De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    De naam Arthur Harris is onlosmakelijk verbonden met het geallieerde bombardementsoffensief. Hij had de leiding over Bomber Command vanaf februari 1942 tot het einde van de oorlog met Duitsland. Tijdens de oorlog werd hij gezien als één van de grootste geallieerde bevelhebbers, de man die het bevel over Bomber Command op een kritiek punt in de oorlog had overgenomen en het had opgebouwd. Maar tijdens de laatste maanden werd hij het mikpunt van veel kritiek, met name na het bombardement op Dresden. Nog altijd is er controverse en zijn er grote verschillen van inzicht, zowel in Groot-Brittannië als in het buitenland. Sommigen, met name veteranen van Bomber Command, beschouwen Harris als een held die na de oorlog slecht is behandeld door zijn land. Anderen zijn erg kritisch op Harris vanwege het uitvoeren van de tactiek van ‘area-bombing’ tot het einde van de oorlog. Toen de plannen voor een standbeeld in Londen in 1991 openbaar werden gemaakt barstte er een storm van zowel protest als steunbetuigingen los. De burgemeester van Keulen schreef zelfs een oproep aan koningin Elisabeth om niet haar medewerking te verlenen aan de onthullingsceremonie. Het maakt Arthur Harris zonder twijfel één van de meest controversiële personen uit de Tweede Wereldoorlog.

    Definitielijst

    Bomber Command
    Onderdeel van de RAF dat zich met strategische en soms tactische bombardementen (zoals in Normandië) bezighield.

    Afbeeldingen

    Marshal of the Royal Air Force Sir Arthur Harris Bron: National Portrait Gallery.

    Vroege carrière

    Arthur Travers Harris werd geboren op 13 april 1892 in Cheltenham, Gloucestershire. Op dat moment waren zijn ouders, George Steel Travers Harris en Caroline Maria Elliot, op verlof vanuit India waar George als architect werkte in Gwalior. Het gezin keerde terug naar India waar Arthur tot zijn vijfde bij zijn ouders bleef. Toen stuurden ze hem terug naar Engeland om daar naar school te gaan. Hij zou twaalf jaar gescheiden blijven van zijn ouders. Hij ging naar de kleuterschool in Cheltenham alvorens naar de basisschool te gaan in Slough. Zijn broers Murray en Frederick en twee neven zaten op dezelfde school. Hierna ging Arthur naar de Allhallows Grammar School in Honington. Als 18-jarige kreeg Harris ruzie met zijn ouders vanwege hun wens dat hij het leger in zou gaan en besloot hij te emigreren naar Rhodesië. Hier kwam hij in het begin van 1910 aan. Zijn eerste maanden bracht hij door op ‘Rhodes Estate’, waar hij landbouwtechnieken en de taal leerde. Later werkte hij in de transportsector, de landbouw en in een goudmijn. In november 1913 werd hij de baas op boerderij Lowdale.

    De Eerste Wereldoorlog

    Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak had Harris het gevoel dat hij ook zijn steentje moest bijdragen voor het Britse Rijk. Hij trad toe tot het 1st Rhodesian Regiment als hoornblazer. Na zijn training werd zijn eenheid naar de Duitse kolonie Deutsch-Südwestafrika (het huidige Namibië) gestuurd. In het begin was het hun taak om de genietroepen te beschermen die spoorlijnen aanlegden. Toen de geallieerden aan hun opmars begonnen nam Harris deel aan zijn eerste slag, op 26 april 1915 bij Trekkopes. Er was een gebeurtenis die in het bijzonder indruk maakte op Harris. Een Duits vliegtuig wierp artilleriegranaten op hem af. Het was zijn eerste ervaring van een bombardement vanuit de lucht. Na de campagne in het zuidwesten van Afrika werd het 1st Rhodesian Regiment ontbonden en Harris verliet het leger op 31 juli 1915.

    Hij keerde voor een korte tijd terug naar Lowdale. Hij wilde meedoen in de ‘echte oorlog’ in Europa. Hij reisde naar Engeland waar hij het goedmaakte met zijn ouders en weer bij hen introk. Hij probeerde tevergeefs bij de cavalerie en de artillerie te gaan. Uiteindelijk trad hij toe tot het Royal Flying Corps (RFC). Hij trainde op Brooklands en promoveerde tot Second Lieutenant op 6 november 1915. Hij zette zijn training voort en op 29 januari 1916 werd hij piloot. Hij werd ingedeeld bij 19 Reserve Squadron, een eenheid die als taak had om Londen te beschermen tegen aanvallen van Duitse zeppelins. Harris bleef hier tot juli. Toen werd hij aangesteld als bevelhebber van No.38 Squadron, slechts tien maanden nadat hij was toegetreden tot de RFC. Een maand later, op 30 augustus, trouwde hij met Barbara Money. Het stel had elkaar enkele maanden eerder ontmoet. Enkele weken na de bruiloft werd Harris overgeplaatst naar No.70 Squadron in Frankrijk. Hier verbleef hij slechts enkele weken aangezien hij gewond raakte aan zijn onderarm bij een noodlanding op 1 oktober. Hij werd teruggestuurd naar Engeland en het duurde tot het voorjaar voordat hij was hersteld. Harris keerde terug naar Frankrijk en vloog met No.45 Squadron. Hij was betrokken in de slag om Passchendale, wat een enorme impact had op zijn denkbeelden over oorlog. Als er ooit nog een andere oorlog zou uitbreken, dan moest er volgens Harris een andere manier zijn om deze uit te vechten. Hij was ervan overtuigd dat bommenwerpers een betere manier hiervoor waren. Na een aantal weken werd Harris opnieuw teruggestuurd naar Engeland, ditmaal vanwege koorts. Na zijn herstel promoveerde hij tot Major en kreeg hij het bevel over No.191 Training School en later No.44 Squadron. Deze eenheid stond op het punt om naar Frankrijk gestuurd te worden toen de wapenstilstand werd afgekondigd op 11 november 1918.

    Het interbellum

    Op 2 november kreeg Harris het Air Force Cross toegekend en een jaar later maakte hij de overstap naar de onlangs geformeerde Royal Air Force (RAF). Hij verkoos een carrière in de luchtmacht boven een terugkeer naar Rhodesië aangezien hij en Barbara een zoon hadden gekregen, Anthony. Harris voerde acht maanden het bevel over No.50 Squadron alvorens te gaan studeren aan de Andover School of Navigation. Hier presteerde hij het beste van de 38 studenten die hier tegelijkertijd met hem waren gestart. Op 26 april 1920 kreeg hij het bevel over No.3 Flying Training School in Digby. Kort na de geboorte van hun tweede kind (Marigold) stelde Harris zich beschikbaar voor een aanstelling in het buitenland. Samen met Barbara vertrok hij naar India, waar hij bevelhebber werd van No.31 Squadron. Eén van de vliegers onder zijn bevel was Flight Lieutenant Alec Coryton, die diende als zijn flight commander. Coryton zou tussen april 1942 en februari 1943 wederom onder Harris dienen als bevelhebber van No.5 Group Bomber Command. In juli 1922 werd Harris aangesteld als Supernumerary op het RAF hoofdkwartier in Irak. Barbara keerde terug naar Engeland, aangezien de situatie in Irak te gevaarlijk was. Op dat moment was ze voor de derde maal zwanger. In november kreeg Harris het bevel over No.45 Squadron, dezelfde eenheid waarmee hij in 1917 boven Frankrijk gevlogen had. Hier vloog hij met Flight Lieutenant Ralph Cochrance, die eveneens later nogmaals onder Harris zou dienen als bevelhebber van No.3 en No.5 Group Bomber Command. No.45 Squadron vloog met transportvliegtuigen en Harris vormde het om tot een bommenwerpereenheid. Hij legde ook de nadruk op nachtvliegen en goede navigatie en introduceerde doelmarkering. Hiermee maakte hij diepe indruk op mensen op hoge posities in de RAF. Harris werd bekend om zijn leiderschapstalenten, vernieuwingen en zijn vastberadenheid om het potentieel van de luchtstrijdkrachten te vergroten.

    Harris keerde terug naar Engeland en zijn vrouw en drie kinderen (Anthony, Marigold en Rosemary). In mei 1925 kreeg hij het bevel over No.58 Squadron op RAF Worthy Down. Hier bleef hij zijn meerderen imponeren met de hoge standaard in zijn eenheid. No.7 Squadron was ook gestationeerd op RAF Worthy Down en hiervan was Wing Commander Charles Portal de commandant. De twee officieren bouwden een vriendschap en wederzijds respect op. Tussen januari 1928 en eind 1929 ging Harris naar het Army Staff College in Camberley. Aan het begin van 1930 vertrok hij naar het Midden Oosten en liet hij zijn familie opnieuw achter. Hij werd Senior Staff Officer bij het RAF Middle East Command en later Supernumerary op het Middle East Headquarters en in Irak. In augustus 1932 keerde hij terug naar Engeland en nam hij deel aan No.16 Flying Boat Pilot’s Course. Een jaar later kreeg hij het bevel over No.220 Squadron die met vliegboten opereerden vanuit Pembroke Dock. Hier diende de Australiër Donald Bennett onder hem. Hij werd in 1942 bevelhebber van No.8 Group Bomber Command.

    Het Air Ministry en de RAF Delegation

    In 1933 besloot het Air Ministry een vloot van bommenwerpers op te bouwen, waarvoor de beste expertise nodig was. Harris werd aangesteld als Deputy Director of Operations and Intelligence en later als Deputy Director of Plans. Het was een moeilijke tijd voor Harris. Hij hield niet van het bureauwerk en tegelijkertijd liep zijn huwelijk stuk. De scheiding vond plaats in 1935. Ondertussen was de Britse herbewapening begonnen. Harris bracht enkele weken in Rhodesië door waar hij de Rhodesische regering ondersteunde in het opzetten van een eigen luchtmacht. Op 1 april 1937 werd hij gepromoveerd tot Air Commodore en kreeg hij het bevel over No.4 Group Bomber Command. Zijn Commander-in-Chief was Air Chief-Marshal Edgar Ludlow-Hewitt, voor wie Harris groot respect had. Beide mannen waren zich terdege bewust van de tekortkomingen van Bomber Command (met name op het gebied van navigatie) en wisselden hierover geregeld van gedachten. Harris zou de nieuwe Air Officer Commanding (AOC) worden in Palestina en Transjordanië, maar zijn aanstelling werd geannuleerd en Harris werd naar de Verenigde Staten gestuurd. Hij kreeg de leiding over de RAF Purchasing Commission, die als taak had om de mogelijkheid te onderzoeken om vliegtuigen voor de RAF te bestellen om de uitbreiding van de luchtmacht te versnellen. Hij keerde terug in juni 1938 en trouwde later die maand voor de tweede maal. Zijn nieuwe vrouw was Jill Hearne. Harris promoveerde tot Air Vice-Marshal op 1 juli en vertrok alsnog naar Palestina. Hier verbleef hij iets langer dan een jaar totdat er op 12 augustus 1939 bij hem een zweer aan de twaalfvingerige darm werd vastgesteld. Hij werd op ziekteverlof naar Engeland gestuurd.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Bomber Command
    Onderdeel van de RAF dat zich met strategische en soms tactische bombardementen (zoals in Normandië) bezighield.
    cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    kolonie
    Overzees gebiedsdeel.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.

    Afbeeldingen

    Het 1st Rhodesian Regiment in november 1914. Harris diende als hoornblazer bij het regiment.
    Arthur Harris in 1915. Bron: Air of Authority.

    De Tweede Wereldoorlog

    Air Officer Commanding No.5 Group

    Harris was nog herstellende toen de oorlog aan Duitsland werd verklaard op 3 september 1939. Hij belde direct naar het Air Ministry en vroeg Portal, die nu Air Member for Personnel was, om een baan, het liefst in Bomber Command. Harris was ervan overtuigd dat de tekortkomingen van de Britse strijdkrachten in vergelijking met die van Duitsland een bombardementsoffensief onvermijdelijk maakten: "Ik zag maar één manier om druk uit te oefenen op de Duitsers, en al helemaal maar één manier om ze te verslaan; door middel van luchtbombardementen." Ludlow-Hewitt zocht een nieuwe AOC voor No.5 Group en vertelde Portal dat hij graag wilde dat Harris de baan aannam. Zodoende werd Harris op 11 september aangesteld als AOC No.5 Group, een groep ‘zware bommenwerpers’ bestaande uit tien squadrons die waren uitgerust met de Handley Page Hampden. Binnen enkele dagen stuurde Harris een eerste brief aan Ludlow-Hewitt over de tekortkomingen van zijn vliegtuigen, met name op het gebied van verdediging. Hij maakte zich eveneens zorgen om zijn bemanningen en nam geregeld deel aan de discussies die zij onderling voerden. Hij bezocht zijn squadrons regelmatig en maakte dan van de gelegenheid gebruik om zijn vliegers te voorzien van adviezen. De bemanningen mochten Harris graag vanwege zijn discipline, bemoediging, sympathie en begrip.

    Eén van de punten waar Harris en Ludlow-Hewitt het over eens waren, was het tekort aan operationele training. Ze zagen dit allebei als een zwakte van Bomber Command. Harris wilde op een gegeven moment zelfs zijn eigen trainingsorganisatie opzetten. Ludlow-Hewitt bleef aandringen op de formatie van meer Operational Training Unit’s (OTU’s), maar het Air Ministry keurde de plannen af en ontsloegen Ludlow-Hewitt uiteindelijk zelfs. Harris was geschokt door het vertrek van Ludlow-Hewitt, die hij omschreef als "de meest geweldige officier die ik ooit heb ontmoet in elk van de drie afdelingen van de strijdkrachten." Harris was het niet eens met het ontslag van zijn meerdere en verdedigde zijn beleid: "zonder zijn beleid zou de hond in enkele weken zijn eigen staart tot voorbij het pijnpunt hebben opgegeten. Na enkele maanden zou er geen hoop meer zijn op herstel van de hond. Ludlow-Hewitt redde de situatie - en de oorlog - ten koste van zichzelf."

    Hoewel Harris geschokt was door het vertrek van Ludlow-Hewitt had hij eveneens diep respect voor zijn opvolger, Charles Portal. Hij kende Portal al sinds ze samen hadden gevlogen op RAF Worthy Down. Harris bleef ondertussen goed presteren als AOC No.5 Group. Hij bleef zich bezighouden met het oplossen van problemen en het verbeteren van de prestaties. Onder zijn bevel nam No.5 Group deel aan de Battle of Britain en voerde het enkele zeer belangrijke operaties uit, zoals de aanval op het Dortmund-Eems Kanaal op 19 juni 1940. Twee van zijn vliegers werden onderscheiden met het Victoria Cross. Harris was begaan met zijn bemanningen. Alles wat de verliezen kon verminderen kreeg de hoogste prioriteit, zoals lessen in het herkennen van vliegtuigen of aanpassingen aan reddingsvlotten. Samen met Air Vice-Marshal Jack Baldwin, AOC No.3 Group, drong Harris aan op verbeteringen in de reddingsoperaties voor bemanningen die een noodlanding op het water gemaakt hadden, wat resulteerde in de oprichting van de Air-Sea Rescue Service.

    Air Ministry en RAF Delegation

    Op 24 november 1940 werd Harris aangesteld als Deputy Chief of Air Staff op het Air Ministry. Hier werkte hij wederom nauw samen met Portal die een maand eerder de rol van Chief of Air Staff toebedeeld had gekregen en was opgevolgd door Air Vice-Marshal Richard Peirse als bevelhebber van Bomber Command. Aangezien Londen veelvuldig werd gebombardeerd door de Luftwaffe, besloot Harris zijn familie niet mee te nemen naar de Britse hoofdstad. Hierdoor zag hij hen in deze periode maar weinig. In zijn nieuwe rol was hij getuige van de grootschalige aanval met brandbommen op Londen op 29 december 1940. Hij riep naar Portal dat hij naar het dak moest komen om "een zicht dat niet gemist mag worden" te aanschouwen en zei tegen hem: "ze zaaien de wind". Kort daarna was hij weer aan het werk, Peirse adviserend om zijn bombardementsoffensief te concentreren op de Duitse olieraffinaderijen. Maar het werd meer en meer duidelijk dat de tekortkomingen van Bomber Command het niet mogelijk maakten om enkel precisiebombardementen uit te voeren. Harris was ervan overtuigd dat Bomber Command het hele gebied rondom industriële doelen moest aanvallen om de vijand daadwerkelijk schade toe te brengen. In maart 1941 leek een Duitse aanval op Joegoslavië op handen en Harris stelde voor om de Joegoslaven moreel te steunen door een serie aanvallen op Berlijn, Hamburg of Keulen. Het doel zou zijn om de maximale schade toe te brengen aan woonwijken "ter demonstratie van een meedogenloze strijdmacht die we vroeg of laat moeten loslaten op Duitsland om het volledige morele effect van het luchtoffensief te behalen." Portal ging akkoord met het plan en besprak het met premier Winston Churchill, maar de Duitse campagne in Joegoslavië was al ten einde gekomen voordat het plan volledig was uitgewerkt.

    Het werk als Deputy Chief of Air Staff kon Harris niet bekoren. Hij gaf de voorkeur aan het bevel over een operationele eenheid. Echter, in mei 1941, werd hij benoemd als Head of British Air Staff in Washington. Portal had hem gevraagd om de leiding op zich te nemen van de RAF Delegation. Samen met zijn vrouw Jill en hun dochter Jackie reisden ze aan boord van HMS Rodney naar de Verenigde Staten. Ook al was Harris gepromoveerd tot Air Marshal, de leden van de delegatie moesten zich voordoen als burgers die het ministerie van vliegtuigproductie vertegenwoordigden, aangezien de Verenigde Staten zich nog niet in de oorlog hadden gemengd. Het was de taak van Harris om de onervaren, maar snel groeiende Amerikaanse strijdkrachten te begeleiden. Tegelijkertijd moest hij ervoor zorgen dat een gedeelte van de vliegtuigen, uitrustingsstukken en voorraden naar Engeland werden gestuurd als onderdeel van de Lend-Lease Act. Tijdens de eerste grote conferentie tussen Amerikaanse en Britse militaire leiders op 22 december 1941 vertelde Portal aan Harris dat hij overwoog hem het commando over Bomber Command te geven. Peirse kreeg namelijk steeds meer kritiek. Portal had aan Churchill voorgesteld om Peirse over te plaatsen naar het Verre Oosten en de premier ging akkoord. Begin januari gaf Portal aan dat hij wilde dat Harris de taak van Commander-in-Chief Bomber Command zou overnemen. Harris keerde daarom op 10 februari 1942 terug naar Engeland.

    Definitielijst

    Bomber Command
    Onderdeel van de RAF dat zich met strategische en soms tactische bombardementen (zoals in Normandië) bezighield.
    Lend-Lease Act
    Leen-pacht regeling (1941). Regeling waardoor geallieerde landen wapens 'leenden' van de Verenigde Staten.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.

    Afbeeldingen

    Harris voerde tussen september 1939 en november 1940 het bevel over No.5 Group.
    Charles Portal, de man die Harris aanstelde als C-in-C Bomber Command in 1942. Bron: Imperial War Museum.
    Air Vice Marshal Richard Peirse, Harris voorganger bij Bomber Command. Bron: Imperial War Museum.

    Commander-in-Chief Bomber Command

    Eerste maanden onder zijn bevel

    Harris werd aangesteld als Commander-in-Chief Bomber Command op 22 februari 1942. Hij nam het bevel over van Air Vice-Marshal Jack Baldwin, die het commando tijdelijk had overgenomen na het vertrek van Peirse. Harris’ strijdmacht omvatte 44 squadrons van middelzware en zware bommenwerpers (waarvan 38 operationeel), 2 Groups lichte bommenwerpers en 17 Operational Training Unit’s. Dit kwam neer op minder dan 400 beschikbare vliegtuigen. De meerderheid van de squadron’s vloog nog met de verouderde Wellingtons, Whitleys en Hampdens, die een te klein bereik en beperkte bommenlading hadden. Op het moment dat Harris het commando overnam was het voortbestaan van Bomber Command als zelfstandige strijdmacht onzeker vanwege het onlangs verschenen Butt Report. Dit onderzoek had aangetoond dat van twee derde van de bemanningen die claimden het doel geraakt te hebben, slechts een derde binnen vijf mijl van het doel was gekomen. Dit aandeel was nog lager tijdens nachten zonder maneschijn waarin het Ruhrgebied het doel was. Niet alleen in het Britse parlement, maar ook onder oorlogscorrespondenten groeiden de twijfels over Bomber Command en dit had ook invloed op de publieke opinie. Het leek erop dat Peirse overmoedig was geweest over het werk van zijn Command en Harris moest de critici voor zich zien te winnen.

    Het Air Ministry had Peirse op 9 juli 1941 een belangrijke nieuwe richtlijn gegeven, waarin stond dat precisiebombardementen op militaire en industriële doelen niet langer uitvoerbaar waren. Om die reden moesten hij zich richtten op ‘area-bombing’. Steden met doelen van industrieel of militair belang moesten worden aangevallen en tegelijkertijd zouden deze aanvallen het Duitse transportsysteem en het moreel van de burgers, met name de industriearbeiders, treffen. Op 14 februari 1942 kwam er nog een nieuwe richtlijn binnen op het hoofdkwartier van Bomber Command. Hierin werd benadrukt dat het primaire doel het moreel van de burgers moest zijn. Harris is en wordt er vaak van beschuldigd dat hij de man achter de strategie van ‘area-bombing’ is, maar onterecht. Het was bepaald door het Air Ministry, onder leiding van Portal, en werd gesteund door het War Cabinet. Churchill was eveneens een voorstander van de strategie: "Wanneer ik om me heen kijk hoe we de oorlog kunnen winnen zie ik dat er maar één weg is […] en dat is een allesverwoestende en verdelgende aanval vanuit dit land op het thuisland van de nazi’s door zware bommenwerpers."

    Tijdens de eerste maanden onder de nieuwe bevelhebber voerde Bomber Command een aantal interessante aanvallen uit. Op 3 maart 1942 werd de Renault fabriek in Billancourt gebombardeerd. De grootste vloot van bommenwerpers tot dan toe werd naar het doel gestuurd en de concentratie van vliegtuigen boven het doel en het tonnage gedropte bommen waren eveneens een record. Op 17 april liet Harris zien dat hij precisiebombardementen nog altijd effectief achtte, ondanks de nieuwe richtlijnen. Twaalf Lancasters vielen de fabriek aan in Augsburg waar motoren voor onderzeeërs werden gemaakt. Bij deze aanval gingen echter zeven vliegtuigen verloren. Een aantal weken eerder was de strategie van ‘area-bombing’ met groot succes uitgevoerd tegen Lübeck (28/29 maart) en Rostock (vier nachten tussen 23 en 27 maart).

    In een poging om de critici van Bomber Command de mond te snoeren moest Harris laten zien waartoe zijn strijdmacht in staat was. Hij besloot een aanval te doen op maximale sterkte. Portal en Churchill steunden hem. Keulen werd gekozen als doel voor de aanval waaraan meer dan 1000 bommenwerpers deelnamen. Operatie Millennium, zoals de codenaam luidde, werd uitgevoerd in de nacht van 30/31 mei 1942. 1047 vliegtuigen werden naar de stad gestuurd, waarvan er 43 (3,9%) verloren gingen. De aanval richtte grote schade aan en was een enorme boost voor Bomber Command. Harris: "Wanneer ik elke nacht 1000 bommenwerpers naar Duitsland kon sturen, dan zou de oorlog in de herfst beëindigd zijn. We zullen Duitsland onophoudelijk bombarderen. [..] De dag is nabij waarop de VS en wijzelf zo’n grote strijdmacht hebben dat de Duitsers om genade zullen schreeuwen." Deze harde woorden waren wat de meerderheid van de Britten wilde horen en die indruk maakten op bondgenoten.

    Uitbreiding van het offensief

    In de zomer van 1942 dreven de Duitsers het Rode Leger weer oostwaarts en was de slag om de Atlantische Oceaan nog in volle gang. Harris was ervan overtuigd dat Bomber Command een beslissend aandeel kon hebben in de oorlog en zelfs dat het deze voor de geallieerden kon winnen, zolang hij maar genoeg zware bommenwerpers tot zijn beschikking zou krijgen. Churchill was er niet van overtuigd dat Bomber Command de oorlog alleen kon winnen, maar wel dat het een groot aandeel zou hebben. Hij verzekerde Harris van zijn steun. Het aantal operationele squadrons moest voor het einde van het jaar gegroeid zijn van 32 naar 50. Harris weigerde echter om elk doel aan te vallen dat door het Air Ministry aan hem voorgesteld werd. Harris had een eerlijke en realistische kijk op bepaalde doelen, met name die aan olie gerelateerd. Op de aanhoudende verzoeken om de olieraffinaderijen bij Schweinfurt en Gelsenkirchen aan te vallen, reageerde hij: "Dit zou een verspilling van tijd en moeite zijn. Ze zijn erg klein en lastig te vinden in de rokerige en mistige atmosfeer van de Ruhr. Ik geloof dat het ons nog nooit is gelukt om ze te beschadigen terwijl we al duizenden vluchten hebben ondernomen. [...] Als we daar iets van geleerd hebben dan is het wel dat enkel onder de meest uitzonderlijke omstandigheden de allerbeste bemanningen deze doelen in de Ruhr kunnen vinden en dan nog alleen als het geluk aan hun zijde is." Harris ging ook niet meteen in op de verzoeken om Berlijn te bombarderen, gezien de hoge verliezen en geringe successen tijdens eerdere aanvallen. Hij wilde Berlijn graag bombarderen, maar pas wanneer hij dacht dat hij dit succesvol kon doen. Zijn eerste aanval op de Duitse hoofdstad vond plaats in de nacht van 16/17 januari 1943, elf maanden na zijn benoeming als bevelhebber.

    Op dit moment in de oorlog was het strategische bombardementsoffensief niet alleen een militair middel voor Churchill, maar eveneens in politiek opzicht belangrijk in relatie tot Stalin en de Sovjet-Unie. Om die reden gaf hij Harris zijn volledige steun. Dit overtuigde Harris er nog meer van dat Bomber Command de oorlog alleen kon winnen en vanaf dit moment deed hij er alles aan om het volledige potentieel van zijn strijdkracht te ontplooien. OP 3 februari 1943 ontving hij een nieuwe en belangrijke richtlijn om mee te werken. Deze was opgesteld door Churchill, Franklin Roosevelt en de Combined Chiefs of Staff tijdens de Conferentie van Casablanca. In de richtlijn stond het primaire doel van de Britse en Amerikaanse bommenwerpers omschreven als: "de vernietiging en ontwrichting van het Duitse militaire, industriële en economische systeem en het ondermijnen van het moreel van de Duitse bevolking tot een punt waarop hun bereidheid tot gewapend verzet gebroken is." Historici verschillen nog steeds van mening hoe deze richtlijn geïnterpreteerd diende te worden. In de ogen van Harris betekende het dat de strategie van ‘area-bombing’ uitgebreid moest worden. Hij geloofde ook dat het Duitse moreel kwetsbaar was op dit moment van de oorlog en dat Duitsland zich zou overgeven wanneer het gebroken werd.

    Om zijn taak uit te voeren had Harris een team van ondergeschikten nodig waar hij op kon rekenen. Zijn Groups werden geleid door mannen die hij heel goed kende en waar hij het volste vertrouwen in had (Robert Oxland, Roderick Carr en Edward Rice) en met wie hij eerder gevlogen of gewerkt had (Alec Coryton, Ralph Cochrane, Donald Bennett en Richard Harrison). George Brookes voerde het bevel over de recent geformeerde Canadese No.6 Group. Harris rekende ook erg op zijn Station Commanders en andere hoge officieren in de staf van de Groups. Hij kon echter ook hard optreden wanneer iemand van zijn team uit de pas liep. Zo ontsloeg hij bijvoorbeeld Coryton in februari 1943 toen de bevelhebber van No.5 Group weigerde om zijn bemanningen naar de Ruhr te sturen tijdens een nacht met slecht weer. In februari 1944 ontsloeg hij ook Brookes omdat hij niet overtuigd was van zijn leiderschapskwaliteiten en stelde in zijn plaats Clifford McEwen aan, in wie hij meer vertrouwen had. Hierdoor werd het beeld van een afstandelijke, harde en intolerante man gecreëerd. Maar de meeste van zijn personeelsleden op High Wycombe vonden hem een vriendelijke man, die zorgvuldig luisterde en daadkrachtig kon optreden. Zij zagen hem als de man die Bomber Command verder kon brengen. Harris genoot ook het vertrouwen en de loyaliteit van zijn vliegers, ook al waren de verliezen verschrikkelijk en zagen ze hem nauwelijks op hun vliegvelden. Harris wist dat hun taak aanzienlijke verliezen onvermijdelijk maakte en om die reden bleef hij aandringen op vliegtuigen en technieken die de bemanningen in staat moesten stellen zichzelf te verdedigen en zo de verliezen te minimaliseren. Hierdoor hadden de vliegers het gevoel dat hun bevelhebber zich om hen bekommerde. Historicus Max Hastings schreef hierover: "Hij was vastbesloten om elke man onder zijn commando de best mogelijke kansen op overleven te bieden."

    Tot februari 1943 had Bomber Command een offensief tegen onderzeebootbases uitgevoerd. Nu kon zijn ‘main offensive’ beginnen. De slag om de Ruhr duurde vier maanden, waarin 43 grote operaties werden uitgevoerd. De belangrijkste doelen waren de wapenfabrieken van Krupp in Essen, de synthetische olieraffinaderij van Nordstern in Gelsenkirchen en de fabriek van Rheinmetal-Borsig in Düsseldorf. De meest bekende aanval van de hele campagne was Operatie Chastise (16/17 mei 1943), beter bekend als de Dambusters aanval. Het was een poging om de stuwdammen in de Möhne, Eder en Sorpe te doorbreken en zo de Ruhrvallei te laten overstromen. Het speciaal geformeerde en getrainde No.617 Squadron wist twee dammen te vernietigen. De aanval was een enorme boost voor het moreel, maar acht uit negentien van Harris allerbeste bemanningen waren gesneuveld en zij waren vrijwel onvervangbaar. Om die reden was het niet mogelijk om de strategie te wijzigen en dergelijke operaties uit te blijven voeren. Maar Harris wilde No.617 Squadron in stand houden voor operaties die speciale training en vaardigheden vergden, zoals de aanval op het Dortmund-Eems Kanaal in de nacht van 15/16 september 1943. Wederom waren de verliezen groot: vijf van de acht bemanningen keerden niet terug.

    Hamburg tot Berlijn

    Voordat de slag om de Ruhr ten einde was gekomen, was Harris al de slag om Hamburg begonnen. Dit was een serie van aanvallen die op 24 juli begonnen en acht dagen aanhielden. Harris was aangemoedigd door Portal en de Admiralty om de stad te bombarderen, aangezien het de grootste haven van Duitsland en het centrum van de scheepsbouwindustrie was. De campagne, die als codenaam Operatie Gomorrah had gekregen, werd uitgevoerd in samenwerking met de USAAF 8th Air Force. Eén van de aanvallen in het bijzonder werd erg bekend. In de nacht van 27/28 juli vielen 787 vliegtuigen de stad aan. Een combinatie van hoge temperaturen, grote droogte en een geconcentreerd bombardement veroorzaakte een vuurstorm die drie uur lang voortraasde en ongeveer 40.000 mensen doodde. De meeste van hen stierven aan kooldioxidevergiftiging toen de lucht uit hun schuilplaatsen werd gezogen. Albert Speer, Hitlers minister van bewapening, gaf aan dat zes vergelijkbare aanvallen een einde aan de oorlog konden maken. Bomber Command was echter nog niet sterk genoeg om een aanval op dergelijke schaal regelmatig uit te voeren.

    In augustus 1943 kreeg Harris het bevel om Peenemünde te bombarderen. Hier hadden de Duitsers een ontwikkelcentrum voor langeafstandsraketten. 596 vliegtuigen werden naar het doel gestuurd voor een precisiebombardement dat werd uitgevoerd vanaf geringe hoogte en in helder maanlicht. De operatie werd een succes en wordt gezien als een van Harris’ meest risicovolle. Hij stelde die maand nog een gewaagde aanval voor aan Churchill. Harris wilde het kantoor van Mussolini bombarderen om een Italiaanse overgave te bespoedigen. Hij had No.617 Squadron geselecteerd voor deze aanval. Churchill verwierp het plan echter en beval Harris de strategie van ‘area-bombing’ uit te voeren tegen Milaan, Turijn en Genoa om de Italiaanse regering te dwingen akkoord te gaan met de eisen tot overgave van de geallieerden.

    Aangemoedigd door Churchill en Portal lanceerde Harris diezelfde maand de slag om Berlijn. Hij gaf het bevel voor drie bombardementen op de Duitse hoofdstad, maar de successen waren gering en de verliezen hoog. Harris besloot het offensief verder uit te stellen tot november. In oktober ontving hij een bericht van Churchill: "Het War Cabinet heeft mij gevraagd jou hun complimenten over te brengen voor de recente successen van Bomber Command. […] Jouw Command speelt een voorname rol in de grootschalige aanval op Duitsland die wordt uitgevoerd door de strijdkrachten van de verenigde naties. Ik weet dat jouw officieren en manschappen ondanks het hevige verzet dat geboden wordt door zullen gaan totdat hun inspanningen beloond worden met de ondergang van de vijand." In november werd de slag om Berlijn hervat. Een serie van zestien grootschalige aanvallen werd uitgevoerd in een tijdsbestek van vier maanden. Naast de sterke verdediging moesten de bemanningen ook omgaan met de winterse omstandigheden op deze lange vluchten. Harris had voorspeld dat de Duitse hoofdstad met de grond gelijk zou zijn gemaakt aan het einde van de slag en dat het Duitse moreel zou bezwijken. Er werden 8700 vluchten uitgevoerd, waarbij 500 vliegtuigen niet terugkeerden. En hoewel er zware schade werd toegebracht, stonden de Duitsers geenszins op het punt zich over te geven. Churchill maakte ook in politiek opzicht gebruik van deze aanvallen door hier veelvuldig aan te refereren in zijn berichten aan Stalin. De Sovjetleider vroeg in zijn antwoord "de aanvallen ten koste van alles te intensiveren."

    Het laatste oorlogsjaar

    Aan het begin van 1944 waren zowel Harris als Lieutenant Colonel Carl Spaatz (bevelhebber van de USAAF) er nog altijd van overtuigd dat de geallieerde bommenwerpers Duitsland tot overgave kon dwingen. Bomber Command werd echter onder het commando van het Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (SHAEF) geplaatst en moest meewerken aan de voorbereidingen op operatie Overlord. Harris was het hier niet mee eens. Hij maakte zich zorgen over de mogelijkheid voor de Duitse industrie en nachtjagers om zich te herstellen. Desondanks werd Bomber Command opgedragen om kustverdedigingswerken en spoorwegknooppunten in België en Frankrijk te bombarderen. De bommenwerpers voerden zo’n zestig operaties uit ter voorbereiding op de invasie. Solly Zuckerman, de wetenschapper die het Transportation Plan had bedacht, schreef later in zijn dagboek: "Het wonderbaarlijke is dat Harris, die zich in eerste instantie nog meer verzette dan de Amerikanen, zich juist volledig op dit gevecht heeft gestort […] en een grotere bijdrage heeft geleverd aan de ontwrichting van vijandelijke verbindingen dan wie dan ook." Na D-Day verzocht Harris om de hervatting van zijn strategische bombardemente, maar General Dwight Eisenhower besloot dat de bommenwerpers gebruikt moesten worden om de grondtroepen te ondersteunen. Toen de Duitsers een week na D-Day hun eerste V-1 raketten op Londen afvuurden, kreeg Harris het bevel om de bevoorradings- en lanceerplaatsen aan te vallen als onderdeel van operatie Crossbow.

    Toen de geallieerde legers eindelijk door de Duitse verdediging braken, volgde een snelle opmars naar de Duitse grens. Bomber Command speelde maar een kleine rol in deze opmars. SHAEF had de controle over Bomber Command in september losgelaten. Na het mislukken van operatie Market Garden in diezelfde maand waren de geallieerden tot stilstand gekomen en werd duidelijk dat de oorlog niet voor Kerstmis beëindigd zou worden. Harris was van mening dat het luchtoverwicht moest worden gebruikt om "Duitsland met de grond gelijk te maken" en zo de weg vrij te maken voor de grondtroepen. Dit schreef hij ook in een brief aan Churchill en de premier reageerde met: "Ik ga akkoord met je prima brief […] Ik ben er een voorstander van om alles op Duitsland te werpen dat niet nodig is op de slagvelden." Dit bemoedigde Harris, net als de meest recente richtlijn die hij van het Air Ministry had ontvangen en waarin de taak van Bomber Command werd beschreven als "de vernietiging en ontwrichting van het Duitse militaire, industriële en economische systeem en het ondersteunen van de land- en zeestrijdkrachten." De doelen waren drieledig: de olie-industrie, het Duitse transportnetwerk en het bombarderen van industriesteden. De vloot van bommenwerpers groeide nog altijd gestaag. Harris kon nu dagelijks een beroep doen op 1400 operationele vliegtuigen.

    Een tweede slag om de Ruhr werd in de herfst van 1944 gelanceerd. Hoewel het onder die naam vermeld staat in de Official History, geniet de campagne maar weinig bekendheid. De bekendste aanval is operatie Hurricane, de codenaam voor twee aanvallen met meer dan 1000 bommenwerpers op Duisburg op 14 en 15 oktober 1944. Maar Bomber Command had de grote steden allemaal al aangevallen en richtte zich nu op kleinere plaatsen, zoals Darmstadt, Bremerhaven, Bonn en Freiburg. Op 12 november slaagden No.9 en No.617 Squadron erin het slagschip Tirpitz tot zinken te brengen (operatie Paravane). Dit zorgde ervoor dat Bomber Command veel positieve publiciteit kreeg en zelfs gelukwensen van de koning, de premier en de Admiralty. Maar langzaam maar zeker werden er vraagtekens gezet bij de inzet van Bomber Command in deze fase van de oorlog. Ook al had men nu de beschikking over verbeterde technieken op het gebied van bombarderen en navigeren, Harris bleef een groot gedeelte van zijn bommenwerpers inzetten voor ‘area-bombing’ op Duitse steden. Harris claimde dat het weer vaak niet geschikt was voor bombardementen op de kleinere olie en transport gerelateerde doelen. Maar er werden wel in grote getalen bommenwerpers naar Duitse steden gestuurd voor ‘area-bombing’, in zowel goed als slecht weer. Critici van Harris zijn van mening dat het voortzetten van de strategie van ‘area-bombing’ in deze fase van de oorlog onnodig was.

    In de tussentijd hadden de Britse Chiefs of Staff het plan van operatie Thunderclap geopperd: een grootschalige aanval op het moreel van de burgers die doorslaggevend zou kunnen zijn. Een aanval op Berlijn werd overwogen, maar uiteindelijk werd het plan in aangepaste vorm uitgevoerd op Dresden nadat Air Vice-Marshal Sidney Bufton (Director of Bomber Operations) had gesuggereerd dat Thunderclap gebruikt kon worden ter ondersteuning van de opmars van de Sovjets. Churchill stond op het punt te vertrekken naar de Conferentie van Jalta. Hier verzochten de Russen om luchtaanvallen op de transportnetwerken in het oosten van Duitsland. Het Air Ministry en de Chiefs of Staff gingen akkoord en Harris kreeg zijn orders. In de nacht van 13 op 14 februari 1945 werden 805 vliegtuigen naar Dresden gestuurd en het hart van de stad werd verwoest in een afschuwelijke vuurstorm. Geschat wordt dat 25.000 mensen, veelal burgers en vluchtelingen, bij de aanval om het leven kwamen. Het nieuws van de vernietiging van Dresden zorgde voor woede in het Britse parlement. Churchill, die een sterke voorstander was geweest en zelf een rol had gehad in het opzetten van de aanval op Dresden, bracht een memorandum uit: "Het lijkt mij dat het moment is gekomen dat het vraagstuk rond het bombarderen van Duitse steden enkel met als doel om angst te zaaien of onder andere voorwendselen, herzien moet worden. […] De vernietiging van Dresden blijft een punt van twijfel binnen de uitvoering van de geallieerde bombardementen." De vernietiging van Dresden is symbool komen te staan voor de bombardementen op Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog en Harris werd publiekelijk gezien als de verantwoordelijke hiervoor. Harris noemde de beschuldigingen van terreur tegen hem en zijn vliegers een belediging voor zowel Bomber Command als het Air Ministry.

    Het offensief van Bomber Command ging door en in maart 1945 werd er een groter tonnage bommen gedropt dan in elke andere maand van de oorlog. Olieraffinaderijen en transportknooppunten werden aangevallen, maar Harris stuurde ook in deze maand nog bommenwerpers naar industriesteden. Zijn doelen in de laatste vijf weken van de oorlog waren strikt van militaire aard. Zijn vliegers speelden ook een belangrijke rol in de voedseldroppingen boven het westen van Nederland (operatie Manna, 29 april tot 8 mei) en in de terugkeer van krijgsgevangenen naar Groot-Brittannië (26 april tot 6 juni).

    Definitielijst

    Bomber Command
    Onderdeel van de RAF dat zich met strategische en soms tactische bombardementen (zoals in Normandië) bezighield.
    Conferentie van Jalta
    Conferentie tussen Churchill, Roosevelt en Stalin in Jalta op de Krim van 4 tot 11 februari 1945. Belangrijke besluiten werden genomen over de bezetting van Duitsland en de oprichting van de Verenigde Naties.
    D-Day
    De dag dat de invasie van West-Europa plaatsvond op 6 juni 1944. Na een lange misleidingsoperatie vielen de geallieerden op vijf plaatsen op de Normandische kust de stranden binnen om zo hun opmars naar Nazi-Duitsland te beginnen. Hoewel D-Day vaak als Decision Day wordt gezien, is dit niet geheel correct. De D staat in dit geval gewoon voor Day, in het militaire jargon wordt namelijk gesproken van een operatie op Dag D, beginnend op Uur U.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    invasie
    Gewapende inval.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    operatie Crossbow
    Britse geleerden- en inlichtingendienst uit de periode 1943-1944. Deze dienst was de opvolger van Bodyline en had als doelstelling het ontdekken van gegevens over geheime Duitse wapens, zoals mogelijk nieuwe vliegende bommen en raketten.
    Operatie Gomorrah
    Een serie Amerikaanse en Britse dag/nacht luchtaanvallen op Hamburg, van 24 juli t/m 3 augustus 1943.
    operatie Manna
    Britse luchtlandingsoperaties in Griekenland op 12, 14 en 16 oktober 1944.
    operatie Manna
    Voedseldroppings boven Nederland door de RAF van 29 april tot 8 mei 1945.
    operatie Market Garden
    Codenaam voor gecombineerde land- en luchtaanvallen van de geallieerden in de regio Eindhoven, Arnhem en Nijmegen van 17 tot 26 september 1944.
    operatie Overlord
    De overkoepelende strategische planning voor de Geallieerde landing op de Normandische kust in juni 1944 t/m 90 dagen na D-Day.
    operatie Paravane
    Codenaam van een Britse luchtaanval door het RAF Bomber Command op het Duitse slagschip Tirpitz op 15 september 1944.
    operatie Thunderclap
    Grootschalige geallieerde luchtaanval op Dresden. De aanval werd uitgevoerd door meer dan 1100 USAF en RAF viermotorige bommenwerpers, duurde in totaal ca 14 uur en maakte Dresden nagenoeg met de grond gelijk, 14 februari 1945.
    operatie Thunderclap
    Het onthullen van het D-day basisplan door SHAEF aan alle deelnemende commandanten op 7 en 8 april 1944.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    slagschip
    Zwaar gepantserd oorlogsschip met geschut van zeer zwaar kaliber.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    vuurstorm
    Spontaan ontstaan in juli 1943 in Hamburg. Dit was het ultieme doel van elk bombardement. De vuurstorm was niet meer te blussen en verbrandde alles wat op zijn pad kwam. Er zijn aan de grond temperaturen gemeld van 800-1.000 graden Celsius en windsnelheden van 240 km/uur, dus van dubbele orkaankracht. Het lukte Bomber Command slechts enkele keren om de gewenste vuurstorm te ontketenen, namelijk in Hamburg op 27 juli 1943, Kassel op 22 oktober 1943, Darmstadt op 11 september 1944 en Dresden op 13-14 februari 1945. Bomber Command nam altijd de middeleeuwse stadscentra (Altstadt) als doelwit vanwege de hoge houten gebouwen en de smalle straten.

    Afbeeldingen

    Harris in zijn kantoor op het hoofdkwartier van Bomber Command.
    Harris, Saundby en Graham op het hoofdkwartier van Bomber Command.
    Harris and Saundby bestuderen een kaart van Duitsland.
    Harris en Cochrane bij de debriefing van Guy Gibson's crew na Operation Chastise.
    Harris kreeg bezoek van HM King George VI en Queen Elizabeth op het hoofdkwartier van Bomber Command. Bron: The National Archives.

    Na de oorlog

    Discussie over Harris en Bomber Command

    Toen de oorlog ten einde was gekomen schreef Portal aan Harris: "hoe enorm en oprecht dankbaar hij was voor het geweldige werk dat hij en Bomber Command hadden gedaan." Maar enkele dagen later (13 mei) hield Winston Churchill zijn ‘VE Speech’. Hierin blikte hij terug op de verschillende slagen die waren uitgevochten en de legeronderdelen die hierbij betrokken waren geweest. Echter, over de bombardementen geen woord. Het was alsof het hele bombardementsoffensief nooit had bestaan. Churchill stuurde Harris op 15 mei nog wel een persoonlijk bericht waarin hij sprak over de glorieuze en beslissende bijdrage van Bomber Command aan de geallieerde overwinning en sprak hij zijn enorme dankbaarheid uit. Maar Harris voelde zich diep beledigd door het gebrek aan publieke steun van Churchill en het ontbreken van Bomber Command in zijn ‘VE Speech’. De premier leek zich te distantiëren van de gevolgen van het bombardementsoffensief. Harris voelde zich nog meer beledigd door Churchill toen hij ontdekte dat zijn vliegers als enigen geen aparte medaille kregen. Hij bleef aandringen op erkenning voor zijn manschappen, maar tevergeefs. Op 13 juni kreeg Harris het Knight Grand Cross toegekend, maar hij maakte direct kenbaar dat hij geen onderscheidingen wenste te ontvangen zolang het onrecht jegens zijn vliegers zou voortduren. Harris was ook de enige Commander-in-Chief die geen adellijke titel kreeg. Harris is vrijwel zeker een titel aangeboden, maar heeft het aanbod geweigerd uit loyaliteit aan zijn manschappen.

    Er is veel discussie geweest over de bijdrage van Bomber Command aan de geallieerde overwinning en Harris is hierin altijd een sleutelfiguur geweest. In zijn eigen Despatch, de terugblik van de Commander-in-Chief, benadrukte hij dat zijn campagne in vergelijking met de Eerste Wereldoorlog een ontelbaar aantal levens in andere onderdelen van de strijdkrachten en onder burgers had gespaard. Albert Speer schreef tijdens zijn periode in de gevangenis: "Het opende een tweede front lang voordat de invasie in Europa plaatsvond. […] Dit was de grootste slag die aan Duitse zijde werd verloren." In 1976 stuurde Speer een kopie van zijn boek aan Harris, met een notitie erbij: "Ik hoop dat het lezen van deze altijd onderschatte feiten je voldoening zullen geven." Professor in de geschiedenis Richard Overy is eveneens van mening dat het bombardementsoffensief is onderschat. Hij betoogt dat de bombardementen "het Duitse economische potentieel ondermijnden, het moreel lieten afbrokkelen en de Duitse strategie ontregelden." Hij is het eens met Harris’ biograaf Henry Probert dat Harris gezien kan worden als één van de grote bevelhebbers van de Tweede Wereldoorlog. Andere historici zijn echter een andere mening aangedaan. Historicus Max Hastings bijvoorbeeld. Hij vindt dat "de kosten in mensenlevens en de morele superioriteit over de vijand niet in verhouding staan tot de behaalde resultaten." Bovendien bekritiseert Hastings de fixatie van Harris op het volhouden van de strategie van ‘area-bombing’ aan het einde van de oorlog. Historicus Peter Johnson is zelfs van mening dat deze strategie al vanaf april 1943 niet meer gerechtvaardigd was.

    Pensioen

    Harris verliet Bomber Command toen hij op 15 september 1946 met pensioen ging. Hij had op 1 januari van dat jaar nog promotie gekregen tot de rang van Marshal of the Royal Air Force. In de tijd tot aan zijn pensioen had hij zijn Despatch geschreven. Ook had hij verschillende ceremonies en bijeenkomsten bijgewoond. Zo was hij uitgenodigd om Groot-Brittannië te vertegenwoordigen op de overwinningsparade in Oslo op 30 juni 1945. In 1947 publiceerde hij zijn memoires, getiteld "Bomber Offensive". In één van de meest aangehaalde citaten refereert hij aan het bombardement op Hamburg: "Ondanks alles wat er in Hamburg is gebeurd, bleek bombarderen een relatief menselijke methode. In ieder geval bespaarde het de jeugd van ons land ervan om neergemaaid te worden zoals in de oorlog van 1914-1918." Korte tijd na het uitbrengen van zijn memoires vetrokken Harris en zijn gezin naar Zuid-Afrika. Hier werd hij Managing Director van Safmarine, een rederij die tussen Zuid-Afrika en de Verenigde Staten voer.

    Op 7 april 1952 werd Harris tot Baronet benoemd, een Britse eretitel. Dit was het initiatief van Churchill, die in 1951 de verkiezingen had gewonnen. Harris was teruggekeerd naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij op 2 juni 1952 de kroning van de nieuwe koningin bijwoonde. Hij was ook aanwezig bij de opening van het Runnymede Memorial (oktober 1953) en de onthulling van het Memorial Window in Lincoln Cathedral (mei 1954), twee gebeurtenissen die nauw verbonden waren aan Bomber Command. Maar Harris weigerde andere uitnodigingen voor RAF gelegenheden. Hij verhuisde naar Goring-on-Thames in Oxfordshire, waar hij tijd doorbracht met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen. Ook kreeg hij hier bezoek van collega’s uit de oorlog, zoals de Amerikanen Ira Eaker en Carl Spaatz en de Canadees Clifford McEwen, waarover Harris van mening was dat hij nooit een passend eerbetoon heeft gekregen voor zijn bijdrage tijdens de oorlog. Ralph Cochrane, Robert Saundy (zijn plaatsvervanger bij Bomber Command) en Eric De Mowbray (zijn hoogste marine-officier) kwamen eveneens geregeld langs.

    Sir Arthur Harris overleed thuis op 5 april 1984. Hij werd 91 jaar. Zijn begrafenis vond met militaire eer plaats in de dorpskerk. Harris is begraven op Burntwood Cemetery, in de buurt van het dorp. Op de dag van zijn begrafenis maakte een Lancaster een fly past als laatste RAF eerbetoon. Op 31 mei 1992 werd een standbeeld van Harris onthuld voor de RAF kerk St. Clement Danes in Londen. Het werd onthuld door koningin Elisabeth. Op het standbeeld staat: "Ter nagedachtenis aan een groot bevelhebber en aan de dappere bemanningen van Bomber Command. Meer dan 55.000 van hen kwamen om het leven in de strijd om vrijheid. De natie is hen veel verschuldigd." De beroemde piloot Leonard Cheshire was één van de mensen die bij de onthulling aanwezig was en "zou zelfs gegaan zijn als ik er op een brancard naartoe gedragen moest worden." Maar de ceremonie werd onderbroken door enkele protestanten en het standbeeld van Arthur "Bomber" Harris moest maandenlang 24 uur per dag bewaakt worden omdat het veelvuldig beschadigd werd. Dit was, en is nog altijd, de controverse die met het geallieerde bombardementsoffensief samenhangt.

    Definitielijst

    Bomber Command
    Onderdeel van de RAF dat zich met strategische en soms tactische bombardementen (zoals in Normandië) bezighield.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    invasie
    Gewapende inval.
    tweede front
    Tijdens WO II de naam voor het front dat de Amerikanen en de Engelsen in het Westen zouden openen om het (eerste) Russische front te verlichten.

    Afbeeldingen

    Harris met de Amerikaanse Generals Eaker en Spaatz.
    Het graf van Arthur Harris op Burntwood Cemetery, Goring, Oxfordshire. Bron: Steve Potts.
    Standbeeld van Harris voor St. Clements Danes church in Londen. Bron: Pieter Schlebaum.