De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Ochtendzittng 1 03-06-1946

Dr. Wilhelm Jäger was belast met het toezicht op de werkkampen van de firma Krupp in Essen. Hij werd verhoord door Dr. Robert Servatius, de raadsman van Fritz Sauckel.

De PRESIDENT: Dr. Servatius.
Dr. SERVATIUS: Meneer de President, de getuige Jäger moet over een half uur verschijnen.
De PRESIDENT: Dr. Servatius, u weet dat getuige Jäger aanwezig is, niet waar?
Dr. SERVATIUS: Ja, hij is aanwezig.
De PRESIDENT: U weet dat hij aanwezig is?
Dr. SERVATIUS: Dan, met toestemming van het Tribunaal, roep ik getuige Jäger op.
(de getuige gaat naar de getuigenbank.)
De PRESIDENT: Wilt u altublieft uw volledige naam zeggen?
Dr. WILHELM JÄGER: (getuige): Dr. Wilhelm Jäger.
De PRESIDENT: Wilt u mij deze eed nazeggen: Ik zweer bij God, de Almachtige en de Alwetende dat ik de zuivere waarheid zal spreken en niets zal verzwijgen of toevoegen.
(de getuige herhaalt de eed.)
De PRESIDENT: U kunt gaan zitten.
Dr. SERVATIUS: Getuige, gedurende de oorlog werkte u als arts bij de firma Krupp in Essen en u was belast met de medische zorg in de kampen voor buitenlandse arbeiders?
JÄGER: Ja.
Dr. SERVATIUS: Door wie werd u daar aangesteld?
JÄGER: Ik werd aangesteld door de firma Krupp die me in dienst nam toen er een verandering in de zorg voor buitenlandse arbeiders werd doorgevoerd door de openbare gezondheidsdienst die het over moest nemen.
Dr. SERVATIUS: Werd u ook niet op deze post benoemd door het DAF (Deutsches Arbeiter Front).
JÄGER: Nee, het contract dat de firma Krupp met mij overeen kwam, werd gesloten via het DAF.
Dr. SERVATIUS: Als ik u goed begrijp sloot u dit contract niet direct met het DAF maar u had verplichtingen jegens het DAF, niet waar?
JÄGER: Ik had nooit het gevoel dat ik in dat verband ooit iets met het DAF te maken had.
Dr. SERVATIUS: Getuige, stuurde u niet voortdurend rapporten naar het DAF over de toestanden in de kampen?
JÄGER: Dat gebeurde maar in een paar gevallen, zo ver ik mij herinner. In het algemeen stuurde ik die rapporten naar de openbare gezondheidsdienst en naar de firma Krupp.
Dr. SERVATIUS: Rapporteerde u ook niet aan de Inspectie?
JÄGER: Niet altijd. Ik rapporteerde maar een paar gevallen aan de gezondheidsdienst van de stad Essen, maar alleen in individuele gevallen wanneer het mij belangrijk leek dat de gezondheidsdienst moest worden geïnformeerd.
Dr. SERVATIUS: Kent u het kantoor van de openbare gezondheidsdienst?
JÄGER: Ja.
Dr. SERVATIUS: Aan welke dienst was dat verbonden?
JÄGER: Dat was in Essen.
Dr. SERVATIUS: Ik bedoel de plaats niet, maar aan welke dienst was dat verbonden. Was dat niet aan het DAF?
JÄGER: Ik kan dat niet met zekerheid zeggen. Ik weet alleen dat het een onderafdeling was van de openbare gezondheidsdienst in Essen.
Dr. SERVATIUS: Is het u bekend dat de buitenlandse arbeiders onder de zorg en de controle van het DAF vielen?
JÄGER: Ja.
Dr. SERVATIUS: Ook wat betreft hun gezondheid?
JÄGER: Ik heb maar bij één gelegenheid een commissie van het DAF in mijn kamp ontmoet.
Dr. SERVATIUS: Kende u de instelling van Gau artsen?
JÄGER: Een dergelijke instelling zou in Essen worden opgezet maar dat gebeurde niet. Destijds, toen we net een typhusepidemie achter de rug hadden, stelde ik aan de ambtenaar van gezondheid –dat was toen Dr. Heinz Buhler uit Muhlheim- voor dat er iets dergelijks moest worden opgezet. Later tijdens een vergadering heb ik nog over mijn idee gesproken maar ik hoorde niets meer over dit Gau kantoor voor kampartsen.
Dr. SERVATIUS: Dat is voldoende. Hoeveel kampen had u onder uw toezicht?
JÄGER: Dat verschilde. Eerst kunnen het er vijf of zes geweest zijn, later misschien 17 of 18 en nog later nam dat aantal af. Maar ik kan u op dit moment het juiste aantal niet geven.
Dr. SERVATIUS: Wat was de aard van uw taak?
JÄGER: Boven alles werd ik verondersteld de medische zorg voor buitenlandse arbeiders te verzekeren.
Dr. SERVATIUS: Had u ook iets te maken met de behandeling van zieken?
JÄGER: Alleen wanneer ze bij mij werden gebracht en wanneer ik in het kamp was. Ik hield me altijd persoonlijk bezig met individuele gevallen in de kampen wanneer ik ze inspecteerde.
Dr. SERVATIUS: U had niet alleen een toezichthoudende functie, u behandelde zelf ook?
JÄGER: Wanneer ik in een kamp was werd ik geraadpleegd door de kampartsen en ik adviseerde hen.
Dr. SERVATIUS: Wat was de taak van de kampartsen?
JÄGER: De kampartsen hadden hun dagelijkse dienst in het hospitaal en de zorg voor de patiënten in het algemeen.
Dr. SERVATIUS: Uw werk was dus van toezichthoudende aard?
JÄGER: Ja, toezichthouder.
Dr. SERVATIUS: Getuige, de Aanklager heeft u buiten deze rechtszaal herhaaldelijk verhoord?
JÄGER: Ja.
Dr. SERVATIUS: U bent al eerder in Neurenberg geweest, in dit gebouw?
JÄGER: Ja.
Dr. SERVATIUS: Hebt u een beëdigde verklaring afgelegd over de toestanden in de kampen van Krupp?
JÄGER: Ja.
Dr. SERVATIUS: Ik zal u die verklaring voorleggen. Het is een verklaring van 15 oktober 1945. Hebt u die afgelegd als getuige à charge?
JÄGER: Zover ik mij kan herinneren, ja.
Dr. SERVATIUS: Ik vraag u nu of u nog steeds achter de verklaringen staat die u destijds aflegde?
JÄGER: Ja.
Dr. SERVATIUS: Ik zal de verklaringen aan u voorlezen: "Mijn naam is Dr. Wilhelm Jäger. Ik ben arts in Essen .... "
De PRESIDENT: Dr. Servatius, we kunnen niet toestaan dat u hem het hele document voorleest. U kunt hem vragen hetgeen u wilt bestrijden.
Dr. SERVATIUS: Prima.
(hij wendt zich tot de getuige.) U zegt ongeveer in het midden van de eerste pagina: "Ik begon mijn werk met een grondige inspectie van de kampen. Toen, in 1942, trof ik de volgende toestanden aan ...." en u gaat verder met te zeggen: "De Ostarbeiter waren in de volgende kampen ondergebracht: Seumannstrasse, Grieperstrasse, Spendlerstrasse, Hoegstrasse, Germaniastrasse, Dechenschule ....."
De PRESIDENT: Bestrijdt u dat?
Dr. SERVATIUS: Ja.
De PRESIDENT: Waar waren die kampen?
Dr. SERVATIUS: Ja, dat is wat ik hem wil vragen. (hij wendt zich tot de getuige). Bestonden die kampen toen en waren ze in gebruik?
JÄGER: Zover ik mij kan herinneren. Men moet in aanmerking nemen dat toen ik met mijn werk begon ik helemaal niet wist welke kampen er bestonden. Op een vergadering, die bijeen was geroepen, waar doktoren van de verschillende nationaliteiten aanwezig waren, vroeg ik allereerst welke kampen er waren. Dat wisten zij niet en toen werd er een lijst overhandigd waarop de kampen stonden. Toen ...
Dr. SERVATIUS: Getuige, u hebt hier de kampen bij name genoemd en toch bent u er niet zeker van of die kampen destijds, in oktober 1942, bestonden?
JÄGER: Ik heb de kampen genoemd die bij het begin van mijn activiteiten bestonden, voor zover ik mij kon herinneren. Ik moest zelf naar elk van die kampen toegaan en ik was helemaal op mijzelf aangewezen.
Dr. SERVATIUS: Verder, betreffende het voedsel voor de Ostarbeiter –als u wilt kijken op de tweede pagina van het document- u verklaart daar:
"Het voedsel voor de Ostarbeiter was totaal onvoldoende. Ze kregen 1.000 calorieën per dag minder dan het minimum voor Duitsers ....."
De PRESIDENT: Dr. Servatius, onder de namen van de kampen zegt hij: "...allemaal omgeven door prikkeldraad en werden streng bewaakt." Ik neem aan dat u dat bestrijdt?
Dr. SERVATIUS: Waren de kampen omgeven door prikkeldraad en werden die streng bewaakt, zoals hier staat?
JÄGER: In het begin, ja.
Dr. SERVATIUS: Maar u weet niet of dat het geval was in alle kampen, niet waar?
JÄGER: De kampen die ik bezocht, waar ik nog niet bekend was, bijvoorbeeld Kramerplatz en Dechenschule, werden streng bewaakt en ik moest mijn papieren laten zien om binnen te kunnen komen.
Dr. SERVATIUS: Ik herhaal mijn vraag over het voedsel. U zei dat de Ostarbeiter 1.000 calorieën minder per dag kregen dan het minimum voor Duitsers. Waar Duitse arbeiders die zwaar werk deden 5.000 calorieën per dag kregen, kregen Ostarbeiter die hetzelfde werk deden slechts 1.000 calorieën per dag. Is dat waar?
JÄGER: Dat was zo aan het begin van mijn activiteiten. Het voedsel voor Ostarbeiter –zoals kon worden opgemaakt uit de aangeplakte lijsten- was vastgesteld per hoeveelheid en er was verschil tussen dat voor Ostarbeiter en dat voor Duitse arbeiders. De 5.000 calorieën die hier worden genoemd, werden gegeven aan bepaalde categorieën Duitse arbeiders die het zwaarste werk deden. Die werden niet aan iedereen gegeven.
Dr. SERVATIUS: Getuige, ik zal u een calorieëntabel tonen. Ik dien bij het Tribunaal een kopie van deze tabel in. Dit is een nauwkeurige lijst van het aantal calorieën waar de individuele categorieën arbeiders recht op hadden. Het begint op 9 februari 1942 en toont de individuele rantsoenen voor de diverse soorten arbeiders; op de laatste pagina staat een samenvatting van het gemiddeld aantal calorieën dat werd toegewezen.
Er staat hier in de samenvatting, Groep 1, Ostarbeiter en Sovjet krijgsgevangenen: Middelzwaar werk, 2.156 calorieën; zwaar werk 2.615, zeer zwaar werk 2.909; langdurig werk en 's nachts 2.244. Bent u bekend met deze cijfers?
JÄGER: Ongeveer.
Dr. SERVATIUS: Wilt u dat vergelijken met datgene wat de Duitse arbeiders kregen. Gemiddelde consument, 2.846 calorieën, zwaar werk 3.159, zeer zwaar werk 3.839, langdurig werk en 's nachts 2.846. Is dat in overeenstemming met uw verklaring volgens welke u zei dat Duitse arbeiders die het zwaarste werk deden 5.000 calorieën kregen waar de Ostarbeiter er slechts 2.000 kregen?
De PRESIDENT: Het is erg moeilijk de cijfers te volgen tenzij u ons de juiste pagina noemt. Bent u op de laatste pagina?
Dr. SERVATIUS: Dit is een samenvatting.
De PRESIDENT: Jawel, maar op welke pagina bent u?
Dr. SERVATIUS: Op de laatste pagina, het laatste blad aan de rechterzijde. Eerst staan er de voedselgroepen 1, 2 en 3 op verschillende pagina's en dan op de laatste pagina, aan de rechterzijde naast Groep 3, betreffende de Polen, staat er een samenvatting van het aantal calorieën voor Ostarbeiter, voor Duitsers en voor Polen. Als u het aantal caloriën in de kolommen hier vergelijkt, moet dat overeenkomen met wat de getuige heeft verklaard. Hij heeft er de arbeiders met het zeer zware werk uitgehaald en gezegd dat de Duitsers 5.000 caloriën ontvingen, de tabel toont aan dat ze er maar 3.839 kregen. Hij zegt ook dat de Ostarbeiter 2.000 caloriën ontvingen terwijl ze er, volgens de tabel 2.900 kregen –dat wil zeggen, in plaats van een verhouding van 5.000 tot 2.000 is dat een verhouding van 2.900 tot 3.800- in ronde getallen ongeveer 1.000 calorieën en geen, zoals de getuige hier heeft gezegd, 3.000 calorieën. Is dat juist? Blijft u bij uw verklaring? Er moet een onderscheid worden gemaakt ....
De PRESIDENT: Ik heb het antwoord van de getuige niet gehoord.
Mr. DODD: Ik denk dat het voor het Tribunaal nuttig zou zijn, en zeker voor de Aanklager, als wordt vastgesteld wie deze tabel heeft opgesteld en of de cijfers die hier gegeven zijn wel of niet gelden voor de kampen waarop deze getuige het toezicht had. Als ik hem doorkijk kan ik er niet uit opmaken waar hij werd opgesteld, alleen op de voorpagina staat:
"Volgens de voedseltabel door Dr. Hermann Schall, medisch directeur van het Westend sanatorium. Berekeningen van gecontroleerde voedselhoeveelheden voor de kampen van de firma Krupp ....." Enzovoorts.
Maar deze zaken kunnen door de griffier worden opgesteld en aan de getuige gegeven. Tenzij dit ergens op gebaseerd is, vind ik het een onbehoorlijke manier voor een kruisverhoor.
Dr. SERVATIUS: Ik bezit een beëdigde verklaring als bewijs waar deze tabel vandaan komt.
De PRESIDENT: Hebt u deze tabel ooit eerder gezien?
Dr. SERVATIUS: Het is de beëdigde verklaring van de getuige Hahn.
JÄGER: Werd mij een vraag gesteld?
Dr. SERVATIUS: De getuige heeft het origineel. Het is een bijlage. Mag ik de getuige vragen mij het document terug te geven?
JÄGER: Ik wilde over dit onderwerp een verklaring afleggen. Aan het begin van mijn activiteiten verschilde het voedsel van de Ostarbeiter zeker van dat van de Duitse arbeiders en ook van dat van de zogenaamde Westerse arbeiders; Fransen, Belgen enzo. Men kan uit de cijfers opmaken dat, hoewel het hier niet precies staat, er tenminste een verschil is van 700 tot 800 caloriën. In het begin, tot aan februari of maart 1943, meen ik, kregen de Ostarbeiter geen extra rantsoenen voor lange uren, zwaar werk of zeer zwaar werk. Deze extra rantsoenen werden pas verstrekt nadat Sauckel hiertoe had bevolen en dat was, als ik me goed herinner aan het begin van 1943. Destijds, zo ver ik mij herinner, werden Ostarbeiter gelijk gesteld met Duitse arbeiders voor zover het de voeding betrof; ze kregen voor lange uren, zwaar werk en zeer zwaar werk extra rantsoenen die ze eerder helemaal niet hadden gekregen.
Dr. SERVATIUS: Getuige, als ik u goed begrijp wilt u zeggen dat deze tabel juist kan zijn maar dat in werkelijkheid de arbeiders niet kregen wat er in de tabel staat vermeld. Begreep ik u goed?
JÄGER: Zelfs aan deze tabel kunt u het verschil zien.
Dr. SERVATIUS: U noemde een verschil van 3.000 calorieën waar de tabel een verschil van ongeveer 1.000 calorieën toont.
JÄGER: Ik heb eerder gezegd dat er individuele groepen arbeiders waren die het zwaarste werk deden –zoals stokers en mijnwerkers- en dat zij tot 5.200 calorieën ontvingen. Dat was echter niet de regel. Alleen heel speciale arbeiders kregen tot 5.200 calorieën.
Dr. SERVATIUS: Wat u hier dan zegt is niet juist want u noemde dat niet. U zegt in het algemeen dat waar de Duitse arbeider die het zwaarste werk deed 5.000 calorieën kreeg, de Ostarbeiter die hetzelfde werk deed slechts 2.000 calorieën per dag ontving. Dat is echter een algemene verklaring en die toont niet aan dat u verwijst naar uitzonderlijke gevallen van individuele groepen arbeiders. Is dat juist?
JÄGER: Zo zag ik dat en ik geloof dat u het begrijpt zoals het hier staat.
De PRESIDENT: Nu, waar komt deze tabel vandaan en dient u hem in? Gaat u hem indienen?
Dr. SERVATIUS: In de beëdigde verklaring wordt deze bewering geüit en de getuige zei destijds duidelijk dat arbeiders die het zwaarste werk deden 5.000 calorieën kregen als ze Duitser waren en als ze Ostarbeiter waren kregen ze er maar 2.000. Dat is een duidelijke uitspraak in die verklaring die niet in overeenstemming is met de tabel.
De PRESIDENT: Brengt u die in als bewijsmateriaal?
Dr. SERVATIUS: Ja.
De PRESIDENT: Wat wordt het? Welk nummer wordt het?
Dr. SERVATIUS: Dat wordt bewijsstuk Sauckel-11.
De PRESIDENT: Verwijst de verklaring naar de tabel?
Dr. SERVATIUS: Ik vroeg het omdat ik de juistheid van de tabel aanvecht.
De PRESIDENT: Nee, ik vroeg of de verklaring naar de tabel verwijst en de tabel noemt, de tabel die de getuige juist in handen had.
Dr. SERVATIUS: Ja.
De PRESIDENT: Dr. Servatius, u hebt een beëdigde verklaring van Walter Hahn ingediend. Wordt in die verklaring de tabel genoemd en staat er waar de tabel vandaan komt, wie hem heeft opgesteld en waarnaar die verwijst?
Dr. SERVATIUS: De beëdigde verklaring met het nummer D-288 vermeldt de tabel niet maar alleen de verklaring die ik heb ingediend. Ik begrijp nu dat het een verklaring is van de getuige Hahn, dat de tabel is bijgevoegd en dat die wordt gedekt door de verklaring die getuige heeft afgelegd. Dat document dien ik in als bewijsstuk.
De PRESIDENT: Ik had het over de verklaring van Walter Hahn, vermeldt die en is die toegevoegd aan de tabel? Welke pagina? Het zijn zeven pagina's weet u. We kunnen het niet vinden tenzij u het ons verteld.
Dr. SERVATIUS: De Duitse tekst, op pagina 4.
De PRESIDENT: Bedoelt u waar staat: "Het aantal calorieën in dit voedsel kan worden afgelezen uit de calorieëntabel die ik heb opgesteld en die voor de hele oorlogsperiode geldt"? Bedoelt u dat? Dat staat op pagina 4 van ons exemplaar. Het staat onder de kop "C": Voedselvoorraad voor Franse krijgsgevangenen en Italiaanse geïnterneerde militairen."
Dr. SERVATIUS: Het staat, zoals ik al eerder zei, op pagina 4 van de Duitse tekst, waar staat dat de rantsoenen waren gebaseerd op calorieën en dat de calorische waarde van het voedsel afgelezen kan worden uit de berekeningen die de hele duur van de oorlog beslaan. Dat is het bijgevoegde document.
De PRESIDENT: Het is juist te zeggen dat het document is bijgevoegd maar er wordt op geen enkele manier naar verwezen.
Dr. SERVATIUS: Maar het document is bijgevoegd, het is dus duidelijk dat het er bij hoort.
De PRESIDENT: Goed.
Mr. DODD: Meneer de President, ik wil hier niet over redetwisten maar –misschien begrijp ik het niet- ik denk dat we moeten weten wanneer deze tabel werd opgesteld en door wie. De verklaring vermeldt dat het een bijlage is. Misschien is die opgesteld door meneer Hahn, maar dat weten we nog niet; deze getuige heeft hierover geen verklaring afgelegd en de raadsman heeft het ons niet verteld.
De PRESIDENT: Mr. Dodd, het geval ligt zo, niet waar, de man genaamd Walter Hahn heeft een verklaring afgelegd behorende bij deze tabel. Die verklaring is gedateerd, meen ik ....
Mr. DODD: Ja, 1946.
De PRESIDENT: ...... nadat de verklaring door deze getuige is afgelgd en ondersteunt tot in details het bewijs dat deze getuige heeft geleverd.
Mr. DODD: Ja. Wat ik goed wil begrijpen is dat deze tabel, waarover deze getuige wordt verhoord, blijkbaar niet is opgesteld in de periode waarin hij verantwoordelijk was voor deze kampen en tot nu toe blijkt uit het kruisverhoor niet dat dat zo is en ik meen dat het van groot belang is voor het bewijs dat in dit kruisverhoor wordt aangevoerd.
Ik zou willen opmerken dat Sauckel tot zijn verdediging aanvoerde dat hij niets te maken had met voeding en verzorging van deze arbeiders nadat ze in Duitsland aankwamen maar dat de verantwoordelijkheid daarvoor bij het DAF lag. Ik meen dat het nuttiger zou zijn als de raadsman dat wil verduidelijken zodat we weten of hij de verantwoordelijkheid aanvaardt nadat ze aankwamen en of dat het doel is van dit kruisverhoor.
De PRESIDENT: Gaat u verder.
Dr. SERVATIUS: Meneer de President .....
De PRESIDENT: Een moment. Het Tribunaal is van mening dat u uw kruisverhoor niet hoeft te onderbreken. U kunt verder gaan.
Dr. SERVATIUS: De Aanklager heeft die bewering alleen gemaakt als beschuldiging tegen Sauckel. Als de Aanklager nu van mening is dat Sauckel niet verantwoordelijk was voor de gebeurtenissen in de fabrieken maar dat eerder de leiding van de fabriek dat was en dat hij niet verantwoordelijk was voor de krijgsgevangenen maar het leger, dan heb ik deze getuige niet meer nodig.
De PRESIDENT: Gaat u alstublieft verder met uw verhoor.
Dr. SERVATIUS: Getuige, u hebt een paar verklaringen afgelegd met betrekking tot de kleding van Ostarbeiter. U zei dat ze in dezelfde kleren sliepen waarmee ze uit het Oosten waren gekomen en dat ze vrijwel geen van allen overjassen hadden en daaarom gedwongen waren hun dekens te gebruiken –zelfs in koud en regenachtig weer- hun dekens moesten gebruiken in plaats van overjassen. Was dat een veel voorkomend verschijnsel of slechts in individuele gevallen?
JÄGER: Om misverstanden te voorkomen moet ik nogmaals verklaren: aan het begin van mijn werk was ik geheel op mijzelf aangewezen. Er was geen kampleiding. Er was niemand om mee samen te werken. Zowel de calorieëntabel als de kledingtabel werden later gemaakt.
De bestaande kampleiding was –volgens Hahn als ik me goed herinner- slechts tot februari of april 1943 in functie. De periode die ik van plan was te beschrijven, en hier heb beschreven, betreft uitsluitend de periode waarin ik met mijn werk begon. Destijds waren de feitelijke toestanden zoals ik ze heb beschreven en daar moest ik op afgaan. Dat omvatte ook kleding, zoals ik heb bevestigd. Deze mensen bleven een tijd lang in dezelfde toestand als bij hun aankomst, voor zover het kleding betrof en voor zover ik weet hebben ze destijds niets anders gekregen.
Dr. SERVATIUS: Wat werd daaraan gedaan?
JÄGER: Ik meldde deze toestanden zo spoedig mogelijk. Ik weet niet meer wanneer. Voor zover ik het kon zien, was het de bedoeling kleermakerijen, schoenmakerijen en andere ondernemingen in het kamp te vestigen en sommige werden inderdaad geopend.
Dr. SERVATIUS: Een vraag. Gingen de toestanden in de loop van uw werk in het algemeen steeds verder vooruit of werden ze slechter?
JÄGER: Na 1943 werden ze niet slechter. Na de eerste zware luchtaanvallen was de verwarring altijd erg groot. Een groot deel werd door brand verwoest. Ik herinner me dat op een nacht 19.000 mensen dakloos werden; en natuurlijk ging kleding en ondergoed ook verloren. Het duurde natuurlijk enige tijd om deze verliezen aan te vullen.
Dr. SERVATIUS: Werden deze toestanden veroorzaakt door de firma Krupp of door gebrek aan toezicht van de kant van het DAF?
JÄGER: Zoals ik al heb gezegd, leden van het DAF zag ik maar een keer in het kamp. Die commissie uitte toen werkelijk kritiek op de toestanden. Dat was in het kamp Kramerplatz en de firma Krupp kreeg toen een boete, vanwege die toestanden. Maar dat was de enige keer dat ik in contact kwam met het DAF.
Dr. SERVATIUS: Maakte de firma Krupp op enige wijze bezwaar tegen de verbeteringen zodat het DAF tussenbeide moest komen?
JÄGER: Dat kan ik niet zeggen. Ik had op dat gebied geen enkele invloed, wist er niets van en dacht er niet aan want ik had alleen te maken met medische zaken en nam geen deel aan vergaderingen van de firma Krupp of het DAF. Ik kon alleen maar verslag uitbrengen.
Dr. SERVATIUS: Getuige, u hebt ook verklaringen afgelegd betreffende de gezondheidstoestand en u zei dat de voorziening van medische instrumenten, verbandmiddelen, medicijnen en ander medische zaken totaal onvoldoende was in deze kampen. Is dat waar of waren dat uitzonderingen of was het een destijds bestaande toestand?
JÄGER: Zo trof ik in oktober 1942 de kampen aan en ik moest langzaam aam die toestanden verbeteren. Later waren er natuurlijk meer verbeteringen.
Dr. SERVATIUS: U zegt hier dat het aantal Ostarbeiter dat ziek werd tweemaal zo hoog lag als bij Duitse arbeiders; dat tuberculose veelvuldig voorkwam en dat het percentage onder de Ostarbeiter vier maal zo hoog was als onder Duitsers. Is dat juist?
JÄGER: Dat was aan het begin het geval toen we arbeiders kregen die nog helemaal geen medisch onderzoek hadden ondergaan. Toen ik in de kampen was hoorde ik van de kampartsen –en zag het met eigen ogen tijdens mijn inspecties- dat er veel zieken waren. Het aantal lag veel hoger dan onder de Duitsers, voor zover ik dat toen kon zien.
Dr. SERVATIUS: En wat werd daaraan door de firma Krupp gedaan?
JÄGER: Nadat we hadden ontdekt dat we met tuberculose te maken hadden onderzochten we grote aantallen arbeiders, we deden zelfs röntgenonderzoek. Daarna werden de lijders aan tuberculose afgescheiden van de anderen en voor medische behandeling opgenomen in het hospitaal van Krupp.
Dr. SERVATIUS: U noemde daarna typhus en zei dat dat onder de arbeiders ook veelvuldig voorkwam.
JÄGER: Daar hield ik mij in het bijzonder mee bezig omdat we ongeveer 150 gevallen hadden.
Dr. SERVATIUS: Wanneer?
JÄGER: Gedurende de hele periode van 1942 tot 1945.
Dr. SERVATIUS: Hoeveel arbeiders had u gedurende die tijd?
JÄGER: Oh, dat varieërde.
Dr. SERVATIUS: Maakt u eens een schatting?
JÄGER: Nou, als ik me goed herinner waren er misschien wel 23.000 of 24.000, misschien meer. Later hadden we er ongeveer 9.000. Maar deze aantallen varieërden.
Dr. SERVATIUS: Acht u het juist te zeggen dat wanneer 150 mensen uit een dergelijk groot aantal over een zo lange periode aan typhus lijden, dat het veelvuldig onder arbeiders voorkwam?
JÄGER: Ja, want er heerste helemaal geen typhus onder de Duitse bevolking. Die verklaring is dus gerechtvaardigd. Als er onder een bevolking van 400.000 of 500.000 –zoveel waren dat er in Essen destijds- helemaal geen typhus heerst en men neemt een gemiddelde van 20.000 met 150 typhusgevallen op die 20.000 kan men dat zeker zo stellen.
Dr. SERVATIUS: Met andere woorden, u blijft bij uw verklaring, dat het een juiste verklaring is dat typhus veelvuldig voorkwam. U zegt verder dat deze ziekten werden overgebracht door vliegen, luizen, vlooien en ander ongedierte waar de kampbewoners onder te lijden hadden. Was dat in alle kampen het geval?
JÄGER: Dat was in bijna alle kampen het geval toen ik met mijn werk begon. Er werd toen door de firma Krupp een gelegenheid voor desinfectie opgezet die direct daarna bij een luchtaanval werd geraakt. Het werd toen herbouwd en een tweede keer verwoest.
Dr. SERVATIUS: U zegt dat in geval van ziekte de arbeiders aan het werk moesten totdat een kamparts verklaarde dat zij arbeidsongeschikt waren. In de kampen aan de Seumannstrasse, Grieperstrasse, Germaniastrasse, en de Kapitän Lehmannstrasse waren er geen dagelijkse spreekuren en dat in deze kampen de artsen maar eens in de twee of drie dagen verschenen. Als gevolg daarvan waren arbeiders gedwongen aan het werk te gaan ondanks hun ziekte, totdat er een arts verscheen. Is dat juist?
JÄGER: Natuurlijk moest een arbeider werken tenzij een dokter verklaarde dat hij niet fit was. Het was hetzelfde bij de Duitse bevolking. Ik ben zelf keuringsarts en ik weet dat in vele gevallen een man aan het werk moest als hij zich niet ziek melddde; in dat geval was er geen verschil.
Dr. SERVATIUS: En u zegt dat zulks het geval was in de kampen die u noemde; dat er geen echt spreekuur was, hetgeen betekende dat iemand zich onmogelijk ziek kon melden?
JÄGER: Maar hij kon naar een dokter gaan. Omdat daar geen artsen waren regelde ik juist dat mensen wanneer mogelijk tijdens mijn spreekuur naar mij toekwamen, naar mij persoonlijk.
Dr. SERVATIUS: Maar u zei hier .....
De PRESIDENT: Ik schors nu de zitting. (de zitting werd geschorst.)

Definitielijst

Gau
Door de NSDAP ingesteld landsdistrict van het Duitse Rijk.

Ochtendzitting 2

Dr. SERVATIUS: Getuige, u zei net dat arbeiders zich ziek konden melden zelfs wanneer er geen arts aanwezig was, dat daar een of andere voorziening voor was getroffen. Hier zegt u dat de kampen slechts eens in de twee of drie dagen werden bezocht door dienstdoende kampartsen met als gevolg dat arbeiders, ondanks hun ziekte, aan het werk moesten totdat er een dokter aanwezig was. Is dat juist?
JÄGER: Dat is verkeerd uitgedrukt. Als iemand zich ziek meldde moest hij naar een dokter gebracht worden, of de dokter werd gewaarschuwd.
Dr. SERVATIUS: Getuige, ik zou graag nog een keer willen terugkomen op de verspreiding van typhus. Hoeveel sterfgevallen had dat tot gevolg?
JÄGER: Dat resulteerde in slechts drie of vier sterfgevallen en dat gebeurde alleen maar omdat de ziekte te laat werd vastgesteld. Ik nam altijd zelf de leiding bij de typhusgevallen en liet ze onmiddellijk naar het ziekenhuis brengen want ik was er verantwoordelijk voor.
Dr. SERVATIUS: U zegt ergens anders, op pagina 2: "het schema van bevoorrading schreef wekelijks een beetje vlees voor. Alleen vrijbankvlees kon voor dit doel worden gebruikt, paardenvlees, met tuberculose besmet vlees of vlees dat door de veearts was afgekeurd." Betekent dat dat de buitenlandse arbeiders slecht vlees kregen?
JÄGER: De uitdrukking "vrijbankvlees" moet even worden verklaard. Dat was vlees dat door de veearts niet was vrijgegeven voor consumptie maar dat na op een speciale manier behandeld te zijn, zeer geschikt was voor menselijke consumptie. Zelfs in vredestijd en daarna kocht de Duitse bevolking dit vlees. Gedurende de oorlog ontving de Duitse bevolking een dubbele hoeveelheid vrijbankvlees op hun bonnen.
Dr. SERVATIUS: De veearts gaf het dus vrij voor consumptie?
JÄGER: Vlees dat in eerste instantie was afgekeurd werd voor menselijke consumptie vrijgegeven nadat het op een speciale manier was behandeld en daarna niet meer schadelijk was.
Dr. SERVATIUS: De uitdrukking: "afgekeurd door de veearts" betekent dus dat het eerst werd afgekeurd en daarna vrijgegeven?
JÄGER: Ja, daarna vrijgegeven.
Dr. SERVATIUS: Getuige, met betrekking tot het Franse krijgsgevangenenkamp in de Noggerathstrasse zei u het volgende:
"Dit kamp werd bij een bombardement vernietigd en de geïnterneerden werden bijna een half jaar lang gehuisvest in hondenhokken, latrines en oude ovens." Is dat juist?
JÄGER: Zo trof ik dat kamp aan.
Dr. SERVATIUS: En u zag dat met eigen ogen, een half jaar lang?
JÄGER: Ik ben er maar drie keer geweest. Het werd mij op die manier beschreven en ik trof het kamp in die toestand aan. Voor zover ik toen kon vaststellen had het ongeveer 4 maaanden in die toestand verkeerd; daarna werd het herbouwd.
Dr. SERVATIUS: Getuige, ik interesseer me voor die hondenhokken. Hoeveel hondenhokken waren er. Waren het echte hondenhokken of was het een geringschattende naam voor een ander soort huisvesting?
JÄGER: Dat was een uitdrukking van mijzelf want de geïnterneerden timmerden die hokken zelf in elkaar.
Dr. SERVATIUS: Geldt dat ook voor de latrines of wat betekent dat?
JÄGER: Dat was de plek waar de dokter zijn spreekuur hield.
Dr. SERVATIUS: Was dat een voormalige latrine of was het een latrine die als zodanig werd gebruikt?
JÄGER: Een voormalige latrine.
Dr. SERVATIUS: Het was dus een voormalige latrine die herbouwd was?
JÄGER: Die was niet herbouwd, die was zoals die was.
Dr. SERVATIUS: Werd die latrine dan nog gebruikt?
JÄGER: Hij was niet meer in gebruik.
Dr. SERVATIUS: Dan zegt u dat er geen tafels, stoelen of kasten in dit kamp waren?
JÄGER: Dat was ook niet het geval.
Dr. SERVATIUS: Getuige, hebt u deze verklaring die u gezien hebt onder ede afgelegd?
JÄGER: Ja, degene die ik eerder heb gezien.
Dr. SERVATIUS: Bent u er zeker van dat het de verklaring is die u net in handen had?
JÄGER: Thuis in Chemnitz heb ik bepaalde zaken in het verslag van dit verhoor, dat aan mij werd overlegd, doorgehaald en mijn initialen onder de verbeteringen gezet……
Dr. SERVATIUS: Deze zin, hebt u ….
De PRESIDENT: Wilt u hem niet onderbreken.
Dr. SERVATIUS: Gaat u verder.
JÄGER: Ik neem aan dat dit het gecorrigeerde verslag is.
Dr. SERVATIUS: Maar u hebt het voor u?
JÄGER: Ja, ik heb een verslag voor mij.
Dr. SERVATIUS: Kunt u niet aangeven welke passages u hebt doorgehaald? Waren er veel passages zoals die of slechts enkele woorden?
JÄGER: Nee, soms hele zinnen.
Dr. SERVATIUS: En dat hebt u met een eed bekrachtigd?
JÄGER: Ja, nadat ik deze veranderingen heb aangebracht heb ik dit verslag met een eed bekrachtigd.
Dr. SERVATIUS: Meneer de President, ik zou de aandacht van het Tribunaal willen vestigen op het feit dat deze verklaring zich aan het begin van dit proces in de archieven van Krupp bevond, dat die aanzienlijk korter was en dat een aantal zinnen die de getuige hier onder ede heeft herhaald in die verklaring ontbreken. Ik zou daarom willen voorstellen dat de Aanklager het origineel overlegt, waarvan getuige verklaart dat hij het heeft gewijzigd zodat we kunnen zien wat hij precies heeft geschreven. Voor zover ik weet heeft hij destijds een aantal van die verklaringen geschrapt die hij hier net heeft herhaald. Als voorbeeld noem ik zijn verklaring dat er in dit kamp geen stoelen, tafels of kasten waren. Dat is een zin die geschrapt is. De getuige had destijds zijn twijfels en heeft deze feiten niet met een eed bekrachtigd.
De PRESIDENT: Ik begrijp niet waar u het over heeft. We hebben voor ons liggen wat een beëdigde verklaring heet, die als bewijsmateriaal is ingediend en die door getuige ondertekend is. De getuige zegt nu dat deze verklaring juist is, met uitzondering van de veranderingen die hij tijdens het kruisverhoor heeft genoemd.
Dr. SERVATIUS: Hij zei dat het hele zinnen konden zijn. Ik zou de Aanklager willen vragen het originele document met de geschrapte passages te overleggen omdat ik hier twee verklaringen gezien heb; een korte waarin deze passages blijkbaar zijn weggelaten en een volledige die we voor ons hebben en waarvan getuige zegt dat die is ingekort.
De PRESIDENT: Alles wat getuige zegt, niet waar, is dat die in eerste instantie in een bepaalde vorm aan hem is overlegd? Hij heeft er bepaalde veranderingen in aangebracht. Dan, wiens veranderingen zijn aangebracht –ik weet niet of het een letterlijk afschrift (fair-copy) is of niet- heeft hij hem ondertekend en met een eed bekrachtigd en dat is het document wat we voor ons hebben.
Dr. SERVATIUS: Meneer de President, mijn bewering is deze: Het document dat voor ons ligt toont de doorhalingen niet. De geschrapte woorden staan nog steeds in het document.
De PRESIDENT: U kunt getuige daarover iedere vraag stellen die u wilt.
Dr. SERVATIUS: Hoe hebt u uw verandering aangegeven?
JÄGER: Ik heb de passages met inkt doorgestreept en mijn naam bij de wijzigingen gezet. Het is natuurlijk lastig en ik ben nu niet in staat te zeggen wat ik destijds heb geschrapt want ik heb geen kopie bewaard.
Dr. SERVATIUS: Meneer de President, Als het document dat voor ons ligt op de juiste wijze zou zijn vermenigvuldigd zou het die geschrapte passages moeten tonen, zeker omdat getuige zegt dat hij zijn initiatlen in de kantlijn heeft gezet.
De PRESIDENT: Hebt u het document getekend nadat het is vermenigvuldigd? Getuige, hebt u het document getekend nadat het is vermenigvuldigd? U weet wat een "fair-copy" is?
JÄGER: Ja, ik moet het me precies proberen te herinneren. Het document werd aan mij overlegd. Ik heb de veranderingen erin aangebracht en daarna heb ik drie of vier exemplaren ervan getekend. Deze verslagen werden toen weggenomen en dezelfde dag, of de volgende was ik in Essen en heb dit verslag met een eed bekrachtigd. Daarna heb ik een exemplaar gekregen dat ik het Hof heb voorgelezen.
JÄGER: Was dat een "fair-copy" zonder enige wijzigingen?
JÄGER: Het was een "fair-copy". Ik herinner het me niet precies; dat kan ik echt niet.
Dr. SERVATIUS: En waarom hebt u die veranderingen aangebracht?
JÄGER: Het verslag ontstond op de volgende manier. Kapitein Harris zocht me op en verhoorde mij over deze zaken. Er werden notities gemaakt en daarna stelde meen ik Kapitein Harris het verslag op en vroeg me het te ondertekenen.
Dr. SERVATIUS: En waarom hebt u die veranderingen aangebracht?
JÄGER: Omdat ik die dingen niet kon bekrachtigen, de dingen die ik heb geschrapt, daar kon ik geen eed op afleggen.
Dr. SERVATIUS: Waren die onjuist of gingen die te ver?
JÄGER: Gedeeltelijk gingen die te ver, ik denk dat ik dat zo kan stellen; en gedeeltelijk waren ze onjuist, onbedoeld natuurlijk. Maar ik moest die veranderingen aanbrengen en dat deed ik.
Dr. SERVATIUS: Getuige, als ik u een document toon waarin ik de geschrapte passages in rood heb aangegeven, zou u die passages herkennen?
JÄGER: Dat is erg moeilijk want ik kan me dat niet herinneren.
Dr. SERVATIUS: Dan heb ik verder geen vragen.
Mr. DODD: Het is mij niet geheel duidelijk. Ik weet niet of de raadsman beweert dat er een ander document is, een document dat niet is ingediend. Daar weet ik niets van. We hebben het enige ingediend dat in ons bezit is gekomen.
De PRESIDENT: Hebt u het origineel of is dat bij ....?
Mr. DODD: Er zijn er een aantal gemaakt en ze zijn allemaal als origineel gewaarmerkt. De eerste was de doorslag gemaakt op de schrijfmachine, de anderen zijn fotokopiën. Het was een Brits-Amerikaans team dat de getuige heeft ondervraagd, deze ene kopie is aan ons overhandigd en die hebben we ingediend. Het is het enige exemplaar dat we ooit gezien hebben.
De PRESIDENT: Ik zie in het certificaat bij de vertaling dat het verwijst naar een certificaat gedateerd 14 oktober 1945, getekend door Kapitein N. Webb ..
Mr. DODD: Ja.
De PRESIDENT: U kunt dat aan het einde van het document vinden, denk ik.
Dr. BALLAS: Als voormalig raadsman van de heer Krupp von Bohlen wens ik hierover een verklaring af te leggen. In het dossier van Krupp dat Krupp's raadsman ...
De PRESIDENT: Wacht even. Wat hebt u hier mee te maken. We hebben het nu over de door Dr. Servatius gedane suggestie dat het document dat we nu behandelen ....
Dr. BALLAS: Neemt u mij niet kwalijk, Edelachtbare, ik kan u niet volgen.
De PRESIDENT: We behandelen nu Document D-288. Dat document gaat u niets aan.
Dr. BALLAS: Ja, dit document gaat mij wel aan. De Krupp archieven ..
De PRESIDENT: Wacht even. Welk recht hebt u hierover te spreken? U bent slechts voormalig raadsman van Krupp.
Dr. BALLAS: Ik wil de zaak helpen verduidelijken. Momenteel treed ik op namens Dr. Siemers, raadsman van Admiraal Raeder.
De PRESIDENT: Maar hoe kunt u ons helpen met de verklaring van deze getuige? Daar kunt u niets aan doen.
Dr. BALLAS: Ik wilde alleen maar wijzen op de verschillende versies van dit document. In het archief van Krupp bevindt zich een document D-288 dat aanzienlijk korter is dan het document D-288 dat door Aanklager is ingediend tijdens het proces tegen Sauckel. Destijds heb ik Dr. Servatius op dit verschil gewezen en we hebben punt voor punt nagegaan hoe groot de verschillen waren. Er bestaan dus twee documenten: het ene originele document D-288 en het exemplaar in het archief van Krupp dat verschilt van het document dat is overlegd tijdens het proces tegen Sauckel.
De PRESIDENT: Maar dit document is door deze getuige ondertekend. Er kan een ander document getekend zijn dat in het archief van Krupp is opgeborgen, maar deze getuige heeft gezegd dat hij dit document heeft getekend. Daarom lijkt het me niet van belang te zijn.
Dr. BALLAS: Ik wilde slechts uw aandacht vestigen op het feit dat er twee documenten bestaan.
De PRESIDENT: Ja, dank u. Is er iemand anders van de Verdediging die deze getuige vragen wil stellen? (er kwam geen reactie)
In dat geval, Mr. Dodd, wilt u hem opnieuw verhoren?
Mr. DODD: Nee meneer, alleen dat ik wil opmerken dat met betrekking tot de vraag van het Tribunaal aangaande het certificaat van vertaling waarop de naam Kapitein N. Webb verschijnt dat ik heb vernomen dat dat verwijst naar een certificaat dat toegevoegd wordt aan ieder Brits document en dat het een certificaat is dat meegaat ten behoeve van de vertalers. Dat is het ongetwijfeld. Ik zal echter onderzoek laten doen op de afdeling documenten en het ophelderen. Het is beter zo. Maar mijn Britse collega's zeggen dat het zo is –ze sturen inderdaad een certificaat mee; en de enig mogelijke verklaring is dat dat het certificaat is met een onjuiste datum. Maar ik zal me er in ieder geval in verdiepen.
De PRESIDENT: Is aan getuige het origineel van die verklaring overlegd?
Mr. DODD: Dat denk ik. Ik begreep dat hij het exemplaar had dat het Tribunaal ook heeft.
De PRESIDENT: Heeft hij de handtekening erkend?
Mr. DODD: Ik begreep van wel. Ik kan het hem vragen. (hij wendt zich tot getuige) Getuige, u hebt de handtekening gezien? Is dat uw handtekening?
JÄGER: Ja.
Mr. DODD: In feite heb ik u persoonlijk over deze zaak gesproken en u hebt ne verteld dat dit de verklaring is die u hebt afgelegd. Herinnert u zich dat? Herinnert u zich dat ik met u gesproken heb en u mij vertelde dat dit uw verklaring was? U hebt hem doorgekeken en gelezen.
JÄGER: Ja.
Mr. DODD: U kunt zowel Engels als Duits lezen, niet waar? U kent een beetje Engels? JÄGER: Een beetje, ja.
De PRESIDENT: Getuige, het document wordt u overhandigd. Het is in het Duits, niet waar?
JÄGER: Het is in het Duits.
De PRESIDENT: En het is door u ondertekend, niet waar?
JÄGER: Ja.
De PRESIDENT: Staat er een passage in die u wilt schrappen?
JÄGER: Mag ik het document eerst lezen?
De PRESIDENT: U mag het lezen, zo snel als u kunt.
Mr. DODD: Terwijl getuige het document leest wil ik het Tribunaal meedelen dat we de afdeling documenten hebben gebeld en dat ons door de officier daar is verteld dat er slechts een Document D-288 bestaat en dit is het; er is geen getekend duplicaat zoals de raadsman van Krupp verklaarde.
JÄGER: Ja, hier is een verandering, met potlood geschreven, op pagina 2. Ik heb die doorgehaald want dat heb ik niet geschreven.
Dr. SERVATIUS: Meneer de President, mag ik het document indienen dat ik aan het begin van de raadsman van Krupp heb gekregen? Ik heb hier ook een Engels document, Document nr. 288 en de passages die destijds blijkbaar waren geschrapt heb ik in rood aangegeven. Ik zou dit document willen indienen ter kennisgeving van het Tribunaal; ik denk dat het kan helpen deze zaak te verduidelijken. Er zijn veel passages geschrapt.
De PRESIDENT: Nee, Dr. Servatius, zoals ik het begrijp is het een ander document.
DR. SERVATIUS: Ja.
De PRESIDENT: Dat hebben we niet nodig. We hebben dit document voor ons, getekend door getuige en we hebben hem gevraagd of er iets in staat waarvan hij denkt dat het geen deel uitmaakte van het originele document dat hij heeft ondertekend.
JÄGER: Op pagina 1 staat: "De toestanden in al deze kampen waren uitzonderlijk slecht." Ik zou deze uitlating vermoedelijk afgezwakt hebben want ik ...
De PRESIDENT: Wacht even. Getuige, we willen niet weten of u zich al te sterk heeft uitgedrukt. We willen alleen weten of het document overeenkomt met het document dat u heeft getekend –nauwkeurig overeenkomt. Als er iets is dat u nu wilt veranderen kunt u dat zeggen.
JÄGER: Ik zou het verslag, zoals dat nu voor me ligt op geen enkel punt willen veranderen.
De PRESIDENT: Ik wil u maar een paar vragen stellen. Werden er bij Krupp krijgsgevangenen te werk gesteld in de periode waarin u het toezicht had over de kampen?
JÄGER: Ik had geen toezicht op krijgsgevangenenkampen. Dat is een onjuiste uitdrukking. Ik kreeg toestemming om krijgsgevangenenkampen te bezoeken die onder het exclusieve gezag van de Wehrmacht vielen en mij werd verteld dat al deze gevangenen voor Krupp werkten.
De PRESIDENT: Waren er onder de mensen die in de kampen werkten, die u hierin noemde, krijgsgevangenen?
JÄGER: In Hoegstrasse.
De PRESIDENT: Er werkten daar krijgsgevangenen, niet waar?
JÄGER: Ja.
De PRESIDENT: Bij Krupp?
JÄGER: Bij de firma Krupp, ja.
De PRESIDENT: Wat voor werk was dat?
JÄGER: Dat viel niet onder mijn bevoegdheid. Het hing af van hun beroep –slotenmakers werkten waarschijnlijk in de slotenmakerij. Maar er werkten ook veel ongeschoolde krachten. Maar ik kan u natuurlijk niet de bijzonderheden geven; deze zaken vielen niet onder mijn bevoegdheid. Ik had alleen maar met deze mensen te maken in mijn hoedanigheid als arts.
De PRESIDENT: Prima. (getuige verliet de getuigenbank.)
Mr. DODD: Meneer de President, ik heb dat certificaat gevonden en het is zoals ik het voor het Tribunaal beschreven heb. Het is een certificaat van Kapitein Weber van het Britse leger waarin hij verklaart dat hij een kopie van dit document heeft ontvangen van het Amerikaanse team en het is door hem ondertekend, Capt. H. Weber, IMT Corps, Britse Leger, Europese sector.
De PRESIDENT: Is dat het einde van uw zaak, Dr. Servatius?
Dr. SERVATIUS: Ja, er zijn nog twee getuigen, Biedermann en Mitschke. Ik heb beide getuigen niet meer nodig. Dan hebben we nog niet de beëdigde verklaringen van Dr. Voss, Dr. Schachmann, van een getuige genaamd Marenbach en van getuige Letsch, een specialist op Sauckel's departement. We hebben verhoren ontvangen van de getuigen Darre en Seldte maar die zijn tot nu toe nog niet vertaald. Ik dien die in zo gauw ze vertaald zijn.
De PRESIDENT: Prima.
Mr. DODD: Daarmee heb ik mijn zaak afgerond.

Informatie

Artikel door:
Arnold Palthe
Geplaatst op:
17-05-2007
Laatst gewijzigd:
19-04-2010
Feedback?
Stuur het in!

Gerelateerde thema's

Gerelateerde personen

Bronnen

International Military Tribunal, Neurenberg 1947.