De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    De Slag om Stalingrad in de winter van 1942-1943 word over het algemeen beschouwd als de eerste grote nederlaag van de Wehrmacht aan het Oostfront. Een jaar eerder was het Ostheer, met het Kremlin in zicht echter al vastgelopen in de sneeuw en verdreven voor de poorten van Moskou. Het belang van het debacle mag niet worden onderschat, want de nederlaag voor de poorten van de Sovjethoofdstad had voor het verdere verloop der gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog ingrijpende gevolgen.

    Duitse bronnen hebben altijd beweerd dat het voornamelijk de herfstregens en de meedogenloos strenge winter waren die de pogingen om de hoofdstad in te nemen ondermijnde, terwijl de gecensureerde officiële geschiedenis van de voormalige Sovjet-Unie overdreven beweerde dat het falen van de Duitsers vooral te wijten was aan de heldenmoed van het Rode Leger en zijn bevelhebbers. Een vaststaand feit is dat westerse historici voornamelijk Duitse bronnen gebruikten voor de geschiedschrijving, omdat de officiële Sovjethistorie als onbetrouwbaar werd bestempeld en vele officiële documenten uit de oorlogstijd tot begin jaren negentig achter slot en grendel bleven. De Russische winter van 1941-1942 was inderdaad de strengste sinds 140 jaar, maar recent vrijgegeven Sovjetarchieven bevestigen dat het wel degelijk het Rode Leger was die de Wehrmacht verdreef uit de buitenwijken van Moskou. De Duitsers zouden in de loop van de oorlog nooit meer zo dicht in de buurt komen van de totale overwinning.

    De stand van zaken
    Tijdens de eerste drie maanden van operatie Barbarossa had de Wehrmacht het Rode Leger meerdere verpletterende nederlagen toegebracht. Op 30 september 1941 waren de nazi's 800 kilometer doorgedrongen in het grondgebied van de Sovjet-Unie over een frontlengte van maar liefst 1.650 kilometer. In de openingsweken van de Duitse invasie werd het Westelijk Front zo goed als vernietigd bij de grote omsingelingsacties bij Bialystok en Minsk. Heeresgruppe Nord had in een zeer kort tijdsbestek de Baltische staten onder de voet gelopen en bressen weten te slaan in de Stalinlinie, de gordel van fortificaties langs de oude Russische grenzen van 1939. In het zuiden ondervonden de Duitse formaties echter hevige weerstand in hun opmars door de Oekraïne. Daar bevond zich namelijk de hoofdmacht van het Rode Leger ter bescherming van de uitgestrekte graanvelden en belangrijke industriegebieden.

    Hersteld van de eerste schok begonnen de Sovjets tegenmaatregelen te organiseren. Stalin had in zijn toespraak op 3 juli 1941 opgeroepen tot de tactiek van de verschroeide aarde. Dit hield in dat het naar het oosten terugtrekkende Rode Leger alles achter zich vernietigde wat de Duitsers ook maar konden gebruiken. Niet krijgsgevangen genomen Sovjetmilitairen en -burgers in de door de nazi's bezette gebieden werden aangespoord tot georganiseerd verzet. De opgezette partizaneneenheden zouden in het verdere verloop van de oorlog een hevige guerrillastrijd blijven uitvechten tegen de Duitse achterhoede, waardoor de aanvoer van voorraden naar de frontlinie ernstig werd verstoord. Een andere doorslaggevende maatregel was het ontmantelen van fabrieken om met inbegrip van het personeel overgeplaatst te worden naar gebieden ten oosten van het Oeralgebergte. Daar werden de fabrieken herbouwd, buiten het bereik van de Luftwaffe. De evacuatie van de industrie was er ook een medeoorzaak van dat de Sovjet-wapenproductie tijd nodig had om op toeren te komen.

    Ondertussen had Heeresgruppe Mitte begin juli bruggenhoofden veroverd aan de oostelijke oevers van de Dnjepr en opnieuw voerde het een tangbeweging uit in de richting van Smolensk. Toen de tang zich sloot ten oosten van de stad werden weer grote aantallen Sovjetsoldaten krijgsgevangen genomen. Maar de Duitse opmars liep niet parallel. In de Oekraïne wist Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt met Heeresgruppe Süd geen doorbraak te forceren en hoe dichter Heeresgruppe Nord de stad Leningrad naderde, hoe taaier de Sovjettegenstand werd. Bovendien hadden grote aantallen aan krijgsgevangenschap ontkomen Sovjettroepen zich teruggetrokken in de door de Duitsers onbegaanbaar geachte Pripjat-moerassen. Deze troepen ondernamen verscheidene aanvallen tegen de rechterflank van Heeresgruppe Mitte, waardoor een aanzienlijk aantal Duitse formaties gebonden werd. Hitler besloot daarom om de strategische doelen voor operatie Barbarossa te wijzigen. Zeer tegen de zin van zijn generaals in ondertekende Hitler op 19 juli Directief nr. 33, waarin hij de verovering van Moskou van secundair belang achtte. In plaats van de verovering van Moskou werden de zuivering van de Pripjat-moerassen en de steden Leningrad en Kiëv de voornaamste doelen. Om deze doelen te verwezenlijken werden de mobiele formaties van Heeresgruppe Mitte overgeheveld naar Heeresgruppe Nord en Heeresgruppe Süd. Door een aantal hooggeplaatste Duitse legerofficieren werd deze wijziging gezien als het beslissende directief waardoor operatie Barbarossa uiteindelijk faalde.

    Doordat Heeresgruppe Süd versterkt werd met de 2. Panzergruppe was het mogelijk geworden een gigantische omsingeling van Sovjettroepen in de Oekraïne te bewerkstelligen. Het werd uiteindelijk de grootste nederlaag in de geschiedenis van het Rode Leger, waarbij de Duitsers meer dan 600.000 manschappen krijgsgevangen namen. In het noorden was er door de extra ondersteuning van de tanks van de 3. Panzergruppe een doorbraak geforceerd waardoor Leningrad binnen het bereik van de Duitse artillerie kwam. Maar de Sovjets waren niet bereid zich gewonnen te geven. De Duitse infanterie liep ernstige vertraging op bij het opruimen van de Sovjetverzetshaarden, waar een aanzienlijk aantal wanhopige Sovjetsoldaten zich letterlijk doodvochten. Heeresgruppe Mitte was door het afstaan van zijn pantserformaties ernstig verzwakt en werd bij Smolensk in de verdediging gedrongen door herhaaldelijke aanvallen van het zwaar gehavende Westelijk Front onder leiding van maarschalk Semyon K. Timoshenko.

    Intussen hadden de nazi's in Oost-Europa zoveel grond veroverd dat Hitler opdracht gaf een Rijksministerie voor de bezette gebieden in het oosten op te richten. De leiding kwam in handen van de nazi-ideoloog Alfred Rosenberg. Erich Koch werd rijkscommissaris van de Oekraïne, de Baltische staten en Wit-Rusland. Onder zijn leiding voerden de Einsatzgruppen van de SS massale moordpartijen uit. De burgers in de bezette gebieden in Oost-Europa werden bij tienduizenden om het leven gebracht.

    Operatie Taifun
    Ondanks de verpletterende overwinningen bij onder andere Bialystok, Minsk, Smolensk en Kiëv was het de Duitsers niet gelukt om de oorspronkelijke planning van operatie Barbarossa te verwezenlijken. Aanvankelijk werd aangenomen dat op 15 augustus Moskou veroverd zou zijn en dat op 1 oktober de veldtocht tegen de Sovjet-Unie voltooid moest zijn. Leningrad was echter nog altijd stevig in Sovjethanden en Moskou lag nog altijd meer dan 300 kilometer verwijderd van de frontlinie. Operatie Barbarossa had begin september dus ernstige vertraging opgelopen, maar toch was Hitler ervan overtuigd dat de Wehrmacht zou zegevieren in de beslissende opmars naar de Sovjethoofdstad. Hitler had zich ook uitgesproken over de gruwelijke plannen die hij had met Moskou. Na de omsingeling moesten kleine openingen in de linies worden gelaten zodat de burgers massaal naar het oosten konden vluchten, waardoor deze niet onderhouden hoefden te worden op Duitse kosten. De Wehrmacht mocht bovendien geen overgave van Moskou accepteren. In plaats daarvan zou de stad van de aardbodem worden weggevaagd om plaats te maken voor een gigantisch reservoir.

    Op 6 september 1941 ondertekende Hitler het Directief nr. 35 waarmee hij dacht het lot van de Sovjet-Unie te bezegelen. Het directief verlangde van de Wehrmacht om een vernietigend offensief uit te voeren op alle drie de strategische assen en de Sovjettroepen voor het aanbreken van de winter te vernietigen. De Krim, Kharkov en Leningrad moesten worden veroverd en er moest een verbinding tot stand worden gebracht met het Finse Leger in Karelië. De belangrijkste opdracht van het directief was echter het toewijzen van de hoofdaanval tegen Moskou.

    In navolging van Hitlers directief stelde de bevelhebber van Heeresgruppe Mitte, Generalfeldmarschall Fedor von Bock, zijn eigen legergroeporders op voor de verovering van Moskou en gaf deze operatie de codenaam Taifun (Nederlands = Tyfoon). Von Bock kreeg de kans van zijn leven om de geschiedenis in te gaan als de veroveraar van Moskou. Hitler had in zijn directief opdracht gegeven voor het ontplooien van twee speerpunten richting Moskou (door de 3. en de 4. Panzergruppe), maar Von Bock achtte dit niet voldoende en voegde er nog een derde aan toe, namelijk Guderians 2. Panzergruppe, die moest oprukken vanuit Gluchov richting Orel en dan naar Moskou vanuit zuidwestelijke richting. Met het toekennen van de 2. Panzergruppe aan operatie Taifun ontstond er een kans om een tweede grote omsingeling tot stand te brengen in de regio rond Bryansk. Als deze operaties succesvol zouden verlopen konden drie Russische fronten (Westelijk Front, Bryanskfront en het Reservefront) worden vernietigd die de verdediging van het gebied ten westen van Moskou voor hun rekening namen. Hierna zouden volgens Von Bock de directe toegangswegen naar de hoofdstad onverdedigd achterblijven en kon de Wehrmacht Moskou innemen.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    invasie
    Gewapende inval.
    Kremlin
    Het Russisch bestuurscentrum in Moskou.
    Krim
    Schiereiland in Oekraïne, aan de noordkust van de Zwarte Zee, in het noorden met het vasteland verbonden door de 4 km brede Landengte van Perekop, in het oosten grenzend aan de Zee van Azov en de Straat van Kertsj.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    operatie Barbarossa
    De Duitse invasie van de Sovjetunie die van start ging op 22 juni 1941.
    rijkscommissaris
    Titel van onder andere Arthur Seyss-Inquart, de hoogste vertegenwoordiger van het Duitse gezag tijdens de bezetting in Nederland.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Stalinlinie
    Verdedigingslinie die in het interbellum door de Russen werd aangelegd aan hun westgrens, maar door de expansies in het (Baltische Staten, Polen, Bessarabië, etc.) westen schoof de grens op en was de Stalinlinie niet meer de eerste linie bij de Duitse inval in 1941.
    tactiek van de verschroeide aarde
    De methode waarbij bij het terugtrekken alles wordt vernietigd wat de vijand maar van nut zou kunnen zijn.

    Afbeeldingen

    Een Sovjet tankbemanning voor hun T-34. Bron: www.aviapress.com.
    Een Duitse Pz.Kpfw. III zit vast in de Russische modder... Bron: http://www.torweihe.de/.

    De Wehrmacht aan de vooravond van operatie Taifun

    Sinds eind juli 1941 had Heeresgruppe Mitte een frontlijn verdedigd, die zich uitstrekte over een afstand van 900 kilometer. De aanvankelijk grootste Heeresgruppe voor operatie Barbarossa was ernstig verzwakt door het verplaatsen van zijn gemotoriseerde eenheden richting Leningrad en Kiev. Bovendien had Heeresgruppe Mitte meerdere Sovjet-tegenaanvallen te verduren gekregen, waarbij aanzienlijke verliezen werden geleden, vooral aan officieren en onderofficieren. Zo was de gevechtskracht van de infanteriedivisies tot tweederde teruggebracht.

    De verdedigende acties tegen de Sovjet-aanvallen hadden in augustus en september bijna evenveel voorraden geëist als een offensief. Er waren zelfs tekorten ontstaan in de voorraden. Door de lengte van de aanvoerlijnen konden de verliezen aan het front niet snel worden opgevangen. Bij de gemotoriseerde eenheden waren de verliezen het grootst geweest. De tanks en vrachtwagens hadden het zwaar te verduren gehad op de stoffige Russische wegen. Bovendien heerste er een groot gebrek aan reserve-onderdelen. Het was dus de vraag of de Duitsers mobiel genoeg zouden zijn om de minstens 300 kilometer lange opmars naar Moskou in te zetten.Wel was het bevoorradingssysteem iets verbeterd doordat zich dat nu uitstrekte tot Gomel, Roslavl, Smolensk en Toropets. Weliswaar was de capaciteit van de spoorlijnen beperkt, langzaamaan werd de bevoorrading steeds meer verzorgd door treinen in plaats van gemotoriseerd transport en de voorraaddepots werden mondjesmaat weer aangevuld tot de vereiste hoeveelheden. Voorwaarde voor de doelmatigheid van de bevoorrading gedurende de opmars naar Moskou was echter, dat deze opmars volgens plan moest verlopen. En als het spoorwegnet niet verder werd uitgebreid, zou er waarschijnlijk opnieuw een tekort ontstaan.

    Wat het Rode Leger betreft was het duidelijk dat de Duitsers de sterkte aan manschappen, materieel en weerstandsvermogen zwaar onderschat hadden. Bij het uitbreken van de oorlog hielden de Duitse inlichtingendiensten rekening met ongeveer 200 vijandelijke divisies. Eind september werd de totale sterkte van het Rode Leger geschat op maar liefst 360 divisies. Het onderschatten van de Sovjet-sterkte was toe te schrijven aan het falen van de Duitse inlichtingendiensten. In tegenstelling tot de geallieerden hadden de nazi's geen betrouwbaar spionagenetwerk, terwijl gegevens over hun eigen sterkte en aanvalsplannen voortdurend werden doorgesluisd naar de Sovjets. De Wehrmacht verkreeg zijn inlichtingen voornamelijk door het ondervragen van krijgsgevangenen. Maar de krijgsgevangen soldaten en officieren hadden geen kennis van de plannen en aanvalssterkte van het Rode Leger. Dit was voornamelijk het gevolg van de centraal geleide bevelstructuur van de Sovjet-Unie. Verder werden inlichtingen over de getalsterkte van het Rode Leger verzameld door de Luftwaffe, die met verkenningsvliegtuigen missies vloog boven de aanvoerlijnen en verzamelgebieden van de Sovjetstrijdkrachten. Volgens de verzamelde inlichtingen concludeerde het OKH (Oberkommando des Heeres) dat tegenover de aanvalsmacht 14 Sovjetlegers met een totale sterkte van 77 divisies stonden, waarvan 6 tankdivisies en 6 cavaleriedivisies.

    De Duitse soldaat begon ook langzamerhand hinder te ondervinden van de strijd in Rusland. De snel verwachte ineenstorting van de Sovjet-Unie was uitgebleven. De Duitse manschappen vochten in een onherbergzaam deprimerend landschap, waar geen einde aan leek te komen. De nazi-propaganda had de Russen altijd afgeschilderd als Untermenschen, wat arrogantie teweegbracht bij de Duitsers tegenover hun tegenstanders. Maar de Sovjetsoldaat was veel onverzettelijker gebleken dan de manschappen van de legers in West-Europa een jaar eerder. Over het algemeen genomen was het moreel van de Duitse soldaat echter nog altijd hoog. Het merendeel van de soldaten was er van overtuigd dat ze na voltooiing van de veldtocht tegen de Sovjet-Unie Kerstmis thuis konden gaan doorbrengen.

    Het OKH en de Heeresgruppe Mitte waren het in hoofdzaak eens over het aanvalsplan. Aan beide zijden van Smolensk waren de pantsereenheden verzameld. Ten noorden van Smolensk was de 3. Panzergruppe geconcentreerd onder bevel van Generaloberst Hermann Hoth, terwijl ten zuiden van de stad Generaloberst Hoepners 4. Panzergruppe zich voorbereidde op de aanval. Verder naar het zuiden in de buurt van Gluchov was dus de 2. Panzergruppe gestationeerd onder bevel van Generaloberst Heinz Guderian. Het aanvalsplan voor de 2. Panzergruppe was een geïmproviseerde oplossing. Het had als opdracht om via Gluchov op te rukken naar Orel. Aanvankelijk was het de bedoeling dat Guderian een noordelijker gelegen startpositie in zou nemen en dan de aanval in moest zetten richting Tula. Maar doordat de 2. Panzergruppe deelgenomen had aan de slag om Kiëv bevond deze zich te ver naar het zuiden om voor 2 oktober de voorgenomen startposities te kunnen innemen. Daarom werd gekozen om vanuit Gluchov de aanval te openen op de Sovjet-verdedigingslinies. Dit bracht wel met zich mee dat de 2. Panzergruppe een langere afstand zou moeten afleggen. Er werd besloten dat de 2. Panzergruppe twee dagen eerder dan de rest zou beginnen aan zijn offensief om niet achter te raken op het tijdschema.

    Op 24 september werden op het hoofdkwartier van Heeresgruppe Mitte in Smolensk de plannen voor de aanval op Moskou besproken door Generalfeldmarschall Fedor von Bock en de bevelhebbers van de verschillende legers en pantsergroepen. Bij deze bespreking waren ook de opperbevelhebber Walther von Brauchitsch en stafchef van het OKH Halder vertegenwoordigd. De op deze conferentie genomen beslissingen werden op 26 september in legergroeporders uitgegeven.

    Het Duitse plan voor operatie Taifun
    De IV. Armee onder Günther von Kluge moest in samenwerking met de 4. Panzergruppe de Sovjet-verdedigingslinie doorbreken aan de weg tussen Roslavl en Moskou, terwijl de IX. Armee onder bevel van Generaloberst Strauß door moest breken aan de noordzijde van de snelweg tussen Smolensk en Moskou. De twee legers moesten dan met het merendeel van hun strijdkrachten respectievelijk naar het noorden en zuiden afbuigen om de Sovjeteenheden te omsingelen en elkaar te ontmoeten in de buurt van Vyazma. Andere eenheden, die in noordoostelijke richting optrokken, moesten het ingesloten gebied afgrendelen en tegen tegenaanvallen beveiligen.

    Verder naar het zuiden, volkomen buiten dit operatiegebied, moest de II. Armee de Desnalinie ten noorden van Bryansk doorbreken en oprukken in de richting van Sukyinitsi. Door het aanvallen van de Orel-Bryansklinie moest de 2. Panzergruppe de stellingen van de Desnalinie vanuit het zuiden uitschakelen en in samenwerking met de flanken van de twee aanvallende groepen de Sovjetstrijdkrachten rond Bryansk insluiten en vernietigen. Het einddoel van de 2. Panzergruppe was een opmars oostwaarts in de richting van Tula.

    Om de steeds langer wordende flanken aan de noord- en zuidzijde te beveiligen moesten de eenheden op de linkervleugel van Heeresgruppe Süd oprukken in de richting van Obojan, terwijl de eenheden op de rechtervleugel van Heeresgruppe Nord naar de meren van Ostsjakov moesten optrekken.

    Heeresgruppe Mitte had de beschikking over 1.929.406 manschappen (zonder het personeel van de Luftwaffe) verdeeld over 3 legers, 3 pantsergroepen en 78 divisies, waarvan 14 pantser- en 8 gemotoriseerde divisies. Zes divisies waren aangewezen om achter de opmars zuiveringsacties uit te voeren. Bij de operatie werden het II. Fliegerkorps en het VIII. Fliegerkorps van Luftflotte II onder bevel van Generalfeldmarschall Albert Kesselring ingezet. Hun taak bestond voornamelijk uit het uitschakelen van de Sovjetluchtmacht en het ondersteunen van de grondtroepen, in het bijzonder de pantsergroepen. Deze gigantische strijdmacht had de beschikking over meer dan 1.000 tanks, 14.000 artilleriestukken en 1.390 gevechtsvliegtuigen.

    Moeilijkheden en vertragingen bij het transport en het verzamelen van eenheden die van ver moesten komen, plaatsten Von Bock voor een dilemma. Moest hij de datum van het offensief verschuiven of moest hij aanvallen voordat al zijn troepen paraat waren? Hij koos de vroegst mogelijke datum die het minste risico met zich meebracht en op 27 september bepaalde hij 30 september als aanvalsdatum voor de 2. Panzergruppe en 2 oktober voor de hoofdaanval. Het legerhoofdkwartier en Heeresgruppe Mitte deden alles wat zij konden om verzekerd te zijn van het slagen van de aanval, ondanks Hitlers verwijten en de vergeefse pogingen om het slotoffensief van het jaar vroeger te beginnen.

    Maar de Duitse bevelhebbers waren er zich terdege van bewust dat het nu meer dan ooit een race tegen de klok was en dat het succes van operatie Taifun afhing van de weersomstandigheden. Het moest en het zou een non-stop van Smolensk naar Moskou worden. Zij waren er van overtuigd dat wie Moskou in handen had, het verkeersknooppunt van Rusland, de veldtocht zou winnen.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Een Duitse Pz.Kpfw. IV. Bron: http://www.aviapress.com/.
    Een Duitse Pz.Kpfw. III. Bron: http://www.aviapress.com/.

    Het Rode Leger aan de vooravond van de slag

    Het Rode Leger (RKKA =Raboche-Krestyanskaya Krasnaya Armia: Rode Leger van Arbeiders en Boeren) had in de eerste drie maanden van de Duitse invasie een aantal verpletterende nederlagen geleden. Miljoenen soldaten waren krijgsgevangen genomen, en er waren ontstellend grote aantallen hoeveelheden materieel verloren gegaan. Maar de door de Duitsers verwachte ineenstorting van het Rode Leger was uitgebleven. De Sovjets wisten steeds opnieuw reserves in de strijd te werpen, tot grote verrassing van hun tegenstanders.

    De bureaucratische bevelstructuur had er mede toe bijgedragen dat het Rode Leger een aantal desastreuze nederlagen had geleden. Zo had er door Stalins beslissing om stand te houden een catastrofe plaatsgevonden in de Oekraïne, waar meer dan 600.000 Sovjetsoldaten gevangen genomen werden. In diezelfde periode voerden de gehavende strijdkrachten in de centrale sector van het front tegenaanval na tegenaanval uit tegen de infanterie van Heeresgruppe Mitte. De resultaten van de eindeloze frontale aanvallen waren beperkt, maar de Heeresgruppe Mitte was wel in de verdediging gedrongen en het was de Duitsers snel duidelijk geworden dat een opmars naar Moskou moest worden uitgesteld totdat er troepen vrijkwamen uit de Oekraïne. Het Rode Leger had door de tegenaanvallen bij Smolensk onder bevel van maarschalk Semyon K. Timoshenko echter zware verliezen aan manschappen en materieel geleden. Hierdoor waren de strijdkrachten die eind september operatie Taifun moesten opvangen ernstig verzwakt.

    Tegenover de Heeresgruppe Mitte stond 40% van het Rode Leger in het westen, met een bezetting van 1.250.000 manschappen, 990 tanks, 7.600 kanonnen en mortieren en 667 gevechtsvliegtuigen. Deze strijdmacht was verdeeld over drie fronten. Het Westelijk Front onder bevel van kolonel-generaal Ivan S. Konev nam de verdediging van de sector die liep van het Seligermeer zuidwaarts naar Iartsevo op zich. Konev was de voormalige bevelhebber van het 19e Leger, die op 10 september het bevel over het Westelijk Front overgenomen had van maarschalk Timoshenko, die het bevel over de Zuidwestelijke Strategische As kreeg toegewezen toen Kiev onder de voet dreigde te worden gelopen. Het Westelijk Front bestond uit het 22e, 29e, 30e, 19e, 16e en het 20e Leger. Op 10 september gaf Stavka het bevel aan het Westelijk Front om zich in te graven en een reserve-eenheid te vormen om in de toekomst offensieve operaties uit te voeren. Konev slaagde erin om een reserve te vormen die iets groter was dan een leger.

    Het Reservefront onder leiding van maarschalk Semyon M. Budyonny was verantwoordelijk voor de verdediging tussen Yelnya en Frolovka (ten oosten van Roslavl). Budyonny had op 10 september het bevel over het Reserve Front overgenomen van generaal Georgy K. Zhukov (Zjoekov), die door Stalin naar het noorden was gestuurd om de verdediging van Leningrad op zich te nemen. Rakutins 24e Leger en Sobennikovs 43e Leger namen de verdediging van het voorste echelon voor hun rekening langs de oever van de Desna zuidelijk van de troepen van Konev. Het 31e, 49e, 32e en 33e Leger waren ongeveer 35 kilometer ten oosten van het voorste echelon gestationeerd met als opdracht om de toegangswegen tot Vyazma te blokkeren. Het Bryanskfront onder bevel van kolonel-generaal Andrei I. Yeryomenko bestond uit het 50e, 3e en het 13e Leger en Operationele Groep Ermakov. Deze formaties waren gelegerd langs een linie die zich uitstrekte ten oosten van Roslavl en zuidwaarts naar de oevers van de Seim.

    De drie fronten bestonden uit een mengelmoes van zwaar gehavende ervaren eenheden die in voorgaande veldslagen door de Duitsers naar het oosten verdreven waren en slecht getrainde reserveformaties. De meeste fuselierdivisies waren sterk onderbemand (5.000 tot 7.000 man sterk) en er was een groot gebrek aan de benodigde artilleriestukken en machinegeweren. Wel hadden de drie fronten 193.000 manschappen ontvangen om de eerdere verliezen op te vullen, maar deze waren nauwelijks getraind en onvoldoende uitgerust. Konev, die een totaal van 479 tanks (waarvan maar 45 van de nieuwe modellen KV-1 en T-34/76) tot zijn beschikking had, kampte met een groot gebrek aan bekwame officieren, moderne gevechtsvliegtuigen, luchtafweergeschut en met name anti-tankgeschut.

    Het Rode Leger had bovendien een groot gebrek aan motorvoertuigen wat tot gevolg had dat deze veel minder mobiel was dan zijn Duitse tegenstander. De ingewikkelde bevelstructuur en het voortdurend wisselen van bevelhebbers van de fronten en legers veroorzaakte een sfeer van verwarring en onzekerheid. De hoofdkwartieren hadden alle een gebrek aan ervaren stafofficieren en communicatieapparatuur. Er werd nog veel gebruik gemaakt van koeriers om bevelen te verspreiden over de eenheden. Het is onnodig om uit te leggen dat deze bevelstructuur langzaam was en verbindingen waren dan ook zo goed als verbroken zodra de slag begon.

    De Rode Luchtmacht (RKKVF = Raboche-Krestyanskaya Krasnaya Vozdushniy Flot: Rode Luchtmacht van Arbeiders en Boeren) was nog altijd niet hersteld van de vernietigende klap die het had opgelopen in de beginweek van operatie Barbarossa, toen het in feite werd weggevaagd. De overgebleven vliegtuigen werden achtergehouden in de achterhoede en er werden spaarzame missies gevlogen door bommenwerpers waarbij enkele kleine successen werden geboekt. Dit was ondanks het Duitse luchtoverwicht toch mogelijk omdat er vanaf grote hoogten bombardementen werden uitgevoerd en het luchtruim was bovendien zo immens groot dat de Luftwaffe onmogelijk iedere Sovjetmissie kon onderscheppen. De jachtvliegtuigen werden daarentegen achtergehouden en zouden eind november boven Moskou de confrontatie aangaan met de Luftwaffe en zelfs tijdelijk een luchtoverwicht verkrijgen.

    Stalin had in zijn radiotoespraak tot het Sovjetvolk op 3 juli opgeroepen tot een partizanenoorlog. Aanvankelijk was de bevolking in het door de Duitsers bezette gebied terughoudend met het ondernemen van actief verzet, maar de Duitsers behandelden de Sovjetbevolking als beesten waardoor het actieve verzet groeide en het gevoel van een 'Vaderlandse Oorlog' werd versterkt. Op 18 juli 1941 gaf het GKO opdracht voor het organiseren van de partizanenoorlog. De Komsomol (Jeugdbeweging van de Communistische Partij), de NKVD (Narodniy Komissariat Vnutrennikh Del = Volkscommissariaat voor Interne Zaken, de veiligheidsdienst) en het Rode Leger zelf werden betrokken bij de organisatie van het gewapend verzet. De eerste resultaten waren beperkt, maar in de loop van de oorlog zouden de partizaneneenheden het de Duitsers bijna onmogelijk maken om hun fronteenheden over de langgerekte aanvoerlijnen van voorraden te voorzien. Het Duitse antwoord op de overvallen van partizanen was keiharde genadeloze onderdrukking door middel van massa-executies van willekeurige burgers, waardoor steeds meer Sovjets zich aansloten bij het georganiseerd verzet. De partizanen zouden uiteindelijk uitgroeien tot een beslissende factor in de strijd aan het Oostfront.

    Stavka had begin juli al opdracht gegeven voor het bouwen van defensieve stellingen in de directe omgeving van Moskou. Er werden voornamelijk inwoners van de Sovjethoofdstad opgetrommeld om de aanleg van deze verdedigingslinies voor hun rekening te nemen. De meest westelijke linie werd aangelegd langs de oevers van de Desna en de Sudost en werden in augustus de voorhoede van het Westelijk, Bryanskfront en Reservefront. Ten oosten van de 'Desnalinie' lag de 'Vyazmalinie' die zich uitstrekte van het Seligermeer in zuidelijke richting langs Selizharov en Olenino tot Dorogobuzh, ondersteund door een tweede linie die 35 tot 45 kilometer oostelijker gelegen was. De meest belangrijkste verdedigingsstelling was echter de 'Mozyaisklinie' waarmee reeds op 16 juli werd begonnen met aanleggen. De zwaartepunten van deze linie waren geconcentreerd in de gefortificeerde districten van Volokolamsk, Mozhaisk, Maloyaroslavets en Kaluga, ondersteund door een tweede linie enkele kilometers ten westen van de 'Mozyaisklinie'. Beide verdedigingslinies waren op 30 september slechts voor 40 tot 50% voltooid.

    Begin juli was de Sovjet-Unie begonnen met de evacuatie van de industrie naar het oosten. Onder constante luchtaanvallen werden wapenfabrieken in het westen van Rusland ontmanteld en inclusief arbeiders vervoerd naar het oosten van Rusland. Tussen augustus en oktober was 80% van de Sovjetindustrie 'onderweg' van het westen naar het oosten. De Sovjetspoorwegen gebruikten maar liefst 1.500.000 wagons om de evacuatie uit te voeren van 1.523 wapenfabrieken. Dit is een ongekende prestatie in de wereldgeschiedenis en nooit is er in zo'n kort tijdsbestek een industriële evacuatie van een dergelijke schaal uitgevoerd. Het verplaatsen van de fabrieken naar het oosten was één probleem, maar het opstarten van de productie was het volgende probleem waarmee de Sovjet-Unie werd geconfronteerd. De machines begonnen met het hervatten van de productie vaak nog voordat er een gebouw stond. Aangezien de meeste fabrieken pas vanaf begin oktober de productie hervatten, stokte de aanvoer van materieel en door de extreem hoge verliezen in de beginmaanden van de Duitse invasie heerste er in het Rode Leger een ernstig tekort aan tanks, gevechtsvliegtuigen en artilleriestukken.

    Het Rode Leger had op 25 augustus samen met Groot-Brittannië de olievelden in Iran bezet om te voorkomen dat deze in handen zouden vallen van de Asmogendheden. Stalin had Winston Churchill op 3 juli in een direct bericht verzocht voor het openen van 'een tweede front ergens in Frankrijk of de Balkan'. Maar de Britten verklaarden hier helemaal niet toe in staat te zijn en het zou nog tot juni 1944 duren totdat de geallieerden een invasie van het West-Europese vasteland zouden ondernemen, het debacle van de Canadezen te Dieppe in 1942 niet meegerekend. Wel stemden de Britten in met het sturen van wapens, tanks, kanonnen, gevechtsvliegtuigen en voorraden naar de Sovjet-Unie. Het eerste konvooi naar de Sovjet-Unie vertrok op 25 september 1941 vanuit Scapa Flow. De Sovjet-Unie zou in de loop van operatie Taifun dus kunnen gaan beschikken over extra wapens en voorraden, waar ze zo een ontzettend gebrek aan hadden.

    Stavka had echter nog een troef in handen. Het had een grote strategische reserve achter de hand, waarvan een groot deel elitetroepen. Dit waren de 25 infanteriedivisies en de 9 tankbrigades van generaal Apanasenko's Verre Oosten Front. Apanasenko's geharde en winterbestendige troepen waren gemobiliseerd op 22 juni 1941 om de verwachte Japanse aanval op te vangen. Maar de Japanners vielen niet aan en na enkele weken werd geconstateerd dat de Japanners geen aanvallende bedoelingen hadden tegen het Rode Leger in Mantsjoerije en Mongolië. Na de rampzalige nederlagen tegen de nazi's begon Stalin in te zien dat hij deze goed uitgeruste troepen wel eens hard nodig zou kunnen gaan hebben in het westen.

    In de jaren dertig had het Rode Leger aan de oostelijke grenzen van de Sovjet-Unie namelijk een aantal grensincidenten gehad met de Japanners. De Sovjets hadden het Kwantoengleger enkele nederlagen bezorgd, waarvan de meest in het oog springende de campagne bij Khalkin Gol. Desondanks was Stalin uiterst waakzaam om zijn verdediging in het Verre Oosten niet te verzwakken en hij wees eerdere verzoeken van Shaposhnikov af om eenheden uit het oosten te verplaatsen naar het westen. Dat de Sovjetdictator uiteindelijk toch instemde met het overplaatsen van Siberische troepen naar het westen was vooral te danken aan inlichtingen die Stavka ontving van het spionagenetwerk van Richard Sorge in Tokio. Richard Sorge behoorde tot de staf van de Duitse ambassade in Tokio. Hij had directe toegang tot alle geheime documenten in de Duitse ambassade, waarvan hij de informatie doorsluisde naar Moskou. Ook had hij een contactpersoon (Hozumi Osaki) die de werkzaamheden en beslissingen van het Japanse kabinet doorgaf aan Richard Sorge. Al deze inlichtingen bleken uiterst betrouwbaar en toen Sorge in augustus verzekerde dat Japan zich zou houden aan het op 13 april 1941 overeengekomen niet-aanvalsverdrag, stemde Stalin in met het overplaatsen van troepen.

    Richard Sorge was één van de drie bronnen waarvan Stavka inlichtingen verkreeg over de sterkte en plannen van hun vijanden. De tweede belangrijke bron van inlichtingen was de Rote Kapelle, een spionagenetwerk dat onder andere contacten had in de hoogste kringen van de Luftwaffe. Zo waren de Sovjets in september op de hoogte van de getalssterkte van de Luftwaffe en hun geplande missies ter ondersteuning van operatie Taifun. Het belangrijkste spionagenetwerk was echter de Lucy Ring die informatie uit de hoogste kringen van het OKW doorspeelde via een contactpersoon in Zwitserland. De identiteit van Lucy is tot op de dag van vandaag nog steeds niet bekend, maar zijn gedetailleerde inlichtingen waren van onschatbare waarde voor het Rode Leger.

    Ondanks dat de Sovjet-Unie op de hoogte was van de Duitse aanvalsplannen was het niet in staat om een georganiseerde verdediging op te zetten. Op 27 september had Stavka een directief uitgevaardigd waarin opdracht werd gegeven voor het mobiliseren van genietroepen voor het aanleggen van prikkeldraadversperringen, tankgrachten en mijnenvelden. De frontcommandanten namen ook hun eigen maatregelen. Konev gaf vanwege gebrek aan mobiele strijdkrachten de opdracht aan zijn troepen om vaste stellingen in te nemen in plaats van een mobiele verdediging. Zijn reserves ontplooide hij ten noorden van de autoweg Minsk-Moskou. Yeryomenko had op 28 september opdracht gegeven voor een aantal hergroeperingen, maar deze waren net op gang gekomen toen Heinz Guderian in het zuiden toesloeg. Geen van de drie fronten was dus echt goed voorbereid op hetgeen hen te wachten stond, wat opnieuw catastrofale gevolgen zou hebben.

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    invasie
    Gewapende inval.
    Khalkin Gol
    Gebied waar in 1938 een door de Russen gewonnen grensoorlog tegen Japan werd gevoerd.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    NKVD
    Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
    RKKA
    Officiële naam van het Rode Leger, de Landmacht van de Sovjet-Unie. Voluit Rabotsje Krestjanskaja Krasnaja Armiya, wat Rode Leger van Arbeiders en Boeren betekent.
    RKKVF
    Officiële naam van de Rode Luchtmacht, de Luchtmacht van de Sovjet-Unie. Voluit Rabotsje Krestjanskaja Vozdoesjny Flot, wat Rode Luchtvloot van Arbeiders en Boeren betekent.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Stavka
    Het opperbevel van de Russische strijdkrachten in WO II, voorgezeten door Stalin.
    tweede front
    Tijdens WO II de naam voor het front dat de Amerikanen en de Engelsen in het Westen zouden openen om het (eerste) Russische front te verlichten.

    Afbeeldingen

    Sovjetburgers graven tankgrachten. Bron: http://he.wikipedia.org/.
    En nog meer tankgrachten... Bron: http://www.vor.ru/.
    Postzegel van de voormalige DRR ter ere van Richard Sorge Bron: Publiek Domein.

    De dubbele omsingeling bij Vyazma en Bryansk

    De 2. Panzergruppe onder bevel van Heinz Guderian begon zijn opmars onder gunstige weersomstandigheden op 30 september terwijl de rest van de aanvallende strijdkrachten op 2 oktober van start ging. Het verschil in mobiliteit tussen de Wehrmacht en het Rode Leger was vanaf het begin duidelijk zichtbaar. Het XLVII. en het XXIV. Panzerkorps vielen de Operationele Groep Ermakov aan op de linkervleugel van het Bryansk Front. Majoor-generaal Ermakov stond echter net op het punt zelf een aanval te ondernemen tegen de Duitse strijdkrachten in Gluchov. Dit had tot gevolg dat zijn gevechtsgroep op het moment dat de Duitsers aanvielen totaal werd overrompeld. Na de eerste Duitse aanvallen trokken de vijf divisies zich in wanorde terug naar het oosten. Daardoor werden de flanken van de twee divisies die posities innamen op de linkerflank van het 13e Leger onverdedigd achtergelaten. Guderian profiteerde optimaal van de ontstane situatie en dirigeerde zijn voorste eenheden door het gapende gat. Aan het eind van de dag hadden de Duitsers een bres van 20 kilometer geslagen tussen het 13e Leger en de eenheden van Ermakov. Het hoofdkwartier van het Bryanskfront onder leiding van Andrei I. Yeryomenko maakte een fatale inschattingsfout door ervan uit te gaan dat het offensief slechts een plaatselijke schermutseling was. Yeryomenko veronderstelde dat de Duitse hoofdaanval pas op een later tijdstip van start zou gaan ter hoogte van Bryansk in de sector van het Tweede Leger. Yeryomenko deelde dit ook mee aan Stavka en liet daardoor de linkervleugel van het Bryanskfront aan zijn lot over.

    De Operationele Groep Ermakov ging op 1 oktober over tot de tegenaanval met de bedoeling om de bres te dichten, maar de aanval mislukte omdat er nauwelijks coördinatie was tussen de verschillende eenheden. Bovendien had Ermakov nauwelijks beschikking over moderne tanks en luchtondersteuning. 's Avonds had het LXVII. Panzerkorps de verovering van het plaatsje Sevsk voltooid en zette zijn opmars in noordelijke richting voort, terwijl het XXIV. Panzerkorps maar liefst 80 kilometer doorgedrongen was in de Sovjetlinies in de richting van Orel. Aan het einde van de dag waren twee Sovjetdivisies en de Operationele Groep Ermakov afgesneden van de hoofdmacht van het Rode Leger. Bij Yeryomenko was het nu eindelijk doorgedrongen dat hij niet te maken had met een plaatselijke schermutseling. Maar omdat het in de overige sectoren van het front nog altijd rustig was deelde hij Stavka mee dat de situatie nog altijd te overzien was en Yeryomenko gaf Yermakov de opdracht om zijn tegenaanvallen in de richting van Sevsk voort te zetten.

    In de vroege morgen van 2 oktober ging zoals van tevoren gepland was de hoofdmacht van Heeresgruppe Mitte over tot de aanval. Na een inleidend artilleriebombardement trok Heeresgruppe Mitte over een front met een lengte van 600 kilometer op naar het oosten. Voordat het offensief van start ging had Hitler in zijn dagorders zijn troepen overtuigd van zijn volledige vertrouwen in de overwinning.

    Aan het einde van diezelfde dag was de 3. Panzergruppe onder bevel van Hermann Hoth aardig opgeschoten en was 10 kilometer doorgedrongen in de verdedigende stellingen van het 19e en het 30e Leger. Ivan S. Konev reageerde hierop door zware artilleriebeschietingen uit te voeren op Hoths voorste eenheden en troepen te verzamelen voor een tegenaanval. Hij wees drie divisies fuseliers en een gemotoriseerde eenheid toe aan het 30e Leger om de situatie te herstellen. Ten zuiden van de autoweg Minsk-Moskou had de met de Motorisierte Infanterie Division 'Das Reich' van de Waffen-SS het Infanterie Regiment 'Großdeutschland' versterkte 4. Panzergruppe onder bevel van Hoepner die eerste dag een vooruitgang geboekt van maar liefst 40 kilometer in het gebied dat werd verdedigd door eenheden van het 43e Leger. Na de aanvankelijke doorbraak stuitte de 4. Panzergruppe op troepen van het 33e Leger in het tweede echelon van het Reservefront. Maarschalk Semyon M. Budyonny was hierdoor gedwongen zijn hoofdkwartier naar het oosten te verplaatsen. Verder naar het zuiden verplaatste Yeryomenko delen van zijn frontreserve naar de oevers van de Nerusa om Guderians opmars in de kiem te smoren. De door Ivan S. Konev en Yeryomenko genomen maatregelen waren echter gedoemd te mislukken omdat de ontplooiing van de troepen chaotisch verliep. Bovendien waren de Duitse pantserspitsen al te ver in de Sovjetdefensie doorgedrongen waardoor verbindingslijnen verstoord werden.

    Stavka hield zich echter bezig met de situatie aan de zuidelijke sector van het front, waar de Duitsers Koersk, Orel en Kharkov onder de voet dreigden te lopen. Op 1 oktober had Stalin het bevel gegeven om het 49e Leger per trein over te plaatsen van het Reservefront naar posities ten noorden van Koersk.

    In navolging hiervan gaf Stavka opdracht om het nieuw gevormde 1e Fuseliers Gardekorps door de lucht vanuit Moskou over te plaatsen naar het gebied ten noorden van Orel om Guderians opmars te stoppen. Het 1e Fuseliers Gardekorps bestond uit twee divisies fuseliers, twee tankbrigades, een regiment Pe-2 bommenwerpers en een katjoesja-regiment. Het 1e Fuseliers Gardekorps stond onder bevel van majoor-generaal Lelyushenko. De verplaatsing geschiedde door middel van transportvliegtuigen. Later werden ook het 5e Parachutistenkorps en andere eenheden ingevlogen naar de regio ten noorden van Orel.

    Op 3 oktober was de Duitse voorhoede al 50 kilometer doorgedrongen in de stellingen van het Westelijk Front en maar liefst 80 kilometer in de sector van het Reservefront. In het zuiden hadden Guderians tanks een spectaculaire opmars gemaakt en tot verbazing van het Sovjetopperbevel het belangrijke verkeersknooppunt Orel onder de voet gelopen. De verwarring was zo groot dat de elektrische trams nog reden op het moment dat de Duitse tanks de stad innamen. Op het stationsterrein werden fabrieksmachines aangetroffen die op wagons geladen waren voor evacuatie naar de Oeral.

    Verder naar het noorden waren de 17. en 18. Panzerdivision doorgebroken in de achterhoede van het 13e Leger en 3e Leger, waardoor het gehele Bryanskfront gevaar liep in zijn geheel omsingeld te worden. Yeryomenko nam maatregelen met een tegenaanval om de opmars van het XLVII. Panzerkorps te stoppen. De Operationele Groep Ermakov kreeg de opdracht om eveneens de aanval te hervatten om te verhinderen dat de tangbeweging zich sloot om de gehavende troepen van het Bryanskfront. Door de zware druk op zijn front, flanken en achterhoede vroeg Yeryomenko wanhopig toestemming om zich naar het oosten terug te trekken, maar Shaposhnikov weigerde met dit verzoek in te stemmen.

    De situatie voor het Westelijk Front en het Reservefront was al even dramatisch. In de namiddag van 3 oktober was de 3. Panzergruppe er namelijk in geslaagd om twee bruggen over de Dnjepr ongeschonden in handen te krijgen. Dit betekende dat de pantsergroep een bres geslagen had in de verdediging van het 32e Leger in Konevs tweede echelon. Doordat de verdediging van het 30e en 19e Leger was gekraakt en door het arriveren van Duitse troepen aan de oevers van de Dnjepr werd de achterhoede van Konev ernstig bedreigd. Konev gaf luitenant-generaal Ivan V. Boldin het bevel om met een samengeraapte gevechtsgroep een tegenaanval te ondernemen. Deze gevechtsgroep bestond uit twee divisies fuseliers, een gemotoriseerde divisie en twee tankbrigades. Op 3 oktober startte Boldin zijn tegenaanval in noordelijke richting tegen de rechterflank van de 3. Panzergruppe, terwijl eenheden van het 30e Leger de aanval vanuit Belyi zuidwaarts openden tegen Hoths linkerflank.

    Deze aanvallen wisten de opmars van de 3. Panzergruppe te vertragen, maar niet tot stilstand te brengen. Verder naar het zuiden was Hoepners 4. Panzergruppe erin geslaagd om een wig van 100 tot 150 kilometer te drijven tussen het Reservefront en het Bryanskfront, waarbij het 43e Leger zo goed als vernietigd werd. Tegen de avond van 3 oktober raasde het XXIV. Panzer Korps in de Sovjetachterhoede in de richting van Vyazma.

    Stalins beslissing om niet terug te trekken speelde de Wehrmacht in de kaart. Terwijl de troepen van Konev en Budyonny standvastig hun posities behielden, wisten de voorhoedes van de Duitse pantserdivisies ver in de Sovjetachterhoede door te dringen en Vyazma tot op 45 kilometer te naderen. Konev reageerde hierop door de gevechtsgroep van Boldin naar het zuiden te laten oprukken om de opmars naar Vyazma een halt toe te roepen. Eenheden van Konstantin K. Rokossovsky's 16e Leger kregen het bevel om vanuit het zuiden de Duitse voorhoede aan te vallen. Nog geen uur nadat Konev zijn bevelen uitgevaardigd had, meldde Shaposhnikov per telefoon dat Konev toestemming had om zijn troepen terug te trekken in de komende nacht. Dezelfde bevelen werden gegeven aan het Bryanskfront en het Reservefront. Diezelfde dag gaf Stalin aan generaal Georgy K. Zhukov het bevel om het front in Leningrad te verlaten en terug te keren naar Moskou om de verdediging van de hoofdstad op zich te nemen. Tevens gaf Stalin opdracht aan reserve-eenheden van het Noordwestelijk en Zuidwestelijk Front om zich te verzamelen in Moskou.

    In de vroege morgen van 6 oktober gaf Konev het bevel aan het 16e en 19e Leger om zich terug te trekken richting Vyazma. De andere legers kregen de volgende dag de opdracht om zich terug te trekken. Nadat Rokossovsky's troepen zich ten noordwesten van Vyazma verzameld hadden kregen deze de taak om te verhinderen dat de Duitsers de stad zouden veroveren. Maar door de rampzalige strategische situatie was het onmogelijk deze taak uit te voeren. In de namiddag van de 6e oktober kreeg Rokossovsky dan ook te horen dat Vyazma in Duitse handen gevallen was. Opnieuw was een cruciaal verkeersknooppunt in Duitse handen gevallen.

    Op 6 oktober naderde Guderians 17. Panzerdivision Bryansk en wist het hoofdkwartier van Yeryomenko's Bryanskfront te overrompelen, 11 kilometer ten zuiden van de stad. Na een vuurincident wisten alleen Yeryomenko zelf en een adjudant te ontsnappen en zich bij het hoofdkwartier van het 3e Leger te voegen, dat eveneens omsingeld zou worden. Twee dagen later veroverden de Duitsers Bryansk en het XLVII. Panzerkorps had contact gemaakt met troepen van de II. Armee ten noordoosten van Bryansk, zodat de klem om het 3e, 13e en delen van het 50e Leger dichtsloeg.

    Verder naar het noorden begonnen de troepen van het 19e, 20e en 24e Leger zich op 6 oktober terug te trekken uit hun voorste posities. De terugtrekking van de eenheden van het 19e Leger en het 20e Leger verliep volgens plan, maar grote delen van het 24e Leger werden ten oosten en noordoosten van Yelnja ingesloten. In de ochtend van 7 oktober hadden Duitse troepen ten westen van Vyazma de ontsnappingsroute van het 16e, 19e, 20e, 24e en delen van het 32e Leger geblokkeerd. De volgende dag waren het Westelijk Front, Reservefront en grote delen van het Bryanskfront geïsoleerd van de rest van het Rode Leger. De Duitse infanterie maakte zich op voor het tot stand brengen van hun volledige vernietiging, terwijl de tanks naar het oosten voortraasden. Op de Duitse radio werd verklaard dat het Rode Leger zo goed als verslagen was.

    De Duitsers hadden een bres van meer dan 500 kilometer geslagen in het front en Stavka had geen strategische reserves beschikbaar om dit gapende gat in de linie direct te dichten. Na de aankomst in Moskou van Zhukov in de vroege morgen van 8 oktober onderkende deze de ramp die Moskou boven het hoofd hing. Hij gaf dan ook onmiddellijk aan dat er nieuwe troepen gemobiliseerd moesten worden om het hiaat dat ontstaan was op te vullen.

    Het GKO vreesde het verlies van de hoofdstad en gaf daarom op 8 oktober het bevel voor het formeren van het 5e Leger onder, dat samengesteld moest worden uit reservisten en eenheden die al posities aan de Mozhaisklinie hadden ingenomen. Verder werd er het Moskou Reserve Front gevormd, onder bevel van luitenant-generaal Artemev, de voormalig bevelhebber de grenstroepen van de NKVD en van het Militair District Moskou. Om de verdediging van de regio tussen Tula en Orel veilig te stellen werd het 26e Leger geformeerd. Het 1e Fuseliers Gardekorps maakte deel uit van dit 26e Leger, dat de 2. Panzergruppe een onaangename verrassing zou gaan bezorgen.

    De 4e Tankbrigade onder bevel van kolonel Katukov, dat deel uitmaakte van het 1e Fuseliers Gardekorps , had zich na de val van Orel teruggetrokken in de dichte wouden ten noordoosten van de stad. De 4e Tankbrigade was uitgerust met nieuwe T-34/76 middelzware en KV-1 zware tanks. Na de verovering van Orel zette de Duitse 4. Panzerdivision koers richting Mtsensk en Tula. De 4e Tankbrigade viel de 4. Panzerdivision echter op 5 oktober onverwacht in de linkerflank aan, waarbij het voor de Duitsers op een pijnlijke manier duidelijk werd dat hun voornaamste tanks, de PzKpfw III en PzKpfw IV niet opgewassen waren tegen de modernste Sovjettanks. De Sovjets hakten de Duitse colonne in stukken, gebruik makend van tanks en infanterie. Hierna schakelden de T-34/76 tanks de Duitse voertuigen één voor één uit. Wat de Duitsers ook probeerden, de pantserdoorborende granaten ketsten af van de schuinaflopende bepantsering van de T-34/76. Het gevolg was dat het merendeel van de tanks van de 4. Panzerdivision bij Kamenovo werd vernietigd. Hierna trok de 4e Tankbrigade zich terug in de richting van Mtsensk, de Duitse overlevenden gedesillusioneerd achterlatend. De nederlaag kwam aan als een grote schok bij de 2. Panzergruppe, dat recent omgedoopt was in de II. Panzerarmee.

    Op 7 oktober was het ook afgelopen met de gunstige weersomstandigheden. De eerste sneeuw was gevallen, die echter snel weer smolt. De wegen werden hierdoor moeilijker begaanbaar waardoor de snelheid van de Duitse opmars vertraagde. Diezelfde dag verzocht Guderian het OKH om winterkleding voor zijn troepen. Er werd hem verteld voortaan niet meer van dergelijke "onnodige verzoeken" te doen.

    Op 10 oktober werd Zhukov aangewezen als bevelhebber van een nieuw Westelijk Front, dat samengesteld was uit de overblijfselen van het Westelijk Front en het Reservefront, waarbij Konev werd benoemd tot zijn afgevaardigde. Uiteindelijk gaf Stavka op 10 oktober het bevel aan de omsingelde troepen bij Vyazma om uit de omcirkeling te breken. Het 19e, 24e en het 32e Leger moesten in oostelijke richting door de Duitse tang breken.

    Dit was een echter een onmogelijke taak. De Duitse troepen waren simpelweg te sterk en deze hadden een 'muur' van pantserdivisies gevormd ten westen van Vyazma. Toch wisten enkele omsingelde troepen door te dringen naar het gebied ten oosten van Vyazma. Bij deze doodsstrijd waren de verliezen aan Sovjetzijde ontstellend hoog en op 10 oktober waren er nauwelijks meer voorraden over.

    Tijdens de uitbraakpoging die op 11 oktober begon en die enkele dagen duurde, wisten alleen delen van de 91e fuselierdivisie aan vernietiging te ontkomen. Daarna vochten de omsingelde troepen in twee aparte groepen ten noordwesten en zuidwesten van Vyazma, waar op 12 oktober een laatste poging werd ondernomen om te ontsnappen. Op 13 oktober beweerden de Duitsers dat ze de pockets gezuiverd hadden van Sovjetweerstand. Ondanks deze Duitse bewering wisten de overblijfselen van de Sovjetstrijdkrachten vijf Duitse divisies te binden tot het eind van de maand.

    De situatie voor het Bryanskfront was eveneens uitermate kritiek. Op 8 oktober trokken Yeryomenko's legers zich terug naar het oosten. Het 3e en 50e Leger wisten zich in de daaropvolgende nacht 50 kilometer oostwaarts terug te trekken totdat er in het ochtendgloren van de volgende dag werd gestuit op hevige Duitse tegenstand. Het 13e Leger was gedwongen zich in zuidoostelijke richting terug te trekken waar het in aanraking kwam met sterke Duitse formaties die de ontsnappingsroute blokkeerden. Na enkele onsuccesvolle ontsnappingspogingen trok het 13e Leger zich op 9 oktober terug naar het zuiden in de richting van Suzemka, waar een aanzienlijk deel van het 13e Leger door de Duitse verdediging wist te breken.

    Op 9 oktober sloeg dan ook de klem om de Sovjetlegers van het Bryanskfront dicht toen de 113. Infanterie Division van de II. Armee en Guderians 18. Panzerdivision contact maakten ten noordoosten van Bryansk. Het Bryanskfront was in twee stukken geslagen met het 3e en delen van het 50e Leger omsingeld bij Dyatkovo en het 13e Leger werd ten zuidoosten van Bryansk omsingeld. Enkele dagen later raakte Yeryomenko gewond door een luchtaanval en werd geëvacueerd naar Moskou. Delen van het 50e Leger begonnen zich terug te trekken naar het noordoosten op 10 oktober, waarvan 10% de Sovjetlinies levend wist te bereiken. Eenheden van het 3e Leger wisten ook uit de omsingeling te breken ten zuiden van Bryansk. Deze uitbraak was maar van tijdelijke aard want op 17 oktober werden deze eenheden opnieuw omsingeld. Uiteindelijk wisten toch nog 13.000 manschappen de Sovjetlinies te bereiken. Doordat Ermakovs gevechtsgroep aanvallen uitvoerde op de Duitsers wisten de restanten van het 13e Leger, ongeveer 10.000 man, uit te breken en namen op 22 oktober verdedigende stellingen in ten noordwesten van Koersk.

    Door de gigantische omsingelingsacties bij Vyazma en Bryansk werden het Westelijk Front en het Reservefront zo goed als vernietigd, terwijl het Bryanskfront zwaar werd gehavend. Maar liefst 7 van de 15 legers, 64 van de 95 divisies, 11 van de 15 tankbrigades en 50 van de 62 artillerieregimenten gingen verloren. Een totaal van meer dan 5.412 kanonnen en mortieren en 1.242 tanks werden door de Duitsers buitgemaakt. Het is moeilijk om exact te bepalen hoeveel slachtoffers de Sovjets verloren te Bryansk en Vyazma. Inclusief de eerdergenoemde eenheden wisten in totaal ongeveer 250.000 man aan de klauwen van de Duitsers te ontsnappen. Een schatting van het aantal Sovjetverliezen bij Bryansk en Vyazma gaat snel in de richting van 1.000.000 manschappen, waarvan er 673.000 krijgsgevangen werden gemaakt door de Duitsers. De Sovjets hadden dus opnieuw een grote nederlaag geleden en het was maar de vraag of zij dit opnieuw konden opvangen.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    NKVD
    Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Stavka
    Het opperbevel van de Russische strijdkrachten in WO II, voorgezeten door Stalin.

    Afbeeldingen

    De Duitse opmars stokt

    Om geen tijd te verliezen en de Sovjets geen tijd te geven een nieuwe verdedigingslinie op te bouwen liet het OKH alle troepen die gemist konden worden, de achtervolging inzetten op de aangeslagen eenheden van het Rode Leger die zich in verwarring terugtrokken in de richting van Moskou. De Duitse mobiele eenheden die nog steeds bij de ingesloten gebieden bij Vyazma en Bryansk gebonden waren, werden zo snel mogelijk vrijgemaakt en door infanteriedivisies vervangen.

    Het OKH overschatte echter de schaal en het belang van de gigantische overwinningen bij Vyazma en Bryansk. Fedor von Bock gaf op 10 oktober opdracht om het offensief uit te breiden naar de noordelijke sector van het Oostfront om het Noordwestelijk Front te vernietigen, terwijl tegelijkertijd de opmars naar Moskou voortgezet moest worden. Hermann Hoth, de bevelhebber van de 3. Panzergruppe, was overgeplaatst en had de leiding gekregen over de 17. Armee in de Oekraïne. De nieuwe commandant van de 3. Panzergruppe was Generaloberst Reinhardt. De 3. Panzergruppe moest optrekken naar het noorden om de verovering van Kalinin en Torzhok te bewerkstelligen en contact te maken met Heeresgruppe Nord. Het was de bedoeling om hiermee de spoorlijn tussen Leningrad en Moskou af te snijden.

    Het aanvalsplan van Von Bock hield in dat de IX. Armee en de 3. Panzergruppe moesten oprukken naar de regio ten noorden van Moskou en dat daarna in zuidelijke richting een omtrekkende beweging gemaakt zou moeten worden richting het gebied ten oosten van de hoofdstad. Vanuit het zuiden moesten de 2. Panzergruppe en de II. Armee naar het noordoosten optrekken en contact maken met de 3. Panzergruppe, om de omsingeling van de hoofdstad te voltooien. Tegelijkertijd moesten de IV. Armee en de IV. Panzergruppe de hoofdstad frontaal aanvallen. Door het overbrengen van het merendeel van de troepen naar de flanken werd de strijdkracht die de directe aanval op Moskou moest doen echter ernstig verzwakt.

    Op 10 oktober begon de 3. Panzergruppe aan zijn aanval in noordoostelijke richting. Ondanks enkele dagen oponthoud door de zware tegenstand van het 22e en 28e Leger wisten Reinhardts troepen spectaculaire vooruitgang te boeken. Op 12 oktober veroverde de Motorisierte Infanteriedivision 'Das Reich' van de Waffen-SS het verkeersknooppunt Gzhatsk en wist een doorbraak te forceren in de richting van Mozhaisk, waar de voorste verdedigingsgordel van Moskou gelegen was. De 1. Panzerdivision had Rzhev onder de voet gelopen en zette zijn opmars voort in de richting van Kalinin. Door de Duitse vorderingen ontstond er een gat van 80 kilometer tussen Gzhatsk en Dubtsov waar geen Sovjetverdedigers gelegen waren. Twee dagen later viel opnieuw een belangrijke stad in Duitse handen. Zonder veel tegenstand te ondervinden werd Kalinin namelijk ingenomen.

    De nieuwe bevelhebber van het Westelijk Front, generaal Georgy K. Zhukov, zag in dat de Sovjet-Unie een ramp boven het hoofd hing. Hij had slechts de beschikking over 90.000 troepen om de verdediging van de directe toegangswegen naar de hoofdstad op zich te nemen, maar spoedig zou zijn troepenmacht aangevuld worden met reserves. Deze reserves waren een mengelmoes van ervaren eenheden uit het Verre Oosten en haastig gevormde milities. Om te voorkomen dat zijn overgebleven troepen opnieuw verloren zouden gaan in een Duitse omsingeling gaf Zhukov de troepen op zijn rechterflank aan de linkeroever van de Volga opdracht zich naar het oosten terug te trekken. Hij stuurde Ivan S. Konev, die was benoemd tot zijn afgevaardigde, naar deze regio om een tegenaanval te organiseren. Tegelijkertijd gaf Stavka de stafchef van het Noordwestelijk Front Vatutin de opdracht om een gevechtsgroep te formeren bestaande uit twee fuselierdivisies, twee cavaleriedivisies, een tankbrigade en een motorrijdersregiment. Deze gevechtsgroep moest de Duitsers verdrijven uit Kalinin. Nadat de Operationele Groep Vatutin de aanval op Kalinin had ingezet braken er zware gevechten uit. De Duitsers wisten ten koste van hoge verliezen de stad te behouden, maar Vatutins tegenaanvallen verhinderden een snelle Duitse doorbraak naar Torzhok. Gedurende deze gevechten formeerde Stavka op 17 oktober het Kalininfront, dat bestond uit het 22e, 29e, 30e en 31e Leger en de Operationele Groep Vatutin. Konev werd benoemd tot bevelhebber van het Kalininfront.

    Na de zuivering van de omsingelde Sovjetstrijdkrachten bij Vyazma voegde de IX. Armee zich op 24 oktober bij de 3. Panzergruppe om de geplande doorbraak naar Torzhok te forceren. Maar het Kalininfront hield stand in hevige gevechten waarbij aan beide zijden de verliezen zeer hoog opliepen. Na een week van zware strijd wist Konev tot grote verbazing van de Duitsers het front te stabiliseren langs de uitgestrekte linkerflank van Heeresgruppe Mitte.

    In het zuiden waren eenheden van de IV. Armee van Günther von Kluge op 10 oktober al begonnen over de snelweg naar Moskou op te rukken richting de Mozhaisklinie, terwijl de pocket bij Vyazma nog niet geheel gezuiverd was van Sovjeteenheden. Tegenover de IV. Armee stond een samenraapsel van gehavende eenheden die posities innamen op de Mozhaisklinie. Bovendien waren de flanken van deze troepen onverdedigd. Om de verdediging ten westen van Moskou te versterken gaf Stavka op 13 oktober opdracht om het Moskou-Reservefront onder bevel te stellen van het Westelijk Front. Verder werden het 16e, 5e 43e en 49e Leger geformeerd om respectievelijk de verdediging van Volokolamsk, Mozhaisk, Maloyaroslavets en Kaluga op zich te nemen. Duitse troepen begonnen hun pogingen deze steden in te nemen tussen 11 en 16 oktober. Hevige gevechten braken uit om het bezit van deze steden, waarbij aan beide zijden over en weer verse troepen in de strijd werden geworpen. De weersomstandigheden waren zwaar, vrieskou werd afgewisseld met dooi en zware regenval. In de zware en vaak wanhopige gevechten in de tweede helft van oktober wisten de Duitsers Volokolamsk, Mozhaisk, Maloyaroslavets en Kaluga te veroveren en op te rukken naar de buitenwijken van Kubinka en Naro-Fominsk. Tijdens deze periode werd het Westelijk Front versterkt met het nieuw geformeerde 33e Leger, dat vrijwel direct na aankomst in Moskou in de strijd werd geworpen bij Naro-Fominsk. Op de slagvelden in Borodino, waar Napoleons troepen in 1812 ook al gevochten hadden, vond er een opmerkelijk treffen plaats tussen Duitse en Siberische elitetroepen. De goed uitgeruste Siberische 32e Infanteriedivisie verdedigde het nostalgische slagveld tegen eenheden van de Motorisierte Infanteriedivision SS 'Das Reich' en de 10. Panzerdivision. De Duitsers werden zwaar aangeslagen door de verbeten tegenstand van de Siberiërs.

    De 2. Panzergruppe was op 5 oktober omgedoopt in de II. Panzerarmee. De 4. Panzerdivision was nog altijd aangeslagen door de schok die het had opgelopen door toedoen van Katukovs 4e Pantserbrigade bij Mtsensk. Bovendien leverden de omsingelde Sovjetstrijdkrachten in de Bryanskpocket nog altijd hevige tegenstand waardoor het gros van Guderians troepen en eenheden van de II. Armee gebonden werden. In de regio waar de 2. Panzerarmee operaties uitvoerde waren er bovendien geen verharde wegen beschikbaar. De zandpaden waren door de hevige regenval veranderd in modderpoelen, waardoor de bevoorrading instortte en de mobiele eenheden zonder brandstof kwamen te zitten. Heinz Guderian kon dus niet zijn volle sterkte inzetten voor de opmars richting Tula en kwam vooralsnog niet verder dan Mtsensk, mede door toedoen van plaatselijke tegenaanvallen van eenheden van het 1e Fuseliers Gardekorps. De Sovjeteenheden trokken zich overdag terug in de beboste gebieden ten zuiden van Tula, om ´s nachts toe te slaan door locale aanvallen uit te voeren op de in de modder vastgelopen oververmoeide Duitse troepen.

    Het was dus een combinatie van geduchte, soms wanhopige Sovjet-tegenstand en zware regenval die het Duitse offensief tot stilstand brachten. Op 30 oktober had de tyfoon tijdelijk zijn vaart verloren. Daardoor kreeg Stavka kostbare tijd voor het organiseren van de verdediging van de hoofdstad.

    Er zijn verschillende redenen waarom de Wehrmacht geen gevolg kon geven aan de successen die het in de eerste twee weken van oktober behaalde. Niet alleen Heeresgruppe Mitte faalde in het bereiken van zijn doelen, maar ook in de noordelijke en zuidelijke sector van het oostfront liepen de offensieve operaties vast. Voor Fedor von Bock was de grootste tegenslag dat hij na de omsingeling van de Sovjettroepen bij Vyazma en Bryansk 48 van zijn 75 divisies achter moest laten om deze gebieden te zuiveren, zodat hij de opgelegde kans om direct naar het zwak verdedigde Moskou door te stoten onbenut liet. Het feit dat de flanken versterkt werden had tot gevolg dat de hoofdaanval in de centrale sector werd verzwakt. Maar de belangrijkste tegenslag voor Heeresgruppe Mitte was de komst van het regenseizoen, ook wel bekend als de raspoetitsa. De Duitsers verloren hun mobiliteit doordat de weinig beschikbare wegen veranderden in modderrivieren. De Sovjets konden hierdoor een gelijke strijd gaan leveren met de vastgelopen Duitse tanks en infanterie. Terwijl de Duitsers in langzaam tempo oprukten naar de hoofdstad arriveerden verse Sovjettroepen uit uit de gigantische strategische reserve van het Rode Leger. De Duitse inlichtingendienst had gefaald deze strijdkrachten te lokaliseren. Deze verse troepen werden na aankomst in Moskou geleidelijk in de strijd geworpen om de Duitse opmars te vertragen.

    Terwijl de aandacht van de Duitsers en Sovjets was gericht op de centrale sector, vonden er op de flanken ook opvallende ontwikkelingen plaats. Heeresgruppe Nord was er in geslaagd Leningrad van de buitenwereld af te sluiten. De enige aanvoerlijn naar Leningrad die overbleef was over het Ladogameer. De stad werd belegerd en Hitler was van plan de stad uit te hongeren. De Sovjets hadden een tegenaanval ondernomen bij Sinyavino, maar de Duitsers waren erin geslaagd deze af te slaan en wisten zelfs verder naar het oosten op te rukken en Tikhvin te veroveren.

    In het zuiden was de situatie voor de Sovjets al even verontrustend. Na de val van Kiev had de bevelhebber van Heeresgruppe Süd, Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt, de opdracht gekregen verder naar het oosten op te trekken en Kharkov en Rostov te veroveren. Op 30 november gaf Stavka toestemming voor de evacuatie van het garnizoen in Odessa, waarbij zware verliezen werden geleden. De opmars van Heeresgruppe Süd verliep voorspoedig en op 23 oktober werd Kharkov veroverd. Het Zuidwestelijk Front onder bevel van maarschalk Semyon K. Timoshenko trok zich naar het oosten terug, terwijl Heeresgruppe Süd oprukte richting Rostov. De XI. Armee onder bevel van Erich von Manstein overrompelde de verdedigende stellingen van het gehavende 51e Leger, dat pas onlangs was geëvacueerd uit Odessa. Na de doorbraak rukten de XI. Armee en het Armatã 3 Românã snel op en wist binnen een zeer kort tijdsbestek de Sovjettroepen terug te drijven in de versterkte havenstad Sebastopol op 30 oktober.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    raspoetitsa
    Russische benaming voor het regenseizoen. Door de overmatige regenval veranderden de Russische wegen in modderpoelen, waardoor troepenverplaatsing en bevoorrading zo goed als onmogelijk werd voor de Duitsers.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Stavka
    Het opperbevel van de Russische strijdkrachten in WO II, voorgezeten door Stalin.

    Afbeeldingen

    Moskou: een vestingstad

    Terwijl de Duitse opmars steeds dichter naderde vonden er in de Sovjethoofdstad opmerkelijke ontwikkelingen plaats. Moskou was al in de eerste dagen van de Duitse invasie begonnen zich op de verdediging voor te bereiden. Op 22 juni was voor de stad 'de staat van bedreiging' afgekondigd, vanwege het gevaar van luchtaanvallen en werden er versperringsballons opgelaten. De Sovjets begonnen met het camoufleren van belangrijke gebouwen. Uit de lucht leek het Bolshoi-theater op een groepje kleine huizen en de meeste grote gebouwen zagen er uit als tuinen of parken. 's Nachts was de stad in volledige duisternis gehuld. Eenheden van de NKVD patrouilleerden door de stad om te voorkomen dat ook maar de geringste lichtstraal naar buiten zou komen. Er werden brandweereenheden opgericht om door bombardementen ontstane branden te kunnen blussen en bij de belangrijkste gebouwen en bruggen werd luchtdoelgeschut opgesteld. Verder werd de NKVD in opperste staat van paraatheid gebracht door dag en nacht patrouilles uit te voeren in de buitenwijken, om met eventuele Duitse parachutisten af te rekenen, mochten die plotseling komen opdagen.

    De eerste luchtaanval van de Luftwaffe op Moskou vond plaats in de nacht van 21 op 22 juli, precies een maand na het begin van de Duitse invasie van de Sovjet-Unie. Met maar liefst 200 bommenwerpers wierp de Luftwaffe brandbommen op de hoofdstad van de Sovjet-Unie. De vele luchtdoelartillerie wierp meteen vruchten af doordat er 22 vliegtuigen werden neergehaald. Desondanks vielen er veel burgerslachtoffers. De volgende weken nam de activiteit van de Luftwaffe gestaag toe. Stavka had sterke jachtvliegereenheden achtergehouden voor de verdediging van het luchtruim boven de hoofdstad.

    In de eerste helft van oktober rukten de Duitse legers na het omsingelen van een grote troepenmacht bij Vyazma en Bryansk in snel tempo op naar Moskou. Nadat op 10 oktober generaal Zhukov benoemd werd tot bevelhebber van het Westelijk Front trokken de overgebleven eenheden van het Rode Leger zich terug in de richting van Moskou om aan de tangbeweging van de Duitse pantserspitsen te ontsnappen. In feite was er geen aaneengesloten front meer. De Luftwaffe beheerste het luchtruim en Duitse tankeenheden drongen diep door in de achterhoede. Met het leger trokken duizenden burgers in een onafgebroken stroom oostwaarts, wat de troepenbewegingen van het Rode Leger nog moeilijker maakte.

    De bevolking van Moskou had pas verscheidene dagen na de lancering van operatie Taifun begrepen dat hun stad in groot gevaar was. In de kranten stond niets over de Duitse successen. Op 8 oktober berichtte het legerorgaan de Rode Ster echter dat 'het bestaan van de Sovjetstaat in gevaar was en dat er tot de laatste druppel bloed gevochten moest worden'. Op 12 oktober had de Pravda het over het vreselijk gevaar waardoor het land bedreigd werd. Diezelfde dag besloot het GKO het volk van Moskou op te roepen de aanleg van verdedigingsgordels uit te breiden tot binnen de stadsgrenzen. Meer dan 440.000 inwoners van Moskou werden gemobiliseerd om deze stellingen aan te leggen. Tevens gaf het GKO op 8 oktober bevelen om te beginnen met de voorbereidingen voor de vernietiging van de archieven van 1.119 industriële, administratieve en educatieve instellingen.

    Op 13 oktober werd er bevel gegeven om voorbereidingen te treffen voor de evacuatie van het merendeel van de regerings- en partijinstanties naar het oosten. Ook de buitenlandse diplomaten in Moskou werden overgeplaatst naar Kuibishev. Het GKO riep op tot 'ijzeren discipline' en tot de vorming van 'communistische bataljons'. De bewindstop zou echter in Moskou achterblijven, evenals de belangrijkste kranten. Het nieuws hierover werd gevolgd door een officieel bericht in de ochtend van 16 oktober. Daarin stond: 'In de nacht van 14 op 15 oktober is de situatie aan het Westelijk Front verslechterd. De Duits-fascistische troepen hebben grote hoeveelheden tanks en gemotoriseerde infanterie in de strijd geworpen en in één sector zijn zij door onze verdedigingslinie gebroken.'

    In de stad gonsde het van de geruchten dat de Duitsers op het punt stonden de stad binnen te dringen, dat de hoofdstad overgegeven zou worden en dat de Joden de stad aan het verlaten waren. Plotseling waren de spoorwegstations vol mensen die de stad uit wilden. In de stad zelf brak er paniek uit die ontaardde in een grote chaos. De metro reed niet meer en trams waren eveneens tot stilstand gekomen. De bakkerijen en levensmiddelenwinkels waren gesloten. Op sommige fabrieken stonden arbeiders voor een gesloten poort en er was geen papiergeld meer te verkrijgen bij de betaalmeesters. De oostelijke toegangswegen naar Moskou werden overspoeld door vluchtelingen en in de stad zelf vonden plunderingen plaats. De toestand werd aan Stalin gemeld op een spoedbijeenkomst van partijfunctionarissen in Moskou. Stalin gaf bevel de voedselwinkels en commissariaten te heropenen en het openbaar vervoer weer op gang te brengen. Hij gaf ook opdracht dat de ziekenhuizen en klinieken open moesten blijven en dat de partijfunctionarissen door middel van radiotoespraken de paniek in de kiem moesten smoren.

    Op 20 oktober werd er door het GKO in Moskou en in de aangrenzende gebieden de staat van beleg afgekondigd. Dit hield in dat er een uitgaans- en vervoersverbod gold tussen 12 uur 's nachts en 5 uur 's morgens en dat paniekzaaiers en ordeverstoorders onmiddellijk gearresteerd zouden worden . Deze mensen werden overgeleverd aan het Militair Tribunaal voor onmiddellijke executie. Het GKO had de beschikking gekregen over 6.000 troepen van de NKVD om de orde en rust te handhaven. De pers berichtte de inwoners van Moskou dat Stalin zelf in het Kremlin zou achterblijven, waardoor de bevolking gerustgesteld werd en de rust in de hoofdstad terugkeerde.

    Op 1 november riep Stalin Zhukov naar het Kremlin en vroeg hem of het mogelijk was de traditionele parade op het Rode Plein te houden op 7 november ter gelegenheid van de 24e verjaardag van de Oktoberrevolutie. Zhukov verzekerde Stalin dat de Duitsers niet in staat waren hun offensief onmiddellijk te hervatten. Wel moesten er maatregelen genomen worden om de luchtverdediging van de hoofdstad te versterken. Om dit te verwezenlijken werden gevechtsvliegtuigen van het front onttrokken, waaronder enkele jachtvliegereenheden uit het belegerde Leningrad.

    Op 6 november aan de vooravond van de 24e verjaardag van de Oktoberrevolutie hield Stalin zoals gebruikelijk een toespraak tot vertegenwoordigers van de Sovjetregering en van de Sovjetstrijdkrachten. Ditmaal werd de toespraak echter gehouden in de ondergrondse hal van het Mayakovsky-treinstation, omdat het traditionele vergadergebouw, het Bolshoi-theater, was gebombardeerd. Stalin sprak zijn publiek met diepe somberheid, maar tegelijkertijd met groot zelfvertrouwen toe. Opgetogen luisterden de Sovjetfunctionarissen naar Stalins toespraak. In plaats dat Stalin zich in het verleden altijd tot de partijbonzen richtte, deed Stalin een beroep op het Sovjetvolk en hun nationale trots.

    Emotioneel maakte hij melding van de Duitse verliezen en de mislukkingen van de Duitsers om in een meedogenloze bliksemoorlog de Sovjet-Unie in stukken te snijden. Voor die mislukking gaf Stalin drie redenen op: de Duitsers hadden ten onrechte verwacht dat Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hen de vrije hand in het oosten zouden laten. Ten tweede hadden zij gehoopt dat het Sovjetbewind zou instorten en ten laatste verklaarde Stalin dat de Duitsers gehoopt hadden dat de Sovjetstrijdkrachten zouden bezwijken. Toch waren er, aldus Stalin, ook factoren die de Duitsers in de kaart speelden. Eén daarvan was het ontbreken van een tweede front en ten tweede hadden de Duitsers een overwicht aan tanks en vliegtuigen. Stalin sprak verder over de verdediging van Moskou en Leningrad en over de opleiding onder de moeilijkste omstandigheden van nieuwe soldaten, piloten en mariniers. Hij sprak over het nazi-imperialisme en citeerde met niet gering effect een paar van Hitlers uiterst racistische opmerkingen over de Untermenschen, de Slaven. Hij verklaarde: 'De Duitse indringers willen een vernietigingsoorlog tegen de bevolking van de Sovjet-Unie. Goed dan! Als zij een vernietigingsoorlog willen, dan zullen ze die krijgen!' Een langdurig stormachtig applaus volgde, waarop Stalin zijn toespraak hervatte:'Onze taak zal het thans zijn iedere Duitser, tot de laatste toe, te vernietigen, die hier gekomen is om ons land te bezetten. Geen genade voor de Duitse indringers! Dood aan de Duitse indringers!' En opnieuw werd er luid geapplaudisseerd.

    Veel dramatischer was de sfeer waarin Stalin de volgende ochtend zijn toespraak tot de troepen hield. Sovjetjachtvliegtuigen patrouilleerden boven de stad en terwijl het sneeuwde sprak Stalin vanaf het mausoleum zijn troepen toe, die ofwel van het front waren gekomen ofwel op weg waren naar het front. In de verte was het kanongebulder van het front duidelijk hoorbaar. Stalin sprak opnieuw over de zeer moeilijke omstandigheden, maar hij beweerde dat de Sovjet-Unie wel zwaardere beproevingen had doorstaan. Hij herinnerde aan 1918, toen driekwart van Rusland in handen was van het Witte Leger en er een gebrek was aan alles. Stalin beweerde dat het Duitse volk de spanningen van de oorlog niet meer lang zouden kunnen verdragen en daarna zei hij: 'Kameraden, mannen van het Rode Leger en de Rode Vloot, officieren en politieke medewerkers, mannen en vrouwen partizanen! De hele wereld ziet u als de macht die in staat is de Duitse roverhorden te vernietigen. De geknechte volkeren van Europa zien u als hun bevrijders. Toont u die grote opdracht waardig! De oorlog die gij voert is een bevrijdingsoorlog, een rechtvaardige oorlog.' Vervolgens wendde Stalin de heldhaftige voorvaderen van de Russen aan. De namen van beroemde Russische krijgslieden weergalmden over het Rode Plein: Alexandr Nevsky, die in 1242 de Teutoonse ridders versloeg, Dmitry Donskoi, de gesel van de Tataren in 1380, Alexandr Suvorov, de Russische veldheer die in 1787 een grote overwinning op de Turken behaalde en tenslotte Mikhail Kutuzov die in 1812 de Grande Armée van Napoleon Bonaparte verdreven had.

    De beide toespraken van Stalin maakten een overweldigende indruk op het moreel van de strijdkrachten en de burgerbevolking. Met de aanwending van de voorvaderen wakkerde Stalin de vaderlandsliefde van de bevolking aan. De teksten werden in miljoenen exemplaren vermenigvuldigd en verspreid onder de troepen en uitgestrooid boven dichtbevolkte gebieden achter de vijandelijke linies. Tot nu toe hadden veel Sovjetburgers de oorlog gezien als een strijd tussen twee ideologieën, het communisme en het fascisme. Maar de gebeurtenissen van de laatste weken, namelijk de vernedering van de opeenvolgende nederlagen, het toenemende onmenselijke gedrag van de Duitse bezettingstroepen en de groeiende bewustwording dat Hitler de Russen als Untermenschen beschouwde overtuigden de Sovjetbevolking dat zij zich moesten blijven verzetten. Veel inwoners van de bezette gebieden sympathiseerden namelijk met de Duitsers en op deze mensen hadden Stalins toespraken de grootste uitwerking. Ook de officiële houding van de pers begon zich tegen het Duitse volk te keren. Stalin en zijn woordvoerders gaven niet langer blijk van sympathie voor hen als mensen die door een fascistische bende waren opgehitst. De pers en de radio werden openlijk anti-Duits en niet slechts anti-nazi.

    Definitielijst

    communisme
    Politieke stroming, ontstaan uit het werk Das Kapital van Karl Marx, geschreven in 1848, als een reactie op de door Marx omschreven klassenstrijd tussen de arbeiders (het proletariaat) en de bourgeoisie. Volgens Marx zouden de arbeiders via een revolutie de macht overnemen van de welgestelde klasse. De communistische stroming streeft naar een ideale situatie waarin de productie- en consumptiemiddelen gemeenschappelijk eigendom van de staatsburgers zijn. Dit zou een einde aan armoede en ongelijkheid moeten maken (communis = gemeenschappelijk).
    fascisme
    De oorspronkelijke naam van de antidemocratische politieke beweging in Italië onder leiding van de dictator Benito Mussolini. Mussolini was leider van Italië van 1922 tot 1943. Tegenwoordig is fascisme een veelgebruikte term voor antidemocratische politieke stromingen. Ook het Duitse nationaalsocialisme wordt in de geschiedenis wel eens fascisme genoemd.
    ideologie
    Het geheel van beginselen en ideeën van een bepaald stelsel.
    imperialisme
    Het streven van een staat naar sterke uitbreiding van zijn grondgebied. Na WO II kreeg het begrip meer een culturele en economische lading dan dat er sprake is van een daadwerkelijke onderwerping van het gebied.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    invasie
    Gewapende inval.
    Kremlin
    Het Russisch bestuurscentrum in Moskou.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    NKVD
    Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    staat van beleg
    Toestand waarin alle burgerlijke vrijheden worden opgeschort en het bestuur bij het leger berust.
    tweede front
    Tijdens WO II de naam voor het front dat de Amerikanen en de Engelsen in het Westen zouden openen om het (eerste) Russische front te verlichten.

    Afbeeldingen

    Sovjet luchtafweer. Bron: http://www.aviapress.com/.

    Voor de poorten van Moskou

    Op 13 november kwamen Halder en de chefs van staven van alle legergroepen en legers aan het Oostfront bijeen in Orsha. De conferentie vond plaats op het stationsemplacement in de gepantserde trein van Halder. De enige vraag die Halder aan de vergadering stelde was: 'Wat nu?' Moesten de legers aan het Oostfront zich ingraven tot de lente, of konden zij het offensief tegen Moskou voortzetten? Hitler daarentegen was er van overtuigd dat Moskou zou vallen. Gedreven door zijn haat tegen het bolsjewisme en zijn overtuiging dat het veroveren van de hoofdstad het moreel van de Duitse troepen zou opvijzelen, stond hij erop dat Heeresgruppe Mitte Moskou koste wat kost moest innemen. Hitler was verheugd toen de Russische winter aanbrak en de grond keihard werd. De Duitse pantsertroepen konden weer profiteren van hun mobiliteit. Maar Hitler had geen rekening gehouden met de extreme winterkou, die de koudste zou worden sinds 140 jaar. Nog voordat het offensief begon daalde de temperatuur tot 15º onder het vriespunt en de volgende dag was het -22º Celsius, terwijl het ergste nog komen moest.

    Het nieuwe Duitse plan noemde doelen die dichterbij lagen: het Volgakanaal in het noorden en de rivier de Moskva in het zuiden. De II. Panzer Armee moest onder het mom van een aanval op Tula allereerst Kolomna aan de rivier de Moskva bezetten en moest eveneens uit eigen middelen zijn bedreigde flank aan de oostkant bezetten, aangezien de II. Armee nog steeds bezig was de Sovjetverzetshaarden bij Bryansk te zuiveren. De IV. Armee moest een frontale aanval doen, maar aangezien het vroeger door sterke vijandelijke tegenaanvallen in het defensief gedrongen was, zou slechts zijn noordelijke vleugel in samenwerking met de 3. Panzergruppe en de 4. Panzergruppe oprukken naar het Volgakanaal. De IX. Armee moest zijn rechterflank versterken en met zijn rechtervleugel oprukken naar de Volgadam ten zuiden van Kalinin. Wanneer deze doelen bereikt waren, zouden maatregelen genomen worden voor een hechte omsingeling van Moskou. De data voor de aanval: 15 november voor de IX. Armee en de 3. Panzergruppe en 17 november voor de IV. Panzergruppe en de II. Panzerarmee.

    Stalin en de overige leden van Stavka zagen in hoe dreigend de situatie was voor de hoofdstad. Al zou het Sovjetbewind het verlies van Moskou overleven, het verlies aan manschappen zou niet meer opgevangen kunnen worden. Het verlies van het belangrijke verkeersknooppunt zou wellicht catastrofale gevolgen hebben voor toekomstige operaties van het Rode Leger en ook het verlies van de overgebleven fabrieken in Moskou zou fataal kunnen zijn. Zeker omdat veel van de fabrieken die naar gebieden ten oosten van de Oeral geëvacueerd waren de productie van wapens nog niet hadden hervat. Daarom koos Stalin voor het concentreren van al zijn beschikbare troepen voor de verdediging van Moskou. Tegelijkertijd had hij zijn zinnen gezet op tegenaanvallen tegen de Heeresgruppen Nord en Süd zodat de Duitsers geen versterkingen konden sturen naar de centrale sector van het Oostfront.

    Stavka verwachtte dat de Duitsers een frontale aanval op Moskou zouden inzetten tussen Volokolamsk en Serpukhov. Daarom concentreerde Stavka het 16e, 5e, 33e, 43e, 49e en 50e Leger, die deel uitmaakten van het Westelijk Front, langs nieuwe verdedigende stellingen die liepen van Volokolamsk naar Tula in het zuiden. Het 22e, 29e, 31e en 30e Leger behorend tot het Kalininfront, kregen de taak om de Duitse opmars te vertragen tussen Ostashkov en Kalinin. Tenslotte moesten het 3e en 13e Leger, die na het ontbinden van het Bryanskfront op 10 november waren toegewezen aan het Zuidwestelijk Front, het Duitse offensief blokkeren tussen Yefremov en Yelets. Stavka versterkte het Westelijk Front in alle haast met reserveformaties uit het Verre Oosten, Siberië, Centraal Azië en andere binnenlandse militaire districten. Bovendien gaf Stavka opdracht tot het formeren van negen reservelegers, bestaande uit 59 fuseliers- en 13 cavaleriedivisies en 75 fuseliers- en 20 tankbrigades.

    Verder werd er bevel gegeven voor het bemannen door milities en veiligheidstroepen van de uitgestrekte verdedigingslinies rondom Moskou. Eind november verdedigde een strijdkracht met een sterkte van 65.000 manschappen de hoofdstad. Deze formaties bestonden voornamelijk uit nauwelijks getrainde en slecht uitgeruste volksmilities, waaronder veel vrouwen. De verdedigende stellingen dicht om de stad bestonden uit drie gordels. De buitenste gordel bevond zich op circa 30 kilometer van het Kremlin, de tweede gordel bevond zich in de buitenwijken en de derde lag ten oosten van de stad om een eventuele aanval in de rug op te vangen. In de stad zelf bemanden veiligheidstroepen van de NKVD barricades en fortificaties.

    Aan de vooravond van het offensief op 14 november gaf Stalin opdracht aan te vallen met de bedoeling de Duitse voorbereidingen voor de hervatting van operatie Taifun te verstoren. Een samengeraapte gevechtsgroep, bestaande uit een divisie fuseliers, twee cavaleriedivisies en een tankdivisie viel Duitse pantsertroepen aan op de scheidslijn tussen het XXVII. Armeekorps en het LVI. Panzerkorps, die zich aan het voorbereiden waren op de voortzetting van het offensief. Na zware verliezen stokte de Sovjetopmars na 4 kilometer. Op bevel van Zhukov zette Konstantin K. Rokossovsky de aanval in met de 20e en 44e Cavaleriedivisie, onder bevel van majoor-generaal Dovator, die van Joodse afkomst was. De gevolgen waren desastreus. De onervaren Mongolische 44e Cavaleriedivisie ondernam een frontale aanval in een met sneeuw bedekte open vlakte tegen de Duitse 106e Infanteriedivisie. De Duitse artillerie en machinegeweren schakelden meer dan 2.000 cavaleristen uit terwijl ze zelf geen verliezen leden. Rokossovsky zag hierna dat zijn linkerflank hevig aangevallen werd, terwijl zijn rechterflank bijna omsingeld werd. Het gevolg hiervan was een aftocht naar nieuwe verdedigende stellingen op 17 november.

    In het zuiden vielen vijf divisies fuseliers van het 49e Leger de Duitse troepen aan die op 14 november posities innamen ten noordoosten van Serpukhov. Na het bereiken van smalle penetraties werden majoor-generaal Belovs 2e Cavaleriekorps en een tankdivisie in de strijd geworpen om een doorbraak te forceren. Maar de IV. Armee opende met twee infanteriedivisies de tegenaanval en heroverde de eerder verloren gegane posities.

    Zhukov had het 49e en het 50e Leger, dat nu werd aangevoerd door luitenant-generaal Ivan V. Boldin, opdracht gegeven om de voorhoedes van de II. Armee aan te vallen ten noorden en zuiden van Tula. In samenwerking met eenheden van het 3e Leger begon de aanval op 8 november. Hoewel de aanval niet succesvol verliep, zorgde het voor verwarring in Guderians hoofdkwartier en de Duitse opmars werd ernstig vertraagd. Op 17 november werden eenheden van de Duitse 112. Infanteriedivision massaal aangevallen door T-34/76 tanks en infanterie. De regimenten van de Duitse divisie hadden alleen al door bevriezing ongeveer 500 manschappen verloren. De ernstig verzwakte Duitse infanterie had te kampen met bevroren machinegeweren en bovendien had het 37mm pantserafweergeschut geen effect tegen de superieure bepantsering van de T-34/76. Onder de druk van de Sovjetaanval sloegen de Duitsers op de vlucht. Het was de eerste keer in de veldtocht tegen de Sovjet-Unie dat Guderians formaties in paniek raakten en hij concludeerde dat de gevechtswaarde van de infanterie zijn einde bereikt had.

    Ten noorden van Tula werden de Duitsers gehinderd in hun plannen Tula te omsingelen. Op 11 november wisten de Sovjets de Duitse opmars een halt toe te roepen. In het uitgestrekte niemandsland vielen de Sovjets 's nachts aan en trokken zich daarna weer terug, waardoor het aantal slachtoffers aan Duitse zijde gestaag opliep.

    Terwijl Zhukov zijn tegenaanvallen voortzette werd de grond weer hard. Dat betekende dat de Duitse tanks hun offensief konden voortzetten. Op 15 november beschikten de Duitsers over 233.000 manschappen, 1.300 tanks en 600 tot 800 gevechtsvliegtuigen voor de aanval op de Sovjethoofdstad. Daar tegenover stond het Westelijk Front dat nu versterkt was met het 30e Leger van het Kalininfront. De Sovjets konden een beroep kon doen op 240.000 manschappen, ondersteund door 1.254 kanonnen en mortieren, 502 tanks en 600 tot 700 gevechtsvliegtuigen voor de verdediging van Moskou. Zhukovs troepen waren verankerd in goed uitgeruste verdedigende stellingen die liepen van Kalinin in het noorden tot Tula in het zuiden.

    Ten noorden van de hoofdstad vormden Rheinhardts 3. Panzergruppe en de IX. Armee van Strauß de grootste bedreiging voor Moskou. Er ontstonden wanhopige gevechten om de weg die via Kalinin en Klin naar Moskou loopt. De aanvankelijke Duitse aanvallen scheidden het 16e Leger van het 30e Leger. Toen het offensief begon trokken de formaties van het 30e Leger zich terug langs de Volga tot achter het Volgareservoir. Formaties van de IX. Armee wisten bruggenhoofden te slaan ten noorden van de Volga en gingen over tot de verdediging op 19 november om de linkerflank van de 3. Panzergruppe te dekken die oprukte naar het oosten richting Klin.

    Zhukov nam direct maatregelen om de Duitse opmars bij Klin in de kiem te smoren. Hij wierp twee cavaleriedivisies, een gemotoriseerde divisie en twee tankbrigades in de strijd, waardoor de Duitse opmars aanzienlijke vertraging opliep. De 4. Panzergruppe stuitte in de omgeving van Istra op hevige Sovjettegenstand. Terwijl de 3. Panzergruppe grote vooruitgang maakte in de buurt van Klin, gingen de aanvallen van de 4. Panzergruppe gepaard met grote verliezen. Hoepners troepen wisten in drie dagen maar 4 tot 6 kilometer vooruitgang te boeken tegen een stugge Sovjetverdediging, maar op 19 november werd de patstelling overwonnen en op 20 november had de 3. Panzergruppe een doorbraak geforceerd van 18 tot 23 kilometer.

    De langzame maar gestaag vorderende Duitse opmars tegen verbeten Sovjettegenstand veroorzaakte een uitputtingsslag voor beide strijdende partijen. Eind november waren zowel de sterktes van de Duitse als de Sovjetregimenten gereduceerd tot de grootte van compagnieën, met maar 150 tot 200 overgebleven manschappen per regiment. Ondanks het gebrek aan troepen en materieel werd op 23 november Klin onder de voet gelopen. De weg naar Moskou lag nu open en er werd vanuit het noordwesten langs het Moskou-Volgakanaal onmiddelijk koers gezet richting Moskou. Stavka reageerde hierop door Rokossovsky zijn 16e Leger verdedigende stellingen ten noorden van Istra te laten innemen om de directe toegangswegen naar de hoofdstad te blokkeren.

    Terwijl Rokossovsky stellingen innam ten zuiden van Klin ondervonden de tanks van de Vierde Pantsergroep ten oosten van Klin weinig tegenstand. De linkerflank van het 30e Leger trok zich naar het noorden terug, waardoor er een bres ontstond in de linie. De tanks van de 4. Panzergruppe braken op 28 november door het gapende gat. Diezelfde avond nog bereikten de 14. Motorisierte Infanteriedivision en een regiment van de 7. Panzerdivision onder bevel van Oberst Hasso von Manteuffel de westoever van het Moskou-Volgakanaal ten zuiden van Yakhroma, minder dan 35 kilometer van het Kremlin.

    Hoepner, die meer troepen toewees aan zijn voorhoede, wist de weerstand van het 16e Leger bij Istra te breken en verder op te rukken in de richting van Moskou. Op 30 november bereikte de 2. Panzerdivision Krasnaya Poljana in de buitenwijken van Moskou. Duitse officieren beweerden dat zij de torens van het Kremlin door hun verrekijkers konden zien liggen.

    Ondanks de bevelen om stand te houden was Rokossovsky gedwongen stap voor stap terrein prijs te geven. In een poging het tij te keren had Stavka op 30 november het 1e Leger Stoottroepen en het 20e Leger toegewezen aan het Westelijk Front. Zhukov kreeg de taak om koste wat kost het Moskou-Volgakanaal te behouden. Zhukov reageerde onmiddellijk na het ontvangen van de versterkingen door de twee legers in de bres tussen het 16e en 30e Leger te ontplooien. Het 1e Leger Stoottroepen kreeg de taak om de Duitse troepen bij het Moskou-Volgakanaal te verdrijven naar Yachroma en het 20e Leger moest de sector rondom Krasnaya Poljana verdedigen.

    Ten zuiden van Moskou was de situatie voor de Duitsers uiterst kritiek. Op 18 november zette Guderian zijn offensief door na het afslaan van verbeten Sovjettegenaanvallen. Guderian viel de Sovjetdivisies aan die de grenslijn tussen het Westelijk en het Zuidwestelijk Front innamen. Maar de II. Panzer Armee zat op de grens van zijn kunnen, want halverwege november had Heinz Guderian nog maar 50 functionerende tanks tot zijn beschikking maar evenwel vormde deze tanks toch de speerpunt van de II. Panzerarmee. De Duitse voorhoede maakte langzaam vooruitgang en wist door de zwakke Sovjetverdediging ten zuiden van Tula te dringen en koers te zetten naar het gebied ten oosten van de stad.

    De aanvankelijke aanval van de II. Panzer Armee was gepaard gegaan met grote verliezen en naarmate de opmars doorgezet werd nam de kracht van de Duitse troepen af. De 17. Panzerdivision had koers gezet in de richting van Kasjira en op 24 november was de 10. Motorisierte Infanteriedivision diep in de Russische steppe doorgedrongen en had Mikhailov ingenomen. De 29. Motorisierte Infanteriedivision nam posities in op de rechterflank van de II. Panzer Armee.

    Boldins 50e Leger verdedigde stug de buitenwijken van Tula en voerde verscheidene tegenaanvallen uit tegen de II. Panzer Armee. De temperatuur zakte nog verder beneden het vriespunt en door de problemen in de aanvoer van voorraden en het niet meer functioneren van wapens en voertuigen stokte de Duitse opmars. Guderian verzocht herhaaldelijk het offensief af te blazen maar niemand bij het OKH durfde verantwoordelijkheid te dragen om hier mee in te stemmen zonder de instemming van Hitler.

    Desalniettemin hadden Guderians formaties Tula bijna omsingeld en trokken langzaam steeds verder op in noordelijke richting. Zhukov gaf de commandant van het 2e Cavaleriekorps Belov de opdracht om de situatie te herstellen. Van het kleine aantal reserves dat beschikbaar was, kreeg Belov een aantal tankbataljons en een katjoesja-eenheid. Op 26 november kreeg deze geïmproviseerde gevechtsgroep de benaming 1e Cavalerie Gardekorps. De opdracht van deze nieuw gevormde eenheid was om de voorhoede van de 17. Panzerdivision bij Kasjira aan te vallen. Dit was één van de eerste pogingen om de vooroorlogse krijgsleer van Triandafilov en Tukhachevsky, namelijk de zogenoemde glubokaya operatsia in parktijk te brengen. Dit was een theorie gebaseerd op 'de studie van de relatie tussen vuurkracht en mobiliteit', ook wel 'operationele kunst' genoemd. De Sovjetofficieren hadden begin jaren 30, lang voordat de Blitzkrieg-doctrine werd uitgedacht, een vergelijkbare tactiek voor ontplooiing en inzet van mobiele strijdkrachten ontwikkeld. Stalin liet de bedenkers en ontwikkelaars van deze theorie echter vermoorden in de 'Grote Zuivering'. De Duitse voorhoede was zo gehavend dat Belov in staat was door de linies te infiltreren en de 17. Panzerdivision op 27 november in de rug aan te vallen en de druk op Tula te verlichten. Zo begon de zwerftocht van het 1e Cavalerie Gardekorps dat vijf maanden lang paniek en verwarring zou gaan stichten in de achterhoede van Heeresgruppe Mitte.

    Eind november was de situatie ten noorden en zuiden van de hoofdstad uitermate kritiek. Fedor von Bock gaf de IV. Armee opdracht om Moskou frontaal aan te vallen. Zhukov had namelijk alle divisies ten westen van Moskou opdracht gegeven een peloton af te staan om Rokossovsky's 16e Leger te versterken. Von Bock was er van overtuigd dat de verdedigingslinie ten westen van Moskou ernstig verzwakt was en dat de tijd gekomen was voor de beslissende aanval op de hoofdstad. Maar het zou in de ogen van de Duitse generaals een uiterste krachtsinspanning vergen, zij beweerden dat de afloop van de Slag om Moskou zou afhangen van het laatste bataljon…

    Günther von Kluge viel aan op 1 december, maar door een gebrek aan tanks liep de IV. Armee spoedig vast in de goed voorbereide verdedigende stellingen van het 5e Leger, die de aanvallen van Von Kluge wist af te slaan. Iets verder naar het zuiden wist de 1e gemotoriseerde Gardedivisie Naro-Fominsk te behouden. De Duitsers wisten zo'n 4 tot 9 kilometer ten noorden en zuiden van de stellingen van de 1e Gemotoriseerde Gardedivisie door te dringen. Von Bock trok hieruit de conclusie dat de Sovjettegenstand zo goed als gebroken was. Maar Von Bocks optimisme was ongegrond. Een gevechtsgroep samengesteld uit tanks, fuseliers en skitroepen van het 33e Leger vielen de Duitse voorhoede aan in de flank, waardoor deze bijna ingesloten werd en zich een weg terug moest vechten naar de Duitse linies.

    Hoepners aanvallen tegen het 16e en 20e Leger ten noordwesten van Moskou mislukten eveneens. Zijn troepen waren uitgeput en verzwakt. Op zijn linkerflank stuitte de 3. Panzergruppe op het 1e Leger Stoottroepen bij Yakhroma. In de vroege ochtend van 5 december liep de opmars van de beide pantsergroepen uiteindelijk vast bij de grote weg naar Leningrad, zo'n 15 tot 30 kilometer ten westen van de belangrijkste verdedigingslinies van Moskou, terwijl de temperatuur steeds verder onder het vriespunt zakte.

    In het zuiden werd Guderians II. Panzerarmee overvallen door de eerste sneeuwstormen, terwijl het tevens aanvallen van Belovs 1e Cavalerie Gardekorps moest weerstaan. Guderian ondernam een nieuwe poging om het 50e Leger bij Tula te omsingelen. Hij vormde van zijn laatste overgebleven tanks twee gevechtsgroepen, die onder bevel werden gesteld van het XXIV. Panzerkorps. De twee gevechtsgroepen kregen de taak om ten noorden van Tula in westelijke richting op te rukken en zich bij een derde gevechtsgroep te voegen, die vanuit het westen van Tula oostwaarts moest aanvallen om de omsingeling te voltooien. De aanval werd op 2 december ingezet en de Duitsers wisten de belangrijke weg naar Moskou af te snijden maar faalden om het 50e Leger te omsingelen vanwege verwoede Sovjettegenaanvallen. Deze tegenaanvallen waren zo hevig dat er voor Guderian niets anders op zat dan zijn troepen terug te trekken en verdedigende posities in te nemen.

    De nauwere samenwerking tussen Zhukovs Westelijk Front, Konevs Kalininfront en Timoshenko's Zuidwestelijk Front veroorzaakte een bedreiging voor Von Bocks flanken en deze was daardoor gedwongen 22 divisies toe te wijzen om zijn flanken te verdedigen, waardoor de troepensterkte voor zijn frontale aanval op Moskou met 30% afnam. De Sovjettegenaanvallen bij Tikhvin in het noorden en bij Rostov in het zuiden weerhielden het OKH van het overplaatsen van troepen naar de centrale sector van het front.

    Ondanks deze tegenslagen was Von Bock niet van plan de strijd te staken. 'Generaal Winter' had echter nog een onaangename verrassing voor Heeresgruppe Mitte in petto. Op 4 december daalde de temperatuur tot -35º Celsius, waardoor de pogingen om het offensief te hervatten mislukten. Het was op dit moment duidelijk geworden dat de Wehrmacht niet meer in staat was grote druk uit te oefenen op de Sovjetverdediging. Ondanks dat het in 20 dagen 80 tot 120 kilometer was opgerukt en de buitenwijken van Moskou bereikt had, was het er niet in geslaagd een doorbraak te forceren. De Duitse troepensterkte bereikte een kritiek laag dieptepunt, terwijl achter de linies Zhukovs strategische reserves zich opmaakten om de Wehrmacht in de flanken aan te vallen. Spoedig zouden de Duitse commandanten meer te verduren krijgen dan alleen maar de bittere vrieskou.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Blitzkrieg
    De Nederlandse betekenis van dit Duitse woord is 'bliksemoorlog'. Zeer snel verlopende veldtocht. In tegenstelling tot een loopgravenoorlog is de Blitzkrieg erg snel en beweeglijk. Lucht- en grondstrijdkrachten werken nauw samen. Voor het eerst toegepast door de Duitsers (september 1939 in Polen)
    Cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Kremlin
    Het Russisch bestuurscentrum in Moskou.
    NKVD
    Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Stavka
    Het opperbevel van de Russische strijdkrachten in WO II, voorgezeten door Stalin.

    Afbeeldingen

    Het Sovjet-tegenoffensief

    De strategische reserves die door Stavka in navolging van de bevelen van 25 oktober werden geformeerd en ontplooid, speelden een belangrijke rol bij het totstandkomen van de Duitse nederlaag bij Moskou. Tijdens de 67 dagen durende opmars naar Moskou had het OKH geen kans gezien enige versterking toe te wijzen aan Heeresgruppe Mitte. Stavka had daarentegen 75 divisies toegewezen en ontplooid voor de verdediging van Moskou. Als vervanging voor individuele slachtoffers had Stavka bovendien 271.395 soldaten toegewezen aan de betrokken eenheden, waardoor de sterkte van de verdedigende strijdkrachten tegenover Heeresgruppe Mitte weer op hetzelfde peil was als dat op 1 oktober het geval was geweest. Begin december had Stavka eindelijk de gecompliceerde bevelstructuur opgeheven en was overgegaan op een duidelijke en eenvoudige bevelvoering, zodat ieder front en ieder leger de touwtjes in eigen handen had en niet gehinderd werd door trage besluitvorming. Daardoor konden de betrokken commandanten naar eigen inzicht handelen in reactie op ontstane situaties. Ook deze verbetering was een medeoorzaak van het eerst vertragen en daarna vastlopen van de Duitse opmars.

    Na vijf maanden strijd tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie waren er aan beide zijden ontstellende verliezen geleden, zowel aan manschappen als aan uitrusting. Het Rode Leger had de grootste verliezen geïncasseerd. Miljoenen Sovjetsoldaten waren gevangen genomen door de Duitsers en grote hoeveelheden aan tanks, artillerie en gevechtsvliegtuigen waren vernietigd of in handen van de oprukkende Wehrmacht gevallen. De Duitsers hadden op 6 december 830.000 slachtoffers te betreuren, maar hadden deze maar mondjesmaat vervangen. Bovendien had Fedor von Bock geen grote strategische reserve achter de hand, terwijl zich achter de Sovjetlinies verse troepen verzamelden voor een tegenaanval die tot doel had de Duitsers voor de poorten van Moskou te verdrijven.

    Het idee voor een grote tegenaanval was al ontstaan in de eerste weken van november, maar deze werd tijdelijk uitgesteld omdat de Wehrmacht half november bij de invallende vorst zijn offensief hervatte. Stavka was er echter in geslaagd nieuwe formaties te vormen en troepen uit het Verre Oosten over te plaatsen naar het slagveld bij Moskou. De Siberische troepen waren gehard en goed uitgerust voor de strijd in de bittere vrieskou. Deze verse formaties die eigenlijk bestemd waren voor het geplande strategische offensief werden dus noodgedwongen in de strijd geworpen om de Duitse opmars te vertragen en uiteindelijk een halt toe te roepen.

    Begin december was de temperatuur in de omgeving van Moskou gezakt tot tientallen graden onder het vriespunt. De Duitse troepen, die helemaal niet uitgerust waren voor deze extreme condities, hadden te kampen met gevallen van bevriezingsverschijnselen. De motoren van zowel de tanks als de gevechtsvliegtuigen moesten uren voorverwarmd worden voordat ze gestart konden worden. De Luftwaffe opereerde vanaf geïmproviseerde vooruitgeschoven vliegvelden, terwijl de Sovjetluchtmacht beschikte over verwarmde hangars. Daardoor wist de Rode Luchtmacht meer missies te vliegen en zelfs een luchtoverwicht boven het slagveld te creëren.

    Planning van het tegenoffensief
    De Sovjet Generale Staf onder leiding van maarschalk Shaposhnikov was eind november eindelijk begonnen met de voorbereidingen van het uitgestelde tegenoffensief. Deze voorbereidingen bestonden uit het coördineren van troepenverplaatsingen en het toewijzen van de verzamelplaatsen achter het front aan de gearriveerde versterkingen. Op 29 november adviseerde generaal Zhukov Stavka dat er niet meer te lang gewacht moest worden met de tegenaanval, omdat hij er van overtuigd was dat de Duitse troepen bij Moskou aan het einde van hun Latijn waren en dat zo snel mogelijk aangevallen moest worden voordat Von Bock versterkingen kon toewijzen aan de verzwakte Duitse stoottroepen.

    Stavka sloeg Zhukovs advies niet in de wind en gaf nog diezelfde dag het Westelijk en Zuidwestelijk Front opdracht voorbereidingen te treffen voor locale tegenaanvallen. Nadat Georgy K. Zhukov en Semyon K. Timoshenko hun plannen de volgende dag aan Stavka hadden voorgelegd, gaf Stavka het Kalinin Front opdracht plannen op te stellen om samen te werken met het Westelijk Front voor het ondernemen van de tegenaanval. Op 1 november om 03.30 uur werden de uiteindelijke directieven uitgevaardigd naar de hoofdkwartieren van de drie betrokken fronten.

    Het onmiddellijke doel van de tegenaanval was de vijandelijke troepen te verslaan, die op de flanken van het front waren doorgestoten. Verdere instructies voor de operaties zouden worden verstrekt door middel van orders tijdens het verloop van het tegenoffensief en zouden afhankelijk zijn van de ontwikkeling van de situatie. Het was de bedoeling om de Duitsers maximale verliezen toe te brengen en de Wehrmacht zo ver als mogelijk was te verdrijven om het grootste gevaar van de hoofdstad af te wenden. De voorbereidingen voor het tegenoffensief werden genomen terwijl de zware verdedigende gevechten nog in volle gang waren.

    Het plan voor het tegenoffensief bij Moskou voorzag in gelijktijdige operaties op de drie fronten. Konevs Kalinin Front moest de strijdkrachten die het Westelijk Front bedreigden in de rug aanvallen. Zhukovs Westelijk Front had de taak om de Duitsers ten noorden en zuiden van Moskou te verslaan en Timoshenko’s Zuidwestelijk Front moest de Duitsers in het gebied bij Yelets aanvallen en assistentie verlenen bij het vernietigen van de Duitsers bij Tula.

    Afgezien van het nieuwe 1e Leger Stoottroepen en het 20e Leger, dat het Westelijk Front onlangs had ontvangen uit de strategische reserve van Stavka, kreeg het ook nog het 10e Leger toegewezen, dat ten zuiden van Moskou in de strijd geworpen moest gaan worden, op de flank van Guderians II. Armee.

    Op 5 december hadden de drie fronten gezamenlijk de beschikking over 388.000 manschappen, bijgestaan door 5.635 kanonnen en mortieren en 550 tanks. Daartegenover stond een Duitse strijdmacht van 240.000 troepen, 5.350 artilleriestukken en 600 pantservoertuigen. Hieruit blijkt duidelijk dat het Rode Leger wel degelijk een overmacht had aan manschappen, terwijl de verhouding tussen artillerie en pantservoertuigen in het voordeel van de Duitsers was. Wat ook duidelijk wordt uit deze gegevens is het feit dat de Duitsers zwaar gehavend waren en grote verliezen hadden geïncasseerd in hun wanhopige pogingen Moskou te veroveren. Het merendeel van de Sovjetformaties was echter slecht geoefend en bewapend en er heerste bovendien een gebrek aan bekwame officieren. De gearriveerde reservisten werden vrijwel onmiddellijk na aankomst bij de frontlinie in de strijd geworpen.

    De Duitse inlichtingendienst faalde opnieuw de Sovjetereserves te lokaliseren. In een rapport op 4 december deelde de inlichtingendienst mee aan het OKH dat de Sovjets de komende drie maanden niet in staat zouden zijn om grote reserve-eenheden in de strijd te werpen. Ondanks Hitlers optimisme begon Von Bock op 5 december voorbereidingen te treffen om te ver vooruitgeschoven eenheden terug te trekken met de bedoeling de frontlijn te verkorten en beter verdedigbare posities in te nemen. Hitler stemde de volgende dag in met Von Bocks maatregelen en het hoofdkwartier van Heeresgruppe Mitte gaf nog diezelfde dag orders aan de Duitse legers voor enkele terugtrekkingen die twee dagen zouden gaan duren. Terwijl de voorste eenheden van Heeresgruppe Mitte zich terugtrokken, vielen Zhukovs stoottroepen aan, voordat de Duitsers zich konden ingraven. De tegenaanval

    Het tegenoffensief bij Moskou
    Om 3.00 uur in de vroege morgen van vrijdag 5 december in temperaturen van meer dan 30° onder het vriespunt en in metershoge sneeuw opende het Rode Leger zijn tegenaanval. Het 29e en 31e Leger van Konevs Kalininfront vielen de noordelijke flank van de Klin-saillant aan ten noordoosten en noordwesten van Kalinin waar zij om 16.00 uur ondersteuning kregen van het 5e Leger. Na aanvankelijke vooruitgang strandden de Sovjetaanvallen op de goed voorbereide stellingen van de IX. Armee.

    Een dag later vielen ten noorden van Moskou het 30e Leger, het 1e Leger Stoottroepen en het 20e Leger aan in de richting van het Volga-Moskoukanaal. De half bevroren soldaten van de Wehrmacht werden compleet verrast en trokken zich massaal terug naar Klin. In het zuiden gingen op diezelfde dag het 10e en het 13e Leger over tot de aanval tegen Guderians II. Panzer Armee in het zuiden. De troepen in het centrale deel van het front, de rechterflank van Rokossovsky’s 16e Leger en de Operationele Groep Kostenko vielen op 7 december aan. Tenslotte vielen Rokossovsky’s overige troepen, de Operationele Groep Belov en het 3e en 50e Leger aan op 8 december.

    De voorste Duitse eenheden bij het Volga-Moskoukanaal trokken zich naar het westen terug en bij Klin was de ontsnappingsroute naar het zuidoosten gevuld met Duitse trucks en paard-en-wagens. De georganiseerde terugtocht ontaardde in een chaotische vlucht, waarbij voertuigen en geschut werden achtergelaten vanwege gebrek aan brandstof. Reinhardt reageerde hierop door zijn pantserdivisies opdracht te geven een verdedigende terugtrekkingsactie uit te voeren. Daardoor kwam wel de linkerflank van Hoepners 4. Panzergruppe in gevaar.

    Op 8 december braken er rond Klin zelf zware gevechten uit, terwijl het 16e Leger gestaag oprukte naar Istra. De Siberiërs van de 9e Fuseliers Gardedivisie versloegen de halfbevroren Duitsers van de Motorisierte Infanteriedivision SS ‘Das Reich’ waardoor deze zich in wanorde moest terugtrekken. Hoepner stuurde de 10. Panzerdivision om de Motorisierte Infanteriedivision SS ‘Das Reich’ uit de brand te helpen, maar de volgende dag werd hij gedwongen de 10. Panzerdivision naar het noorden te verplaatsen om Reinhardts formaties bij Klin te versterken. De Motorisierte Infanteriedivision SS ‘Das Reich’ trok zich in paniek terug naar de rivier de Istra.

    Ondanks de aanvankelijke successen verliep de vooruitgang niet parallel. Op 8 december waren de Sovjets op sommige plaatsen 20 kilometer opgeschoten terwijl op andere plaatsen de territoriale winst maar 3 kilometer was. Het 30e Leger bedreigde de linkerflank van de 3. Panzergruppe en daarmee Klin , terwijl het 1e Leger Stoottroepen, het 20e Leger en het 16e Leger zware druk uitoefenden op de Duitse linies waardoor deze teruggedreven werden naar Klin en Istra. In het noorden had Ivan S. Konev echter maar weinig vooruitgang geboekt. De IX. Armee had na een aanvankelijke Sovjetopmars van 9 kilometer het 29e Leger weer enkele kilometers teruggedrongen. Het 31e Leger had meer succes, want dat wist ten oosten van Kalinin een bruggenhoofd te slaan over de Volga en door te dringen naar het gebied ten oosten van Kalinin, waardoor de Duitse troepen in Kalinin omsingeld bedreigden te worden. De bevelhebber van de IX. Armee, Strauss, was hierdoor gedwongen twee infanteriedivisies naar het oosten van Klin over te plaatsen om een antwoord te bieden aan de opmars van het 31e Leger.

    Zhukov was gefrustreerd door de tegenvallende resultaten van het tegenoffensief. Op 9 december stelde hij een directief op waarin stond dat frontale aanvallen tegen versterkte Duitse stellingen vermeden moesten worden. In plaats daarvan moest het Rode Leger deze stellingen omzeilen en doordringen in de achterhoede om de aanvoerlijnen te verstoren en ontsnappingsroutes te blokkeren. In het directief werd ook opdracht gegeven om de Duitsers zowel overdag als ’s nachts te bestoken, om deze geen moment rust te gunnen.

    In de volgende dagen verhoogde Zhukovs rechterflank de druk op de Duitse formaties in Klin, terwijl Reinhardt wanhopige pogingen ondernam om te voorkomen dat zijn troepen omsingeld zouden worden. Het 30e Leger en het 1e Leger Stoottroepen naderden Klin vanuit het noorden en oosten. Ondertussen werden de inwoners van Istra bevrijd door Rokossovsky’s 16e Leger. Hoepners eenheden ondervonden zware druk van het 16e Leger waarop zij de dam bij het Istra Reservoir opbliezen waardoor de opmars van Rokossovsky een halt werd toegeroepen. Het smalle riviertje was een waterbarrière geworden van maar liefst 60 meter breed, waardoor Hoepner tijd kreeg om een georganiseerde verdediging op te zetten.

    Op bevel van Zhukov probeerden het 30e Leger en het 1e Leger Stoottroepen de Duitse troepen bij Klin te vernietigen. De bevelhebber van het 30e Leger, Lelyushenko, vormde een gevechtsgroep om de ontsnappingsroute ten westen van Klin te blokkeren. De aanvallen van deze gevechtsgroep werden echter door Duitse tanks afgeslagen, zodat de Duitsers Klin konden evacueren en nieuwe posities innamen bij Volokolamsk. De meeste Duitse eenheden wisten te ontkomen aan de tang van de Sovjetlegers en lieten Klin op 15 december aan de Sovjets. De val van Klin bezegelde ook het lot van Kalinin. Een dag later verlieten eenheden van het Negende Leger de stad, waarna Konevs troepen de stad bevrijdden.

    Terwijl het 30e Leger en het 1e Leger Stoottroepen Klin belegerden, probeerde Rokossovsky’s 16e Leger wanhopig om de uit zijn oevers getreden Istra over te steken. Het lukte hem om twee bruggenhoofden te slaan, maar deze werden vrijwel onmiddellijk zwaar onder vuur genomen door Duitse artillerie. Rokossovsky vormde twee gevechtsgroepen om omtrekkende bewegingen uit te voeren ten noorden van het reservoir en ten zuiden van de rivier. Hierop wees Zhukov het 5e Leger toe om Rokossovsky’s troepen bij te staan en Dovators 2e Cavalerie Gardekorps dat versterkt werd met twee tankbataljons werd ook toegevoegd aan Rokossovsky’s strijdmacht.

    Het 16e en 5e Leger met hun drie mobiele gevechtsgroepen vielen aan op 13 december en bereikten vrijwel vanaf het begin grote successen. Er werd door het 5e Leger een doorbraak geforceerd en een bres geslagen in de Duitse verdedigingslinie. Dovators 2e Cavalerie Gardekorps dook in het gapende gat en veroorzaakte grote verwarring in de achterhoede van de 4. Panzergruppe. Het 2e Cavalerie Gardekorps blokkeerde de ontsnappingsroute waardoor de 4. Panzergruppe zich vechtend naar het westen moest terugtrekken.

    Tegelijkertijd waren eenheden van het 30e Leger doorgedrongen tot maar 17 kilometer van Volokolamsk, terwijl eenheden van het 20e Leger tot enkele tientallen kilometers van Istra waren opgerukt. Hierdoor was het XXXXVI. Panzerkorps gedwongen zijn zware uitrusting achter te laten en zich zo snel mogelijk naar het westen terug te trekken om te voorkomen dat het omsingeld werd. Terwijl het XXXXVI. Panzerkorps zich terugtrok vernietigde het bruggen over de rivier de Istra om de Sovjetopmars te vertragen. Hoewel Dovator op 20 december om het leven kwam, wist het 2e Cavalerie Gardekorps de Duitse defensieve stellingen onder de voet te lopen en grote verwarring te stichten in de achterhoede. De Duitsers trokken hun troepen uit de saillanten terug en wierpen de weinig beschikbare reserves in de strijd in de sectoren waar de Sovjets voor het grootste gevaar zorgden.

    In een tijdsbestek van 11 dagen wisten de formaties op Zhukovs rechterflank maar liefst 65 kilometer door te dringen in de Duitse linies, terwijl Konevs eenheden maar langzame vooruitgang boekten. Het offensief van het Rode Leger was uiterst succesvol gebleken en de Duitse troepen ten noorden en noordoosten van Moskou waren verdreven. De Derde en Vierde Pantsergroep waren gedwongen zich in wanorde westwaarts terug te trekken naar nieuwe verdedigingslinies.

    In het zuiden wist het Rode Leger nog grotere successen te boeken. Zhukovs linkerflank voerde daar een tangbeweging uit met de bedoeling de II. Panzerarmee te omsingelen en te vernietigen. Het 1e Cavalerie Gardekorps, het 50e Leger en het 10e Leger vielen Guderians voorste eenheden aan bij Stalinogorsk en Venev. De II. Panzerarmee bezette een kwetsbare saillant ten oosten van Tula. Heinz Guderian was gedwongen om 75% van zijn troepen te ontplooien bij Tula, waardoor zijn lange rechterflank slechts bezet werd door vier infanteriedivisies. Op 6 december viel het 10e Leger aan en wist de voorhoede van de II. Panzerarmee te overrompelen. Na twee dagen verbitterde strijd slaagden eenheden van het 10e Leger er in om Mikhailov te heroveren en maar liefst 30 kilometer door te dringen in de linie van de II. Panzerarmee. Een aanzienlijk deel van de II. Panzerarmee dreigde nu omsingeld te worden. Zhukov gaf hierop het zwaar gehavende 50e Leger bij Tula de opdracht om in zuidoostelijke richting aan te vallen om de omcirkeling te voltooien. Guderian was hierdoor gedwongen zijn troepen op 8 november uit de saillant ten oosten van Tula terug te trekken om de aanval van het 50e Leger op te vangen. De terugtrekking verliep voorspoedig en de aanval van Boldin strandde door gebrek aan voldoende motorvoertuigen om snel op te rukken. Bovendien had het 50e Leger te weinig offensieve kracht omdat het in de voorgaande weken vrijwel voortdurend in actie was geweest, wat had geleid tot hoge verliezen aan manschappen.

    Na een opmars van 60 kilometer kwam het offensief van het 10e Leger tot stilstand door toedoen van de 112. Infanteriedvision. De II. Panzerarmee was door de Sovjettegenaanval in een kritieke situatie beland. Het aantal gevallen van bevriezingsverschijnselen was uitermate hoog. Op 8 december maakte Guderian melding dat één van zijn korpsen te maken had met 1.500 gevallen van bevriezingsverschijnselen, waardoor er 350 amputaties uitgevoerd moesten worden. Ook de II. Panzerarmee was gedwongen voertuigen en geschut achter te laten en zich in chaos terug te trekken.

    Ten noordoosten van Tula had Belovs 1e Cavalerie Gardekorps op 11 december Stalinogorsk heroverd. Opnieuw gaf Zhukov bevelen aan Belov en Boldin om de Duitse troepen bij Tula te omsingelen. Het 50e Leger moest vanuit Tula naar het zuiden oprukken en het 1e Cavalerie Gardekorps moest koers zetten in de richting van Plavsk. Tegelijkertijd werd het 10e Leger toegevoegd aan de aanvalsmacht bij Tula om de verrichtingen van het 1e Cavalerie Gardekorps te ondersteunen. De Sovjetpogingen mislukten echter vanwege het gebrek aan voldoende manschappen en materieel. Daarop gaf Stavka het 49e Leger opdracht om het 50e Leger te ondersteunen. Het 49e Leger wist aan de rechterflank van Boldin ten noorden van Tula een maximale penetratie in de Duitse linie van 50 kilometer te bewerkstelligen. Guderian zag zich gedwongen om zijn troepen op grote schaal te laten terugtrekken om een catastrofe te voorkomen.

    De II. Armee dat nu onder bevel stond van Generaloberst Schmidt was tot 6 december betrokken bij offensieve operaties, waardoor het geen verdedigende stellingen had ingenomen toen het Rode Leger overging tot de algehele tegenaanval. Het werd dan ook op 6 december overrompeld door aanvallen van het 13e Leger bij Yelets. Daardoor was Schmidt niet in staat om troepen te verplaatsen om de hoofdaanval van het Zuidwestelijk Front onder bevel van maarschalk Semyon K. Timoshenko op te vangen. De volgende dag viel de Operationele Groep Kostenko aan ten zuiden van Yelets en overrompelde de geïmproviseerde stellingen van de II. Armee. Op 9 december wisten eenheden van het 13e Leger Yelets te bevrijden en het XXXIX. Armeekorps te omsingelen.

    Enkele dagen later voegden het 13e en 40e Leger zich bij de aanvalsmacht ten noorden en zuiden van Yelets. De wanhopige gevechten werden heviger toen het XXXIV. Armeekorps dat omsingeld was zelf een poging ondernam om het 5e Garde Cavaleriekorps te omsingelen. Maar op 21 december waren de Sovjettroepen er in geslaagd het omsingelde XXXIV. Armeekorps te vernietigen, waardoor het OKH gedwongen werd het korps te ontbinden.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    bruggenhoofd
    Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
    Cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Stavka
    Het opperbevel van de Russische strijdkrachten in WO II, voorgezeten door Stalin.

    Afbeeldingen

    Een T-34 gaat in de aanval. Bron: http://www.aviapress.com/.

    Hitler keert zich tegen zijn generaals

    Enkele dagen hield Stalin het goede nieuws over de tegenaanval bij Moskou voor zich, totdat hij zeker was van de positieve resultaten. Pas op 13 december werd er een officieel bericht uitgegeven waarin werd verkondigd dat de Duitse aanval op de Sovjethoofdstad was afgeslagen en dat het Rode Leger over was gegaan tot de tegenaanval. Er werd melding gemaakt van de omsingeling van Klin, de bevrijding van Solnetsjnogorsk en Istra en het weerstaan van de Duitse aanval op Tula.

    De commandanten van de fronten en legers werden uitgeroepen tot de nieuwe helden van de Sovjet-Unie. De Pravda publiceerde de portretten van bevelhebbers die zich onderscheiden hadden in de gevechten bij Moskou: Georgy K. Zhukov (Westelijk Front), Konstantin K. Rokossovsky (16e Leger), Belov (1e Cavalerie Gardekorps), Ivan V. Boldin (50e Leger), Kuznetsov (1e Leger Stoottroepen), Govorov (5e Leger), Lelyushenko (30e Leger) en Andrei A. Vlasov (20e Leger).

    In de andere sectoren aan het Oostfront wist het Rode Leger eveneens successen te boeken. In het noorden wisten eenheden van het Noordwestelijke en Leningrad Front de druk op Heeresgruppe Nord te verhogen, waardoor deze gedwongen werd Tikhvin aan de Sovjets te laten. Een belangrijk sleutelpunt langs de bevoorradingsroute voor het belegerde Leningrad was terug in Sovjethanden.

    In de zuidelijke sector van het Oostfront was het Rode Leger ook overgegaan tot het offensief. Het III. Panzerkorps had op 22 november Rostov ingenomen, dat een belangrijk strategisch centrum was omdat het de toegangspoort vormde tot de olievelden in de Kaukasus. Maar de posities van het III. Panzerkorps waren veel te ver uitgerekt, waardoor deze in een gevaarlijke saillant terechtgekomen was. De bevelhebber van Heeresgruppe Süd, Gerd von Rundstedt, werd op 28 november door de toegenomen Sovjetdruk van Semyon K. Timoshenko’s eenheden gedwongen om Rostov te ontruimen en zijn troepen terug te trekken naar beter verdedigbare posities die zo’n 60 kilometer naar het westen gelegen waren aan de linkeroever van de Mius. Von Rundstedt maakte zijn plannen een dag later bekend aan het OKH en deelde mee dat de operatie volgens plan verliep. Toen Hitler dit vernam werd hij razend. Hitler gaf bevel dat het III. Panzerkorps Rostov moest behouden. Maar Rostov was inmiddels ontruimd en Von Rundstedt bood zijn ontslag aan als hij zijn plannen niet mocht uitvoeren. Hitler aanvaarde het ontslag van de Generalfeldmarschall en verving hem door Generalfeldmarschall Walther von Reichenau. Het III. Panzerkorps had de terugtrekking inmiddels voltooid en zich ingegraven in nieuwe stellingen langs de rivier de Mius, terwijl de Sovjets de bevrijding van Rostov konden vieren.

    Ook elders in de wereld vonden er begin december belangrijke gebeurtenissen plaats. In de vroege morgen van zondag 7 december had de Japanse Keizerlijke Vloot een verrassingsaanval uitgevoerd op de Amerikaanse marinehaven Pearl Harbor in de Stille Oceaan. De aanval, die werd uitgevoerd door jachtbommenwerpers die vanaf vliegdekschepen opereerden, vernietigde een aanzienlijk deel van de Amerikaanse vloot, waardoor deze voor maanden lamgelegd werd. Diezelfde dag voerden de Japanners ook amfibische landingen uit in Malakka, Singapore, Hongkong, Thailand en Sjanghai.

    De Verenigde Staten waren nu dus ook in oorlog. Op 8 december verklaarden zij samen met Groot-Brittannië officieel de oorlog aan Japan. Stalin deed dit niet, maar hij was er nu wel zeker van dat de Japanners aan de oostelijke grenzen van de Sovjet-Unie voorlopig geen offensieve operaties zouden uitvoeren tegen het Rode Leger. Aangezien Japan formeel een bondgenoot was van Duitsland verklaarde Hitler op 11 december de oorlog aan de Verenigde Staten. Nu moest Duitsland het opnemen tegen datgene wat het net had willen vermijden: een coalitie die het onmogelijk kon verslaan. Duitsland voerde in feite al een oorlog op twee fronten. In Noord-Afrika was het Duitse Afrika Korps onder bevel van Erwin Rommel door verscheidene Britse aanvallen al gedwongen om zich terug te trekken, waardoor het Britse garnizoen in Tobroek ontzet werd.

    Het effect van het Sovjetoffensief veroorzaakte grote verwarring in het Duitse opperbevel. Hitler had al vele malen voor de crisis in december overhoop gelegen met zijn generaals over de te voeren strategie. Daar kwam nog het feit bij dat Hitler veel van zijn hooggeplaatste officieren wantrouwde. Hitler had voor de oorlog al alles in het werk gesteld om de Wehrmacht geheel naar zijn hand te zetten. Zo had hij in 1938 het schandaal omtrent Von Fritsch in scène laten zetten, zodat hij het officierenkorps kon zuiveren. In 1938 werden 16 generaals van hun functies ontheven en werden er 44 anderen overgeplaatst.

    Maar in december 1941 had het Duitse leger een ernstige en gevaarlijke tegenslag ondervonden. Alle klassieke ingrediënten van een nederlaag in de strijd, die zich opstapelden naarmate de dagen korter werden, waren losgebarsten met een kracht die het hele centrum van de Duitse linie in gevaar bracht. De formaties van Heeresgruppe Mitte waren veel te ver uitgerekt en de mannen waren uitgeput. Bovendien was het merendeel van hun uitrusting versleten door de eindeloze marsen van de veldslagen van de afgelopen vijf maanden. Noch de infanterie, noch de pantsertroepen hadden voldoende bescherming tegen de verschrikkelijke kou en bij temperaturen van 35° Celsius onder het vriespunt moesten zij aanvallen weerstaan van geharde Siberische elitetroepen.

    De bevelhebbers van de legers van Heeresgruppe Mitte reageerden op de dreigende situatie door hun eenheden uit de vooruitgeschoven posities terug te trekken. Zij gingen immers uit van het militaire beginsel dat wanneer een penetratie niet kon worden afgegrendeld, de flanken moeten terugtrekken om niet zelf te worden omtrokken. Maar in de ijzige sneeuwstormen konden de Duitsers zich niet zo snel terugtrekken als de Sovjets vooruitgang boekten, die de beschikking hadden over warm geklede en bovendien in camouflagekleding gestoken manschappen. Binnen drie dagen na Zhukovs tegenoffensief, was Heeresgruppe Mitte in ernstige mate versnipperd.

    Daar kwam nog bij dat de militaire top leed aan verschillende lichamelijke kwalen. Generalfeldmarschall Walther von Brauchitsch, die de functie bekleedde van opperbevelhebber van de Wehrmacht, had sinds november te kampen met een ernstige hartkwaal. Fedor Von Bock had maagkrampen en kon maar drie of vier uur per dag uit zijn bed komen en Hoepner leed aan dysenterie. Nu het niet gelukt was om Moskou te veroveren was het gehele leger, van generaal tot gewone soldaat, aangegrepen door het verlangen zo snel mogelijk huiswaarts te keren.

    Hitler had waarschijnlijk nog voordat de nederlaag duidelijk werd, het voornemen gehad om veranderingen in de bevelvoering aan te brengen, want in de eerste week van december was hij begonnen rechtstreeks met legercommandanten en zelfs met korpscommandanten in communicatie te treden.

    De zieke opperbevelhebber Walther von Brauchitsch had op 7 december al zijn ontslag aangeboden aan Hitler. Generalfeldmarschall Von Brauchitsch werd openlijk aangewezen als zondebok voor het falen van het Duitse leger om Moskou in te nemen. In september 1939 was Von Brauchitsch met Halder overeengekomen dat, indien een ontslagaanvraag noodzakelijk was, zij samen de dienst zouden verlaten. Maar nu verzocht hij Halder nadrukkelijk om aan te blijven als stafchef van het OKH, omdat alleen hij kon helpen de rampzalige situatie aan het Oostfront in de hand te houden.

    Hitler deelde op 19 december aan Halder mee dat hij voortaan zelf de opperbevelhebber van de Wehrmacht zou zijn. En toen Hitler dit meedeelde onthulde hij zijn politieke motieven: ‘De taak van de opperbevelhebber van het leger is het leger op nationaalsocialistische wijze te trainen. Ik ken geen generaal die dat zou kunnen, zoals ik wil dat het gebeurt.’ Bij het nastreven van zijn doel zouden koppen gaan rollen. Het OKH zou nu alleen nog maar de leiding hebben van operaties aan het Russische front. Generalfeldmarschall Wilhelm Keitel nam alle administratieve werkzaamheden van Von Brauchitsch over en het OKW werd verantwoordelijk voor de controle over alle andere operationele theaters van de oorlog. Binnen drie weken had Hitler 35 generaals aan het Oostfront van hun functies ontheven en vervangen door aan hem loyale officieren.

    Generalfeldmarschall Fedor von Bock werd ontslagen als bevelhebber van Heeresgruppe Mitte en vervangen door Günther von Kluge. Het bevel over de IV. Armee werd van Von Kluge overgenomen door Kübler, maar deze werd al snel weer vervangen door Heinrici. Generaloberst Reinhardt mocht opvallend genoeg zijn functie behouden, terwijl Hoepner oneervol werd ontslagen. De nieuwe commandant van de 4. Panzergruppe werd Ruoff. Generalleutnant Walter Model, die zich als korpscommandant bewezen had, kreeg de leiding over de IX. Armee ten koste van Generaloberst Strauss. Zelfs het brein achter de pantseroorlogvoering, Generaloberst Guderian, werd de laan uitgestuurd, waarop Rudolf Schmidt werd aangewezen als zijn opvolger.

    De wijzigingen vonden niet alleen maar plaats in de bevelvoering van Heeresgruppe Mitte en de ondergeschikte formaties. Generalfeldmarschall Wilhelm von Leeb werd als bevelhebber van Heeresgruppe Nord vervangen door Georg von Küchler. Verder werden er nog tientallen legercommandanten en korpscommandanten vervangen die naar mening van Hitler hadden gefaald.

    Het eerste bevel dat Hitler als opperbevelhebber uitvaardigde was het OKW Directief van 16 december. Daarin verbood hij nadrukkelijk het terugtrekken van Heeresgruppe Mitte naar het westen, omdat daardoor te veel zware wapens en andere uitrusting achter gelaten moest worden. Hij riep de legercommandanten op om hun troepen aan te zetten tot het bieden van fanatiek verzet in hun huidige stellingen, zonder te letten op vijandelijke doorbraken op de flanken en in de achterhoede.

    In december 1941 was het bevel van Hitler ongetwijfeld de redding voor het Duitse leger ten westen van Moskou. Iedere terugtocht over sneeuw en ijs had waarschijnlijk binnen enkele dagen geleid tot de ontbinding van het front. Als Hitler dit bevel niet had gegeven had het Duitse leger naar alle waarschijnlijkheid hetzelfde lot moeten ondergaan als Napoleons Grande Armée in 1812.

    Maar het bevel had grote gevolgen voor het verdere verloop van de Duitse strategie aan het Oostfront. Overtuigd door het succes van zijn bevel gaf Hitler nog geen jaar later een zelfde bevel aan de omsingelde VI. Armee in Stalingrad, wat uiteindelijk leidde tot een militaire catastrofe.

    Het nationaalsocialistische karakter van het Duitse leger werd nog eens versterkt door het feit dat Hitler bevel gaf voor de uitbreiding van de Waffen-SS. De weinige SS-divisies in het oosten hadden tot dan toe hun plaats ingenomen naast de reguliere legerdivisies. De SS-formaties ‘Leibstandarte’, ‘Das Reich’, ‘Totenkopf’, ‘Wiking’ en ‘Nord’ werden snel uitgebreid tot volledige divisies en zouden later uitgroeien tot volledige korpsen en aan het eind van de oorlog zelfs in complete legers. De eisen voor de toetreding tot de Waffen-SS werden verlaagd en in Duitsland en in de bezette gebieden in West-Europa werden manschappen geronseld voor nieuwe SS-divisies, om te strijden tegen "het bolsjewisme". Ook werden er reguliere Duitse legerformaties uit het bezette Frankrijk en de Benelux overgeplaatst naar het oostfront.

    In alle spoed werden de Duitse divisies aan het oostfront voorzien van doelmatige winterkleding, maar voor veel militairen zou dit echter te laat komen. Er werden in december meer dan 100.000 gevallen van bevriezingsverschijnselen gemeld, waar bij 14.357 militairen één of meerdere amputaties moesten worden uitgevoerd. Door de veel te lange aanvoerlijnen liep de levering van winterkleding ernstige vertraging op. Daar kwam nog eens bij dat de bevoorrading van munitie voorrang kreeg boven de rest van de voorzieningen, zoals bijvoorbeeld medische diensten. Door gebrek aan medicijnen en gezond voedsel was er onder de Duitse militairen op grote schaal tyfus uitgebroken.

    Het Sovjettegenoffensief bij Moskou had voor eens en voor altijd de mythe van de Duitse onoverwinnelijkheid gebroken. Operatie Barbarossa was mislukt en het Rode Leger had het strategische initiatief genomen. Door de aanvankelijke successen van het verdrijven van de Wehrmacht ten noorden en zuiden van Moskou was Stalin reeds bezig met het opstellen van plannen om het Sovjettegenoffensief te verhevigen, met als doel de vernietiging van niet alleen Heeresgruppe Mitte, maar van alle strijdkrachten die het tegen de Sovjet-Unie opnamen.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    Cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Totenkopf
    Letterlijk: doodshoofd. Symbool dat door de SS werd gevoerd. Ook de naam van een SS divisie.

    Stalins eerste strategische offensief

    Voor een land dat zo zwaar was toegetakeld en een leger dat zo zwaar te lijden had gehad, was het decemberoffensief, waarbij de Duitsers voor Moskou werden verdreven, een gigantische prestatie. Toen de kans op voortbestaan zeer klein leek waren de Sovjets met zeer weinig hulp van buitenaf een massale gedisciplineerde aanval begonnen. Aangezien de tang ten noordoosten en ten zuiden van Moskou was teruggebogen, was het onmiddellijke gevaar voor de hoofdstad geweken. Voor Stalin was dit niet voldoende, hij was vastbesloten het grootste deel van het gebied wat hij verloren had met één machtige, overweldigende actie te heroveren.

    De avond van 5 januari 1942 betekende het punt vanwaar geen terugkeer mogelijk was, want Stalin had formeel besloten een grootscheepse aanval met negen Sovjetfronten op de drie Duitse legergroepen te lanceren. Dit besluit werd bekrachtigd in een voltallige vergadering van Stavka die gehouden werd met leden van het GKO, de chef van de Generale Staf, de waarnemende stafchef en met Voznesensky, voorzitter van de staatsplanningscommissie. Shaposhnikov gaf een overzicht van de voornaamste strategische operaties: de ontzetting van Leningrad, de vernietiging van Heeresgruppe Mitte, de bevrijding van de Donbass en de aanval op de Krim. Hierna vroeg Stalin aan de aanwezigen om hun mening te geven over de voorgenomen plannen. Generaal Zhukov protesteerde tegen Stalins ambitieuze plannen. Hij was van mening dat er alles in het werk moest worden gesteld om aan te vallen op de Westelijke Strategische As, aangezien Heeresgruppe Mitte in de grootste wanorde verkeerde. De versterkingen die naar de overige operationele gebieden werden gestuurd moesten volgens Zhukov gebruikt worden om de aanval op Heeresgruppe Mitte te verhevigen, omdat er nu een ontoereikend aantal troepen en materieel was toegewezen voor deze opdracht. Er was vooral een groot gebrek aan tanks en artillerie. Stalins plannen zouden uiteindelijk alleen maar leiden tot een verdere afbrokkeling van de Sovjet-aanvalssterkte. Wat Zhukov zei, kreeg ondersteuning van Voznesensky, die benadrukte dat de bestaande oorlogsproductie ontoereikend was om een succesvolle afloop van Stalins plannen te garanderen.

    Stalin luisterde en besliste: de grootscheepse aanval moest en zou plaatsvinden. Een aanval op deze schaal op dat moment kon betekenen dat de Wehrmacht totaal murw geslagen werd en dermate werd verzwakt dat het niet in staat zou zijn om in het voorjaar een tot een offensief over te gaan. Maarschalk Semyon K. Timoshenko steunde Stalin in zijn opvattingen, evenals Lavrenty P. Beria en Malenkov. Zij waren van mening dat de door Voznesensky genoemde moeilijkheden te allen tijde overwonnen konden worden. Stavka’s directieven voor dit uitgebreide offensief waren in feite al naar de bevelhebbers van de fronten uitgegaan. De bevelhebbers van het Volkhovfront en het Noordwestelijk Front hadden hun directieven al respectievelijk 17 en 18 december ontvangen. Stalin formuleerde op de januarizitting van Stavka dus geen plan, maar bekrachtigde alleen maar zijn voornemens.

    De bevelen voor het Volkhovfront werden dus al op 17 december gegeven, terwijl het Noordwestelijk Front zijn bevelen een dag later ontving. Het 54e Leger van het Leningrad Front moest van de zuidelijke oever van het Ladogameer oprukken en zich verenigen met het 4e Leger van het Volkhovfront om zodoende de Duitse strijdkrachten uiteen te slaan, die deze sector van de blokkade te land bezet hielden. Tegelijkertijd moest de rechterflank van het Noordwestelijk Front langs de benedenoever van het Ilmenmeer door Staraya Russa en Soltsy oprukken en vervolgens in noordwestelijke richting naar Luga opmarcheren, terwijl de linkerflank van het Volkhovfront naar Novgorod moest oprukken. Dat zou de ontsnappingsroutes en aanvoerlijnen van Heeresgruppe Nord afsnijden. Het Noordwestelijke Front kreeg een nog zwaardere opgave. De rechterflank moest in de noordwestelijke richting aanvallen terwijl de linkerflank diep moest doordringen in de achterhoede van Heeresgruppe Mitte, via Andreapol en Toropets via Rudnya naar Smolensk. Op die manier wilde Stalin een speerstoot uitvoeren tussen Heeresgruppe Nord en Heeresgruppe Mitte met twee afzonderlijke aanvallen vanuit één Russisch front, twee grote stoten, die diep moesten doordringen in de Duitse achterhoede. Het Westelijk Front en het Kalininfront die met gecombineerde flanken opereerden (Kalininfront + Noordwestelijk Front en Westelijk + Kalininfront) kregen de taak om Heeresgruppe Mitte te vernietigen. De voornaamste verpletterende slagen moesten in het centrum worden toegebracht.

    Het Zuidelijk en Zuidwestelijk Front zouden Heeresgruppe Süd voor hun rekening nemen en het Donbassgebied bevrijden, terwijl het Kaukasische Front, gesteund door de Zwartezeevloot, een aanval zou doen op de Krim, waar Sovjettroepen, -mariniers en -burgers het laatste overgebleven steunpunt verdedigden, de grote vlootbasis Sebastopol met de enorme forten en ondergrondse installaties. Hier probeerde de XI. Armee van Erich von Manstein zich door de zwaar versterkte linies rondom de havenstad te beuken. Om Sebastopol te ontzetten had Stavka een gewaagd plan opgesteld: Het wilde vanuit zee op het schiereiland Kertsj achter Sebastopol een strijdmacht aan land zetten. Voor deze zeer grote en volkomen geïmproviseerde amfibische operatie waren al enkele troepen naar Sebastopol gestuurd om het garnizoen aldaar te versterken. Eind december, terwijl stormen de Zee van Azov teisterden, werden landingsdetachementen van het 51e en 44e Leger voor de aanval op Kertsj gevormd. Zij vertrokken uit Novorossysk met de kruisers Krasny Kavkats en Krasny Krim, met de flottieljeleider Kharkov, escorteschepen en 14 transportschepen, bij een storm van windkracht 8 en met slechts een uiterst primitieve uitrusting. De Sovjet-landingsschepen zetten tussen 26 en 30 december 20.000 manschappen aan land. Binnen 48 uur na de beslissende zitting van Stavka begonnen de nieuwe offensieven ter uitvoering van Stalins bevelen. Op 7 januari rukte de rechterflank van het 11e Leger op langs de zuidflank van het Ilmenmeer en passeerde het Duitse bolwerk van Staraya Russa en bewoog zich in noordwestelijke richting.

    Diezelfde dag ging het Volkhovfront over tot het offensief, waarbij de bevelhebbers door Mechlis opgepord werden om vroegtijdig tot de aanval over te gaan. Net als bij het Noordwestelijke Front had het Noordwestelijke Front grote moeilijkheden bij het vervoer van mansschappen en materieel. De strijdkrachten hadden op 7 januari slechts een kwart van wat ze nodig hadden aan voedsel, brandstof en munitie.

    De linkervleugel van het Noordwestelijk Front ging op 9 januari met het 3e Leger Stoottroepen van luitenant-generaal Purkayev en het 4e Leger Stoottroepen van kolonel-generaal Andrei I. Yeremenko tot de aanval over. Yeremenko had de beschikking over een sterke strijdmacht. Hij had acht fuseliersdivisies tot zijn beschikking, drie fuseliersbrigades, tanks, artillerie en katjoesja’s. De manschappen van Yeremenko waren al door hun voedselvoorraden heen nog voor de aanval begon, aanvulling zou pas komen als zij de Duitse bevoorradingsbasis bij Toropets zouden veroveren.

    De aanval van Purkayev bewoog zich in westelijke richting tot hij bij Cholm op krachtige Duitse tegenstand stuitte, terwijl Yeremenko naar het zuiden doorstootte, Andreapol veroverde en bij Toropets de Duitse bevoorradingsbasis overrompelde. Yeremenko’s 4e Leger Stoottroepen maakte tevens Duitse tanks en communicatieapparatuur buit die hij op formidabele wijze inzette tegen de voormalige eigenaren. Yeremenko hergroepeerde zijn strijdkrachten en stootte door langs de westelijke oever van de Dvina en wist Demidov te bevrijden. Stalin besliste om vanaf toen het 4e Leger Stoottroepen onder leiding te brengen van Konevs Kalininfront.

    Terwijl Yeremenko zich van het noordoosten een weg baande in de richting van het Wit-Russische Vitebsk, diep in de achterhoede van Heeresgruppe Mitte, trachtte het Kalininfront van Konev de noordelijke Duitse vleugel weg te rukken door de IX. Armee, dat nu onder leiding stond van Heinrici, langs de lijn Rzhev-Sychevska-Vyazma te omsingelen. Ten noorden van Rzhev hadden het 39e Leger en het 29e Leger van het Kalininfront de Duitse linie in het gebied van het XXIII. Armeekorps vernietigd en Konev trok nu samen met Gorins 11e Cavaleriekorps door de opening die was ontstaan. Met het 11e Cavaleriekorps op kop trokken de Sovjetformaties nu ten westen van Rzhev, dat door de Duitse troepen verbeten werd verdedigd naar Sychevska en rukten op in de richting van Vyazma.

    Terwijl de gehele Sovjetnoordflank snel naar het westen oprukte, spoedde in het zuiden generaal Zhukov zich eveneens naar Vyazma. Zhukov zond zijn mobiele eenheden door de bres die zijn infanterie bij Kaluga hadden geslagen tussen de IV. Armee en de II. Panzerarmee. De mobiele formaties van Zhukov bestond uit de cavalerie van Belov die snel doorstootte in de richting van Joechnov dat een belangrijke plaats was van de bevoorradingsroute van de IV. Armee. Daarna zwenkte Belovs cavalerie naar het noordwesten in de richting van Vyazma. Op Zhukovs linkerflank hadden eenheden van het 10e Leger van het Bryanskfront het Duitse garnizoen te Soechinitsji omsingeld, het bastion op de zuidelijke vleugel van Heinrici’s IV. Armee.

    De Sovjetpogingen om Heeresgruppe Mitte te omsingelen leken succes te hebben. Zhukov probeerde inmiddels de Duitse strijdkrachten in het midden van zijn front te binden om te verhinderen dat er versterkingen werden aangevoerd naar zijn de eenheden die tegenover zijn flanken stonden. De opmars in het noorden verliep voorspoedig, maar in het midden vorderde de opmars maar langzaam. Op 25 januari slaagden de Sovjettroepen er niet in om Gzhatsk in een felle bestorming te veroveren. Eind januari was de druk op de Sovjethulpbronnen zo groot geworden terwijl er van Stalin steeds opnieuw bevelen werden gegeven om bepaalde afzonderlijke doelen te veroveren. Dit was de situatie die Zhukov aan het begin van het offensief had voorspeld. Tot overmaat van ramp besloot Stalin ook nog eens dat de verscheidene legers op de sleutelposities moesten hergroeperen.

    Aan het Noordwestelijke Front bleef Staraya Russa in Duitse handen, ondanks de pogingen om het stormenderhand te veroveren. Maar in het centrum van het Noordwestelijk Front waren het 11e Leger en het 1e Leger stoottroepen er in geslaagd om een grote Duitse troepenmacht te omsingelen. Meer dan 96.000 Duitse militairen van het Korps waren omsingeld bij de Valdaihoogten rondom de stad Demyansk. Deze pocket moest eerst worden geliquideerd alvorens verder naar het westen op te rukken. Door Stalins hergroeperingen werd het Noordwestelijk Front onverwachts in tweeën gedeeld. Het 3e en 4e Leger Stoottroepen op de linkerflank werden onder bevel gesteld van Konevs Kalininfront. Maar dat nam niet weg dat nog met de Demyansk-pocket moest worden afgerekend. De Luftwaffe was inmiddels begonnen met een massaal opgezette bevoorradingsactie om de omsingelde eenheden bij Demyansk van voorraden te voorzien.

    Stalin besloot toen om het 1e Leger Stoottroepen van Kuznetsov van de rechtervleugel van Zhukov, die bezig was met uiterst belangrijke operaties om de Duitse noordelijke vleugel te decimeren, weg te halen en naar het noordwesten te zenden. Deze oplossing was onmiskenbaar slecht: Zhukov verloor een leger en het duurde enige tijd voor het 1e Leger Stoottroepen aan het Noordwestelijke Front was gearriveerd. Stalin wilde ook afrekenen met het Duitse garnizoen dat nog steeds standhield bij Soerinitsji. Stalin wilde dit probleem aanpakken door Rokossovsky’s 16e Leger weg te halen van Zhukovs rechterflank en het in zuidelijke richting zenden. Deze verplaatsingen vonden plaats op persoonlijk bevel van Stalin en geen protest van Zhukov kon er verandering in brengen. De eerste noodlottige verzwakking van de Sovjet offensieve strijdkrachten was begonnen. De instructies van Stavka aan het Bryanskfront om op te rukken in de richting van Bryansk betekenden een verdere versnippering van de krachten, aangezien de kracht uit de opmars naar Vyazma werd weggenomen.

    Eind januari werd de sterkte van het Rode Leger ook verder verzwakt door de zware verliezen op het slagveld. Konevs Kalininfront had nog maar 35 tanks tot zijn beschikking, de artillerieregimenten hadden nog maar een paar kanonnen beschikbaar en de fuselierdivisies waren gereduceerd tot maat 3.000 man. Yeremenko’s 4e Leger Stoottroepen moest voor de behaalde successen een stevige tol betalen. De 249e Fuselierdivisie had van de 8.000 manschappen na drie weken strijd er nog maar 1.400 over. Het 13e Leger van het Bryanskfront dat uit vijf fuselierdivisies bestond had eind januari nog maar een totale sterkte van 11.500 man en was niet veel groter meer dan een enkele Duitse divisie. De tankbrigades aan Zhukovs Westelijk Front hadden nog maar 15 a 20 tanks beschikbaar en artillerie was nauwelijks meer voorhanden. Ook de luchtdekking begon terug te lopen, aangezien de Sovjetjagers hun maximale actieradius hadden bereikt en het moeilijk was om vooruitgeschoven vliegvelden te veroveren.

    De opmars naar Vyazma ging evenwel door. De cavalerie van Belov naderde uit het zuidwesten, de cavalerie van Gorin uit het noorden. Uit het oosten rukte het 33e Leger van Yefremov naar Vyazma op. Op de avond van de 27e januari bevond de voorhoede van Gorin zich op de autoweg van Minsk ten westen van Vyazma. De cavaleriedivisies van Belov waren de weg tussen Roslavl en Malojaroslajovets overgestoken, maar achter hen werd de opening waardoor de cavalerie eerder was doorgedrongen gedicht. Belovs Cavaleriekorps was nu afgesloten van de hoofdmacht van Zhukovs Westelijk Front.

    In de nacht van 18 januari werden 452 Sovjetparachutisten neergelaten bij Zhelanye, ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Vyazma. In de volgende vier nachten werden meer dan 1500 parachutisten uitgeworpen en tegen het einde van januari gaf Zhukov bevel om het gehele 4e Parachutistenkorps te droppen ten zuiden van Vyazma, waar Belov met zijn cavalerie en Yefremov met zijn drie divisies opereerden. Voor dat het 4e Parachutistenkorps was opgestegen werden de transportvliegtuigen op de slecht verdedigde vliegvelden verrast door de Luftwaffe. De 8e Parachutistenbrigade vertrok tenslotte en tussen 27 januari en 2 februari werden 2323 man gedropt, hoewel niet veel meer dan de helft er in was geslaagd om eenheden te vormen. Meer dan 1000 Sovjetparachutisten waren over een grote uitgestrekt moerassig terrein bij Vyazma verspreid.

    De aanval op Vyazma, die werd uitgevoerd door vermoeide, slecht uitgeruste en sterk gedecimeerde Sovjetformaties, begon te verzwakken. Machtige Duitse versterkingen die waren aangevoerd uit West-Europa sloegen de aanvallen uit het zuiden en het oosten af. De divisies van Yefremov telden elk nog slechts 2.000 man. Belov, die niet in staat was om Vyazma te veroveren kreeg bevel om een overval op Dorogobuzh uit te voeren. Gorin was niet in staat om in zijn eentje Vyazma in te nemen. Heeresgruppe Mitte was half omsingeld, maar de omsingelaars werden nu zelf omsingeld, aangezien de Duitse troepen zich in hun sectoren omdraaiden en de Sovjetformaties rond Vyazma in de rug aanvielen en afsneden. Bij Rzhev viel Generalleutnant Walter Model in noordelijke richting aan en sneed het 39e en 29e Leger van hun achterhoedes af, waardoor hun terugtocht werd geblokkeerd.

    Ondanks de Duitse tegenaanvallen bleven er gevaarlijke saillanten en diepe penetraties in het Duitse front bestaan. Terwijl Heeresgruppe Mitte in de maanden januari en februari de grootste moeite had zich staande te houden vocht Heeresgruppe Süd verwoed om de aanvallen van Timoshenko in de richting van de rivier de Donyets op te vangen. Ondanks Timoshenko’s offensieven die 70 dagen duurden wist Heeresgruppe Süd stand te houden. Op het schiereiland Kertsj werden de daar in december gelande troepen gedwongen om de havenstad Feodosia prijs te geven en waren niet in staat om op de Krim westwaarts op te marcheren. Aan het andere uiteinde van het Sovjet-Duitse front, aan de rivier de Volchov, hervatte Meretskov zijn offensief op 13 januari, waarbij het 54e Leger zich eveneens bij de rechterflank van Meretskov voegde. Maar in nauwelijks meer dan 72 uur had het 54e Leger al zijn voorraden verbruikt en moest het halthouden. Meretskov probeerde nu om een bres in de Duitse linies te slaan om zijn troepen er doorheen te laten oprukken naar Lyuban.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    Krim
    Schiereiland in Oekraïne, aan de noordkust van de Zwarte Zee, in het noorden met het vasteland verbonden door de 4 km brede Landengte van Perekop, in het oosten grenzend aan de Zee van Azov en de Straat van Kertsj.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    Maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Stavka
    Het opperbevel van de Russische strijdkrachten in WO II, voorgezeten door Stalin.

    Afbeeldingen

    De Sovjets gaan in de aanval... Bron: http://www.aviapress.com/.

    De Wehrmacht herstelt zich

    Laat in de maand januari sloegen de Sovjet aanvallende eenheden eindelijk langs de westelijke oever van de Volchov, in de bevroren modder en moerassen een bres van 18 kilometer in de Duitse verdediging. Er werd een smalle corridor gecreëerd, die de Sovjettroepen koortsachtig trachtten te verbreden. Meretskov zond het 13e Cavaleriekorps, later gevolgd door de hoofdmacht van het 2e Leger Stoottroepen door deze corridor. Sovjetcavalerie, skibataljons en tanks spoedden zich in westelijke richting en zwenkten vervolgens naar het noordwesten, naar Lyuban, met een diepe penetratie in de XVIII Armee. Maar de corridor kon niet worden verbreed en ten zuiden van Lyuban stootten Sovjeteenheden op sterke Duitse stellingen bij Krasnaya Gorka.

    In februari trachtte het 2e Leger Stoottroepen zich een weg voorwaarts te banen en het 54e Leger hernieuwde zijn aanvallen en viel uit het noordoosten in de richting van Lyuban aan. In maart waren de Duitsers aan de beurt om toe te slaan. Zie vielen de corridor aan die het 2e Leger Stoottroepen verbond met het zijn achterhoede en sloten Vlasovs troepen af. De Volchovpocket was afgegrendeld en Vlasov, die kort van tevoren nog was toegejuicht als één van de verdedigers van Moskou was met zijn hele leger tot de ondergang gedoemd. Eind februari begon het Sovjettegenoffensief met de veelvuldige aanvallen op de drie fronten onverbiddelijk ineen te storten. Behalve in het zuiden wonnen de Sovjetformaties nog steeds terrein en brachten ze de Duitsers nog steeds schade toe, maar de kritieke situatie behoorde tot het verleden.

    Bij Rzhev, op de noordelijke vleugel van Heeresgruppe Mitte, werd het Duitse front in het begin van maart hersteld. De driehoek Rzhev-Gzhatsk-Vyazma, de startplaats voor operatie Taifun was nog altijd stevig in Duitse handen, hoewel de Sovjets hadden getracht alle drie de zijden in te beuken. In het noorden rukten verse Duitse divisies afkomstig uit West-Europa op om de bres tussen de Heeresgruppen Nord en Mitte te sluiten. Op de rechterflank van Heeresgruppe Mitte bezweek deze flank niet, ondanks alle bressen en openingen die in de Duitse linies waren geslagen. Laat in de maand maart gaf Stavka aan Zhukov nieuwe bevelen. Hij moest zijn legers verder naar het westen laten oprukken. Een linie ten westen van Smolensk, Vyazma, Rzhev en Bryansk moest begin april veroverd worden. Die bevelen hielden echter helemaal geen rekening met de gevechtskracht van het Rode Leger.

    Op 27 maart lanceerden de Duitsers operatie Brückenkopf met de bedoeling om de omsingelde troepen bij Demyansk te ontzetten. Een speciaal voor deze operatie bijeengeraapte gevechtsgroep onder leiding van Generalleutnant Walther von Seydlitz-Kurzbach bestormde vanuit Staraya Russa de stellingen van het 11e Leger en het 1e Leger Stoottroepen die de buitenste ring vormden om de Demyanskpocket. Tegelijkertijd ondernamen eenheden van het II. Armee Korps een aanval om de strijdmacht van Von Seydlitz-Kurzbach tegemoet te komen. Op 29 maart kreeg luitenant-generaal Vatutin de leiding over de buitenste ring om de verdediging te coördineren. In de wouden tussen Staraya Russa en Demyansk vochten Duitse en Sovjettroepen maar liefst dertig dagen een verbitterde strijd totdat de twee Duitse aanvalsspitsen elkaar uiteindelijk zouden treffen bij Ramoeshevo aan de oevers van de Lovat, net voordat de voorjaarsregens het slagveld veranderden in een grote modderpoel.

    Tegelijkertijd ondernam Zhukov begin april ten zuidoosten van Vyazma een laatste poging met Boldins 50e Leger om de Duitse corridor die het 50e Leger scheidde van Belovs 1e Cavalerie Gardekorps en Yefremovs 33e Leger te vernietigen. Het 50e Leger stuitte echter op zware Duitse tegenstand en stuka’s bombardeerden de Sovjet-ontzettingsmacht. Zhukovs laatste pogingen mislukten vanwege gebrek aan troepen en de benodigde bevoorraden. Heinrici’s IV. Armee was inmiddels versterkt en begon met de vernietiging van het 33e Leger. Belov wist uiteindelijk nog te ontkomen maar Yefremov raakte zwaar gewond en zag zich gedwongen om zelfmoord te plegen nadat de Duitsers hun zuiveringsacties begonnen waren.

    De voorjaarsregens maakten abrupt een einde aan de Sovjet offensieve operaties. De vooruitgeschoven Sovjetsoldaten groeven zich in om hun heroverde terrein koste wat kost te verdedigen. Door de bressen in de linies werden beambten van het Rode Leger gestuurd om de acties van de partizanen te gaan coördineren. Ondertussen hadden de Duitsers in de centrale en noordelijke sector van het front aanzienlijke versterkingen aangevoerd die de bressen trachtten te dichten en daarna de frontlinie te stabiliseren.

    De afgesloten troepen van het 1e Cavalerie Gardekorps hielpen met de opbouw van een dichtbezette partizanenzone en bij Dorogobuzh hielden deze stand op een terrein dat Stalin tegen elke prijs wilde behouden. De concentratie van partizaneneenheden bleek evenwel een ernstige fout te zijn, want hierdoor konden de Duitsers ze veel gemakkelijker vernietigen. Toen de partizanen in de verdediging werden gedrongen, zoals in het voorjaar het geval was, namen hun verliezen toe en verdween hun vermogen om op grote schaal vernielingen aan te brengen snel.

    De Cholmpocket moest door de ingevallen dooi veel langer wachten op ontzetting. Pas op 5 mei, na precies 105 dagen, kwam de belegering tot een einde. Van de ruim 5.500 troepen die aanvankelijk werden omsingeld, waren er tegen het einde van de belegering nog maar 1.500 in staat om zich actief te verzetten.

    Maarschalk Semyon K. Timoshenko had Stalin al halverwege maart plannen voorgelegd om een offensieve operatie uit te voeren vanuit zijn saillant met het Bryanskfront, Zuidwestelijk Front en Zuidelijk Front. De aanval had tot doel om de Sovjet zuidelijke vleugel op de linie Gomel-Kiëv te brengen. De operatie zou later in omvang worden teruggebracht tot een aanval op Kharkov. Het Kharkovoffensief zou van start gaan op 12 mei.

    Ook de Wehrmacht was begonnen met de planning van operaties in de komende zomercampagne. Hitler wilde het Rode Leger beroven van zijn vitale oliebronnen in de Kaukasus, zodat deze niet meer in staat zou zijn om mobiele operaties uit te voeren. Tevens wilde Hitler door het verslaan van de Sovjetstrijdkrachten in het zuiden Turkije overtuigen om de kant van de Asmogendheden te kiezen. Door de verovering van de Kaukasus zou de Sovjet-Unie afgesloten worden van Britse en Amerikaanse leveringen van wapens via Iran. Er werd zelfs gesproken van een doorbraak naar het Midden-Oosten om zich samen te voegen met de troepen van Erwin Rommel in Noord-Afrika.

    Op 4 april legde Alfred Jodl aan Hitler de plannen voor betreft het komende Duitse zomeroffensief. De plannen voor het Duitse zomeroffensief zouden zich concentreren op de zuidelijke sector van het front en niet zoals een jaar eerder over de gehele lengte van het front. Een dag later werd Directief nr. 41 uitgevaardigd waarin de operationele plannen stonden vermeld voor de zomer van 1942. Het plan kreeg de codenaam operatie Blau en zou van start gaan op 28 juni 1942.

    Hoewel de Generale Staf en Stavka er van overtuigd waren dat het Duitse zomeroffensief gericht zou zijn op Moskou, hadden de Sovjet-inlichtingendiensten aanwijzingen voor de Duitse plannen voor een doorbraak in het zuiden naar de Kaukasus. Stalin negeerde echter deze berichten en liet het centrale gedeelte van het front versterken. Eind maart had de Generale Staf al een strategisch rapport aan Stalin voorgelegd met een overzicht van de Sovjet en Duitse strijdkrachten. Maarschalk Shaposhnikov en luitenant-generaal Aleksandr M. Vasilevski drongen krachtig aan op het aanvaarden van strategische defensie. Het was een gezond militair advies, maar het onderging hetzelfde lot, met dezelfde ernstige nadelige gevolgen, als het advies dat generaal Zhukov aan de vooravond van het massale offensief van het Rode Leger had gegeven.

    Tijdens de wintermaanden hadden de Sovjetfabrieken in de Oeral ondanks extreem moeilijke omstandigheden aanzienlijke hoeveelheden wapens geproduceerd. Dankzij bovenmenselijke inspanningen was de Sovjetindustrie er in geslaagd om maar liefst 4.500 tanks, 3.000 gevechtsvliegtuigen, bijna 14.000 kanonnen en meer dan 50.000 mortieren te vervaardigen. Het merendeel van deze wapens werd ontplooid in de centrale sector van het front om de vermeende hervatting van de Duitse aanval op Moskou de komende zomer op te vangen.

    Na het terugslaan van de Duitsers bij Moskou en de spectaculaire successen van december 1941 was het mislukte strategische vervolgoffensief een harde en bittere teleurstelling voor de Sovjets. Het Rode Leger was ernstig uitgeput door onafgebroken operaties en zware verliezen. De Sovjettroepen waren niet alleen vermoeid, maar begrijpelijkerwijs ook ontmoedigd. Hun verwachtingen waren door de overdreven propaganda geweldig opgevoerd. Stalin had zich als strateeg van een primitieve wijze laten zien, met een sterke neiging om alles te zeer te vereenvoudigen. In militaire zin bleef het Sovjettegenoffensief onbeslist. Geen van de drie Heeresgruppen was vernietigd of buiten gevecht gesteld en hun capaciteit om gezamenlijk te opereren was, hoewel het op sommige ogenblikken in grote wanorde verkeerde, niet aangetast.

    Dit neemt niet weg dat het Sovjettegenoffensief een ongekende prestatie was. De mythe van de onoverwinnelijkheid van de Duitse Wehrmacht, die gebaseerd was op gemakkelijke overwinningen in West-Europa en de Balkan, was gebroken. De Japanners die in het oosten aan de Sovjetgrenzen een afwachtende houding innamen, begrepen dit ook. Het Rode Leger was niet langer een geïntimideerde en gehavende strijdmacht, maar een formidabele en vastberaden vijand. De Duitsers mochten dan nog altijd beweren dat het in staat was het Rode Leger te verslaan, zij hadden in al die meedogenloze gevechten ook geleerd om respect te hebben voor het Rode Leger. De Slag om Moskou behoort dan ook tot één van de keerpunten van de Tweede Wereldoorlog.

    Definitielijst

    Armee
    Bestond uit meestal tussen de drie en zes Korps en andere ondergeschikte of onafhankelijke eenheden. Een Armee was ondergeschikt aan een Heeresgruppe of Armeegruppe en had in theorie 60.000 - 100.000 man.
    Cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    Heeresgruppe
    Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
    Maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    propaganda
    Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Bronnen

    - Bagramian I.K., Tak nachinalas' voina,Voenizdat, Moskou, 1971
    - Bauer E., Veldtocht tegen Rusland, Lekturama, Rotterdam, 1979
    - Bethell N., De aanval op Rusland, Time-Life, Amsterdam, 1980
    - Belov P.A. Za nami Moskvy, Voenizdat, Moskou, 1963
    - Bock, von F., Generalfeldmarschall Fedor von Bock: The War Diary 1939-1945, Schiffer Publishing, 2000
    - Boldin I.V., Stranitsy zhizni, Voenizdat, Moskou, 1961
    - Clarke A., Operation Barbarossa: The Russian-German Conflict 1941-1945, Cassell, Londen, 1965
    - Erickson J. & Erickson L., The Eastern Front in photographs 1941-1945, Carlton, Londen, 2001
    - Erickson J., The road to Stalingrad: Stalin's War with Germany, Yale University Press, Londen, 1975
    - Fugate, B., Barbarossa: Strategy and tactics on the Eastern Front 1941, Presidio Press, 1984
    - Glantz D.M., Barbarossa 1941: Hitler's invasion of Russia, Tempus Publishing Ltd., Gloucestershire, 2001
    - Glantz D.M., When titans clashed: How the Red Army stopped Hitler, University Press of Kansas,1998
    - Guderian H., Panzerleader, Motorbuch, Stuttgart, 1952
    - Halder F., Kriegstagebuch deel III, Stuttgart, 1964
    - Hoth H., Panzeroperationen, Heidelberg, 1956
    - Jeremenko A.I., V nachale voiny, Nauka, Moskou, 1975
    - Jukes G., The defense of Moscow, Ballantine Books, Londen, 1971
    - Mellenthin F.W., Panzer battles 1939-1945, Ballantine Books, 1985
    - Parrish, M., Battle for Moscow: The Soviet General Staff study 1942, Brasseys, Inc., 1989
    - Reinhardt K., Die Wende vor Moskau: Das Scheitern der Strategie Hitlers im Winter 1941-1942, Stuttgart, 1972
    - Rokossovski K.K., A soldiers duty, Progress Publishers, Moskou, 1970
    - Salisbury H.E., De vergeten oorlog, Luitingh, Laren, 1980
    - Samsonov A.M., Proval Gitlerovskogo nastupleniia na Moskvy, Nauka, Moskou, 1966
    - Seaton, A., The battle for Moscow, Playboy Press, New York, 1971
    - Werth A., Rusland in oorlog 1941-1945, Omega, Amsterdam, 1979
    - Ziemke E.F., Moscow to Stalingrad: Decision in the East, Fromm Int., Washington, 1989
    - Zjoekov G.K., From Moscow to Berlin: Marshall Zhukov's Greatest Battles, Noontide Press, 1989
    - Zjoekov G.K., Memoirs of Marshal Zhukov, Delacorte Press, 1971

    Gerelateerde bezienswaardigheden

    Schrijf je snel in!

    Inschrijven