De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    Inleiding
    Om de situatie van Japan in 1941 te kunnen begrijpen vanuit een politiek oogpunt, moeten we zeer ver terug in de tijd. De Japanse samenleving is een zeer complexe, waarbinnen tot ver in de 20e eeuw intriges en clanverschillen een belangrijke rol speelden. Achtereenvolgens zullen we daarom kijken naar het einde van de macht van Shogun Keiki in 1868, ingeluid door de samoerai, vervolgens de herstelperiode voor het keizerrijk, de afnemende macht van de samoerai, de omvorming van de bijna middeleeuwse staat tot een moderne westers geŲrienteerde natie en de politieke verwikkelingen die vooraf gingen aan de Tweede Wereldoorlog.

    De periode tot 1868

    Het herstel van het Japanse keizerrijk, de periode tot 1868.

    Het was Tokugawa Ieyasu, een shogun, die de macht naar zich toe had getrokken in 1598. Van toen af speelde de Japanse keizer nog enkel een symbolische rol. De shogun liet zich bijstaan door samoerai. Voor 1598 kende Japan vele burgeroorlogen en twisten tussen de diverse clans. Machtige en rijke krijgsfamilies werden door bepaalde leden van de keizerlijke families overtuigd om hen te steunen. Hierdoor steeg echter ook de macht van de samoerai, die meer en meer een belangrijke rol gingen vervullen. Uit hun midden verkozen ze dan een shogun: een opperbevelhebber. Toch kwam hij meestal aan de macht door het uitmoorden van zijn tegenstander, of vernederde hij zijn tegenstander zo dat deze en zijn hele familie harakiri (rituele zelfmoord) pleegden. Zo kwam ook Tokugawa aan de macht.

    De regerende shogun Kťiki werd op 3 januari 1868 gedwongen om af te treden. De leidende samoerai herstelden gelijk de macht van het keizerlijk huis, waarmee voorlopig een einde kwam aan ruim twee en een halve eeuw militair bewind. Met dit herstel kwam er echter geen eind aan de problemen in het land. Alhoewel de machtsovername redelijk eenvoudig verliep, had men verzuimd om na te denken over het soort regering dat de macht zou moeten overnemen.

    Om de politieke situatie in Japan te begrijpen moeten we terug naar de ontstaansgeschiedenis van de staat Japan. De Japanse cultuur grijpt terug op de verdringing van het oorspronkelijke volk door een vanuit Korea komende cultuur die tegenwoordig wordt aangeduid als de Yayoi. Op het hoogtepunt van deze cultuur werd Japan naar alle waarschijnlijkheid onder ťťn staat gebracht. Het was een zogenaamde drie-standen-cultuur, waarbij de macht onder de Oeji viel, een aristocratische groep families. Eťn van deze families onderwierp de anderen aan haar macht en hun stamhoofd Jimmoe Tenno staat te boek als de eerste Japanse keizer, vanaf 660 voor Christus. Deze familie beschouwde zichzelf als rechtstreekse afstammeling van de zonnegodin Amaterasoe (de oorsprong van het land van de rijzende zon). Waarschijnlijk had dit keizerschap niet de volledige macht, omdat vanaf de eerste eeuw na Christus pas werkelijk over het keizerlijke Japan wordt gesproken.

    In de 4e eeuw getuigde Japan voor het eerst van een soort uitbreidingsdrang door een expeditie naar Korea te sturen en hier een kolonie te stichten. Langs deze weg kwam Japan in contact met de hogere Koreaanse en Chinese technologie en het boeddhisme. Alhoewel het boeddhisme veel aanhang kreeg, bleef het oorspronkelijke goddelijke shintoÔsme de belangrijkste godsdienst. Naast de keizer hadden in het oude Japan vele adellijke families een bepaalde regeringsmacht als adviseurs van de keizer. Vanaf de 6e eeuw kregen zij meer en meer macht en gingen elkaar betwisten om de invloed op de keizer. In het jaar 645 was het de familie Fujiwara die het bestuur naar zich toetrok en er begon een periode waar de keizer in principe niets meer te vertellen had. Rond 710 vond een omwenteling plaats en werd Japan een gecentraliseerde staat. Deze periode stond bekend als de Nara-periode, omdat de keizer zijn verblijfplaats had in Nara. Japan werd verdeeld in districten, die bestuurd werden door een gouverneur.

    In de daarop volgende Heian-periode verminderde keizer Kammoe (781-806) de invloed van het boeddhisme. Heian (later Kyoto) werd de hoofdstad. In deze periode betwistten de diverse familieleden van de heersende Fujiwara elkaar onderling de macht. Toen de niet directe verwanten van de keizer uit de goddelijke status werden ontheven, ontstonden meerdere geslachten die in de toekomst van Japan een belangrijke rol zouden gaan spelen Dit was onder andere het geval met de families Minamoto en Taira. Deze laatste wonnen uiteindelijk de machtsstrijd in 1156 na zeer bloedige burgeroorlogen. Het duurde echter niet lang, want in 1185 nam Minamoto Yoritomo de macht over na een burgeroorlog en begon het Kamakura-tijdperk. Het was toen dat de samoerai een belangrijke rol speelden met hun heldhaftigheid en hun erecode. Met Yoritomoís dood in 1199 viel de eenheid weer uiteen. Hierbij ging de machtsstrijd met name tussen Kamakura en de keizer in Kyoto.

    Uiteindelijk wonnen de Kamakura, waarmee de macht bij de shogun kwam te liggen. De keizer behield zijn positie, maar bezat feitelijk geen enkele macht. Door een herverdeling van machtsposities verschoof de macht van de centrale shogun in Kamakura naar de in de regio aangestelde ďgouverneursĒ. Deze zogenaamde Hojo-regenten wisten Japan in een relatieve rust te dompelen.

    De keizer bleef onaantastbaar, maar bezat nog steeds geen enkele macht. Tussen 1274 en 1281 trachtte de Chinees-Mongoolse heerser Koeblai Khan Japan in te nemen. Het opbouwen van een leger bracht weer meer macht bij de shogun, de gevolgen waren echter tegenovergesteld.

    De weerstand tegen de Japanse shogun nam toe en de keizer Go-Daigo zag in 1333 mogelijkheden om zijn macht te herstellen. Vele soldaten liepen over naar het keizerlijke leger van Go-Daigo en de leden van de heersende Hojo-familie werden gedwongen harakiri te plegen. Zelfs na deze coup kon de keizer niet helemaal alle macht naar zich toe trekken en er ontstonden twee kampen die elkaar lange tijd zouden bestrijden. Het was een hectische periode: omdat de samoerai van beide kampen elkaar bestreden was er een zekere vorm van permanente burgeroorlog, maar kende de economie een ongekende opmars. Toen rond 1542 de Portugezen voor het eerst voet aan wal zetten in Japan, kwam de hen goedgezinde Noboenaga in 1573 aan de macht. Hij trachtte Japan weer onder ťťn heerser te brengen.

    Nadat Noboenaga in 1578 werd vermoord, kwam vreemd genoeg een boerenzoon, Hidejosji, aan de macht. Hij wist Japan wel te herenigen. Onder zijn heerschappij werd het door de Portugezen ingebrachte rooms-katholieke geloof streng vervolgd en er werden twee invasies in Korea uitgevoerd, met als doel de verovering van China. Na zijn dood zou hij opgevolgd worden door zijn minderjarige zoon Hidejori. Deze werd bijgestaan door vijf regenten, waarvan er ťťn, Tokoegawa Jeyasoe, uit de familie Minamoto zich in 1603 tot nieuwe shogun wist op te werpen. De Tokoegawa zouden lang heersen. In deze periode isoleerde Japan zich volledig van de buitenwereld. Alleen Nederland werd toegestaan om vanuit Desjima enige handel te drijven. In het begin van de 19e eeuw werd de druk vanuit het buitenland (met name de westerse mogendheden) almaar groter.

    Toen Japan gedwongen werd om buitenlandse handel toe te staan, verzwakte dit de positie van de Tokoegawa's. Er ontstond een nationalistische golf, waarbij de roep om de keizer almaar groter werd. In 1867 trad de nieuwe keizer Moetsohito aan en een nieuwe shogun, Keiki. Keiki stelde de keizer voor om de regeringsmacht bij hem te laten, wat de keizer weigerde. Het gevolg was wederom een burgeroorlog. De keizer kwam als winnaar uit de strijd en vanaf nu trad een periode van Restauratie van het Keizerrijk in. De keizer verplaatste zijn zetel naar Jedo, dat vanaf dat moment Tokio werd genoemd.

    Definitielijst

    kolonie
    Overzees gebiedsdeel.

    Afbeeldingen

    Hidejoshi
    Tokugawa Jeyasoe

    1868 tot 1895: De modernisering van een staat

    Modernisering van de Staat tot 1895

    De staat zou snel hervormd moeten worden, waarbij iedereen ervan overtuigd was dat alleen een sterk, verenigd Japan zich afdoende zou kunnen verweren tegen inmenging van het buitenland. Keizer Moetsohito verzamelde snel een groep mensen om zich heen. Allereerst werden de 250 gebieden die onder het beheer van een gouverneur stonden weer onder de invloed van de staat gebracht. De gouverneurs en samoerai werden met al dan niet vervroegd pensioen gestuurd. Japan werd in districten verdeeld, die onder een nieuw soort bestuur werden geplaatst. Met de hierdoor veel hogere belastingopbrengst werd een modern leger ingevoerd, inclusief een dienstplicht. Als bijkomend voordeel bracht dit met zich mee, dat de macht van de vroegere samoerai hierdoor danig werd ingeperkt. In een snel tempo werden leger en marine gemoderniseerd en werden "westerse" adviseurs aangetrokken om dit leger te trainen.

    Officieel werden in 1873 de samoerai verboden. Aangezien de meesten van hen de noodzaak van de modernisering wel inzagen, ging dit zonder al te veel tegenstand. Alhoewel de samoerai verboden werden, nam hun macht niet al te veel af. Velen speelden een rol in het bestuur van de nieuwe staat of het leger. Vanuit deze hoek kwam ook al snel de roep om de Japanse macht in de regio uit te breiden. Hierbij werd vooral gekeken naar Korea, dat onder toezicht van China stond. Korea behoorde volgens de vroegere samoerai onlosmakelijk tot Japan. De regering zag echter weinig heil in een avontuur in Korea, vanwege de te verwachten hoge kosten en het gevaar dat hierdoor de hervormingen vertraging zouden oplopen. Het plan belande in het archief. Het merendeel van de leiders accepteerde dit; een aantal echter niet en stapte uit de regering. Hiermee ontstond Japans eerste regeringscrisis na de "Restauratie" van de keizer.

    Eťn van de afvalligen, Takamori SaigŰ, nam in 1877 de wapens op tegen de regering. Met 20.000 volgelingen nam hij het op tegen het nieuwe leger. Het gemoderniseerde Japanse leger bewees in die strijd voor het eerst haar waarde en won. Het gevolg hiervan was dat het Japanse leger en de marine nog verder werden uitgebreid. De tachtiger jaren van de 19e eeuw werden roerige jaren voor Japan. Het nationalisme won snel terrein en daardoor ook weer de wens om de Japanse invloed uit te breiden. De druk vanuit de samenleving werd zo groot dat de regering wel moest toegeven om een werkelijke revolte te voorkomen. Om de Japanse belangen in Korea te vergroten werd in 1885, met Chinese tegenzin, een verdrag gesloten. Dit verdrag hield stand totdat een conflict in Korea er in 1894 een einde aan dreigde te maken. Voor China werd Korea belangrijk door de toenemende kolonialisering door Frankrijk en Groot-BrittanniŽ in de regio. Om hun invloed te behouden dacht China een treffen met Japan makkelijker te kunnen winnen dan een treffen met de Fransen of de Britten. China dacht dat de Japanners lang niet zo sterk waren en een conflict wel uit de weg zouden gaan.

    In 1894 was Japan echter klaar met de opbouw en modernisering van haar strijdkrachten en vond zich sterk genoeg om een conflict aan te gaan. De strijd begon in augustus 1894. Japan liep Korea volledig onder de voet en stond begin 1895 op het punt naar Peking op te trekken. Overhaast trachtte China een vredesovereenkomst te sluiten. Dit gebeurde in april van dat jaar met het verdrag van SjimonosŤki. In dit verdrag kreeg Japan het beheer over het schiereiland Liau-toeng, Korea en Formosa (het huidige Taiwan). Vanaf dat moment zou Japan een grootmacht zijn waar anderen rekening mee moesten houden. Tijdens de industrialisatie van het land ontstonden nieuwe machtscentra onder leiding van machtige eigenaren. Deze Zaibatsoe verwierven veel regeringsmacht.

    Definitielijst

    nationalisme
    Streven van een volk staatkundig onafhankelijk te worden of die onafhankelijkheid veilig te stellen.

    Afbeeldingen

    Moetsohito

    Opkomst van een Wereldmacht, de periode tot WOI

    Japan bewijst haar kracht, de periode tot aan de Eerste Wereldoorlog

    China werd met de vrede gedwongen om Japan als meest begunstigde natie te gaan beschouwen en een grote som aan herstelbetalingen af te staan. Voor de Westerse machthebbers in de regio ontstond zo een grote dreiging. Rusland, Frankrijk en Duitsland dreigden Japan aan te zullen vallen wanneer ze haar invloed over het schiereiland Liau-Toeng niet zou opgeven. Drie van deze grootmachten aanvallen was voor Japan iets te veel en met tegenzin gaf de Japanse regering toe aan de eis. Door de Japanners zelf werd dit echter als een zware vernedering ervaren, wat gevolgen zou hebben voor de situatie in Japan zelf.

    Het nationalisme groeide nog meer en de regering breidde haar leger en marine nog verder uit.De meeste politieke fracties stonden onder invloed van de Zaibatsoe, die in feite de macht hierdoor in handen hadden.

    Naast deze opbouw zocht Japan een bondgenootschap met het westen en sloot daartoe in 1902 een verdrag met Groot-BrittanniŽ. Dit verdrag was vooral ingegeven door de groeiende invloed van de Russen in Mantsjoerije, wat zowel Japan als de Britten als een bedreiging ervaarden. Gesterkt door dit verdrag stelde de Japanners in 1903 aan de Russen voor om tot een overeenkomst te komen aangaande Mantsjoerije. Toen dit initiatief faalde, trok Japan ten strijde. De Russen voelden zich zodanig bedreigd dat zij in februari 1904 een troepenmacht Korea instuurde. Japan reageerde onmiddellijk en verklaarde op 10 februari 1904 de oorlog aan Rusland. In de strijd die hierop volgde werd de Russische vloot vernietigd en werden de Russische legers verdreven. Mede door de op handen zijnde revolutie binnen Rusland, gaf de tsaar maar wat graag toe aan het verzoek van Japan om tot een overeenkomst te komen. Japan had dit hard nodig, aangezien nagenoeg al haar reserves in de strijd waren gegooid.

    Onder de bemiddeling van de Amerikaanse president Theodore Roosevelt werd op 5 september 1905 een vredesverdrag getekend in Portsmouth. Vanaf dat moment heerste Japan niet alleen over Korea, maar ook over het zuidelijk deel van Mantsjoerije. De uitbreiding van de invloed daar ging zo snel dat bij de dood van de Japanse keizer in 1912 Mantsjoerije economisch gezien een kolonie van Japan kon worden genoemd. Alhoewel Mantsjoerije Chinees grondgebied bleef, kreeg Japan de heerschappij over de spoorwegconcessies en het recht haar concessies militair te beschermen. In 1912 nam Hirohito de macht over als keizer van zijn overleden vader. Hirohito verhief het keizerschap tot een goddelijke vorm, waarbij de Japanners meer nog dan al gedaan werd zich volledig aan hun keizer onderwierpen. Dit gold echter niet voor de regeringsmacht. Deze werd gedeeld door machtige industrielen en militairen.

    Definitielijst

    kolonie
    Overzees gebiedsdeel.
    nationalisme
    Streven van een volk staatkundig onafhankelijk te worden of die onafhankelijkheid veilig te stellen.
    revolutie
    Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.

    Afbeeldingen

    Hirohito

    Oorlogsdreiging

    Japan toont haar gezicht: de periode vanaf de Eerste Wereldoorlog tot december 1941

    Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zag Japan haar kans schoon om de invloed in de regio nog verder te vergroten. Alhoewel het verdrag met Groot-BrittanniŽ ze er niet toe verplichtte, werd door de regering de oorlog verklaard aan Duitsland. Binnen twee weken voegde het leger daden bij dat woord door Duitse kolonies (Kiautsjau, Tsintao, Marianen, Carolinen, Marshall-eilanden) in de regio in bezit te nemen. Japan kreeg zo Tsing-tao, de Baai van Kiautsjow en een aantal eilanden in de Grote Oceaan in bezit. Hierdoor kreeg Japan vaste voet in China.

    Doordat de grote Westerse mogendheden het te druk hadden in Europa, zag Japan haar kans schoon om aartsvijand China onder druk te zetten. De eisen die Japan stelde waren zo hoog dat Japan in feite een protectoraat zou vestigen in China. Na kortstondig verzet gaf de Chinese regering toe. Het westen deed niets en pas bij de Parijse Vredesconferentie in 1918 werd de situatie op de agenda gezet. De positie van Japan was echter zodanig dat de Japanse regering zich sterk genoeg achtte om het onderste uit de kan te halen.

    Pas in 1921 zou bij de Conferentie van Washington hier enige verandering in komen. In deze conferentie moest voor eens en altijd de situatie in de Pacific geregeld worden, zouden de zeestrijdkrachten beperkt moeten worden en moest een oplossing voor het probleem China worden gevonden. Op alle punten werd overeenstemming bereikt. Alhoewel Japan vaste voet behield in Korea en Mantsjoerije, werd China erkend als een onafhankelijke staat. Japan moest haar vloot drastisch inperken, maar dat gold tevens voor de andere mogendheden in de regio. In de jaren daarna behield de liberale vleugel in de Japanse politiek een zekere macht, alhoewel het patriottisme en de anti-westerse stemming onder de bevolking (vooral op het platteland) en onder de militairen verder toenamen. De regering stond redelijk welwillend tegenover de belangen van China, wat een doorn in het oog van de militairen was.

    Deze houding sloeg verder door bij het Vlootverdrag van Londen in 1930. De Japanse regering onder leiding van premier Hamagoetji was wel bereid tot een verdere reductie van de marine. Dit stuitte echter op grote bezwaren van de marinestaf, waarop de chef van de marinestaf uit protest ontslag nam. De binnenlandse spanningen liepen hierdoor zo ver op dat in november 1930 een moordaanslag werd gepleegd op de premier. De dood van Hamagoetji bracht de militairen in de regering in een sterkere positie dan ooit tevoren.

    De situatie werd uitgebuit door de militairen toen de Chinese autoriteiten in Mantsjoerije het plan opvatten om een eigen spoorlijn aan te leggen naast de door de Japanners beheerde spoorlijn. Door de Japanners werd dit opgevat als een oorlogsverklaring. Een incident waarbij de Japanse kapitein Nakamoera, een officier van het beschermingsleger van de Japanse spoorlijn, door Chinese soldaten werd doodgeschoten, gaf het Japanse leger in Korea en rond de spoorlijn de aanleiding om het heft in handen te nemen. In de onderhandelingen die volgden op de moord, zorgde het Japanse leger ervoor dat er een militair incident ontstond. Bij bedreiging van de Japanse belangen mochten de plaatselijke commandanten immers zonder ruggespraak van Tokio handelen. Het incident werd opgeblazen en de weg stond vrij voor een oorlog met China. Als eerste fase werd in snel tempo door het Kwantoeng-leger (Japanse leger in Mantsjoerije) geheel Mantsjoerije bezet.

    De gevolgen van deze actie door het leger zelf had grote gevolgen aan het Japanse thuisfront. Het Japanse leger viel hierdoor in twee groepen uiteen. De Kodo-Ha oftewel Keizerlijke Weg bestond uit een groep jonge officieren die de gebeurtenissen in Mantsjoerije zagen als het begin van een groots Japans offensief. De Tosei-Ha oftewel Controlegroep kenden vooral oudere officieren en de Generale Staf tot haar aanhang. Zij wilden toch een zeker status quo handhaven. De beide groepen hadden een gezamenlijk belang: het vergroten van de politieke macht van het leger. Na een aanvankelijke samenwerking kwamen de jongeren in opstand, omdat zij vonden dat de hervormingen in een veel te laag tempo plaatsvonden. De Tosei-Ha, die de meeste feitelijke macht bezaten, reageerden door de meest invloedrijke jonge officieren weg te promoveren. De jongeren probeerden uiteindelijk om in februari 1936 de macht te grijpen door de Eerste Divisie in Tokio een staatsgreep te laten plegen. Deze poging werd door sterke regeringsgezinde troepen neergeslagen, waardoor de Kodo-Ha volledig werd uitgerangeerd en de Tosei-Ha nog steviger in het zadel drukte. Feitelijk was toen iedere burgerinvloed op de regering al verdwenen, doordat ten tijde van de opstand de regering was afgetreden en de militairen alle belangrijke posten innamen.

    Door militairen op ministersposten te benoemen en de keizer achter hun standpunten te krijgen, ontstond een nieuwe situatie volgens het oude systeem waarbij de feitelijke regeringsmacht door militairen werd uitgevoerd. Generaal Teraoetji werd Minister van Oorlog en liet in november 1936 een Anti-Kominternpact met Duitsland sluiten. Dit pact was gesloten om een eventuele dreiging van de Sovjet-Unie in Mantsjoerije het hoofd te kunnen bieden. De nieuwe regering nam zich voor om in onderhandelingen met China tot een overeenkomst aangaande Mantsjoerije te komen. Zij werden door de opperbevelhebber van het Kwantoeng leger, generaal Hideki Tojo, geadviseerd om niet te onderhandelen, maar om een bufferstaat tussen Japan, China en de Sovjet-Unie te vormen. De Japanse regering zag hier niet veel in. Andermaal nam het Kwantoeng-leger het heft in handen en regisseerde een incident op de Marco-Polo brug bij Lowkowtjau op de grens met China. Het gevolg van dit incident was een regelrechte oorlog tussen China en Japan. De bevolking van Japan liet haar sympathie met het Kwantoeng-leger duidelijk blijken en de regering moest de acties wel steunen.

    Op datzelfde moment ontstond er echter een conflict tussen legerstaf en marinestaf, waarin beiden probeerden meer invloed op de regering te krijgen. Het leger wilde de strijd met China uitbreiden, terwijl de marine meer heil zag in het te vriend houden van de Sovjet-Unie, een status-quo te bereiken met China en de aandacht te verleggen naar de Pacific, met name naar de rijke olievelden van Nederlands-Indie. Toen in 1938 de toenmalige Minister van Oorlog Soegijama aftrad, zag het leger zijn kans schoon en liet zoveel militairen op ministersposten benoemen dat de regering bijna geheel uit legerofficieren bestond. De marine voelde zich hierdoor in haar eer aangetast en besloot op eigen gelegenheid een oorlog te beginnen door het Chinese eiland Hainan te bezetten. Door een incident uit te lokken met een landingsboot bij Shanghai dwong de marine zelfs het leger om zich hiermee te gaan bemoeien.

    Toen in juli 1940 alle Japanse bezittingen door de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt werden bevroren en een commerciŽle blokkade werd uitgeroepen, gaf Japan alle hoop op een vreedzame oplossing in feite op. De eerste minister, prins Foenimare Konoye, bleef echter hopen op een ongewapend vergelijk. Zijn kabinet, onder leiding van generaal Tojo had echter andere gedachten. In allerijl werd een aanvalsplan opgesteld, het gevolg kennen we. Pearl Harbor, Thailand, Birma, Malakka, de Fillipijnen en Nederlands-Indie zouden die gevolgen snel ondervinden.

    Definitielijst

    Divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-BrittanniŽ, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. ItaliŽ en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    staatsgreep
    Poging om met geweld de macht in de staat over te nemen.

    Bronnen

    - Griess T.E., The Second World War Asia and the Pacific, The West Point Military History Series, Squareone, New York, 2002
    - Mayer S.L. ea., De Japanse Oorlogsmachine, Elsevier, Amsterdam, 1978
    - Oosthoeks encyclopedie