Karl Dönitz - De laatste dagen van het Derde Rijk

Titel: Karl Dönitz - De laatste dagen van het Derde Rijk
Schrijver: Barry Turner
Vertaling: Gerrit-Jan van den Berg
Uitgever: Karakter Uitgevers B.V. Uithoorn
Uitgebracht: 2016
Pagina's: 368
ISBN: 9789045210650
Omschrijving:

De Brit Barry Turner begon zijn carrière als leraar en werd journalist en schrijver. Hij was redacteur van The Statesman’s Yearbook van 1997 tot 2014. Turner schreef onder meer ‘Countdown to Victory. The Final European Campaigns of World War II’ (New York 2004) en ‘Suez 1956. The Inside Story of the First Oil War’ (2006).

‘Countdown to Victory’ kreeg negatieve recensies. Waarschijnlijk beschrijft hij mede daardoor met dit boek over Karl Dönitz nogmaals de laatste dagen van het Derde Rijk en de geallieerde opmars door Duitsland. Het boek bestaat in feite uit twee delen. Centraal in het eerste deel staan Dönitz en het belang voor Duitsland van de onderzeevloot. In het tweede deel vertelt de auteur hoe Dönitz als Reich President reageerde op de nederlaag van het Derde Rijk. Hij wilde stapsgewijs een einde aan de oorlog maken; zo veel mogelijk vluchtelingen redden uit de greep van het Rode Leger en eventueel met de westerse geallieerden de strijd voortzetten tegen de Sovjet-Unie.

Nadat Adolf Hitler zelfmoord had gepleegd, werd Grootadmiraal Karl Dönitz (1891-1980) 1 mei 1945 zijn opvolger. Uiteraard niet als ‘tweede Führer’, zoals de auteur beweert, maar met de titel Reichspräsident. Dönitz was kort daarvoor benoemd tot opperbevelhebber van de Duitse land- en zeestrijdkrachten in Noord-Duitsland en de Oostzee, Nederland, Denemarken en Noorwegen. Hij had carrière gemaakt bij de Kaiserliche, Reichs- en Kriegsmarine. De enthousiaste onderzeebootman was opgeklommen van luitenant ter zee tweede klasse tijdens de Eerste Wereldoorlog tot Grootadmiraal in 1943. Als onderzeebootcommandant verbleef hij na oktober 1918 een jaar in Britse krijgsgevangenschap. Sinds 1935 was hij bevelhebber van het onderzeebootwapen en sinds 1943 ook opperbevelhebber van de Kriegsmarine. Hij was de architect van een machtig onderzeebootwapen en nauw betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe generaties (super)onderzeeboten. Hij had oog voor de mogelijkheden van een effectieve onderzeebootcampagne tegen Britse koopvaardij- en oorlogsschepen en Britse scheepvaartverbindingen met de Verenigde Staten. Dönitz maakte daarbij gebruik van verbeterde afvuurmogelijkheden van torpedo’s en op afstand bestuurbare torpedo’s en aanvallen in groepen van drie of vier boten (Rudeltaktik of wolfpackaanpak). Na 1941 namen zijn snelle en op zee te bevoorraden U-boten bovendien het scheepvaartverkeer langs de Amerikaanse oostkust onder vuur. De geallieerden verkregen echter in 1943 luchtoverwicht, ontwikkelden radar- en onderwaterdetectiesystemen en kraakten de Duitse Enigmacodes. De slag om de Atlantische Oceaan viel weldra in het nadeel van Duitsland uit, ondanks de ontwikkeling van de snorkel en nieuwe types U-boten. De geallieerde landingen in Normandië in juni 1944 en opmars door Frankrijk dwongen Dönitz zijn angstaanjagende vloot terug te trekken naar Noorwegen. Zijn jachtgebied werd het Kanaal en de Britse oostkust. De bevrijding van Parijs vond overigens niet 24 maar 25 augustus 1944 plaats.

De auteur volgt de Britse visie op operatie Market Garden waarin veel mythen voorkomen. Zo ziet men de door veldmaarschalk Montgomery gekozen aanvalsrichting aan voor doelen van operatie Market Garden. Die richting was de Neder-Rijn bij Arnhem oversteken gevolgd door een opmars om de Siegfriedlinie heen naar het Ruhrgebied en Berlijn. Doel was een snelle beëindiging van de oorlog. Het strategische doel van operatie Market Garden was echter de vestiging van een bruggenhoofd ten noorden van de Neder-Rijn tussen Arnhem en het IJsselmeer. Dit bruggenhoofd moest beschikken over diepe uitlopers over de IJssel bij Zwolle, Deventer en Zutphen. Tactische operatiedoelen waren het afsnijden van de Duitse troepen en hun lanceerbases voor V2-raketten in het westen van Nederland. De luchtlandingstroepen (Market) werden niet alleen bij Arnhem gedropt, maar ook bij Eindhoven en Groesbeek. De operatie duurde geen negen dagen van 17 tot 26 september 1944, maar was 21 september al mislukt. De auteur gebruikt ook de mythe ‘slag om Arnhem’. Lichtbewapende luchtlandingstroepen konden echter geen slag leveren met een zwaarbewapende tegenstander, zeker niet om een stad die overigens geen doel was. Onjuist is het causale verband tussen wat de auteur ziet als het hoofddoel van operatie Market Garden en het niet zuiveren van Duitsers van het westen van Nederland. Onjuist is ook het causale verband tussen de mislukking van operatie Market Garden en de hongerwinter in het westen van Nederland. De aanleiding voor het Duitse embargo op voedselvervoer naar het westen van Nederland was immers de op 17 september 1944 afgekondigde spoorwegstaking.

Dönitz wilde in 1945 de Oostzee voor Duitsland veiligstellen en steunde Duitse troepen tegen het oprukkende Rode Leger. Hitler zette het Ardennenoffensief in en het Rode Leger een enorm Sovjetoffensief over een breed front van Polen tot de Oostzeekust. De op 23 januari 1945 door Dönitz gestarte operatie Hannibal is uitvoerig beschreven. Deze reddingsactie over de Oostzee van burgervluchtelingen, sinds maart 1945 ook van Duitse troepen, had zwaar te lijden van Russische luchtaanvallen en onderzeeboten.

Ook de westerse geallieerden bleven oprukken over een breed front van de Noordzee tot de Zwitserse grens. In de Britse visie is het gebruikelijk veel aandacht te besteden aan de Brits-Canadese operatie Veritable en de Amerikaanse operatie Grenade in het Rijnland. De opmars van de Amerikaanse en Amerikaans-Franse Legergroepen blijft vrijwel buiten beschouwing. Overigens is de auteur slordig met de benaming van Montgomery’s Noordelijke Groep van Legers, voorheen 21ste Legergroep. Hij duidt die aan met Vierentwintigste Legergroep en 21ste Leger. Eind maart 1945 staken de westerse geallieerden de Rijn over, onder andere bij Wesel en Remagen. Daarna rukten ze over een breed front op naar de Elbe. De hoofdaanvalsrichting was de as Erfuhrt-Leipzig-Dresden. Berlijn was slechts het einddoel van Montgomery. In april benoemde Hitler Dönitz tot opperbevelhebber van het noorden en Kesselring van het zuiden. Dönitz vestigde zijn hoofdkwartier in Plön in Holstein, dicht bij de grens met Denemarken. Troepen van het Russische en het Amerikaanse leger ontmoetten elkaar 25 april bij Torgau aan de Elbe.

Doel van Reichspräsident Dönitz was de oorlog beëindigen. Hij wilde daarbij gebruikmaken van verdeeldheid in de Amerikaans-Brits-Russische alliantie. Voor de hand lag eerst naar het westen te kijken en de strijd in het oosten voort te zetten. Hij moest bovendien tijd winnen voor voortzetting van operatie Hannibal. Hij wilde zo veel mogelijk mensen redden uit handen van het Rode Leger. Zijn voorkeur ging daarom uit naar een wapenstilstand of afzonderlijke, regionale capitulaties met de westerse geallieerden. Montgomery’s legergroep nam 26 april Bremen in en op 2 mei Wismar en Lübeck. Hamburg gaf zich over. Sleeswijk-Holstein en Denemarken waren daardoor voor het Rode Leger afgegrendeld. Dönitz verplaatste zijn hoofdkwartier naar Flensburg en stuurde een delegatie onder leiding van admiraal-generaal Von Friedeburg naar Montgomery op de Lüneburger Heide. Die weigerde een geleidelijke terugtrekking van Duitse troepen van het front van zijn legergroep. De Britse veldmaarschalk eiste de onvoorwaardelijke capitulatie van alle troepen die tegenover zijn legergroep stonden, ook die in Denemarken. Na overleg met Dönitz tekende de Duitse delegatie 4 mei om 18.30 uur de onvoorwaardelijke capitulatie van de Duitse troepen in Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken. Deze capitulatie trad 5 mei om 08.00 uur in werking. Om verwarring te zaaien, spraken Von Friedeburg en Dönitz ook wel over een wapenstilstand. Onjuist is de bewering dat onderhandelingen leidden tot de Duitse capitulatie. Over een onvoorwaardelijke militaire capitulatie viel niet te onderhandelen. Een Duitse overgave of capitulatie was onmogelijk. De geallieerden erkenden immers president Dönitz en zijn regering niet. Uitsluitend onvoorwaardelijke militaire capitulaties waren mogelijk.

De volgende stap voor Dönitz was, met de nodige vertraging, realisering van een capitulatie van de Duitse troepen aan het westelijke front. De auteur heeft de capitulatie in Reims en ratificatie daarvan in Berlijn-Karlshorst niet geheel begrepen. Hij laat daarover zijn gedachten de vrije loop. Hij spreekt over een capitulatie in twee fasen en zelfs een overgangsperiode van twee dagen: in Reims was de eerste en in Berlijn de laatste formele capitulatiehandeling of het van kracht worden van het document van Reims. Het uitgebreide capitulatiedocument kon niet gebruikt worden omdat de geallieerden de Duitse regering niet erkenden. Generaal Jodl tekende 7 mei om 02.41 uur in Reims de verkorte Act of Military Surrender van de Duitse strijdkrachten op alle fronten. Die trad 8 mei om 23.01 uur in werking. Daarom is die dag Victory in Europe Day (V-E Day). Keitel ratificeerde in Berlijn-Karlshorst tegenover het Rode Leger omstreeks 23.30 uur de capitulatieakte van Reims. Van een capitulatiedocument en een capitulatieplechtigheid was evenwel geen sprake. Stalin maakte die ratificatie ruim twee uur later bekend. Daarom is 9 mei de Dag van de Overwinning in Rusland. De Grote Vaderlandse Oorlog was voor de Sovjet-Unie ten einde. Operatie Hannibal ging in hoog tempo door. Ook in het oosten van Duitsland probeerden velen aan het Rode Leger te ontvluchten.

Britse eenheden arresteerden 23 mei 1945 de Flensburgregering. De geallieerden bestuurden vanaf 5 juni 1945 Duitsland. Tijdens de processen van Neurenberg van 20 november 1945 tot 1 oktober 1946 werd Dönitz tot tien jaar cel veroordeeld. Hij bracht die door in de gevangenis in Berlijn-Spandau.

Het boek bevat een lijst van illustraties (foto’s en een kaart), bibliografie, notenapparaat en register.

Concluderend: het boek is goed leesbaar geschreven, vooral de tekst over Dönitz en zijn onderzeebootwapen en duikbootactiviteiten. De auteur laat als niet-historicus wat steekjes vallen bij de beschrijving van operatie Market Garden, het geallieerde offensief in het Rijnland en de capitulatie in Reims en de ratificatie van die capitulatie in Berlijn-Karlshorst. De auteur geeft een goed beeld van de rol van Dönitz tijdens de laatste fase van de oorlog. Hij biedt echter geen nieuwe informatie over Dönitz en de gebeurtenissen tijdens die fase. Het voorwoord van admiraal Lord Boyce is erg lovend. Overdreven is echter zijn constatering dat dit boek ‘op meesterlijke wijze’ een periode in de slotfase van de Tweede Wereldoorlog beschrijft. Erg jammer is het ontbreken in de inhoudsopgave van hoofdstuktitels. Inhoudelijke aanduidingen kunnen immers van groot belang zijn voor de lezer. Het vrijwel uitsluitend op literatuur gebaseerde boek is niet bedoeld voor deskundige lezers. Het kan interessant zijn voor de algemeen geïnteresseerde lezer.

Beoordeling: Redelijk

Informatie

Artikel door:
dr. Jan Brouwer
Geplaatst op:
29-05-2016
Laatst gewijzigd:
16-09-2016

Afbeeldingen