De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    Op 20 januari 1942 vond in een villa aan de Wannsee in Berlijn een conferentie plaats met als onderwerp de Endlösung der Judenfrage, de eindoplossing van het Joodse vraagstuk. Veertien topambtenaren van verschillende ministeries en SS-officieren bespraken onder voorzitterschap van SS-Obergruppenführer Reinhard Heydrich, chef van het Reichssicherheitshauptamt, het plan om alle Europese Joden te vermoorden. Lange tijd na de oorlog werd gedacht dat op deze conferentie ook het besluit daartoe genomen werd. Ondanks dat dit door historici allang weerlegd is, wordt daar ook tegenwoordig nog vaak onterecht van uitgegaan.

    Hoewel het niet hét beslissende moment was binnen de geschiedenis van de Holocaust vormt de Wannseeconferentie tegenwoordig wel een belangrijk symbool. Het geeft inzicht in de organisatie van de Endlösung en toont hoe een groep intelligente, beschaafde ambtenaren in de luxe ambiance van een fraaie villa in één van de modernste hoofdsteden van Europa spraken over het noodlot van circa 11 miljoen Joden, waarvan er uiteindelijk circa 6 miljoen omgebracht zouden worden. De notulen van de conferentie vormen één van de meest veelzeggende schriftelijke bewijsstukken van de Endlösung.

    Definitielijst

    Endlösung
    Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
    Holocaust
    Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.

    Afbeeldingen

    Vooraanzicht van de villa waar de conferentie gehouden werd. Winter, 2002. Bron: www.ghwk.de.

    Begin van de massamoord

    Het jaar 1941 was een beslissend jaar voor de totstandkoming van het plan van de nazi’s om alle Europese Joden te vermoorden. Het was het jaar waarin nazifunctionarissen massamoord accepteerden als oplossing voor het Joodse vraagstuk dat al sinds de machtsovername van Adolf Hitler in januari 1933 op de agenda stond. In de jaren voor de oorlog werden Joden in Duitsland steeds meer uitgesloten uit de samenleving. In september 1935 waren de Neurenberger Wetten afgekondigd waarin hen hun burgerrechten werden ontnomen. Na de Kristallnacht in november 1938 werden er talrijke maatregelen genomen die Joden sociaal en economisch geheel isoleerden van de Duitse samenleving. Als gevolg van het antisemitische beleid en onder druk van de nazi’s emigreerden in totaal ongeveer 537.000 Joden uit het Duitse Rijk, totdat Hitler op 31 oktober 1941 de emigratie van Joden verbood. Er werd gekozen voor een nieuwe aanpak van het Joodse vraagstuk, namelijk deportatie naar getto’s in Polen en bezette gebieden in de Sovjet-Unie. Daar leefden ze meestal onder erbarmelijke omstandigheden en werden arbeidsgeschikte Joden als dwangarbeiders ingezet in de oorlogsindustrie.

    Inmiddels waren Duitse troepen op 22 juni 1941 de Sovjet-Unie binnengevallen. In de achterhoede van de fronttroepen richtten de zogenoemde Einsatzgruppen een massaslachting aan onder de Joodse bevolking. Deze moordeskaders stonden onder het bevel van Reinhard Heydrich. Aanvankelijk werden enkel Joodse mannen geëxecuteerd, maar als gevolg van een bevel van Reichsführer-SS Heinrich Himmler werden vanaf juli 1941 ook vrouwen en kinderen gedood. De massaslachtingen aan het Oostfront kregen vanaf de herfst van 1941 navolging in de getto’s waar lokale nazi-autoriteiten zich geconfronteerd zagen met overbevolking en een “overschot” aan arbeidsongeschikte Joden. Om ruimte te scheppen werden bijvoorbeeld in november 1941 in Minsk 12.000 Joden vermoord om in het getto plaats te maken voor Joden uit Hamburg. Hetzelfde gebeurde toen Himmler op 12 november 1941 het bevel gaf om het getto van Riga uit te roeien om plaats te maken voor de Joden die vanuit Berlijn, Rijnland en Westfalen werden gedeporteerd. In november en december werden hier ongeveer 20.000 Joden neergeschoten, waaronder ook Duitse Joden.

    Het executeren van Joden vormde een zware psychische belasting voor de manschappen van de Einsatzgruppen en was bovendien in de ogen van de nazi’s niet efficiënt genoeg. Daarom werd er geëxperimenteerd met andere moordmethoden. Daarbij kon met putten uit de kennis die was opgedaan tijdens het T-4 euthanasieprogramma dat van start was gegaan in 1939. Geestelijk en lichamelijk gehandicapten werden vermoord om het Arische ras niet te verzwakken en tegelijk het Duitse Rijk te ontdoen van “unnütze Esser”, nutteloze eters. Gehandicapten werden eerst vermoord door middel van injecties met chemicaliën, maar in een later stadium gebeurde dit in speciale euthanasiecentra waar ze in gaskamers met koolmonoxide werden vergast. Van eind 1939 tot juni 1940 werden ook gaswagens ingezet. In het laadcompartiment van deze vrachtwagens werden de slachtoffers vergast met koolmonoxide. Deze gaswagens werden op november 1941 in Poltava voor het eerst ingezet als alternatief voor de massa-executies aan het Oostfront, maar ook in Chelmno, het eerste vernietigingscentrum van de nazi’s, werd hiervan gebruik gemaakt.

    Het vernietigingscentrum in Chelmno in het Wartheland (een door de Duitsers ingericht bestuurlijk district dat Poznan, Lodz en Warschau omvatte) was speciaal opgezet om “onproductieve” Joden uit het getto van Lodz om te brengen. De eerste Joden arriveerden hier op 7 december 1941 en de vergassingen begonnen de volgende dag. In het zuidoosten van het Lublin-district in het Generalgouvernement was men, in opdracht van de lokale SS- en politiechef Odilo Globocnik, op 1 november in Belzec begonnen met de bouw van een vernietigingskamp. Het was het prototype van de vernietigingskampen Sobibor en Treblinka die in het voorjaar van 1942 ook werden opgezet in het Generalgouvernement. In alle drie de vernietigingskampen zouden Joden in gaskamers vermoord worden met koolmonoxide. Voor de Wannseeconferentie waren de gaskamers in Belzec op verschillende groepen Joden getest. Op 5 en 6 september 1941 vonden in concentratiekamp Auschwitz ook experimenten plaats met vergassingen; niet met koolmonoxide, maar met het ontsmettingsmiddel Zyklon-B. De slachtoffers waren naast Joden ook Russische krijgsgevangenen.

    Definitielijst

    Generalgouvernement
    Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
    getto
    Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Rijnland
    Duitstalig na WO I gedemilitariseerd gebied aan de rechteroever van de Rijn dat door Hitler bezet werd in 1936.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    vernietigingskamp
    Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.
    Zyklon-B
    Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

    Afbeeldingen

    Een Duits bord waarop staat "Joden, vertrek naar jullie eigen land!" Bron: Yad Vashem.
    10 november 1938, de synagoge in Siegen gaat in vlammen op. Bron: Yad Vashem.
    Executie uitgevoerd door een lid van een Einsatzgruppe in Oekraïne, 1942. Bron: USHMM.

    Besluitvorming

    In het jaar 1941 was de massamoord op Joden dus al volop gaande. Rond het eind van dat jaar waren tevens verschillende experimenten met vergassingen succesvol gebleken. Toch was er op dat moment nog geen sprake van een allesomvattend plan om alle Europese Joden uit te roeien. Het betrof voornamelijk nog afzonderlijke initiatieven die weliswaar werden uitgevoerd met toestemming of goedkeuring van bovenaf, maar die nog niet deel uitmaakten van één groot alomvattend plan. De eerste stap tot een dergelijk plan was al gezet toen Rijksmaarschalk Hermann Göring op 31 juli 1941 aan Reinhard Heydrich de opdracht gaf “om alle noodzakelijke voorbereidingen te treffen […] voor de totale oplossing van de Joodse kwestie binnen de invloedssfeer van Duitsland in Europa.” Hiermee gaf hij Heydrich en zijn baas Heinrich Himmler de volmacht om zorg te dragen voor de Endlösung der Judenfrage. Het is niet waarschijnlijk dat op dat moment daarmee al de totale uitroeiing van de Joden in Europa bedoeld werd. Mogelijk nam Hitler dit definitieve besluit pas in december 1941, na de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december en de Duitse oorlogsverklaring aan de Verenigde Staten op 11 december. Nu Duitsland in oorlog was met zowel de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten vormden de Joden – als vermeende vijfde colonne van het kapitalisme en het communisme – volgens nazi-normen een nog groter gevaar. Ook het uitblijven van succes bij het veroveren van Moskou in november en december kan meegespeeld hebben, omdat hiermee de hoop op een snelle overwinning op de Sovjet-Unie verdween. Plannen om de Joden naar de kampen in Siberië te deporteren waren daarom op de korte termijn niet haalbaar.

    Eén dag na de Duitse oorlogsverklaring aan de Verenigde Staten hield Hitler een toespraak in de Rijksdag waarin hij volgens Joseph Goebbels forse uitspraken deed over het Jodenvraagstuk . “De Führer heeft ten aanzien van de Joodse kwestie besloten om schoon schip te maken”, zo schreef de propagandaminister in zijn dagboek. “Hij had voorspeld dat de Joden vernietigd zouden worden als ze ooit opnieuw een wereldoorlog zouden ontketenen. Dit was niet slechts loze praat. We zien ons nu geconfronteerd met een wereldoorlog; de noodzakelijke consequentie is de vernietiging van de Joden.” Hans Frank, de gouverneur van het Generalgouvernement, was ook aanwezig bij de toespraak van Hitler. Op 16 december 1942 hield hij zelf in Krakow een toespraak voor zijn medewerkers waarin hij verklaarde dat hij wilde dat de Joden uit het Generalgouvernement gedeporteerd zouden worden.“Maar wat moet er met de Joden gebeuren? […], zo vroeg hij zich openlijk af. “In Berlijn is ons verteld: waarom zouden we ons deze moeilijkheden op de hals halen? In het Oostland of in het Rijkscommissariaat kunnen we niets met ze beginnen. Liquideer ze zelf maar! […] We moeten de Joden uitroeien, waar we ze maar vinden en waar het kan, om het staatsbestel ook hier te handhaven. […] Het Generalgouvernement moet Jodenvrij worden, evenals het Rijk dat is.”

    Historici blijven lichtelijk verdeeld over de vraag wanneer besloten werd tot de uitroeiing van alle Europese Joden, maar zijn het erover eens dat dit besluit niet genomen werd op de Wannseeconferentie. De uitgenodigde nazifunctionarissen waren niet hoog genoeg in rang of gemachtigd om tot een dergelijk belangrijk besluit te komen. Een dergelijke beslissing moet genomen zijn door Hitler of op zijn minst eerst door hem zijn goedgekeurd. Al voordat hij aan de macht kwam, was het Jodenvraagstuk één van zijn belangrijkste speerpunten en met het aanbreken van een wereldoorlog lag niets een radicale oplossing nog in de weg. Himmler voerde in december 1941 meerdere gesprekken met Hitler, waarvan helaas geen notulen gemaakt zijn, maar waar het Jodenvraagstuk zeker ter sprake kwam. “Joodse vraagstuk - ausrotten [uitroeien] als partizanen”, zo noteerde de SS-leider na een gesprek met Hitler op 18 december in zijn bureauagenda.

    Ondanks dat we waarschijnlijk nooit helemaal zeker kunnen weten wanneer precies het besluit werd genomen om alle Europese Joden te vermoorden, was 1942 het jaar waarin de vernietigingskampen operationeel werden en waarin de deportatie en uitroeiing van Joden niet langer bestond uit afzonderlijke initiatieven, maar uit een algemeen beleid dat gecoördineerd werd door de Schutzstaffel. Tot dusver hadden de verschillende partij- en overheidsinstanties elkaar veelvuldig in de weg gezeten bij de behandeling van het Jodenvraagstuk. Een goed voorbeeld daarvan is het conflict tussen gouverneur Hans Frank en de Schutzstaffel dat speelde sinds Joden uit het Rijk werden gedeporteerd naar het Generalgouvernement. Frank maakte hiertegen bezwaar omdat hij niet wilde dat zijn domein werd gebruikt als “raciale vuilnisbelt”. Ook de relatie tussen het Reichssicherheitshauptamt en het ministerie van Binnenlandse Zaken verliep moeizaam omdat het onduidelijk was wie de bevoegdheid had over Joden van gemengd ras. Om voor betrokken partij- en overheidsinstanties duidelijkheid te scheppen over de Endlösung, competentiegeschillen op te lossen en verantwoordelijkheden te stroomlijnen, organiseerde Heydrich de Wannseeconferentie. Dus niet om het besluit te nemen tot de uitvoering van de Endlosüng, want dat was al gebeurd.

    Definitielijst

    communisme
    Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
    Endlösung
    Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    Generalgouvernement
    Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
    invloedssfeer
    Gebied waar een staat veel invloed kan laten gelden, meestal onder stilzwijgende goedkeuring van andere staten.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Rijksdag
    Duitse regeringsgebouw in Berlijn.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Hermann Göring gaf Heydrich de opdracht voorbereidingen te treffen voor de totale oplossing van de Joodse kwestie. Bron: DHM.
    Reinhard Heydrich aan zijn bureau in het hoofdkwartier van de Gestapo. Bron: USHMM.
    Reichsführer-SS Heinrich Himmler (links) en Generalgouverneur Hans Frank. Bron: Publiek Domein.

    Locatie en aanwezigen

    Heydrichs uitnodigingen voor de Wannseeconferentie werden verstuurd tussen 29 november en 1 december 1941. Hieronder wordt een vertaling weergegeven van de uitnodiging aan Martin Luther, onderstaatssecretaris van Buitenlandse Zaken.

    “Beste partijgenoot Luther!
    Op 31 juli 1941 heeft de rijksmaarschalk van het Groot-Duitse Rijk mij opdracht gegeven om, met medewerking van de andere centrale gezagsorganen, alle noodzakelijke organisatorische en technische voorbereidingen te treffen voor een alomvattende oplossing van de Joodse kwestie en hem zo spoedig mogelijk een alomvattend voorstel voor te leggen. […] Gezien het uitzonderlijke belang van deze vraagstukken en met de bedoeling tot een gezamenlijk standpunt te komen tussen de centrale organisaties die hierin een rol spelen, stel ik voor om over deze kwesties een vergadering te beleggen. Dit is zo belangrijk omdat er sinds 15 oktober 1941 regelmatig Joden uit het rijksgebied, waaronder het Protectoraat van Bohemen en Moravië, naar het oosten zijn geëvacueerd. Ik nodig u daarom uit voor een vergadering met aansluitend ontbijt op 9 december om 12:00 uur […]”

    Als gevolg van de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941, waardoor de aanwezigheid van enkele van de uitgenodigden elders noodzakelijk was, werd de conferentie uitgesteld naar 20 januari 1942. Wanneer we ervan uitgaan dat het besluit tot de totale uitroeiing van de Joden in Europa pas genomen was na de aanval op Pearl Harbor is het de vraag wat er dan op de negende december besproken zou zijn, maar daarnaar kunnen we slechts gissen.

    De conferentie zou eerst plaatsvinden in een pand van Interpol, Am Kleinen Wannsee 16, maar werd verplaatst naar het gastenhuis van de Sicherheitspolizei, Am Grossen Wannsee 56-58. Dit gastenhuis bevond zich in een villa in Wannsee, een stadsdeel in het zuidwesten van Berlijn dat genoemd was naar de twee hier gesitueerde meren; de grote en kleine Wannsee. Het Strandbad Wannsee aan de oostoever van de grote Wannsee is één van de grootste binnenwaterbaden van Europa. De exclusieve locatie en de nabijheid van het regeringscentrum lokten ten tijde van het Derde Rijk meerdere vooraanstaande nazi’s naar Wannsee. Onder meer Joseph Goebbels en Albert Speer hadden hier een woning. Ook de SS bracht meerdere instellingen in de wijk onder. De villa Am Grossen Wannsee 56-58 was van een rechtse industrieel, genaamd Friedrich Minoux, geweest die het pand in 1940 had verkocht aan de Stiftung Nordhav. Deze liefdadigheidsinstelling hield zich officieel bezig met het aankopen van vakantie- en herstelhuizen voor SD-leden. In 1941 werd de villa overgedragen en omgebouwd tot gastenverblijf voor hooggeplaatste leden van de Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst die in Berlijn moesten overnachten.

    Niet iedereen die aanvankelijk voor de negende december was uitgenodigd, was aanwezig op de twintigste januari. Zowel Leopold Gutterer van het ministerie van Propaganda als SS-Gruppenführer Ulrich Greifelt, leider van het Hauptamt Reichskommissariat für die Festigung Deutschen Volkstums, waren verhinderd. De twee belangrijkste leiders van het Generalgouvernement, gouverneur Hans Frank en de hogere SS- en politieleider SS-Obergruppenführer Friedrich Krüger, stuurden plaatsvervangers, respectievelijk staatssecretaris Dr. Josef Bühler en SS-Oberführer Dr. Eberhard Schöngarth. Ook Franz Schleberger, waarnemend minister van Justitie, stuurde een plaatsvervanger, namelijk Roland Freisler. Gestapoleider SS-Gruppenführer Heinrich Müller, SS-Obersturmbannführer Adolf Eichmann en SS-Sturmbannführer Dr. Rudolf Lange stonden niet op de uitnodiging vermeld, maar waren wel aanwezig ter ondersteuning van hun chef.

    Hieronder een overzicht van alle aanwezigen op de twintigste januari.

    Rang: Naam: Functie:
    Gauleiter Dr. Alfred Meyer Staatssecretaris en plaatsvervangend rijksminister van het rijksministerie voor de Bezette Gebieden in het Oosten
    Reichsamtsleiter Dr. Georg Leibbrandt Chef van de politieke afdeling van het rijksministerie voor de Bezette Gebieden in het Oosten
    Staatssekretär Dr. Wilhelm Stuckart Staatssecretaris van het rijksministerie van Binnenlandse Zaken
    Staatssekretär Erich Neumann Staatssecretaris van Hermann Göring als verantwoordelijke voor het Vierjarenplan
    Staatssekretär Dr. Roland Freisler Staatssecretaris van het rijksministerie van Justitie
    Staatssekretär Dr. Josef Bühler Staatssecretaris in het bureau van het Generalgouvernement te Krakau
    Unterstaatssekretär Martin Luther Onderstaatssecretaris van het rijksministerie van Buitenlandse Zaken
    SS-Oberführer Dr. Gerhard Klopfer Chef van de Staatsrechtliche Abteilung III in de Partijkanselarij van de NSDAP
    Ministerialdirektor Friedrich Kritzinger Plaatsvervangend chef van de Rijkskanselarij belast met “Judenprobleme
    SS-Gruppenführer Otto Hofmann Chef van het Rasse und Siedlungshauptamt van de SS
    SS-Obergruppenführer Reinhard Heydrich Chef van het Reichssicherheitshauptamt van de SS
    SS-Gruppenführer Heinrich Müller Chef van de Gestapo binnen het Reichssicherheitshauptamt van de SS
    SS-Obersturmbannführer Adolf Eichmann Chef van referaat IV B 4, Joodse zaken en “Ontruimingen” binnen het Reichssicherheitshauptamt van de SS
    SS-Oberführer Dr. Eberhard Schöngarth Bevelhebber van de Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst van het Generalgouvernement
    SS-Sturmbannführer Dr. Rudolf Lange Bevelhebber van de Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdients in Letland, plaatsvervanger van de bevelhebber van de Sicherheitspolizei en Sicherheitsdienst van het Rijkscommissariaat Ostland

    Alle aanwezigen vertegenwoordigden overheids- en partijinstellingen die op bepaalde wijze betrokken bij óf verantwoordelijk waren voor de Joodse kwestie. Zo waren bijvoorbeeld de ministeries van Justitie en Binnenlandse Zaken verantwoordelijk geweest voor het samenstellen en uitvaardigen van de Neurenberger Wetten in 1935. Beide ministeries hielden zich bezig met het vormen van het overheidsbeleid ten aanzien van halfjoden (Mischlinge) en Joden uit gemengde huwelijken (Mischehe). Hun macht moest ingeperkt worden. Op 24 november 1941 had Himmler dat al besproken met staatssecretaris Stuckart van Binnenlandse Zaken. Punt drie van Himmlers agenda was: “Joodse kwestie – behoort mij toe.”

    Het ministerie van Buitenlandse Zaken voelde zich medeverantwoordelijk voor het verwijderen van Joden in de landen die door Duitsland bezet werden, maar drong er ook op aan om Europese bondgenoten aan te zetten tot het deporteren van hun Joodse burgers. Nog voor de conferentie had onderstaatssecretaris Martin Luther een lijst met acht wensen en ideeën met betrekking tot de Joodse kwestie in Europa voorgelegd aan Heydrich. Luther pleitte er onder meer voor om alle Joden uit het Rijk, inclusief die uit Kroatië, Slowakije en Roemenië, te deporteren naar het oosten. Ook wilde hij de Bulgaarse en Hongaarse overheden aanmoedigen om antisemitische wetten in te voeren naar voorbeeld van de Neurenberger Wetten. Andere Europese regeringen moesten ook aangespoord worden om antisemitische wetten in te voeren.

    Net als het ministerie van Binnenlandse Zaken hielden ook de partijleiders uit het Generalgouvernement en de bezette gebieden in de Sovjet-Unie zich bezig met plannen om hun gebieden “Jodenvrij” te maken. De belangrijkste reden waarom zij werden uitgenodigd was dat Heydrich hen duidelijk wilde maken dat niet zij, maar hij de eindverantwoordelijkheid droeg over het verwijderen van de Joden. Zeker in het geval van het Generalgouvernement was dat noodzakelijk, want Hogere SS- en politieleider Krüger had kort voor de conferentie nog bij Heydrich geklaagd over de tegenwerking die hij van gouverneur Hans Frank ondervond.

    De aanwezigheid van een naar verhouding groot aantal SS’ers was ongetwijfeld ter intimidatie van dwarsliggende vertegenwoordigers van overheid en partij of op zijn minst een middel om Heydrichs woorden meer overtuigingskracht te geven. Terwijl de overige vertegenwoordigers zich vooral bezighielden met het uitvaardigen van wetten of bevelen, waren de SS’ers ervaringsdeskundigen die zowel direct als indirect betrokken waren bij het emigratiebeleid en de uitroeiing in het oosten. Zowel Dr. Eberhard Schöngarth als Dr. Rudolf Lange hadden in de aan hen toegewezen gebieden meegewerkt aan of opdracht gegeven tot massa-executies van Joden, terwijl Adolf Eichmann zich in de jaren voor de Wannseeconferentie onder andere had beziggehouden met het emigratiebeleid en zich had gespecialiseerd als deskundige in de Joodse kwestie.

    De meeste aanwezigen waren jong en hoog opgeleid. Bijna de helft moest nog veertig worden en slechts twee van hen waren ouder danvijftig. Van de vijftien aanwezigen hadden er acht een doctorstitel. Onder de academici waren juristen in de meerderheid. De meeste aanwezigen waren fanatieke nazi’s die de racistische nationaalsocialistische wereldbeschouwing geestdriftig omarmden of opportunisten die zich bij de machtsovername door de nazi’s met volle toewijding schikten naar nieuwe beleidsmaatregelen en bevelen. Het lijdt geen twijfel dat ook maar één van de aanwezigen het had willen opnemen voor de Joden. Niet alleen omdat ze hun carrière niet op het spel wilden zetten, maar ook omdat ze het radicale anti-Joodse beleid tot dusver gesteund hadden, daaraan meegewerkt hadden, of zelfs hadden aangedrongen op nog hardere maatregelen.

    Definitielijst

    Abteilung
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond uit een aantal Kompanien. De Abteilung was de kleinste eenheid die individueel kon opereren en zichzelf kon handhaven. In theorie bestond een Abteilung uit 500 - 1.000 man.
    Gauleiter
    Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
    Generalgouvernement
    Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Vierjarenplan
    Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

    Afbeeldingen

    Reinhard Heydrich, de organisator van de Wannseeconferentie. Bron: www.ghwk.de.
    Adolf Eichmann. Hij stelde de notulen van de conferentie op. Bron: www.ghwk.de.
    Gestapoleider Heinrich Müller. Na Heydrich was hij de hoogst geplaatste SS'er op de conferentie. Bron: www.ghwk.de.
    Dr. Eberhard Schöngarth. Hij vertegenwoordigde de SS in het Generalgouvernement op de conferentie. Bron: www.ghwk.de.
    Dr. Rudolf Lange. Hij was op de conferentie aanwezig als vertegenwoordiger van de SS in het Rijkscommissariaat Ostland. Bron: www.ghwk.de.

    Heydrichs uiteenzetting

    Op de Wannseeconferentie werd over verschillende onderwerpen vergaderd, maar het belangrijkste deel van de conferentie werd gevormd door een uiteenzetting van Reinhard Heydrich waarin hij de aanwezigen informeerde over het nieuwe, definitieve beleid ten aanzien van de Joden. Dat valt tenminste te concluderen uit de notulen van de conferentie – ook wel het Wannseeprotocol genoemd – waarvan in maart 1947 door medewerkers van de Amerikaanse aanklager van het proces van Neurenberg bij toeval een kopie werd gevonden in een map van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. De notulen zijn geen letterlijke weergave van datgene wat gezegd werd, maar vormen een uitwerking van de plannen en problemen die besproken werden. Het is voor een groot deel een weergave van Heydrichs woorden. Er valt niet exact uit op te maken hoe vaak hij onderbroken werd en welke reacties zijn betoog opriep, maar we kunnen wel concluderen dat de meeste beslissingen en plannen niet meer teruggedraaid konden worden. De genodigden waren slechts toehoorders die nog slechts zeggenschap hadden over enkele details. De sfeer was ontspannen. “Het ging er heel rustig, heel vriendelijk, heel beleefd en heel galant en aardig aan toe, er werden ook niet veel woorden aan de kwestie verspild, er werd cognac aangereikt door ordonnansen, en toen was het allemaal alweer voorbij,” zo herinnerde Adolf Eichmann zich na de oorlog.

    Heydrich begon met de mededeling dat hij op 31 juli 1941 door Hermann Göring was benoemd tot gevolmachtigde voor de voorbereiding van de eindoplossing van het Europese Jodenvraagstuk. Hij benadrukte dat de organisatorische leiding, ongeacht geografische grenzen, berustte bij de Reichsführer-SS en chef van de Duitse politie (Heinrich Himmler). Vervolgens zette hij uiteen welke maatregelen al genomen waren. Hij deelde mede dat tot 31 oktober 1941 in totaal ongeveer 537.000 Joden tot emigratie waren aangezet, ondanks de problemen die daarbij ondervonden werden, zoals het ontbreken van scheepsruimte en emigratiebeperkingen en -blokkades. Vanwege de gevaren van emigratie in oorlogstijd en met het oog op de mogelijkheden in het oosten, zo verklaarde Heydrich, was het Joden niet langer toegestaan om te emigreren. De Führer had zijn toestemming gegeven voor de “evacuatie” van de Joden naar het oosten. Dat was slechts een “uitwijkmogelijkheid”, maar er werden al praktische ervaringen opgedaan die zouden leiden tot de eindoplossing. Met die “praktische” ervaringen doelde hij waarschijnlijk op de experimenten met vergassingen in Chelmno, Belzec en Auschwitz.

    De gehele operatie zou ongeveer 11 miljoen Joden betreffen. In de notulen vinden we een overzicht waarin weergegeven is in welke landen deze Joden woonden. Het gaat om landen binnen het Duitse rijk en door Duitsland bezette landen, maar ook bondgenoten en vijandelijke en neutrale staten, waaronder Hongarije, Groot-Brittannië, Portugal en Zwitserland. De boodschap was duidelijk: heel Europa, zelfs buiten het op dat moment directe bereik van nazi-Duitsland, moest uiteindelijk “Jodenvrij” gemaakt worden. De plannen strekten zich zelfs uit tot buiten de Europese grenzen, want ook alle Joden in het niet-Europese deel van Sovjet-Unie zouden slachtoffer moeten worden Bij Vichy-Frankrijk werden ook de Joden in de Franse kolonies in Noord-Afrika meegerekend.

    Nergens in de notulen stond expliciet te lezen dat de Europese Joden vermoord zouden worden in vernietigingskampen in Polen. Omdat er dertig kopieën werden verspreid over de verschillende betrokken instanties was de tekst bewust geschreven in camouflagetaal, zodat de geheime plannen niet volledig open en bloot op papier stonden voor eventuele niet-ingewijde lezers. Tijdens zijn proces in Jeruzalem erkende Adolf Eichmann dat er op de conferentie daarentegen wel degelijk openlijk werd gesproken over “Töten und Eliminieren und Vernichten”. “Ik kan me niet alle details herinneren, meneer de president,” aldus Eichmann, “maar ik weet dat de heren bijeen zaten en in onverhulde taal – niet de woorden zoals ik ze in de notulen moest opnemen, maar in onverhulde taal – de dingen bij hun naam noemden, zonder ze te verbloemen. Ik zou me ook dat zeker niet meer herinnerd hebben als ik niet meer zou weten dat ik toen bij mezelf heb gezegd: Kijk aan, die Stuckart, juridisch altijd een pietje precies, een kieskeurige wettenfrik, moet je hem nu horen. Al hun woorden hadden niets formeels meer.” Stuckart en Kritzinger ontkenden tijdens het proces in Neurenberg dat er in Wannsee openlijk was gesproken over massamoord, maar ondanks de verhullende taal spreekt de tekst in de notulen boekdelen.

    In de notulen lezen we dat Joodse mannen en vrouwen gescheiden zouden worden en vervolgens moesten diegenen die tot werken in staat waren aan het werk gezet worden bij het aanleggen van wegen. Heydrich doelde mogelijk op de aanleg van de Durchgangsstrasse IV, een (spoor)wegverbinding tussen Duitsland en het Oostfront waaraan toen al gewerkt werd. Daarbij zou een belangrijk deel van de Joden uitvallen door “natürliche Verminderung”, oftewel natuurlijke vermindering. Daarmee kan niks anders bedoeld zijn dan de dood. Het “tenslotte eventueel overblijvende gedeelte” moest “entsprechend behandelt”, dienovereenkomstig behandeld, worden. Deze Joden die zware dwangarbeid overleefden, werden beschouwd als “de kiem van een nieuwe Joodse opbouw” en er moest voorkomen worden dat ze zich zouden voortplanten tot een sterke Joodse gemeenschap. Toen Eichmann door zijn Israëlische ondervragers werd gevraagd naar de betekenis van “entsprechend behandelt”, antwoordde hij stotterend: “Gedood, gedood natuurlijk.”

    Met geen woord wordt in de notulen gerept over wat er moest gebeuren met de Joodse kinderen en de volwassenen die niet geschikt bevonden werden voor arbeid. Dat stilzwijgen was veelzeggend, want welke waarde hadden arbeidsongeschikten als zelfs alle arbeidsgeschikten omkwamen of omgebracht werden? Zonder dat het expliciet vermeld staat, is de conclusie duidelijk: zij zouden al eerder vermoord worden dan de Joden die wel tot arbeid in staat waren. Een uitzondering werd voorlopig echter nog gemaakt voor de Joden ouder dan 65 jaar (30% van de in Duitsland en Oostenrijk levende Joden): zij zouden worden overgebracht naar een bejaardengetto, waarvoor men Theresienstadt op het oog had. Diezelfde uitzondering werd nog gemaakt voor Joden die zwaar verminkt waren geraakt tijdens de Eerste Wereldoorlog en Joden met een oorlogsonderscheiding, zoals het Ehrenkreuz. Uiteindelijk betekende die bevoorrechting weinig, want van de 140.000 naar Theresienstadt afgevoerde Joden zouden er 33.000 ter plekke sterven en werden er 88.000 gedeporteerd naar vernietigingskampen, waar slechts 3.000 overleefden.

    Het begin van de “evacuaties” was in hoge mate afhankelijk van militaire ontwikkelingen, zo lezen we in de notulen. Daarmee zal bedoeld zijn dat de evacuaties in landen die nog buiten de invloedssfeer van Duitsland vielen pas doorgang konden vinden na een militaire overwinning op die landen. Het Duitse Rijk, inclusief het protectoraat Bohemen en Moravië, zou het eerste aan de beurt moeten komen. De operatie had hier prioriteit “alleen al vanwege het huisvestingsprobleem en andere sociaal-politieke noden”. Daarmee werd onder andere gedoeld op het gebrek aan huisvesting als gevolg van geallieerde bombardementen. In Slowakije en Kroatië was de kwestie niet bijzonder moeilijk meer, want daar waren de “essentiële problemen in dit opzicht […] reeds tot een oplossing […] gebracht.” In Roemenië waren inmiddels ook al mensen benoemd om zich bezig te houden met de Joodse kwestie, maar naar Hongarije moest op korte termijn een adviseur voor Joodse zaken gestuurd worden. In Italië zou overleg gevoerd moeten worden met de Italiaanse politie. Het oppakken en deporteren van de Joden in het bezette en onbezette Frankrijk zou geen problemen opleveren. Staatssecretaris Martin Luther voorzag wel problemen in de noordelijke landen en stelde voor om de deportaties daar nog uit te stellen. Tenslotte leefden hier maar weinig Joden en vormde “deze opschorting dus geenszins een wezenlijke beperking”. In het zuidoosten en westen van Europa voorzag de vertegenwoordiger van Buitenlandse Zaken weinig problemen.

    Definitielijst

    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    invloedssfeer
    Gebied waar een staat veel invloed kan laten gelden, meestal onder stilzwijgende goedkeuring van andere staten.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Theresienstadt
    Stad in Tsjechië, hier hadden de nazi's een modelconcentratiekamp ingericht.

    Afbeeldingen

    Martin Luther. Namens Buitenlandse Zaken stelde hij op de conferentie voor de deportatie in noordelijke landen nog uit te stellen. Bron: www.ghwk.de.
    Ministerialdirektor Friedrich Kritzinger, plaatsvervangend chef van de Rijkskanselarij belast met “Judenprobleme”. Bron: www.ghwk.de.
    Dr. Roland Freisler, staatssecretaris van het rijksministerie van Justitie. Bron: www.ghwk.de.
    Dr. Gerhard Klopfer, chef van de Staatsrechtliche Abteilung III in de Partijkanselarij van de NSDAP. Bron: www.ghwk.de.
    Dr. Georg Leibbrandt Chef van de politieke afdeling van het rijksministerie voor de Bezette Gebieden in het Oosten Bron: www.ghwk.de.

    Mischlinge en Mischehe

    Nu de hoofdlijnen van de eindoplossing door Heydrich waren uiteengezet en de aanpak in verschillende landen besproken was, werd besproken hoe er omgegaan moest worden met de Joden die volgens de Neurenberger Wetten niet beschouwd werden als Volljuden (voljoden). Of iemand beschouwd werd als Jood had bovenal te maken met zijn afstamming en pas op de tweede plaats met de joodse religie en levensbeschouwing. Voljoden hadden drie of vier Joodse grootouders, maar ook mensen met twee Joodse grootouders die getrouwd waren met een Jood óf praktiserend Joods waren, werden tot deze categorie gerekend. Joden vormden in Duitsland een goed geassimileerde bevolkingsgroep en de vele gemengde huwelijken tussen Joden en niet-Joden hadden in de afgelopen decennia kinderen voortgebracht met nog maar twee grootouders of één. Mischlinge in de eerste graad (halfjoden) hadden twee Joodse grootouders, maar waren geen aanhangers van de Joodse religie en waren sinds 15 september 1935 niet getrouwd met een Jood. Mischlinge in de tweede graad (kwartjoden) hadden slechts één Joodse grootouder, maar ook ariërs die getrouwd waren met een Jood werden hiertoe gerekend. De nazi’s hadden in 1939 berekend dat in het Altreich (Duitsland naar de grenzen van 1937) 52.006 Mischlinge in de eerste graad leefden en 32.669 Mischlinge in de tweede graad. Meer dan 90% van deze Mischlinge was bekeerd tot het christendom.

    Heydrich koos voor een radicale aanpak, want des te meer Mischlinge dezelfde behandeling zouden krijgen als voljoden, des te meer macht hij had. Wat Heydrich betrof, waren Mischlinge in de eerste graad gelijk gesteld met voljoden, uitgezonderd zij die getrouwd waren met een ariër uit welk huwelijk kinderen waren voortgekomen en zij die door hoge partij- of staatsinstellingen vrijgesteld werden. Mischlinge in de eerste graad die werden vrijgesteld van “evacuatie” dienden echter wel – als “voorwaarde om in het rijk te mogen verblijven” – vrijwillig gesteriliseerd te worden. Mischlinge in de tweede graad moesten op enkele uitzonderingen na beschouwd worden als van Duits bloed. Die uitzonderingen waren diegenen uit “een bastaardhuwelijk” (als beide partners Mischlinge waren), personen met een Joods uiterlijk of met een beoordeling “waaruit valt af te leiden dat hij zich als een Jood voelt en gedraagt”. Wanneer een Mischling in de tweede graad met een ariër getrouwd was, zouden deze uitzonderingen komen te vervallen en werd de kwartjood dus vrijgesteld van deportatie.

    Dan waren er ook nog huwelijken van voljoden of Mischlinge in de eerste graad met ariërs of Mischlinge in de tweede graad. Volgens de cijfers van de nazi’s uit 1939 waren in het Groot-Duitse Rijk (waaronder toentertijd Oostenrijk en het Sudetenland vielen) 20.454 gemengde huwelijken. Heydrich moest nu rekening houden met de arische huwelijkspartner en niet-Joodse familieleden. Als hun echtgenoot of familielid gedeporteerd zou worden, zou dat voor veel commotie zorgen. Dat moest voorkomen worden, zodat de Endlösung niet in gevaar kwam en niet eindigde zoals het euthanasieprogramma dat in Duitsland op 24 augustus 1941 officieel stopgezet werd onder druk van de kerken en familieleden van slachtoffers. In het geval van huwelijken van voljoden met Ariërs moest daarom per geval bekeken worden of de Joodse partner “geëvacueerd” moest worden of dat hij of zij naar een bejaardengetto moest worden overgebracht. De keuze daartussen hing af van de reactie van de Arische huwelijkspartner. Dezelfde behandeling als voor huwelijken tussen voljoden met Ariërs gold voor Mischlinge van de eerste graad die getrouwd waren met een Ariër zonder dat er kinderen uit dit huwelijk voortgekomen waren. Waren er uit een dergelijk huwelijk wel kinderen voortgekomen dan werd de Mischling eerste graad niet gedeporteerd, mits de kinderen tenminste niet als Jood beschouwd werden. Was dit in uitzonderlijke situaties wel het geval, dan zouden zowel de Mischling eerste graad als de kinderen worden geëvacueerd of naar een getto worden overgebracht. Bij huwelijken van twee Mischlinge van de eerste graad of van een Mischlinge eerste graad met een voljood zouden beide huwelijkspartners, samen met de kinderen, gedeporteerd of overgebracht worden naar een bejaardengetto. Datzelfde gold voor huwelijken tussen Mischlinge van de eerste en tweede graad. Kinderen uit zulke huwelijken vertoonden namelijk, zo staat in de notulen, “een sterkere inslag van Joods bloed”.

    Niet alle aanwezigen steunden deze plannen van Heydrich. Otto Hofmann pleitte ervoor om Mischlinge op grote schaal te steriliseren. Mischlinge zouden zelf moeten kiezen of ze “geëvacueerd” of gesteriliseerd wilden worden. Hofmann was ervan overtuigd dat ze zich dan eerder aan sterilisatie zouden onderwerpen. Nog een toespeling op het feit dat “evacuatie” niks anders betekende dan uitroeiing, want waarom zouden mensen massaal sterilisatie verkiezen boven verhuizing, zo beargumenteerden de rechters tijdens het proces in Neurenberg. Staatssecretaris Wilhelm Stuckart ging nog verder en pleitte voor de verplichte sterilisatie van alle Mischlinge omdat Heydrichs plannen “een oneindig grote administratieve arbeid met zich mee zou brengen”. Daarmee week hij af van de lijn van zijn ministerie dat tot dusver had gepleit om Mischlinge een aparte status toe te kennen zodat ze buiten de maatregelen in het kader van de eindoplossing vielen. Verder pleitte de staatssecretaris ervoor om alle gemengde huwelijken automatisch via de wet te ontbinden. Tijdens het proces van Neurenberg verdedigde Stuckart zijn radicale standpunten door te verklaren dat hij had geprobeerd om de “evacuatie” van Mischlinge te voorkomen. Hij beweerde dat hij tijd heeft willen winnen omdat hij wist dat de door hem voorgestelde sterilisatie technisch onuitvoerbaar zou zijn. Waarschijnlijker is het echter dat hij zijn voorstellen deed om de tanende invloed van zijn ministerie op de politiek aangaande het Jodenvraagstuk enigszins te handhaven.

    Definitielijst

    Endlösung
    Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
    getto
    Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Afbeeldingen

    Kaart waarop de definitie van een Jood, volgens de Neurenberger wetten, weergegeven is. Bron: Yad Vashem.
    SS-Gruppenführerpleitte Otto Hofmann van het RuSHA. Hij wilde Mischlinge laten kiezen of ze “geëvacueerd” of gesteriliseerd wilden worden. Bron: www.ghwk.de.
    Wilhelm Stuckart, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Hij pleitte voor de verplichte sterilisatie van alle Mischlinge. Bron: www.ghwk.de.

    Afsluiting van de conferentie

    Aan het eind van de conferentie kregen enkele aanwezigen nog de kans om hun zegje te doen. Staatssecretaris Erich Neumann van het Vierjarenplan uitte zijn vrees over het effect van de “evacuaties” op het economische leven. Hij wilde dat de Joden die in het kader van de Arbeitseinsatz werkten in de oorlogsindustrie niet gedeporteerd zouden worden, tenminste zolang er geen vervanging voor hen beschikbaar was. Heydrich kon hem gerust stellen, want volgens zijn huidige richtlijnen werden zulke Joden niet gedeporteerd. Vervolgens hield staatssecretaris Josef Bühler een pleidooi om eerst de Joden van het Generalgouvernement te deporteren. Volgens hem waren de Joden juist hier “een alles overtreffend gevaar” en bracht hun “voortdurende sluikhandel de economische structuur van het land blijvend in de war”. Van de bijna 2 ½ miljoen hier levende Joden zou volgens hem het merendeel bovendien niet tot werken in staat zijn. Hij motiveerde zijn pleidooi verder met de bewering dat het transportprobleem in het Generalgouvernement geen “alles overheersende rol” speelde. Mogelijk doelde hij op het feit dat het Generalgouvernement op dat moment al de beschikking had over één vernietigingskamp, namelijk Belzec, en kende hij wellicht zelfs het plan om er nog twee bij te bouwen.

    Bühlers pleidooi was een teken dat hij Heydrichs plannen volledig ondersteunde, maar het moet bij Heydrich nog meer genoegen geschept hebben dat Bühler vervolgens ook een loyaliteitsverklaring aflegde aan hem. De staatssecretaris verklaarde namelijk “dat de centrale leiding voor de oplossing van het Jodenvraagstuk in het Generalgouvernement bij de chef van de Sicherheitspolizei en de SD berust en dat zijn werkzaamheden door de officiële instanties van het Generalgouvernement worden ondersteund”. Dit was precies waar Heydrich op uit was geweest na alle strubbelingen die hij had ondervonden in de samenwerking met het bestuur van het Generalgouvernement. De verklaring werd daarom ook uitdrukkelijk vastgelegd in de notulen van de conferentie. Bühler was niet uit op sympathie van Heydrich, maar wilde dat zijn gebied als eerste werd vrijgemaakt van Joden. Hij kreeg zijn zin, want vanaf dat voorjaar werden de Joden uit het Generalgouvernement vermoord in de vernietigingskampen van Aktion Reinhard.

    Het laatste onderwerp dat volgens de notulen ter sprake kwam, waren “de verschillende mogelijkheden tot de oplossing”. Of nu de vernietigingkampen of gaskamers ter sprake kwamen is onbekend. Bühler en Alfred Meyer benadrukten echter dat bij de voorbereidingen in het kader van de eindoplossing “in de desbetreffende gebieden […] onrust onder de bevolking vermeden zou moeten worden”. Mogelijk doelden zij erop dat het vernietigingsprogramma niet bekend mocht worden bij de inheemse bevolking van het Generalgouvernement en de bezette delen van de Sovjet-Unie. Hierna werd de conferentie afgesloten, maar niet voordat Heydrich nog eens uitdrukkelijk aangaf dat hij verwachtte dat de deelnemers “hem bij de uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve van de eindoplossing de nodige steun [zouden] verlenen.” Daarmee maakte hij hen medeplichtig aan massamoord en dat was precies zijn doel.

    Definitielijst

    Arbeitseinsatz
    Gedwongen tewerkstelling in Duitsland. Circa 11 miljoen Europese burgers werden in dit kader opgeroepen om dwangarbeid te verrichten in het Derde Rijk. Niet te verwarren met de Arbeidsdienst, een organisatie opgericht als nationaal-socialistisch vormingsinstituut voor Nederlandse jongeren.
    Generalgouvernement
    Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    vernietigingskamp
    Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.
    Vierjarenplan
    Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

    Afbeeldingen

    Erich Neumann van het Vierjarenplan. Hij wilde dat de Joden die werkten in de oorlogsindustrie niet gedeporteerd zouden worden. Bron: www.ghwk.de.
    Joseph Bühler, staatssecretaris in het Generalgouvernement. Hij hield een pleidooi om eerst de Joden van het Generalgouvernement te deporteren. Bron: www.ghwk.de.
    Dr. Alfred Meyer, vertegenwoordiger van het burgerbestuur van het Rijkscommissariaat Ostland. Bron: www.ghwk.de.

    Wat werd bereikt?

    Na afloop van de conferentie maakte Reinhard Heydrich een ontspannen indruk. Adolf Eichmann verklaarde tijdens zijn rechtszaak in Jeruzalem hoe hij met Heydrich en Heinrich Müller bij de open haard in het gastenverblijf zat waar ze rookten en cognac dronken. Ze zaten “genoeglijk bij elkaar”, aldus Eichmann, “niet om nog eens over de onderwerpen door te praten, maar om ons na de lange, inspannende uren wat rust te gunnen.” Heydrich moet tevreden zijn geweest over het verloop van de conferentie. Zijn exclusieve autoriteit op het gebied van de Endlösung werd aanvaard en zelfs de partijleiders van het Generalgouvernement accepteerden uitdrukkelijk zijn superieure rol hierin. Niemand had geprotesteerd tegen de hoofdlijnen van Heydrichs plan en hij was verzekerd van de medewerking van de verschillende overheids- en partijinstellingen.

    Alleen met betrekking tot de Mischlinge en gemengde huwelijken was nog geen doorbraak bereikt. Deze kwesties werden besproken op twee vervolgvergaderingen op het hoofdkwartier van het Reichssicherheitshauptamt. De eerste vond plaats op 6 maart 1942, maar leidde ook niet tot definitieve afspraken. Wilhelm Stuckarts voorstel om Mischlinge in de eerste graad te steriliseren en gemengde huwelijken te ontbinden nadat de Arische partner voldoende tijd had gehad om te besluiten tot een scheiding werd in principe aangenomen, maar onmiddellijk na de vergadering werd dit weer in twijfel getrokken door Franz Schlegelberger, de minister van Justitie. Er werd een tweede vervolgbijeenkomst gehouden op 27 oktober, maar men kwam toen niet verder dan de voorstellen van 6 maart.

    Dat de compromisvoorstellen van Stuckart niet uitgevoerd werden, had meerdere redenen. Allereerst was gebleken dat massale sterilisatie onuitvoerbaar was, hoewel er in de zomer van 1942 wel geopperd werd dat een behandeling met röntgenstralen mogelijk wel effectief was. Ten tweede waren de ministeries van Justitie en Propaganda bezorgd voor de gevolgen van gedwongen scheiding. Het ministerie van Propaganda vreesde voor een algemene veroordeling door de katholieke kerk en het ministerie van Justitie zag juridische struikelblokken. Doorslaggevend was dat Hans Lammers, de chef van de Rijkskanselarij, de plannen op de lange baan schoof, omdat hij uit signalen van Hitler meende op te maken dat hij in oorlogstijd niet lastiggevallen wenste te worden met een dergelijk voorstel. In oktober 1943 werd tussen het ministerie van Justitie en de Schutzstaffel uiteindelijk overeengekomen om tijdens de oorlog geen Duitse Mischlinge te deporteren. De meeste Mischlinge in Duitsland zouden uiteindelijk ook niet gedeporteerd worden.

    Joden uit gemengde huwelijken zouden ook grotendeels ongemoeid gelaten worden. Toen in februari 1943 ongeveer 1.800 Joodse mannen, waarvan het merendeel getrouwd was met een Arische vrouw, werden opgepakt, kwamen hun vrouwen in protest. Ze verzamelden zich voor een pand aan de Rosenstrasse waar hun echtgenoten in afwachting van deportatie vastgehouden werden. Het protest duurde enkele dagen, maar uiteindelijk gaf Joseph Goebbels, die naast propagandaminister ook Gauleiter van Berlijn was, de vrouwen hun zin om verdere escalatie te voorkomen. Hij was bang dat de publieke opinie zich tegen het regime zou keren wanneer de bewakers het vuur hadden moeten openen op de Arische vrouwen. Zo goed liep het niet af met alle Joden uit gemengde huwelijken. In december 1943 begon men met het deporteren van voorheen bevoorrechte Joodse vrouwen wanneer hun man was gestorven. Vanaf januari 1945 werden ook sommige Joodse vrouwen met een nog levende Arische echtgenoot gedeporteerd.

    Heydrich zal het stranden van zijn voorstellen aangaande de Mischlinge en gemengde huwelijken op de Wannseeconferentie niet beschouwd hebben als een grote nederlaag. De afspraken in Wannsee betroffen namelijk enkel de Mischlinge in het Rijk, want op de Joden daarbuiten hadden de Duitse ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie geen invloed. Buiten het Duitse Rijk had de SS dus over het algemeen meer ruimte om deze kwestie naar wens aan te pakken of waren Joden gewoonweg minder geassimileerd en was van gemengde huwelijken of Mischlinge niet of nauwelijks sprake.

    Definitielijst

    Endlösung
    Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
    Gauleiter
    Leider en vertegenwoordiger van de NSDAP in een Gau.
    Generalgouvernement
    Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
    Propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.

    Na de conferentie

    Een dag na de conferentie rapporteerde Reinhard Heydrich aan Heinrich Himmler. Nu hen niks meer in de weg leek te staan, konden ze hun plannen eindelijk op de gewenste grote schaal doorvoeren. “Daar er in de nabije toekomst geen nieuwe Russische krijgsgevangenen te verwachten zijn,” zo telegrafeerde Himmler op 25 januari 1942 aan Richard Glücks (de chef van de SS-afdeling verantwoordelijk voor de concentratiekampen), zou hij “een groot aantal Joden en Jodinnen uit Duitsland” naar de kampen sturen. “Tref voorbereidingen om in de komende vier weken honderdduizenden mannelijke Joden en maximaal vijftigduizend Jodinnen in de concentratiekampen op te nemen.” Deze inderhaast geplande deportatie vond geen doorgang. Blijkbaar was men zo kort na de Wannseeconferentie nog niet voldoende voorbereid op massadeportaties. Dat blijkt ook uit een eerdere mededeling van Adolf Eichmann van 31 januari 1942 aan de hoofdbureaus van de Gestapo in Duitsland. Hij gaf aan dat “de recente evacuatie van Joden naar het Oosten uit afzonderlijke delen van het Reich het begin [vormen] van de Endlösung van het Joodse vraagstuk in het Altreich, Oostenrijk en het Protectoraat Bohemen en Moravië.” Hij benadrukte echter meteen dat deze evacuaties “eerst alleen in bijzonder dringende gevallen [werden] doorgevoerd.” Er werd namelijk nog “gewerkt aan nieuwe opnamemogelijkheden teneinde meer contingenten Joden […] de grens over te zetten.”

    Het duurde echter niet lang voordat het vernietigingsprogramma op volle toeren draaide. De eerste grote deportatiegolf naar de vernietigingskampen was afkomstig uit het Generalgouvernement, zoals Dr. Josef Bühler op de Wannseeconferentie had gewenst. De uitroeiing van de Joden daar kreeg Aktion Reinhard als codenaam en vond plaats in de vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka. De eerste deportatietrein bereikte vernietigingskamp Belzec op 17 maart 1942. Diezelfde maand werd begonnen met de bouw van Sobibor, waar de eerste transporten in mei arriveerden. Treblinka werd gebouwd in mei en op 23 juli 1942 arriveerde het eerste transport. Datzelfde jaar werden Joden uit Lodz en andere steden en dorpen uit de Warthegau naar Chelmno gedeporteerd. Deportaties naar Auschwitz-Birkenau waren begonnen in maart 1942 en gedurende dat jaar bereikten transporten uit Polen, Slowakije, Nederland, België, Joegoslavië en Theresienstadt het vernietigingskamp. De deportatie van de West-Europese Joden was in de zomer van 1942 begonnen. In de periode vanaf maart 1942 tot half februari 1943 was de helft van het totale aantal Joden vermoord die de oorlog door toedoen van de nazi’s niet zouden overleven.

    Ondanks de gemaakte afspraken op de Wannseeconferentie verliep de Endlösung niet vlekkeloos. Heinrich Himmler en Adolf Hitler moesten meermaals interveniëren. Problemen ontstonden vooral wanneer Joden gedeporteerd moesten worden die van belang waren voor de met arbeiderstekorten kampende oorlogsindustrie (hierop had staatssecretaris Erich Neumann van het Vierjarenplan gedoeld tijdens de Wannseeconferentie). Toen Himmler bijvoorbeeld het bevel gaf dat op 31 december 1942 alle Joden uit het Generalgouvernement “verhuisd” (moesten zijn, protesteerden de autoriteiten van de Wehrmacht omdat ze de Joodse dwangarbeiders in hun werkplaatsen niet konden missen. Himmler besloot noodgedwongen om bepaalde Joodse werkkrachten in leven te houden en over te brengen naar de concentratiekampen in Warschau en Lublin waar ze onder leiding van het SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt (het economische bureau van de Schutzstaffel) hun opdrachten voor de Wehrmacht konden blijven uitvoeren. Uiteindelijk werden echter ook deze tijdelijk vrijgestelde Joden gedeporteerd, want de plannen van de SS waren duidelijk; uiteindelijk moest heel Europa volledig vrij van Joden zijn.

    Terwijl de Endlösung in sommige landen vrijwel zonder problemen verliep, vaak met medewerking van de lokale autoriteiten of collaborerende organisaties, waren er ook landen waar de lokale autoriteiten weigerden mee te werken. De deportatie van de Italiaanse Joden begon bijvoorbeeld pas half september 1943. Weliswaar had de fascistische regering, onder aanvoering van dictator Benito Mussolini, antisemitische wetten ingevoerd en buitenlandse Joden in kampen gezet, maar aan deportatie weigerden de Italianen mee te werken. De Duitsers konden hun plannen pas doorzetten toen ze het noorden van land binnenvielen nadat de Italianen Mussolini hadden afgezet en ze zich overgaven aan de geallieerden. Ook in Hongarije kwamen de deportaties veel later op gang dan elders in Europa. Het land, onder leiding van Miklos Horthy, had zich al in oktober 1940 aangesloten bij de Aslanden. Er was een rassenwet aangenomen vergelijkbaar met de Duitse Neurenberger Wetten, maar ook Horthy weigerde zijn medewerking te verlenen aan deportaties. Die werden pas uitgevoerd toen de Duitsers het land in maart 1944 binnenvielen, nadat er signalen waren opgevangen dat Horthy zich wilde losmaken van de alliantie met Duitsland.

    Ondanks de problemen die in sommige landen werden ondervonden en de moeilijke balans tussen het genocideproject en de oorlogsindustrie slaagde de SS er uiteindelijk in om in totaal naar schatting 5.1 tot 6 miljoen Joden om te brengen. Bijna de helft kwam om in de vernietigingskampen. Hieronder een overzicht van het geschatte aantal slachtoffers van de Holocaust, naar land van herkomst volgens de grenzen van 1937. De cijfers zijn van historicus Dieter Pohl.

    Polen 2.900.000 tot 3.100.000
    Sovjet-Unie 950.000 tot 1.050.000
    Hongarije 270.000 tot 300.000
    Roemenië 275.000 tot 285.000
    Tsjecho-Slowakije 250.000 tot 260.000
    Duitsland 160.000 tot 165.000
    Litouwen 140.000 tot 150.000
    Nederland 100.000 tot 102.000
    Frankrijk 76.000 tot 77.000
    Letland 65.000 tot 70.000
    Oostenrijk 65.000
    Joegoslavië 60.000 tot 65.000
    Griekenland 59.000
    België 25.000
    Italië 6.000 tot 7.000
    Luxemburg 1.200
    Estland 1.000
    Noorwegen 758
    Denemarken 116
    Albanië 100
    Totaal 5.600.000 tot 5.700.000

    Definitielijst

    Endlösung
    Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Generalgouvernement
    Dat deel van het Poolse gebied dat sinds september 1939 door de Duitsers was bezet. Was een autonoom deel van Grossdeutschland. In augustus 1941 werd Oost-Galicië aan het Generalgouvernement toegevoegd. Het werd door uitsluitend Duitsers bestuurd onder leiding van Generalgouverneur Hans Frank. Het zou uiteindelijk een volwaardige Duitse provincie moeten worden bevolkt door Duitse kolonisten.
    Holocaust
    Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Theresienstadt
    Stad in Tsjechië, hier hadden de nazi's een modelconcentratiekamp ingericht.
    vernietigingskamp
    Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.
    Vierjarenplan
    Duits economisch plan dat gericht was op alle sectoren van de economie waarbij de vastgestelde productiedoelen in 4 jaar gehaald moeten worden.

    Afbeeldingen

    Joden uit het getto van Warschau worden gedeporteerd. Bron: USHMM.
    Joden worden vanuit het Nederlandse doorgangskamp Westerbork op transport gezet. Bron: USHMM.
    Hongaarse Joden ondergaan in het voorjaar van 1944 een selectie op het perron bij Auschwitz-Birkenau. Bron: Yad Vashem.

    Nawoord

    Van de aanwezigen op de Wannseeconferentie kwamen ten minste vijf voor het einde van mei 1945 om; de anderen werden na de oorlog door de geallieerden geïnterneerd en/of vervolgd voor oorlogsmisdaden.

    Reinhard Heydrich overleed op 4 juni 1942 in een ziekenhuis in Praag aan de verwondingen die hij had opgelopen bij een aanslag op zijn leven door Tsjechische verzetsstrijders op 27 mei.

    Roland Freisler kwam op 3 februari 1945 tijdens een geallieerd bombardement om het leven in of nabij het gebouw van het Volksgerechthof in Berlijn.

    Rudolf Lange werd op 23 februari 1945 gedood tijdens gevechten in Posen in Polen. Kort daarvoor, op 6 februari, was hij nog onderscheiden met het Deutsche Kreuz in Gold. Volgens sommige bronnen sneuvelde hij niet tijdens gevechten, maar pleegde hij zelfmoord.

    Alfred Meyer werd op 11 april 1945 dood aangetroffen aan de rivier de Wezer. De doodsoorzaak was zelfmoord.

    Heinrich Müller werd voor het laatst gezien in Berlijn op 29 april 1945. Zijn lot is onbekend, maar de meest waarschijnlijke theorie is dat hij in mei 1945 in Berlijn overleed.

    Martin Luther eindigde de oorlog in concentratiekamp Sachsenhausen na een conflict met Joachim von Ribbentrop, de minister van Buitenlandse Zaken. Hij overleed in mei 1945, kort na de bevrijding van het kamp.

    Eberhard Schöngarth werd na de oorlog door een Brits tribunaal aangeklaagd voor oorlogsmisdaden. Hij werd op 11 februari ter dood veroordeeld voor het bevel geven tot het vermoorden van een Britse krijgsgevangene die op 21 november 1944 in de buurt van Enschede uit zijn vliegtuig gesprongen was en gearresteerd was door de Gestapo. Schöngarth werd op 15 mei 1946 opgehangen in Hameln.

    Friedrich Wilhelm Kritzinger verklaarde tijdens het Internationale Militaire Tribunaal dat hij zich schaamde voor de nazimisdaden. Hij werd vanwege zijn slechte gezondheid vrijgelaten en overleed in oktober 1947.

    Josef Bühler was tijdens het Internationale Militaire Tribunaal getuige voor Hans Frank die ter dood veroordeeld werd. Bühler werd vervolgens uitgeleverd aan Polen waar hij van 17 april tot 5 juni 1948 in Krakau terecht stond en ter dood werd veroordeeld. In augustus 1948 werd hij terechtgesteld.

    Erich Neumann werd in mei 1945 door de geallieerden geïnterneerd, maar werd begin 1948 wegens ziekte vrijgelaten. Hij overleed datzelfde jaar.

    Wilhelm Stuckart werd veroordeeld tot drie jaar en tien maanden gevangenisstraf, maar hoefde die vanwege zijn voorarrest niet meer uit te zitten. Daarna was hij wethouder van Financiën in Helmstedt en secretaris van het Instituut ter Promotie van de Economie in Nedersaksen. Vanaf 1951 was hij derde landsvoorzitter van de “Bond van de ontheemden en ontrechten”. In 1953 werd hij door de denazificatierechtbank als “meeloper” bestempeld en veroordeeld tot een geldboete van 50.000 Duitse Mark. Stuckart kwam op 15 november 1953 bij een auto-ongeval om het leven.

    Adolf Eichmann vluchtte naar Argentinië waar hij op 11 mei 1960 werd gearresteerd door Israëlische agenten die hem ontvoerden naar Israël. Daar werd hij onder meer aangeklaagd voor misdaden tegen het Joodse volk en tegen de menselijkheid. Hij werd schuldig gevonden op alle punten en op 15 december 1961 ter dood veroordeeld. In de nacht van 31 mei op 1 juni 1962 werd Eichmann opgehangen in de Ramleh-gevangenis.

    Georg Leibbrandt werd door de geallieerden krijgsgevangen genomen en zat geïnterneerd van 1945 tot mei 1949. Daarna was hij werkzaam bij een Amerikaans cultureel instituut in München. In 1950 begon een gerechtelijk vooronderzoek naar zijn rol bij de uitroeiing van de Joden tegen hem, maar dat werd geseponeerd in augustus 1950. Hij werd niet verder vervolgd en overleed in 1982.

    Otto Hofmann werd tijdens het proces tegen het Rasse und Siedlungshauptamt in Neurenberg veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf, maar werd al in 1954 vrijgelaten. Daarna werkte hij als kantoorbediende in Württemberg. Hij overleed op 31 december 1982.

    Gerhard Klopfer zat na de oorlog tot 1949 geïnterneerd. Daarna werkte hij als belastingadviseur en vervolgens als advocaat. In 1962 werd hij vrijgesteld van verdere strafrechtelijke vervolging door het Openbare Ministerie van Ulm. Klopfer stierf in februari 1987 in Ulm.

    De villa waar de Wannseeconferentie gehouden was, bleef gedurende de oorlogsjaren in gebruik van de Sicherheitsdienst. Er verbleven meerdere hooggeplaatste officieren en vanaf oktober 1944 gebruikte SS-Gruppenführer Otto Ohlendorf, het hoofd van de afdeling Binnenland van de SD, het pand als zijn hoofdkwartier. Na de Duitse capitulatie was het gebouw in 1945 en 1946 in gebruik van de geallieerden. In 1947 en 1948 was het vervolgens in gebruik als volkshogeschool en van 1952 tot 1988 als vormingscentrum voor scholieren. Van 1965 tot 1972 probeerde de historicus Joseph Wulf (1912-1974) om in de villa een documentatiecentrum van de Holocaust op te richten, maar zonder resultaat. Pas op 20 januari 1992, exact vijftig jaar na de conferentie, werd in de villa een herdenkings- en documentatiecentrum geopend. De vaste tentoonstelling over de Wannseeconferentie en de Holocaust is hier tegenwoordig dagelijks te bezoeken.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Holocaust
    Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
    oorlogsmisdaden
    Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.

    Afbeeldingen

    Vooraanzicht van de villa waar de conferentie gehouden werd. Bron: Auke de Vlieger.
    Opnieuw het vooraanzicht. Bron: Auke de Vlieger.
    Achteraanzicht van de villa. Bron: Auke de Vlieger.
    Uitzicht op de Wannsee vanuit de achtertuin van de villa. Bron: Auke de Vlieger.
    Korte documentaire over de geschiedenis van de Wannseeconferentie van het United States Holocaust Museum. Bron: USHMM op YouTube.

    Gerelateerde bezienswaardigheden