Type KD5, Kaigun

    Kaigun Type KD5 Japanse onderzeeboten

    De KD5 type onderzeeboten waren nagenoeg gelijk aan het type KD4. De KD4 was weer afgeleid van het type KD3, een onderzeeboottype met een dubbele romp en afgeleid van de KD1 en KD2. Het waren grote, oceaangaande schepen, aangedreven door twee krachtige en betrouwbare dieselmotoren.

    De KD5 boten hadden een grotere operationele diepte en kregen als bewapening een 10cm/65 kaliber kanon. In deze serie werden aanvankelijk drie schepen gebouwd, de I-165, I-166 en I-67. De I-67 zonk tijdens een oefentocht in 1940, waarbij 87 man om het leven kwam. Aanvankelijk werden de schepen aangeduid zonder de 1 in hun nummer, echter in 1942 werden de overgebleven schepen omgenummerd tot I-165 en I-166.

    Technische gegevens bij bouw:

    Klasse: Kaigun KD5
    Aantal in klasse: 3
    Land: Japan
    Type: Onderzeeboot
    Waterverpl.: standaard 1705 BRT
    volledig beladen 2330 BRT
    Afmetingen: Lengte over alles: 97,70 meter
    Breedte: 8,20 meter
    Diepgang: (volledig beladen) 4,70 meter
    Aandrijving: Vermogen: Diesels: 6000 shp, Electro: 1800 shp
    Max. Snelheid: 20,5 knopen boven en 8,25 knopen onder water
    2 dieselmotoren
    Bewapening:

    4- 533 mm Boegbuizen
    2- 533 mm Hekbuizen
    1- 10 cm/65 cal kanon
    14 torpedo's

    Bemanning: 75 man standaard

    Hieronder volgt een globaal overzicht van de schepen uit de KD5-klasse. Het is geen compleet overzicht, maar schetst een beeld van de levensloop van de betrokken schepen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

    I-165

    Kure

    19-12-1929

    02-06-1931

    01-12-1932

    27-06-1945


    De I-165 werd op 1 december 1932 overgedragen aan de Japanse marine en gestationeerd in Sasebo. De eenheid waarvan de I-165 deel uitmaakte, werd in november 1941 in de richting van Samah, China gestuurd in verband met de op handen zijnde operaties in de Zuidelijke Pacific. Het schip werd toegewezen als escorte voor de invasievloot naar Malakka en Siam. Op 8 december bevonden de I-164 en I-165 zich in de Zuid-Chinese Zee en patrouilleerden ze ten oosten van Trengganu, Malakka.
    Op 9 december ontdekte de I-165 tijdens haar patrouille het Britse eskader van Force Z met de HMS Repulse en HMS Prince of Wales. Deze ontdekking zou later mede ertoe bijdragen dat op 10 december de beide schepen door Japanse vliegtuigen tot zinken werden gebracht.

    Op 13 december werd de I-165, samen met de I-162, I-164 en I-166, gedirigeerd naar het eiland Nantuna Besar om de tweede landingsvloot voor Malakka te beschermen en de daaropvolgende landingen op Noord Borneo. De I-165 keerde hierna terug naar haar basis te Camranh Bay in Indochina.
    Op 9 januari was het schip op patrouille in de Javazee en bracht ze het Nederlandse vrachtschip Benkoelen tot zinken. Hierna nam de I-165 deel aan de invasie van Celebes. Enkele dagen later, op 15 januari 1942, maakte het haar volgende slachtoffer, de Britse vrachtvaarder Jalarajan, ten westen van Sumatra. Hierna volgden nog enkele andere slachtoffers, waarna de I-165 op 10 april 1942 werd toegevoegd aan de Gecombineerde Vloot met als thuisbasis Kure.

    Op 20 mei 1942 werd het schip omgenoemd tot I-165 en nam het deel aan de Slag om Midway. Op 10 juli 1943 volgde een overplaatsing naar de 30ste Onderzeebootdivisie van de Zuidwestelijke Vloot. Op 11 augustus 1942 begon de I-165 alweer aan haar vijfde patrouille, waarbij wederom twee schepen tot zinken werden gebracht. November 1942 werden I-165, I-162 en I-166 geleid naar Timor in reactie op de landingen van Amerikaanse en Australische troepen. Dit bleek echter een valse melding te zijn en de schepen keerden weer terug.

    Vanaf januari 1943 werd het schip gestationeerd op Soerabaja, om tot september te opereren in Australische kustwateren. Vervolgens kreeg de I-165 als operatiegebied de Indische Oceaan en de Bengaalse Baai. Tijdens deze operatie werd de Britse vrachtvaarder Perseus tot zinken gebracht. Na een tussenstop in januari 1944 in Penang en februari 1944 in Singapore vertrok het schip wederom naar de Indische Oceaan. Ditmaal werd de Britse vrachtvaarder Nancy Moller het slachtoffer.

    Vanaf maart 1944 werd het operatiegebied van de I-165 opnieuw de kustwateren van AustraliŽ. Door de dreiging van een Amerikaanse invasie en de Amerikaanse acties bij Biak kreeg de I-165 als volgende thuisbasis Soerabaja. Tijdens een bevoorradingsoperatie op18 augustus 1944 naar Korim, werd het schip gesignaleerd door drie Amerikaanse motortorpedoboten (PT-18, PT-24 en PT-25) en vervolgens aangevallen. Door de dieptebommen werd het schip naar een diepte van maar liefst 105 meter gedwongen. Wonderwel werd dit overleefd. Op 23 augustus 1944 arriveerde de zwaar gehavende I-165 op Ambon om te worden gerepareerd. Op 15 december 1944 werd het schip uit actieve dienst teruggetrokken en in Sasebo aangesteld als trainingsschip.

    Op 1 april 1945 werd de I-165 wederom in actieve dienst teruggenomen. Intussen was haar dekgeschut verwijderd en had plaats gemaakt voor twee "Kaiten" zelfmoordonderzeeboten. Hiermee ging het op 15 juni 1945 in de richting van de Amerikaanse Vloot bij Saipan. Op 27 juni 1945 ontdekte een Lockheed Ventura PV-1 van VPB-142, het schip varend aan de oppervlakte en viel ze het met bommen aan. Van de I-165 werd hierna nooit meer iets vernomen. Aangezien een olievlek na de aanval zichtbaar was, wordt aangenomen dat de I-165 bij deze aanval is gezonken met al haar 106 bemanningsleden.

    I-166

    Sasebo

    14-10-1929

    07-04-1931

    10-11-1932

    17-07-1944


    De I-166 was een maand eerder klaar dan de I-165. Het schip heeft de gehele oorlog in dezelfde eenheid geopereerd als haar zusterschip en heeft daarom een gelijkluidend operatiegebied gehad. Op 24 december 1941 was de I-166 verantwoordelijk voor de torpedering van de Nederlandse onderzeeboot K-XVI. Op 11 januari 1942 was het schip op patrouille in de Javazee en bracht ze het Amerikaanse transportschip Liberty Glow tot zinken. Ook tijdens de operaties in de Indische Oceaan, maakte het verscheidene slachtoffers. De omnummering tot I-166 vond plaats op 20 mei 1942.

    Op 17 juli 1944 maakte de I-166 een patrouillevaart door de Straat van Malakka samen met een Japanse mijnenlegger en twee patrouilleboten. Zonder dat men het wist werd de groep gevolgd door de Britse onderzeeboot HMS Telemachus. Dit schip was even daarvoor uitgerust met nieuwe, zwaardere torpedo's. Maar liefst zes torpedo's werden op het konvooi afgevuurd. Het gevolg was dat de I-166 tot zinken werd gebracht, maar dat de Britse onderzeeboot vergeten was het gewicht van de wegschietende torpedo's te compenseren. Hierdoor werd ze gelijk naar de oppervlakte gedwongen. De Japanse escorte reageerde onmiddellijk en viel de Brit aan. Hierbij kregen de Japanners luchtsteun van een Mitsubishi Ki-21 bommenwerper. De HMS Telemachus wist met moeite te ontkomen.

    Definitielijst

    invasie
    Gewapende inval.
    kaliber
    De inwendige diameter van de loop van een stuk geschut, gemeten bij de monding. De lengte van de loop wordt vaak aangegeven in het aantal kalibers. Zo is bv de loop van het kanon 15/24 24 ◊15 cm lang.
    kanon
    ook bekend als Kanone (Du) en Gun (En). Wordt vaak gebruikt om allerlei geschut aan te duiden. Eigenlijk slaat de term op vlakbaan geschut. Wordt gekenmerkt door een langere loop en grotere dracht.
    Siam
    Benaming van Thailand.
    torpedo
    Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.

    Afbeeldingen

    I-166

    Informatie

    Artikel door:
    Wilco Vermeer
    Geplaatst op:
    20-04-2003
    Laatst gewijzigd:
    22-05-2010
    Feedback?
    Stuur het in!

    Bronnen

    - Bagnasco E., Submarines of World War II, Naval Institute Press, 1977
    - Boyd C. en A. Yoshida, The Japanese Submarine Force of WW II, Naval Institute Press, Annapolis, 1995
    - Dull P.S., A Battle History of the Imperial Japanese Navy (1941-1945) Naval Institute Press, 1978
    - Hashimoto Cmdr M., Sunk, the story of the Japanese submarine fleet 1941-1945, Avon Books, 1955
    - Polmar N. en D.B. Carpenter, Submarines of the Imperial Japanese Navy, Conway Maritime Press, 1986