De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

De Duitse inval in Denemarken, Weserübung Süd

    Inleiding
    Op 9 april 1940 om 05.15 uur staken Duitse troepen de grens over tussen Duitsland en Denemarken. Bijna tegelijkertijd verlieten overvaltroepen de ruimen van diverse in Deense havens liggende Duitse vrachtschepen en bezetten strategische locaties. Fallschirmjäger namen een strategische brug en vliegvelden in. Denemarken werd volledig verrast. Na vier uur was de 'strijd' zo goed als voorbij. Binnen record tijd hadden Duitse troepen een land veroverd. De belangrijkste reden om Denemarken binnen te vallen was dat Duitsland voor een succesvolle operatie in Noorwegen, Weserübung-Nord, de vliegbasis bij Aalborg nodig had. Tevens kon men door Denemarken te bezetten, de toegang tot de Oostzee controleren.

    Weserübung-Süd
    Op 21 maart 1940 werd bij het Duitse opperbevel, als aanvulling op Operatie Weser (Weserübung), het operatieplan voor Weserübung-Süd bekend gemaakt. Rond die tijd werd ook de Duitse Slagorde voor Weserübung, vastgesteld.
    Voor de invasie in Denemarken werd de Armeegruppe XXXI geformeerd. De opmars in Jutland zou worden ondernomen door de 170. Infanterie-Division, aangevuld met de 2. Batterie en 3. Batterie, schwere Artillerie-Abteilung 729 en het Maschinengewehr-Bataillon 14. De divisie werd ondersteund door de 11. Schützen-Brigade, versterkt met het Maschinengewehr-Bataillon 4 en de Panzer-Abteilung z.b.V. 40.
    Voor de invasie van Saelland was de 198. Infanterie-Division aangewezen, aangevuld met het Maschinengewehr-Bataillon 13. Aanvullend had men de beschikking over drie pantsertreinen en wel Panzerzug 23, Panzerzug 24 en Panzerzug 25.  Deze gepantserde treinen werden gebruikt bij het transport van de troepen en als ondersteuning.
    Als opperbevelhebber werd General der Luftwaffe Leonhard Kaupisch aangewezen. Hij zou op de grond worden bijgestaan door Generalmajor Kurt Himer. Voor het bezetten van enkele vliegvelden en de brug tussen Falster en Seeland, werden parachutisten van het X. Fliegerkorps ingezet, en wel de 4. Kompagnie van I. Bataillon, Fallschirmjäger-Regiment 1.
    Voor de luchtlanding bij Alborg zouden de troepen dekking krijgen van het 8. Staffel van het II. Gruppe, Kampfgeschwader z.b.V.1 en het 2. Staffel van de I. Gruppe, Zerstörergeschwader 76. Daarnaast zou er jagerdekking worden gegeven door II. Gruppe, Jagdgeschwader 77. Alle Luftwaffe-eenheden maakten evenals voor de operaties boven Noorwegen deel uit van het X. Fliegerkorps.

    Het plan voor de inval in Denemarken was voorts zeer simpel. Naast de inzet van de parachutisten zou vanuit Schleswig de aanval over land Denemarken binnentrekken en in Kopenhagen zou een aanvalsgroep vanuit in de haven liggende schepen enkele vitale punten in bezit nemen. Voorts zouden diverse troepen op belangrijke plaatsen en eilanden aan wal worden gezet. De toevoer over zee zou plaats vinden door enkele groepen van de Maritieme groepen voor Weserübung.

    De verdediging
    Op basis van een niet-aanvalsverdrag tussen Denemarken en het Duitse Rijk, afgesloten op 31 mei 1939, waren de Deense strijdkrachten slechts gedeeltelijk gemobiliseerd en waren op land geen aanvullende versterkingen aangebracht.
    Het Deense leger bestond uit ca.14.500 man en was verdeeld over een Saellanske Division (Saelland divisie) en een Jydske Division (Jutland Divisie). Daarnaast waren een onafhankelijk Luftforsfars Regimentet (luchtafweerregiment) en een Ingeniör Regimentet (Genieregiment) ingesteld. Het leger was er geheel op ingericht om in geval van vijandelijkheden de vredesformatie op te schalen naar een oorlogsformatie. Dit betekende dat de meeste parate eenheden ingericht waren op het opvangen en verdelen van de vele gemobiliseerden. Hierdoor kon het Deense leger pas echt optreden na een algehele mobilisatie.

    De Saellanske Division had haar hoofdkwartier in Kopenhagen. Het was opgebouwd uit het 1. Regiment , 4. Regiment en 5. Regiment, Kongelige Livgarde (Koninklijke garde), een Garde Hussar Regimentet (Gardisten Huzaren), het 1. Feltartilleri Regiment en 2. Feltartilleri Regiment (Regiment Veldartillerie), het 13. Antiluftskyts Enhed (Luchtafweerbataljon) en het 1. Pioneer Bataljon (Genie bataljon). Het hoofdkwartier van de Jydske Division zetelde in Viborg. Deze had tot haar beschikking het 2. Regiment, 3. Regiment, 6. Regiment en 7. Regiment, Infanterie Pioneer Kommandoen (opleidingseenheden), het Jydske Dragon Regiment (Regiment Dragonders), het 3. Feltartilleri Regiment (Regiment Veldartillerie), het 14. Luftforsfars Enhed (Luchtafweerbataljon) en het 2. Pioneer Bataljon (Genie Bataljon).

    Een gemiddeld infanterieregiment bestond uit 3000 manschappen en was bewapend met Krag-Jorgensen M84/24 geweren en Bayard M1910 pistolen. Voor de zwaardere vuursteun kon men gebruik maken van de Madsen M24 lichte machinegeweren, Madsen M29 zware machinegeweren en 37 mm Bofors Anti-tank geschut. Een gemiddeld artillerieregiment kende een staf en vier batterijen. Deze waren bewapend met Krupp 75 mm veldgeschut, Schneider 105 mm geschut of Schneider 50 mm houwitsers.

    De luchtverdediging bestond uit een Sövaernets (marineluchtmacht) en een Haerens Luftväben (legerluchtmacht). De marineluchtmacht telde 28 toestellen en de legerluchtmacht was verdeeld over twee jachteskaders met 23 toestellen en twee verkenningseenheden met 35 toestellen. Daarnaast bestond er nog een trainingseskader. Ook de twee jachteskaders waren verdeeld over Seeland en Jutland. Het modernste vliegtuig waarover men kon beschikken was de Fokker D.XXI.
    De Deense marine kende twee kustverdedigingsschepen, 6 torpedoboten, 7 onderzeeboten, 3 mijnenleggers en een aantal andere schepen.

    Pas op 8 april 1940 constateerden grenswachten een Duitse troepenopbouw aan de Duitse zijde van de grens met Denemarken. Dit leidde op dat moment slechts tot de oproep voor een gedeeltelijke mobilisatie. De operationele eenheden werden op 8 april 1940 om 13.30 uur in volle paraatheid gebracht.

    Definitielijst

    Bataillon
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond meestal uit een aantal Kompanien. In theorie bestond een Bataillon uit 500 - 1.000 man.
    Brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Fallschirmjäger
    Duitse parachutisten van de Luftwaffe.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    invasie
    Gewapende inval.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Afbeeldingen

    Een stuk luchtafweergeschut dekt de Duitse grensoverschrijdingen Bron: Wilco Vermeer collection.
    Weserübung-Süd Bron: Wilco Vermeer / Google Maps.
    Een Deense Fokker D.XXI, het modernste Deense vliegtuig Bron: Wilco Vermeer collection.
    Deense wielrijders op pad Bron: Wilco Vermeer collection.
    Deens licht luchtafweergeschut Bron: Wilco Vermeer collection.

    Grensoverschrijdingen

    Grensoverschrijdingen
    Om 04.15 uur staken twee gemotoriseerde eenheden, het Schützen-Regiment (motorisiert) 110 en Schützen-Regiment (motorisiert) 111, van de 11. Schützen-Brigade onder leiding van Oberst Angern, en onderdelen van de 170. Infanterie-Division, de grens tussen Duitsland en Denemarken over bij Saed, Rens, Padborg en Krusaa. Om 04.17 uur sloegen grenswachten van de Denen alarm en om 04.35 uur trokken de Deense militairen naar hun vastgestelde posities.

    Het Deense leger had in de grensstreek een aantal eenheden gestationeerd, verdeeld over een aantal locaties. In Sögaardlejren, Kamp Sögaard, lag het 4e Bataljon met drie infanterie wielrijder compagnies, bewapend met lichte machinegeweren en een vierde compagnie motorrijders, bewapend met vier 20 mm kanonnen en vier lichte machinegeweren. Daarnaast was hier een zware compagnie van het 2e Bataljon (Fodfolkspionerkommandoet) gestationeerd met zes 20 mm kanonnen en vijf lichte machinegeweren. Te Haderslev waren eenheden van het 3e Bataljon gestationeerd en wel een infanterie compagnie met tien lichte machinegeweren, een zware compagnie met vier zware machinegeweren en twee mortieren, een anti-tankcompagnie van het 2.Regiment (Deense 2e Regiment) met vier 37 mm anti-tank kanonnen en vier 20 mm kanonnen en een batterij artillerie van het Deense 8e Artillerie Regiment met vier stuks 75 mm geschut. Te Tönder was een onderofficierenopleiding (Fodfolkspionerkommandoet) gelegerd met een 20 mm geschutspeloton (twee stuks geschut en een lichte machinegeweer), een rijwielpeloton (met vier lichte machinegeweren) en een infanterie compagnie (Fodfolkspionerkompagni) met vier pelotons (elk met vier lichte machinegeweren). In Sönderborg was de rest van het 3e Bataljon gestationeerd met drie infanteriecompagnies en een onderofficierenschool (Sergent- og Oversergentskolen). Voorst waren er in het zuiden van Jutland drie lucthafweerbatterijen van het Deense 14e Artillerie Bataljon gestationeerd, bewapend met elk acht 75 mm luchtafweergeschut en negen 20 mm kanonnen.
    Het 4e Bataljon zou de meeste druk van de Duitse opmars vanaf de grens ondervinden. Dit bataljon was verdeeld over een aantal detachementen en hierdoor verspreid over de omgeving. De 1e Compagnie lag in Koskro en Bredevad met 115 manschappen, op elke locatie een wielrijderspeloton, 20 mm geschut en lichte machinegeweren. De 2e Compagnie en het Hoofkwartier, 200 manschappen, was verdeeld over Lundtoftbjaerg, Bjaergskov, Kvaers, Hokkerup en Rönshoved. Zij hadden de meeste bewapening en anti-tank geschut. De 3e Compagnie, 130 man, lag in Gaardeby, Perböl, Oksekaer, Vilsbaek en Kliplev. Haar bewapening was vergelijkbaar met de 1e Compagnie.

    Oostflank
    Bij Lundtoftbjaerg kwamen de vanuit Duitsland oprukkende troepen voor het eerst in gevecht met een peloton van het Deense leger van het Lundtoftbjaerg Detachement, bewapend met twee stuks 20 mm geschut en lichte machinegeweren. Bij dit kortstondige gevecht, verloren de Duitsers twee gepantserde wagens en drie motorfietsen voordat de Denen zich terugtrokken. Aan Deense zijde vielen een dode (Soldaat Karl Gunnar Jörgensen) en een gewonde (Soldaat H. Hansen) te betreuren.

    Het nabijgelegen Kvaers Detachement had het gevecht bij Lundtoftbjaerg waargenomen en werd zelf aangevallen door Duitse vliegtuigen. Rond 08.00 uur arriveerde een Duitse kolonne in de achterhoede van dit detachement, waardoor zij gedwongen werden zich over te geven.

    Een andere oprukkende Duitse eenheid, liep enkele kilometers ten Oosten van Lundtoftbjaerg, bij Hokkerup, om 05.30 uur op een wegblokkade, opgeworpen door het Hokkerup Detachement. Hier schakelden de Denen de voorste drie Duitse pantserwagens uit, waardoor de Duitsers zich moesten terugtrekken. Een door de Duitsers ingezet stuk 37 mm geschut werd door de Denen snel uitgeschakeld. Uiteindelijk konden Duitse troepen de Denen om 06.15 uur omsingelen en gevangen nemen. De actie had twee Denen (Sergeant C.H. Vous en Soldaat J. Jörgensen) het leven gekost. Drie Deense militairen raakten gewond (2e Luitenant A. Olsen, Soldaten B.I. Jensen en L.O.M.K. Jepsen). Het nabijgelegen Rönshoved Detachement trok zich terug op Sönderborg nadat zij vernomen hadden dat de het gevecht bij Hokkerup voorbij was.

    Op zeven kilometer ten Noorden van Lundtoftbjerg, liep de Duitse opmars aan de Oostflank, wederom vast op een Deense wegblokkade, dit keer van het Bjaergskov Detachement. Hier hadden de Deense verdedigers twee stuks 20 mm geschut opgesteld. De verdediging werd hier geleid door Luitenant Kolonel S.E. Clausen, de bataljonskommandant. Duitse tanks wisten de verdediging na uiteindelijk te overwinnen. Ook hier werden de verdedigers uiteindelijk omsingeld en gevangen genomen. De strijd had hier aan één van de Denen (Soldaat Bjarme Christian Paulsen) het leven gekost. Vier Denen (Soldaten M.L. Andersen, J.C. Fredensborg en B. Jörgensen en brancard drager H. Finseth) raakten gewond.

    Centrum van de Aanval
    Bij Bredevad, 10 km ten Noorden van de Duits-Deense grens, kwam het in het centrale deel van de Duitse opmars tot een eerste treffen tussen Duitse en Deense troepen van het Bredevad Detachement. De Denen hadden om 06.30 uur hun posities ingenomen. Vier Duitse pantserwagens begeleid door motorfietsen werden waargenomen. De Denen namen de Duitse pantserwagens gelijk onder vuur met een machinegeweer en een 20 mm geschut. De voorste pantserwagen werd uitgeschakeld, waarbij de Duitse chauffeur werd gedood. Tijdens de daaropvolgende gevechten, werden nog eens twee Duitse pantserwagens uitgeschakeld. Om 07.15 uur arriveerde een andere Duitse kolonne vanuit Tinglev, waardoor de Denen omsingeld waren. Na de omsingeling door de Duitse troepen, moesten de Denen zich overgeven. De strijd bij Bredevad had het leven gekost aan twee Deense soldaten (Paul Sögaard en Peder Jörgen Andersen), terwijl vijf andere militairen (Sergeant J. Lövgreen, Korporaal B.A. Larsen en de soldaten P. Jespersen, N.E. Bak en C.J. Hansen) gewond raakten.

    Het Deense Koskro Detachement was ondertussen ook op weg naar haar posities. Te Rabsted namen zij twee Duitse koeriers gevangen van wie zij vernamen dat de strijd bij Bredevad gestreden was en Duitse kolonnes onderweg waren. Zij trokken hierop naar Hellevad, waar zij vernamen dat het Deense leger had gecapituleerd.

    Van de 3e Compagnie kwam alleen het Gaardeby Detachement bij Gaardeby zelf in actie. Zij hadden om 04.45 uur hun posities ingenomen en namen om 05.30 uur twee Duitse pantserwagens waar. Het lukte echter niet deze onder vuur te nemen. Korte tijd later werd het detachement zelf onder vuur genomen. Men richtte het eigen geschut in de richting van waaruit men onder vuur werd genomen en beantwoordde dit. Voordat zij de strijd verder konden aanbinden, kwam echter het bevel zich terug te trekken.

    Ondertussen werd in Vejle de Jutland Divisie gereed gemaakt voor de strijd. Bij Sögaard, iets ten Zuiden van Vejle, bevond zich een Deense eenheid die zich terug wilde trekken naar Vejle om zich daar bij de divisie te voegen. Onderweg werden zij aangevallen door Duitse vliegtuigen waarbij één militair werd gedood ((Soldaat Frode Peter Christensen) en drie gewond raakten (Korporaal H. Mathiesen, Soldaten E. Hindsgaul en J.M. Vestergaard). De achterhoede, een anti-tank peloton van het Lundtoftebjaerg Detachement, raakte hierbij bij Aabenraa in gevecht met Duitse pantserwagens. Nadat zij één van de pantserwagens had uitgeschakeld, trok de achterhoede zich terug op Haderslev.

    In Haderslev bevond zich een garnizoen van de Jutland Divisie, bestaande uit ongeveer 400 manschappen. De eenheden waren van het 3e Bataljon onder bevel van Luitenant Kolonel H. Elmgren met ondersteunende troepen. De eenheid bestond uit de 4e Compagnie, onder bevel van Kapitein Otto Olsen, bewapend met tien lichte machinegeweren, de 5e (Zware) Compagnie, onder bevel van Kapitein P. Bosse, bewapend met vier zware machinegeweren en twee mortieren, een Anti-Tank Compagnie (2e Regiment), onder bevel van Kapitein E. Nielsen, bewapend met vier stuks 37 mm anti-tank geschut en vier stuks 20 mm geschut en de 1e Batterij, 8e Artillerie Bataljon, onder bevel van Kapitein Kjartan Pedersen, bewapend met vier stuks 75 mm geschut. De troepen kregen om 04.15 het bevel zich klaar te maken voor de strijd.
    De infanterie stelde zich op langs de twee toegangswegen naar Haderslev, ten Zuiden van de stad, waar zij wegblokkades opwierpen. De artillerie stelde zich op ten Noorden van de stad. Het gevecht bij Haderslev dat zich hierna ontwikkelde, toont, naast het gevecht bij Hokkerup, aan dat vastberaden Deense troepen het de Duitsers zeer moeilijk konden maken. Om 07.30 uur passeerden terugtrekkende troepen vanuit het Zuiden de wegblokkades, al snel gevolgd door de Duitsers.
    Bij aankomst van de Duitse troepen bij de stad, werden zij onder vuur genomen door een goed opgesteld stuk 37 mm anti-tankgeschut. De Deense geschut bemanning wist twee Duitse pantserwagens uit te schakelen, waarbij de Denen echter twee doden te betreuren hadden terwijl de overige gewond waren geraakt. Even verder op de weg was een tweede wegblokkade door de Denen opgeworpen, gedekt door twee stuks 20 mm geschut. Hoewel tijdens het daar ontstane gevecht, een Deense militair werd gedood, gelukte het de Denen de Duitse opmars te stuiten. De gevechten waren nog aan de gang toen vanuit Kopenhagen het bevel kwam de wapens neer te leggen. Men liet de Duitsers verder ongehinderd doorgaan naar Haderslev. Het garnizoen aldaar was echter nog niet op de hoogte van de overgave en opende het vuur op de aankomende Duitse troepen. Een Duitse motorrijder werd hierbij gedood en twee pantserwagens beschadigd. Twee Deense militairen en drie burgers werden bij dit gevecht eveneens gedood. Juist toen kwam het bericht van de overgave ook hier door en de verdedigers legden hun wapens neer.

    Westflank
    Op de Westflank, vonden de eerste gevechten in West-Jutland plaats bij Tönder. De Deense verdediging bestond hier uit een onderofficierenschool(Fodfolksionerkommandoet), bestaande uit een 20 mm geschutspeloton bewapend met twee stuks 20 mm geschut en een licht machinegeweer en een wielrijderspeloton met vier lichte machinegeweren, en de 4e Compagnie, 1.Fodfolkspionerbataljon bestaande uit vier pelotons met elk vier lichte machinegeweren. Toen zij zich om 04.30 uur gereed maakten voor gevechten, bereikten de eerste Duitse pantserwagens al de kazernepoort. De Denen wisten via een achteruitgang te ontsnappen en legden een wegblokkades aan bij Tyvse (4e Compagnie) en Abild. De troepen bij Tyvse zochten dekking tegen overvliegende Duitse vliegtuigen in het woud Draved Skov en hoorden daar later van de Deense overgave. De eenheden van de onderofficierenschool, trokken met achterlating van een wegblokkade bij Abild, verder naar Bredebro.
    In het nabijgelegen Abild werden twee Duitse pantserwagens van de  door een 20 mm geschut uitgeschakeld. Dichter tot Tönder oprukkend, werd de Duitse opmars echter bij Sölsted tot staan gebracht. Hier had een Deense anti-tankeenheid met een stuk 20 mm geschut een blokkade opgezet. Bij aankomst van de Duitse pantserwagens, openden de Denen gelijk het vuur. De voorste pantserwagen werd uitgeschakeld. Ook de begeleidende infanteristen werden door de Denen vastgepind. Twee pogingen werden door de Duitsers ondernomen om de Denen te verdrijven. Beide pogingen werden door de Denen afgeslagen. Pas nadat luchtsteun door drie Henschel HS 126 toestellen kon worden gegeven, moesten de Deens troepen zich terugtrekken naar Bredebro. Onderweg werd bij Sölsted wederom een wegblokkade opgeworpen. Ook hier werd een Duitse pantserwagen uitgeschakeld voor men zich terugtrok op Bredebro.
    De terugtrekkende Denen, kregen bij Bredebro versterking van het garnizoen uit het nabijgelegen Tönder. Voordat het hier tot een treffen met de Duitsers kon komen, kwam hier ook het bevel tot overgave door.

     

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    Divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Afbeeldingen

    Een bij Bredevad uitgeschakelde Duitse pantserwagen Bron: Wilco Vermeer collection.
    Madsen anti-tankgeschut bij Aabenraa Bron: Wilco Vermeer collection.
    Duitse tanks rukken op bij Aabenraa Bron: Wilco Vermeer collection.
    Deense wegblokkade bij Sölsted Bron: Wilco Vermeer collection.
    Duitse militaire kolonne in Tönder Bron: Wilco Vermeer collection.

    Kopenhagen

    Luchtlandingen
    Om 05.00 uur voerden 96 Duitse parachutisten van de 4. Kompanie, Fallschirmjäger-Regiment 1, springend vanuit negen Junkers Ju 52/3m toestellen van het 8. Staffel, Kampfgruppe z.b.V. 1, de allereerste luchtlanding uit van de Tweede Wereldoorlog. Zij dienden de Storström Brug tussen Falster en Masnedö en het fort bij Masnedö te veroveren. Het fort bleek maar door drie Deense militairen bewaakt te worden. Op het moment dat de Fallschirmjäger de brug innamen, arriveerden ook de eerste soldaten van III. Bataillon, Infanterie-Regiment 305 op de brug.

    Om 06.15 uur landden de overige Duitse parachutisten in Aalborg, op en rond het vliegveld. Ook hier werd geen tegenstand ondervonden en binnen een uur konden Duitse vliegtuigen van het vliegveld gebruik maken. De basis werd direct in gebruik genomen om troepen en voorraden naar het vliegveld Fornebu in Noorwegen over te vliegen dat ondertussen tijdens Weserübung-Nord was ingenomen.

    Panzerzuge
    De drie pantsertreinen waren in maart 1940 geformeerd in Rehagen-Klausdorf met manschappen vanuit Eisenbahn-Pionier-Ersatz-Bataillon 4. Op 8 april 1940 waren ze vertrokken vanuit Bremen.
    Panzerzug 23, had aan boord eenheden van marsgroep C, met bestemming Flensburg. De trein volgde bij opening van Weserübung-Süd de Oostkust van Jutland tot aan Frederica, waar de manschappen de brug naar Fünen veilig stelden.
    Panzerzug 24 had Marsgroep D aan boor, met als bestemming Niebüll-Süderlügum. De trein volgde de Westkust van Jutland langs Tondern tot Esbjerg. Later vervolgde deze trein haar weg naar Holstebro, waar het de brug over de Lim-Fjord veilig stelde.
    Zowel Panzerzug 23 als Panzerzug 24 werden begin juni 1940 weer teruggetrokken naar Duitsland.
    Panzerzug 25 maakte deel uit van Gruppe Buck en was ingedeeld bij de 198. Infanterie-Division. De trein zou vanuit Warnemünde per veer worden overgezet naar Gedser en vandaaruit naar Vordingborg rijden om de brug tussen Falster en Saelland in te nemen. Deze operaties werd echter niet uitgevoerd. Mogelijk omdat dit te veel zou opvallen bij de Denen.

    Maritieme operaties
    De 198. Infanterie-Division was in zes kampfgruppen verdeeld en werd door middel van schepen van de Kriegsmarine en het gebruik van reguliere veerboten overgezet naar Saelland.
    De eerste Gruppe, 'Gruppe Major Klein', onder bevel van Major Klein, bevelhebber van I. Bataillon, Infanterie-Regiment 308, bestond uit Radfahrzug Infanterie Regiment 308, 1. Zug van de 3. Kompanie, Pionier-Bataillon 235, de 1. mittl. Funkstaffel van de Nachrichten-Abteilung 235, de 1. Propagandatrupp en de 1. Tonfilmtrupp. De eenheid werd begeleid door een Trupp van de Kriegsmarine voor de bezetting van de haven van Kopenhagen, wat het doel van deze Gruppe was. De Kampfgruppe werd vanuit Travemünde naar Kopenhagen vervoerd aan boord van de Hansestadt Danzig. De militaire ontscheepten rond 05.15 uur.

    Het oude Duitse slagschip Schleswig-Holstein begeleidde de tweede Gruppe, 'Gruppe Oberstleutnant Schultz', die met het schip en de Campinas en Cordoba werden afgezet in de haven van Kopenhagen. Deze Kampfgruppe stond onder bevel van Oberstleutnant Schultz, de Kommandeur Infanterie-Regiment 308 en bestond uit de Stab, de Nachrichtenzug en de Pionierzug van het regiment, III. Bataillon, onderdelen van het Maschinengewehr-Bataillon 13, 14. Kompanie van het regiment, 2. Kompanie Pionier-Bataillon 235, twee mittlere Funkstaffel en de Betriebstrupp van de Nachrichten-Abteilung 235, de Chirurgengruppe van de Sanitatsdienste 198, de Führungsstab van de 198. Infanterie-Division en de Stab Pionier-Bataillon 235.
    Tegen 03.00 uur, op 9 april 1940, liep de Schleswig Holstein op 10 km van Korsör vast op een ondiepte. Een sleepboot van de Seetransportgruppe, werd door een onbekend schip geramd en zonk. Een deel van de opvarenden, waaronder een Kommando van de Kriegsmarine, werd door een Deense Torpedoboot gered. Op dit moment had de gehele operatie bij de Denen bekend kunnen worden, maar de Deense bemanning van de torpedoboot bemerkte niet dat de troepen van de sleepboot onderdeel uitmaakten van een grotere operatie. De troepen aan boor van de Schleswig Holstein werden overgeladen op kleinere schepen om hun weg voort te zetten. Door al het oponthoud konden de troepen pas rond 06.00 uur aan land gaan.
    De troepen werden zeer snel uitgeladen en bezetten alle belangrijke punten in Kopenhagen. Om 07.35 uur kon het I. Bataillon, Infanterie-Regiment 308 melden dat de stad onder controle was.

    Rond 03.55 uur stapten leden van het Infanterie-Regiment 305 in Gedser aan land vanaf de dagelijkse veerboot vanuit Warnemünde. Dit waren de leden van de derde Gruppe, 'Gruppe Oberst Buck', onder bevel van  Oberst Buck, de Kommandeur van Infanterie-Regiment 305. Deze eenheid was opgebouwd uit het III. Batallon, 3. Zug van Maschinengewehr-Batailllon 13 en 14. Kompanie van Infanterie-Regiment 305, het Radfahr-Schwadron 235, 1. Kompanie van Pionier-Bataillon 235 en twee mittlere Funkstaffel  van Nachtrichten-Abteilung 235 en personeel ter bediening van het veer. Deze Gruppe, trok zonder enige tegenstand in de richting van de Storström brug om hun collega Fallschirmjäger bij te staan.

    Om de verbindingsroutes tussen Jutland en Saelland te kunnen bezetten, werd bij Funen door de Claus von Bevern en twee minenvegers, eenheden van de 198. Infanterie-Division aan land gebracht. Dit was de vierde Gruppe, 'Gruppe Hauptmann Kanzler', onder bevel van Hauptmann Kanzler. Deze gruppe had Kanzlers 7. Kompanie van Infanterie-Regiment 326 en een kleine Funkstaffel van Nachrichten-Abteilung 235 ter beschikking.

    Tegelijkertijd werden troepen door de Leuna, Buenos Aires en Entrerios aan land gebracht bij Korsör en Nyborg. Dit was de vifde Gruppe, 'Gruppe Oberst v. Bessel', onder bevel van Oberst von Bessel, Kommandeur Infanterie-Regment 326. Naast zijn eigen regiment had deze gruppe de beschikking over de 3. Kompanie van Pionier-Bataillon 235, III. Abteilung van Artillerie-Regment 235, delen van Maschinengewehr-Bataillon 13 en Kl.Kw Kolonne 1./235. Bij Korsör konden de Duitse troepen zonder tegenstand hun weg richting Kopenhagen inzetten.

    De overige onderdelen van de 198, Infanterie-Division, dienden vanuit Warnemünde naar Gedser te worden overgezet en va daaruit in de richting van Vordingborg te trekken.

    De Deense luchtmacht
    De Deense luchtmacht was gestationeerd op het vliegveld van Vaerlöse, vlak bij Kopenhagen. Men had plannen de toestellen te verspreiden over verschillende vliegvelden ter voorkoming van een snelle uitschakeling bij een vijandelijke aanval. Toen die aanval van Duitse kant kwam, was dit plan echter nog niet in werking gezet. Om 05.15 uur verschenen Duitse toestellen boven het vliegveld. Een juist opstijgende Fokker C.V -E verkenner werd door Hauptmann Wolfgang Falck met zijn Messerschmitt Bf 110 neergeschoten, waarbij de Deense tweekoppige bemanning om het leven kwam. Van de overige toestellen op de basis werden er elf op de grond vernietigd. Veertien andere toestellen werden vernield op het moment dat ze trachtten op te stijgen. In één klap was de volledige Deens legerluchtmacht uitgeschakeld. Van de luchtverdediging bleef alleen de kleine marineluchtmacht intact. Zij kwamen echter nagenoeg niet in actie voordat de overgave bekend werd.

    Kopenhagen
    Om 04.20 uur, waren de Mijnenveger Hansestadt Danzig, de IJsbreker Stettin en twee begeleidende patrouilleboten, de haven van Kopenhagen binnengevaren. De geschutskommandant van Fort Middelgrund wilde het vuur op de schepen openen, maar zijn onervaren manschappen gelukte het niet het geschut te bedienen. Ongestoord konden de Duitse militairen aan wal gaan en het Hoofkwartier van het Deense Leger, de Citadel, bezetten en de 70 man sterke bezetting gevangen nemen. Hierna trokken de Duitse troepen richting Paleis Amalienborg, de residentie van de Koninklijke familie.

    Bij het paleis kwamen zij tegenover de Kongelige Livgarde te staan, die vastbesloten waren de Koninklijke familie te beschermen. De Duitse aanval werd door hen afgeslagen. Hierdoor kon Koning Christian X overleggen met de Deense Legerchef General William Wain Prior. tijdens dit gesprek vlogen diverse formaties Duitse bommenwerpers van Kampfgeschwader 4 over de stad. Deze vliegtuigen strooiden pamfletten waarin werd opgeroepen aan de Denen zich over te geven onder dreiging van een bombardement. Alleen General Prior bleek tijdens de bespreking voorstander van verder verzet.

    Overgave
    Om 7.20 uur, besloot de Deense overheid om zich over te geven. Om 07.45 uur kon een algemeen radiobericht verzonden worden dat de Deense regering zich had overgegeven. De 'Gruppe Oberst Buck' kon om 07.50 uur melden dat het bruggenhoofd bij Vordingborg gezekerd was. Om 08.35 uur accepteerde de Deense regering de voorwaarden tot overgave.

    Om 11.00 uur laadde Groep 10 haar troepen uit in Esbjerg en de eerste landtroepen (I. Bataillon, Infanterie-Regiment 308) arriveerden om 13.00 uur in Kopenhagen. Later in de middag werd aan het II. Bataillon, Infanterie-Regiment 305 de opdracht gegeven het eiland Bornholm te bezetten. Om 17.00 uur kon gemeld worden dat alle doelstellingen voor 9 april 1940 waren behaald. Aan het einde van de dag werden de vliegvelden bij Aalborg in gebruik genomen door de Luftwaffe ter ondersteuning van de operaties in Noorwegen. De volgende dag om 06.00 uur vertrok II. Bataillon, Infanterie-Regiment 305 naar Bornholm, waar ze om 16.35 uur aankwamen en hun opdracht uitvoerden. Formeel was hiermee geheel Denemarken vanaf dat moment door Duitse troepen bezet.

    De regering mocht het land blijven besturen en men mocht zelfs een bescheiden legermacht behouden. Duitsland mocht echter gebruik maken van alle militaire faciliteiten en mocht ten alle tijde ingrijpen in de Deense binnenlandse aangelegenheden, iets wat men later ook zou doen. De strijd in Denemarken had aan 26 Denen het leven gekost en rond de 40 raakten gewond. Het aantal gedode en gewonde Duitsers tijdens Weserübung-Süd is nooit bekend geworden. Volgens Deense archieven zijn er minstens 203 doden en/of gewonden aan Duitse zijde gevallen.

    Definitielijst

    Abteilung
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond uit een aantal Kompanien. De Abteilung was de kleinste eenheid die individueel kon opereren en zichzelf kon handhaven. In theorie bestond een Abteilung uit 500 - 1.000 man.
    Artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Bataillon
    Maakte meestal deel uit van een Regiment en bestond meestal uit een aantal Kompanien. In theorie bestond een Bataillon uit 500 - 1.000 man.
    bruggenhoofd
    Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
    Fallschirmjäger
    Duitse parachutisten van de Luftwaffe.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Kampfgruppe
    Tijdelijke militaire formatie in het Duitse leger, samengesteld uit verschillende specialismen (pantsereenheden, artillerie, infanterie, anti-tankwapens en soms ook genie) met een speciale opdracht binnen het slagveld. De Kampfgruppen werden meestal genoemd naar de commandant van het verband.
    Kompanie
    Maakte meestal deel uit van een Bataillon of een Abteilung en bestond uit een aantal Züge. In theorie bestond een Kompanie uit 100 - 200 man.
    Kriegsmarine
    Duitse marine, naast de Heer en de Luftwaffe onderdeel van de Duitse Wehrmacht.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    slagschip
    Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.

    Afbeeldingen

    Storström Brug tussen Falster en Masnedö Bron: Wilco Vermeer collection.
    De Schleswig-Holstein Bron: Wilco Vermeer collection.
    De vernielde Deense Luchtvaartafdeling op Vaerlöse Bron: Wilco Vermeer collection.
    Duitse pantserwagens trekken ongestoord door een Deense stad Bron: Wilco Vermeer collection.

    Informatie

    Artikel door:
    Wilco Vermeer
    Geplaatst op:
    04-03-2015
    Laatst gewijzigd:
    25-12-2018
    Feedback?
    Stuur het in!

    Bronnen