen wel indertijd 13 ........... maart 1942.

    mijn telegram gekregen hebben waarin ik mijn aankomst in Australië meldde. Zoals jullie zien…………….zoveelste keer van erger bespaard ............. en ben ………. van de weinig overgebleven …….. ............. Hollanders.
    Sinds mijn laatste brief aan jullie uit ……. Natuurlijk een hoop gebeurd en ik zal daar in het kort……………… over vertellen. Toen de oorlog uitbrak werd ik eerst……………was daar na 24 uur weer uit …………… overgenomen had en…………………….. ....... nieuwe opleiding tot officier ……… moest komen. Ik kreeg dus nog eerst 3 weken op kantoor, waarna dus……………. mij de 2e mobilisatie begon. Nadat ik een maand op het vliegkamp verder vlieglessen had gehad kwamen de Jap­pen op bezoek in Soerabaya en hadden zich daarbij speciaal voor ons geïnteresseerd. Twee dagen later kwamen ze nog eens en maakten het toen zo bont dat het verder eigenlijk niet goed mogelijk was om het bedrijf daar voort te zetten. Tevens was het risico van meerdere aanvallen zo groot dat ze hun opleidingen niet meer aan gevaar wilden blootstellen. En ik ging dus nogmaals met……… had ik de prettigste…………..een meisje waar ik mij mee had willen verloven. Hiervan is echter niets gekomen omdat we toen plotseling met alle aankomende vliegers op een boot gezet zijn om als vrijwel het laatste schip dat Java verliet naar Australië te gaan. Ik had haar eerst mee willen nemen, iets waar haar ouders ook wel voor waren, maar door het overhaaste vertrek is er niets meer van kunnen komen, ook omdat het nogal wat……….. Achteraf geeft het mij hier natuurlijk een hoop zorgen over haar, hoewel ik ook vaak bij mijzelf zeg dat het misschien maar beter is om met haar ouders daar te zijn als met een man die straks misschien als oorlogsvlieger dienst moet doen, rond de wereld te zwerven.
    In ieder geval zijn we dus op het laatste nippertje uit………… ............. weggekomen en …… naar ……… Daar zijn we toen 2 dagen gebleven en nu zit ik hier niet ver van ……. (wat je op de kaart kunt vinden ten noorden van………. Hier krijgen we nu onze verdere……… ……… hoop heb dat we ….. bruikbaar………te maken moeten ……….. . hebben. We verwachten dus eigenlijk dat indien de kans daar is we wel naar ……… door zullen gaan. Inmiddels zijn we Indië kwijt met de fijnste Hollan­ders die de wereld ooit gekend heeft. Ik kan jullie boven­dien wel zeggen dat ik mij meer ongerust maak over hun lot dan over dat van de onzen in Holland . We hebben de Jappen nu zo'n beetje leren kennen en ik ben bang voor het leven van iedere Hollander daar nog aanwezig.

    De meesten van ons hier hebben ook hun vrouwen en kinderen daar en je begrijpt dus wel wat er zo'n beetje in de mensen hier omgaat ............. Natuurlijk was er hier niet bekend wie er wel en niet bij waren zodat we hier nu weer niet weten wie zijn familie kwijt is of wie ze nog op Java heeft.

    Over Java weten wij natuurlijk ook niets en hoe al mijn ken­ nissen en vrienden het er afgebracht hebben weet ik niet. Met Werkspoor zal het .............. gedaan zijn en ik zie de toestand voor hun donker in. Ik zelf ben nu verder ook al mijn per­ soonlijke bezittingen kwijt en het enige wat ik nu gelukkig nog heb is een stel foto's van vader en moeder. Ik heb net een telegram naar Jaap in Zwitserland gezonden en hoop dat hij door kan geven dat ik in ieder geval uit Java weg ben. Iets waarover ze zich wel erg ongerust zullen maken.

    Ik zit hier nu met ongeveer landgenoten en we zijn vol­ komen door de Australiërs opgenomen. Gelukkig mogen we ons eigen uniform houden en ik zal dus weldra in het goede oude blauwe marine-uniform hier rondlopen. In hadden we al reuze bekijks met onze tropen-uniformen en werden daar ver­ der kostelijk onthaald. De Australiërs zijn prettige gast­ vrije mensen waar je je veel sneller bij thuis voelt dan bij de Engelsen. We hadden dan ook een kostelijke tijd in ............ Dit is een prachtige stad van Het heeft de die ik ooit zag en is verder een groot en goed opgezette stad. Hoewel ik zelf nog niet zolang in de tropen geweest was ......... mensen die allemaal blank zijn en niet allemaal in het wit lopen. Ook voel ik mij weer lekker in een trui en slaap onder twee dekens.
    Hoe lang ik hier zit weet ik niet, maar ik hoop dat jullie mij telegrafisch zullen laten weten als ik er weer een nieuw familielid bij gekregen heb. Mocht er iets met mij gebeuren dan worden jullie in Bombay gewaarschuwd.
    Als ik nog in .. terecht mocht komen stel ik mij natuurlijk onmiddellijk met . in verbinding. (Ik stop even want er begint hier een bioscoop op het kamp, morgen verder.)

    Het is inmiddels weer een dag later (14 maart) en we zullen nu maar even het einde aan deze brief schrijven. Gisteren was het zaterdag en de eerste vrije avond die we hadden, zodat we met een stel naar ............................ geweest zijn om dat eens te onderzoeken. 's Middags had ik eerst gezeild wat hier prachtig gaat natuurlijk. We liggen hier namelijk aan een soort van meer dat wel in verbinding staat met de zee, die echter moeilijk te vinden is. Verder is het enorm uitgestrekt met allerlei diepe inhammen. Aan de rand is het vol met week-end huisjes wat een beetje een Loosdrecht-idee geeft. En verder liggen er drie grote plaatsen aan die je per boot kunt bereiken. Prachtig dus voor mijn oude ………

    Op het ogenblik zit ik midden op een van die watervlakten te schrijven op de kaartentafel van een van onze vliegboten, die ik bewaken moet. We moeten dat om beurten doen gedurende de nachturen. Dit is mijn eerste keer en ik ............. straf. Het uitzicht is prachtig en het zal nog wel ... uur licht blijven, waarna ik dan een heerlijke lange nacht kan maken die ik best gebruiken kan, aangezien de tocht hierheen in
    het ruim van het schip . anders dan een paar planken als bed nu .. was. Tevens hebben we de . gewerkt ons hier thuis te maken.

    Nu lieve mensen, ik hoop nog eens iets te horen; ik zal in ieder geval laten weten van tijd tot tijd wat er zo met mij gebeurt.

    Het allerbeste, jullie broer Gerard.

    Definitielijst

    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.

    Afbeeldingen

    Bladzijde uit AROV boek Bron: M. Lugt.
    S.S. Tjinegara in 1931 Bron: M. Lugt.
    De route van de S.S. Tjinegara Bron: M. Lugt.
    S.S. Mariposa 1931-1953 Bron: M. Lugt.
    De belangrijkste plaatsen van de AROV piloten in Australië Bron: M. Lugt.

    Brieven uit Leavenworth (USA), 19-05-1942 t/m 17-08-1942

    Gerard Johan Lugt in de USA.
    De AROV-groep komt na de reis met de “ Mariposa “ op 3 mei 1942 in de USA aan. Eerst gaat het kort naar Jackson Airbase en dan naar Fort Leavenworth om aan de eigenlijke opleiding te beginnen. Rond half augustus gaat de groep weer terug naar Jackson waar de opleiding wordt voortgezet en voltooid. Dan is het eind 1943.

    In de USA heeft Gerard natuurlijk steeds contact met zijn familie in Bombay maar ook veelvuldig met zijn oom en tante in de USA waarvan nu eerst een korte introductie.

    Frits Lugt en To Lugt-Klever --- Gerards amerikaanse ouders.
    Frits Lugt was een volle neef en ook leeftijdsgenoot van Gerards vader. Als jongens groeiden zij samen op in Amsterdam.
    Frits huwde To Klever en zij stichtten een gezin met 2 zoons en 3 dochters . Hun gezin en dat van Gerards ouders waren hecht bevriend. Toen de oorlog uitbrak woonde het gezin van Frits en To in Zwitserland, maar na enige tijd vertrokken zij naar de U.S.A . ; zoon Jaap bleef in Zwitserland achter. Vele van Gerards brieven zijn aan deze familie gericht; hij bracht er enige malen een kort verlof door, ze stuurden hem brieven en pakjes tot in Australie toe. Dankzij de brieven van Gerard aan hen -- die zij allemaal bewaarden -- konden zijn ouders in Nederland later alle belevenissen van hun zoon meebeleven. De familie is aan To en Frits byzonder veel dank verschuldigd.

    Cable received at Bombay at 18 May 1942.

    In America , communicate through uncle Frits - Gerard Lugt ,

    Beste Oom Frits en tante To Fort Leavenworth , 19 mei ‘42

    Zoals jullie ziet zit ik op het ogenblik in Amerika waar ik ben aangekomen met die groep van Ned.Indische vliegers waar jullie wel over gehoord zullen hebben of gelezen. Ik was sinds het uitbreken van de oorlog bij de Marine Luchtvaartdienst als leerling-vlieger, maar kon natuurlijk in die moeilijke tijd die we daar hadden niet geheel worden opgeleid tot volledig oorlogsvlieger, en ben toen met vele anderen op het laatste moment naar Australië over gebracht om van daaruit door te vechten met de R.A.A.F . samen. Aangezien ze het echter beter vonden dat we van de vlieg­boten weer over zouden gaan naar land-vliegtuigen , hebben ze ons naar Amerika gestuurd waar we nu klaargemaakt zullen worden, totdat we misschien zover zijn dat we in Engeland of elders weer de strijd kunnen aanvangen. Ik geef deze brief aan een vriend van mij mee die naar New York Gaat en jullie adres zal opzoeken daar.
    Ik zou zelf ook dolgraag jullie opzoeken, want ik verlang er erg naar weer eens bekende gezichten te zien, maar onze betaling hier is niet hoog en ik zal dan ook wel enkele maanden moeten sparen indien ik de tocht naar New York wil maken.
    Ik ben eerst een paar dagen in Jackson geweest en ben net gisteren hier naar Leavenworth gevlogen, alwaar ik een ver­dere opleiding krijg tot officier-vlieger bij de Marine. Laten jullie gauw eens iets horen?

    Jullie neef Gerard.

    Beste Oom Frits en tante To , Fort Leavenworth , 29 mei '42.

    Jullie weet niet hoe heerlijk ik het vond eindelijk weer eens van de familie te horen. Want familie blijft familie en al heb ik de laatste maanden met veel aardige mensen omgang gehad, toch is het niet hetzelfde. Ik wil beginnen met jullie te vragen om twee dingen voor mij te doen en wel zoals jullie al aanboden via Jaap naar Zwitserland te sei­nen dat ik hier ben, want dat mag ik zelf niet doen met het oog op de vijand; wel hebben ze gezegd dat we het mochten laten doen via iemand anders. Uit Australië zond ik reeds een telegram naar Jaap wat toen mocht en ik neem aan dat hij dat ontvangen heeft en naar Bussum doorgegeven heeft, zodat vader en moeder weten dat ik in ieder geval niet in de handen van de Jap gevallen ben. Ook Willemien weet om dezelfde reden nog niet dat ik hier ben en ook die zou ik graag bericht willen sturen. Temeer daar Willemien het­geen jullie misschien nog niet weet de volgende maand een baby verwacht, en dat bericht zeker langs ons zal trachten naar Holland te krijgen als het eenmaal zover is.

    Zoals jullie dus ziet begint mijn leven langzamerhand in een soort van droom te veranderen, want wie had kunnen dro­men dat ik dit allemaal mee zou maken en zoveel van de we­reld zou zien zonder al de ellende mee te maken die de oor­zaak van dit alles geweest is. Ik denk dan ook niet dat er veel mensen zijn die kunnen zeggen dat ze in twee jaar tijd deel uitmaakten van de Hollandse, Engelse, Nederlands-In­dische , Australische en Amerikaanse strijdkrachten.

    Ik weet niet of jullie mijn brieven uit Indië gekregen hebt, zo ja, dan zullen jullie wel gemerkt hebben dat ik het jaar dat ik daar gezeten heb een echte Indischman ge­worden ben. Zover ik mij herinneren kan is er niemand van jullie daar ooit geweest, zodat het dan ook moeilijk moet zijn om je een voorstelling te maken van zo'n mooi en prettig land. De val van Indië heeft mij dan ook haast meer aangegrepen dan die van Holland, omdat ik zeker weet dat we dat terug zullen krijgen, iets wat van Indië nog niet zo vast staat voor mij. En indien dat zo zou zijn hebben wij daar zelf voor jaren werk stuk gemaakt, en niet te ver­geten wat de Jappen nog voor kwade invloed achter gelaten zullen hebben. Het is in ieder geval 100% waard om voor te vechten en eventueel het leven te laten. Zoals jullie weet was ik het jaar voor de oorlog in dienst bij het goede oude Werkspoor. Ik heb daar dan ook de pret­tigste tijd doorgemaakt sinds ik Holland verliet en kan mij nog steeds niet goed voorstellen dat alles wat we daar hadden plus het kantoor de lucht in gegaan is, want van de industrieele gebieden daar hebben ze geen steen opelkaar laten staan.

    Ik schreef jullie geloof ik al in het kort hoe het komt dat ik de dans weer ontsprongen ben, maar dat zat zo: ongeveer een jaar geleden kreeg ik zin om vliegen te gaan leren en zodoende veel van Indië te zien te krijgen. Ik kreeg dan ook de kans lessen te nemen bij de vliegschool in Soerabaya en had al gauw mijn brevet, zodat ik wanneer het werk het maar enigszins toeliet zo in mijn eentje over het land vloog. Inmiddels werd ik veel opgeroepen bij de Indische Automobiel­dienst, zodat ik in dat jaar meer van Java zag dan menig ander mens. Toen dan ook de oorlog uitbrak werd ik onmiddel­lijk door het leger opgeroepen en was het dus ook met het vliegen gedaan, totdat ik plotseling van de Marine een aan­vraag kreeg om daar in dienst te komen en opgeleid te wor­den tot off-vlieger wat ik natuurlijk onmiddellijk aannam. 1 Januari kwam ik daar dan ook in dienst en begon metéén weer met vliegen, maar nu natuurlijk op water-vliegtuigen . Dit ging alles goed totdat de Jappen vonden dat onze vlieg­tuigen te lastig werden en ze in twee dagen tijds onze mari­ne-vliegbasis met hun bommen van deze aarde lieten verdwij­nen. Deze aanval liep voor ons goed af omdat we zover ik weet de beste schuilkelders hadden die ooit gemaakt zijn en waar­door het mogelijk was om deze aanval op het kamp met 7000 mensen alleen met het verlies van één man te doorstaan. Voor ons was daarna natuurlijk niets meer te doen omdat al het materiaal weg was en dus de opleiding niet meer kon door gaan. Toen dan ook de inval op Java aan de gang was en alles verder de lucht in moest, hebben ze ons op hoop van zegen op een schip naar Australië gezet, waar we dan ook na een zeer lange reis in Sydney aankwamen. De rest weten jullie en thans zit ik dan hier om af te maken wat in Java niet meer kon. In Leavenworth dat ongeveer 35 miles van Kan­sas City af is en aan de Mississippi ligt, moet ik ongeveer 3 maanden blijven, waarna het plan is om weer terug te gaan naar Jackson alwaar ik dan verder op de moderne Amerikaanse jacht-vliegtuigen klaargemaakt moet worden om verder te vechten, daar waar ze denken dat het beste is, misschien Engeland.
    Hoelang dit allemaal zal nemen weet ik niet, maar ik schat nog wel een maand of 8. In ieder geval ben ik niet meer hier als jullie in Kansas komen. Of er dus een ontmoeting komen zal weet ik niet, want vrij reizen krijgen wij toch niet en we hadden ieder nu de gelegenheid om weg te gaan, ware het niet dat de mazelen uitbraken, die ons voor de eer­ste 3 weken binnenhouden en daarna zullen wij wel zo volop in het werk zitten dat er geen gelegenheid voor verlof zal zijn. Het ligt in ieder geval in de bedoeling dat we 7 dagen per week vliegen zullen. Ik hoop echter dat er nog wel een gelegenheid komen zal, want ik heb echt behoefte weer eens wat bij te praten. Verder zou ik willen vragen of jullie mij ongeveer $200 zouden kunnen lenen. Door al het reizen en trekken en de vele overplaatsingen is er de laatste 5 maanden weinig van betaling gekomen en we zitten dan ook vrijwel allemaal platzak hiér. Wel lijkt het er op dat we, als we eenmaal uitbetaald krijgen, dit voldoende zal zijn om behoorlijk mee rond te komen, zodat ik jullie dan denk ik binnen enkele maanden het geld weer zal kunnen terugstu­ren. Weten jullie verder nog veel van Holland af? Mijn laat­ste brief van daar was geschreven op mijn verjaardag in Augustus en verder heb ik nooit meer iets gehoord. Staat Jaap eigenlijk in geregeld contact met ze of is dat niet goed mogelijk? Ik ben zelf een beetje bang om aan hem te schrijven omdat ze zo streng zijn met de brieven die wij schrijven en zodoende het haast onmogelijk is om iets te vertellen. Vader en moeder weten dan ook niet dat ik bij de Marine Luchtmacht ben, iets wat ik ook niet weet of ze wel erg leuk zouden vinden. Hoe dat ook zij, ik ben er van overtuigd dat ik hieraan toch nog mijn vrijheid te danken heb.

    Beste oom Frits Leavenworth , 5 juni '42.

    Vandaag ontving ik je brief met ingesloten cheque van $100 waarvoor hartelijk dank. Gelukkig heb ik het geld niet nodig om schulden mee te betalen (een Lugt heeft vader mij altijd geleerd, maakt die niet) maar door al dat reizen en trekken en de daarbij gepaard gaande moeilijkheden met betaling is er zo ontzettend veel dat vernieuwd moet worden waarvoor ik geen geld had. Gisteren kregen we ineens $100 voorschot, zodat ik met die van jullie nu ruim voldoende heb om verder te leven. Verder is ons meegedeeld dat ons salaris zeer behoorlijk zal zijn als alles verder geregeld is, zodat ik dan ook hoop de $100 zo spoedig mogelijk terug te kunnen zenden. Graag zou ik bij gelegenheid nog eens opga­ve krijgen over de telegramkosten door jullie gemaakt, zodat ik die t.z.t. kan retourneren.
    Mocht ik ook nog eens op de een of andere manier een lang weekend krijgen (waarvoor de hoop erg klein is) zou het dan mogelijk zijn om eens een ontmoeting te hebben in Chicago wat niet zo ver van jullie weg is wel? Er komt namelijk dit bij dat ik, mocht ik op de jachtvliegtuigen afgekeurd worden, Torpedo-vliegtuigen moet gaan vliegen en daarvoor is water nodig, zodat ik niet weet of ze ons op een goed ogenblik misschien naar een kustplaats sturen. Torpedo-vliegen is nu bovendien het minst leuke en meest gevaarlijke vliegen wat er bestaat. Het heeft één voordeel: je hoeft niet te leren landen met het vliegtuig, want je komt toch niet terug.

    Lieve Willemien en Tom, Fort Leavenworth , 8 juli 1942.

    Vandaag kreeg ik Willemiens lange brief van 21 mei en ik zal maar eens meteen in de pen kruipen. Tot mijn schande moet ik jullie zeggen dat dit mijn eerste brief aan jullie is uit Amerika, maar er is hier zo ontzettend veel te doen dat er weinig tijd en lust over blijft om veel te schrijven.
    Ik vermoed dat jullie wel erg verbaasd zullen zijn geweest dat alles zo met mij gelopen is. Hoe en wat er allemaal ge­beurd is kan ik helaas niet allemaal schrijven, maar ik hoop dat de mensen die jullie daar allemaal ontmoet hebben wel enig licht op de zaak geworpen zullen hebben. Is het jullie eigenlijk duidelijk dat ik bij hetzelfde bedrijf ben als oom Rem, alleen meer in de lijn van oom Co? Ik kan mij levendig voorstellen dat jullie mij benij­den voor het in Amerika zitten. En ik wou dan ook maar dat het mogelijk was voor jullie om hier te komen inplaats van zo dicht bij het oorlogsgewoel. Amerika is een heerlijk en gastvrij land en als er achter dit alles niet zoveel narig­heid zat zou ik mij hier volkomen gelukkig voelen. Zoals jullie misschien begrepen hebben zitten we hier op school en moeten ontzettend hard aanpakken. En er wordt ook hard aange­pakt. Inmiddels zie ik heel wat van het land en heb het al voor de helft doorkruisd (meer dan menig Amerikaan). We hebben hier naast alles een prachtig leven. Verder buitengewoon hoog betaald zodat het mij aan niets ontbreekt. Ik heb hier een slee van een Buick gekocht waarmee we elke weekend in zover we vrij hebben uit gaan. Verder gaan we nogal eens naar Kansas wat de uitgaansplaats van hier is.
    Lang zal ik hier echter niet meer blijven want aan het einde van de maand gaan we weer verhuizen naar het zuiden.

    Van oom Frits en tante To heb ik nog niets gezien, maar wel hoop ik erg ze te ontmoeten voor we weer weg gaan. Ze wonen echter ca 900 miles hier vandaan en voor beide veel te ver om eens over te wippen.
    Uit Holland weten zij niets meer dan wij al weten. En het zal dan ook wel heel lang duren voor we eens wat te horen krijgen. Wel geloof ik dat vader en moeder weten dat ik ditmaal weer door alles heen geglipt ben, wat wel een enorme geruststelling moet zijn. Ze zullen die februari- en maart­maand wel behoorlijk in angst over mij gezeten hebben. Con­tact durf ik echter niet goed te maken en het Rode Kruis met 25 woorden is iets waar ik liever niet aan doe, waarom weet ik zelf niet.
    Wat er met mij gebeuren gaat nadat we hier klaar zijn weet ik niet. Dat wordt afwachten. Vooreerst is het zover nog niet en intussen leef ik maar door in een land waar de oor­log nauwelijks tot je doordringt, behoudens enkele kleine dingen die je er aan helpen herinneren.
    Het is hier nu volop zomer met een temperatuur die ik zelfs voor die van Indië zou willen ruilen. Zelfs die waarin ik naar boven ga en mijn naam eer aandoe geeft nagenoeg geen verkoeling.
    Over jullie " expected baby": ik zit al tijden te wachten op nieuws; nu ik echter weet dat het in Juli moet zijn, hoop ik het bericht te krijgen; oom Frits zal dan in ieder geval ook zorgen dat ze thuis wat te horen krijgen. Wat enig dat jullie dat boek kregen, wat zal moeder dat met een kloppend hart ge­post hebben. Weet je Willemien, ik begin langzamerhand toch wel erg naar ze te verlangen. In de eerste plaats voel ik mij al zo veel dichter bij huis, hoewel ik er zo'n ontzet­tend eind van af ben. Ik heb echter zoveel meegemaakt dat ik ze allemaal zou willen vertellen, voordat ik weer verder in deze oorlog gestuurd word. Want ik heb alles met elkaar wel erg veel geluk gehad, maar ook de oorlog is voor ons net als voor zovele andere jongens hier ter wereld nog niet over, en we moeten tesamen nog een heel eind voor het zover is. Het is toch wel merkwaardig dat van onze grote familie zowel van vaders als van moederskant wij tweeen met Tom de enigen zijn die vrij zijn en ieder voor zich een aandeel heeft in het slagen van deze oorlog.
    Laten we hopen dat we dit alles eens kunnen ophalen op de Koedijklaan in onze gezellige kamer bij een open haard. Zoals het de laat­ste dag was voor ik weg ging, nu meer dan 2 jaar geleden.

    Ik stop voor vandaag, morgen zal ik trachten het af te maken. Ik moet nu noodzakelijk naar bed temidden van mijn broeders hier waarmee ik nu 7 maanden dag in dag uit lief en leed deel. Fijne kerels stuk voor stuk.

    10 juli 1942 - Het is inmiddels twee dagen verder en ik wil deze brief nog even voortzetten. Afmaken zal ik hem niet want er is voor mij iets heel belangrijks gebeurd waarvan ik echter nog geen uitslag heb. Ze hebben mij namelijk gekeurd, waarbij bleek dat mijn gehoor erg slecht is en in­dien ik door ga met al dat lawaai voor mij vroegtijdig doof­heid zou kunnen volgen. Ik moet nu onder behandeling en hoop snel te weten wat de uitslag is. Misschien word ik voor de keus gesteld met doorgaan en dan heel vroeg doof te zijn óf op te houden om mijn gehoor te behouden. Een moeilijke keus. Ik vermoed echter dat ik het eerste kies om het Vaderland zo beter te dienen. Enfin, de tijd zal het leren.

    28 juli 1942 - Het is al weer een hele tijd geleden sinds ik het bovenstaande schreef. Ik mag doorgaan met mijn werk, hoe­wel het verre van in orde is (ik heb dit nog te danken aan de neusoperatie die ik een jaar of acht geleden in Holland kreeg). Inmiddels heb ik enkele examens moeten doen, ze hou­den namelijk alleen de allerbesten en de rest gaat eruit. Ik ben er nog bij en denk dat het wel zo blijven zal.

    Het leven gaat hier verder zo zijn gang, alleen is het erg warm, Indië is er soms niets bij. Ik zit eigenlijk met span­ning op een telegram van jullie te wachten over de baby; als jullie deze brief echter krijgt is alles al achter de rug.

    Nu lieve mensen, tot zover. Ik beloof meer te zullen gaan schrijven want ik zie het als een groot belang dat wij ten­minste contact houden.

    Beste oom Frits en tante To, Fort Leavenworth , 8 juli 1942.

    Even een kort briefje om te bedanken voor de brief van Tante To en voor het doorzenden van de brief van Wil­lemien. Ik heb nu ineens het gevoel weer in contact te zijn met de familie en vooral met Willemien. Het moet wel leuk zijn voor haar om zoveel hollanders om zich heen te hebben, vooral nu ze zo afgesloten zit van de rest van de wereld. Zoals jullie ziet zit ik nog steeds in Ft.L . en zal w.s . aan het eind van de maand naar Jackson gaan. We moeten op het ogenblik ontzettend hard werken, omdat meer dan de helft uit de vliegersopleiding moet, om andere diensten te doen aan boord van een vliegtuig. Ze zijn ons dus voortdurend aan het testen en de meesten zijn er dan ook al afgevallen. Ik hoor zelf gelukkig nog steeds tot de vliegers en hoop erg kans te zien er bij te blijven.
    Dit is voor vandaag alles, maar ik moest even laten merken hoe blij ik was met de berichten van Willemien.

    Beste oom Frits en tante To, Fort Leavenworth , 24 juli 1942.

    Het is al een hele tijd geleden dat ik iets van mij heb laten horen, maar de reden is dat wij hier op het ogenblik ieder voor zich een ware doodsstrijd moeten vechten om in deze vliegersopleiding te mogen blijven. We zijn hier allemaal gekomen als vliegers, waarvan ze nu gehele vliegtuig­bemanningen moeten maken en dus zodoende diegenen die niet 100% vliegen er uit gooien. Tevens hebben we net de hele week theorie-examens gehad waar heel wat voor gewerkt moest worden. Ik heb zelf nog steeds mijn hoofd boven water en hoop het te houden. Van de week haalde ik net mijn 2e militair brevet, zo­dat ik nu weldra naar de grotere vliegtuigen hoop over te gaan. Mijn enige angst is echter dat ze bij een keuring die we kort geleden kregen uitvonden dat mijn oren niet 100% zijn, waardoor het mogelijk zou zijn dat ik met al dat lawaai om mij heen op middelbare leeftijd doof zou kunnen worden. Ik mag echter doorgaan en die kans lopen, wat ik dan ook maar doe. Het is alleen altijd nog een reden om ook mij er uit te gooien, waarna ik verder dan, ook voor niets meer goed ben. Enfin, de tijd zal het leren.

    Tante To schreef dat ze eerstdaags voor de moeilijkheid zou staan van het maken van een pakje; iets wat ik een heerlijke gedachte vind om eens iets te krijgen dat ik niet aan mijzelf gegeven heb. Sedert ik thuis verliet is dat niet meer gebeurd. Ik heb er natuurlijk over nagedacht, maar de meeste dingen die ik nodig heb bezit ik en veel goed, etc. kan je in ons bestaan toch niet meeslepen. Ik was echter van plan om een goed foto­album aan te schaffen. Is dat soms iets wat op het verlanglijstje zou mogen komen te staan?
    Verder zou ik jullie raad graag eens willen hebben over iets wat vader en moeder aangaat. Zoals jullie weet is voor ons deze oorlog waarschijnlijk nog niet afgelopen, en dat we niet allen ons geliefd vaderland en familie terug zullen zien staat wel vast. Ik zou nu eigenlijk wel graag iets bij jullie achter­laten, liefst iets van mijzelf indien ik een van de minder gelukkigen mocht zijn. Ik heb in de eerste plaats gedacht een stel foto's te laten maken. Wat vinden jullie daarvan? Zou ik dat in burgerkleding of in een militair pak doen? Er is name­lijk ontzettend veel wat ik ze zou willen zeggen en geven, waar ik nu niet de kans voor heb en misschien ook niet voor krijg . Zouden jullie als ouders van kinderen mij hierin eens raad kunnen geven?

    Zoals jullie in Willemiens brief lazen heb ik inderdaad een meisje achter moeten laten in Indië, Willy Schilling genaamd (nichtje van de generaal Schilling die nog steeds op Java doorvecht). Toen bekend werd dat ik naar Australië zou gaan was het plan om haar mee te nemen, iets wat zeer goed gekund had, was het niet met Java zo snel afgelopen geweest. Ik ben echter zo ontzettend plotseling uit Soerabaya weggegaan, dat meenemen toen onmogelijk was. Alles zou toen verder vanuit Australië geregeld worden, maar bij aankomst daar was Java al gevallen en verder dus niets meer mogelijk. Misschien is het achteraf wel beter zo, want ons leven is toch wel erg onzeker en je weet nooit wat je morgen boven het hoofd hangt. Aan de andere kant kende ze Amerika en Australië waar ook familie van haar woonde, goed, omdat net voordat ik haar leerde ken­nen ze een plezierreis vanuit Java naar de U.S. en Australië gemaakt had van bijna een jaar om al die mensen op te zoeken.

    Enfin, zoveel gevallen als deze komen hier voor en de meesten hebben zelfs vrouw en kinderen in Java, en bij die vergeleken ben ik nog goed af. We zullen dus maar afwachten en hopen dat alles weer terecht komt en daarvoor vechten. Inmiddels is het bijna augustus en ik ben erg nieuwsgierig of we binnenkort een telegram van Willemien kunnen verwach­ten. Het is toch wel merkwaardig zoals Willemien schreef, dat Tom nu de enige vrije bank is van de 34 anderen die er over de wereld waren. Hij schijnt het dan ook beestachtig druk te hebben. Gek eigenlijk dat van die hele grote familie Lugt en ook van Tijen jullie en Willemien en ik de enigen zijn die de dans tot nu toe ontsprongen zijn, en ik een van de uitver­korenen om mee te mogen vechten aan de uiteindelijke over­winning.
    We blijven vermoedelijk nog tot het einde volgende maand hier, wat ik buitengewoon prettig vind, omdat het hier heel wat beter is dan in Jackson , Ook wat de warmte betreft. We heb­ben hier net een ontzettende warme tijd achter de rug, waar Indië bijna bij in het niet valt. Nu is het weer lekker weer, maar dat zal wel niet lang zo blijven. [...]

    (Onderaan deze brief is door oom Frits aangetekend dat hem wordt aangeraden een portret in militair en in burgerkleding te laten maken en tevens vooral op te schrijven wat hij allemaal heeft meegemaakt bij wijze van dagboek voor zijn ouders.

    Een eerste gedeelte van dit dagboek is bij zijn papieren teruggevonden; hij is er kennelijk wel aan begonnen maar heeft het niet afgemaakt.)

    Lieve tante To, Fort Leavenworth , 9 augustus , 1942.

    In de eerste plaats zal ik maar eens beginnen met je voor je verjaardag te feliciteren. Ik zal eerlijk toegeven dat ik dit niet zo goed wist als jullie die van mij, maar gelukkig is dat bekend geworden zodat ik hoop net nog op tijd te zijn met mijn felicitatie. Verder moet ik jullie hartelijk bedan­ken voor het ontzettend gezellige pakje en brief dat ik ont­vangen heb. Alles was meer dan welkom, vooral ook de vulpenomdat ik het oude beestje een paar dagen tevoren met een rugvlucht die ik maken moest van 5000 feet naar be­neden zag vallen. Het fotoalbum ga ik binnenkort eens in ge­bruik stellen, de cigaretten zjn bijna allen in rook opgegaan, de boeken heb ik natuurlijk nog niet allemaal uit.
    Ik vier mijn verjaardag hier helaas op minder prettige wijze aangezien ik natuurlijk net belast ben met de wacht vandaag. Er is hier niets te doen en het is doodstil omdat iedereen de weekend in Kansas City doorbrengt, behalve een heel stel vrienden die net thuis gekomen zijn om mij gezelschap te hou­den en waarmee ik straks ga eten ergens.
    Zoals we er hier op het ogenblik voorstaan gaan we de 28e van deze maand terug naar Jackson . Hierin kan natuurlijk nog wel verandering komen maar ik denk wel van niet. Hoe het dan ver­der gaat weet ik niet, wèl dat ik waarschijnlijk nog naar Texas moet om te leren bommen werpen. Wanneer dat is staat nog niet vast.
    Het weer is nu gelukkig weer een stuk koeler en het werk gaat dus weer veel gemakkelijker. Het zal echter wel weer veranderen denk ik, want dit is niet normaal.

    Cable received at Fort Leavenworth at 17 Aug. 1942.

    Received cable from Bombay , daughter Catherine born august fifteenth, mother and baby well - uncle Frits

    Definitielijst

    Torpedo
    Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

    Afbeeldingen

    Frits Lugt en To Lugt-Klever, Gerards "Amerikaanse ouders" Bron: M. Lugt.
    Aankomst Jackson Airbase Bron: M. Lugt.
    De klas bij aankomst Bron: M. Lugt.
    De Buick Bron: M. Lugt.
    "Automonteur!" Bron: M. Lugt.

    Brieven uit Jackson (USA), 07-09-1942 t/m 28-12-1942

    Lieve tante To en oom Frits, Jackson airbase, 7 sept. 1942

     

    [...] Zoals jullie ziet zit ik weer in Jackson waar we een week geleden aankwamen voor onze verdere vliegopleiding. Ik heb het echter slecht getroffen aangezien ik onmiddellijk het ziekenhuis hier ingegaan ben. Ik kreeg op reis namelijk last van mijn darmen en werd dan ook bij aankomst opgenomen en moet nu een soort rustkuur doen, waar­na ik een operatie zal moeten ondergaan. Het geheel is niets ernstigs, kan alleen veel tijd nemen wat ik natuurlijk hele­maal niet gebruiken kan. We moeten nu snel verder en als ik jachtvlieger word moet ik al begin volgend jaar klaar zijn voor Engeland of elders. Dit hier in het ziekenhuis kan wel eens twee maanden duren zodat ik dan behoorlijk achter kom. Verder heb ik dan het eerste gedeelte van mijn vliegopleiding in Leavenworth afgesloten en kunnen ze nu beginnen ons klaar te maken voor grotere vliegtuigen. [...] Jullie worden nog hartelijk bedankt voor het doorzenden van Willemiens telegram. Het heeft lang op zich laten wachten maar gelukkig schijnt alles goed gegaan te zijn. Het wordt anders tijd dat ze maar eens hierheen kwamen. Tom kan hier best werk vinden en voor Willemien zou het zo goed zijn om weer eens in een rustige omgeving te leven. Ik laat het hier verder maar bij en hoop binnenkort nog eens te laten horen hoe het er mee staat. Hoop dat jullie dit lezen kunnen, in bed schrijven valt niet mee.


     

    Beste oom Frits en tante To, Jackson, 20 sept.'42.

    Tante To hartelijk dank voor haar gezellige brief. Ik zal echter maar meteen beginnen met te vertellen dat ik gelukkig, hoewel waarschijnlijk voor tijdelijk, uit het ziekenhuus ben. De operatie moet wel doorgaan maar na deze periode in het ziekenhuis ben ik tijdelijk genezen en willen ze wachten tot die ontsteking een meer zichtbare vorm aanneemt zodat ze de kern bij de operatie ook weg kunnen nemen. Wat het precies is weet ik niet, alleen dat je met zoiets geboren wordt en dat pas op latere leeftijd tot uiting komt. Het is in ieder geval niets om ongerust over te maken, alleen dat het veel tijd kan kosten.
    Intussen ben ik weer druk aan het vliegen. Ik heb nu een veel groter en moeilijker vliegtuig gekregen, wat ik natuurlijk door uitproberen goed moet leren kennen. Het vliegen wordt nu veel lastiger, omdat met die grote vliegtuigen je niet meer vrij bent in wat je zou willen doen. We hebben namelijk radio aan boord, waardoor je al je orders krijgt. Hier in Amerika is dat wel wat moeilijker dan in Holland, want je bent nooit alleen in de lucht zodat het strikt opvolgen van de orders die ze je van de grond geven noodzakelijk is. Dit gaat natuurlijk in het engels in een zeer snel tempo. Je hoort voortdurend al die vliegtuigen om je heen praten en orders krijgen. Als dan plotseling tussen al het geraas je nummer komt moet je het maar metéén horen wat ze zeggen en nauwkeurig opvolgen. (Toch is het wel leuk als je hoort dat een groot passagiersvliegtuig opdracht krijgt te wachten omdat je zelf eerst moet landen).
    Ik geniet dan ook van alles en als het goed gaat komen binnenkort de grote overland-vluchten, waarin ik hoop nog meer van dit land te zien.

    Ik verheug mij al op het feit dat we elkaar over een maand misschien zullen zien. Schreef Jaap nog iets over mijn hier in Amerika zijn en heeft hij dat kunnen doorgeven naar vader en moeder? Ik durf zelf eigenlijk niet te schrijven; schrijven jullie nog eens of je denkt dat het enig gevaar kan. Als ik schrijf moet ik dan net doen of het aan Jaap gericht is? Ik stond wel in de "Knickerbocker", die foto van die groep jongens met het portret van de Koningin. Van het midden uit de 3e naar links. Ik sta er slecht op met zwart haar (in werkelijkheid nog altijd blond).
    Ik stop maar weer eens, het is al laat in de avond en morgen vroeg is het weer heerlijk vliegen.


     

    Beste tante To en oom Frits, Jackson , 4 oct. 1942.

    Hartelijk dank voor het doorsturen van moeders brief. Jullie begrijpt wel hoe gelukkig ik daarmee was. De laatste brief die ik van thuis kreeg was voor mijn 24e verjaardag geschreven en ik had dus in precies een jaar niets gehoord.

    Toch vind ik dat moeder flink schrijft en ik vertrouw er dan ook op dat ze ondanks de moeilijkheden er wel door zullen komen. De dood van oom Rem is natuurlijk ontzettend, maar aangezien hij de laatste was die met de duitsers mee zou lopen, zal hij hen wel dwars gezeten hebben. Het is zo jammer dat hij b.v. niet naar Engeland heeft kunnen komen. Het was echt een man om voor het vaderland van onschatbare waarde te kunnen zijn.
    Die goede oude Opa houdt ook maar vol, hij is nu bijna 94. Moeder schreef eens dat hij wou blijven leven tot hij Willemien en haar kinderen en mijzelf weer thuis gezien had. Ik begin bijna te geloven dat dat zo zijn mag.
    Ik ben zo blij dat oom Henk in Vlissingen ook weer getrouwd is want die had de laatste 15 jaar niets meer dan narigheid gehad. Ik hoop dat het met Pans goed gaat, ze zal een le klas moeder zijn. Ook voor moeder moet het zo heerlijk zijn weer een bereikbaar kleinkind te hebben, want ze mist Willemiens Greetje blijkbaar voortdurend. Ik zal meteen deze brief overschrijven en aan Willemien doorsturen want die ontvangt geloof ik nooit een brief uit Holland.

    Met mij gaat het verder goed en ik ben nog steeds uit het hospitaal. Ik vlieg veel en maak voortdurend overlandvluchten. De omgeving hier begin ik dan ook aardig te kennen. Ik voel mij al aardig thuis op mijn nieuwe kist die zoveel groter is na de andere vliegtuigen die ik gevlogen heb en bijna twee maal zo snel. Toch moet ik nog 100 uur er mee vliegen voordat ze ons iets anders geven. 100 uur lijkt in jullie ogen misschien weinig, maar daar zullen vermoedelijk 4 maanden mee heen gaan voor het zover is. Binnenkort krijg ik nu nachtvliegen en z.g. blindvliegen, waarbij je dan op moet stijgen en naar een zekere plaats vliegen zonder de grond gezien te hebben. Dit is zowat het moeilijkste wat er is in de vliegerij en we krijgen dan ook voortdurend les daarin op de grond. Ze hebben hiervoor een ongelooflijk ingewikkelde machine waarin we dat leren. Je blijft dan op de grond, maar moet in dat instrument dat er van binnen net uitziet als een vliegtuig alles doen wat je in werkelijkheid ook zou doen. Al de handelingen worden dan automatisch op papier opgetekend en de instructeur kan precies zien op zijn instrumenten of je alles goed doet.


     

    Lieve Willemien en Tom, Jackson Air Base, 5 oct.'42.

    Het is alweer lang geleden dat jullie iets van mij hoorden en ik heb zelfs niet eens gefeliciteerd met de nieuwe aanwinst. Oom Frits stuurde mij het telegram dat jullie zonden door en gaven het nieuws ook door aan Jaap, zodat ze thuis het nu ook wel weten. Ik zal maar meteen beginnen met het belangrijkste en wel dat ik net een brief van moeder kreeg geschreven op mijn verjaardag en dus in 1zmaand hier. Ik zal hier even de meest belangrijke dingen overschrijven zodat je er uit op kunt maken hoe het met hun daar staat. Ze zijn natuurlijk dol blij dat ik hier ben, hoewel ik niet weet of ze weten wat ik nu eigenlijk doe.

    Het gaat hier goed en ik ben thans weer in een andere plaats op school. Veel wil ik er niet van schrijven, maar als jullie soms de Knickerbocker Weekly daar krijgen zul je alles over ons kunnen lezen. Schrijf eens of jullie die daar hebben, anders zal ik jullie er een abonnement op nemen. Ik weet niet of mijn brieven er lang of kort over doen, maar het loopt alweer tegen Kerstmis en Nieuwjaar en ik wil jullie bij deze dan maar vast het beste wensen voor het komende jaar.

    Wat het ons brengen zal is natuurlijk niet te zeggen. Wel kom ik het volgend jaar van de school af natuurlijk en zal dan wel weer de wereld ingestuurd worden; de vraag is alleen nog Oost of West. Zelf weet ik niet wat ik het liefst zou willen. Holland trekt natuurlijk maar Indië heeft het ontzet misschien meer nodig. Ook kan ik jullie kant wel eens op komen, hoewel ik liever zou zien dat jullie deze kant op kwamen en hier verder de oorlogstijd door zouden brengen. Amerika is een prettig land waar wij Hollanders ons best thuis voelen. Met Kerstmis hoop ik vrij te krijgen en die tijd bij oom Frits en tante To door te brengen. De afstanden zijn hier echter zo groot dat het meestal niet meevalt elkaar te bereiken.
    Ik verlang erg naar een brief van jullie over de nieuwe baby en ik hoop dan ook dat jullie je broer niet vergeten zult wat dat betreft.

    Ik heb hier naast het werk wat erg prettig is ook een heerlijke tijd; we gaan veel uit en maken het leven zo lang het nog kan zo plezierig mogelijk. Mijn auto heb ik nog steeds, alleen wordt het straks moeilijk er mee te rijden aangezien we last met de banden hier hebben en daarom binnenkort benzinerestrictie kunnen verwachten.


     

    Beste oom Frits en tante To, Jackson, 8 nov. 1942.

    We hebben nu allemaal toestemming gekregen om een paar dagen met verlof te gaan en ik heb nu van de 17e dec. t/m de 27e vrij. Natuurlijk zou ik die dolgraag bij jullie doorbrengen indien dit mogelijk is. De Kerstdagen zal ik echter wel moeten gebruiken voor de treinreis, zodat ik die onmogelijk bij jullie zal kunnen doorbrengen. Zouden jullie eens een voorstel willen doen hoe ik mijn reis het beste kan maken, zodat ik de hele familie in dit verlof te zien krijg. Ik hoor hier dan nog wel gauw iets over hè? Verder worden jullie hartelijk bedankt voor het opzenden van mijn brieven uit Holland. Veel zeggen ze niet en ik vond die van vader zelfs erg somber.

    Ik hoop gauw wat te horen.


     

    Beste oom Frits en tante To, Jackson, 22 nov. 1942.

    In de eerste plaats hartelijk dank voor de lange brief van tante To, waarop ik tot mijn spijt nu pas antwoord. De oorzaak is dat ik de vorige week hier mijn beste vriend verloor door een vliegongeluk, wat voor ons allen hier een grote slag was. Hij was de eerste uit onze klas, die we tot nu toe geheel gaaf gehouden hadden, die viel en het deed de meesten en ook mij weer eens goed de ogen open voor het gevaar wat er toch nog altijd bij is. Want hoe langer je vliegt hoe meer je denkt dat je het kent en hoe zorgelozer je wordt, totdat er weer een ongeluk gebeurt wat je allen weer wakker schudt.

     

    In Memoriam.

    Bert Wiersinga – 8 Maart 1919 – 13 november 1942.

    Ook een AROV en Gerards beste vriend. Bij laagvliegen raakte hij een boom en kwam om het leven.

    Nu over de vacantie: we krijgen een iets kortere vacantie als we oorspronkelijk dachten, zodat ik de 18e hier weg mag om de 28e 's morgens weer terug te zijn. Erg hoop ik dan de le Kerstdag nog bij jullie te kunnen zijn om mijn 3e Kerstmis van huis weer eens in een familieomgeving door te brengen. Ik moet nog uitzoeken hoe het vervoer zal zijn maar hoop dat dit niet langer dan twee dagen zal duren. Hoewel ik bang ben dat het treinverkeer overbelast zal zijn. Er bestaat natuurlijk altijd nog een kans dat ze ons gedeeltelijk per vliegtuig brengen, maar toch zeker nooit zo ver als Columbus of Cleveland.

    Van de week gaat hier ongeveer de helft van onze klas en van de marine weg om weer terug te gaan naar het watervliegen. Helaas zijn er bijna al mijn beste vrienden bij, zodat het hier verder niet zo leuk meer zal zijn. Aan de andere kant is het dan wel zeker dat ik op de landvliegtuigen blijf, wat ons de kans geeft op veel beter materiaal te komen, zodat we de vijand ook hardere klappen kunnen geven. Gelukkig ziet het nieuws er de laatste tijd goed voor ons uit en hoewel we de oorlog nog lang niet gewonnen hebben, geeft het je weer moed om er straks weer naar terug te gaan. Ik zal t.z.t. nog schrijven hoe en wanneer ik naar het "Hoge Noorden" kom, waar ik mij ontzettend op verheug. Dit is mijn eerste echte ongecontroleerde vacantie sinds september 1940 toen mijn werk in Indië aanving. Er waren in die tussentijd natuurlijk wel lange reizen die er iets op leken, maar vrij was je natuurlijk nooit.

    Moet ik op warme kleren rekenen in Oberlin of wordt het daar nooit zo koud als in Holland?


     

    Beste oom Frits en tante To, Jackson, 2 dec. 1942.

    Tante To hartelijk dank voor haar brief, waarop ik meteen zal antwoorden met de vacantieplannen. Ik zal vermoedelijk zondag in de loop van de dag aankomen en het vertrek zal dan w.s. de 26e zijn vanuit Cleveland. Ik kom n.l. met een speciaal ticket naar jullie toe en heb een Pullmanreis teruggenomen (als ik die tenminste krijg), dit om zeker te zijn van een plaats in de trein terug. Ik zal jullie maar meteen ook waarschuwen dat ik deze vacantie dit keer gelukkig geheel zelf bekostigen kan (dus geen bedelpartijen meer).
    Over een vriend meebrengen heb ik helaas de vorige keer vergeten te antwoorden. Ik had inderdaad er eerst over gedacht jullie te vragen of ik die vriend die kort geleden gevallen is mee mocht nemen. Dit is nu helaas onmogelijk en alle anderen hebben hun eigen plannen zodat ik dus alleen zal zijn. We hebben anders net gisteren weer twee van onze jongens verloren, die door een windvlaag tegen de grond gesmakt zijn en in brand gevlogen. Het gaat te hard, we zijn er nu al 12 verloren, + 2 per maand. Het lijkt zo onnodig maar toch schijnt het erbij te moeten zijn.
    Van Ireen kreeg ik ook net een lange gezellige brief met nog eens uitdrukkelijk de vraag toch Kerstwensen op te geven. Het lijkt misschien wel kinderachtig, maar ik laat dat toch maar liever aan jullie over. Dit is hetzelfde antwoord dit ik vader en moeder ook altijd gegeven heb en ik zal het jullie dan ook maar doen.
    Ik zit hier op het ogenblik bij een vriend van mij die zijn vrouw en kind nog uit Java heeft weten te krijgen, en op wiens kind van 2 jaar ik nu zit te passen omdat zij uit zijn. Gelukkig heeft ze nog geen kik gegeven, anders zou ik niet weten wat te doen.
    Ik stop maar weer eens. Verlang verder erg er naar jullie weer te zien.


     

    Beste oom Frits en tante To, Jackson, 28 dec. 1942.

    Even mijn behouden aankomst in Jackson melden, na een voorspoedige reis waarvan natuurlijk later bleek dat ik ook die latere trein had kunnen nemen, die wel te laat in Cincinnati aankwam maar waarop onze trein +45 min. wachtte. Je begrijpt hoe boos ik was.
    Verder wil ik jullie nogmaals bedanken voor de heerlijke vacantie in Oberlin. Jullie weet niet hoe prettig het was dit eens in een huiselijke omgeving door te brengen en dan nog wel bij je eigen familie. Als ik nu de verhalen hoor van mijn vrienden, en hoe die het gehad hebben, zou ik voor geen goud met ze geruild hebben. Al het plezier dat zij gehad hebben hebben ze voor grof geld moeten kopen en ze zeggen allen dat ze het niet beter hadden kunnen treffen, maar in hun hart geloof ik dat ze geen van allen een echt prettige vacantie gehad hebben. Ik ben blij dat ik deze Kerstmis zo nog gehad heb en hoop dat de volgende, al zal dat wel niet 1943 of '44 zijn, weer met ons allen in Holland gevierd mag worden. Waarbij wij dan verhalen kunnen vertellen over onze Kerstmis in Oberlin. Ik zal het in ieder geval niet licht vergeten.

    Jackson is natuurlijk precies eender, alleen dat alle regen die in Amerika moest vallen hier op Jackson neergekomen is en er dus van vliegen geen sprake is. Bovendien werd ik meteen bij aankomst voor 24 uur op wacht gezet en kom daar vannacht om 12 uur weer af. Op het ogenblik heb ik even vrij zodat ik deze brief mooi even kan schrijven. [...] Verder nog de beste wensen voor 1943 van welk jaar ik een hoop goeds verwacht, in zoverre het de algemene oorlog betreft.

     

    Afbeeldingen

    In Memoriam.Bert Wiersinga – 8 Maart 1919 – 13 november 1942. Ook een AROV en Gerards beste vriend. Bij laagvliegen raakte hij een boom en kwam om het leven. Bron: M. Lugt.
    Een pagina uit het "Army Air Forces Instrument Approach Procedures" Bron: M. Lugt.
    Pagina uit het logboek van Gerard Johan Lugt Bron: M. Lugt.
    Vultee BT-13 een type waar tijdens de opleiding mee werd gevlogen Bron: Air Force Historical Research Agency.
    Vrolijk Kerstfeest aan Gerard Johan Lugt Bron: M. Lugt.

    Brieven uit Jackson (USA) 12-01-1943 t/m 12-05-1943

    Beste Willemien en Tom, Jackson, 12 jan.1943.

    Inmiddels is Kerstmis en Nieuwjaar achter de rug en ik wil jullie vertellen hoe dat alzo verlopen is. De week van Kerstmis kreeg ik verlof en heb die natuurlijk doorgebracht bij de familieleden die hier in Amerika wonen. De eerste paar dagen bracht ik bij Claar door in Colu mb us, Ohio, die daar met haar man woont op een heel klein appartementje. Hij is daar onder dienst en ze boffen heel erg dat ze nog steeds bij elkaar kunnen zijn. Claar is niet veel veranderd maar wel ver-Amerikaanst. Ik was 2 dagen bij hun waarin er + 30 cm . sneeuw viel en de temperatuur 22 gr.F. daalde, zo­dat ik meteen weer het gevoel van een hollandse winter kreeg waar ik lang naar uitgezien had.
    Van daar vertrok ik naar Oberlin waar oom Frits en tante To wonen. Dit is ongeveer 3 uur van Claar af en niet zover van Cleveland. Els haalde mij van de trein en ook die is niets veranderd. De hele familie stond natuurlijk op mij te wach­ten en ik had dan ook bijna een gevoel van een thuiskomst. Oom Frits en tante To had ik al eens een dag gezien, maar dit was weer zo'n heel andere ontmoeting. Hier zag ik dan ook voor het eerst Irene, een heel knap meisje van 14 jaar. Ze wonen op een boven-verdieping van een heel groot huis waar tante To het hele huishouden doet met Els samen. Alles is daar dan ook ingericht op de bekende makkelijke amerikaan­se manier, zodat ze alles alleen afkunnen. Ik zond van daaraf jullie een telegram wat ik hoop dat goed aankwam. Voor ik het vergeet: is mijn Kerstpakket wat ik jullie zond al aangekomen?
    Ik had daar dus eerst twee dagen voor Kerstmis, waarin ik mij echt sinds lange tijd thuis voelde. Gewoon normaal eten en zelf daarna opruimen en afwassen met niet voortdurend men ­ sen om je heen die je niet kent of waartegen je een andere taal moet spreken. Kerstmis was erg gezellig, we hadden een echte kerstboom met kaarsjes (iets in Amerika vrijwel onbe­kends) en inplaats van op Sint Nicolaas waren er nu Kerst­ pakjes van iedereen aan iedereen. De dag na Kerstmis was mijn vacantie weer bijna om en moest ik dus weer terug naar Jack­ son.

    Hier bij ons gaat alles normaal door en ik denk dat jullie welzo het een en ander over ons leven zullen horen; er over schrijven durf ik niet goed. Van thuis hoorde ik niets meer direct, wel langs een omweg via de ouders van een vriend van mij uit Bussum. Uit Indië komt natuurlijk helemaal geen nieuws en wàt je hoort is soms goed en soms slecht, zodat toch niemand zich een goede indruk kan maken van hoe de toe­ stand daar nu eigenlijk in werkelijkheid is. Van onze verdere plannen hier weet ik niets, wèl dat ons ver­ blijf hier nog lang niet afgelopen is. Het is natuurlijk heerlijk in dit prettige land te zijn, maar we voelen allen dat het toch tijd wordt dat we weer eens wat van ons laten merken. Enfin, die tijd zal ook wel komen en het is beter goed dan half getraind de oorlog in te gaan.


     

    Lieve tante To, Jackson , 31 jan.1943

    Wat heb ik je schandelijk in de steek gelaten met eens wat van mij te laten horen na al je brieven die ik kreeg.
    Ik heb het echter erg druk gehad en de tijd die er dan voor jezelf overblijft gebruik je dan meestal niet om brieven te schrijven. We gaan namelijk deze week over naar een nieuwe opleiding, waarbij we dan de grote twee-motorige vliegtuigen gaan vliegen. Ik verheug mij hier erg op omdat het vliegen dan weer zoveel leuker wordt en ook al omdat ik nu 4 maanden aldoor in één toestel gevlogen heb en nu wel weer eens iets anders wil zien. De laatste twee weken hadden we vele proef­ vluchten en nu moeten we nog bijna elke nacht vliegen ook. Inmiddels kregen we een nieuwe Oranjetelg (Prinses Margriet ) , hetgeen hier na­ tuurlijk een groot feest geworden is. De school bood ons een dansavond aan met alles vrij (dus drank) en 1 1/2, dag vacantie.

    [...] Jullie hoorden denk ik nog niets uit Zwitserland? Is het postverkeer nu werkelijk geheel stop? Veel nieuws van hier is er verder niet en ik hoop dat ik als we goed en wel op onze nieuwe vliegtuigen zitten er wat meer te schrijven valt.


     

    Lieve tante To, Jackson , 8 febr. 1943.

    Net krijg ik Els haar brief met ingesloten die van Jaap, waarvoor je haar namens mij wel hartelijk wil bedanken.
    Ik heb natuurlijk eerst Jaap's brief gelezen en niet opge­merkt, voordat ik die van Els las, dat hij ruim een jaar oud was. Het treurige is toch wel dat er dus een heel jaar voorbij kan gaan zonder dat dat in een brief merkbaar is. Met dezelfde post kwam er de lang verwachtte brief van Willemien die ik met 2 foto's ingesloten toestuur, zodat jullie die ook lezen kunnen.
    Wat de foto's betreft, denken jullie dat aangezien de post­verbinding dus met Zwitserland weer mogelijk is, dat het mogelijk is deze naar Jaap door te sturen? Misschien kun­nen we ze uitknippen en ook eventueel zelfs Tom er af knippen. Als jullie dus eens aan hem schrijft denk er dan eens over.


     

    Lieve Willemien, Jackson, 25 febr. 1943.

    Hartelijk dank voor je lange brief van 1 januari, ik was erg blij van je te horen. Leuk vond ik het dat jullie mijn pakje kregen. Schrijf toch nog eens wat ik meer kan doen zolang als ik hier zit; het is zo gemakkelijk om jullie van alles toe te sturen van hieruit en geld is in het geheel geen be­zwaar als jullie dat soms denken. Jullie hoorden toch wel dat Oom Rem gestorven is en nog wel in handen van de moffen. En Pans verwachtte een baby in nove mb er, maar daarover hoor­de ik nog niets. Sinds Frankrijk ook geheel gepikt is komt er tot nu toe weinig of geen post meer uit Zwitserland. Mocht die verbinding weer tot stand komen dan zullen oom Frits en tante To proberen de foto's die jullie stuurden naar Jaap door te sturen. Hoop dat dat lukt.

    Wat heerlijk dat jullie als vrije Hollanders nog zoveel voor ons land kunnen doen. Laten we hopen dat we beiden zo kunnen doorgaan totdat de vrede komt.

    Het leven gaat hier zo gewoon zijn gang en als je de Ameri­kaanse tijdschriften krijgt en misschien verschillende men­sen ontmoet die hier geweest zijn, dan weten jullie wel zo ongeveer wat er hier omgaat. Het gaat wel langzaam, maar ook op de bekende grondige manier van de Hollanders en het zal dan ook nog wel even doorgaan voordat ik hier weg ben. Ik ben nu net als het ware naar een andere klas overgegaan, de z.g. "Advanced training", waarin ik wel veel meer van Amerika zal gaan zien, want dan word je er nogal eens op uit gestuurd.

    Uit Indië krijgen we weinig of geen nieuws en het nieuws dat er is is over het algemeen niet zo goed. Ik denk dat de men­sen daar het over het algemeen nog moeilijker hebben dan in Holland. Het is in Indië zo moeilijk jezelf gezond te houden als je niet goed gevoed en gekleed wordt. Je schreef dat je verschillende mensen ontmoet had die mij kenden, wie dat waren kan ik niet uitmaken. Stuur nog eens wat foto's van jullie en vooral van thuis als je die hebt. Ik bezit alleen twee kleine foto's van Vader en moeder, dat is alles.


    Lieve tante To, Jackson , 5 maart 1943.

    Hartelijk dank voor je lange gezellige brief, ik zal maar even snel antwoorden voordat jullie weer uit New York ver­trekken.
    Veel nieuws van hier is er niet, het werk gaat op het ogen­blik kalm aan door het vele slechte weer dat we telkens heb­ben, zodat ik nog steeds niet "los" ben op mijn nieuwe kist. Hiervoor moet je minstens 6 uur met de instructeur vliegen en ik heb er pas 1 1/2. Wel ga ik veel mee als tweede piloot met die mensen die juist in slecht weer moeten vliegen.
    We hebben hier net weer een zwarte week achter de rug met 2 dodelijke ongelukken, hetgeen 7 man in één maand tijds maakt. Het nare is dat we slechts in één geval weten wat er gebeurd is, zodat je ook zo slecht lering uit een ongeluk kan trekken.

    Dit is zomaar iets tussen de bedrijven door, op de knie ge­schreven.


     

    Beste mensen, Jackson, 7 april 1943.

    Ik weet tegenwoordig met mijn tijd geen raad; ik heb namelijk in een maand al niet meer zelf gevlogen, omdat al onze vlieg­tuigen uit de vaart zijn daar een dodelijk ongeluk een tijdje geleden waarbij een amerikaanse testpiloot om het leven kwam, de oorzaak was van een constructiefout, waardoor de staarten van onze toestellen af konden vliegen. Inmiddels worden jul­lie bedankt voor doorzenden van moeders en Willemiens brie­ven. Het deed mij goed weer iets van moeder te horen, al was het oud nieuws. Jammer echter dat ze net schreef voor de komst van de baby van Pans, zodat we dus thans nog niet weten hoe het afgelopen is.
    Hier uit Jackson is weinig te vertellen omdat het met ons vlie­gen zo slecht gaat. Verder is het hier alweer bijna zomer en de meeste bomen zitten dan ook dik in het groen. Ik heb deze maand voor het eerst een kamer buiten de base genomen in een groot huis waarin nog 3 andere klasgenoten wonen. Het is heerlijk om daar 's avonds te kunnen zitten en werken. We mogen er gedurende de week echter niet slapen en doen dat dus alleen op de weekenden.
    De 27e van de vorige maand trouwde een van mijn oudste vrien­den hier, waarmee ik al in ' 36 in Loughborough op college zat. Het was een pracht van een feest en ik zal hierbij insluiten het verslag + foto uit de krant. Ik begrijp niet waarom die kerels trouwen; we we­ten allen dat we hier niet lang meer zullen zitten en het kleine beetje geluk dat ze nu krijgen zal nooit opwegen tegen de enorme moeilijkheden die zich hierdoor zeker zullen voor­doen. En al is Holland binnen afzienbare tijd vrij, dan zal het nog jaren duren voordat ieder en zeker wij rustig kunnen gaan wonen.


     

    Beste Willemien en Tom, Jackson, april 1943.

    Ik geef deze brief mee aan een klasgenoot die gaat verhuizen van hier en bij jullie in de buurt komt wonen. Ik hoop en veronderstel dat hij wel eens jullie richting uit z1 komen en deze brief afgeven. Mocht dit gebeuren dan kan hij jullie alles precies vertellen hoe het hier alzo staat, in zoverre dat al niet bekend is.
    Zoals je ziet zit ik hier nog steeds in Jackson en zal er ook nog wel even blijven. De zomer staat weer voor de deur,het wordt al aardig warm. Midden-zomer is hier erger dan in Indië en bij jullie en er staat ons dus heel wat te wach­ten.Ons verblijf hier wordt anders wel wat lang en ik hoop dan ook op een spoedige verandering; veel hoop daarop is er echter niet.

    Vorige maand kreeg ik jullie brief van 10 februari en tante To zond haar brief aan mij door ter inzage. Ook van moeder kreeg ik weer een brief die alleen erg oud was, n.l. van 4 nove mb er. Hij was geschreven + 14 dagen voor de verwachte komst van Pans haar baby, waar ik dus nog steeds niets over weet. Vooral het feit dat ze van jou en mij nooit iets hoor­den vond ze erg naar. Oom Co is nu permanent in huis komen wonen en heeft de oude eetkamer als kamer. Wim de huishoud­ster heeft de kamer daarboven. Over de rest van de familie weinig nieuws, behalve dat ze nog steeds zeer onder de in­druk zijn van het verlies van oom Rem. Wim en Ed Wolff zijn in Zwitserland; Bob Gazan is zoek en men vreest het ergste.

    Ik ben weer begonnen met een vliegtuigmodel te maken zoals ik in Holland ook deed en dat geeft me meer voldoening dan telkens maar weer naar de bioscoop met een biertje na.


     

    Lieve tante To, Jackson, 12 mei 1943.

    Het leven hier in Jackson is na een lange tijd van gedwongen rust weer in volle bloei en we vliegen thans met volle kracht om de verloren tijd weer wat in te halen. Ik vlieg nu op de 2-motorige toestellen waar ik de vorige week z.g. op "los" kwam, en voel mij thans meer en meer vlieger. Deze toestellen zijn natuurlijk veel moeilijker dan alles wat ik tot nu toe vloog, en omdat ze uitgerust zijn om er volledige aanvallen mee te doen, vol met instrumenten en knoppen waarover we al­les weten moeten alvorens ze alleen te mogen vliegen. Alleen al voordat ik ga landen moeten er 142 dingen nagekeken wor­den! We moeten nu eerst voor een hele tijd niets anders doen dan opstijgen en landen om hem volledig in mijn macht te krijgen, waarna ik, en ik hoop dat dat einde volgende week is, dan overland mag vliegen, eerst korte stukken van + 700 mijl per dag en later gaan we dan nog de rest van Amerika bekijken.
    Het is hier nu volop zomer, in de vliegtuigen is het soms ondraagbaar warm en hoe dat straks moet worden weet ik niet. We trekken nu al alles uit en ik zit dan alleen in een broek­je achter het stuur. Het leuke van deze vliegtuigen is ook dat niet zoals vroeger je voortdurend alleen er in zit. Het minimum is 2 en we kunnen er 7 man verder nog bij nemen. Je zit dan in ieder geval altijd met je co-pilot en verder gaan er nog mensen mee voor navigatie, radio, bommenwerpers en mitrailleur-schutters. De co-pilot is ook altijd een leerling en je wisselt ook telkens van zitplaats om, zodat ik dan natuurlijk ook vaak die dienst doe. Zodoende leer je elkaar kennen en waarderen (of niet), iets wat later als we er echt op uit gaan van het grootste belang is. Inmiddels gaat het met de oorlog voor ons iets beter en ik ben nieuwsgierig of ze deze overwinning zullen gebruiken om verder bij Italië in te vallen. Hitler heeft in ieder geval geloof ik zijn langste tijd in Europa gehad, en ik hoop dat er nu wat schot in de zaak zal komen.

    Gisteren vierden we (herdachten we) het feit dat we een jaar in de U.S.A. zijn. Het is gek te denken dat we Java verlieten om een spoed-opleiding te krijgen van 4 - 6 maanden en dat we nu al 14 maanden weg zijn en nog lang niet klaar. Enfin, we kunnen wel zeggen dat we de beste opleiding krij­gen ooit aan Hollanders gegeven, wat ons later zeer ten goe­de zal komen.
    De kans dat ik na afloop hier naar Engeland over vlieg is vrij groot en dat zal mij dan weer heel wat dichter bij huis brengen. Ik stel mij al voor weer eens over Holland te vlie­gen met het Rood-Wit-Blauw onder de vleugels.


     

    Lieve tante To, Jackson , 26 juni 1943.

    Ingesloten een brief van Willemien met het goede nieuws van Holland. Ik ben zo blij voor Pans en Bob en ook voor vader en moeder, want die verlangden altijd zo naar de kinderen van Willemien en nu hebben ze er een kleinkind bij zo vlak bij huis. Ik weet dat moeder nu nog meer in Amsterdam zal zitten.
    Onze tocht Niagarafalls - Cleveland - Indianapolis - St.Louis Kansas City - Tulsa - Oklahoma City - Shreveport - Jackson liep goed af en we hadden Maandag om 8 uur 's avonds de wie­len weer aan de grond. Ik vloog nog om + 10 uur over Oberlin maar zat te hoog om jullie aandacht te kunnen trekken. Verder was mijn bezoek aan jullie heerlijk en ik hoop dat het moge lijk is om het nog eens te doen, alleen dan iets langer. Deze weekend blijf ik eindelijk eens in Jackson, maar de volgende (weer en wind dienende) New York of Los Angeles.

     

    Definitielijst

    mitrailleur
    Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.

    Afbeeldingen

    Prinses Margriet en Prins Bernhard 1943 Bron: Koninklijk Huis.
    Beech AT-11 "Kansas" Advanced Training toestel voor tweemotorige toestellen Bron: US Air Force.

    Brieven uit Jackson (USA), 26-06-1943 t/m 26-09-1943

    Lieve tante To, Jackson , 26 juni 1943.

    Ingesloten een brief van Willemien met het goede nieuws van Holland. Ik ben zo blij voor Pans en Bob en ook voor vader en moeder, want die verlangden altijd zo naar de kinderen van Willemien en nu hebben ze er een kleinkind bij zo vlak bij huis. Ik weet dat moeder nu nog meer in Amsterdam zal zitten.
    Onze tocht Niagarafalls - Cleveland - Indianapolis - St.Louis Kansas City - Tulsa - Oklahoma City - Shreveport - Jackson liep goed af en we hadden Maandag om 8 uur 's avonds de wie­len weer aan de grond. Ik vloog nog om + 10 uur over Oberlin maar zat te hoog om jullie aandacht te kunnen trekken. Verder was mijn bezoek aan jullie heerlijk en ik hoop dat het moge lijk is om het nog eens te doen, alleen dan iets langer. Deze weekend blijf ik eindelijk eens in Jackson, maar de volgende (weer en wind dienende) New York of Los Angeles.

    Beste tante To en oom Frits, Jackson, 28 juli 1943.

    Hartelijk dank voor het doorsturen van vader en moeders
    Rode Kruis brief. Ik zal hem zelf dit keer maar beantwoor­den, hoewel ik niet goed weet hem vol te krijgen.
    We hebben nu eindelijk onder grote belangstelling onze "Wings" gekregen als teken van een z.g. volleerd vlieger. Het heeft lang geduurd voor we die hadden maar ik geloof
    wel dat onze opleiding beter is dan welke ook ter wereld.
    Morgen krijg ik nu ons oorlogsvliegtuig en wel de B 25, hetzelfde toestel waarmee ze indertijd Tokio bombardeerden. Het is een echte oorlogskist en we zijn dan ook net 2 weken aan de grond geweest om alles er over te leren, zodat we in de lucht alles goed kunnen behandelen. Vanmiddag hadden we er een examen over dat 5 uur duurde en waarin we 270 vragen moesten beantwoorden.
    In deze kist zitten nu ook echte grote motoren, die met el­ kaar net zo veel zijn als vaders grote dieselmotoren voor de tankschepen. Dit geeft jullie misschien een indruk wat je in zo'n toestel te behandelen hebt. Eerst gaan we nu weer in de buurt van Jackson vliegen waarna er dan wel weer een hoop grote tochten gemaakt zullen worden.: Op het ogenblik zit ik hier in ieder geval nog vast en we moeten de hitte die hier heerst maar nemen, hoewel het soms bijna onhoudbaar is. Geef mij maar Indië, daar leek mij de warmte van een heel andere aard.

    Het ziet er voor ons nu al heel wat beter uit in Europa.
    Een en ander zal nog wel lang duren, maar het zal de mensen in Holland wel weer wat hoop geven. Wat ons betreft, weten we nog niet waar we heen gaan. Hoewel Australië wel zeer waarschijnlijk is, geeft ik de hoop nog niet op om misschien naar Engeland gezonden te worden. In Australië heb ik nu niet veel zin en om daar te zitten als er misschien om Holland gevochten wordt of nog beter als het vrij komt, lijkt mij ontzettend.

    Beste oom Frits en tante To, Jackson, 2 augustus 1943.

    Net kreeg ik oom Frits' briefje en ik zal mij haasten er even op te antwoorden. In de eerste plaats moet ik even een ding recht zetten omtrent mijn bevordering: op het ogenblik loop ik nog als sergeant rond; wel zijn we waarschijnlijk benoemd per 15 juli, maar zolang als Londen geen bevestiging heeft gegeven, mogen we nog geen officiertje spelen. We verwachten echter dat het nu elke dag kan afkomen. In ieder geval heb­ ben we onze "Wings" en dat is haast nog voornamer.

    Nu nog iets over die onvermijdelijke verjaardag van mij voordat ik mijzelf plotseling uitgerust zie met keukenstoe­ len of sleepsabels. Zoals jullie wel begrijpt heb ik na­ tuurlijk geen wensen, of liever ik had er één en dat heb ik zelf reeds besteld en hoop het binnen enkele dagen te krij­ gen. Ik heb namelijk sinds lange tijd getracht hier een goed navigatiehorloge te krijgen, hetgeen mij nooit is mogen ge­ lukken om de eenvoudige reden dat het leger en de marine ze hier allemaal opgekocht hebben. En mocht het je lukken er nog eens een te vinden, dan kosten ze + $ 175. Nu heb ik net door middel van een Amerikaanse luitenant waar ik indertijd mee naar Chicago vloog zo'n horloge voor kost­ prijs bij de fabriek kunnen bestellen, alwaar hij een vriend had zitten. Toen ze verder bij Longfine (de fabrikant) hoorden dat het voor een Hollander was, beloofden ze er nog de Neder­ landse Leeuw in te graveren ook. Ik betaal hiervoor $ 31.50 en indien jullie als verjaardag-cadeau daarin een aandeel willen nemen, dan had ik iets wat ik werkelijk graag wil hebben.
    Hier gaat verder alles goed. Ik ben gek verliefd geworden op mijn nieuwe vliegtuig, dat ik nu al aardig begin te kennen. Hoop dat ik er nog eens mee naar Cleveland kan vliegen, (22 uur) en dan moeten jullie hem daar eens bekijken.

    Lieve tante To, Jackson , 8 aug. 1943.

    Als ik mij niet vergis is het de 12e jouw verjaardag en hier­ bij dan ook hartelijk gelukgewenst. Mijn eigen zal ik dit­ maal weer eens op een zeer speciale manier vieren. Na één in Zwitserland, Afrika's Westkust, India en Ft.Leavenworth, zal ik deze in San Francisco vieren. Ik moet namelijk morgen een stel mensen daarheen brengen die terug gaan naar Austra­ lië. In onze nieuwe B 25 is dat maar een tocht van 10 uur en ik maak dan ook maar één landing in Albuquerque en hoop dan 's avonds om + 7 uur in Frisco te zijn om daar met een paar vrienden mijn verjaardag te vieren. Ik verheug mij erg op deze tocht, vooral omdat we over bergen moeten die ik in een hele tijd niet gezien heb. Gisteren ontving ik jullie verjaardagscadeau. Ik heb niet gewacht met het open te maken tot de 9e en ik hoop dat dat ook niet jullie bedoeling was. In ieder geval hartelijk dank voor dat smaakvolle doosje wat onmiddellijk in gebruik genomen is voor het netjes opbergen van mijn marineknopen en "wings". Verder heb ik er de inhoud uitgehaald en wil dat beschouwen als jullie aandeel in mijn nieuwe horloge. Ik heb voor jou ook een kleinigheidje in de maak, maar het kon niet af voor het einde van de maand en ik hoop dat je nog even ge­ duld kunt hebben.
    Hier gaat alles goed en ik ben heerlijk aan het vliegen.
    De B 25 is een heerlijke kist en niet meer zo'n stukje speel­ goed als de vorige. En juist daarom worden ze zoveel moeilij­ ker te behandelen, omdat een fout in de behandeling zulke grote gevolgen kan hebben. Er wordt dan ook bijna aange­ nomen dat je hem zó vliegen kan en de lessen gaan dan ook uitsluitend over de behandeling, waarvoor we elke dag 5 uur de lucht in moeten. Wanneer onze benoeming afkomt is nog niet zeker en het spijt mij dat ik jullie op de een of andere ma­ nier een verkeerde indruk gaf. Ik zal echter onmiddellijk schrijven als ik iets weet. Verder wil ik onder jullie aan­dacht brengen dat ik bij de marine ben, waar je Officier­ vlieger wordt en wordt aangesproken als "mijnheer". Tot grote woede van het leger altijd.

    Lieve tante To, Jackson , 4 sept. 1943.

    In de bijgaande post stuur ik je nog je verjaardagscadeautje wat ik hier voor je liet maken. Het is helaas niet precies zoals ik mij gedacht had dat het zou worden, maar zoals de toestand hier is mag je al blij zijn dat je iets gedaan krijgt. Ik hoop in ieder geval dat je het als aandenken aan "je neef in de Marine" wil aanvaarden.

    We hebben hier om allerlei redenen een r.o.t.tijd. Ten eer­ ste is na onze toegezegde benoeming op 15 juli de officiële uit Londen nog niet afgekomen, en konden wij van de Marine gisteren op Koninginnedag paraderen voor de landmacht-mensen die veel later klaar waren. Het is namelijk zo dat wij door de Koningin worden benoemd en de landmacht gewoon hier. Ondertussen lopen we nog steeds als sergeant, hoewel we of­ficiers-salaris krijgen, dat echter nog niet uitgekeerd wordt. Verder zou ik een paar dagen na terugkomst uit San Francisco naar onze West gaan voor één dag, maar de ochtend van ver­ trek voelde ik mij niet erg goed en draaide dan ook meteen met 41 ° koorts en influenza het hospitaal in voor een week. Met als gevolg dat ik nogal achterop ben met mijn vlieguren. Dan had ik gehoopt met een paar vrienden a.s. maandag met een week vacantie te gaan, hetgeen ons net aangezegd is dat we het nog maar een maand moeten uitstellen. Bovendien is de temp. hier gemiddeld 103° F. en in de barracks en op mijn kamer 95° F. Je ziet, geen reden om nu in zo'n beste stem­ ming te zijn. Het vliegen is overigens fijn en ik heb er nog steeds veel plezier in. Met onze B 25 is Amerika nog kleiner geworden, want met snelheden van 350 - 400 k.m. kom je over­al vrij vlug.

    We hadden hier een heel gezellige Koninginne-verjaardag. De avond vóór de 31e bood de R.N.M.F. een vrij feest aan hier in een hotel met dansen en drank. De volgende dag hadden we parade met toespraak van de Generaal, die tevens mededeelde dat hij van ons weggaat als commandant der: R.N.M.F.. Ik hoop dat we het volgend jaar 31 augustus weer in Holland kunnen vieren en dat ik er dan bij ben. Het ziet er in Europa in ieder geval steeds beter uit en we zullen het beste dan ook maar hopen.
    Ik vermoed dat ik binnen korte tijd naar Florida zal gaan om daar te schieten en torpedo's te werpen. We moeten dat voor 14 dagen doen, waarvan + 10 dagen vacantie zijn, omdat je maar ééns per dag even hoeft te vliegen en de rest op het strand kan liggen zonnen. We (met twee vrienden) waren van plan om de echte vacantie die ik nog krijg (7 dagen) in de Smoky Mountains door te brengen bij Knoxville. Je hebt daar een soort berghotel waar je kan wandelen, paardrijden en zwemmen en uitrusten. Want ik ga niet meer naar een grote stad toe als het niet nodig is, want daar heb ik mijn buik van vol.

    Lieve tante To en oom Frits, Jackson , 21 sept.1943.

    Nadat ik getracht heb jullie de vorige week 4 maal op te bel­ len zal ik thans maar eens schrijven over de wetenswaardig­ heden van de laatste 14 dagen. In mijn laatste brief schreef ik meen ik al, dat ik waarschijnlijk 14 dagen naar Florida (Panama City) zou moeten en ik had dan ook nauwelijks de brief op de bus of ik was al onderweg. Panama City moeten we allemaal naartoe om te leren schieten met de vliegtuigen in de lucht. Ik ging daar heen met mijn instructeur en mijn twee beste vrienden die ik hier heb en het geheel beloofde een leuke tijd te worden. Na 5 dagen van schieten en in onze vrije tijd in zee zwemmen, ging er wat mis met de toestellen en was er niets meer te doen voor ons totdat deze weer her­ steld zouden zijn. Onmiddellijk kwam er een toestel uit Jackson om allen behalve één af te halen; die ene na loting was ik en ik moest blijven om daar op een éénmotorige kist een sleepschijf te vliegen waarop onze luchtschutters vanaf de grond konden schieten.
    Ik was daar nog één dag en toen was het zaterdag en ik be­sloot om de weekend in ieder geval in Jackson door te brengen. Toen ik daar na veel moeite aankwam met een vliegtuig wat ik leende, waren de eersten die ik ontmoette mijn vriendjes die net gehoord hadden dat we alle drie met verlof moesten die­ zelfde dag voor 7 dagen. Vier uur later zaten we gepakt en gezakt op de trein naar Chicago, de enige reis die we in die korte tijd voor elkaar konden boksen. In Chicago kwamen we op Zondagmorgen aan en bleven daar tot de daaropvolgende zaterdag. We logeerden in een klein hotel buiten het centrum maar waren gedurende de dag en avond natuurlijk in het hartje van de stad. We zijn veel uitgeweest en hebben alle shows, films, musea en nachtclubs gezien. Chicago liet zich voor ons van de beste kant zien want door ons uniform vielen we erg in het oog en overal waar we kwamen was bijna altijd alles gratis. Het begon meteen al als je binnen kwam en wat bestelde, dat de baas van het spul kwam vragen wie we waren, wat dan meteen omgeroepen werd waarna het drank en maaltij­ den regende. De eerste dag ontmoetten we al iemand die ons de volgende dag meenam naar een hele grote sociëteit even buiten Chicago, waar hij tot onze grote verbazing een heel gezelschap ter ere van ons had samengebracht. We hadden eerst een lange borrel en kregen daarna een van de beste dinners die ik ooit gehad heb. Tegen elven reden we allen naar de stad alwaar we het feest in de meest luxe gelegenheden heden voortzetten. Met dit al ontmoetten we zoveel mensen dat we verder geen avond meer alleen waren. De Amerikaan kan toch ontzettend aardig zijn en ik acht het niet waarschijn­ lijk dat iets dergelijks iemand in Holland zou overkomen zoals wij het hadden hier.
    Ik trachtte zoals ik al schreef, jullie op te bellen.
    We kochten in Chicago nog met ons drieën een toestel om zelf grammofoonplaten op te nemen. Het is een pracht-ding waarop je alles kunt opnemen. Het heeft zelfs een ingebouw­ de radio, zodat je elk goed of mooi programma kunt opnemen. We hopen nu een stel platen te maken van hier voor thuis en later in Holland. Als proef maakten we een verslag van de reis in de trein met als achtergrond het treingeluid, die voor ons nu al waardevol is.
    Toen we hier aankwamen was Jackson geheel uitgestorven wat betreft de Hollanders. Het bleek namelijk dat er een hurri­ cane verwacht werd en zodoende hadden ze in één uur tijds alle toestellen uit zuidelijk U.S. naar het noorden gevlo­gen. Het was hier dan ook een grote chaos want niemand wist waar ze heen waren en vanmorgen bleek dan ook dat ze over het hele land zitten en nu is het de kunst ze weer terug te krijgen. Want als je een Hollander even de vrijheid geeft hier dan neemt hij meteen vacantie. Door dit alles verloren we toch nog weer twee vliegtuigen met één dode. De jongens waren om dezelfde reden van een Amerikaans veld weggestuurd naar Jackson inplaats van naar het noorden en ze zijn recht in de storm gelopen. Twee zijn gesprongen, maar één is de grond ingegaan.
    Ingesloten stuur ik een briefkaart van het type vliegtuig dat ik nu vlieg.

    P.S.- 26 sept. '43.
    Ik hield deze brief een tijdje vast omdat er verschillende dingen gebeurden. In de eerste plaats kwam woensdagavond onze benoeming af, die per 1 augustus ingegaan is. Ik loop dan nu ook met mijn officiersstrepen op en ben er wel een beetje trots op. Het leven is nu ineens heel anders doordat we nu ieder een eigen kamer gekregen hebben en in de offi­ ciersmess eten wat een groot verschil maakt. Voortaan is dus het adres:

    Off.Vl.IIIe kl. G.J.Lugt
    R.N.M.F. ( Royal Netherlands Military Flying School ) Jackson Airbase
    Jackson Mississippi.

    Verder werd ik twee dagen geleden ingedeeld om met 4 marine­ kisten te gaan oefenen en dan vóór het einde van het jaar naar Australië. Gisteren lag ik er echter weer uit, omdat ik le piloot moet worden (in het andere geval zou ik 2e zijn waarschijnlijk) en dat zou betekenen dat ik misschien nog een opleiding hier zou moeten lopen op 4-motorige vlieg­ tuigen. Ik zou dan in dat geval nog wel heel lang hier zijn (+ 6 maanden). Ik heb nu alles in het werk gesteld om toch mee te gaan en dat wordt morgen beslist. Ik wil namelijk met die eerste groep mee, daar zitten al mijn vrienden in, en bovendien is het verder onmogelijk om nog enige kisten uit te rusten met uitsluitend marinemensen, wat betekent dat als ik hier bleef, ik verder met de landmacht zou moeten vliegen.
    Zal gauw laten weten hoe een en ander afloopt.

    Definitielijst

    torpedo
    Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

    Afbeeldingen

    Verkrijgen van de Wing Bron: M. Lugt.
    Oorkonde van bevordering Bron: M. Lugt.
    De North American B-25 Mitchell Bron: US Army Photo.

    Brieven uit Jackson (USA), 10-10-1943 t/m 28-12-1943

    Beste oom Frits en tante To, Jackson , 10 Oct.'43 .

    Gisteren zijn net de plannen en opstelling uitgekomen van hoe wij verder de tijd in Amerika zullen doorbrengen en ik weet dus nu wat mij boven het hoofd hangt.
    De laatste 14 dagen hier waren voor mij een van de lastigste in Jackson. Er werd namelijk een hele marinegroep samen ge­steld, waarin ik eerst ingedeeld was. Nu wilde men mij echter le piloot maken en in de eerste opstelling was ik als 2e in­ gedeeld met als gevolg dat ik er weer uit lag. Na veel ge­praat ben ik er nu gelukkig toch ingekomen als 2e en tevens reserve le piloot.
    Het was natuurlijk wel leuk voor mij dat als kroon op mijn werk ik hier commandant van een vliegtuig zou moeten zijn, maar ik wou zo graag mee met deze groep die nu straks ver­trekken gaat en waarin de vliegtuig-commandanten ouder en ervarener zijn dan ik, dat het zo beter is. Ik blijf nu tot half november in Jackson en ga dan 3 weken naar Panama City in Florida. Na afloop hiervan moet ik een vlucht maken naar de Bermuda-eilanden, waarna er één week uitgetrokken is voor nog een vacantie (die echter nu al bijna zeker niet door zal gaan). Daarna ga ik naar Ottawa, afscheid nemen van de Prin­ses en kinderen en vandaar naar Los Angeles. Aldaar krijgen we een korte opleiding in het Oceaanvliegen, waarna ik als eerste van de mensen uit Jackson de grote tocht naar Austra­lië zal aanvangen. Over het geheel ben ik zeer ingenomen en ben blij dat er nu eindelijk schot in zit.

    Ik hoop erg dat ik jullie nog zien zal voor mijn vertrek. Hebben jullie nog plannen voor de komende 22 maanden? Laat die dan eens weten. Als ik die vacantie krijg kom ik zeker nog even afscheid nemen. Zo niet, dan hoop ik dat er een andere oplossing te vinden is.

    Lieve Willemien en Tom, Jackson, 12 oct.'43.

    Hier is dan weer een brief die ik hoop dat jullie voor het eindevan het jaar zal bereiken. Willemiens brief van 21/8 heb ik ontvangen en ik maak er uit op dat jullie in een hele tijd niets van mij ontvangen hebt. Ik hoop dat deze nu weer eens doorkomt, alsmede het Kerstpakket dat ik net afstuurde.

    Met mij gaat het nog steeds uitstekend. Mijn schooltijd hier is zo goed als afgelopen en op 1 augustus kregen we de kroon op ons werk door de lang verwachtte bevordering tot IIIe klasser. Veel is er echter nog altijd te leren voordat we aan het spel kunnen gaan meedoen. De bedoeling is echter dat we over + 2 maanden hier klaar zijn en Jackson voorgoed gaan verlaten, waarna we omstreeks moeders verjaardag naar het land zullen fladderen waar ik was voor ik naar Amerika ging. Het spijt mij natuurlijk wel dat we Amerika moeten verlaten, want het is een heerlijk land dat ik niet gauw zal vergeten. Het werd echter wel tijd dat ook ik iets ging doen in deze zaak en die is nu zowat aangebroken.

    De U.S.A. heb ik trouwens bijna geheel doorkruisd, zowel bij nacht als bij dag en ik geloof niet dat er één Hollander is behalve wij hier die in zoveel staten en plaatsen geweest is. Kort geleden was ik nog even bij tante To en oom Frits; ik was echter op een rondvlucht en kon daar maar een paar uur zijn. Verlof heb ik echter net gehad en een tochtje naar Oberlin zou alleen maar een buitenkansje betekenen. Ons verlof bracht ik met twee vrienden in Chicago door. We hadden natuurlijk een heerlijke tijd, want al is Jackson nog niet zo gek om te zitten, het is volkomen ongeschikt om er je vrije tijd door te brengen.

    Voor ik echter ga moeten we eerst nog naar de Prinses, waar ik mij zeer op verheug, en misschien kan ik dan ook nog even naar de familie toe. Uit Holland of Zwitserland hoorden zij niets meer en ik verwacht dan ook niet iets te horen voordat zij weer vrij zijn. Het begint er in Europa nu een beetje op te lijken, hoewel je de angst om het hart slaat als je denkt aan de ellende die nog komen moet als we daar eenmaal een inval gaan doen. Ik vind het wel erg jammer dat ik niet die kant op gestuurd ben, want nu kom ik wel een heel eind van alles af te zitten. Enfin, de wereld is voor mij nu niet zo groot meer en ik geef de moed dus maar niet op.

    Zien jullie nog wel eens mensen die hier geweest zijn? De laatste die ik jullie adres gaf was Dolf Sluyterman van Loo waarmee ik vanaf '35 op College gezeten heb en die ook op de boot zat waarop wij uitkwamen. Ook in Indië waren we veel samen en maakten verder alles hier mee. Ik hoop dat hij jul­lie gevonden heeft, want hij zou veel kunnen vertellen.

    Ik sluit hierbij een foto in, die ik hoop dat ze door zullen laten. Deze is in augustus genomen; voor ik echter ga zal ik er nog een laten maken in mijn nieuwe hoedanigheid. Mocht dit de laatste brief zijn die jullie voor het einde van het jaar krijgen, wens ik jullie het beste voor 1944. Hoop dat het mogelijk zal zijn jullie in dat jaar nog eens te zien.

    Lieve tante To, Jackson , 26 oct. 1943.

    Even een kort briefje met een vraag: ik heb er eigenlijk altijd op gerekend dat ik bij jullie wel een koffer zou kun­ nen achterlaten met dingen die ik bewaren wil voor na de oorlog. Indien jullie daar in toestemmen dit te doen, zouden jullie dat dan tevens voor een vriend van mij hier kunnen doen, en later - mocht hij er eventueel niet meer zijn - trachten in contact te komen met zijn vrouw of ouders in Holland, waarvoor hij ook hier verschillende dingen wilde achterlaten. Hij heet Broekema en is een zoon van een dokter in den Haag, verder een neef van de Dudoks in Hilversum. Misschien kennen jullie wel iemand van zijn familie. Schrijf eens of het kan, dan komen er later nog wel nadere gegevens. We vliegen veel, alles gaat goed. Nu moeten we met de gehele bemanning en in de groepen zoals we later ook ten oorlog zullen gaan. We hebben het erg druk, want nu het bijna afgelopen is lijkt het net of we nooit klaar zullen komen. Overmorgen komt de Prinses hier voor twee dagen. We verheu­ gen ons er erg op en we zijn allemaal even verlangend om haar te zien.
    Dit is alles. Moet direct gaan nacht-bombarderen; dit voor de eerste keer en ik ben nieuwsgierig of we het doel zullen vinden. Het is bitter koud hier en we vliegen telkens met + 15o C. onder nul. Overdag gaat dat wel maar 's nachts is het geen pretje.

    Beste oom Frits en tante To, Jackson, 2 nov.1943.

    De vorige week hadden we de Prinses hier, wat natuurlijk een reuze feest was. Het was goed haar weer te zien hoewel maar erg kort. Ze kwam vrijdag om 5 uur 's middags en vertrok de volgende ochtend weer om 11 uur. 's Avonds hadden we een receptie in de officiersmess waarbij alle aanwezigen per­soonlijk voorgesteld werden. Ik was met nog twee anderen aangewezen als ceremoniemeester, wat echter beter de naam van politieagent had kunnen hebben. Hierdoor zag ik echter toch meer van haar dan de anderen.
    Nu waarom ik deze brief eigenlijk begonnen ben: a.s. zater­dag en zondag krijg ik weer een kans om een beetje over dit land te vliegen. Nu is het plan om hier zaterdagmiddag weg te gaan en te vliegen naar Boston alwaar een van mijn klas­ genoten zijn vrouw en kinderen heeft. Daar zijn we dan za­terdagavond en zondagochtend. We wilden dan, als het weer het toelaat over Cleveland naar huis gaan. Als we dan + 1 uur uit Boston gaan zou ik om 4 uur in Cleveland kunnen zijn en nu wou ik jullie vragen of het mogelijk zou zijn elkaar op het vliegveld te zien. Is dit niet mogelijk voor jullie vanwege transport naar het vliegveld Cleveland vanaf Oberlin, laat mij dat dan even weten voor Zaterdag (desnoods per te­ legram),

    14 november - Wat jammer dat het de vorige week niet door kon gaan, maar aan de hand van de weerberichten in Boston was het niet verantwoord. We zijn toen naar Savan­nah in Georgia gegaan waar we net met donker aankwamen. We mochten toen niet opstijgen vanwege het slechte weer in Jackson en zijn daar dan ook tot 4 uur gebleven, waarna we alsnog in een donkere nacht met sneeuw en regen naar Jackson vlogen.
    Verder was de tocht erg leuk voor mij omdat ik nog nooit aan de Oostkust geweest was, en hoewel alles vanuit de lucht en in het donker, ik nu de plaatsen Washington, Philadelphia en New York zag. We vertrokken om 3 uur 's middags uit Jack­ son en waren om 9 uur in Boston waar een van onze jongens zijn vrouw en kinderen heeft. Verder zat in het vliegtuig vol met Amerikanen die daar ook vandaan kwamen en die zo­doende 12 uur bij hun familie konden zijn.
    Hier gaat alles goed, we werken erg hard om alles klaar te krijgen voor het einde van het jaar. Volgende week zondag ga ik dan 3 weken naar Panama City voor schietoefeningen. Daarna, indien het weer goed is, naar de Bermudas.
    En dan hoop ik toch nog erg op een week verlof. Deze zou dan net de week voor Kerstmis met de Kerstdagen er nog in zijn. Mocht ik die nog krijgen dan zal ik mijzelf bij jullie uit­ nodigen. Is dat goed?

    Beste tante To en oom Frits, Jackson, 19 nov.'43.

    Hierbij stuur ik jullie drie verschillende foto's van mij. Die met een pet op werd in januari al genomen, de twee an­ deren zijn van nu. Hiervan stuur ik er twee. Die zonder pet heb ik ook al aan Willemien gestuurd, hoop dat ze hem krijgt. Ook de negatieven van de laatste twee foto's zul je vinden.

    We vertrekken nu zeker de 28e december uit Jackson, dit nadat we verlof gehad hebben. Zoals ik al schreef wou ik dan nog naar jullie toekomen. Zover nu bekend is het van de 20e tot de 26e december. Ik moet nu een manier vinden hoe ik zo goedkoop mogelijk maar vlug die treinreis kan ma­ ken. Vliegen met een van onze vliegtuigen is vanwege het meestal slechte weer vrijwel niet mogelijk en dus te onzeker. Wel gaat er een vliegtuig de 20e naar New York toe (indien het weer goed is natuurlijk) en ik denk er sterk over dan mee te gaan en dus nog een avond in New York te zijn. Alleen om te kunnen zeggen dat ik ook daar geweest ben.
    De tocht naar Bermuda is al afgelast. Inplaats daarvan zouden we nu een 4-daagse tocht maken naar onze West-Indische eilan­den en Paramaribo. Dit zou ik natuurlijk wel leuker vinden, maar ik denk dat het ook wel niet door zal gaan omdat we die laatste dagen te veel nodig hebben om onze Oceaan-tocht in orde te brengen.
    De 28e gaan we dan naar San Francisco waar we eerst nog een tijdje naar een Amerikaanse school moeten om het Oceaanvlie­ gen te leren.

    Beste tante To en oom Frits, Tyndall Field , Florida

    5 december 1943.

    Nog even een woordje uit Tyndall Field
    waar ik nu twee weken gezeten heb en dus mijn laatste week inga. Het is hier niet zo prettig als in Jackson wat het kamp betreft, het vliegen is hier alleen maar leuker vanwege de actie die er in zit. We doen de hele dag niets anders dan schieten en bommen gooien en staan alleen op de grond om weer op te laden en opnieuw de lucht in te gaan. Aan het einde van de week gaan we dan terug naar Jackson om alles klaar te maken voor ons vertrek de 28e. Ik denk echter niet dat we voor eind januari de U.S.A. zullen verlaten want ze schijnen je toch niet zo zonder meer de oceaan over te laten vliegen.
    Ik hoop de 19e met verlof te gaan, de 27e 's morgens moet ik weer terug zijn.
    Van Willemien kreeg ik net weer een lange brief, het gaat daar heel goed met hen en de kinderen. Ze hadden net vacantie gehad, de eerste keer sinds het begin van de oorlog voor Tom. Ook kreeg ik net een merkwaardige brief van de minister van Koloniën die namens vader naar mijn gezondheid informeerde. Ook Willemien had een dergelijke navraag gekregen. Ik snap er niets van, hoe vader in London naar ons kan informeren en dus ook op de een of andere wijze antwoord verwacht. Het is zondag vandaag en ze zijn bijna allen weg op een of andere week-end tocht. Ik zit hier echter met de dienst van Officier-van-de-dag en mag het kamp dus niet af. Vanuit Jackson zal ik nog schrijven hoe alles precies lopen zal.

    De nu volgende brief van Gerard is ongedateerd, maar zoals uit de tekst blijkt geschreven op 21 december 1943, twee dagen voor de verjaardag van Pans op 23 december. Gerard is voor zijn kerstverlof bij bij Oom Frits en tante To.
    Wie met "Poppy" wordt bedoeld is niet duidelijk.
    Uit een aantekening op de bief blijkt dat hij op 6 maart ' 44 in Bussum werd ontvangen. Welke weg hij daarvoor heeft moe­ ten afleggen en met welk vervoermiddel is niet bekend.

    Lieve beste Poppy, Jo en Gerard,
    Het was heerlijk om weer eens jullie gezellige lange brieven te krijgen met de gelukwensen voor mijn verjaardag. Thans wil ik die van mij er aan toevoegen voor Pans (over 2 dagen), voor Marianne en Jo.
    Met ons hier gaat het goed. Ik ben net met een korte vacantie bij To en Frits vanuit wiens huis ik dan ook deze brief schrijf. Mijn schooltijd is nu eindelijk om en ik kan nu beginnen met het uitoefenen van mijn gekozen beroep. Ik heb een goede werkkring gevonden, niet zover van waar ik vroeger woonde, zodat ik oom Pim [bedoeld is de heer Hanrath uit Soerabaya] en alle anderen weer eens op kan zoeken. Ook Wil­lemien is nu weer veel dichter bij. Willemien en ik staan natuurlijk in geregeld contact met elkaar en alles bij hun is goed. [...]
    Ze hadden daar net bezoek gehad van mijn oude schoolvriend Dolf [Sluyterman van Loo] evenals van vele andere vrienden van mij die daar regelmatig aanlopen.
    Ik maak het goed en ben blij dat ik deze studietijd nog gehad heb en kunnen afmaken ook. Ik ben nu opgegroeid tot een hele "mijnheer" waar Co en Rem als die mij nog eens zo kunnen zien, trots op zouden zijn.
    Met To en Frits gaat het goed, evenals met hun drie kinderen die ik op regelmatige tijden en in de vacanties opzocht. Van de rest van de familie zoals oom Pim weet ik heel wei­ nig, maar we zullen hopen dat de postverbindingen beter zullen worden. Als jullie nog eens schrijven, doe dat dan naar het oude adres, aangezien ik nog niet het nieuwe weet. Jullie brieven zullen mij in ieder geval wel vinden.

    Het allerbeste en mijn beste wensen voor de hele familie, vrienden en kennissen van jullie liefhebbende

    GERARD.

    Beste Willemien, Tom en kinderen, Kerstdag 1943.

    Even een kort briefje op deze laatste Kerstdag voor mij in de U.S.A., welke ik natuurlijk bij tante To en oom Frits doorbreng. Gisteren stuurden we jullie een telegram om jullie te laten weten dat we ook met onze gedachten in Bombay zijn. Van thuis kreeg ik ook net een paar brieven en hoewel geschreven vóór mijn verjaardag, was het wel een mooi kerstcadeau.
    Veel nieuws was er niet in, alleen dat ze zo gelukkig zijn met Pans' en Bobs kindje, dat het gemis van jullie kinderen moet vergoeden. Opa leeft nog steeds en wacht op onze terug­komst. Hij heeft nogal last van zijn ogen en is aan één net voor staar geopereerd. Ze zijn natuurlijk erg verlangend naar meer nieuws van ons, wat we ze helaas zo slecht kunnen geven.
    Ik ben nu klaar hier in de U.S.A. en ga zo gauw mogelijk terug. Het spijt mij natuurlijk dat ik hier weg moet, maar ik begrijp volkomen dat ook mijn tijd gekomen is. We zullen nu maar hopen dat er wat meer schot in 1944 zal zitten en wij en misschien zelfs de familie elkaar eindelijk weer eens terug zullen zien.
    Hierbij sluit ik nog een foto van mij in en hoop dat die doorgelaten wordt. Het is het beste wat ze van mij maken konden en ik hoop dat jullie je broer Gerard er in herkennen kunnen.
    Mochten er nog dingen zijn die jullie hier uit Amerika toe­ gestuurd willen hebben, schrijf dan aan oom Frits en tante To, waar ik geld achterlaat voor dergelijke onkosten.
    Dit is voor vandaag alles. Wens jullie het beste voor het jaar '44, ook namens de Lugten hier. Jullie liefhebbende broer

    Gerard.

    Cable received at Bombay at 28 Dec. 1943 .

    Having holiday with family Lugt and wishing you all happy Christmas and New Year - Gerard Lugt.

    Afbeeldingen

    In de Cockpit Bron: M. Lugt.
    Kaartje van Jackson Airbase Bron: M. Lugt.
    Parade voor Prinses Juliana Bron: M. Lugt.
    Gerard Johan Lugt met zijn Wing Bron: M. Lugt.

    Brieven uit Grass Valley en Fairfield (USA), 30-12-1943 t/m 24-01-1944

    Beste oom Frits en tante To, Bret Harte Inn,

     

    Grass Valley, Calif.

    30 dec. 1943

    We zijn gisterenavond in het bovenstaand adres aangekomen waar we blijven tot we klaargemaakt zijn voor de overtocht. Dit kan 10 - 14 dagen duren.
    Grass Valley is een klein plaatsje, 60 miles oost van Sacra­mento in de bergen. We hebben hier allemaal een kamer in het hotel en het is gewoon vacantie, behalve voor één appèl om 12 uur 's middags. De bevolking hier (+ 6000) is volkomen in actie gekomen om het zo aangenaam mogelijk te maken voor ons. Ongeveer een uur hier vandaan kan je skilopen en we ho­pen erg dat we daar de nodige tijd kunnen doorbrengen. Na het verlaten van Oberlin pikte ik de afgesproken trein en was om 8 uur in Chicago. Op de trein naar Jackson waren nog ongeveer 15 van onze mensen, wat het natuurlijk erg ge­ zellig maakte. Midden in de nacht hadden we echter een onge­luk met de trein, waardoor de locomotief en 7 wagens kapot waren en we moesten overstappen in een nieuwe trein. Mijn wagen was echter nog goed en ik kon dus blijven liggen. Hierdoor kwamen we + 8 uur te laat aan en er was daardoor nog een hoop te doen voor ons vertrek. De avond gebruikte ik om alle mensen in Jackson goedendag te zeggen die ik daar goed gekend heb.
    De ochtend van ons vertrek hadden we om 9 uur appèl voor de vliegtuigen die keurig opgelijnd stonden, en daarna was er gelegenheid voor het goedendag zeggen van alle vrienden en kennissen die voor die gelegenheid op het veld waren toe­ gelaten. Het was erg koud en regenachtig en het geheel was een trieste vertoning. Voor mij alleen waren er geheel on­verwacht al 15 mensen, zodat het een heel afscheid was. Om 10 uur startte het eerste vliegtuig dat metéén in de wolken was verdwenen, en om 10.30 verlieten wij als één na het laat­ ste toestel het veld. Hiermee begon de 1600 miles lange tocht naar Las Vegas, die ik nooit vergeten zal. Het was bijna de gehele route lang vliegen over sneeuwlandschap en de laatste 600 miles op 4000 meter over de besneeuwde bergen heen.
    Na aankomst in Las Vegas (7 uur na vertrek uit Jackson!) gingen we natuurlijk meteen de stad in welke wereldberoemd is om zijn rijke mensen die daar hun geld of hun vrouw trachten kwijt te raken. De volgende morgen moesten we dan nog de rest vliegen naar Sacramento, wat weer vliegen was over en langs wit besneeuwde bergen, Onvergetelijk!
    Na de landing was het bagage uitpakken en het vliegtuig in­ leveren voor inspectie, waarna we met bussen naar Grass Valley reden, alwaar we onze tweede vacantie hebben voor ons vertrek. Als we hier weg gaan moeten we naar Hamilton Field - San Francisco, alwaar we opgesloten worden voor ons vertrek naar Australië. Voor zover bekend is zelfs brief­ wisseling verboden. Ik zal echter nog wel schrijven vlak voor we dan achter slot en grendel gaan. Daarna is ons eerste adres in Australië:

    Lt.G.J.Lugt
    N.E.I.Air Force A.P.O. 924
    c/o Postmaster San Francisco

    en niets meer. Dus ook geen Australië er aan toevoegen en er aan denken wat je schrijft.
    Als slot van deze brief wil ik jullie nog eens bedanken voor de heerlijke vacantie en alle hartelijkheid en liefs onder­ vonden gedurende die vacantie en mijn verblijf in Amerika. Met hartelijke groeten, ook aan Irene, van jullie neef Gerard.


     

    Cable received at Oberlin at dec.31 - 1943.
    Het allerbeste voor het komende jaar - Gerard Lugt.


     

    Beste oom Frits en tante To, Grass Valley, 7 jan.'44.

    Even nog een kort briefje, aangezien we morgen hier vertrek­ ken uit Grass Valley en dan voor onbepaalde tijd achter slot en grendel gaan. Ik zal nog schrijven indien toegestaan maar onze brieven gaan dan door de censor, dus er kan niets van belang geschreven worden. Ik wou echter afspreken dat als ik er nog één brief uitkrijg, ik b.v. iets zal zeggen over "dikke bomen zagen", en dan moeten jullie daar maar uit opmaken dat ik op het punt van vertrekken sta. Waarna dan vermoedelijk niets meer geschreven kan worden tot we in Australië zijn. Verder beloofde ik min of meer aan tante To voor Irene dat kleine radiotje dat ik in Jackson had. Het is op het ogenblik hier met een van onze jongens die ziek in het ziekenhuis ligt, maar ik zal trachten het aan jullie doorgestuurd te krijgen. Beloof Ireen echter niets want ik moet wat dit betreft op de beloften van anderen rekenen Ingesloten nog een foto van een skipartij, de derde van links is Broekema. Verder krijg ik nog twee grote foto's, één van de hele groep en één alleen van de mensen waarmee ik vlieg. Ik zal trachten die ook nog naar jullie toe te sturen (heb ze namelijk nog niet in mijn bezit). 0 ja, nog hartelijk dank voor jullie telegram!
    Dit is voor vandaag alles en dus misschien ook vanuit Amerika.

    P.S.: Als ik weg ben kunnen jullie dat misschien ook aan Wil­lemien doorgeven?


     

    Beste mensen, Fairfield, jan 16.1944.

    Hier gaat mijn laatste briefje vanuit Amerika aan jullie in zee. We hebben nu net 5 dagen in ons kamp van vertrek geze­ten en onze tijd is nu op. We hadden na vertrek uit Grass Valley in Sacramento waar onze kist was, een hoop narigheid met het toestel in orde te krijgen. Alles ging er fout aan, wat gelukkig door 4 dagen hard werken weer verholpen kon wor den. Nu zit ik dan op dit kamp waar we onze tijd doorbrengen met reisklaas te maken. We hadden al lang weg kunnen zijn maar het weer was van dien aard dat we het niet met onze benzine halen konden. We mogen er maar 12 uur en 45 min. over doen en tot nu toe was het weer zo dat we het niet binnen 15 uur konden halen. Het is nu zo geweest voor de laatste 10 dagen en het ziet er hier uit of de hele Ameri­kaanse luchtmacht staat te wachten op de overtocht. Ze weten gewoon niet waar ze de mensen bergen moeten en wij slapen dan ook in de Barracks van de W.A.C. (die er natuurlijk uit gehaald zijn. Lang niet gek, want die zien er tenminste netjes uit.
    Ik stuurde jullie al één groepsfoto en morgen komt de ande­re. Ik sta op beide met een enorme onderkin en erg dom, maar zo is het nu eenmaal. Er is hier meer vrijheid dan we dachten. We mogen normaal schrijven (binnen zekere grenzen natuurlijk), maar mogen niet het kamp af. We hebben onze tijd hier doorgebracht met alles in orde maken, maar voor degenen die alles klaar hebben is het gewoon vacantie. Alles is zo goed als in orde en ze geven je alles om deze tocht zo goed mogelijk te doen slagen, en indien dat niet het geval is, alles om zo lang en goed mogelijk in je rub­berboot te blijven leven totdat je opgepikt wordt. Bij de tijd dat jullie dit krijgen ben ik al aan de over­ kant en hoop vandaar zo vlug mogelijk te schrijven. Wees echter niet ongerust als jullie niets horen in de komende maand. Gebeurt er iets fouts, dan worden jullie door de Amerikanen gewaarschuwd. Het is al laat in de avond en ik stop dus maar. Moet zoveát mogelijk rusten voor vertrek van hier.


     

    Beste oom Frits en tante To, Fair Field, 22 jan.'44

    Nogmaals een kort briefje voor het allerlaatst. We hebben nogal pech gehad, maar het is nu weer allemaal goed en dus tijd om te gaan. De meesten zijn al over, maar ik ben nog met 4 andere kisten blijven hangen. Ik wou jullie nog even waarschuwen niet te schrijven voor ik je daarom vraag, want ons A.P.O. number werkt niet zolang ik niet op de plaats van bestemming ben. Ik zal jullie wel schrijven van onder­weg en zoveel mogelijk op de hoogte houden. Veel nieuws is er niet en ook geen tijd. Ga nog even een uurtje slapen en dan om 10 uur vanavond is het "Goodbye U.S.A.". Zal zo gauw mogelijk trachten bericht van goede overkomst te melden. Een maand geleden zat ik nog bij jullie in Oberlin. Wat gaat de tijd langzaam of is het vlug? Ik weet het niet meer. Morgen moeders verjaardag, hoop dat jullie aan haar gedacht hebben; ik zal het boven de Oceaan moeten vieren op 8000 ft . Wie had dat ooit gedacht? Soms duurt het twee maanden voor brieven overkomen. Stuur eventueel voor mij bestemde brieven die jullie zouden wil­len schrijven aan Willemien, die heeft ze ook nodig. That is all, jullie neef Gerard.


     

    Beste oom Frits en tante To, 24 januari 1944.

    Dank jullie wel voor het telefoongesprek wat ik helaas "collect" moest maken, aangezien het hier niet anders kan. Ik had er echter behoefte aan even met jullie te praten en dus heb ik het maar gedaan. Het is hier voor ons nu niet meer zo leuk met al de moeilijkheden die het vlieg­ tuig ons geeft. En vooral deze mislukte maar Goddank goed afgelopen Oceaantocht.
    Ik heb al in heel wat slecht weer gezeten, maar dit spande de kroon. De wolken waren + 15000 ft . dik en tot op de grond; verder was er zoveel electriciteit in de lucht dat het vliegtuig een grote bal van vuur was met twee grote verlichte cirkels van de propellers. Ondanks de stikdonkere nacht was het bijna klaar daglicht binnen. Een groots schouwspel maar angstwekkend. Bovendien waren we al het contact met de grond kwijt door het onbruikbaar worden van de radio. Verder regende het zo hard dat we vrijwel alle verf van het vliegtuig verloren hebben. Gelukkig hadden we op zee al gemeld dat we op de terugweg waren en alle radiostations in California waren naar ons aan het zoeken. Gelukkig slaagde ik er in om een paar seconden contact te krijgen, zodat we ongeveer wisten waar we zaten. We zijn toen naar dit field gegaan en hebben getracht op een paar morse-signalen het veld te raken. De eerste keer mislukte het en de tweede keer zijn we zo laag gegaan als we dorsten in de wolken, met dat ge­ volg dat we bijna de hangar en de radiotoren omver ge­ vlogen hebben (zonder ze te zien echter). We zijn toen maar weer omhoog gegaan en waren van plan om maar te blijven vliegen tot het beter weer zou zijn of totdat de benzine op was en dan er uit te springen. Gelukkig waren onze Amerikaanse radiovrienden koortsachtig bezig om contact te krijgen met ons. Door alle storingen kon ik echter niets horen, totdat na 8 uur vliegen om 6 uur 's morgens ik twee woorden opving en wel "Bakersfield" en "open". Daar zijn we toen heen gegaan en vonden dat inderdaad open. Na 10 uur vliegen waarin we ruim 2200 miles afleg­ den waren we dus weer in de U.S.A. met een vliegtuig dat er uit ziet of het een jaar op de bodem van de Oceaan gelegen heeft. Nu kunnen we weer van voren af aan begin­ nen en ik hoop al morgen. Er wordt nu dag en nacht aan de kist gewerkt om ons weg te krijgen want ik ben de enige die hier nog zit. Dit keer moet ik er komen, al is het zwemmende. De Jappen wachten heus niet op ons.

     

    Afbeeldingen

    Brieven uit Honolulu en Australie, 29-01-1944 t/m 28-04-1944

    Cable received at Oberlin at 29 jan.'44 .

    Everything well - Gerard Lugt.


     

    Beste oom Frits en tante To, Honolulu, 29 jan.'44.

    Hier komt dan mijn eerste brief uit Honolulu. Ik zond jullie reeds een cable met "Everything well" en hoop dat jullie die ontvingen. Dit is mijn tweede dag hier en het is onbekend hoe lang dit nog duren moet. Het is echter geen straf hier te zitten, want het eiland biedt nog alle mogelijkheden voor mensen die tijdelijk niets te doen hebben. Onze tocht hierheen was lang maar rustig en alles liep fijn. Wat de navigatie betreft was het een prachtig stuk werk, want we waren geen mijl van onze koers af. Het was net als het aanlopen met een groot passagiersschip, als je dan in de verte het land ziet opdagen en je je afvraagt hoe ze het zo kunnen uitmikken. Dit was net zo, alleen dat we nu wat hoger boven het water zaten en bovendien onszelf daar gebracht hadden. We waren natuurlijk doodmoe, want ik was in meer dan 36 uur niet uit de kleren geweest. Om 2 uur 's middags lag ik hier in bed en werd de volgende ochtend om 8 uur dan ook pas wakker. Zoals ik al zei, je kan hier alles doen en vooral natuurlijk zwemmen. De middag en de avond brachten we door met de stad en de omtrek verkennen. Verder is hier alles zoals het altijd beschreven wordt met een heerlijk tropisch klimaat. De officieren-club is werkelijk prachtig en ik geniet dan ook volkomen van deze gedwongen vacantie. Jullie zullen wel denken dat we meer vacantie hebben dan iets anders en dat is ook zo. Maar dat is in de oorlog nu eenmaal zo en speciaal bij de luchtmacht. 1% werken en 99 % wachten.
    Dit is voorlopig alles, ik zal later meer schrijven als ik meer gedaan heb. Bovendien kan ik natuurlijk niet alles schrijven wat ik wel zou willen en dat is misschien maar goed ook. Met hartelijke groeten aan allen,
    jullie neef Gerard.


     

    Beste Willemien en Tom, Honolulu, 3 febr.'44.

    Het is een hele tijd geleden dat ik voor het laatst aan jullie schreef (Kerstmis). Toen was ik in Oberlin om aldaar mijn laatste vacantie door te brengen. Sindsdien is er een hoop gebeurd en thans zit ik in Honolulu , op weg naar mijn oorlogsbestemming. Zoals ik al schreef had ik de Kerstvacantie bij de familie in Oberlin, alwaar ik de dag na Kerstmis vertrok om terug te gaan naar Jackson . Daar had ik nog één dag en we vertrokken de volgende dag, de 28e december, met nog vele andere mensen en vliegtuigen om de grote tocht te aanvaarden. Het afscheid uit Jackson was gewoon enorm. De halve stad was op het vliegveld en het was een langdurig afscheid van vrouwen, kinderen, sweethearts en kennissen. De eerste dag vlogen we 1600 miles naar Las Vegas (Amerika's grootste gokplaats) alwaar we overnachtten en de volgende dag door naar Sacramento waar enige veranderingen aan onze vliegtuigen moesten worden aangebracht. Aangezien dit niet zo gauw ging hadden ze een hotel voor ons afgehuurd in een klein plaatsje in de bergen boven Sacramento . Hier bracht ik 10 dagen door en we hadden daar o.a. ons Nieuwjaarsfeest. De bevolking was geheel boven hun theewater van het feit dat er plotseling Hollandse vliegers gekomen waren en deed alles om ons een aangename tijd te geven.
    We zaten daar ook vlak bij de sneeuw en ik heb daar dan ook weer heel wat aan "wintersport" gedaan. Goed was ik er bepaald niet meer in maar het was heerlijk het nog eens te kunnen doen, als de tropen op je staan te wachten.

    Nadat we ons vliegtuig terug hadden gingen we naar het vliegveld van waar we onze grote tocht moesten aanvangen. Hier hadden we veel moeilijkheden met "vliegtuig-kinderziekten" en dus nog eens 14 dagen gedwongen vacantie. Het was daar echter niet zo leuk want we mochten niet meer van dat kamp af als je er eenmaal op zat. Een keer probeerden we de tocht maar we moesten helaas halverwege terugkeren wegens moeilijkheden met het vliegtuig. Dit kostte ons bijna ons hachje, aangezien bij terugkomst over het land het weer zo slecht was dat we niet konden landen cíi zelfs geen radioverbinding meer hadden. Na 8 uur rondvliegen in dat noodweer vonden we eindelijk een gaatje en een vliegveld en zodoende stonden we na 12 uur vliegen weer in de U.S.A. op de grond met een vliegtuig dat weer geheel nagekeken moest worden. De tweede keer ging alles echter goed en ik zit thans in Honolulu (weer met vacantie) te wachten tot we de rest kunnen vliegen. Hier is het heerlijk, het eiland is prachtig en ik kan mij voorstellen dat een hoop mensen voor de oorlog hier hun vacantie doorbrachten.
    Het is tot nu toe constant prachtig weer, niet te warm overdag en koel 's nachts. We zwemmen elke dag en daarbij beoefe­nen we de sport "surfriding", donders lastig! Verder kan je hier nog zowat alles doen als voor de oorlog, alleen zijn de gasten natuurlijk militairen. We kunnen hier heel goedkoop in de grote hotels wonen wat we dan ook doen. Je zit dan vlak bij de kust en kan zo vanuit bed zwemmen, heerlijk gewoon. Behalve de vele bioscopen die hier zijn geven ze echter om de andere avond film in het kamp in de officierenclub. Je zit dan de hele avond in de buitenlucht met een dak van sterren naar de film te kijken. Het kon hier het meest vreedzame oord ter aarde zijn als je niet voor jezelf wist wat er zo allemaal voor iedereen hier te wachten staat.

    Vanuit Australie zal ik jullie wel meer schrijven; hoop erg dat er daar al een brief voor mij is als ik aankom. Kregen jullie reeds mijn foto's? Ook hoop ik dat het Kerstpakketje aankwam.
    Met hartelijke groeten en een zoen voor beide nichtjes van jullie broer

    Gerard.


     

    Beste oom Frits en tante To, Honolulu , 4 febr.'44.

    Nog even een woordje van dit goddelijke eiland. Ik ben hier nu bijna een week geweest en de tijd zit er zowat op. Over wat ons te wachten staat mag ik natuurlijk niet schrijven en ik zal dus maar bij het eiland Oahu blijven.
    Ik heb hier dan net een week achter de rug waarin ik niets anders dan gezondheid opdeed. 's Morgens staan we om 7 uur op als het net licht wordt en zijn dan om 8 uur aan het ontbijt. Het klimaat is dan heerlijk koel wat met die tropische omgeving nog eens zo prettig aandoet. Daarna is het uitvinden hoe het met de kist staat en verder is dan de hele dag voor onszelf. Meestal ben ik de hele dag op het strand aan het "surfriding", waarna je om 3 uur tot 6 uur drank kan krijgen. We zitten dan met onze hollandse en amerikaanse vrienden daar wat te drinken en na 6 uur is het óf in de stad eten óf in de off.mess, waar om de andere avond film is in de open lucht. Om 10 uur is het uit met de pret voor iedereen, dus de kans van laat naar bed te gaan loop je nooit. Twee keer ben ik naar het andere eind van het eiland geweest in een bus. Dit is een pracht tocht door de bergen en langs de kust. Hier is overal gelegenheid om te zwemmen, wat we natuurlijk ook deden. Ik ben dan ook eerst knalrood geweest en thans aan het bruin worden, hetgeen ik maar zelden in mijn leven geweest ben, maar het nu hoop te blijven. Het eigenaardige van deze plaats is dat het zo vreedzaam is, terwijl aan de andere kant hier zoveel mensen rondlopen die de oorlog reeds lange tijd meegemaakt hebben. Door met deze mensen te praten leren we een hoop dat ons later waarschijnlijk ten goede zal komen.
    Ik stuurde gisteren naar tante To een op dit eiland gemaakt handtasje. Weet niet of je er iets aan hebt, maar het is nu eenmaal normaal om wat van hier naar het vasteland te sturen en dus koos ik maar het minst lelijke of onpractische ding Het zal echter wel laat aankomen, aangezien het per gewone mail verzonden is. Indien jullie nog naar hier geschreven hebben zal ik het wel niet krijgen aangezien we vlugger weg zijn dan we dachten. Het zal mij echter wel in A. vinden. Hoorden jullie iets van Willemien? Ik hoopte met Kerstmis van haar te horen, maar misschien schrijft ze al sinds lange­re tijd naar mijn nieuwe adres. Dit is voor vandaag alles; zal zo gauw mogelijk over onze verdere wetenswaardigheden schrijven.


     

    Cable received at Oberlin at febr.l0 1944

    Am well, address APO number fivehundred - Gerald Lugt. Cable received at Bombay at febr. 17 1944. Am feeling fine, please write soon - Gerard Lugt.


     

    Lieve Willemien, 5 maart 1944.

    Kreeg net je brief van 3 februari en zal dus maar gauw even antwoorden. Zoals je ziet ben ik dus hier goed en wel aan­gekomen, zoals je waarschijnlijk ook wel uit mijn telegram begrepen zult hebben. Australië is natuurlijk wel weer heel anders na Amerika, maar ik voel mij hier best thuis, temeer daar ik nog steeds midden in de bewoonde wereld zit. We hadden een mooie en interessante tocht hierheen, die we dan ook niet gauw vergeten zullen. Wat ons werk hier is of wordt kan ik natuurlijk niet zeggen, maar voorlopig is alles erg rustig voor ons. De door jou opgegeven adressen bezocht ik nog niet, maar hoop het wel gauw te doen. Het lijkt mij erg leuk om weer eens mensen te zien die jullie net verlaten hebben zodat ik de laatste nieuwtjes weer eens te horen krijg. Blij dat jullie dat boek uit Jackson ontvingen; begrijp echter niet dat het Kerstpakje nog niet aankwam (je schrijft er namelijk niets over).Ik stuurde dat zover ik mij herinneren kan ongeveer op dezelfde tijd (eind octiober). Hierin zaten nog kinderboeken, kleertjes en een pop plus nog een boek voor jullie. Verder is er nog onderweg een foto van mij die vlak voor mijn vertrek uit Amerika gemaakt werd. Als jullie Dolf S.v.L. nog eens te zien krijgt, vraag hem dan eens zijn adres. Ik vroeg indertijd zijn adres aan zijn vrouw, maar kan het niet meer vinden. Van thuis hoorde ik niets meer sinds de laatste brief, waarover ik jullie reeds schreef. Ik denk dat het nu ook wel afgelopen is. Ik kreeg ook nog een paar keer verzoek om inlichtingen uit Zweden maar stuurde op raad van mensen in Washington alleen een telegram met bericht van goede welstand, hetwelk bevestigd werd uit Zweden. Dat ik nu weer hier zit komen ze natuurlijk nooit te weten (hoewel het merkwaardig is hoeveel ze daar in Holland nog over ons te horen krijgen).

    Waarom hebben jullie nooit eens geschreven dat je zo'n moeite had met films? Ik had altijd kunnen proberen wat naar jullie toe te sturen, Amerika had nog wel wat over. Schrijf eens naar Oberlin, misschien kunnen die jullie helpen. Ik liet in Amerika genoeg geld achter om eventuele wensen van jullie te bekostigen. Maak je daarover dus geen zorgen.

    Als ik het goed uit je brief begrijp zitten jullie nu met vacantie in de bergen en reist Tom heen en weer. Ik zou niets liever willen dan jullie daar eens op te zoeken, maar dan iets langer dan mijn vorige bezoek aan Bombay van 6 uur. Dit is natuurlijk maar geklets in de ruimte, maar ik zou toch wel weer eens wat van de familie willen zien. Zo jaar in jaar uit rond trekken zonder je familie te zien wordt toch maar erg vervelend.

    P.S. Tegen de tijd dat je deze brief krijgt is het Greetjes verjaardag. Feliciteer haar voor mij wil je.


     

    Beste oom Frits en tante To, 5 maart 1944.

    Hier komt mijn eerste brief waarmee ik tot mijn schande drie weken gewacht heb. Inmiddels kreeg ik een brief van jullie door oom Frits geschreven, hartelijk dank! Het leven voor ons hier valt erg mee, we zijn nog lang niet aan het werk toe dat we bij vertrek uit Amerika dachten te zullen krijgen. Eigenlijk is dat wel een tegenvaller want de meesten van ons voelen toch wel dat onze tijd om daadwerkelijk mee te doen gekomen is. Onze reis hierheen was achteraf gezien heel eenvoudig en we kwamen dan ook zonder enige moeilijkheden hier aan. Ik kreeg metéén (lach niet) 10 dagen vacantie. Deze is natuurlijk altijd welkom, maar we hebben wat dat betreft wel een beetje teveel van het goede gehad. De eerste dag van de vacantie ontmoette ik onze Consul-generaal Pennink, die vader goed kende en jullie ook uit Parijs. Hij vroeg of ik jullie de groeten wou doen. Ik had een paar keer lunch met hem waarin hij een hoop vertelde over al het werk wat jij (oom Frits) daar in Parijs deed.
    Waar ik op het ogenblik zit of wat we doen mag ik helaas niet zeggen en jullie zullen dan ook daarover in mijn volgende brieven weinig horen.
    Kreeg net mijn eerste brief van Willemien uit Bombay , alles is daar goed. Ze kregen ons nieuwjaarstelegram en verder een boek dat ik hen in october toestuurde. Dat had er dus maar even meer dan 3 maanden over gedaan. Over het Kerstpakje wat gelijk met dat boek ging schrijft ze niet; stuurden jullie nog die foto? Dit is voor vandaag alles, ik zal trachten zo regelmatig mogelijk te schrijven, zodat jullie op de hoogte blijven. Hoop dat jullie een prettige tijd in Canada hebben.


     

    Lieve Willemien, 3 april 1944.

    Hartelijk dank voor het airgram van 23 februari dat er geloof ik langer over gedaan had dan je brief. Inmiddels hoop ik dat je mijn brief ontving van begin maart. Inmiddels leef ik hier rustig voort (niet veel reizen en trekken). Binnenkort hoop ik echter nu ook eens iets voor het Vaderland te gaan doen wat ook tijd werd na de heerlijke tijd die het Vaderland mij gegeven heeft voor de laatste paar jaar.

    Ik voel mij nu min of meer thuis in dit land, temeer daar we het in korte tijd goed leerden kennen. Toch verlangen we allen al weer terug naar Amerika, wat te begrijpen is na de heerlijke tijd die we daar hadden. Een week geleden zag ik de heer H. en kreeg de adressen van de andere mensen waarvan je de namen opgaf. Ik sprak hem maar voor enkele minuten doch maakte een afspraak voor een bezoek bij hem aan huis, als ik daar weer eens aankom. Het toeval wou dat toen ik naar die mensen informeerde met jouw brief in de hand, ik door een meisje geholpen werd die ze allen goed kende. Ik vroeg haar hoe dat mogelijk was, waarop ze verklaarde dat ze deze mensen had leren kennen doordat ze een zuster in Bombay had die met een K.P.M.er getrouwd was. Waarop dus bleek dat we in precies hetzelfde schuitje zaten. Schreef ik je eigenlijk al dat ik in Amerika Mevrouw F. leerde kennen bij oom Frits? Van haar kreeg ik net een brief dat haar zoon, een vriend van Jaap die zoek was, net geschreven had dat hij in een Japans gevangenenkamp zat. Dat is natuurlijk niet zo leuk, maar aangezien iedereen er van overtuigd was dat hij dood was, bleef zij maar hopen en dus achteraf niet voor niets. Ik vroeg je indertijd of je Dolf S.v.L. nog eens ontmoet had en of je zijn adres wist. Ik kreeg inmiddels een brief van zijn vrouw en kan hem nu dus schrijven. Het is zo jammer dat ons natuurlijk niet toegestaan is meer over ons doen en laten te schrijven. Hierover zou ik oneindig veel kunnen schrijven; nu blijft alles maar zo'n oppervlakkig praatje. Inmiddels hebben jullie natuurlijk je vacantie achter de rug, ik hoop dat behalve jullie ook Tom er nog iets aan had; is het nog altijd zo beestachtig druk op de bank? Dit brengt mij op een ander punt: ik verdien hier nogal behoorlijk geld en stuurde dit maar aan oom Frits, die dat wel bewaren zal. Graag zou ik echter van Tom horen of hij denkt dat dit het beste is óf dat ik of de familie er later meer aan heeft als het bij jullie is. Ikzelf heb nogal vertrouwen in de Amerikaanse dollar. Hoop dat Tom er even zijn gedachten over wil laten gaan.
    Dit is voor vandaag alles, hoop gauw weer eens wat te horen. Kwam het Kerstpakje nu eigenlijk al aan of is het boek het enige dat doorkwam?
    Het allerbest voor jullie viertjes.


     

     

    Beste oom Frits en tante To, 3 april 1944.

    Hier komt nog maar eens een teken van leven. Dit gaat nu niet zo gemakkelijk meer als vroeger, maar ik wil mijn Amerikaanse oud ers toch zo telkens iets laten horen.
    Kreeg tante To haar brief van 24 februari, geschreven kort voor jullie naar Canada zouden gaan, welke reis nu wel weer afgelopen zal zijn.
    Hier gaat alles goed. Ik heb in de korte tijd dat ik hier zit heel wat gezien van dit land en voel mij er wel weer thuis voorzover als je je dat in een vreemd land kan . Binnenkort is het echter uit met de pret, maar daar schrijven we dan wel eens over als het zover is. Ik ben blij dat tante To haar cadeautje ontving; het was niet veel, maar veel aardigere of mooiere dingen kan je daar ook niet krijgen. Wat naar voor Randy dat hij nu weer naast die speciale training staat; het zou zoveel makkelijker zijn als hij officier was. Hoop dat hij nog eens de gelegenheid krijgt. Wat zou het jammer zijn als jullie dat heerlijke huis moeten verlaten. Mocht dit toch zo zijn, moet oom Frits dan al ons werk daar achterlaten of mag er wat van de dikke boom mee?
    Oom Frits, ik heb hier tot nu toe nogal een behoorlijk inkomen gehad en daar ik er nog geen 20% van gebruik, wou ik de rest zo bij stukjes en beetjes op jouw bankrekening in New York laten storten. Dat willen jullie dan wel voor mij bewaren en eventueel de nodige aankopen doen voor de familie als dit mogelijk mocht blijken. Graag wil ik echter zo spoedig mogelijk van jullie horen of dit geld goed doorkomt. Tante To vroeg of ze ook eens iets sturen kon; dit zou ik niet zo onmiddellijk kunnen zeggen. Wel als jullie eens een paar goede en niet al te zware boeken zien of lezen, denk dan eens aan ons. Op dat gebied is er hier heel weinig te krijgen en als ik het gelezen heb zullen er wel veel anderen zijn die er ook gebruik van zullen maken. Cigaretten zijn altijd welkom, want daar is een enorm tekort aan. Ik meen dat je de Amerikaanse fabrieken één A.P.O. kunt opgeven en dát zij dan voor een halve dollar je een heel carton toezenden. Of het aankomt is een tweede, want ze doen hier een moord voor een pakje sigaretten.
    Kreeg net weer een brief van Willemien. Het is prettig dat we nu weer wat dichter bij elkaar zitten, de postverbinding is nu veel beter in ieder geval. Ik sprak ook verschillende mensen hier die haar goed gekend hebben in Bombay en ze zijn allemaal vol lof over haar en haar werk. Dit is voor vandaag alles en ik denk dat ik voor enige tijd niets van mij zal laten horen. Heb dus even geduld en denk niet dat ik jullie vergeet want Oberlin staat altijd boven aan de lijst voor een brief.
    De hartelijke groeten aan Claar, Els en Ireen en alle ande­re eventuele vrienden.


     

    Lieve Willemien, 28 april 1944.

    Daar ik je niet tijdig voor je verjaardag schreef zal ik het maar doen op de dag zelf als bewijs dat ik er wel de­gelijk aan gedacht heb. Ik ieder geval hartelijk gefeliciteerd. Had gehoopt nog op tijd een van je brieven te krijgen waar je in je airgram over sprak, maar die krijg ik nu later wel. Ik was in ieder geval erg blij te horen dat het pakje eindelijk aankwam en in de smaak viel. De meeste dingen voor de kinderen waren door een amerikaans vriendinnetje uitge­zocht en ik zou het erg leuk vinden als je die een klein briefje zou willen schrijven om te bedanken. Aan het einde van de brief zal ik haar adres geven.

    Inmiddels is er een grote verandering in mijn leven gekomen aangezien we thans aan het "werk" gezet zijn. Het luxe-leven is nu dus afgelopen voor een zekere tijd en thans zijn in plaats van dure hotels, movies en nachtkroegen, tenten en schuurtjes onze verblijven. Ik zit hier te schrijven in mijn tent met een klein lampje als verlichting, waarom heen vele vliegende mieren die mij het schrijven trachten te beletten. Bovendien is het erg warm, hoewel we net in het goede jaar­getijde zijn en het daardoor 's nachts zelfs koud krijgen. Ik heb hier een behoorlijke tent waar we met drie man in liggen. Verder hebben we van het zuiden de nodige dingen meegebracht, zoals opvouwbare stoelen, lampjes, primus en andere dingen om het leven zo aangenaam mogelijk te maken.

    We hebben hier een heel eenvoudige doch gezellige officiers­mess met aan een kant eetgelegenheid en de andere kant zitgelegenheid met bar. De bar is natuurlijk een van de aantrekkelijke dingen en die is dan ook zeer goed voorzien, behalve voor bier dat we maar per 2 flessen per week krijgen.

    Er is goddank volop water hier wat in dit klimaat een zegen is. We hebben een heerlijk openlucht douchehok waar 's morgens en 's avonds tegen 5 uur van over het hele kamp min- of niet geklede mensen het stof van de dag komen afwassen. Stof is hier in alle kleuren en geuren in overvloed. Het water is altijd warm door de bovengrondse leidingen en we hebben dan ook allemaal kanvas waterzakken waarin het door verdamping heerlijk koud wordt. Het eten is uitstekend en er is dus niets om over te klagen behalve dat we wat ver van alles afzitten (hoewel voor ons eigenlijk niets meer ver is). Over het werk mag en kan ik niets schrijven, maar als jullie daar soms de verschillende hollandse kranten en tijdschriften krijgen, dan kun je er bijna genoeg uit opmaken. Ik zal insluiten (indien ze het toestaan) de laatste foto die van mij gemaakt werd op Goede Vrijdag. Ik moest toen een tochtje maken naar mid-zuid Australie dat echter anders dan normaal afliep. Vlak voordat ik landen moest liep ik in een zandstorm waardoor we het vliegveld niet konden vinden. Hierna waren we de weg kwijt waarna er niets anders opzat dan een noodlanding te maken, temeer daar de benzine opraakte en het donker werd. Na lang zoeken vond ik een klein plaatsje alwaar ik hem op een straatweg vlak voor het station landde. Alles liep goed af en er was dus de volste reden om groot feest te vieren. De bevolking die nauwelijks wist wat een vliegtuig was, was natuurlijk geheel van streek wat geen wonder is als je ineens een grote hollandse bommenwerper voor de voordeur hebt. Te onzer ere werd een groot feest gevierd, waar ik zelf nauwelijks bij betrokken was vanwege de voorbereidingen die er getroffen moesten worden om het beestje weer weg te krijgen. De volgende dag brachten ze benzine langs de weg van een plaats 150 mijl weg. In de auto die dat bracht deden we de hele bemanning met passagiers en bagage. Alleen mijn co-pilot en ik zijn toen weer uit die straat opgestegen onder belangstelling van de hele bevolking. De rest ging met de auto langs de weg terug naar het vliegveld van waar we op Paasochtend weer naar huis vertrokken. Zo maken we hier vele dingen mee die elk op zichzelf leuk of interessant zijn zolang het goed afloopt. Hoe het ook zij, behalve voor de reden waarom, zou ik het leven wat ik tot nu toe gehad heb niet graag gemist willen hebben. Inmiddels zijn mijn tentgenoten teruggekomen en wordt er voortdurend gepraat. Ik stop dus maar weer tot de volgende keer.

    L.W., schreef het voorgaande gisterenavond in de wetenschap dat ik vanochtend vroeg mijn eerste vuurdoop zou krijgen. Alles liep goed af en ik kan nu dus zeggen dat ik vermoedelijk een paar van die Jappen op mijn rekening genomen heb.
    Wat er nu verder gebeurt weet ik niet, maar tot nu toe na gisteren, is mijn training dus niet voor niets geweest.

    We waren met de lunch terug en daarna ging het hele kamp in diepe rust, want of je wil of niet, je wordt er toch lichamelijk en geestelijk erg moe van. 's Avonds was er natuurlijk druk nagepraat door een ieder die mee geweest was. Voorlopig hebben we morgen feest voor Juliana's verjaardag en ik verwacht dat die wel uitbundig gevierd zal worden.

     

    Definitielijst

    mid
    Militaire Inlichtingen Dienst.

    Afbeeldingen

    Line-up B-25 van No 18 (NEI) Squadron, Australië Bron: Australian Government.
    B-25's N5-188, N5-218, N5-230 en N5-226 van No 18 (NEI Squadron boven Batchelor, 1944 Bron: Australian Government.

    Brieven uit Australië, 02-05-1944 t/m 10-07-1944

    Beste oom Frits en tante To, 2 mei 1944.

    Hier is dan mijn eerste brief van onze nieuwe woonplaats.
    Ik zit hier nu al een tijdje en ben dus geheel ingeburgerd. Alles valt natuurlijk 100% mee, en al is het dan geen Jackson, méér dan ik nu heb had ik toch zeker niet verwacht.
    We wonen natuurlijk allemaal in tenten, maar zelfs een tent is gezellig te maken, hetgeen we dan ook in onze vrije tijd doen. Vrije tijd is er veel omdat we er maar om de dag op uit mogen, wat in de meeste gevallen zelfs meer wordt. Daar tussen kun je min of meer doen en laten wat je wilt, behalve voor een paar lesjes of vliegoefeningen boven eigen gebied.
    Het klimaat is hier goed daar we net in de goede tijd zijn aangekomen. Overdag natuurlijk warm, maar 's avonds koel en volgens de mensen die hier al zaten wordt het zelfs koud. Ik heb thans een behoorlijk grote tent met nog twee anderen uit onze kist. Onze bedden staan aan de kant, omgeven door kisten die we hier en daar gestolen hebben en die als kasten en opbergruimte dienen. In het midden is de tafel met een grijze deken als tafelkleed. Hierop wordt natuurlijk al het werk gedaan, wat hoofdzakelijk uit brieven schrijven bestaat. We zijn hier, hoe gek het ook klinken mag, eindelijk eens rustig. Sinds vertrek uit Jackson heb ik altijd met een bende koffers achter mij aan gesleept en was het maar steeds weer van het ene hotel in het andere. Thans zitten we rustig voor de rest van het jaar (tenzij die oorlog opschiet, wat.., we natuurlijk hopen), en het koffer slepen is dus min of meer afgelopen. We hebben hier practisch alles, al is het dan van eenvoudige aard. Heerlijk water en in overvloed en bovendien altijd warm door de zon. Wassen kunnen we ons dus goed, wat wel nodig is omdat je altijd warm en vuil bent. Stof is er volop en in alle kleuren en geuren. We lopen hier overdag grotendeels half naakt rond, met een broekje en sokken met hoge schoenen. 's Avonds moet je echter behoorlijk gekleed zijn met lange broek en shirt. Helemaal netjes is dat nooit aangezien je je was zelf doet of laat doen door een stel inlanders, maar een strijkijzer is er niet bij, dus het is alleen maar schoon.
    Ik heb deze brief minstens een dag of 5 laten liggen en het is de 7e nu. Op een gegeven moment terwijl ik het voorgaande schreef, kwam het bericht af dat we uitsluitend V-mail mochten schrijven. Hierover was natuurlijk iedereen erg boos, maar doordat wij hier in het noorden zitten kunnen we het tijdelijk ontduiken. Jullie kunt nu aan mij schrijven via A.P.0 921, doch zonder vermelding N.E.I.Airforce. A.P.O. 500 kan ook nog maar duurt alleen langer. Probeer dus voorlopig 921!
    Inmiddels gaat hier alles rustig door. Het werk bestaat voor 95% uit je bezig houden met tent in orde maken en verbeteren. Verder de was en de kopjes koffie en thee maken voor je gasten. Hiervoor kocht ik een primus en al het verdere dat we er voor nodig hebben krijgen we hier. De andere 5% is natuurlijk datgene waarover we het meeste praten maar waarover we het minst mogen schrijven. In ieder geval ben ik weer sinds lange tijd voor het eerst boven eigen grondgebied geweest en ik kan nu dus zeggen dat mijn training niet voor niets geweest is. Verder ben ik vrijwel zeker dat ook ik thans de Jap zeer onaangename ogenblikken gegeven heb en ik ben er zeker van dat sommigen dit niet eens navertellen kunnen. Het werk zelf valt erg mee. Het naarste vind ik de voorbereiding voor de tocht; verder is het normaal als alle werk. Alleen is er nu de factor bij dat er thans mensen zijn die erg hun best doen dat je niet meer terug komt. Dit is echter het spel dat we spelen en het is dan ook leuk te zien hoe zij hun kruit daarbij verschieten. Een gevoel wat ik wel heb, en dat is op de terugweg als alles weer "safe" is, is dat het goed is om te leven. Je wordt je daarvan meer bewust als alles achter de rug is en de zekere spanning die er toch in je was, vrij komt. Als je dan op de grond staat is iedereen opgewonden over het gebeurde en wordt er veel gepraat over dat specifieke geval, totdat we er weer op uit geweest zijn en dan is het oude of voorafgaande weer min of meer vergeten.

    Kregen jullie al mijn geld? Hoop dat het goed aankwam, want het is mogelijk dat ik het niet weer langs die weg kan doen. Dit is echter mijn eerste brief sinds ik jullie dat stuurde en ik liet jullie dus lelijk in de steek (evenals vele anderen die ik hoognodig moet schrijven). Als jullie nog eens aan Jaap schrijven probeer er dan een woordje over mij in te gooien. Misschien komt het dan wel daar waar het uiteindelijk voor bestemd is. Dit is alles voor vandaag, later meer. Hoop gauw weer eens de laatste huis-, tuin- en keukennieuw­tjes te horen. Brieven altijd welkom.


     

    Lieve Willemien, 30 mei 1944.

    Het is al weer meer dan een maand geleden sinds ik je het laatst schreef. Ik had gehoopt dat je brief waarover je in je "Airgram" schreef inmiddels wel zou aankomen, hetgeen echter niet zo mocht zijn. Het werd echter tijd nog eens een teken van leven te geven en hier gaan we dus maar weer. Zoals ik in mijn vorige brief schreef zijn we dan eindelijk een beetje aan het vechten geslagen, hetgeen echter niet betekent dat we nu elke dag aan het oorlogvoeren zijn. Ik ben nu 6 maal in 4 weken er op af geweest, hetgeen voor dit ge­bied vrij normaal is. De rest van de tijd zitten we meestal op de grond hetgeen heel wat vervelender is dan er op uit te moeten. Zo schijnt nu eenmaal voor de meesten de oorlog te toch behoorlijke, zou haast zeggen heimwee naar Indië.

    zijn: 99% wachten en 1% vechten. Van die 1% is er dan nog geen 10% van de tijd dat je werkelijk in gevaar zit. Ik begin nu echter pas wat van Indië te zien waarin we soms vrij ver doordringen. Het meeste is echter water, aangezien we natuurlijk altijd daarover moeten vliegen voor we land zien. Dan is het bovendien oppassen en soms mogen we er zelfs niet eens overvliegen. 14 dagen geleden was ik voor het eerst op Hollands grondgebied in Nieuw Guinea . We moesten een aanval doen in het binnenland van dat eiland, hetgeen we deden vanuit een van de weinige thans vrije nederlandse plaatsen daar. Ik was er gelukkig niet langer dan 24 uur hetgeen meer dan voldoende was, en we waren dan ook erg blij weer naar ons eigen kamp in Australië terug te kunnen gaan. Het leven valt hier 100% mee. We wonen heerlijk in ons eigen tentje wat we trachten zo prettig en aangenaam mogelijk te houden. Verder de Mess met uitstekend eten en volop drank, dus naar omstandigheden een ideaal oord. Het zal natuurlijk wel erg eentonig wezen als je hier lang zit, maar de bedoe­ling is dat we om de 3 maanden 14 dagen verlof in het zuiden hebben, hetgeen de moed er dan wel in zal houden. Voorlopig heb ik er in ieder geval geen behoefte aan. Wel hoop ik dat ook voor ons die oorlog een beetje op zal schie­ten en dat we dus een beetje voorwaarts kunnen trekken. Gisteren had ik de kans om de foto's te zien die genomen waren tijdens die grote aanval op Soerabaya, waarover je natuur­lijk gelezen hebt, hetgeen mij erg deed verlangen naar de dag
    dat ook dat in ons gebied zal liggen. Of beter nog dat we daar kunnen landen, want hoeveel ik ook om Holland geef,ik heb toch behoorlijke, zou haast zeggen heimwee naar Indië.


     

    2 Juni --

    Deze brief heeft weer een klein oponthoud gehad, doordat er weer een paar andere bezigheden zich voordeden. Gisterenochtend waren we reeds om 3 uur op voor een bezoek aan de vijand bij zonsopgang. We bevonden ons dit keer in vijandelijk gebied, zoekende naar iets dat we helaas niet vonden. Wel moesten we nog een dorpje met Jappen een afstraffing geven met machinegeweervuur, hetgeen we ook deden. Je ziet echter nooit goed de schade die je daarbij aanricht daar alles veel te snel gaat. Toch denk ik dat ze daar wel even in angst gezeten hebben, als ze daarvoor de tijd hadden tenminste. Bij terugkomst was het net lunch hier, waarna ik een heerlijk middagslaapje deed. 's Avonds naar de film, ongeveer 4 mijl hier van ons kamp in een ander kamp. Ze rijden dan in bussen, hetgeen zo'n stofbeweging bleek te zijn dat ik betwijfel of ik het ooit weer doe. In ons kamp hebben we 3 keer per week film; dit wordt echter evenveel keren onderbroken wegens het stukgaan van het toestel, zodat we daar niet te vaak heengaan. In de ochtend dus vandaag hielden we ons bezig met de "huishoudelijke diensten". Hieronder versta ik het in orde houden van de tent en omgeving en de was doen. Een tijdje geleden maakten we een serni-waterleiding met wastafel. Dit bestaat uit een benzinedrum op een heuveltje met leiding naar de wastafel en kraan. We hebben genoeg water voor + 14 dagen, maar dan is de drum ook leeg en moet er weer met man en macht water in emmers aangebracht worden.
    De 14 dagen waren vandaag om en zodoende was er weer een hoop werk aan de winkel. Kreeg vorige week weer een paar gezellige brieven van oom Frits en tante To. Zij houden mij met van alles op de hoogte met hetgeen er zoal in de States gebeurt. Verder sturen ze mij van alles op; niet dat ik al iets ontving, maar dat zal wel komen. Ik zond ze in mijn laatste verlof van hieruit $ 400 en hoop de volgende keer dat ik in het zuiden ben het nog eens te doen. Zodoende ben ik in staat een aardig potje te maken voor diegene die het na de oorlog het meeste nodig mocht hebben. Vergeet verder niet gebruik te maken van dit alles, ze kunnen jullie vanuit Oberlin alles toesturen, al duurt het misschien wat lang voor het aankomt.
    Ik ben tegenwoordig net als vele anderen veel met mijn gedachten in Europa en vooral Holland . Wat moeten die mensen daar in een enorme spanning leven, en ik hoop dan ook maar dat ingeval die inval lukt, het mogelijk is om ons land zoveel mogelijk te sparen voor een langdurige oorlog op eigen grond. Het spijt mij aan een kant er nog steeds niet bij aanwezig te kunnen zijn. Aan de andere kant is onze aanwezigheid hier heel belangrijk. Niet zozeer om het vechten dat we doen als wel om het in leven houden van de hollandse naam.

    Het is jammer dat er maar zo weinig van ons zijn; we hopen echter dat het in korte tijd mogelijk is een nieuw stel over te krijgen vanuit het vrije Holland , zodat we niet geheel afhankelijk zijn van de amerikanen bij de bevrijding van Indië.
    Dit is alles voor vandaag, laat zoveel mogelijk van jullie horen. Ik zal trachten dit van mijn kant ook te doen.


     

    Beste oom Frits en tante To, 30 mei 1944.

    Het is weer eens tijd dat ik wat van mij laat horen Ik kreeg oom Frits' brief van de 27e april en een week later die van tante To van de 23e. In ieder geval is voorzover ik kan nagaan alles binnen en kan ik dus gaan beantwoorden.
    In de eerste plaats hartelijk dank voor de wijze waarop jullie mijn geld opgeborgen hebt. Ik hoop echter dat jullie er ten allen tijden mee zult doen wat goed en nuttig mocht zijn. Hoop in de toekomst in staat te zijn nog meer te sturen, maar aangezien we erge last hebben met de post van hieruit, weet ik nog niet zeker of dat op een veilige manier kan. We mogen namelijk officieel geen gewone airmail meer schrijven (dus uitsluitend V-mail). Door een geluk ben ik thans nog in staat dit te doen via A.P.O. 921. Ik geloof echter dat het toch beter is als jullie mij schrijven via A.P.O. 500 als vroeger. dit in tegenstelling met datgene in mijn vorige brief. Ik schreef hierboven "in de eerste plaats....", dit is echter een schandelijke vergissing, aangezien ik natuurlijk eerst oom Frits had moeten feliciteren met zijn 6 kruisjes. Ik had dit natuurlijk moeten weten en er aan moeten denken. Hoop dat je dit niet kwalijk neemt, ik zal trachten het met je 61e goed te maken. Verder bedankt voor datgene wat tante To aan mij opstuurde. Ik heb het nog niet ontvangen, maar dat kan ook nog niet. Wat betreft de vraag of ik tijdschriften opgestuurd wil hebben, zou ik zeggen: neen. De meeste krijgen we hier al van anderen en dit zou echt dubbel op zijn. Wel als er eens dingen zijn die jullie denken dat leuk is voor ons om te zien of te lezen, stuur die dan eens op. Wat betreft cigaretten: we kunnen er niet genoeg van toegestuurd krijgen en ik zou jullie dus willen vragen op geregelde tijden één of twee cartons hierheen te sturen. De mensen hier krijgen ze stomweg met een stevig papier er om en een postzegel er op. Er zal natuurlijk wel eens wat wegraken, maar dat risico moeten we nemen.

    Hier gaat alles goed en ik ben geheel ingeburgerd. We hebben net even een slappe tijd achter de rug gehad, maar hier zal ook wel weer gauw een eind aan komen als het weer mogelijk is om er 's nachts op uit te gaan met maanlicht. Als jullie dus een mooie maan zien, denk er dan maar eens aan dat er meestal jongens van ons daar gebruik van maken en er dus op uit zijn. Inmiddels sinds mijn laatste brief ben ik weer verschillende keren bij en boven ons eigen grondgebied geweest. Ruim 14 dagen geleden was ik zelfs weer op Hollands gebied in Nieuw Guinea . Niet dat het daar veel waard is of dat ik er maar een uur langer had willen blijven, maar het is toch van ons en het was dan ook de eerste keer dit ik sinds Indië verlaten te hebben, weer eens met ons eigen geld moest betalen. Verder is het een naar land om te zien en je snapt niet hoe mensen daar kunnen wonen en leven. We moesten er een aanval doen in het binnenland hetgeen opziohzelf een prachtig schouwspel bood, maar ingeval dat je er iets overkomt dan kan je je verder wel opschrijven.

    Ben er net een kwartiertje tussen uit geweest om aan mijn was te werken, die buiten in een pot op een vuurtje staat te koken. Ik heb het erg makkelijk wat dat betreft, aangezien alles kaki is wat ik hier heb, zelfs ondergoed, zakdoeken en pyama. Je gooit het dus in een pot met Persil, laat het koken, spoelt het uit en verder aan de waslijn, waar het in een uurtje kurkdroog is. Strijken is er niet bij, zodat het meteen in de koffer kan . Het is nu half elf en mijn tentgenoten zijn net teruggekomen en begonnen met ons ochtend kopje koffie. Dat kopje koffie is hetgene dat er de gezelligheid in alle tenten: inhoudt. Meestal heb je bezoekers of ga je op bezoek op dit uur, om onder het genot van het gemaakte of aangeboden kopje lange gesprekken te houden. Inmiddels is het thans avond. Deze brief overleefde de gesprekken van het kopje koffie niet, en in de middag moesten we vliegen. Inmiddels verloren we vanochtend een kist met de gehele bemanning bij een trainingsflight. Dit is nu de tweede keer in 14 dagen. De vorige keer was door vijandelijke actie waarbij we ook allen verloren. Deze dingen zijn voor ons natuurlijk harde klappen, temeer daar we de verliezen met dat weinige aantal mensen dat we hebben niet kunnen lijden. Het is echter het duidelijkste bewijs dat ons vak geen spelletje is, hetgeen we ook wel eens willen vergeten.
    Wat zal het lastig voor jullie zijn als je dat mooie huis weer moet verlaten. Wat en hoe het nieuwe ook mag zijn, denk er aan een logeerkamer er bij te nemen want ik ben vast van plan om nog eens een vacantie in de States door te brengen. Perslot zitten we maar 4 dagen van jullie af. Maak je echter geen zorgen vóór 1945. Leuk te horen dat Ireen weer een "formal" had. Zeg haar dat ze een uitnodiging heeft om met mij ook eens ergens te gaan feesten (mits ze de jurk nog aan kan ). Dit zou ook anders niet erg zijn, want dan ga ik gezellig weer met Els een nieuwe halen. De boom hebben jullie dan ook eindelijk klein gekregen. Het is maar goed dat oom Frits hier niet woont, want wat er hier aan bomen staat valt al in stukken als je er maar naar kijkt. Het maakt echter heel goed brandhout, wat we nodig hebben voor ons haardvuurtje, dat uit een paar opgestapelde stenen bestaat. en dat net voor de ingang van de tent is.
    Claar is nu zeker in Texas en ik ben nieuwsgierig te horen of ze ergens zit waar ik ook wel eens geweest ben. We hebben daar namelijk nogal wat rondgevlogen. Zal het hier verder maar bij laten, anders blijft er niets over voor een volgende brief.


     

    Beste oom Frits, Sydney , 28 juni 1944.

    Ontving je brief van 20 mei waarvoor hartelijk dank. Ik ben thans alweer aan mijn eerste "leave" bezig en heb dus meteen de zaken even afgehandeld. Ingesloten zul je dus vinden de getekende "Power of Attorney" die je mij in bovengenoemde brief toestuurde. Verder kreeg ik hier de mededeling dat ingeval ik mocht komen te vallen, dit geld niet door jou kan worden opgenomen, tenzij ik je aangewezen had in mijn testament. Dit heb ik ook gedaan, alleen is het misschien verstandig om bovenstaande nog even uit te zoeken.
    Aangezien ik hier al een bankrekening had bij de Commonwealth Bank of Australia , waarop ik telkens een deel van mijn salaris zet, heb ik ook hier iemand aangewezen. Hiervoor heb ik een oude vriend die ik twee jaar geleden al leerde kennen genomen en wel Mr.W.W.Ryan, directeur van de Atlantic Oil Co & Ltd. in Sydney . Met Mr. Ryan heb ik min of meer vastgelegd wat hij met het geld doen kan en moet als ik er soms niet meer ben of op een of andere manier overgeplaatst wordt. Hij heeft ook jullie adres in New York zodat hij en jullie eventueel in contact daarover kunnen komen. Ik denk niet dat dit alles erg in de papieren zal lopen, maar als deze oorlog voor ons hier lang duurt zal ik toch een aardig bedrag kunnen sparen.
    Ik heb thans dus weer 10 dagen vacantie in het zuiden. Niet dat ik zo lang in het noorden heb gezeten, maar aangezien we daar 8 maanden blijven waarin we 2 keer 14 dagen (uit en thuis) verlof krijgen, was het alweer mijn tijd. Bovendien kwam het nog erg welkom aangezien we de dag voor vertrek een groot verlies leden, waardoor wam van de Marine de zaak weer geheel moeten gaan opbouwen. We zaten namelijk maar met 4 Marine"crews" daar tussen de landmachtmensen in en hiervan verloren we een crew en nog wel onze "flightleader". Deze man had ons tot een staat opgewerkt waardoor we de beste groep waren die er was en natuurlijk de beste resultaten hadden. Thans is hij er niet meer en we moeten nu een nieuw stel mensen vinden, en wel zodanig dat we ondanks dit verlies door kunnen gaan met de beste te zijn. De dag vóór ons verlof kwam er een opdracht voor een heel vuil baantje, waarvoor wij ons opgaven om dit uit te voeren. Bij het doel bleek een en ander nog ongunstiger te zijn dan verwacht. Toch vielen we aan en kregen de volle lading van de Jap. We werden geraakt natuurlijk maar konden in de lucht blijven. Op een gegeven ogenblik terwijl we vlak naast elkaar een aanval deden riep hij mij op over de radio om te zeggen dat hij getroffen was, waarop even later het gehele vliegtuig vlak achter ons in de lucht vloog. Dit was het einde en aangezien ik ook net al mijn kogels verschoten had ben ik toen maar met onze gehavende kist naar huis gegaan, hetgeen nog een kleine 800 mijl was (verder als London-Berlijn). Dit was de eerste keer dat ik zag dat de Jap ons te pakken had en dan nog wel iemand die ik voor de laatste 9 maanden als commandant en vriend naast mij gehad heb. Het geeft mij thans een hoop te denken en bovendien een sterk gevoel van leegte, want het is niet gemakkelijk om iemand te verliezen waarmee je in de oorlog geweest bent (al was het dan niet lang) en die' je daarbij met zijn vliegtuig voortdurend de bewijzen van trouw en vriendschap gaf. Veel van het vechten is bij ons het "team­work" waarbij hij en ik altijd in één team of "couple" werkten. Dit betekent dat je naast elkaar vliegt vleugel aan vleugel en zodoende elkaar met al je afweer en kennis ter zake steunt. Als er één een fout maakt of niet durft gaat het voor beide mis en jullie voelt dan ook wel wat het is om een bemanning waarin je vertrouwen had en die vertrouwen in jou had, plotseling naast je te zien wegvallen waarna je dan niets anders kunt doen dan alleen nog maar te zorgen dat je zelf het leven er bij afbrengt. Enfin, we hebben nu nog een betere reden om ons best te doen en die, die over bleven zullen alles in het werk stellen om deze oorlog tot een spoedig einde te brengen.
    Thans ben ik in Sydney voor een week en ga dan even door naar Melbourne en vertrek van daar weer naar het noorden. Veel plezier heb ik nooit in deze australische steden, maar je bent er weer even uit en het is toch wel leuk weer even in de bewoonde wereld rond te lopen.

    P.S. Kreeg net een V.mail van Willemien met de mededeling dat ze een Kerstgroet uit Holland had en daarbij de mededeling dat ze over 2 maanden met een Rode Kruis telegram zou antwoorden als de baby geboren is. Ik wist nog niet dat er een baby verwacht werd, anders hadden we wat leuks kunnen sturen. Deze brief is voornamelijk bestemd om jullie te feliciteren met beider verjaardagen op resp. 12 en 8 augustus als ik het goed heb,
    Vermoedelijk ben ik wel wat vroeg maar in ieder geval heb
    ik jullie nu niet vergeten. Ik ben nu weer terug van mijn verlof in het zuiden en dus weer geheel fris voor een nieuwe periode van 3 maanden. Inmiddels kreeg ik in Melbourne een belangrijk bericht uit Bombay (ik neem aan dat jullie het nog niet hoorden) dat Willemien haar 3e dochter kreeg op 18 juni, genaamd Wilhelmina Victoria . Ze zonden reeds een telegram per Rode Kruis naar Holland waarin ze het kind om begrijpelijke reden Pien noemden.


     

    Lieve tante To en Ireen, 10 juli 1944.

    Veel nieuws van hier is er niet. Mijn vacantie die begon in Sydney waar ik een week was, eindigde voor de laatste 4 dagen in Melbourne . Dit was mijn eerste bezoek van enige duur aan die stad en ik vond het er heel gezellig.
    Toch ben ik op het ogenblik ook graag hier, aangezien hier je vrienden zitten die je weet dat ze door moeten werken, al ben je er niet bij, en ik voor mij heb dan het gevoel dat je bij ze moet blijven. De tijd vliegt hier overigens om en ik kan mij nauwelijks voorstellen dat het al bijna 8 maanden geleden was sinds ik jullie het laatste zag. Als alles goed gaat zijn we voor de Kerstmis hier weg en we hebben allen een stille doch vaak uitgesproken hoop dat we daarna naar de Stater mogen voor een dag of 14. De meeste anderen krijgen die kans en wie weet wij ook.
    Kreeg kort geleden Ireens gezellige lange brief. Hoop dat je je goede voornemens voortzet en nog eens iets laat horen. En hoe meer meisjes-geklets hoe beter! Grappig dat Claar nu in Texarkana zit. Ik zal die plaats nooit vergeten omdat ik er een keer een noodlanding maakte wegens het slechte weer en tekort aan benzine. De benzine bleek later de grootste moeilijkheid omdat ze mij die wilden laten betalen totdat ik ze er van overtuigd had dat ik werkelijk die landing daar moest maken. Ireen schreef: " Het is 'n prachtige avond dus misschien ben je wel 'on the job'". Ik heb het nagerekend en op het moment dat je het schreef was ik vermoedelijk net halfweg Timor. Je had dus goed geraden.
    Dit is zowat alles voor vandaag. Hoop dat jullie en vooral oom Frits mijn brief uit Sydney ontvingen met alle papieren. Zond nog geen geld maar hoop dat een dezer dagen te doen. Nogmaals tante To en Ireen het allerbeste in jullie komend levensjaar, waarin ik verwacht dat een hoop ten gunste van ons allen zal veranderen.
    Ingesloten nog een foto genomen vlak voor het vertrek naar een vijandelijk gebied.
    Ontving ook net de boeken waarvoor hartelijk dank, zal dit in de volgende brief nog eens uitvoeriger doen.

    Jullie liefhebbende neef

     

    Definitielijst

    Commonwealth
    Geheel van onafhankelijke staten rond Groot-Brittannië. Het kon bijvoorbeeld voorkomen dat er in een bommenwerper een Engelse piloot, Schotse co-piloot, navigator uit Wales, Noord-Ierse, Canadese, Zuid-Afrikaanse, Australische of Nieuw-Zeelandse boordschutters waren.

    Afbeeldingen

    Tentenkamp Bron: M. Lugt.
    Crew voor vertrek Bron: M. Lugt.

    Brieven uit Australië, 16-07-1944 t/m 20-08-1944

    Beste Willemien en Tom, 16 juli 1944.

    Reeds stuurde ik jullie een cable om te feliciteren met Wilhelmina Victoria. Nu wil ik het nog eens langs deze weg doen om jullie tevens op de hoogte te houden van de laatste nieuwtjes. Uit Willemiens laatste Airgraph van de 17e juni bleek dat er wel gerekend werd op een "Tommie" maar als ik zo eens mijn eigen leven bekijk heb ik nog niet zo slecht geboerd met drie zusters. Wat dat betreft is Tommie dus al safe. Toevallig was ik net in het zuiden met mijn eerste verlof waardoor ik dus Tom's briefje heel snel in handen kreeg. Trachtte nog om mijn nieuwe nicht iets toe te sturen hetgeen echter onmogelijk bleek bij gebrek aan coupons en tevens was iets aardigs van zilver ook uitgesloten.Dit houdt Victoria dus nog van mij tegoed. Ik ben nu net één week terug van mijn verlof dat 14 dagen uit en thuis was. Dit betekent dat ik dus 10 dagen voor mijzelf had en 4 dagen in een transportvliegtuig om er te komen. Begon met een week in Sydney en vloog toen naar Melbourne voor de rest. Het was natuurlijk heel prettig weer eens in de bewoonde wereld te zijn, maar uitbundig veel plezier heb ik toch nooit in die steden. In beide plaatsen is alles stampvol en als je niet alles van te voren bespreekt kom je nergens in. Bovendien zit je de hele dag tussen de uniformen en een echte afwisseling van gesprek is er dus eigenlijk nooit.

    Toch heb ik wel plezier gehad en nu zijn we dan ook weer met goede moed begonnen aan de 2e van de 3 periodes hier. Half dece mb er is het dan zogenaamd weer afgelopen en dan is het de bedoeling dat we weer 8 maanden uit de oorlog zijn. Dit is tot nu toe zo geweest, maar met de grote vorderingen die er gemaakt worden reken ik maar op een langere tijd hier. Wel hopen we erg op een korte tijd in Amerika waarheen ze steeds vliegers sturen op het ogenblik. Wie weet kan ik mijn 3e Kerstmis in Oberlin gaan vieren.
    Met het oorlogvoeren gaat het goed. We trekken er regelmatig op uit en doen ons best om het de Jap zo onplezierig mogelijk; te maken. De dag voor ons verlof hadden wij van de Marine echter een groot verlies doordat tijdens een opdracht onze "flight-leader" werd afgeschoten. We waren een heel eind van huis toen we plotseling een paar Japanse scheepjes zagen die we aanvielen. We waren er al een paar keer overheen gegaan al schietende toen het plotseling bleek dat zij van hun kant op ons schoten. Wij kwamen er goed af met maar één schot in onze kist; hij echter heeft waarschijnlijk een ongelukkige treffer gehad waardoor het hele vliegtuig vlak boven het water uit elkaar sprong. Het is niet waarschijnlijk dat er ook maar één het leven er afgebracht heeft en al was dit zo, dan hadden we toch niets kunnen doen om hem te redden. Voor ons is het een groot verlies, daar hij een uitstekend leider was, waarmee we voor de laatste 8 maanden gevlogen en getraind hadden. Thans gaan we zo goed mogelijk zonder hem door en trachten onze goede naam ook zonder hem hoog te houden.

    (In het boek: De Militaire Luchtvaart van het KNIL in de jaren 1942-1945 staat genoteerd dat de bemanning van de N5-152 bestond uit de vliegers ovl II H.J.Jansen, lt.kol E.J.C.Te Roller, waarnemend ovl III Reedijk, telegrafist ovl III Th.W van Lier luchtschutter sgt Willemse (KM) en de Australische staartschutter sgt Clark)

    Het kampleven is nog steeds heel prettig, merendeels dankzij het goede klimaat. Onze tent is nu een heel bouwwerk, voor­zien van alle luxe in zover als dat hier mogelijk is.
    We zijn nu in het bezit van wastafel, schemerlamp, theetafel met zitje, keuken waar onnoemelijk veel kopjes koffie gezet worden, haardvuur voor warm water en de was en een aquarium met vissen tot ons aller vermaak. Het geheel is in ieder geval comfortabeler dan sommige hotelkamers in Sydney, alwaar we soms bij de gratie Gods onderdak kregen.

    Inmiddels raast de oorlog in Europa ook door en ik volg met spanning de gang van zaken daar. Kan mij haast niet meer voorstellen hoe het moet voelen om weer een man met een echt vrij Vaderland te zijn of dat we misschien weer binnen afzienbare tijd eens iets van ons kunnen laten horen. Ik denk echter niet dat ik een kans heb om enig deel aan de oorlog daar te nemen, aangezien ik geloof dat wij wel gebruikt zullen worden uitsluitend voor de bevrijding van Indië. De wereld is echter zo klein voor ons tegenwoordig dat je nooit kunt weten hoe ze je nog eens snel overplaatsen. Met een beetje doorvliegen ben ik in 2 à 3 dagen wel in Engeland als het moet. Veel is er verder niet te zeggen van hier, alleen dat ik in mijn verlof mijn geldzaken regelde zodanig dat ik hier thans een trustee heb voor mijn bankrekening in Austra­lië en Oom Frits is dat reeds voor mijn geld in Amerika. In de laatste 5 maanden heb ik kans gezien om ongeveer $ 1000 in Amerika te bezitten en ik heb hier £ 225. Mijn trustee hier is Mr.W.W.Ryan.

    Indien mij iets mocht overkomen is het de bedoeling dat hij zich met oom Frits of jullie in verbinding stelt voor het in ontvangst nemen van verdere instructies. Dit is alles zwart op wit vastgelegd. Denk er toch vooral aan dat ik dit geld niet nodig heb en ik het hoofdzakelijk beschouw als een appeltje voor de dorst voor die mensen van de familie die het nodig mochten hebben. Hiermee wil ik dus zeggen dat indien jullie op een of andere manier er gebruik van willen maken dit geheel aan jullie vrij staat.

    Kreeg net een paar gezellige lange brieven van Hans Louwerse die ik snel eens terug zal schrijven. Hij schreef dat hij jullie nogal eens ontmoet had wat ik een erg leuk idee vind.

    De groeten aan de rest van de familie en laten jullie nog eens wat horen? Jullie moest eens weten wat een brief hier voor ons betekent.

    Het allerbeste van jullie broer Gerard.


     

    Beste Hans (w.s. is hier bedoeld; J.A.Warning, ook een A.R.O.V) 21 juli 1944.

    Kreeg kort geleden je lange gezellige brief die hier door de resterende A.R.O.V.'s gelezen werd voor zover het vliegend personeel betreft (uitgezonderd Hans de Vries). Omstandigheden, waarover later, hebben ons allen hier in het hoge Noor­den van Australië bij elkaar gebracht en zelfs onder de voor­treffelijke leider Herman de Kale.( A.R.O.V. H.J.Spoel) . Hij leest als zijnde onze censuur de brieven, dus zal ik maar een beetje aardig (overigens gemeend) schrijven. We zijn nu hier reeds voor enkele maanden "oorlog" aan het voeren met de z.g. Marine patrouille tussen de landmacht. Zoals je waarschijnlijk weet begonnen wij onder het commando van Henk Jansen, die helaas één maand geleden terwijl wij een aanval deden afgeschoten werd. We vielen een schip aan dat in een klein baaitje lag en namen het onderhanden met machinegeweervuur. Helaas te laat ontdekten we dat ze aan het schieten waren van de kant waaraan we dan ook zijn verlies te danken hebben. Tom van Oven die zijn co-pilot was, was die dag "grounded" en werd vervangen door onze C.O.hier, Lt.Col. te Roller. Eveneens aan boord waren Reedijk, van Lier (telegrafist) en de lange Willemsen. Ze hebben waarschijnlijk niet eens geweten wat er gebeurd is, aangezien alles afgelopen was voor we het wisten. Thans is Herman dus onze patrouille-commandant en Tom van Oven kreeg een nieuwe crew met Rolf B. als co-pilot. Thans zijn dus hier Herman met Piet, Augustus en ik plus Bob Franken (ik kan nu al bijna even goed slaplullen als hij) en Jaap en Henk Romijn. Jaap Schwartz en Hans de Vries wachten nog op hun beurt in het zuiden. Dick Lagerwerf zit op bestuursschool en maakte het heel goed toen ik hem 3 weken geleden op mijn eerste verlof zag. Tevens zag ik daar nog even Jan Sweers die net op het punt stond naar Nieuw Guinea te gaan en Hoogekamp die iets bij de geheime dienst is. Ook Beck heeft daar ergens een baan. Dan zijn er natuurlijk nog (er zijn er meer dan ik dacht) Hans Maas en Pim Burgemeestre die ook bij ons zitten hier maar in de patrouille Staal vliegen. Geloof dat ik ze nu wel allemaal gehad heb en ik zal dus maar doorgaan met wat van ons leven en werk te vertellen.

    Wat ons leven hier betreft hebben we het heel erg naar ons zin. We wonen hier natuurlijk allemaal in tenten die zo hier en daar over het terrein verspreid staan. Je tent is echter je huis en het is dan ook merkwaardig hoe gezellig en comfortabel je zoiets maken kan. Dan is er de Officiersmess met uitstekend eten en een "bar" waarin gedurende lunch en tijdens dinner tot 10 uur 's avonds volop drank genoten kan worden. Als er niet gevlogen wordt (vliegen doen we in normale omstandigheden 2 soms 3 keer per week) hebben we volledige vrijheid, behalve het appèl om 8 uur 's morgens. De rest van de dag wordt dan doorgebracht met huishoudelijke bezigheden of onder het genot van een kop koffie in een of andere tent een enorme hoop "slap lullen". Het klimaat (thans de z.g. droge tijd) is uitstekend. Overdag niet te warm en 's nachts koel tot koud. We hebben hier prachtig drinkwater dat zomaar uit echte kranen komt plus electrisch licht in iedere tent. Je ziet dus dat we het niet slecht hebben. Behalve dat ik wel graag wat dichter bij Holland zou willen zijn, zijn wij er hier van overtuigd dat we het beste af zijn wat werk en vrijheid betreft. Colombo moeten we in ieder geval niet heen want dat is het ergste wat er schijnt te zijn.
    Over ons eigenlijke werk kan ik natuurlijk niet al te open­hartig schrijven, maar ik neem aan dat je wel wat over ons in de diverse bladen leest. Natuurlijk zijn wij begonnen met onze goede naam hier te handhaven, en zolang als Jansen hier nog was was het altijd de marinepatrouille die alles 100% raak had als de rest de zaak in de zee gemikt had. Met Herman moeten we dit nog bewijzen, maar ik heb goede hoop dat we niet achteruit gegaan zijn. Perslot is Herman een veel rustiger en doordachter persoon wat op de lange duur wel betalen zal. Henk J. was namelijk wel erg aan de vlotte kant met al zijn doen en laten en had daarbij een enorm geluk (hetgeen hem echter reeds na twee maanden in de steek liet). Hoe het ook zij, we hebben ieder voor ons de nodige
    Jappen te pakken gehad en wat dat betreft is onze training dus niet voor niets geweest. Bovendien zien we heel wat van Indië waar ik anders nooit geweest zou zijn. Het enige bezwaar is echter dat het bijna uitsluitend vliegen over water is en behoudens een enkel hoog bo mb ardement meestal op "sea-level" hoogte. Daarnaast nog 90% van al het vliegen formatie. De bedoeling is nu dat we hier tot half dece mb er blijven, waarna we voor een zekere tijd afgelost worden (als alles zo blijft als het is natuurlijk). Na half dece mb er hebben we een stille doch veel besproken hoop dat we eens op en neer naar de States kunnen om nieuwe kisten te halen.
    Ik heb nu wel veel over ons gepraat maar dat is ook het enige wat er is om over te praten. Ik hoop dat het goed met jou en je vrouw gaat en dat jullie gauw vaste voet op Hollandse bodem zullen hebben (in ieder geval voor mij). Doe de groeten aan alle anderen en speciaal aan Ernst. Tevens uit naam van al je hier aanwezige vrienden en ikzelf.

    Happy landings, GERARD.


     

    Beste oom Frits, 26 juli 1944.

    Eindelijk is er een gelegenheid om je nog eens wat geld toe te sturen. Ik maak er dit keer 500 dollars van, dat wil zeggen als ze een dergelijk bedrag toestaan. Ik kan namelijk niet zelf het geld versturen en moet dus hopen dat en inderdaad dit bedrag in zit. Is het dus minder dan weet ik het in ieder geval en hoef je je geen zorg daarover te maken.
    Zou je mij soms eens willen schrijven hoe ik precies moet tekenen indien ik ooit direct geld van de bank wil hebben op de een of andere manier?
    Ik heb net mijn vulpen verloren; zouden jullie willen trachten mij er een toe te sturen? Liefst een zo goed mogelijk, Sheaffer of Parker of zo iets. Ze zijn wel duur maar dan weet ik zeker dat ik wat goeds heb.


    Alles is hier goed en we gaan rustig door met ons werk


    Lieve tante To, 16 augustus 1944.

    Ik heb weer in een hele tijd niets meer van mij laten horen, waarvoor ik mij erg schaam, temeer daar ik al die boeken van je ontving en tevens een zending cigaretten. In de eerste plaats hiervoor dus hartelijk dank. Verder je gezellige brief voor mijn verjaardag die precies op die dag aankwam, wat het nog eens zo gezellig maakte. Bovendien de gezellige foto van jou met de hond, waarmee ik uiterst gelukkig ben. Hij hangt op het ogenblik aan de middenpaal in onze tent onder het portret van vader en moeder. Je zit daar vast met twee kleine spijkertjes, maar ik beloof je dat je thans net als vader en moeder verder ook nog vele reizen zult moeten meemaken.
    Dan was er dat Red Cross-bericht uit Bussum wat ondanks zijn ouderdom mij goed deed te zien. Snap er alleen niets van hoe ze thuis wisten op die datum (25 oct. 1943) dat ik offi­cier geworden was hetgeen we pas een maand voor die datum werden.

    Sinds ik jullie het laatste schreef hebben wij een ontzettende drukke tijd gehad. We waren er voor een tijdje bijna om de andere dag op uit, wat wel wat veel werd. Thans is alles weer normaal en krijgen we het normale aantal opdrach­ten. Einde vorige maand gingen we zelfs voor een paar dagen naar een ander veld om verschillende andere plaatsen in de N.E.I. stuk te gooien, waarvan we hier niet bij kunnen komen. Het was een leuke tijd en deed de tijd snel omgaan. We sliepen daar allemaal in een grote schuur, hoog en laag door elkaar, wat voor een paar dagen reuze gezellig was. Ik maakte vandaar een vlucht naar een plaats die in de brand moest en aangezien het nacht was konden we het vuur prachtig zien, terwijl 's nachts alles veel minder erg lijkt omdat je niet kunt zien of ze op je schieten en je je dus ook niet in allerlei bochten hoeft te wringen om het afweervuur te ontwijken, zoals overdag altijd het geval is. Dan zie je meestal die kogels met zwarte bolletjes om je heen springen, hetgeen je wel iets te denken geeft. Met deze oorlog is het altijd "wat niet weet wat niet deert", dit natuurlijk net zolang totdat het een keer raak is. Hoewel dat soms pas blijkt als je op de grond staat. Op mijn verjaardag hadden we ook een mooi opdrachtje. Toen we echter goed en wel in de lucht waren en de kust verlieten, zei een van onze motoren dat we verder niet meer op hem hoefden te rekenen en er zat dus niet anders op dan te trachten zo gauw mogelijk weer aan de grond te komen. Voor de anderen liep alles echter goed af en iedereen kwam veilig terug.

    Wat een zegen dat ze nu in Europa een beetje opschieten. Van­morgen net het bericht dat ze in Zuid-Frankrijk een inval deden. Weet er nog weinig van maar heb het volste vertrouwen dat alles wel goed zal gaan. Voordat er echter iets met ons land gebeurt zal wel lang duren. Maar als het werkelijk voor het einde van het jaar afloopt, dan kan het nooit meer dan vier maanden zijn.
    Dit zullen dan wel de moeilijkste maanden voor hun zijn, maar daarna laten we hopen dat dan ook alles afgelopen is.
    16 December is mijn tijd hier om en ik ben dan voor de eerste 8 maanden z.g.vrij van oorlog voeren. Aangezien dit zo is hoop ik dat we misschien in die tijd de kans krijgen om de kant van Europa eens op te gaan. Niet dat ik veel hoop er op heb maar je kunt nooit weten. Ik zit hier wel overal ver vandaan maar met onze vliegtuigen is het nooit meer dan een paar dagen om thuis te komen. Van hier is verder niet veel nieuws. Ben kerngezond. Werk in mijn tijd dat ik niet vlieg vrij hard aan het transportbedrijf (auto's en vervoer op het kamp) waarvan ze mij de baas maakten. Het weer is nog steeds prachtig, alleen wordt het warmer. Deed de vorige week mijn 2o-ste "opdracht" waarmee ik over de helft ben van het normale aantal dat hier gedaan wordt voor ze je weg sturen.
    Ontvingen jullie reeds die $ 500.- die ik de 25e juli af­stuurde? En vergeet vooral niet daar gebruik van te maken zodra het mogelijk is ze wat in Holland toe te sturen. Verder als jullie soms leuke dingen ziet voor een Kerstpakket dat uit mijn naam tezijnertijd verstuurd kan worden naar Bombay, koop die dan. Ik wil dat mijn nichten een heilig vertrouwen krijgen in hun "rijke oom in Amerika" (waar of niet). Ontving nog geen nader bericht uit Bombay, doch ook dit kan niet lang meer duren. Een paar dagen geleden was er hier een van onze vliegers die ook in Jackson was en die een bezoek gebracht had aan Bombay en daar tevens Tom ontmoet had. Was er echter niet lang genoeg geweest om ook Willemien op te zoeken. Vele van mijn oude vrienden uit de Amerikaanse opleiding zochten haar ook op wat ik erg leuk vind, omdat ze daardoor veel over ons doen en laten kreeg te horen.
    Dit is alles voor vandaag. De hartelijke groeten aan de rest van de familie,
    Je liefhebbende neef GERARD.


     

    18 augustus '44.

    Brief is even blijven liggen doordat we er gisteren ineens op uit moesten. Nu moet ik zorgen dat hij weg komt aangezien ik over een uur weer op stap moet. Hier komt nog een verzoek om cigaretten:

    "Will you please send me a carton cigarettes. Our supply here is always short and we always run out of them.
    That is all for today until the next letter.


     

    Gedateerd op 20 augustus 1944 schrijft Gerard per V..-MAIL de hiernaast afgedrukte brief aan oom Frits en tante To:

    Beste oom Frits en tante To,

    Gisterenavond kreeg ik tante To's gezellige brief (met inhoud) en ik voel behoefte om daarop even te antwoorden. Ik kreeg hem namelijk na terugkomst van een aanval op één Jappen vliegveld waarbij voor de tweede maal in de 4 maanden die ik hier nu zit, onze flight leader werd afgeschoten. Het was een heel ander geval dan de vorige keer toen dit vlak boven het water gebeurde. Thans waren wij zo hoog mogelijk en toch lukte ze het weer. Het had net zo goed iemand anders kunnen zijn want iedereen was op zijn eigen houtje aan het bommen gooien, maar het noodlot wou dat het onze leider betrof die we vermoedelijk nog meer zullen missen dan de vorige. Zoals ik al eerder schreef waren we net over dat verlies heen en hadden we met wat er van de vorige groep overbleef het beste gemaakt. Thans is het bijna onmogelijk dit voor de derde maal goed te krijgen.

    Keep your fingers crossed, we need it.

    Later meer, jullie GERARD.

    *Maar het zou zijn laatste brief aan tante To en oom Frits zijn. De allerlaatste brieven zijn gericht aan zijn vrienden Hans Warning en Dolf Sluyterman van Loo.

    Het in deze brief genoemde toestel was de N5-210 met als bemanning
    Ovl II H.J.Spoel, ovl II P.van Straalen, waarnemer 1e lt Ch Riemens, telegrafist sgt B.J.van der Linde en de luchtschutters sgt (MLD) J.C.van Polanen Petel en sgt RAAF Webley

    (bron: “De Militaire Luchtvaart van het KNIL in de jaren 1942-1945)

    Definitielijst

    KNIL
    Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in Indonesië.

    Afbeeldingen

    Herman Spoel Bron: M. Lugt.
    Piet van Straalen Bron: M. Lugt.
    Gerard's laatste brief naar Tante To en Oom Frits van 20 augustus 1944. Bron: M. Lugt.

    De Laatste brieven en het tragische slot

    De laatste brieven schreef Gerard aan enkele vrienden.

     

    Beste Hans (Warning) en andere A.R.O.V.'s, 23 augustus 1944.

    Ongeveer een maand geleden schreef ik jou Hans een brief om jullie eens te laten weten hoe het met ons hier stond. In deze brief vertelde ik je hoe we toen net Henk Jansen verloren hadden en hoe Spoel natuurlijk in zijn plaats gekomen was. We hadden ons in deze tijd weer geheel hersteld en de Marine-flight deed weer behoorlijk werk. Spoel was een voortreffelijk leider, beter nog dan Henk in sommige gevallen. Thans rust op mij de droeve taak om jullie mede te delen dat ook hij op 19 augustus j.l. met zijn hele crew tijdens een hoog bombardement werd afgeschoten. Ze zijn opgegeven op het ogenblik als "missing in action" om redenen waarover ik niet verder zal schrijven. Hoop dat we er echter nog ooit één zullen terugzien is practisch uitgesloten. Ik heb hem gedurende de laatste 5000 feet in zijn val kunnen volgen, waarbij hij in een verticale spin zat en in brand stond. Bovendien was er een stuk van zijn vleugel weg. Het toestel viel nog net in zee en je voelt wel dat we weinig hoop mogen hebben dat er één levend afkwam.
    Spoel's crew bestond uit Piet van Straalen, Cris Riemens (navigator) en Polanen Petel (schutter); de rest denk ik niet dat je kende en ik zal dus ook geen namen noemen. Je voelt wel wat een enorm verlies we hieraan hebben en tevens voor wat voor moeilijkheden we thans staan. Voorlopig is onze kist leidende kist geworden en hebben we Hans M. en Pim B. als vierde kist er bij gekregen, zodat er nog steeds een gehele Marine patrouille is. Zo zullen we ons waarschijnlijk de volgende vier maanden er door moeten werken. We hebben het erg druk gehad hier de laatste tijd en ik maakte gisteren dan ook mijn 26-ste missie. Als dat zo doorgaat kom ik ver over het normale gemiddelde.
    Hoorde langs omwegen dat ook jullie verliezen hadden daar, maar namen werden niet met zekerheid opgegeven. Laat eens wat horen want vergeet niet dat wij ook nog steeds zoveel mogelijk met jullie meeleven.

    Dit is alles voor vandaag, beloof echter indien iets belangrijks gebeurt dit te zullen doorgeven.

    Het allerbeste, je vriend GERARD.

     

     

    Beste Dolf,

    27augustus 1944.

    Het is een hele tijd geleden dat ik je het laatste schreef, maar je kent mij goed genoeg om te weten waarom. Deze brief is dan ook voornamelijk om je te laten weten dat we hier nog steeds aan het werk zijn en dat ik persoonlijk gezond en wel het luchtruim boven onze N.E.I. afzoek voor een Japanse prooi. Tegen de tijd dat je deze brief krijgt echter zul je wel reeds gehoord hebben over de enorme verliezen die onze kleine Marine-patrouille hier leed. Vermoedelijk hoorde je al van Henk Jansen en zijn crew die we twee maanden geleden verloren. Ik kan natuurlijk niet alles hierover zeggen, echter wel dat hij viel bij een aanval op een Japans schip dat we op "masthead"-hoogte aanvielen. Wat er precies gebeurd is weet ik niet, alleen heb ik nog net kunnen zien hoe hij vlak achter ons in zee viel en daarna niets meer achterliet dan een grote rookzuil. Dit was een groot verlies voor ons en onze hele flight. We hadden echter nog onze Spoel die onmiddellijk als flightleader werd aangewezen, en na het verkrijgen van een nieuwe crew was de zaak dus weer compleet en alles liep voortreffelijk onder zijn goede leiding. Dat was echter ook van korte duur, daar we ook h em de vorige week zaterdag verloren. Hier betrof het een hoog bombardement van een "lastig" vliegveld waarbij in tegenstelling met normaal ieder op zichzelf aanviel. De Jap was echter nogal boos en gooide zo het een en ander omhoog waarbij ze Spoel clean uit de lucht schoten. Hoe hij precies getroffen is weet men niet daar we allen werk genoeg hadden met ons zelf uit al die zwarte wolkjes te wurmen. Wel zag ik het laatste stuk van zijn val plus
    de slag op het water (viel namelijk nog net vrij van het land). Het is daarom niet waarschijnlijk dat we er ooit een terugzien, hoewel er zolang er geen zekerheid is ze opgegeven zijn als "missing in action". Nu zijn we dus inmiddels 50% van onze groep kwijt en nog wel de beste. Bij Spoel zat onder andere van Straalen, Riemens en Polanen Petel, terwijl met Jansen Reedijk , .van Lier en de lange Willemsen vielen. De rest van de namen ken je toch niet, dus zal ik die niet noemen, maar je ziet wel wat een fijn stel kerels we verloren. Nu zijn de moeilijkheden eigenlijk pas begonnen, maar ook hier zullen we ons wel weer doorheen slaan.

    De helft van de tijd zit er nu op waarin ik 26 missies maakte hetgeen behoorlijk boven het gemiddelde is. Drie dagen geleden verloren we plotseling ook nog André de la Porte met crew die zonder enig teken van leven wegbleef van een opdracht. Wel vermoeden we dat hij door vijandelijke actie verloren gegaan is, daar we op de plaats waar hij het laatst gezien is een behoorlijke lading afweervuur kregen toen we naar hem gingen zoeken. Dit was een verrassing voor ons en misschien is hij daar ook het slachtoffer van geworden.

    Inmiddels is het leven hier lang niet gek zolang je op de grond staat. De geest hier is goed en prettig, temeer daar we allemaal elkander zo goed en lang kennen. Het is een pracht kamp hier en we hebben dan ook practisch alles wat ons hartje verlangt (behalve vrouwen natuurlijk!)

    Van Hans Louwerse kreeg ik twee lange brieven met al de informatie over onze oude engelse vrienden, waarmee ik naar aanleiding hiervan weer in contact tracht te komen. Wat gaat het anders goed in Europa, ik hoop toch zo dat ik niet voorgoed vast zit bij deze N.E.I.beweging. Dat wil zeggen dat ik misschien eens naar huis kan gaan voordat de oorlog hier geheel over is. Want die zal nog wel iets lang­ er duren dan die in Europa. Enfin, mocht jij er eerder zijn dan ik, doe dan vast de groeten.

    Vandaag is Jan v.d.Kop hier die thans bij onze transport­afdeling zit. Hij is nog steeds dolgelukkig over het feit dat hij bij jullie weg is en bovendien wordt hij hier schatrijk wegens het vele vliegen dat hij doet. Maakt het echter ook meteen bij de eerste gelegenheid weer op. Bij mij vloeit het geld ook aardig binnen en ik kan nu reeds beginnen met Vader mijn schoolgeld af te betalen als hij dat zou willen. De helft heb ik hier en de rest gaat naar de States zodat ik overal een lekker potje heb. Zit Dolf Heyning nog bij jullie? Zo ja, doe hem dan de hartelijke groeten van de A.R.O.V.'s hier aanwezig en vraag hem eens of hij wat van zich wil laten horen. Doe ook Hans L. de groeten als je die soms ziet.

    Dit is alles voor vandaag. Verwacht antwoord. Don't forget. je vriend Gerard.


    In de nacht van 1 september 1944 keerde Gerard Johan Lugt niet terug van een operationele vlucht.

    NETHERLANDS EMBASSY

     

    BUREAU OF NAVAL A7TACHE
    WASHINGTON . D-G.

     

    EE/7 - 1487. 14 September 1944 .

    Dear Mr Lugt,

    I regret exceedingly to inform you that I received a cable from the Commander-in - Chief of the Royal Netherlands Indies Army in Melbourne, Australia, that Lt.G.J.Lugt was missing in the night of September 1, 1944.

    Lt. Lugt was on a mission to the Kei Islands , Netherlands East Indies, when his plane caught fire and crashed. The crash was observed by one of planes in the group

    I wish to express, also on behalf of the Royal Netherlands Navy and Royal Dutch Indies Army my heartfelt sympathy,

    Yours

    J.E.Meyer Ranneft

    Rear Admiral R.N.N.

    Naval Attaché

     

     

    Mr. Frits Lugt

    New York City , N.Y

     

    -------------------------------------------------------------------------------------------------------

    NEDERLANDSCHE ROODE KRUIS

    Afd. /( (Nederl. militairen) .

    Giro: 412785

    Men wordt verzocht bij de aanhaling van dezen brief dagteekening en briefnr. nauwkeurig te vermelden

    C. 19u0/45

    ‘S-GRAVENHAGE, 1 3 JUNI 1945

    Fam. G.J. Lugt

    Koedijklaan 23

    Bussum

    Betr.: G.J.Lugt.

    Tot mijn leedwezen moet ik U mededeelen, dat ik door tusschenkomst van het Internationale Comité van het Roode Kruis te Genève van het Nederlandsche Roode Kruis te Londen bericht heb ontvangen, dat Uw zoon, de Heer Gerard Johan LUGT, officier­vlieger der derde klasse K.M.R. (tijdelijk verband), geboren 9-8-1917 te Amsterdam, niet is teruggekeerd van een luchtoperatie in het Verre Oosten in de nacht van 1 September 1944.

    Mede namens het Internationale Comité van het Roode Kruis moge ik U mijn groote deelneming betuigen met dit droe­ viqe bericht.

     

    Het Hoofd der Afd.A van

    het Informatie-Bureau van het Nederl.Roode Kruis,


    In het boek “De Militaire Luchtvaart van het KNIL in de jaren 1942- 1945” van O.G.Ward staat op pag. 274 het volgende vermeld:

    • NEI 15

    Tezamen met vliegtuigen van nr. 2 Sqn RAAF werden acht vliegtuigen uitgestuurd om het vliegveld Langgoer te bo mb arderen:

    N5-188 lt Hartogh Heys, -178 kap Den Ouden, -214 ovl Dreher, -217 ovl Broekema, -163 ovl Maas, -167 kap Staal, -172 lt Kiewiet de Jonge, -184 lt Muurling. De -178 moest terugkeren vanwege defecten aan zijn vlieginstrumen- ten.

    De eerste bommen zouden moeten vallen om 21.00 uur 's avonds. Ofschoon het wolkendek bijna dicht zat werd door meerdere vliegtuigcrews waargenomen dat

    het meerendeel van de afgeworpen bommen in het westelijk deel van het vliegveld terecht kwam. Middelzwaar en zwaar accuraat afweervuur werd ondervonden en in de omgeving van Kattanimbai-eiland en bij Letfoer werden door 3 vliegtuigen nachtjagers gesignaleerd.

    Tijdens dit bombardement werd de -214 door luchtafweer of nachtjageractie getroffen. Het viel brandend naar beneden, explodeerde op 5000 voet hoogte en viel in stukken uit elkaar. Hierbij kwamen om het leven de vliegers ovl II A.A. Dreher (zie foto Gustus Dreher) en ovl. III G.J.Lugt (zie foto), de waarnemer ownr III W.G.Franken (zie foto Bob Franken), telegrafist sgt MLD R.W.Marsman en de luchtschutter ovl III Donk en de Sgt RAAF Barclay.

     

     

    In het boek “Het vergeten squadron” van Rene Wittert staat op pag 432 het volgende vermeld:

    Op 1 september 1944 viel Ovl A.A. Dreher, eveneens door afweergeschut. Het gebeurde 's nachts. Zijn formatiegenoten zagen zijn vliegtuig, de N5- 214, in de lucht ontploffen.


     

    Gerard's moeder kreeg nog een brief van Gerard's vriendt Dolf:

    Brief aan Gerard's moeder van zijn vriend Dolf Sluyterman van Loo.

    Hooggeachte mevrouw, China Bay, Colombo

    15 november 1945.

    Lang had ik het plan u te schrijven,
    maar wist zo slecht hoe. Beter minder goed dan niet. Eerst wilde ik u zeggen hoe ik met u uw enorme verlies voel dat u door onze oorlogsvoering tegen de Jappen leed. Mag ik u nog condoleren met het verlies van uw zoon Gerard; het is wel erg laat.

    Als u nog even geduld hebt, wilde ik u graag een paar dingen vertellen over hem. Het zijn in hoofdzaak dingen die hij deed toen wij veel contact met elkaar hadden en wat hij dacht.

    Dat wij, Bill de Koning (van wie ik nog niets vernomen heb) Gerard en ik op de "Vice Roy of India" van Liverpool naar Singapore en direct door op de "Op ten Noort" naar Batavia gingen, kwam doordat toen Gerard en ik ons bij herhaling in Londen meldden op het Nederlandse Hoofdkwartier, het ons zeer duidelijk was dat er toen voor ons als soldaat niets te doen viel. Het werd ons ook afgeraden om te te­ kenen. Later is wel gebleken hoe velen in diverse kampen byzonder lang hebben moeten wachten. In Indië verwachtten wij ook oorlog en zouden ons beter kunnen voorbereiden. Intussen bleek daar dat het schijn­ baar niet zo urgent was. Ik werkte 1/2 jaar op een suiker­ fabriek en leerde intussen sportvliegen. Later kwam Gerard bij Werkspoor werken in Soerabaya. Hoewel ik hem aanraadde ook bij de Marine te komen, ging hij alleen lessen nemen bij de vliegclub ter voorbereiding. Daar had hij een byzonder goede reden voor. Hij was inderdaad practisch onmisbaar. Ik kan u moeilijk in het kort vertellen hoe hij wel gewaardeerd werd. Het is ongeloofliik hoe hii door zijn werk en ook buiten werktijd in Soerabaya bij velen in de beste kringen enorm werd gewaardeerd. Hij had spoedig vele aardige kennissen en introduceerde mij ook bij velen die behalve belangrijk, vooral een soort mensen waren die in de Oost zo zeldzaam zijn. Mijn gezelligste tijd in Soerabaya was altijd met Gerard en zijn kennissen.

    Toen hij dan toch bij de Marine kwam werd hij met het aller beste groepje mensen dat de Marine ooit in één opleiding bij de vliegerij heeft gehad op het laatste moment naar Australië gestuurd.

    U denkt misschien dat ik overdrijf, maar u kunt het een ieder vragen die maar even met hen in contact is geweest. En van die groep stond hij gewoon goed bekend. Prettiger dan met hen heeft er niemand gediend, Maar ook niet beter.
    Hun opleiding was bijna zonder uitzondering man voor man uitstekend en Gerard één van de beteren. 't Was ook de secuurste van alle groepen.
    Dit was in Amerika. Ze zijn na ruim 1 1/2 jaar training volkomen klaar naar Australië gestuurd. Daar zijn er velen gesneuveld omdat ze zeer gevaarlijk werk deden.

    U kunt met ware trots denken aan Gerard. Wat ik u vertelde is zo weinig. Zijn vriendelijkheid en behulpzaamheid, al had hij het zelf nog zo druk en hoe hij al die tijd geleefd heeft, waren voor zijn omgeving een voorbeeld. Ik weet maar van zeer weinigen die zich zo gehouden hebben.

    Misschien heb ik iets kunnen doen om u een indruk te geven van de tijd na Engeland. Voor u was dat belangrijk omdat die tijd aantoonde hoe hij in het leven stond en had kunnen staan.
    Hoe waarschijnlijk het voor een ander zou lijken dat ik u een mooiere voorstelling heb gemaakt dan waar is, weet u zelf natuurlijk dat ik eigenlijk een onvolledig beeld gaf en niet mooier dan de werkelijkheid.

    Ik hoop dat ik u heb kunnen vertellen dat Gerard in zijn korte leven het tegenovergestelde heeft gedaan dan voor niets te leven. Hij was altijd een prettig vriend voor ieder en byzonder goed vriend voor hen die hem beter leerden kennen.

    Ik eindig nu. Wilt u mijn medeleven met uw verlies ook overbrengen aan uw man?

    Met hartelijke groet,

    uw Dolf.




    Definitielijst

    KNIL
    Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (1830-1950) Benaming van het Nederlandse leger in Indonesië.

    Afbeeldingen

    De onfortuinlijke bemanning Bron: M. Lugt.
    Brief met dank voor schenking kerstpakketten Bron: M. Lugt.
    Overlijdensadvertentie Bron: M. Lugt.
    In Memoriam van Werkspoor, Gerard's oude werkgever Bron: M. Lugt.

    Epiloog

    In Memoriam Wim de Koning.

     

    Wim de Koning studeerde ook aan Loughborough College in

    Engeland. Samen met Dolf Sluyterman van Loo en Gerard Lugt vertrok hij naar Nederlands Indië. Toen Gerard verhuisde van Bandoeng naar Soerabaya nam Wim zijn werk in Bandoeng over.

    (zie brief 17/12-1940 – afl. 6).

    Wim belandde helaas in handen van de Japanners, moest werken aan de beruchte Burma Railway en overleefde dat niet. Hij is aldaar begraven (zie foto)

    Afbeeldingen

    Graf B.W. de Koning Bron: M. Lugt.

    Naschrift

    Naschrift:

    Zoals in de allereerste aflevering is verteld hoorde de familie van Gerard Johan Lugt pas in 1985 van de begraafplaats Galala op Ambon, waar Gerard en zijn kameraden begraven liggen. Het graf werd in 1991 door zijn 3 zusters bezocht, alle brieven werden nog eens over gelezen en besloten werd daarvan het boek “Het Vaderland getrouwe” samen te stellen. U hebt het op de site van Stiwot allemaal kunnen lezen.

    Maar daarmee was het voor ons nog niet klaar. Wij wilden het boek ook geven aan die vrienden die mogelijk nog in leven zouden zijn. En daarmee begon een zoektocht die niet alleen enkele A.R.O.V.'s opleverde maar ook een aantal mede-studenten uit Loughborough (zie de foto bij afl. 2: Hans Louwerse, Chris du Cellier Muller, Bart van Doorninck en Henk Holst ). Zij ontvingen allen het brievenboek.

    Hans en Chris – beiden woonachtig in Engeland – organiseerden samen met Loughborough University een bijeenkomst/reünie in Loughborough (20 juni 1995) waar wij buitengewoon hartelijk werden ontvangen! (zie foto eerste reünie) En toen werd daar het plan geboren om in Rutland Hall (waar de Nederlandse studenten toen woonden, zie foto) een 2e reünie te houden en dan een gedenkplaat aan te brengen met de namen van hen die vielen.

     

     

    Deze 2e reünie vond plaats op 13 september 1996.


    Bij 2e Reünie werden de volgende teksten voorgedragen:

     

    Wie zal hen tellen tot een getal,

    Wie zal hun som in een adem uitspreken?

    Als mensen geboren worden krijgen ze een naam,

    Als mensen sterven laten ze een naam achter.

    We willen hen noemen bij hun naam,

    Een voor een

    Tot de som van hun namen

    De som van hun offer is.

    Zo zal het offer genoemd blijven

    En vele namen hebben.


     

     

    Whoever shall count them to one sum,

    Whoever in one breath shall speak of their whole?

    When people are born they are given a name, die their When they die their name remains.

    We would like to recall them by their name,

    One by one

    Until the sum of their names

    Equals the fullness of their sacrifice.

    So will the sacrifice be reme mb ered

    Having many names.

     

    Ook werden wordt in Rutland Hall op Remembrance Day aandacht geschonken aan de gevallenen door het leggen van een krans of bloemen bij de Plaque. (zie foto).

    Na dit alles is er in Loughborough ook een Garden of Remembrance aangelegd, een mooi rustig parkje waar in een muur kleine Plaques zijn aangebracht met de namen van hen die stierven. Ook voor Gerard is er zo'n plaque. (zie foto)

    Afbeeldingen

    De eerste Reunie Bron: M. Lugt.
    Rutland Hall Bron: M. Lugt.
    Onthulling van de plaquette Bron: M. Lugt.
    Remembrance Day Bron: M. Lugt.

    In Memoriam en met dank

    Ook na de Tweede Wereldoorlog werd Gerard niet vergeten. Hem werd postuumm het Oorlogsherinneringskruis toegekend met de gespen "Oorlogsvluchten 1940-1945", "Javazee 1941-1942" en "Oost-Azie-Zuid-Pacific" en een "Oorkonde ter Nagedachtenis".

     

    -------------------------------------------------------------------------------------------------

     

    LEST WE FORGET

     

    ---------------------------------------------------------------------------

     

     

    In Alice Springs – midden in Australië – staat een hoog wit monument:

    "LEST WE FORGET"

     

    ter herinnering aan allen die het leven gaven voor een hoger doel. Toen Gerard viel was dit monument er natuurlijk nog niet, maar wij denken dat hij toch wel vaak over deze plaats heen gevlogen zal zijn. Daarom aan het einde van deze lange serie een foto van dit monument:

     

    "OPDAT WIJ NIET VERGETEN"

    en een Laatste foto van Gerard Johan Lugt.

     

     

    Wij (nabestaanden) danken STIWOT voor het plaatsen van de serie:

    "Gerard Johan Lugt, brieven van een vliegenier" op de site.

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

     

    Afbeeldingen

    Oorkonde voor het Oorlogsherinneringskruis met gespen Bron: M. Lugt.
    Oorkonde ter Nagedachtenis Bron: M. Lugt.
    Lest we Forget Bron: M. Lugt.
    Gerard Johan Lugt Bron: M. Lugt.

    Bronnen

    Onderscheidingen

    Lugt, Gerard Johan* 9 augustus 1917
    † 1 september 1944
    Vak: 3 Rij: A Graf: 6-10