De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Index

    Het hierop volgende ooggetuigenverslag is ongeveer 20 jaar geleden geschreven door Gifford B. Doxsee. Deze in 1924 geboren Amerikaan diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in de 106th Infantry Division. Aanvankelijk was het de bedoeling dat deze divisie een rustige sector aan het front zou krijgen. Kort nadat deze divisie aan het front verscheen, lanceerden de Duitsers in december 1944 hun welbekende Ardennenoffensief. Dit verslag zal hoofdzakelijk gaan over de belevenissen van Mr. Doxsee tijdens het Ardennenoffensief en zijn periode als krijgsgevangene.

    Al twee jaar lang onderhoudt een medewerker van STIWOT intensief contact met Mr. Doxsee. Mede door dit contact is dit ooggetuigenverslag aan STIWOT beschikbaar gesteld. We willen middels deze weg Mr. Doxsee nogmaals hartelijk bedanken voor het beschikbaar stellen van zijn verhaal.

     English version: Gifford B. Doxsee in English

    Definitielijst

    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.

    Afbeeldingen

    Gifford B. Doxsee in maart 1944.

    De eerste maanden in dienst

    Mijn middelbare schoolopleiding eindigde in juni 1942 met een diploma van de Freeport High School, Freeport, Long Island, New York. En in september van dat jaar begon ik aan mijn studie aan het Hobart College, Geneva, New York en ik slaagde erin mijn eerste jaar af te ronden voordat ik in dienst ging bij het Amerikaanse leger op 9 juni 1943. (9 juni, tussen haakjes, is ook onze trouwdag en het is misschien interessant om te weten, dat Mary en ik in het huwelijksbootje stapten op precies die datum, 21 jaar nadat ik in dienst ging.)

    De aanval op Pearl Harbor had plaatsgevonden toen ik in het laatste jaar van de middelbare school zat en een paar maanden daarna werden er nieuwe criteria van kracht die het mogelijk maakten om ook 18-jarigen op te roepen voor militaire dienst. Deze situatie noopte een groot aantal studenten aan Hobart ertoe om zich alvast op te geven voor de reservisten in het najaar van 1942 in de hoop dat zulke goede voornemens hen tenminste zouden toestaan het lopende academische jaar af te ronden. Zodoende gaf ik me op voor de Army Reserve op 13 november, 1942, met het idee dat mijn bijziendheid wel zou voorkomen dat ik door de strenge keuring voor de Navy en Air Force zou komen. Het resultaat van deze actie was dat ik inderdaad mijn eerste jaar kon afronden en toen ik in dienst ging in Camp Upton op Long Island, op 9 juni, bevond ik me in gezelschap van menig andere studentreservist, die allemaal tegelijk waren opgeroepen voor actieve dienst. We werden met zijn allen naar het zuiden gestuurd, naar Fort McLellan, Alabama, voor de basisopleiding infanterie, al drie dagen nadat we waren opgeroepen naar Camp Upton voor de eerste registratie.

    Na drie maanden in Fort McLellan, precies gedurende de heetste maanden van de zomer, werden de meesten van ons naar het Alabama Polytechnic Institute gestuurd in Auburn, Alabama (tegenwoordig heet dat de Auburn University) voor een programma van zes maanden dat Army Specialized Training Program (ASTP) heette, voor een opleiding in technische basiskennis, van september 1943 tot maart 1944.

    Met de kennis achteraf waren deze 9 maanden in Alabama een tamelijk makke introductie in de militaire dienst. Het was mijn eerste ervaring in het ‘Diepe Zuiden’ aangezien voordien Washington D.C. het meest zuidelijke punt was geweest waar onze familie ons ooit gebracht had. Fort McLellan ligt in het heuvelland van de Zuidelijke Apalachen in het noordoosten van Alabama en een paar kilometer van Anniston. De fysieke training was behoorlijk zwaar, vooral op het midden van de dag in die gloeiende zon, maar mijn lotgenoten waren allemaal student en het was een prachtige groep. Onze officieren en onderofficieren behandelden ons behoorlijk en de ligging van het fort een stuk boven zeeniveau zorgde ervoor dat de temperatuur behoorlijk zakte nadat de avond viel, zelfs op de heetste dagen, zodat we altijd onder een deken sliepen.

    Dit was in groot contrast met onze situatie in de volgende zomer in Camp Atterbury, Indiana, waar de hitte en de vochtigheid van het Midden Westen altijd en eeuwig over ons heen lagen, dag en nacht. Auburn was een heerlijk klein, zuidelijk plattelandsstadje, geheel ontdaan van mannelijke studenten, behalve wij dan van het ATSP. We betrokken het vierkante gebouw met slaapkamers, dat juist voor de oorlog was gebouwd voor de meisjesstudenten, terwijl de jongens hadden moeten verhuizen naar gemeenschappelijke onderkomens. Onze lessen waren van voldoende niveau om ons mentaal alert te houden en om ons van nut te zijn als we na de oorlog terug wilden naar de universiteit, ofschoon we wel in het gelid naar school moesten marcheren. En natuurlijk droegen we altijd een uniform.

    Tijdens deze maanden in Alabama kreeg ik drie keer een 7 – 10 daags verlof: in september tussen de beëindiging van de basisopleiding en het begin van het academische jaar op Auburn, tijdens het kerstverlof en nog eens bij de afronding van ons programma in maart, net voordat we naar het noorden naar Indiana werden overgeplaatst. Bij een van deze gelegenheden nam ik de trein van Auburn naar New York om mijn ouders op te zoeken en reisde ik via Atlanta naar Washington, D.C., met de Southern Railroad en vandaar, geloof ik, met de Pennsylvania Railroad naar New York en daarna verder met de Long Island Railroad naar Freeport. Die treinen waren altijd smoezelig en het was doodvermoeiend, maar het had altijd iets speciaals dat reizen met de trein in die dagen, hoe primitief de condities ook mochten zijn. We waren jong en flexibel, goed in staat de oncomfortabele reis te doorstaan en in elk geval zaten we met zijn allen in hetzelfde schuitje, dus we lachten er maar wat om.

    Definitielijst

    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).

    Afbeeldingen

    Co. 2 Section 3, Auburn, maart 1944.

    Camp Atterbury

    Camp Atterbury, Indiana, was een heel andere ervaring. Die militaire buitenpost ligt ongeveer op 30 mijl [ca. 48 km. Red.] recht ten zuiden van Indianapolis in het vlakke, vruchtbare land van het Midden Westen. Ik herinner me nog goed hoe welvarend de agrarische bedrijven eruit zagen en hoe comfortabel de boerderijen op me overkwamen toen ik die eerste keer in Indiana aankwam na bijna een jaar lang in de veel armere streken van Alabama. De zwarte, vruchtbare bodem en de goed in de verf zittende huizen en schuren stonden daarmee in scherp contrast. Briketten vormden de voornaamste brandstof voor de verwarming van onze barakken in het vroege voorjaar en de geur van het kolenstof en de vette rook zijn me altijd bijgebleven, ook door het contrast met thuis waar we altijd antraciet of stookolie hadden gebruikt.

    We kregen bijna altijd weekendverlof in Camp Atterbury waardoor we in staat waren onze zaterdagavond en zondagen in Indianapolis door te brengen of in een van de andere steden in de buurt zoals bijvoorbeeld in Columbus, Indiana, dat een beetje ten zuidoosten van ons kamp lag. Ik knoopte vriendschapsbanden aan met verschillende families in deze plaatsen nadat ik met ze in aanraking was gekomen via onze kerk. (Ik was een praktiserende Christian Scientist in die dagen en dat waren de meeste van die vrienden ook.) Doordeweeks, vanaf begin april tot eind juni kreeg ik een opleiding tot verbindingsman met kennis van morse en van allerlei communicatieapparatuur.

    Toen die opleiding afgerond was, werd ik geplaatst bij een communicatiepeloton van de Headquarters Company van het Third Batalion, 423rd Infantry Regiment, 106th Infantry Division; dit was het onderdeel waarmee we overzee gestuurd zouden worden en de waarmee we de oorlog in gingen. Die verbindingstroepenopleiding kreeg ik terwijl was ik geplaatst bij de Signal Corps Unit van Division Headquarters. Gedurende die zomer van 1944 rondde de 106th Infantry Division haar opleiding voor dienst overzee af met manoeuvres in het veld. Die speelden zich af ten zuiden van Camp Atterbury. Dat oefenterrein vormt een deel van het heuvelachtige Brown County, Indiana, dat lang bekendheid genoot door een artistieke nederzetting omdat zich daar het meest aantrekkelijke deel van de staat bevindt met zijn glooiende heuvels en de wat meer ruige stukken van de “Hoosier State”.* Het leven in het terrein, weken aan een stuk, bouwde onze conditie flink op en leerde ons tevens om goed te functioneren in teamverband, dus tegen eind augustus vonden we allemaal dat we redelijk goed waren voorbereid op de strijd.

    * [Hoosier State is de bijnaam voor Indiana, zoals alle staten in de USA een bijnaam dragen. Het is waarschijnlijk afkomstig van een benaming voor de oorspronkelijke bewoners, de Indianen waarvan gezegd werd, dat ze bij elk huis zeiden: “Whose here?” En daarom de Hoosiers genoemd werden. Red.]

    Definitielijst

    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Het uitgebeende 106th

    Toen, onmiddellijk nadat we deze veldoefeningen hadden afgerond, kregen we de doodsklap van de legerleiding. Er kwam een order uit Washington D.C., die vrijwel elke getrainde infanterist, geweerschutter en machinegeweerschutter uit onze divisie overplaatste. Al deze getrainde vechtmachines, de echte frontsoldaten, die het hart en de ziel van de infanterie vormen, waren dringend benodigd in West Europa als individuele vervangers bij divisies die waren uitgedund door hoge verliezen. De 106th Division werd uitgekleed tot een kaal frame. Wat overbleef waren de meeste van de officieren, het middenkader van sergeants en korporaals, het kwartiermakerskorps en de verschillende Headquarter Companies, waar ik bij ingedeeld was.

    Om de plaats in te nemen van de getrainde soldaten stuurde de legerleiding ons drie groepen vervangers: oudere koks, bakkers en schrijvers die fysiek ongeschikt waren bevonden voor het front toen ze lang geleden dienst hadden genomen. Ze werden nu wel fit voor het front verklaard omdat de behoefte aan soldaten bijna desperaat aan het worden was. Luchtmachtcadetten bijvoorbeeld die pas minder dan zes maanden in dienst waren maar geen enkele aanleiding hadden gegeven om uit hun opleiding gezet te worden, werden simpelweg overbodig verklaard omdat de infanterie op dat moment zoveel dringender manschappen nodig had dan de luchtmacht. Hetzelfde gold voor veteranen van het leger, die 30 maanden hadden wachtgelopen op buitenposten op de Aleoeten [eilandengroep in de Beringzee. Red.] om Alaska te beschermen tegen een Japanse invasie. Ze hadden hun allereerste verlof gekregen sinds het begin van de oorlog en werden nu voor de keus gesteld: terug naar de barre verlatenheid van de Aleoeten of een kans te krijgen op een plaatsing in een unit in een van de 48 staten van de USA.

    Diegenen die dat laatste kozen werden twee weken voordat wij overzee gestuurd werden, bij ons gevoegd. Deze mannen waren allemaal behoorlijk gedemoraliseerd toen ze bij ons aankwamen en moesten vernemen dat we al bezig waren met het verzendklaar maken van onze voertuigen en materiaal voor de tocht naar Europa en het slagveld. Ze kregen geen dag militaire training tussen ons vertrek uit de haven van inscheping en aankomst aan het front.

    Definitielijst

    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    invasie
    Gewapende inval.

    Een ‘calculated risk’

    Het plan van ‘Washington’ was dat we naar een rustige sector van het Duitse front zouden worden gestuurd waar we drie maanden de tijd zouden krijgen om ons als team te vormen alvorens we de strijd met het Duitse leger serieus aan zouden gaan. Later werd dit genoemd: “General Omar Bradley’s ingecalculeerd risico.” [calculated risk. Red.] Er was doodeenvoudig niet genoeg beschikbare mankracht om aan alle dringende behoefte van die dagen aan militairen te voldoen omdat we druk bezig waren te trachten tegelijkertijd Japan en Duitsland te verslaan en dat dan ook nog aan weerszijden van de aardbol.

    De logistieke eisen die aan een dergelijke inspanning werden gesteld om zo’n ver uit elkaar liggend leger te voorzien van alle benodigdheden, waren enorm. Er waren 13 man vereist in de aan- en afvoer en beschermende en ondersteunende diensten om één frontsoldaat in staat te stellen zich te weren aan de frontlinie! Het punt dat ik hier wil maken is dat de aanvoerlijn van mankracht tot het uiterste uitgerekt was. We hebben de Tweede Wereldoorlog weliswaar gewonnen, maar met zo’n marginale voorsprong dat het bijna een wonder mag heten. Er zijn maar weinig Amerikanen die beseffen met welke haarbreedte we het gered hebben. Maar de geschiedenis van de 106th Division illustreert mijn punt. General Bradley’s “calculated risk” ketste recht terug in zijn gezicht want in plaats van de twee of drie maanden training die we aan het front zouden krijgen om te leren wat onze oudere garde had opgedaan gedurende de maanden van harde opleiding in Indiana, lanceerden de Duitsers het Ardennenoffensief. [“Battle of the Bulge” Red.] Het offensief van Von Rundstedt, de zogenaamde “Angriff West” ontwikkelde zich precies rondom ons heen op 16 december 1944. Net vijf dagen nadat we naar het front waren gedirigeerd op de Belgisch-Duitse grens, een paar kilometer noordelijk van Luxemburg!

    Definitielijst

    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.

    Naar Engeland per Queen Elisabeth I

    Om nog even te recapituleren: we verlieten Camp Atterbury vroeg in oktober na een maand van inpakken, organiseren en voorbereiding voor plaatsing overzee. Onze haven van inscheping werd verondersteld Boston te zijn en dus werden we naar Camp Miles Standish gestuurd in het zuidoosten van Massachusetts, vlakbij de westelijke punt van Cape Cod. Maar op het allerlaatste moment werd mijn regiment naar New York gedirigeerd om de oceaan over te steken op de Queen Elisabeth I en een leemte op te vullen die open was gelaten door een andere unit die niet op tijd gereed was geweest. De QE die ontworpen was om ongeveer 1.000 passagiers te accommoderen, vervoerde ongeveer 14.000 troepen op die overtocht. Onze groep werd verwezen naar de luxe hutten op het A-dek, geschikt voor twee passagiers in vredestijd. Wij werden er met 21 man ondergebracht, op elkaar geperst als de spreekwoordelijke sardientjes in een blik, in kooien drie hoog, in vier sets tegen de muur en drie sets ertegenover, terwijl we alle uitrustingstukken en kleding, inclusief onze geweren, die we bij ons hadden om naar het front te gaan, kwijt moesten zien te raken in de hut en de badkamer. Om te zeggen dat we dicht opeengepakt zaten is een eufemisme, maar toch, we waren nog goed af vergeleken met de andere ‘passagiers’ op die overtocht. Op andere plaatsten in het schip moesten soldaten hun kooi per toerbeurt gebruiken op een 12 uurs aflosschema: de helft van de mannen sliep ’s nachts en moest overdag aan dek; de andere partij had de kooien gedurende de daguren en moest dus de hele nacht aan dek blijven! Wij hadden tenminste het gebruik van onze hut de klok rond.

    We voeren weg van New York Harbor op de QE op 17 oktober 1944 en kwamen een week later aan in Greenock, de haven van Glasgow en vervolgden onze weg per trein naar het zuiden. Onze unit werd enigszins ten noorden van Cheltenham, Engeland, gelegerd aan de Evesham Road in de ruimtes van het clubhuis van een paardenrenbaan. Die hoek van Engeland, aan de rand van de Cotswolds, is een van de mooiste plekjes van het hele land, maar ons verblijf daar vond plaats gedurende de laatste week van oktober en de hele maand november, wanneer de dagen extreem kort zijn, de luchten zwaar van de regenwolken en maar zeer zelden een mager zonnetje zich wil vertonen. Ik vond ergens een publicatiebord op het dorpsplein van Cheltenham waar de minuten zonneschijn dagelijks werden geregistreerd en meer dan eens had het lokale weerstation moeten doorgeven: “twee minuten” en dat gedurende de hele 24 uur! Vandaar ook dat ons moreel zich niet op het allerhoogste niveau bevond, ondanks het prachtige landschap bij goed weer.

    Definitielijst

    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    De oversteek naar Frankrijk

    We vertrokken van Engeland op de laatste dag van november, staken die nacht het Kanaal over naar Le Havre in Frankrijk, waar we aan wal moesten waden bij gebrek aan bruikbare kades zo kort na de inname door de geallieerden van een van de zwaarst gebombardeerde steden van Frankrijk. We zochten onze weg door de puinhopen van Le Havre naar de oostkant van de stad waar we de vrachtwagens vonden die ons naar … een koeienweide brachten aan de weg tussen Rouen en Dieppe. Daar sloegen we onze tenten op, midden in de nacht tussen het vee. We bleven daar acht of negen dagen wachten totdat de rest van de divisie bij ons gevoegd werd. Vandaar werden we in de richting van de Belgisch-Franse grens vervoerd waar we weer twee nachten kampeerden in het open veld onder een paar bomen, totdat het leger ons, nog steeds per truck, wegbracht naar het front bij de Duitse Siegfried Linie, iets ten noorden van Luxemburg. Wij werden aangewezen om een punt te bezetten dat diep in Duitsland lag, de meest vooruitgeschoven plek in de frontlinie. Een sectie van de Siegfried Linie die drie maanden eerder door de Second Infantry Division was ingenomen toen het offensief van Generaal Patton dwars door Frankrijk naar de Duitse grens vastgelopen was.

    Definitielijst

    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.

    Het dilemma

    Wij vervingen de Second Infantry Division, man voor man, kanon voor kanon, zodat zij naar het noorden konden optrekken en ingezet konden worden bij de geplande aanval op Keulen een paar dagen later. Dat voert ons terug naar de kwestie van het acute tekort aan mankracht die winter van 1944 – 1945. Het Supreme Headquarters of the Allied Expeditionary Force (SHAEF) [Hoofdkwartier van de geallieerde strijdkrachten overzee. Red.] werd op dat moment geconfronteerd met een vreselijk dilemma:

    • Voldoende afscherming bieden langs het gehele front van Zwitserland naar de Noordzee om het gebied veilig te stellen tegen Duitse tegenaanvallen of
    • In plaats daarvan de sterkte van die fronttroepen uit te dunnen teneinde de aanval op een of twee punten van de Duitse stellingen te kunnen uitvoeren.
    Eisenhower, Bradley en hun collega’s van SHAEF opteerden voor de tweede mogelijkheid. Zij besloten om de aanval te openen ten westen van Keulen met het doel die stad te bezetten en daar of iets verderop de Rijn te kunnen oversteken en vandaar te kunnen doorstoten naar het hart van Duitsland om zodoende een snel einde aan de oorlog te maken.

    Alvorens Keulen zou kunnen worden aangevallen was het echter noodzakelijk om de controle te krijgen over de Roer (niet de Ruhr, maar de Roer, een kleine rivier ten westen van Keulen [ de rivier van Monschau naar Roermond. Red.] ) met het doel om de Roerdammen te veroveren die grote stuwmeren vormden in de Eiffel en waren ondermijnd door de Duitsers. Als deze dammen zouden worden opgeblazen zou er een grote vlakte ten westen van Keulen onder water gezet worden en daarmee de geallieerde troepen in de wijde omgeving bedreigen. Om de troepenconcentratie te verkrijgen die nodig was om de Roerdammen onbeschadigd te veroveren werden de geallieerde troepen elders zodanig uitgedund dat onze “onervaren,” “groene“ en “nieuw samengestelde” 106th Infantry Division de taak opgelegd kreeg om 27 mijl [ca. 43 km. Red.] frontlijn te verdedigen tegen de Duitsers in een relatief rustig woud in de Ardennen. Er waren nog maar drie Amerikaanse divisies over om meer dan 100 mijl [ca. 160 km. Red.] frontlijn te verdedigen. Onze divisie was verplicht om elk bataljon aan de frontlijn in te zetten, zonder enige reserves achter de hand te houden; een tactiek die ongehoord was in die dagen. En dan nog waren er plaatsen aan het front waar zich niet een enkele soldaat in positie bevond en zodoende waren er plekken van bijna 500 meter interval waar helemaal niets anders dan wat uitgestrooide mijnen de Duitsers kon tegenhouden!

    Dag na dag van buiïge, laaghangende bewolking weerhield de geallieerde luchtmachten ervan om vluchten uit te voeren boven het front om mogelijke troepenverplaatsingen te signaleren. Aldus, terwijl de geallieerden zich verzamelden ten westen van Keulen om de Roerdammen zeker te stellen en later Keulen in te nemen, verzamelden de Duitsers zich op eenzelfde manier enkele kilometers naar het zuiden, recht tegenover onze posities! Het Amerikaanse offensief begon op 13 december en drie dagen later vielen de Duitsers ons aan!

    Het "Von Rundstedt Offensief", in Amerika bekend als “The Battle of the Bulge” begon met een enorme artilleriebarrage tegen de ochtendschemering op zaterdag 16 december 1944. Binnen een uur werd vrijwel de gehele Amerikaanse artillerie-ondersteuning voor onze divisie vernietigd. De Duitsers hadden alle posities van de stukken van de Second Division Artillery zorgvuldig bijgehouden, maand na maand en de idioterie van het vervangen van die divisie, letterlijk kanon voor kanon zonder de posities te wijzigen, werd pas duidelijk toen onze artillerie vernietigd was. Daarna brak de Duitse infanterie door onze linies op een 15-tal kilometers ten zuiden van mijn regiment en voordat de ochtend was verstreken, bevonden we ons in een pocket en waren we volledig omsingeld door Duitsers.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    kanon
    ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Gevangengenomen / de overgave

    We behielden radiocontact met ons Division Headquarters ten westen van ons in het Belgische stadje St.Vith en we kregen daarvandaan de orders om ons in te graven en weerstand te bieden aan de Duitsers ‘tot de laatste man als dat nodig zou zijn’. En dat was wat we de volgende drie dagen deden, de gehele zaterdag, zondag en maandag, 16,17 en 18 december. Op de ochtend van de 19de ontvingen we nieuwe orders: we moesten onze posities verlaten en onze weg naar het westen vrijvechten naar het gehucht Schönberg op de grens van België en Duitsland, tussen St.Vith en onze huidige stelling. Een tankcolonne van ofwel de Seventh ofwel de Ninth US Armored Division zou zijn weg banen naar Schönberg vanuit het westen, ons daar ontmoeten en ons een vluchtweg bieden. Het plan was goed bedacht maar het werkte totaal niet. Want de Belgische burgerij die vier jaren lang onder het naziregime gebukt was gegaan voordat ze een paar maanden eerder waren bevrijd, raakten volledig in paniek toen die de terugkerende Duitse troepen zagen en vluchtten massaal westwaarts in zulke grote aantallen dat ze de wegen zodanig versperden, dat elke militaire beweging uitgesloten was.

    We bereikten de buitenwijken van Schönberg halverwege de middag op de 19de (dat was dinsdag), maar ten koste van hevige verliezen aangezien de Duitsers maar doorgingen ons onder vuur te nemen met hun artillerie (die verschrikkelijke 88mm kanonnen) en bovendien werden we voortdurend bestookt door sluipschutters van de infanterie. Nabij Schönberg werden we in een hoek gedreven op een beboste heuvel, omsingeld door Duitse 88mm kanonnen, in de steek gelaten door de afgebroken reddingsoperatie en toen werd ons de optie gegeven om ons binnen dertig minuten over te geven of totaal vernietigd te worden. De CC van ons regiment, een Lieutenant Colonel, nam de beslissing om het restant van zijn troepen over te geven nadat een groot aantal soldaten van het regiment al was gesneuveld, gewond of op een andere manier was verloren gedurende de afgelopen drie dagen. We gaven ons over kort voor de avond schemering inviel, tussen 4 en 5 uur in de middag van dinsdag 19 december 1944. Een van de vele verhalen over de “Battle of the Bulge” heet ‘Duistere December’. Een zeer toepasselijke titel want, werkelijk, 19 december 1944 is de allerdonkerste dag van mijn hele leven.

    De Duitsers stelden ons op in rijen, zo’n 150 tot 200 man die door onze Colonel waren overgegeven, fouilleerden ons grondig op wapens (en troffen daarbij mijn Engels-Duitse conversatieboekje aan, en dwongen me tot mijn grote spijt om dat weg te gooien) en begonnen ons af te marcheren naar het oosten, richting Duitsland. We bevonden ons op de grens oostelijk van St.Vith, België, ten noordwesten van Prüm, Duitsland. Daarheen werd koers gezet die namiddag en we bereikten het stadje de volgende dag rond het middaguur. We marcheerden naar het oosten die dinsdagmiddag tot ongeveer middernacht, totdat we een dorpje bereikten waar we in een soort veestal werden opgesloten tot ongeveer negen uur de volgende morgen. Het bleek een boerenschuur te zijn omgeven door hekken en gebouwen. We deelden met z’n drieën onze overjassen, legden er een onder ons op de bevroren grond en als lepeltjes schoven we in elkaar met de twee andere jassen over ons heen en vielen ondanks de bittere koude in slaap.

    De volgende ochtend, zonder een hap te eten gingen we rond negen uur weer op weg richting het oosten. Na een uur of wat begon de weg waarop we liepen te klimmen over een hoogte die op het hoogste punt uitzicht bood over een kilometer of wat naar beide zijden en op dat moment zonk het hart me werkelijk in de schoenen: ik zag een colonne Amerikaanse gevangenen, zes of zeven mannen dik, zo ver als je kon kijken in beide richtingen. Duizenden en duizenden Amerikaanse gevangenen sjouwden Duitsland binnen. Het zag er naar uit alsof de nazi’s de helft van het Amerikaanse leger in Europa tot overgave had gedwongen. Pas op dat moment begon de enorme omvang van de Duitse overwinning in de “Battle of the Bulge” tot me door te dringen. We weten nu dat de Duitsers in feite ongeveer 25.000 man Amerikaanse troepen gevangen hadden genomen. En dat generaal Patton en zijn collega’s een maand later vele malen die aantallen Duitsers gevangen namen toen de Amerikaans tangbeweging zich sloot om vrijwel alle Duitsers die bij de tegenaanval in België betrokken waren geweest!

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Terugblik op het Ardennenoffensief

    Verschillende andere aspecten van deze slag zijn het waard om nog eens te overwegen. Ten eerste het belang van benzine en diesel in de Tweede Wereldoorlog. Tot op de dag van vandaag geloof ik werkelijk dat het Duitse gebrek aan toegang tot een voldoende olievoorraad de meest belangrijke oorzaak is geweest van de geallieerde overwinning in de Tweede Wereldoorlog. De geallieerden verkregen de overmacht in het luchtruim boven West Europa tegen 1943 doordat ze de belangrijkste olievoorraden bezaten of controleerden. En vergeleken daarmee konden de geallieerde gemotoriseerde eenheden zich ‘eenvoudig’ naar en tussen de verschillende strijdtonelen bewegen terwijl de vijandelijke strijdkrachten regelmatig te kampen hadden met een brandstoftekort zodat ze vaak niet adequaat konden reageren.

    Die nacht van onze overgave bewogen zich onafgebroken Duitse troepen en materieel naar het westen over een secundaire weg terwijl wij over de rand van diezelfde weg verder richting Duitsland in marcheerden. Bijna 90 procent van de Duitse voertuigen op die weg waren paard en wagen, en die voertuigen die wel gemotoriseerd waren stootten de meest verschrikkelijk stinkende uitlaatgassen uit omdat ze op ersatzbrandstof liepen! Ik kon mijn ogen bijna niet geloven dat in december 1944 het Duitse leger, dat oorlog voerde met het beste dat de Verenigde Staten en Engeland en andere legers konden bieden aan het front in het Westen, dit militaire offensief ondernam met paarden als transportmiddel! Natuurlijk, de Duitse troepen in de frontlinie hadden de beschikking over tanks, legertrucks en vrachtwagens, maar de ondersteunende afdelingen in de achterhoede moesten het stellen zonder brandstof. Stel je dat eens voor!

    Een van de belangrijkste Duitse doelen bij het ontketenen van het decemberoffensief was het gigantische brandstofdepot bij Spa in België. Het was het kardinale bevoorradingspunt voor het gehele US First Army, waar wij deel van uit maakten. Uiteindelijk wilden de Duitsers Antwerpen weer veroveren en die havenstad afsluiten voor de geallieerden en tegelijkertijd de Britse troepen in het noorden afsplitsen van de Amerikaanse en Franse troepen ten zuiden van hun invasieroute. Maar het meest dringende, kortetermijndoel was het depot bij Spa. En ze kwamen tot op 500 meter van dat depot dat nog geheel intact was! De Amerikaanse legerafdelingen die de voorraad moesten beschermen waren elders nodig. Slechts een handjevol logistieke troepen (schrijvers, koks, bakkers, chauffeurs) gewapend met karabijnen stonden opgesteld tussen de oprukkende Duitsers en de kostbare brandstof. Als die in Duitse handen was gevallen had dat de Luftwaffe terug kunnen brengen boven Engeland, de pantserdivisies weer op gang kunnen brengen en wie weet wat nog meer kunnen ontketenen. Slechts minuten, misschien seconden voordat de Duitsers het in handen kregen, slaagde iemand erin het depot in brand te steken. Het ging in rook op, op het allerlaatste moment dat de Duitsers wellicht op weg naar een overwinning waren. Mijn bron van informatie voor deze visie was een US Army Lieutenant, die in Spa was gestationeerd toen dit plaatsvond. Het is geen inbeelding. De spannende Holywoodfilm getiteld “The Battle of the Bulge” die jaren later werd geproduceerd, toonde inderdaad de feiten rond het depot als de climax van de film. Exact zoals luitenant Robert Cahn mij het verhaal deed in Fort Bragg, North Carolina, in de herfst van 1945, een paar weken voor mijn demobilisatie.

    Vanuit een andere invalshoek gezien: het inzicht van de individuele soldaat in een veldslag is ongeveer beperkt tot de paar dozijn meter die hij zelf kan overzien en horen. De “Battle of the Bulge” kostte verschrikkelijk veel mensenlevens. Ik heb persoonlijk een aantal lichamen van Amerikaanse soldaten gezien nadat ze gesneuveld waren. Maar gelukkig werd geen van mijn maten uit mijn directe omgeving gewond noch gedood. Daarom heb ik geen psychologische schade opgelopen of een permanent litteken op mijn ziel overgehouden aan die front ervaringen. Voor mij geen afschuwelijke herinneringen, geen nachtmerries, geen geschreeuw ’s nachts in latere jaren die de bewijzen zijn van psychisch letsel dat vrienden van mij wel hebben opgelopen. Een kamergenoot van me op de universiteit maakte me bijna elke nacht wakker met zijn geschreeuw en zijn nachtmerries. Die werden veroorzaakt door herinneringen aan dezelfde slag, maar die zijn mij gelukkig bespaard gebleven.

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.

    Op transport naar Mühlberg

    Donderdagmorgen, op 21 december 1944, stopten onze Duitse overwinnaars ons in veewagons in Gerolstein, Duitsland, ten oosten van Prüm en westelijk van Koblenz. De stad Gerolstein was tot dusverre intact gebleven toen we erdoorheen trokken, maar enkele dagen later veroorzaakten de geallieerde bommenwerpers er chaos. De krijgsgevangenen die er een paar dagen na ons doorheen moesten, werden bekogeld met stenen door de woedende bewoners.

    Vonnegut geeft een plastische beschrijving van de ontberingen die we moesten doorstaan in de veewagens gedurende de reis van Gerolstein naar het hart van Duitsland. De wagons hadden de bijnaam ‘8 and 40’s’ omdat ze ontworpen waren om 8 paarden of 40 man te huisvesten. Onze overwinnaars persten er 60 van ons in met als resultaat dat we letterlijk op geen enkel moment konden liggen. ’s Nachts sliepen we tegen elkaar gedrukt als lepeltjes, zoals Vonnegut beschrijft, maar zelfs dan moesten sommige van ons zittend proberen te slapen met de benen gespreid zodat een ander daartussenin kon leunen. Hele rijen van ons sliepen zittend op die manier, iedereen leunde tegen de volgende die zijn benen wijd gespreid hield. Nauwe horizontale spleten (ramen) zaten op elke hoek van de houten wagon. Daar doorheen ontvingen we af en toe water, harde kaak en kaas in blik.

    Laat in de middag van zaterdag, 23 december, 1944 hield onze ongemarkeerde trein halt op het grote emplacement van de plaats Limburg, zo’n 60 tot 80 km oostelijk van Koblenz waar we de Rijn waren overgestoken via een van de weinig overgebleven functionerende spoorbruggen. [Limburg a/d Lahn. Red.] Er bevond zich een groot krijgsgevangenenkamp in een buitenwijk van Limburg en dat was waarschijnlijk bedoeld als onze bestemming. Onmiddellijk na aankomst werd onze locomotief afgekoppeld die direct vertrok naar zijn volgende taak. De Duitse locomotieven waren zo schaars in die dagen door de geallieerde bombardementen, dat ze dagen tevoren gereserveerd dienden te worden. Tot onze teleurstelling vernamen we spoedig dat het krijgsgevangenkamp in Limburg al overvol was met gevangenen die recentelijk waren binnengestroomd, gevangengenomen in de allereerste dagen van de “Battle of the Bulge” . Er was simpelweg geen plaats voor nog meer mensen en dus werden we op het rangeerterrein gestald totdat er een andere locomotief gevonden kon worden die onze vrachttrein naar een ander kamp kon brengen, dieper Duitsland in.

    Die avond, precies bij zonsondergang, kwam de Britse luchtmacht over om een alles vernietigend bommentapijt te leggen over Limburg. En daar zaten wij, in de vrachttrein zonder enig merkteken, midden op het spoorwegemplacement, midden in de stad! Zodra de rode fakkels werden gedropt, het teken dat de bommen op elk moment konden worden uitgegooid, spoedden onze bewakers zich naar de dichtstbijzijnde schuilkelder. Iemand ontsnapte uit de trein en gooide alle deuren van de wagons van de buitenkant open. We tuimelden hals over kop eruit en verspreidden ons in alle mogelijke richtingen met één doel voor ogen: weg van de trein en het emplacement en wel zo snel mogelijk. Maar voordat we ook maar ergens konden schuilen begonnen de bommen aan alle kanten om ons heen te vallen. Het totaal reddeloze gevoel op zo’n moment overheerst alles. Geen enkele zichtbare bescherming, geen aanwijzing waar zich de schuilkelders bevonden, geen idee waar de volgende bom zou neerkomen. Ik rende diagonaal weg van het eind van onze trein terwijl ik me plat op de grond liet vallen iedere keer als ik het gefluit hoorde van een neersuizende bom. Hopend tegen beter weten in dat die ergens anders terecht zou komen en niet bij mij in de buurt. Even plotseling als het begonnen was hield het bombardement op en trad er een doodse stilte in. Overal om ons heen bevonden zich de bomkraters, maar de trein was onbeschadigd en langzaamaan begaven de meesten zich langzaam terug naar ‘onze eigen wagons’ aangezien deze dan toch nog wat warmer waren dan de grimmige buitentemperatuur op die avond voor Kerstmis. Tot mijn grote schrik zag ik een grote bomkrater op zo’n dertig meter direct naast ‘mijn wagon’. Als ik dwars op de wagon was weggerend toen ik eruit sprong, zou ik recht onder die bom terecht zijn gekomen, hetgeen verscheidene andere soldaten was overkomen! Waarom ik ervoor gekozen had om langs de trein naar achteren te rennen en daarna schuin ervan wegrende zal ik wel nooit weten, maar die onbewuste keuze redde mijn leven.

    Na het bombardement op Limburg, waarbij ongelukkigerwijs ook nog een van de barakken van het kamp werd getroffen waardoor 200 Amerikaanse soldaten het leven verloren, bleven we nog drie dagen in de trein zitten voordat er een vervangende locomotief kon worden gevonden die ons naar Mühlberg bracht, naar Stalag IV B. Daar kwamen we op 29 december 1944 aan, na acht en een halve dag in de trein. Toen we eindelijk uit de trein strompelden om het kampterrein te betreden werden de gevolgen voelbaar van alle dagen in een verkrampte positie zonder voldoende water of voedsel. Velen van ons hadden erg veel gewicht verloren en we waren vreselijk afgezwakt. Het zou tot na de oorlog duren en voor velen nog tot lang na de oorlog, dat ons voorkomen en fysieke kracht terug zou komen op het peil van voor onze gevangenneming. In mijn geval kwam ik uit gevangenschap midden mei 1945, terwijl ik nog 112 pond woog. Ik had tussen de 40 en 50 pond verloren en ik had nog maar een fractie over van de kracht die ik ooit had gehad. Ik kwam snel weer aan maar dat was slechts een laagje vet, zonder spieren en zonder kracht. Het duurde meer dan een jaar voordat ik voelde dat mijn kracht en energie zich weer in de buurt van het oude niveau bevonden.

    Krijgsgevangene in Mühlberg

    We verbleven ongeveer veertien dagen in dat grote gevangenkamp bij Mühlberg in Duitsland totdat we naar Dresden gestuurd werden op 12 januari 1945, als onderdeel van een ‘Arbeitskommando’ ofwel een werkploeg van zo’n 150 Amerikaanse krijgsgevangenen. (Vonnegut zegt in zijn boek dat er 100 naar Dresden gingen, maar ik ben ervan overtuigd dat het aantal groter was.) In het Mühlberg-kamp bevonden zich gevangenen van vele nationaliteiten, inclusief Russen. Elke groep was ondergebracht in aparte secties binnen de omheining van het grotere kamp. Maar op de een of andere manier was het mogelijk om je overdag tussen de afdelingen onderling heen en weer te begeven. En we zagen de Russen menigmaal het Britse onderofficierengedeelte binnenkomen, waar wij waren gehuisvest, om voedsel te zoeken.

    Rusland had nooit de Geneefse Conventie over de behandeling van krijgsgevangenen ondertekend en aangezien de Russische regering de Duitse krijgsgevangenen die in de USSR werden vastgehouden, mishandelde, voelden de Duitsers zich gerechtvaardigd hetzelfde met de Russen te doen. Vandaar dat deze Russen letterlijk uitgehongerd werden en om de dood zo lang mogelijk te weerstaan, scharrelden ze rond in de secties van de andere nationaliteiten en doorzochten het afval naar restjes die de Britse en West Europese gevangenen niet wilden eten. De Britse onderofficieren, bij wie we werden ondergebracht gedurende ons korte verblijf in Mühlberg, werden in vergelijking uitstekend gevoed. Zij waren op een eerder tijdstip gevangengenomen in de oorlog, velen bij Tobruk in Noord Afrika in 1942, en hadden geleerd zich aan te passen aan de kampomstandigheden. Daarnaast hadden zij op regelmatige basis Rode Kruispakketten ontvangen sinds hun aankomst in Mühlberg en door er gedisciplineerd mee om te gaan, waren ze in staat geweest een behoorlijke reservevoorraad op te bouwen die ze zelfs met ons deelden terwijl we daar samen met hen waren.

    De Duitse regering had de hulp van het Internationale Rode Kruis al bij het begin van de oorlog ingeschakeld en uitgelegd dat de voedselvoorzienig in Duitsland niet voldoende zou zijn om meer dan een hongerrantsoen aan de krijgsgevangenen te verstrekken. En dat de enige manier om de West Europese en Noord Amerikaanse gevangenen een redelijke hoeveelheid voedsel te verschaffen, zou zijn door de landen van afkomst individuele pakketten te laten sturen via het Rode Kruis. Zweden en Zwitserland werden de inzamelpunten voor deze pakketten, waarna ze werden doorgezonden naar Duitsland en verdeeld over de diverse krijgsgevangenkampen. Het systeem werkte goed tot de laatste maanden van 1944, tegen welke tijd de totale gevolgen van de geallieerde bombardementen op de Duitse steden, spoorwegen, wegen en bruggen een dermate destructief effect begonnen te sorteren op het totale transportsysteem, dat de voorraden zich opstapelden in Zwitserland en Zweden. Wij werden krijgsgevangen precies tegen de tijd dat het voedsel begon op te raken. We deelden er nog wat in mee in Mühlberg, van de Britten, maar nadat we naar Dresden waren gebracht, kregen we vrijwel niets extra’s meer.

    Definitielijst

    Tobruk
    Kleine bunker. Meestal door één soldaat met een machinegeweer bemand, maar er bestonden ook grotere tobruks waar een kanon of mortier in was geplaatst.
    USSR
    Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.

    Op rantsoen

    Vandaar dat we afhankelijk waren van wat het Duitse leger ons verschafte: ’s avonds een bord of kom met waterige soep samen met een stuk zwart roggebrood , ongeveer 2,5 cm dik, waarvan we verondersteld werden de helft te bewaren tot de volgende ochtend. Om het dan op te eten met het enige dat we als ontbijt kregen: de kop ersatzkoffie. Tweemaal per week zaten er flintertjes vlees in de waterige soep en twee of drie keer per week kregen we brokken kaas bij het brood. En dat was alles! Geen wonder dat we constant gewicht verloren vanaf het tijdstip van onze gevangenname. Het Rode Kruispakket woog netto zo’n 12 tot 14 pond [ca 6 – 6,5 kg. Red.] aan voedsel, dat altijd twee pond ingeblikt vlees bevatte (Spam, corned beef of vergelijkbare artikelen), een pond poedermelk (van het merk KLIM, dat is een anagram voor Milk), suiker, pruimen, rozijnen, chocoladerepen, kaakjes die je moest laten opzwellen in water en andere lekkernijen. Als wij eens in de week een volledig voedselpakket zouden hebben gekregen, naast wat de Duitsers ons verschaften, en hetgeen de bedoeling was, zouden we het wel gered hebben. Waar het op neer kwam is dat ik één keer een volledig Rode Kruispakket ontving: tweemaal een half pakket, een keer een zesde pakket en een keer een veertiende van een pakket. Dat is al het Rode Kruis voedsel dat ik ooit zag in gevangenschap. Een van mijn kameraden kwam om door ondervoeding omdat hij verslaafd was aan tabak en hij zelfs zijn broodkorsten ruilde voor sigaretten. Mocht je je ooit afvragen waarom ik nooit sigaretten ben gaan roken, dan is dit de verklaring die voor zich zelf spreekt. (Jaren later hoorde ik pas, dat Edward “Joe” Crone nooit rookte maar zijn eten weggaf uit diep medeleven met zijn lotgenoten.

    Op de avond waarop onze trein in Mühlberg aankwam uit Limburg stuurden onze bewakers ons eerst door de ontluizingprocedure. Ook hiervan geeft Kurt Vonnegut een gedetailleerde en volledig juiste beschrijving in ‘Slaughterhouse Five’. We werden gedwongen al onze kleren uit te trekken, een doucheruimte in te gaan waar we werden afgespoten met heet water, hetgeen heerlijk aanvoelde. Terwijl we ons afspoelden werd onze kleding door een chemische ontluisinstallatie gestuurd en kwam gesteriliseerd, ofschoon niet gewassen, terug. Maar alvorens we de kleren weer konden aantrekken moesten we een aantal inentingen doorstaan, hetgeen in principe misschien een goed idee was maar wel behoorlijk pijnlijk omdat de naalden in onze borst geramd werden en niet in de armen of elders zoals gebruikelijk. Na de inentingen konden we ons weer aankleden en werden we naar stapels overjassen gebracht waarvan we er ieder een kregen. Ik kreeg er een die oorspronkelijk aan een Belgische soldaat had toebehoord, niet erg mooi maar draagbaar en zeer gewaardeerd. Slechts één van de 150 die uiteindelijk samen naar Dresden waren gereisd, kreeg een blauwachtige jas met de letters USSR op de rug gestempeld in helgeel. Die jas maakte van hem de opvallendste eenling van ons ‘Arbeitskommando’ . De ironie wilde dat hij nou juist de man was die later door de SS werd betrapt toen hij een flinke pot met ingemaakte bruine bonen probeerde weg te smokkelen uit een uitgebombardeerd huis in Dresden. Een overtreding waarvoor hij terechtstond, werd veroordeeld en later geëxecuteerd. Details volgen.

    Definitielijst

    USSR
    Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.

    Op transport naar Dresden

    We werden weer in de trein gestopt, op 12 januari, dit keer naar Dresden, misschien hoogstens een kilometer of 70 van Mühlberg. In tegenstelling tot het verhaal van Vonnegut, dat we halverwege de middag in Dresden arriveerden, bereikten we in werkelijkheid die prachtige stad in de vroege uren, misschien tussen 4 en 5 uur ’s ochtends. We liepen onder bewaking in diepe duisternis van het treinstation naar ons nieuwe onderkomen op het slachthuisterrein van de stad, op de linkeroever oftewel aan de zuidkant van de rivier de Elbe. Het was een grote open vlakte die voor de grootste helft omsloten werd door een grote bocht in de Elbe aan de noordwestkant van de ‘Altstad’, het oudste gedeelte van Dresden. Ons nieuwe tehuis was een constructie die was opgetrokken uit betonblokken en was oorspronkelijk bedoeld om er vee te slachten. Het gebouw was vierkant van vorm en in drie hoofdafdelingen verdeeld. Het westelijke en middengedeelte van het gebouw waren elk omgebouwd in slaapzalen door er stapelbedden in te plaatsen, zo dicht mogelijk naast elkaar gezet, samen met twee kolenkachels. Langs de wanden stonden een soort betonnen banken compleet met waterkranen, waar voorheen de dieren in stukken werden gehakt. Het oostelijke gedeelte van het gebouw was weer in tweeën gedeeld, het voorste gedeelte was een soort eetzaal uitgerust met tafels en stoelen terwijl de achterkant oftewel de noordoosthoek diende als keuken of opslagplaats waarheen het warme eten werd gebracht voor ons avondeten of wat dat moest voorstellen. Het geheel was omgeven door een hoge muur met prikkeldraad er bovenop en aldus omgebouwd tot gevangenis. Binnen die muur en voor het gebouw lag een ruim terrein en erachter een gebouwtje waarin zich de primitieve latrines bevonden.

    Dit geheel werd door onze bewakers ‘Schlachthof Fünf’ genoemd. Dat is in het Engels zoveel als ‘Slaughterhouse Five’ en vormt aldus de titel van het boek van Kurt Vonnegut.

    Vier maanden verstreken vanaf het moment van onze aankomst in Dresden op 12-13 januari 1945, tot mijn terugkeer onder Amerikaanse hoede op moederdag, 13 mei 1945. Deze maanden kunnen worden onderverdeeld in drie segmenten:

    • Ons verblijf in Dresden tot het bombardement dat de vuurstorm veroorzaakte in de stad op 13 en 14 februari, precies één maand;
    • Van het bombardement dat ironisch genoeg plaatsvond terwijl Valentijnsdag en Aswoensdag op één datum vielen (14 februari 1945) tot onze evacuatie uit de stad op 14 april 1945, twee maanden op de dag nauwkeurig;
    • Vanaf die evacuatie op 14 april 1945 tot onze terugkeer in Amerikaanse handen op zondag 13 mei 1945.
    - Gedurende die eerste vier weken in Dresden verbleven we op het slachthuisterrein en werkten in groepjes als contractarbeiders voor verschillende Duitse bedrijven. Mijn groep van 15 man werkte in ‘Königs Maltfabrik’ aan de andere kant van de Elbe, waarover ik later nog meer zal vertellen in detail.

    - Gedurende de tweede periode waren we met een detachement Zuid Afrikaanse gevangenen in een omheind terrein in de Kesseldorfer Strasse ondergebracht, een paar kilometer ten zuidwesten van Dresden aan de autoweg naar Chemnitz. Gedurende deze twee maanden bestond onze dagelijkse routine voornamelijk uit het drogen, schoonmaken en sorteren van het puin dat zich in de stad had opgehoopt na diverse geallieerde luchtaanvallen. Zo nu en dan moesten we ook de lichamen bergen van Duitse slachtoffers van die bombardementen. We moesten die dan naar centrale locaties brengen vanwaar ze naar brandstapels werden gebracht in verschillende delen van de stad.

    - In het derde tijdsegment werden we uit Dresden geëvacueerd naar een bergdorp aan de Tsjechische grens dat Hellendorf heette, zo’n 50 kilometer zuidoostelijk van Dresden. Daar deden we niets dan wachten op het eind van de oorlog. Daar teerden we weg want er werd vrijwel geen voedsel uitgedeeld gedurende die laatste fase. We leefden op wat jong gras, paardenbloemen en distels die we konden vinden. Letterlijk heeft het eten van gras mij in leven gehouden gedurende die laatste weken voor VE Day op 8 mei 1945! [VE Day = Victory in Europe

    Definitielijst

    vuurstorm
    Spontaan ontstaan in juli 1943 in Hamburg. Dit was het ultieme doel van elk bombardement. De vuurstorm was niet meer te blussen en verbrandde alles wat op zijn pad kwam. Er zijn aan de grond temperaturen gemeld van 800-1.000 graden Celsius en windsnelheden van 240 km/uur, dus van dubbele orkaankracht. Het lukte Bomber Command slechts enkele keren om de gewenste vuurstorm te ontketenen, namelijk in Hamburg op 27 juli 1943, Kassel op 22 oktober 1943, Darmstadt op 11 september 1944 en Dresden op 13-14 februari 1945. Bomber Command nam altijd de middeleeuwse stadscentra (Altstadt) als doelwit vanwege de hoge houten gebouwen en de smalle straten.

    Tewerkgesteld in Dresden

    Het dagelijkse werk in de “Königs Maltfabrik” gedurende onze eerste weken in Dresden was achteraf beschouwd de meest aangename ervaring van onze gevangenschap. De Duitsers hadden het grootste gedeelte van de moutfabriek omgebouwd voor de productie van ersatzkoffie. Mijn taak bestond voornamelijk uit fysieke inspanning in de vorm van het lossen van vrachttreinen met graan en andere grondstoffen als deze aankwamen op het speciale spoorgedeelte dat naar het fabrieksterrein afgetakt was. Meestal werkte ik echter op de bovenste verdieping (de vierde) van de fabriek aan de zakkenmachine. Het graan dat ondergronds werd opgeslagen totdat het benodigd was, werd naar de bovenste verdieping gezogen door middel van vacuümpijpen die door de verschillende verdiepingen liepen. Een andere krijgsgevangene en ik stonden aan de zakkenvulmachine met juten zakken, elk met een inhoud van een schepel graan. [1 bushel = 1 schepel = ca 36 liter. Red.] Een regelschuif zorgde ervoor dat het graan in de ene of in de andere zak stroomde. We wisselden het vullen van de zakken zodanig, dat terwijl de ene zak volliep de ander de zijne op een karretje op wielen naar de opslagplaats ergens anders in dezelfde ruimte bracht. Mijn collega aan deze machine was Tom Jones, een jongeman uit Atlanta, Georgia, een toegewijde Zuidelijke Baptist, voor wie ik diepe achting en respect koesterde. Ik heb slechts eenmaal een kerstkaart van hem gekregen na de oorlog, als reactie op mijn brief aan hem. Ik vraag me nog vaak af hoe het hem gegaan is in latere jaren.

    Onze voorman in de moutfabriek was lid van de Duitse nazipartij, over de 60, kort, pezig, sterk, toegewijd en volledig doordrenkt met de Duitse werkethiek. Als ik ooit zijn naam al geweten zou hebben, ben ik die allang weer vergeten. Hij behandelde Tom en mij redelijk en we gingen kalm en efficiënt door onze routinehandelingen en gaven hem nooit een reden het ons lastig te maken. Maar we moesten ook werken met een oudere Duitse Jood, Altman. Altman kreeg net zoals wij uitsluitend routineklussen die voornamelijk bestonden uit het verslepen van de gevulde zakken uit hun tijdelijke opslagplaats naar buizen waardoor het graan op een lagere verdieping stortte. Daar werd het gemengd met andere ingrediënten om dan geroosterd te worden boven een brander en vermalen tot ersatzkoffie. Onze voorman had Altman een diepe angst aangejaagd door hem regelmatig te trappen, te slaan en constant tegen hem te schreeuwen. Altman placht, als hij zo bejegend werd, in elkaar te krimpen en beginnen te schokken van pure angst, zijn hele lichaam verkrampt. Nooit in mijn hele leven heb ik ooit een menselijk wezen zo verschrikkelijk bang gezien voor een ander mens. Dit was voor mij persoonlijk mijn naaste contact met de Holocaust en de uiterste en uitzichtloze angst die het de hulpeloze Joden oplegde!

    De “König Fabrik” die voornamelijk ‘koffie’ produceerde van geroosterd graan met suikerbietenpulp en cichorei, maakte ook nog een kleine hoeveelheid zoete moutsiroop, haar belangrijkste product van voor de oorlog. Deze siroop werd in reusachtige vaten gekookt in onze hoek van de fabriek. Daarna werd het in glazen potten van een liter en van anderhalve liter gebotteld. Deze werden voorzien van verzegelde deksels en daarna in kartonnen dozen van elk 12 potten verpakt. Voornamelijk Duitse burgers, alleen vrouwen, waren belast met het maken en verpakken van de siroop. Zij waren sympathieke wezens die zich goed de ernst van onze hongertoestand konden indenken. Dit, ondanks het feit dat wij bij König er beter aan toe waren dan onze medegevangenen die elders te werk waren gesteld. Wij kregen tenminste elke dag op het middaguur een kom behoorlijke, hete soep of stamppot. Hetgeen zij moesten missen. Dus deze vriendelijke Duitse dames draaiden zich wel eens om als ons werk ons door de kookruimtes voerde. Bij zo’n gelegenheid waren we in staat een lepel in de kokende stroop te dompelen, het af te laten koelen en dan die kleverige substantie op te likken hetgeen de viscositeit van honing had die onze maag verwarmde en ons dat beetje extra energie gaf die nodig was om te willen blijven leven.

    Bij hoge uitzondering kon een van de 15 die in onze werkploeg bij König zat, weleens een volle pot siroop uit de verpakkingskamer verduisteren en die deelde dan de op slinkse wijze verkregen inhoud met ons in een afgelegen hoekje van de fabriek. We liepen altijd een groot risico, zowel bij het achterover drukken als bij het nuttigen van de siroop want dat was natuurlijk ten strengste verboden. Eens werd ik betrapt door de nazi-voorman terwijlik mijn lepel wegstopte en ik trok wit weg van angst, eenzelfde fysieke afstraffing verwachtend die hij dagelijks aan Altman uitdeelde. Hij schreeuwde zijn woede uit, vertrokken van venijn en haat, maar hij vermeed het me te slaan en nadat hij weer was gekalmeerd, was het incident vergeten en voorbij!

    Maar al te spoedig werd de fabriek gesloten door de brandbommenregen die over Dresden werd uitgestrooid, niet door een directe treffer maar omdat de railverbinding die de voorraden aanvoerde en de producten afvoerde, vernietigd was. En omdat de woningen van de arbeiders voor het overgrote deel ook verwoest waren waardoor ze niet meer op hun werk verschenen.

    Ik wil nog een laatste punt maken betreffende de König moutfabriek. En dat is het bewijs van de kundigheid van het Duitse management om arbeidsinzet van onwillige arbeiders uit te buiten. Er moeten wel meer dan 100 mensen gewerkt hebben voor König gedurende de maand dat ik daar tewerk gesteld was. Vijftien van ons waren Amerikaanse krijgsgevangenen, ongeveer twee dozijn bestond uit Duitse vrouwen, voornamelijk van boven de 50 en 60, die met de siroopverwerking en -verpakking bezig waren. Nog een stuk of zes waren oudere Duitse mannen, zoals onze voorman, die opzichter waren of deel van de directie vormden. Alle anderen waren arbeiders uit alle uithoeken van Europa, voornamelijk burgers, maar ook met inbegrip van krijgsgevangenen van andere nationaliteiten dan de onze. Dat waren Polen, Denen, Fransen en andere nationaliteiten die ik me niet meer herinner. De meeste van deze groepen waren beperkt tot een man of vijftien van dezelfde nationaliteit. We kenden allen wel een paar woorden gebroken Duits waarmee de meest fundamentele communicatie werd gevoerd, maar niemand van ons sprak vloeiend Duits. Dus hadden we ook geen gemeenschappelijke taal waarin we zouden kunnen samenzweren of een plan maken voor enige vorm van opstand of verzet, laat staan dat uitvoeren. De Duitsers hadden de onderdrukten zeer deskundig door verdeling onderworpen. Aan het einde van de oorlog, in mei 1945, waren er 11 miljoen slaven die de economie van Duitsland draaiend hielden: slavenarbeiders uit alle delen van Europa, inclusief al die krijgsgevangenen die in Duitse handen gevallen waren. Wij verrichtten slavenarbeid in de mijnen, in de bossen, in de fabrieken maar ook op het land als boerenarbeider. Zonder onze spierkracht en bijdrage aan de productie zou de Duitse economie al veel eerder krakend tot stilstand zijn gekomen. Bedenk maar eens: 11 miljoen slaven op een totale bevolking van niet meer dan 80 miljoen in “Grossdeutschland” zoals gecreëerd door Hitler tussen 1936 en 1943! Wat een genie! En ondanks de vijandigheid van die slavenarbeiders was er werkelijk geen enkel alternatief dan mee te werken in onze dagelijkse sleurbaantjes, altijd onder de onmiddellijke bedreiging van de doodstraf of excessieve bestraffing.

    Definitielijst

    Holocaust
    Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Het bombardement op Dresden

    Tijdens de nacht van het bombardement maakten de bewakers ons tweemaal wakker, eenmaal voor middernacht en eenmaal daarna en voerden ons in het gelid een paar honderd meter van onze onderkomens op het slachthuisterrein vandaan naar een pakhuis aan de rand van het terrein. Dit gebouw verhief zich enkele verdiepingen boven de grond en had ook tenminste twee volledige etages ondergronds. Onze bewakers duwden ons naar de laagste verdieping, in een koelruimte twee etages onder de grond. We bevonden ons in een wel zeer ongebruikelijke schuilkelder terwijl de Royal Air Force-vliegtuigen die nacht Dresden het allerzwaarste bombardement toedienden dat enige stad ooit te verduren had gekregen. De verwoesting overtrof zelfs die, die werd aangericht in Hiroshima of Nagasaki, hoewel het Amerikaanse volk zich daar niet van bewust was tot bijna twintig jaar na de oorlog. De omvang van de vernietiging van Dresden was een van de best bewaarde geheimen van de Amerikaanse regering, niet alleen tijdens de oorlog maar ook nog jaren daarna. Uiteindelijk kwam de waarheid aan het licht. Het wordt verhaald op een overtuigende manier door David Irving*, een Britse wetenschapper in “The Destruction of Dresden.” En ook in een hoofdstuk van “The last Hundred Days” door John Toland. Vrijwel het gehele centrum van Dresden was totaal platgegooid en niet één enkel gebouw was overeind blijven staan in een gebied van tientallen vierkante kilometers. Alleen de voorsteden en de uiterste randen van de stad ontkwamen aan de totale vernietiging. Meer dan 130.000 inwoners van de stad verloren hun leven tijdens de bombardementen van die nacht en de volgende dag. Dit kan vergeleken worden met de ongeveer 71.000 slachtoffers in Hiroshima (latere tellingen brachten de aantallen slachtoffers in Dresden terug naar minder dan 100.000). Maar ook dan nog vertegenwoordigde dit getal slechts tien procent van de totale bevolking van circa 1.300.000 in die dagen, want het normale aantal inwoners was vrijwel verdubbeld door de komst van vluchtelingen uit andere delen van het land, vooral uit die gebieden in het oosten die zich op de weg van de oprukkende Russische legers bevonden.

    Nadat het ‘alles-veilig’ signaal had weerklonken tegen 03.00 op woensdagochtend 14 februari 1945, wekten de bewakers ons weer en dwongen ons terug te klauteren naar de begane grond. Daar werden we een onvergetelijk schouwspel gewaar: de hele stad Dresden die overal om ons heen aan alle kanten in brand stond in die vuurstorm die zo plastisch beschreven wordt door John Toland en anderen. De bewakers lieten ons zien dat het gebouw boven ons door brandbommen getroffen was en in lichterlaaie stond. Hun vrees, dat we in groot gevaar hadden verkeerd om te komen door verstikking aangezien alle zuurstof door de vlammenzee boven ons weggezogen werd, was zeer terecht. Ze hadden een grote kar geregeld, zo een die normaal door een stel paarden of ossen getrokken moest worden, waarin we onze schamele bezittingen gooiden en die we op eigen kracht nu moesten duwen. We begaven ons van het hart van de vernietigde stad naar het Zuid Afrikaanse gevangenisterrein, een aantal kilometers naar het zuidwesten, een stuk buiten de stad langs de autoweg naar Kesselsdorf en Chemnitz (tegenwoordig Karl-Marx Stadt). We sjorden en sleepten de reusachtige, onhandige kar meter voor meter voort tussen de bomkraters en onder bungelende elektriciteitsdraden door waarvan je niet wist of er stroom op stond of niet. Na zes tot acht uur van ongelooflijk zware voortgang die tot een toppunt kwam toen de kar tegen een helling op moest voor de laatste vijf of zes kilometer tot onze bestemming, bereikten we het Zuid Afrikaanse kamp. We werden ondergebracht bij een onwillige en noodgedwongen gastvrije groep gevangenen die zich al in Duitsland bevonden sinds de Noord Afrikaanse campagnes van jaren her. Ze hadden al een tekort aan ruimte voordat we arriveerden en werden nu door de Duitse bewakers gedwongen om met de helft van die ruimte genoegen te nemen door een hele barak te ontruimen om plaats voor ons te maken. Ofschoon ze absoluut geen andere keus hadden, gaven ze zich niet bijster veel moeite om ons welkom te heten. Echter uiteindelijk waren ze vriendelijk genoeg om ons te accepteerden en bleken na verloop van tijd toch niet de beroerdsten. Jaren later kwam ik erachter dat een beroemde Zuid Afrikaanse volkenkundige, die inwoner van de United States was geworden en professor in de antropologie was aan de Universiteit van Berkeley, zich tussen die groep had bevonden die gevangen was gemaakt bij Tobruk en naar Dresden was gestuurd. Het was David Brokensha en op een goed moment hebben we een gelegenheid gevonden om samen deze tijden nog eens door te nemen.

    * [De schrijver schreef dit verslag voordat David Irving negatief in de publiciteit kwam, onder andere als ontkenner van de Holocaust waarvoor hij in 2006 in Oostenrijk drie jaar gevangenisstraf kreeg. Irving schatte het aantal slachtoffers eerst op 100.000 tot 250.000. Dit stelde hij vervolgens bij naar beneden (50.000 - 100.000) , maar tegenwoordig wordt het aantal slachtoffers door historici lager ingeschat. Richard J. Evans, een bekende Britse onderzoeker van nazi-Duitsland, schat het aantal slachtoffers tussen de 25.000 en 35.000. Fred Taylor, de Britse schrijver van het boek "Dresden" (2004), schat het aantal op 25,000 tot 40,000. Red.]

    Definitielijst

    Holocaust
    Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Tobruk
    Kleine bunker. Meestal door één soldaat met een machinegeweer bemand, maar er bestonden ook grotere tobruks waar een kanon of mortier in was geplaatst.
    vuurstorm
    Spontaan ontstaan in juli 1943 in Hamburg. Dit was het ultieme doel van elk bombardement. De vuurstorm was niet meer te blussen en verbrandde alles wat op zijn pad kwam. Er zijn aan de grond temperaturen gemeld van 800-1.000 graden Celsius en windsnelheden van 240 km/uur, dus van dubbele orkaankracht. Het lukte Bomber Command slechts enkele keren om de gewenste vuurstorm te ontketenen, namelijk in Hamburg op 27 juli 1943, Kassel op 22 oktober 1943, Darmstadt op 11 september 1944 en Dresden op 13-14 februari 1945. Bomber Command nam altijd de middeleeuwse stadscentra (Altstadt) als doelwit vanwege de hoge houten gebouwen en de smalle straten.

    Executie

    Zodra we een beetje ingeburgerd waren bij de Zuid Afrikanen aan de Kesselsdorfer Strasse moesten we dagelijks het centrum van Dresden inmarcheren om puin te ruimen. Vanaf die tijd werden we niet langer in kleine groepen van 10 tot 15 man verdeeld maar brachten de bewakers ons met alle 150 man naar een enkele straat. Daar moesten we van de vroege morgen tot de late avond stenen, brokken en stof van het midden van de straat wegruimen en naar de kant van de weg op de stoep opstapelen, zodat voertuigen en trams ooit weer eens door de stad zouden kunnen rijden. Zelfs onder onze tanende energie en zonder dat ook maar iemand van ons werkelijk krachtig werk kon verzetten, met z’n 150-en tewerkgesteld slaagden we erin om een aanzienlijk stuk te ruimen in dagen van 8 tot 10 uur.

    Gedurende deze weken leken we een soort stilzwijgende verstandhouding met onze bewakers op te bouwen, de meeste van hen waren boven de 50 of 60, te oud voor frontdienst, mannen die een familie hadden en menigeen herinnerde zich de Eerste Wereldoorlog. Deze bewakers waren voor het merendeel geschikte kerels en naarmate ze ons wat beter leerden kennen werden ze wat soepeler en meegaander. Ze onderkenden wel degelijk ons voortdurende gebrek aan eten en zagen in dat de bevoorrading was geslonken na het bombardement op de stad. Gedurende deze weken van eind februari en maart waren onze broodrantsoenen geheel afkomstig van de broodvoorraad die voor het bombardement was gebakken en dus geleidelijk aan vol zat met schimmel. De enige manier om dat beschimmelde brood te eten was door het te toasten boven de kachel of op de kachelpijpen in onze barak

    Maar goed, ondanks de heftige bommenschade waren er toch maar een paar van die stevig gebouwde Duitse huizen totaal vernietigd. Toen het dak en de muren instortten vielen de brokstukken meestal op de begane grond die vaak stevig genoeg was om dat enorme gewicht te dragen. Vandaar dat het mogelijk was om, wanneer iemand over de berg puin naar de achterkant van het gebouw klauterde, daar de onbeschadigde gewelven binnen te gaan via de gang en trap vanuit de tuin of de binnenplaats naar de kelder. In de meeste huizen hadden de ijverige Duitse huisvrouwen wel fruit en groenten geweckt en bewaard in de voorraadkasten in die kelders. Hoewel, puur technisch gesproken, volgens het oorlogsrecht het stelen van zelfs ook maar de kleinste hap eten een vorm van plunderen genoemd kon worden waarop de doodstraf stond, waren we dermate desperaat op zoek naar voedsel dat elke verleiding om te eten ons geweten of iedere angst voor straf overstemde. Daarnaast leek de houding van wederzijds begrip ertoe te leiden dat de bewakers de andere kant uitkeken als we voedsel aten zo lang als we dat deden in de kelders waar we het eten hadden gevonden en met dien verstande dat, wanneer we iets anders vonden dan voedsel, we dat absoluut niet zouden meenemen, maar in plaats daarvan deze vondsten aan de bewakers zelf zouden melden. Deze regeling werkte goed gedurende enkele weken en ieder van ons profiteerde ervan door enkele calorieën extra per dag in te nemen door heimelijk lepels vol ingemaakte snijbonen,erwten, peren, pruimen enzovoort naar binnen te schrokken.

    Op een dag in maart echter bepaalde het noodlot dat er een abrupt einde aan onze gemoedelijke verstandhouding met de bewakers kwam. De gevangene die in december in Mühlberg de overjas met het stempel USSR erop had gekregen, was te inhalig geworden. Hij was niet langer tevreden met een paar haastige happen van ingemaakt voedsel uit de kelderkasten. Liever probeerde hij brutaalweg een literpot met bruine bonen in zijn jaszak te stoppen om die avond op zijn gemak te verorberen in de barak. Op het moment dat hij van de tuin naar de straat over de top klauterde over de puinhoop van wat ooit een statig Duits rijtjeshuis was geweest, kwam er een groep SS-stoottroepen langs om een van de regelmatig voorkomende onaangekondigde inspecties te houden. Ze kregen deze knaap in de gaten die zijn veldjack op een verdachte manier over zijn voorarm had gedrapeerd. Ze hielden hem staande en inspecteerden zijn jack, vonden de pot met bonen en noteerden zorgvuldig de identiteit van de gevangene die aldoende de regels van het oorlogsrecht met betrekking tot plundering had geschonden. Niets gebeurde er die avond. De soldaat keerde met de rest van ons terug naar het terrein van de Zuid Afrikaanse gevangenen, zonder zijn pot met bonen. Maar de volgende ochtend, toen we als gebruikelijk werden geteld tijdens het appel voor het ontbijt, werd onze onfortuinlijke kameraad uit het gelid gehaald en weggeleid. Enkele dagen later ’s ochtends werden vier andere gevangenen bij naam genoemd en op eenzelfde manier meegenomen. Die avond kwamen de vier terug, met spierwitte gezichten vertelden ze ons het meest trieste verhaal dat we ooit hadden gehoord. Ze waren naar het centrum van Dresden geëscorteerd. Daar troffen ze de man die betrapt was met de pot bonen aan. Zij vernamen dat hij voor een speciale militaire rechtbank was verschenen, schuldig was bevonden aan plundering en ter dood veroordeeld was. Het vuurpeloton was opgeroepen. De vier werd toen opgedragen een graf te graven en van opzij toe te zien bij de executie en daarna het lichaam in het graf te leggen en hun medegevangene te begraven. Het was niet alleen dit, maar er kwam nog bij dat de Duitsers zeer zorgvuldig al onze gegevens hadden nageplozen om vast te stellen wie van ons 150 uit dezelfde stad kwamen of wie de beste vrienden waren geweest van de veroordeelde. Zij pikten er precies die vier man uit die het meest aangedaan zouden zijn door getuige te zijn van zijn executie en hem daarna te begraven. Natuurlijk was het de bedoeling dat de vier zorgvuldig alle details zouden vertellen aan ons om zeker te stellen dat er geen plundering meer zou plaatsvinden in onze groep. De opzet werkte! Ondanks onze honger was dat het einde van onze stiekeme consumptie van ingemaakte groenten of fruit. Vonnegut suggereert dat het Edgar Derby was die door de Duitsers geëxecuteerd werd. Maar in werkelijkheid was de man die aldus werd doodgeschoten iemand van Italiaanse afkomst en die kwam dichterbij de beschrijving van Paul Lazzaro in de roman dan de beschrijving van Edgar Derby.

    Definitielijst

    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    USSR
    Unie van Socialistische Sovjet Republieken, ook wel Sovjet-Unie genoemd. Federatie van republieken tijdens de communistische periode van Rusland.

    Kurt Vonnegut

    Behalve de executie betrof het andere, meest ontnuchterende voorbeeld van de Duitse behandeling van onze groep, die van Kurt Vonnegut zelf. Bij onze aankomst in Dresden sprak een Engels sprekende Duitse captain ons toe en legde uit dat vanaf dat moment er geen bewakers meer zouden zijn die Engels konden spreken. Goede dagelijkse contacten met onze bewakers zouden het nodig maken dat we een tolk met voldoende kennis van beide talen zouden moeten hebben om de communicatie mogelijk te maken. De captain vroeg wie er wilde toegeven voldoende van de taal te weten om als tolk te willen optreden. Vier van ons gaven zich op als vrijwilliger. Ieder werd door de captain individueel ondervraagd en Kurt Vonnegut werd uitgekozen.

    Op een dag toen hij in de kazerne was achtergebleven met een werkgroep van vijf gevangenen om de tafels en stoelen van de eetzaal en onze verblijven te schrobben spoorde een van de Duitse bewakers een soldaat aan om harder te werken. De soldaat antwoordde dat hij ziek was en niet harder kon. De bewaker bleef aandringen dat hij zijn tempo moest opvoeren en uiteindelijk gaf hij hem een aframmeling. Vonnegut verloor zijn zelfbeheersing bij die behandeling en mompelde binnensmonds dat de bewaker een zwijn was. [“a swine”] De bewaker hoorde die gemompelde bezwering, werd woest en beende weg om aan zijn sergeant te rapporteren dat de tolk de eer van Duitsland had aangetast door hem een smerig zwijn te noemen. Vonnegut werd daarop aangeklaagd, er werd een korte militaire rechtspraak gehouden, hij werd schuldig bevonden en gedegradeerd tot dezelfde rang als wijzelf. Die avond werd er een andere gevangene uitgekozen als opvolger van Vonnegut als tolk.

    Vanaf dat moment moest Kurt hetzelfde werk opknappen als de rest van ons. Na de vernietiging van de stad, toen we de dagelijkse opruimwerkzaamheden begonnen, had de enige jeugdige bewaker die ons was toegewezen, een akelig 16 jaar oud Hitlerjugendlid die was gehersenspoeld in de nazi-jeugd, het op zich genomen Vonnegut wel eens bij te brengen wat het betekende om een Duitser te beledigen en wat echt hard dagelijks fysiek werk werkelijk kon inhouden. Elke dag, weken achtereen als we onze werkplek bereikten en de andere 10 of 12 bewakers zich verdeelden onder de 150 man gevangenen, stak het gehate joch, die we “junior” noemden, zijn bajonet op zijn geweer en volgde Kurt Vonnegut op de voet, overal, uur na uur. Wanneer Kurt stopte met werken, zelfs maar voor een paar seconden, stak junior hem in zijn achterste met de scherpe punt van de bajonet terwijl hij op hetzelfde ogenblik pesterig treiterde met zinnen als: “Vonnegut, je bent lui! Alle Amerikanen zijn lui. Je kent de betekenis van het woord werk niet eens. Wij Duitsers zijn sterk. Wij weten wat werken is. Ik zal het je leren. Aan het werk!” En tegelijk met de pesterige opmerkingen porde hij met de punt van de bajonet. Kurt wist evengoed als wij, dat junior hem provoceerde en hem uitdaagde om slechts één keer zijn zelfbeheersing te verliezen, voor slechts een kort ogenblik. Als Kurt gedurende deze lange weken van pesterijen ook maar één keer zoveel als een gefluisterde opmerking van protest had laten horen of maar één keer als afweer zijn arm zou hebben opgeheven, junior aan het langste eind zou hebben getrokken. Hij zou Kurt dan hebben kunnen rapporteren, dat hij hem bedreigde of hem of de eer van Duitsland aangevallen had. Zonder twijfel zou er weer een rechtszitting zijn gevolgd en Kurt Vonnegut zou best kunnen zijn veroordeeld tot de doodstraf net zoals zijn Italiaans Amerikaanse lotgenoot een tijdje daarna.

    Maar Kurt Vonnegut toonde stalen zenuwen. Hij gaf niet de geringste aanleiding. Zijn spanning steeg van dag tot dag, gedurende weken achtereen. Ik was gefascineerd door de krachtmeting van wilskracht en uitdaging tussen junior en Kurt en vroeg me af wie er uiteindelijk zou winnen. Op een ochtend liet junior verstek gaan en de andere bewakers vertelden dat hij was overgeplaatst, misschien wel naar het Russische front. Het is zeer goed mogelijk dat Kurt Vonneguts leven werd gespaard door die overplaatsing! Ik weet van de verbittering die hij in zijn hart koesterde jegens “junior” toen en later. Voor mij kwam de publicatie van “Slaughterhouse Five” als een openbaring want het onthulde een auteur die compleet veranderd was door de kwart eeuw die was verstreken tussen zijn eigen oorlogservaringen in Dresden en de uiteindelijke publicatie van zijn meest geprezen werk.

    Paaszondag viel in 1945 op 1 april en die dag staat me nog helder voor de geest want voor het eerst sinds weken hadden we een vrije dag. En jawel, onze bewakers zorgden voor heet water in ons onderkomen dat we met de Zuid Afrikanen deelden en voor de eerste keer in weken konden we allemaal ons lichaam eens een grote wasbeurt geven. Het was inderdaad de eerste keer sinds het bombardement op 14 februari, zes en een halve week eerder.

    Op vrijdag 13 april fluisterde een Duitse werkman ons toe, dat de radio had gemeld dat president Roosevelt de dag tevoren in Warm Springs, Georgia, was overleden. Weer een markant punt in de geschiedenis van onze natie en van de oorlog. Ik herinner me dat ik me afvroeg wat voor een president Harry Truman zou worden en dat ik stilletjes een gebed zei voor Truman en voor ons land. Dat was op onze laatste werkdag in Dresden.

    Definitielijst

    bajonet
    Steekwapen dat voor man-tot-man gevechten op het geweer geplaatst kan worden.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Opnieuw op transport

    Die nacht vertelden de bewakers ons dat de Amerikanen weer in het offensief waren gegaan en snel doordrongen tot in het centrum van Duitsland. Dat het Amerikaanse leger aan de rand van Leipzig stond, ongeveer 100 km ten noordwesten van Dresden. Dat betekende dat, met de huidige voortgang, de Amerikanen Dresden in een dag of twee zouden kunnen bereiken. Ons terrein aan de Kesselsdorfer Strasse lag precies in de richting van die opmars aan de westkant van de stad. Daardoor was die plek zeer kwetsbaar voor vernietiging ofwel door artillerievuur of door een nieuwe luchtaanval. We moesten evacueren. Dus vertrokken we te voet de volgende ochtend vroeg met onbekende bestemming om een schuilplaats te zoeken. De bewakers drongen erop aan dat we zo weinig mogelijk mee zouden nemen aangezien we zeer waarschijnlijk binnen afzienbare tijd zouden worden bevrijd door ons eigen Leger.

    We liepen die gehele dag en de volgende, bijna 50 km alles bij elkaar, zuidoostelijk langs de Elbe naar Pirna en vandaar omhoog de bergen in langs de grens van Duitsland en Tsjechoslowakije (nu Tsjechië. Red.). Op zondagavond 15 april 1945, bereikten we onze bestemming, het dorp Hellendorf, een beetje ten oosten van de grotere gemeente Guttleuba, ongeveer een of twee kilometer van de Tsjechische grens. [waarschijnlijk wordt hier bedoeld: ‘Kurort Bad Gottleuba’. Red.] Daar werden we ondergebracht op de kale vloer van een grote feestzaal op de eerste etage van een vleugel in het enige ‘Gasthof’ in het dorp. We brachten stro naar binnen uit een stal achter het café om onze bedden op de harde houten vloer wat draaglijker te maken. Het was een probleem dat het stro teken bevatte en massa’s ander ongedierte. En door daarop te slapen kregen we allemaal weer luizen en ander gespuis waardoor we ons nog oncomfortabeler voelden dan we tot nog toe ooit geweest waren in onze gevangenschap. Daarnaast waren er geen bezigheden te verrichten noch kregen we enige vorm van regelmatige voedselvoorziening. Onze bewakers lieten ons fourageren in de wei achter de ‘Gasthof’ door vers gras te plukken of andere eetbare groene gewassen die we konden vinden. Dit vormde ons dieet totdat de oorlog beëindigd was.

    Bijna onmiddellijk begonnen er geruchten de ronde te doen over de vertraging in de opmars van de Amerikaanse troepen. Het bleek een juiste weergave van de werkelijkheid want we bevonden ons in de laatste redoute, de allerlaatste Duitse uithoek die onder vreemde militaire bezetting kwam. General Eisenhower had een verbond gesloten met zijn Russische tegenhanger, maarschalk Zhukov geloof ik, dat de zone oostelijk van de Elbe Russisch zou worden, dus de Amerikaanse troepen stopten de opmars en trokken zich zelfs terug naar overeengekomen posities. Wij waren het slachtoffer van die overeenkomst want het betekende dat we meer dan drie weken moesten vegeteren in Hellendorf, van zondag 15 april tot dinsdag 8 mei 1945 dat in de US VE-Day werd. We hoorden ook in Hellendorf dat Hitler de doodstraf had uitgevaardigd voor alle gevangenen die nog in Duitse handen waren. Waar of niet waar, onze bewakers deden daar niet aan mee en alweer overleefden we het.

    Definitielijst

    maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    VE-Day
    Victory in Europe Day. De dag waarop nazi-Duitsland definitief capituleerde (8 mei 1945).

    Onzekerheid

    Dinsdag 8 mei arriveerde met een stralende zonsopgang en een heerlijke milde temperatuur. Onze bewakers maakten ons vroeg wakker en kondigden aan dat ze hadden besloten om ons naar het westen te laten marcheren om ons zodoende aan onze eigen troepen over te dragen. Wij trokken de conclusie dat ze er zelf baat bij hadden om zich aan de Amerikanen over te geven in plaats van aan de Russen en dat wij hun onderpand vormden voor dat plan. Dus we vertrokken en liepen gestaag naar het westen van de ene bergweg naar de andere van voor 8.00 uur tot na 14.00 uur. Enig geloof dat in West Europa gehecht werd aan het werkelijke einde van de oorlog liep niet geheel in de pas met onze ervaringen van die dag. De Russische interpretatie van de Duitse overgave was dat die per middernacht zou ingaan, middernacht van dinsdag op woensdag, tussen 8 en 9 mei 1945. En niet 24 uur eerder zoals door de westerse geallieerden was bedoeld. Daardoor bleven de Russen de Duitsers de hele dag door bestoken. We konden de Russische artillerie in de verte vrijwel zonder onderbreking horen vuren. En, veel dichter bij huis, werden we verschillende keren gedwongen een schuilplaats in de berm te zoeken op het moment dat Russische vliegtuigen overkwamen om ons te mitrailleren aangezien we tussen de Duitse eenheden ingeklemd liepen.

    Omstreeks het middaguur hielden we halt in een weiland bij een wegsplitsing zodat de bewakers brood en kaas konden uitdelen. De samenscholing in het weiland die daar het gevolg van was, werd bijna onze ondergang. Temidden van de voedseluitdeling kwam er plotseling een stel Russische vliegtuigen over de boomtoppen scheren en begon ons onder vuur te nemen met hun mitrailleurs. Gelukkig bevond ik me op dat moment aan de rand van het veld naast een degelijk gebouwde Duitse melkschuur. Ik sprong tussen de rij kameraden die halsoverkop naast elkaar in dekking gingen waar ze die maar konden vinden.

    Eenmaal binnen ontdekten we dat de schuur uit twee gedeelten bestond: het grootste deel bevatte ongeveer twee dozijn melkkoeien die allemaal keurig opgesloten in hun vak stonden. De kleinere ruimte aan de verre zijde bevatte melkgerei en ander boerengereedschap. De eigenaar bevond zich in dat verre gedeelte en was bezig met zijn gereedschappen. Bijna tegelijkertijd, na de situatie getaxeerd te hebben, stelden diegenen van onze groep die mokken of ander drinkgerei bij zich hadden zich op en gebaarden dat we een muur moesten vormen tussen de koeien en de boer zodat diegenen met een mok de koeien zouden kunnen melken. Zo gezegd zo gedaan en spoedig genoten we om de beurt van hele teugen, warme verse melk. De eerste verse melk die we hadden geproefd na ons vertrek uit de USA in oktober het vorige jaar. Ondertussen draaiden de Russische vliegtuigen rondjes met het weiland als doelwit terwijl ze die plek met een staccato aan machinegeweervuur te grazen namen. Dit nu is een van die ongelooflijke combinaties van verschillende gebeurtenissen die in oorlogstijd naast elkaar plaatsvinden, acties om je leven te redden naast die erop gericht zijn je leven te beëindigen.

    Zodra de Russische luchtaanval voorbij was, riepen onze bewakers ons weer bij elkaar en hervatten we onze tocht naar het westen. Dit keer bevond ik me bij het hoofd van de colonne en was daarom een van de eersten die een motorfiets met een Duitse officier zag naderen, die uit de richting kwam waarheen we liepen. Toen hij onze colonne bereikte, stopte hij en steeg af en begon een dringend gesprek met het hoofd van onze bewaking. Het volgende ogenblik vertelden de bewakers ons dat de weg voor ons was afgesneden en bezet door de Russen en dat we moesten omdraaien en een andere weg zoeken. Toen we oostwaarts begonnen te lopen in de richting waar we vandaan kwamen, merkte ik plotseling dat al onze bewakers waren verdwenen tussen de bomen van het bos aan de kant van de weg. We waren plotseling niet langer een groep gevangenen die in het gelid liepen maar in plaats daarvan waren we plotseling veranderd in een paar groepen van ongeordende Britse en Amerikaanse vagebonden in vodden. Toen de werkelijkheid tot hun doordrong verlieten kleine groepjes binnen een paar minuten het verband en liepen weg totdat er nog een man of tien over waren.

    Ik bleef in de buurt van een Britse sergeant, die al vier jaar krijgsgevangene was geweest, een zeer zelfverzekerde kerel, een natuurlijke leider. Hij beredeneerde dat onze veiligheid het best zou worden gegarandeerd als we rechtsomkeer maakten en terugkeerden naar Hellendorf. Hij redeneerde als volgt:” We kenden de weg terug, hoog de bergen in en waarschijnlijk nog niet bezet door de Russische troepen. We zouden veel beter af zijn in het dorp dat we kenden, en liever binnenshuis wanneer de Russen zouden arriveren dan loslopend in de bossen terwijl we niet wisten waar we waren.” Zijn argumenten leken redelijk dus Jack Evans en een paar anderen volgden zijn advies op en we liepen terug naar Hellendorf, een tocht die tot bijna 11.00 ’s avonds in beslag nam. We troffen het Gasthof in Hellendorf verlaten door zijn bewoners en geheel tot onze beschikking. Wat een verandering voor ons om vrij door het hotel te kunnen bewegen in plaats van opeengehoopt in die met stro bedekte ‘feestzaal’ waar we voor de laatste drie weken waren verbleven. Maar impulsief deden we iets dat ik tot op vandaag nog niet kan verklaren. We sleepten de echte bedden, compleet met de matrassen en schone lakens en dekens uit de hotelkamers naar de etage van de gemeenschappelijke ruimte waar we al zo lang waren ondergebracht. En die nacht sliepen we weer in onze eigen zaal, maar nu in zachte comfortabele bedden in plaats van op de harde vloer in het smerige stro. We moesten nog steeds dringend aan de was. Onze kleren moeten er afschuwelijk hebben uitgezien, we hadden geen pyjama’s. Maar we sliepen in zachte schone bedden. Voor het eerst sinds onze gevangenname!

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.

    Terugkeer naar Amerikaanse troepen

    De volgende ochtend, 9 mei 1945, betraden we de hoofdstraat van Hellendorf om vast te stellen hoe stil het in het dorp was. Slechts een paar dorpelingen waren achtergebleven. Al spoedig kwam er iemand opdraven met het nieuws dat de oorlog voorbij was, echt voorbij en dat het vrede was. Twee vrienden en ik besloten dat we naar Tsjechoslowakije zouden gaan omdat dat slechts een paar kilometer verderop was. En zo gebeurde het dat ik in Tsjechoslowakije de Russische soldaten ontmoette toen de troepen die hierheen gestuurd waren om de regio te bezetten er aankwamen op de allerenigste dag die ik ooit van mijn leven heb doorgebracht in dat prachtige land in Centraal Europa. De Russen lieten ons op vriendelijke doch zeer vastbesloten manier weten dat we naar Hellendorf terug moesten keren en te wachten op Russisch vervoer om ons naar de Amerikanen te brengen. Een regeling die, zoals men ons verzekerde, binnen enkele dagen ten uitvoer zou worden gebracht. Dus die woensdag middag keerden we weer terug in Hellendorf uit gehoorzaamheid aan de wensen van onze geallieerden.

    We bleven nog drie dagen en nachten in Hellendorf vergeefs wachtend op verdere instructies. Die eerste woensdagmiddag slachtten enkele doortrekkende Russen een varken om ons, de krijgsgevangenen, eten te verschaffen. We smachtten naar het eten en roosterden het in de keuken van het gasthof en aten ons vol. Maar onze lichamen konden het vlees niet verwerken, zeker geen varkensvlees en in die hoeveelheden na maanden lang van vers vlees verstoken te zijn geweest. De volgende dag ging ik er bijna onderdoor met een zware diarree-aanval. Wat ook wel dysenterie geweest kan zijn. Vanaf dat moment totdat ik een hospitaal in Reims in Frankrijk bereikte, vloeiden mijn krachten sneller uit mijn lichaam weg en in een meer angstaanjagend tempo dan op enig ander moment in de oorlog. Ik bedacht hoe ironisch het zou zijn, dat ik het einde van de oorlog overleefd zou hebben om daarna te bezwijken aan de combinatie van ondervoeding en diarree nadat de vrede was aangebroken. Maar zo zou het niet aflopen.

    Tegen vrijdagmiddag besloot Jack Evans, de vriend waarmee ik een afspraak had gemaakt om samen te blijven totdat we Duitsland uit waren, dat het de hoogste tijd werd om Hellendorf te verlaten en de Amerikaanse strijdkrachten op te zoeken. Aangezien er geen enkele aanwijzing was van de kant van de Russen over enige planning om ons daarbij te helpen. De enige Russische activiteit die we hadden waargenomen sinds hun eerste verschijning op woensdag was het constante uitkammen naar mannen die werden afgemarcheerd naar de Soviet-Unie als dwangarbeider. Ze verzamelden ook allerlei soorten vee voor verzending naar het oosten. De Russen verspilden geen tijd na hun aankomst in onze uithoek van Duitsland. Binnen 24 uur nadat ze de regio bezet hadden begonnen ze Hellendorf leeg te halen. Alles wat los en vast zat en dat enige waarde had, werd meegenomen. Rusland zou haar terugbetaling hebben, wat de wereld er ook over zou overeenkomen, laat staan erover zeggen. Hier werd een breed uitgemeten wraakoefening verpersoonlijkt en ik was er getuige van, drie dagen voor ons vertrek op zaterdagochtend uit Hellendorf !

    Het voorval dat tot onze plotselinge besluitvorming aanzette, vond vrijdagmiddag plaats. Twee Russische soldaten sloften voorbij met fietsen die ze blijkbaar eerder op de dag ergens hadden gestolen. Ze stopten om een praatje met ons aan te knopen en toen ze erachter kwamen dat we Amerikanen waren boden ze ons plotseling in een spontane opwelling van vriendschap, de fietsen aan. Dit verschafte ons vervoer voor twee. We hadden nog maar een andere fiets nodig om te kunnen vertrekken. Vroeg op zaterdagochtend, toen we onze volgende stap aan het voorbereiden waren, zagen we een jonge Fransman naar de winkel in Hellendorf rijden, van zijn fiets afstappen en hem tegen de gevel van de winkel neerzetten. Terwijl hij naar binnen ging om te zien wat hij er van zijn gading kon vinden, waarschijnlijk om te plunderen. Op het moment dat hij in de winkel verdween gristen we zijn fiets weg en vertrokken op weg naar Dresden en de Amerikaanse strijdkrachten.

    Gedurende het grootste deel van de ochtend konden we bergaf koersen op onze weg om de bergen achter ons te laten terwijl we de borden richting Pirna volgden. Eenmaal aan de Elbe-oever aangekomen moesten we echter op de pedalen om via de vlakke Elbe vallei van Pirna naar Dresden te fietsen, waar we vroeg in de middag aankwamen. In plaats van een stad aan te treffen die langzaamaan weer tot leven terugkeerde, met overal Amerikaanse troepen, reden we door een spookstad. Alleen aan de westkant van de stad, in een wijk die we herkenden van de vele dagen dat we er puin geruimd hadden, ontmoetten we een eenzame Belg, ex-soldaat en krijgsgevangene. We vertelden hem wie we waren en vroegen hem of hij enige Amerikanen had gezien. We vonden via hem uit, dat behalve een paar loslopende gevangenen zoals wij, er geen Amerikanen in de stad waren. Maar dat in plaats daarvan de Russen er wel waren en dat die alle voormalige gevangenen oppakten die ze maar konden vinden om ze weer op te sluiten. Ze hadden geen vertrouwen in de Westerse geallieerden dat die de Russische gevangenen terug zouden sturen vanuit West Duitsland. Daarom hielden ze de Amerikanen en andere Westerse nationaliteiten vast om die te kunnen uitwisselen op een man voor man basis. Onze Belgische informant waarschuwde ons dat we ons in groot gevaar bevonden zolang we in Dresden bleven en dat we zo snel als we konden, zouden moeten zien weg te komen!

    We volgden zijn advies en vervolgden onze weg naar het westen en spoedig bevonden we ons weer op de Kesselsdorfer Strasse waaraan we ongeveer twee maanden hadden verbleven samen met de Zuid Afrikanen. Nu we de stad verlieten moesten we echter harder trappen om de heuvel op te fietsen. Behoorlijk geschrokken van de waarschuwing van de Belg, dwongen we onszelf zo hard mogelijk te rijden en slaagden erin Russen die naar ons soort op zoek waren, te vermijden. Enige tijd later kwamen we bij het terrein van de voormalige Zuid Afrikaanse gevangenis en troffen het gebied aan als tevoren maar alle gebouwen waren tot op de grond toe afgebrand. Hoe verstandig was het geweest van de bewakers om ons te evacueren!

    We fietsten nog een uur of wat verder naar het westen, tot ongeveer 6 uur ’s middags tot we kilometers van Dresden waren verwijderd. We hadden pijnlijke botten en waren goed doorgezeten van een hele dag fietsen na weken van niets doen. Plotseling werd ons een vriendelijke groet toegeroepen afkomstig van een welgedane Duitse burger van in de 50, die met zijn familie voor een groot, solide stenen huis stond. Hij bleek een succesvolle ingenieur te zijn die in het bezit was van een ruim en comfortabel huis. Hij bood ons ieder een glas water aan dat we dankbaar accepteerden. Terwijl we wat kletsten en het water opdronken vond hij uit dat we Amerikanen waren, voormalige gevangenen en nu onderweg naar onze troepen. Hij was zo vriendelijk ons uit te nodigen om zijn gast te zijn voor de nacht en bood ons aan zijn avondeten te delen en ook het ontbijt van de volgende morgen. Hij had ruim voldoende plaats en daarbij bevond zich een comfortabele logeerkamer. We namen de uitnodiging zonder enige aarzeling aan, genoten van zijn gastvrijheid, hadden een goede nachtrust en na het ontbijt de volgende ochtend gaven we aan dat het tijd was om verder naar het westen te trekken. Op dat moment drong de ingenieur erop aan dat we moesten blijven omdat er zeker een Amerikaans legerkonvooi met trucks voorbij zou komen die middag. Omdat dat elke dag van de afgelopen week voorbij zijn huis was gekomen. We geloofden hem eenvoudig niet. We hadden eerder het idee dat hij ons als bescherming wilde gebruiken tegen de Russen die zijn huis zouden willen bezetten. En we stonden erop, beleefd maar dringend, om te vertrekken.

    Kort na 1 uur ’s middags, op die zondag 13 mei 1945, thuis was het Moederdag, kwamen we aan op de top van een heuvel en zagen de weg een lange flauwe helling naar beneden volgen. Terwijl we naar beneden sjeesden, steeds harder, zagen we plotseling rond een bocht in de weg aan de voet van de heuvel, een jeep verschijnen, met de woorden op de voorbumper: “Military Police.” We zwaaiden driftig naar de bestuurder toen hij naderde, maar in plaats van te stoppen zoals we dat wilden, zwaaide hij terug zonder zelfs maar even vaart te minderen. We waren diep teleurgesteld maar hadden geen andere optie dan onze weg te vervolgen. Misschien vijf minuten later zagen we een reusachtig konvooi trucks onze kant uitkomen, tientallen US Army-trucks, tot de tanden gewapend. Elke derde legerwagen bevatte een volledig bewapende bemanning en een volledig uitgeruste zware machinegeweeropstelling. Dit was letterlijk een invasiemacht die een raid uitvoerde in het door de Russen bezette Midden Duitsland, zonder Russische toestemming om gevangenen te bevrijden die tegen hun zin werden vastgehouden. Niet langer door de Duitse “vijand” maar nu door onze Russische “vrienden” en “geallieerden”. De eerste aanzet van een Koude Oorlog die nog moest komen!

    Nu stopten mijn twee vrienden en ik en we stonden aan de kant van de weg met stomme verbazing te kijken naar de enorme lengte van het konvooi en de staat van paraatheid waarin het leger verkeerde. We bleven maar kijken en zwaaien en eindelijk stopte er een voertuig langs de kant van de weg. Een soldaat kwam naar ons toe en vroeg: “Zijn jullie Yankees?” De vraag was niet zo absurd als hij mocht schijnen gezien de vodden die we droegen die samengesteld waren uit stukken uniform afkomstig van een grote verscheidenheid van verschillende legers. Om maar niet te spreken van ons uitgemergelde voorkomen, dat veroorzaakt was door ondervoeding, we waren ongeschoren en hadden natuurlijk constant gebrek gehad aan gelegenheid om schoon te blijven. Toen we dat bevestigden ging de soldaat verder: “dump die fietsen”, en toen we dat deden, hield hij een andere truck aan, een personen voertuig en spoorde ons aan achterin te stappen. De chauffeur had eraan gedacht zijn truck te vullen met C-rantsoenen en K-rantsoenen. En we namen het er met zijn allen eens goed van. Een paar minuten later ben ik in slaap gevallen, voor het eerst sinds de vorige december voelde ik me weer veilig onder de bescherming van het Amerikaanse leger. Ik werd de volgende ochtend wakker in Erfurt in Duitsland, na meer dan 12 uur aan een stuk geslapen te hebben. In die tijd was ons konvooi door Dresden heen naar het oosten gereden naar een kasteel waar Fransen werden vastgehouden door Russen. Na de Fransen te hebben bevrijd en hen opgepikt te hebben waren we teruggereden door Dresden op weg naar de Amerikaanse zone van Duitsland waar Erfurt was gelegen. We werden naar de Duitse Luchtmacht Opleiding Academie gebracht bij Erfurt, die door de US Forces was ingericht als eerste station voor te evacueren krijgsgevangenen. Er was een overvloed aan voedsel, US Army-voedsel, maar mijn inwendige systeem kon dat niet verwerken en mijn krachten bleven afnemen.

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    raid
    Snelle militaire overval in vijandelijk gebied.

    Thuiskomt en demobilisatie

    De volgende dag, dinsdag 15 mei, vloog het leger me van Erfurt naar het Amerikaanse hospitaal in Reims, in Frankrijk. Dat was gedurende de Eerste Wereldoorlog gebouwd voor de Amerikaanse slachtoffers in Europa, overgedragen aan de Fransen in 1919 en weer beschikbaar gesteld voor de Amerikaanse troepen gedurende het laatste gedeelte van de Tweede Wereldoorlog. Ik verbleef meer dan drie weken in het ziekenhuis in Reims, totdat ik sterk genoeg was om de thuisreis te hervatten. Bij aankomst woog ik nog 110 – 112 pond, kon niets binnenhouden, en werd door de artsen op een vlak dieet gezet van baby voedsel en Jelly-O [een soort gelei met vitaminen. Red.] Het nam vier dagen in beslag en zware medicijnen alleen om de diarree te stoppen. Daarna begon mijn gewicht weer langzaam toe te nemen. Na tien dagen was mijn gewicht tot 137 pond gestegen. Een toename van 25 pond dat eigenlijk vanaf de vijfde tot de tiende dag eraan was gekomen. Op 9 juni was ik in staat om het hospitaal te verlaten om via Parijs naar de Franse kust te gaan. Ik bracht 30 uur door in Parijs, mijn eerste van menig bezoek aan die prachtige stad, die toen in juni nog zo menig spoor droeg van de oorlog. Op zondag 10 juni verhuisde ik naar Camp Lucky Strike aan de kust waarvandaan ik een week later kon inschepen op een Liberty* naar New York. [* Liberty schepen waren in de oorlog in recordtempo gebouwd als vrachtschip voor de aanvoer van materiaal van de USA naar Europa. Red.] We voeren voorbij het Vrijheidsbeeld op zaterdagmiddag 30 juni, voeren verder naar een kade en vervolgden onze weg naar Camp Kilmer dat als ons opvangcentrum fungeerde. Die avond kreeg ik een verlofpas om mijn ouders te kunnen opzoeken in Freeport, een uurtje daarvandaan.

    Mijn moeder had meer dan ik geleden van de oorlog. Ze had op 12 januari bericht gekregen van het Ministerie van Oorlog, dat ik vermist werd. Het uitblijven van mijn regelmatige post, (tenminste twee brieven per week) had de familie gealarmeerd, maar het telegram van het Ministerie van Oorlog was vernietigend. We hadden Rode Kruis-formulieren gestuurd vanuit Mühlberg vroeg in januari, waarmee we familie op de hoogte konden stellen dat we gevangenen waren en men had ons verzekerd dat deze binnen een paar dagen bezorgd zouden worden. Mijn moeder ontving twee tekens van leven van mij. Dat formulier en een volgende Rode Kruis Postkaart, op 11 april, de eerste keer dat ze een teken van leven had gekregen. Natuurlijk kregen ze onmiddellijk een telegram van mij vanuit het hospitaal in Frankrijk, maar mijn fysieke aanwezigheid op die avond van 30 juni, was pas het enige en eerste echte bewijs. Mijn vader vertelde me dat mijn ogen nog erg diep in hun kassen stonden; maar dat ik voor het overige er best uitzag.

    Ik moest de volgende dag terug naar Camp Kilmer, werd doorgestuurd naar Fort Dix maar op 4 juli kreeg ik 75 dagen verlof om op te knappen en aan te sterken, geestelijk en lichamelijk. Die 4de juli was mijn eenentwintigste verjaardag! Wat een geweldige verjaardag kregen mijn ouders en ik van Uncle Sam. De rest is een anticlimax. In september moest ik terug in dienst en werd naar Asheville, N.C. verordonneerd voor fysieke en psychologische tests; daarna naar Fort Bragg tot ik in aanmerking kwam voor eervol ontslag en demobilisatie op zondag 25 november 1945.

    Definitielijst

    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.

    Afbeeldingen

    Fort Bragg, november 1945.

    Bronnen

    Dit ooggetuigenverslag van Gifford B. Doxsee werd via Egbert van de Schootbrugge beschikbaar gesteld aan Go2War2.nl. Het verslag werd vertaald door de redactie van Go2War2.nl.