Historische objecten beoordeeld bij actie ‘Niet Weggooien!’

Op dinsdag 3 mei schenkt Herinneringscentrum Kamp Westerbork aandacht aan het erfgoed van de Tweede Wereldoorlog met de actie Niet Weggooien! Het doel van de actie is om voorwerpen en documenten uit de oorlogsjaren te bewaren voor de toekomst. Een voorbeeld hiervan is de ontroerende schenking van het spaarpotje van de destijds 3-jarige Wilhelmina Wolf. ‘Niet Weggooien!’ is het motto van de gezamenlijke actie van de Nederlandse oorlogs- en verzetsmusea, herinneringscentra en het NIOD Instituut voor Oorlogs- Holocaust- en Genocidestudies.

Nog altijd duiken bijzondere objecten uit de Tweede Wereldoorlog op. Soms bij een verhuizing, soms bij een sloop van een woning of zomaar bij het opruimen van een zolder. Variërend van een stapeltje brieven tot foto's, documenten of een voorwerp. Deze kunnen een bijzondere kijk geven op een voorbij tijdperk. Musea en instellingen willen voorkomen dat op het eerste gezicht onbelangrijk geachte originelen uit de oorlogsjaren verloren gaan en het publiek bewust maken van het belang dit materiaal als erfgoed van de oorlog te bewaren.

Dit geldt ook voor het spaarpotje van Wilhelmina Wolf (1938) uit Noordbroek. Vlak voordat zij en haar moeder zich meldden voor deportatie naar kamp Westerbork, bracht haar moeder het spaarpotje van haar dochter naar burgemeester Sjoerd Edema. Wilhelmina en haar ouders overleefden de oorlog niet, ze werd op 3-jarige leeftijd vergast in Auschwitz. De burgemeester bewaarde het spaarpotje jaren in de lade van zijn bureau. Tijdens een verhuizing in 1960 kwam het weer tevoorschijn en vertelde hij het verhaal aan zijn dochter. Zij vond, nu zij ruim negentig jaar oud is, dat het spaarpotje in het archief van het Herinneringscentrum kamp Westerbork bewaard moest worden en dat het verhaal van Wilhelmina en haar ouders moest worden verteld.

In het spaarpotje trof de conservator tientallen oude munten aan, een handgeschreven briefje en een gouden ring. De ouders van Wilhelmina, Moses Wolf en Sophia Falke, woonden in Noordbroek. Op 10 juli 1942 moest Mozes met honderden andere Joodse mannen uit de stad en provincie naar een Joods werkkamp. Moeder en Wilhelmina bleven alleen thuis. Tussen 3 en 5 oktober 1942 moest het hele gezin zich melden in kamp Westerbork, daar zagen de twee vader weer terug. Op 12 oktober 1942 werd het gezin naar Auschwitz gestuurd. Alle drie werden op de dag van aankomst in de gaskamers vermoord.

Collectie medewerkers van het Herinneringscentrum staan klaar op 3 mei, om door het publiek meegebrachte voorwerpen uit de Tweede Wereldoorlog te bekijken, vragen te beantwoorden en advies te geven over eventuele schenkingen aan het museum of archief. Het spaarpotje van Wilhelmina Wolf is te zien in de basistentoonstelling in het museum van Kamp Westerbork.

Gebruikte bron(nen)