Fout Helmond: Een vader en zijn dochters

De Tweede Wereldoorlog wordt vaak beschreven, zo ook in Helmond. De verzetsmannen, onderduikers, slachtoffers en geallieerde acties komen vaak aan bod. Wat minder vaak voorkomt is het verhaal van de andere kant. De Helmondse bevolking die de verkeerde keuze maakte. Zij die met de Duitsers heulden. Soms een beetje fout, soms heel erg fout. We zullen proberen in deze serie een aantal van deze verhalen te behandelen. Geanonimiseerd, dat wel.

P. was een vader van in ieder geval twee dochters, A. en B. Zijn dochters werden in respectievelijk 1921 en 1926 geboren. Beide waren als leidster actief geweest in de Jeugdstorm. Ze gaven na de oorlog beide als verklaring dat ze dat vooral gedaan hadden voor het jeugdwerk. Voor de politieke kant van de organisatie hadden ze niet veel gevoeld. De president van het tribunaal vroeg aan B. of ze pro-Duits was. Als reactie gaf ze: “Ik weet het niet! Wat verstaat u daaronder?” B. was tevens lid geweest van de Germaansche Landdienst. Een organisatie die in Oost-Europa voor de landbouw moest gaan zorgen. A. had een aanbod gekregen om als sportleidster te gaan werken voor de Nationaal-Socialistische Vrouwenorganisatie (N.S.V.O.), maar dat had ze afgewezen. Wel had ze een aantal keer met de N.S.V.O. samengewerkt. Verder was ze bij het bezoek van Mussert aan Helmond in 1942 met de Jeugdstorm aanwezig. A. gaf als reden dat “dit was bij wijze van versiering, denk ik”.

Beide dochters waren voor vier maanden vrijwillig naar Polen gegaan om daar te gaan werken. B. was daar echter ziek geworden en had naar eigen zegge niet gewerkt. Ze keerde terug naar Helmond en kreeg via de N.S.B.-burgemeester H.A. Maas een baan bij de gemeente. Haar zus gaf aan dat ze na terugkeer uit Polen was gestopt bij de Jeugdstorm. Beide vrouwen hadden al 12 maanden vast gezeten. Het tribunaal vond dat voldoende. Beiden werden ook uit het actief en passief kiesrecht gezet en mochten geen ambt meer bekleden dat van publieke gelden werd betaald.

Vader P. werd een hele lijst aan beschuldigingen ten laste gelegd. Hij was lid geweest van de N.S.B., de N.V.D. (Nederlandsche Volksdienst), het N.A.F. (Nederlands Arbeidsfront) en het Economisch Front. Daarnaast was hij hulp-landwachter en hielp in die hoedanigheid bij de arrestatie van onderduikers. Hij collecteerde voor de Winterhulp en kreeg vrijstelling voor het houden van een radio. Hem werd ook aangerekend dat hij zijn dochters toestemming had gegeven tot lidmaatschap van de Jeugdstorm. P. ontkende een aantal beschuldigingen, maar welke is niet helemaal duidelijk. Zijn advocaat omschreef P. als een “slappe figuur, N.S.B.er geworden uit armoede”. De advocaat vroeg dan ook om vrijlating. P. had op dat moment al anderhalf jaar vastgezeten.

Het zou anders uitpakken. Het tribunaal adviseerde de regering om P. zeven jaar vast te houden, tot september 1951. Ook hij werd uit het actieve en passieve kiesrecht gezet.

Namen en bronnen zijn bij de schrijver bekend. Wilt u iets delen? Neem dan contact met ons op!

Gebruikte bron(nen)