De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Proloog

    De namen HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix doen terecht vermoeden dat de schepen, ondanks dat zij in dienst van de Royal Navy waren, een sterke band met Nederland hadden. De beide zusterschepen waren dan ook in Nederland gebouwd als Koningin Emma en Prinses Beatrix. De Stoomvaart Maatschappij Zeeland (SMZ) had de passagiersschepen in december 1937 besteld ter vervanging van de stoompassagiersschepen Oranje Nassau en Mecklenburg, die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst zouden doen als logementsschepen Hr. Ms. Oranje Nassau en Hr. Ms. Mecklenburg. De beide schepen waren bestemd voor de lijn Vlissingen-Harwich. Omdat het de bedoeling was dat beide veerboten, ook wel kanaalboten genoemd, de oversteek elke dag zouden maken, moesten ze over een behoorlijke snelheid beschikken. Daarom werden de Koningin Emma en Prinses Beatrix, door bouwwerf Koninklijke Mij. De Schelde te Vlissingen, uitgerust met Zwitserse Sulzer dieselmotoren, die een vermogen konden genereren van 12.500 pk. Toen de zusterschepen in het voorjaar van 1939 proefvaarten uitvoerden behaalden zij snelheden van ruim 24 knopen, anderhalve knoop meer dan in het contract stond. Op dat moment waren de zusterschepen zelfs de snelste motorschepen ter wereld totdat het Nederlandse motorschip Oranje (Ms. Oranje) een maand later een snelheid van 26 knopen behaalde.

    De Koningin Emma werd op 4 juni 1939 in dienst gesteld en haar zusterschip een maand later. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vond de SMZ het echter beter om de nieuwe kanaalboten vanaf 6 september 1939 op te leggen in Vlissingen om ze niet bloot te stellen aan de talloze mijnen, die inmiddels door de Duitsers en de Britten in de Noordzee gelegd waren. Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers Nederland binnen en dropten meteen magnetische mijnen in alle belangrijke riviermondingen en zeearmen, ook in de Westerschelde. De Koningin Emma en Prinses Beatrix vluchtten, samen met vele andere Nederlandse schepen, naar Engeland en kwamen op 15 mei aan in Londen.

    Twee dagen later werden de zusterschepen gecharterd door het British Ministry of War Transport (BMWT) om ingezet te worden als troepentransportschepen. De schepen maakten in juni, juli en augustus 1940 verschillende reizen om geŽvacueerde Franse troepen terug te brengen naar Frankrijk en Britse troepen naar Groot-BrittanniŽ te halen. In september 1940 werden de Nederlandse veerboten gevorderd door de Royal Navy. De moderne en snelle kanaalboten waren bij uitstek geschikt om omgebouwd te worden tot zogenaamde Assault Ships (aanvalsboten). De Koningin Emma en de Prinses Beatrix werden in Belfast verbouwd en in januari 1941 in dienst gesteld als HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix. Later werden de schepen geclassificeerd als Landing Ships Infantry (LSI).

    HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix zouden een indrukwekkende carriŤre maken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij werden ingezet in Noorwegen, op de Zuid-Atlantische Oceaan, bij de Dieppe Raid, de invasie van Noord-Afrika, de invasie van SiciliŽ, de invasie van Frankrijk en in de Indische Oceaan. De beide schepen, met aan boord een groot deel van de oorspronkelijke Nederlandse koopvaardijbemanning, voldeden uitstekend aan de hoge verwachtingen en liepen tijdens de talloze acties weinig of geen schade op.

    Na de oorlog werden de Koningin Emma en Prinses Beatrix te Vlissingen weer omgebouwd tot veerboten. Vanaf 1948 voeren de zusterschepen twintig jaar lang op de lijn Hoek van Holland-Harwich totdat zij in 1968 voor sloop verkocht werden naar Antwerpen. Hun betrekkelijk korte levensduur was zeer zeker te wijten aan het intensieve gebruik van de zusterschepen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

    Definitielijst

    invasie
    Gewapende inval.
    Raid
    Snelle militaire overval in vijandelijk gebied.

    Afbeeldingen

    Ms. Koningin Emma voor de Tweede Wereldoorlog. Bron: Maritiem Digitaal.
    Ms. Prinses Beatrix voor de Tweede Wereldoorlog. Bron: Maritiem Digitaal.
    De Koningin Emma na de Tweede Wereldoorlog. Bron: Scheepsbouw KMS.

    Klasse overzicht en technische gegevens

    Britse naamHMS Queen EmmaHMS Princess Beatrix
    Nederlandse naamMs. Koningin EmmaMs. Prinses Beatrix
    BouwwerfKoninklijke Mij, De Schelde te Vlissingen
    Bouwnummer209210
    Bestelddecember 1937
    Op stapel gezet7 mei 1938
    Te water gelaten14 januari 193925 maart 1939
    Afgebouwd19 mei 1939juni 1939
    In dienst gesteld4 juni 19393 juli 1939
    Buiten dienst gesteld1 september 1939
    Gecharterd door BMWT17 mei 1940
    Gevorderd door de Royal Navyseptember 1940
    VerbouwingswerfHarland & Wolff Ltd. te Belfast, Noord-Ierland
    In Britse dienst gesteld14 januari 194122 januari 1941
    Grootste lengte115,9 meter
    Grootste breedte14,4 meter
    Diepgang4,12 meter
    Machine-installatie2 x 10-cilinder Sulzer dieselmotoren
    Machinevermogen12.500 pk
    Aantal schroeven2 schroeven
    Maximale snelheid23 tot 24,5 knopen
    Bemanning als veerboot58 koppen
    Passagierscapaciteit297 nachtpassagiers, 1.000 tot 1.800 dagpassagiers
    Vrachtcapaciteit2.260 kubieke meters vracht- en autolaadruimte en postkamers
    Bemanning in Britse dienst227 koppen
    Bewapening in Britse dienst2 x 12 pounder (7,6cm) kanonnen, 2 x 2 pounder (40mm) Vickers, 4 x 20mm Hotchkiss en 2 x 7,7mm mitrailleurs

    De Koningin Emma en Prinses Beatrix beschikten over 297 bedden voor nachtpassagiers. Overdag konden normaal gesproken 1.000 passagiers vervoerd worden in de hutten en in zitruimtes. In noodgevallen konden de schepen maximaal 1.800 passagiers vervoeren. De 10-cilinder Sulzer dieselmotoren waren onder licentie van het Zwitserse bedrijf Sulzer gebouwd door De Schelde.

    Afbeeldingen

    Tewaterlating van de Koningin Emma op 14 januari 1939. Bron: Scheepsbouw KMS.
    Een auto wordt aan boord van de Koningin Emma gereden. Bron: Scheepsbouw KMS.
    Slaapzaal aan boord van de Koningin Emma. Bron: Scheepsbouw KMS.

    Troepentransportschepen

    De Koningin Emma en Prinses Beatrix werden twee dagen na aankomst in Londen, op 17 mei 1940, gecharterd door het British Ministry of War Transport. De schepen werden uitgerust met een zogenaamde degaussingkabel tegen magnetische mijnen. Met deze kabel werd het toenemende magnetische veld dat door een schip gecreŽerd werd richting een magnetische mijn, waarop deze detoneerde, kunstmatig afgezwakt. De originele bemanning bleef aan boord, maar werd versterkt door een detachement Nederlandse mariniers en bemanningsleden van het stoomschip Hr. Ms. Westernland van de Holland Amerika Lijn (HAL). De gezagvoerder van de Koningin Emma was op dat moment kapitein F.J. Hintertur en kapitein W.L.C. van de Plank voerde het commando over de Prinses Beatrix. De twee kanaalboten kregen de opdracht om Franse soldaten, die eerder uit Duinkerken waren geŽvacueerd, terug te brengen naar Frankrijk waar zij de strijd konden voortzetten. Beide schepen verlieten op 2 juni 1940 de haven van het Zuid-Engelse Plymouth met gezamenlijk ruim 3.500 man Franse troepen aan boord op weg naar Brest. Beide Nederlandse schepen werden geŽscorteerd door de Franse kanonneerboot Commandant RiviŤre, die echter slechts een maximale snelheid van 17 knopen had. Hierdoor waren de Koningin Emma en de Prinses Beatrix genoodzaakt om veel langzamer te varen dan zij feitelijk zouden kunnen. Op de terugweg werden de beide Nederlandse schepen niet opgehouden door een traag Frans oorlogsschip en konden de twee schepen op volle kracht terug naar Engeland varen. In de avond van 3 juni keerden de beide kanaalboten dan ook al terug op de rede van Plymouth.

    De volgende dag kregen de Koningin Emma en de Prinses Beatrix elk zo`n 1.500 man Franse troepen aan boord en zouden wederom door een Frans oorlogsschip begeleid worden. Maar eenmaal buiten de haven aangekomen, ontbrak elk spoor van het Franse vaartuig en kon de overtocht naar Brest, weliswaar onbeschermd, maar veel sneller gemaakt worden. In de daarop volgende week werd de oversteek naar Brest nog twee maal gemaakt met gezamenlijk zo`n 3.000 Franse soldaten aan boord. Op de terugweg werden enkele honderden Britse manschappen terug naar hun vaderland gebracht. Op 9 juni kreeg de Prinses Beatrix in Brest 900 man Nederlandse troepen aan boord van wie de meeste tot het korps marechaussee behoorden. De Nederlandse militairen werden veilig naar Engeland overgebracht.

    Op 16 juni 1940 maakte de Koningin Emma haar laatste reis naar Brest met aan boord nog 300 man Franse troepen. De volgende uitreis voerde het Nederlandse schip naar Bayonne, Zuidwest-Frankrijk, waar het schip op 20 juni arriveerde. De volgende dag kwamen 1.482 Britse evacuťs aan boord, die binnen een etmaal naar Plymouth werden gebracht.

    De Britten waren sinds 10 mei 1940 al bezig met de bezetting van IJsland onder de codenaam Operatie Fork. De occupatie werd uitgevoerd om te voorkomen dat het strategisch belangrijke eiland door de Duitsers zou worden bezet. In de maanden juli en augustus werden Britse en Canadese versterkingen aangevoerd, onder andere door de Koningin Emma. Het Nederlandse schip maakte hierbij een reis rond het gehele eiland en zette op verschillende plaatsen troepen en uitrusting aan land. De IJslandse regering protesteerde formeel, maar was feitelijk blij met de geallieerde occupatie. In juli 1941 werd de bezetting van IJsland overgenomen door de Amerikanen onder de zogenaamde US-Icelandic Defence Agreement.

    Definitielijst

    Operatie Fork
    Landing van een bataljon Engelse mariniers op IJsland, van 7 t/m 17 Mei 1940.

    Assault Ships

    In september 1940 lagen Ms. Koningin Emma en Ms. Prinses Beatrix afgemeerd in Pembroke, Wales. De British Admiralty vorderde de beide Nederlandse schepen zodat ze ingezet zouden kunnen worden als Assault Ships. De Britten waren inmiddels begonnen met de opleiding van commando`s en amfibietroepen en er werden reeds uitgebreide plannen gemaakt voor het uitvoeren van commandoraids en amfibische landingen op de kusten van bezet West-Europa. De schepen vertrokken daarom naar Belfast om op de werf van Harland & Wolff Ltd. verbouwd te worden. Hierbij werd het hoofddek zoveel mogelijk vrij gemaakt en werden er speciale davits (hijs- en kantelinrichtingen om reddingsboten, sloepen of landingsvaartuigen te hijsen en te strijken) geÔnstalleerd. De davits waren geschikt voor zes 9-tons Landing Craft Assault (LCA) en twee 21-tons Landing Craft Mechanical (LCM). De LCA`s konden 31 man troepen aan land brengen en beschikten over Thornycroft benzinemotoren. De eveneens met twee Thornycroft benzinemotoren uitgeruste LCM`s Mark 1 konden zestien ton manschappen, uitrusting of voertuigen aan land brengen en hadden zes bemanningsleden. Bij de davits werden cilindrische benzinetanks aangebracht voor de landingsvaartuigen. Om de actieradius van de beide kanaalboten te vergroten werden tevens brandstof- en zoetwatertanks bijgebouwd. Verder werden er faciliteiten aangebracht voor het vervoer van 450 manschappen en hun persoonlijke uitrusting. Bovendien werden de schepen uitgerust met 7,6cm kanonnen en Vickers en Hotchkiss mitrailleurs, die nog afkomstig waren uit de Eerste Wereldoorlog. De schepen kregen buiten de oorspronkelijke Nederlandse bemanning tientallen Britse bemanningsleden aan boord die verantwoordelijk werden voor de landingsvaartuigen en de bewapening. De Koningin Emma werd op 14 januari 1941 in dienst gesteld als HMS Queen Emma door commandant Lieutenant Commander (luitenant-ter-zee der 1e klasse) Edward John Robert North. Acht dagen later volgde de Prinses Beatrix, die als HMS Princess Beatrix in dienst werd gesteld door Commander (kapitein-luitenant-ter-zee) Thomas Bennett Brunton. Officieel werden de beide aanvalsschepen geclassificeerd als Special Ships en zij zouden voor de rest van de oorlog de Britse oorlogswimpel oftewel de White Ensign voeren.

    De eerste commandoraid waar de beide Nederlandse Assault Ships bij betrokken waren, was Operatie Claymore, de aanval op de Noorse eilandengroep Lofoten. Op deze Noorse eilanden bevonden zich een groot aantal visolie- en glycerinefabrieken, die nu voor de bezetter werkten. De Noorse regering in Londen hielp met de planning van de belangrijkste doelen en bij het verstrekken van de noodzakelijke geografische en lokale informatie. Op 22 februari 1941 arriveerden HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix te Scapa Flow, de Britse marinebasis in Schotland. Hier kregen zij gezamenlijk 550 commando`s, 50 man van de Royal Engineers Section en 52 leden van de Koninklijke Noorse Marine aan boord. In de vroege ochtend van 1 maart 1941 vertrokken de beide aanvalsschepen, onder begeleiding van de torpedobootjagers HMS Somali, HMS Bedouin, HMS Tartar, HMS Eskimo en HMS Legion naar de Vestfjord op de Lofoten.

    In de vroege morgenuren van 4 maart voeren de voormalige kanaalboten de fjord binnen en zetten door middel van de landingsvaartuigen, op vier verschillende plaatsen, de commando`s en andere troepen aan land. Hierbij ondervonden de geallieerden geen enkele tegenstand en alle doelen werden getraceerd en vernield. De vijf torpedobootjagers brachten het visfabriekschip Hamburg van 9.700 ton, de gewapende Duitse trawler Krebs en enkele kleinere visvaartuigen tot zinken met een gezamenlijk tonnage van 18.000. De Britse troepen werden door de plaatselijke bevolking enthousiast ontvangen en maakten 213 Duitse militairen krijgsgevangen. Om 13:00 uur werden de landingsvaartuigen aan boord gehesen en keerden de geallieerde schepen huiswaarts. Op 6 maart waren zij terug te Scapa Flow en brachten, buiten de Duitse krijgsgevangenen, 314 Noorse vrijwilligers mee, die zich ter beschikking stelden van de geallieerden. Van midden 1941 tot 5 september van dat jaar nam de in actieve dienst herstelde Captain (kapitein-ter-zee) Edward Neville Kershaw tijdelijk het commando van HMS Queen Emma op zich tot hij op de laatst genoemde datum werd afgelost door de in dienst teruggekeerde Captain George Louis Downall Gibbs.

    In de zomer en het najaar van 1941 werden HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix, samen met drie voormalige Britse kanaalboten, in Freetown te Sierra Leone, stand-by gehouden in verband met een eventuele geallieerde bezetting van de Canarische Eilanden. De Britse Admiraliteit was bang dat de Duitsers deze strategische eilanden wilden veroveren en zo de trans-Atlantische konvooien in gevaar zouden brengen. De Duitsers zagen echter in dat een bezetting van de Spaans-Atlantische eilanden geen stand zou houden wegens de Britse overmacht ter zee.

    Op 4 november 1941meldde de Britse tanker Olwen dat zij op de Atlantische Oceaan, ter hoogte van Freetown, was aangevallen door een Duitse raider. HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix hoorden bij de geallieerde schepen die er op uitgestuurd werden om deze vijandelijke hulpkruiser te zoeken. Er werd echter geen Duitse raider gevonden en de British Admiralty ging er van uit dat de tanker aangevallen was door een aan de oppervlakte varende U-boot. Op 22 november werd echter de Duitse raider Atlantis door de Britse kruiser HMS Devonshire tot zinken gebracht in de Zuid-Atlantische Oceaan. Op 1 december 1941 werd het Duitse bevoorradingsschip Python door de Britse kruiser HMS Dorsetshire de diepte in gezonden in hetzelfde gebied. Bijna alle bemanningsleden van deze twee vijandelijke schepen werden opgepikt door Duitse en Italiaanse onderzeeboten. De Britten vreesden dat de Duitse zeelieden aan land gebracht zouden worden op Ascension, een klein eilandje midden in de Zuid-Atlantische Oceaan dat in 1823 ingenomen was door de Royal Navy. De Duitsers zouden gemakkelijk het kleine plaatselijke garnizoen kunnen overmeesteren en het strategisch liggende eiland bezetten. In allerijl werden troepen ingescheept aan boord van HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix om de verdediging van Ascension te versterken. Onderweg kwam echter het bericht dat de Duitse overlevenden aan boord van de onderzeeboten op weg waren naar Bordeaux en werden de twee zusterschepen teruggeroepen.

    Definitielijst

    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. ItaliŽ en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
    Operatie Claymore
    Britse commando-raid op de Lofoten (Noorwegen) in maart 1941.
    U-boot
    Duitse benaming voor onderzeeboot. Duitse U(ntersee)-boten hebben tot in mei 1943 een belangrijke rol gespeeld in de oorlogvoering. Ook veel vracht- en passagiersboten werden door deze sluipmoordenaars van de zee getorpedeerd en tot zinken gebracht.

    Afbeeldingen

    HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix te Scapa Flow. Bron: HMS Princess Beatrix.
    Assault Ship HMS Queen Emma. Bron: HMS Princess Beatrix.
    HMS Princes Beatrix tijdens de aanval op de Lofoten. Bron: HMS Princess Beatrix.
    Brandende visolietanks op de Lofoten gezien vanaf HMS Legion. Bron: Wikipedia.

    Landing Ships Infantry

    Begin 1942 werden HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix teruggeroepen naar Groot-BrittanniŽ en vertrokken daarom op 14 februari van Freetown naar Greenock, Schotland. Aangekomen in de havenstad aan de monding van de Clyde gingen de beide schepen in onderhoud. Tevens ondergingen zij nog een aantal verbouwingen en werden daarna geclassificeerd als Landing Ship Infantry (LSI).

    In april 1942 werden HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix geselecteerd om deel te nemen aan de landing bij Dieppe, die de codenaam Operatie Jubilee meekreeg. De Princess Beatrix zou samen met de voormalige Britse kanaalboot HMS Invicta het Canadese South Saskatchewan Regiment aan boord nemen. De Queen Emma zou samen met de verbouwde Belgische kanaalboot HMS Princess Astrid het Royal Regiment of Canada het Kanaal over zetten. Deze vier schepen maakten in de avond van 18 augustus 1942 deel uit van een ruim 200 schepen tellende vloot, die de havens van Southampton, Portsmouth, Newhaven en Shoreham verliet. De landing bij Dieppe vond de volgende dag plaats, maar zou geen succes worden voor de geallieerden. Dit kwam mede doordat de armada onderweg een Duits konvooi tegenkwam waardoor het verrassingselement verloren ging. De geallieerde verliezen waren dan ook heel hoog. De Princess Beatrix liep tijdens de landing bij Dieppe lichte schade op nadat zij in aanvaring was gekomen met HMS Invicta. De schade werd na terugkeer in Portsmouth, op 20 augustus, hersteld.

    Dienstplichtig Matroos Peter Stevens van de Royal Navy schreef hier in zijn oorlogsmemoires over: "Ik kwam aan boord van HMS Queen Emma na haar terugkeer uit Dieppe als lichtmatroos, later als matroos der 1e klasse. Mijn gevechtspost was de voorste primaire bewapening in de vorm van een antiek 12 pounder kanon, een relikwie uit de Eerste Wereldoorlog. In oktober 1942 vertrokken we naar Liverpool en namen zo`n 500 Amerikaanse soldaten aan boord voor Operatie Torch. Wie ook de Queen Emma van koopvaardijschip omgebouwd had tot oorlogsschip had een groot gevoel voor humor. De soldaten die aan boord kwamen werden bewegwijzerd aan de hand van bordjes met daarop The Ritz Upper, The Ritz Lower, The Carlton, The Berkely en The Savoy. Stel u voor dat soldaten op zee, samengepakt op deze dekken, een ieder met zijn volledige gevechtsuitrusting, het schip rollend, weinig ventilatie en een groot deel van hen zeeziek, ik vraag u: Ritz, Carlton, Berkely, Savoy?"

    Vanaf eind augustus 1942 werden de beide voormalige Nederlandse kanaalboten gestationeerd op de Clyde en maakten deel uit van Training Squadron D. Hier werden de schepen door eindeloze oefeningen voorbereid op Operatie Torch, de landing in Noord-Afrika. Op 26 oktober 1942 kregen beide schepen onderdelen van de 6e gepantserde Amerikaanse infanteriebrigade aan boord en daarna sloten zij zich aan bij het eerste snelle Torch-konvooi, dat deel uitmaakte van de Centre Naval Task Force. De Task Force, bestemd voor de landing bij Oran, Algerije, omvatte 70 oorlogsschepen waaronder zes LSI`s en 34 transportschepen. De aanval werd na enige vertraging op 8 november ingezet. De landing van de legeronderdelen bij Oran verliep vlekkeloos en de snelle vorderingen van deze troepen droegen belangrijk bij tot de capitulatie van de Vichy-Franse troepen in de stad.

    Kort daarna werd besloten dat de twee voormalige kanaalboten in het westelijke deel van de Middellandse Zee zouden blijven om versterkingen voor de Amerikaanse troepen in Noord-Afrika te vervoeren. Hierbij werkten de beide schepen vaak samen met de voormalige Britse kanaalboten HMS Royal Scotsman en HMS Ulsterman van de Burn & Laird Lines. Omdat de vier schepen vaak `s nachts opereerden, kregen zij de bijnaam "Moonlight Squadron". De gehele winter werden de reizen door de vier schepen voortgezet. Al deze tochten verliepen nagenoeg zonder noemenswaardige incidenten. De Queen Emma werd eenmaal beschadigd door rondvliegende scherven van een near miss (indirecte treffer) van een Duitse vliegtuigbom. Na de val van TunesiŽ, in mei 1943, kregen de vier schepen een speciale dankbetuiging van de geallieerde commandanten en een bedankbrief van de geallieerde opperbevelhebber in het westelijke deel van de Middellandse Zee: Admiral Sir Andrew B. Cunningham. De beide Britse kanaalboten keerden daarna terug naar Engeland.

    Begin juli 1943 kwamen HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix aan in Sousse, de havenstad van Tunis. Hier werden de schepen in gereedheid gebracht voor Operatie Husky, de invasie van SiciliŽ. De troepen die aan boord kwamen, waren van de Schotse 51st Highland Infantry Division. Bij de landingen op het Italiaanse eiland waren ook de Nederlandse kanonneerboten Hr. Ms. Flores en Hr. Ms. Soemba betrokken, die met hun 15cm kanonnen Duitse en Italiaanse kustbatterijen bestookten voordat de geallieerde landingsvaartuigen op het strand gezet werden. De beide Nederlandse kanonneerboten kregen de bijnaam "The Terrible Twins", een naam die eveneens niet misstaan had voor HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix.

    Op 17 juli 1943 had de Britse sector, tijdens landingen bij Avola en Augusta, ernstig te lijden onder Duitse luchtaanvallen. Verschillende schepen raakten beschadigd of gingen verloren, waaronder HMS Queen Emma, die als gevolg van enkele near misses schade op liep. Er vielen 18 doden en 70 gewonden aan boord, maar het machinekamerpersoneel kon de noodreparaties aan de Sulzer dieselmotoren verrassend snel uitvoeren. De commandant kreeg toch opdracht om naar Malta te gaan voor herstel aan de scheepshuid, waar ruim 200 gaten in zaten. Na de reparaties bleek het schip toch ongeschikt voor verdere dienst als LSI omdat ze niet meer dan 15 knopen kon halen. Gedurende enkele maanden werd de voormalige kanaalboot alleen ingezet als transportschip. Matroos Peter Stevens schreef hierover: "HMS Queen Emma kreeg twee indirecte treffers van heel dichtbij te verwerken van fragmentatiebommen. De bommen richtten grote schade aan aan boord en maakten veel slachtoffers toen de handgranaten van de commando`s aan boord tot ontploffing kwamen door de granaatscherven. Er vielen tientallen slachtoffers onder wie 15 doden in het achterschip. We hadden drie Royal Navy dokters aan boord, twee van hen werden direct gedood. Als matroos moest ik helpen met opruimen wat in de praktijk betekende dat we met emmer en dweil bloed, hersenen en vleesresten van het dek en de schotten moesten verwijderen. De doden werden in hangmatten gerold en kregen een zeemansgraf op weg naar Malta."

    Nadat ItaliŽ, op 8 september 1943 een wapenstilstand met de geallieerden was overeengekomen vervoerde HMS Princess Beatrix troepen van Noord-Afrika naar het Italiaanse vaste land en begeleidde HMS Queen Emma Italiaanse oorlogsschepen naar Malta. Een maand later vertrok de laatstgenoemde naar de Clyde voor definitieve reparaties. De Princess Beatrix bleef nog maanden langer in de Middellandse Zee en was onder andere betrokken bij Operatie Partridge, een commandoraid bij de rivier Garigliano en Operatie Shingle, de landing bij Anzio op 22 januari 1944. Op 31 januari vertrok het Nederlandse schip naar Tunis voor onderhoud aan de dieselmotoren. Daarna werden Franse en Poolse troepen naar Ancona, Noordoost-ItaliŽ, gebracht. Later werden Franse commandotroepen aan boord genomen voor aanvallen op de Franse Middellandse Zeekust. Begin 1944 nam Lieutenant Commander van de Royal Navy Reserve (RNR) John Fulcher Coleman het commando op HMS Princess Beatrix over tot midden 1944. Daarna werd hij afgelost door Lieutenant Commander Joseph Downes King van de RNR.

    Op 15 augustus 1944 nam HMS Princess Beatrix, met meer dan 800 oorlogsschepen, afkomstig uit de Verenigde Staten, Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Canada, Nederland, BelgiŽ, Griekenland en Polen, deel aan Operatie Dragoon, de invasie van Zuid-Frankrijk. Tijdens deze operatie zette het Nederlandse schip onder andere Senegalese troepen aan land bij St. Tropez. Tien dagen later verliet HMS Princess Beatrix de haven van Napels en keerde terug naar de Clyde. Tijdens haar actieve periode in de Middellandse Zee had de kanaalboot 42.755 zeemijlen afgelegd en 26.142 personen vervoerd onder wie een groot aantal krijgsgevangenen.

    Intussen was HMS Queen Emma eind oktober 1943 aangekomen op de Clyde voor onderhoud en reparatie. Na deze periode werd het schip voorbereid op Operatie Neptune, de landing in NormandiŽ. Bij deze grootste amfibische operatie van de Tweede Wereldoorlog was HMS Queen Emma ingedeeld bij Assault Group J1, onderdeel van de Amerikaanse sector. Bij deze aanvalsgroep was ook het Nederlandse schip van de SMZ Hr. Ms. Mecklenburg betrokken. HMS Queen Emma maakte in de weken na D-Day meer dan 40 reizen tussen Zuid-Engeland en de Franse kust. Nadat een aantal havens door de geallieerden was heroverd deed HMS Queen Emma Cherbourg, Le Havre en Oostende aan om troepen aan land te brengen. Tijdens het Ardennen Offensief bracht de Queen Emma, samen met HMS Princess Astrid, in recordtijd, de 6e Britse Luchtlandingsdivisie van Engeland naar Calais. Tijdens de 43 reizen tussen Engeland en het Europese vaste land had HMS Queen Emma bijna 20.000 zeemijlen afgelegd en ruim 30.000 man troepen vervoerd ondanks de gevaren van Duitse kustbatterijen, U-boten en torpedomotorboten.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    commandotroepen
    Speciale eenheden, vooral ingezet achter de vijandelijke linies voor sabotage en verkenningacties.
    D-Day
    De dag dat de invasie van West-Europa plaatsvond op 6 juni 1944. Na een lange misleidingsoperatie vielen de geallieerden op vijf plaatsen op de Normandische kust de stranden binnen om zo hun opmars naar Nazi-Duitsland te beginnen. Hoewel D-Day vaak als Decision Day wordt gezien, is dit niet geheel correct. De D staat in dit geval gewoon voor Day, in het militaire jargon wordt namelijk gesproken van een operatie op Dag D, beginnend op Uur U.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. ItaliŽ en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
    invasie
    Gewapende inval.
    kanon
    ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
    Offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Operatie Dragoon
    Geallieerde amfibische landing op de Franse middellandse zeekust op 15 augustus 1944, met als doel het openen van een tweede front in Frankrijk om de geallieerde opmars te versnellen. Operatie Dragoon werd gebaseerd op de geannuleerde operatie Anvil.
    Operatie Husky
    Codenaam voor de Geallieerde landingen op SiciliŽ, deze aanval begon op 10 juli 1943.
    Operatie Jubilee
    Codenaam voor de Geallieerde landing in Dieppe, 19 augustus 1942.
    Operatie Shingle
    Geallieerde landing bij Anzio op 22 januari 1944.
    Operatie Torch
    Geallieerde amfibische landingen in Marokko en Algerije op 8 November 1942. Voorgaande namen van Torch zijn (zie) Gymnast en Super-Gymnast.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van ťťn wapensoort.

    Afbeeldingen

    LCM`s tijdens de raid op Dieppe. Bron: Wikipedia.
    Landing Ship Infantry HMS Princess Beatrix. Bron: Saskatchewan Military Museum.
    HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix in konvooi op weg naar Noord-Afrika. Bron: HMS Princess Beatrix.

    HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix in het Verre Oosten

    HMS Queen Emma werd na de invasie van Europa buiten dienst gesteld en op de werf van Harland & Wolff te Belfast onderhouden en verbouwd voor dienst in de tropen. Op 29 maart 1945 keerde het schip terug op de Clyde. Wegens problemen met ťťn van de Sulzer dieselmotoren moest het vertrek naar het Verre Oosten uitgesteld worden tot Bevrijdingsdag 5 mei 1945. Het schip vertrok op die dag in konvooi via Gibraltar en Port Said naar Bombay, Brits-IndiŽ, onder gezag van Commander Thomas Louis Alkin. HMS Princess Beatrix was in die tijd verbouwd op de werf van D. & W. Henderson Ltd. te Glasgow en kwam op 15 juli 1945 aan in Trincomalee, de geallieerde marinebasis op Ceylon. Het commando van het schip was sinds 8 maart 1945 overgenomen door Commander Joseph Stretch van de RNR.

    Beide voormalige kanaalboten waren in het Verre Oosten betrokken bij de herovering van Penang, Brits MaleisiŽ (Operatie Jurist), Sabang, Noord-Sumatra (Operatie Beecham) en Singapore (Operatie Tiderace). De schepen vervoerden verder Franse troepen naar Saigon, onder begeleiding van onder andere het Franse slagschip Richelieu. Nadat Japan op 2 september 1945 de capitulatie-overeenkomst had getekend aan boord van het Amerikaanse slagschip USS Missouri, brachten HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix Brits-Indische troepen naar Java om de bezettingstaak van de Japanners over te nemen. Er waren toen nog geen Nederlandse troepen voor deze taak beschikbaar. De Japanners gaven de geallieerden inlichtingen betreffende mijnenvelden zodat Britse mijnenvegers konden beginnen met het vegen van mijnen in Straat Malakka en op de Java Zee. Op 15 september kwam een Britse vloot aan in Tandjong Priok, de haven van Batavia, om de bezetting over te nemen. De volgende dag arriveerde de Nederlandse lichte kruiser Hr. Ms. Tromp vanuit AustraliŽ in de Javaanse haven evenals de Nederlandse onderzeeboten Hr. Ms. K XIV, Hr. Ms. K XV en Hr. Ms. O 23 om de Britten te assisteren en om de Nederlandse vlag te vertonen. Op 29 september was Batavia volledig bezet door de Brits-Indische troepen en daarna volgden de rest van Java, Palembang, Zuid-Sumatra en de overige Nederlands Oost-Indische eilanden. De in actieve dienst herstelde Commander Benjamin Evans van de RNR had intussen het gezag over HMS Princess Beatrix op zich genomen.

    Matroos Peter Stevens aan boord van HMS Queen Emma schrijft over deze periode: "De eerste atoombom werd op 6 augustus 1945 boven Hiroshima afgeworpen en VJ-Day werd afgekondigd op 15 augustus. Aan boord van de Queen Emma waren we blij dat de oorlog met Japan voorbij was omdat we hadden geoefend met Sikh en Gurkha troepen ter voorbereiding op een landing op het Maleise Schiereiland. Wij vonden dat toen een zelfmoordactie. Op 3 september voeren we Georgetown Harbour in Penang binnen en de mariniers die we op Ceylon aan boord genomen hadden, accepteerden de capitulatie van het Japanse garnizoen".

    Vanuit Tandjong Priok vervoerden HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix Nederlandse vrouwen en kinderen, die in Japanse gevangenkampen op Java hadden gezeten, naar Singapore. In januari 1946 kregen beide schepen het verheugende bericht dat zij konden thuisvaren. Op 20 januari 1946 vertrok de Queen Emma voor de laatste maal uit Tandjong Priok en kwam op 6 maart aan in Portsmouth. De Princess Beatrix vertrok op 25 januari 1946 uit Colombo, Ceylon, om op 15 februari 1946 in de Zuid-Engelse haven aan te komen.

    Definitielijst

    Bevrijdingsdag
    De op 5 mei gehouden herdenking van de bevrijding van Nederland wat voor Nederland het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende. Op 5 mei werd in hotel De Wereld door de Duitsers de capitulatie getekend en sindsdien is 5 mei een nationale feestdag.
    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
    invasie
    Gewapende inval.
    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.
    slagschip
    Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.
    VJ-Day
    Victory Japan Day. Dag van de overgave van Japan aan de geallieerden (2 september 1945).

    Afbeeldingen

    Geallieerde invasievloot op weg naar Singapore voor Operatie Tiderace. Bron: Wikipedia.
    Het Franse slagschip Richelieu escorteerde in 1945 HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix naar Saigon. Bron: Courtesy of Michael W. Pocock.

    Epiloog

    HMS Princess Beatrix werd op 16 februari buiten dienst gesteld en te Greenock aan de Clyde ontwapend en ontdaan van de landingsvaartuigen en andere militaire uitrusting. De Royal Navy droeg het schip daarna via het British Ministry of War Transport over aan de Nederlandse regering. Op 13 april 1946 keerde het schip onder haar oude naam Prinses Beatrix terug in Vlissingen. Zestien dagen later volgde zusterschip Koningin Emma, dat dezelfde route had gevolgd. Na een afwezigheid van bijna zes jaar waren de kanaalboten op hun oude basis teruggekeerd. Omdat de schepen, door een nijpend tekort aan grondstoffen en werfcapaciteit, nog niet verbouwd konden worden, deden zij in hun oorlogsgedaante nog enkele maanden dienst als transportschepen in dienst van de Nederlandse regering. In deze periode repatrieerden zij vooral Nederlands militair personeel van Groot-BrittanniŽ naar huis.

    Pas in de loop van 1947 werden de Koningin Emma en Prinses Beatrix op de werf van de Koninklijke Mij. De Schelde verbouwd tot kanaalboten. Het nieuwe silhouet van de opbouw verschilde aanzienlijk met die van hun vooroorlogse uiterlijk. Dit kwam door de nieuwe inzichten van de SMZ betreffende de behoeften aan boord van moderne veerboten. Pas op 28 februari 1948 kon de Prinses Beatrix als eerste van de beide zusterschepen, haar eerste proefvaarten aanvangen. Kort daarna werd de kanaalboot met 300 bedden aan boord voor de nachtafvaart, ingezet op de lijn Hoek van Holland-Harwich. De Koningin Emma werd vanaf 29 mei 1948 ingevaren en kwam korte tijd later haar zusterschip versterken op de genoemde lijn. In 1968 werd de nieuwe kanaalboot van het moderne roll-on/roll-off type, Koningin Juliana, ingezet op de lijn van de Koningin Emma en de Prinses Beatrix. Samen met de in 1960 in dienst gestelde kanaalboot Koningin Wilhelmia nam zij de dienst over. Hiermee werden de Koningin Emma en Prinses Beatrix boventallig en beide veerboten werden voor sloop verkocht. Eind 1968 maakten de schepen hun laatste tocht achter een sleepboot naar de sloperswerf van Jos Desmedt te Antwerpen.

    Weinig koopvaardijschepen hebben in de Tweede Wereldoorlog een dergelijke indrukwekkende carriŤre gemaakt zoals HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix. De schepen hebben geschiedenis geschreven in hun bijna 6-jarige oorlogsloopbaan. De beide kanaalboten hebben meer bereikt dan redelijker wijs van hen verwacht kon worden. Vooral de aan boord gebleven bemanningsleden van de SMZ hebben zich buitengewoon bewezen en de uitstekende Nederlandse zeemanschappelijke reputatie hooggehouden. HMS Queen Emma en HMS Princess Beatrix verdienen daarom een eervolle vermelding in de lange lijst van Nederlandse koopvaardijschepen, die tijdens de Tweede Wereldoorlog hun bijdrage hebben geleverd aan de geallieerde zaak.

    Als erkenning van hun uitstekende oorlogsloopbaan kregen beide schepen de volgende Battle Honours toegekend:

    HMS Princess Beatrix:HMS Queen Emma:
    NoorwegenNoorwegen
    DieppeDieppe
    Noord-AfrikaNoord-Afrika
    SiciliŽSiciliŽ
    SalernoAtlantische Oceaan
    Middellandse ZeeMiddellandse Zee
    AnzioNormandiŽ
    Zuid-Frankrijk

    De bemanningen kregen de volgende eerbewijzen:

    Distinguished Service Cross 7 x
    Distinguished Service Medal 10 x
    Croix de Guerre 1 x
    Mentioned in dispatches 23 x

    Afbeeldingen

    De Prinses Beatrix in Vlissingen, 1946 Bron: Martiem Digitaal.
    De Koningin Emma tijdens de verbouwing bij De Schelde in Vlissingen. Bron: Scheepsbouw KMS.
    De Koningin Emma na de Tweede Wereldoorlog Bron: Simplonpc.
    De Prinses Beatrix na de oorlog. Bron: Scheepsbouw KMS.