Fout Helmond: De kunstschilder en zijn schoonvader

De Tweede Wereldoorlog wordt vaak beschreven, zo ook in Helmond. De verzetsmannen, onderduikers, slachtoffers en geallieerde acties komen vaak aan bod. Wat minder vaak voorkomt is het verhaal van de andere kant. De Helmondse bevolking die de verkeerde keuze maakte. Zij die met de Duitsers heulden. Soms een beetje fout, soms heel erg fout. We zullen proberen in deze serie een aantal van deze verhalen te behandelen. Geanonimiseerd, dat wel.

De Nederlandsche Kultuurkamer werd in 1942 door de Duitsers opgericht. Kunstenaars, schrijvers, acteurs, muzikanten en journalisten moesten zich hierbij verplicht aansluiten, anders mochten ze hun werk niet meer doen. Velen deden dat ook, maar een aantal weigerde. Joden waren uitgesloten. Er waren zes gilden, de kunstschilders vielen onder het Gilde voor Bouwkunst, Beeldende Kunsten en Kunstambacht.

Kunstschilder T. had zich bij de Kultuurkamer aangesloten zodat hij een vergunning voor het verkrijgen van linnen kon krijgen. Daarnaast was hij op aandrang van zijn schoonvader en als gevolg van armoede lid geworden van de N.S.B. Hij was in november 1940 getrouwd met de dochter van een N.S.B.'er. zijn schoonvader was tevens lid van het N.A.F. (Nederlands Arbeidsfront) en blokleider van de N.V.D. (Nederlandsche Volksdienst).

Het tribunaal hield er rekening mee dat hij maar kort lid was geweest van de N.S.B. en dat dit onder invloed van zijn schoonvader was gebeurd. Hij had al 4,5 maand vast gezeten en werd daardoor meteen in vrijheid gesteld. Wel werd hij uit het actieve en passieve kiesrecht gezet.

Zijn schoonvader J. was naast de eerder genoemde organisaties ook actief voor de Winterhulp geweest. Bij het collecteren had hij meerdere malen dreigementen geuit, iets wat J. zelf tijdens de zitting ontkende. Volgens de Helmondsche Courant kreeg hij “de wind van voren, een der Tribunaalleden had dienaangaande persoonlijke ervaringen!” Verder werd hem ten laste gelegd dat hij tijdens de April-Meistaking van 1943 op het postkantoor een verslag had geschreven en dat had doorgestuurd naar de kringorganisator der Beweging. Hierin noemde hij enkele namen van bij de staking betrokken collega’s, die hij hierdoor in gevaar bracht.

Zijn advocaat gaf aan dat J. echter geen landverrader was. Hij had geweigerd onderduikers aan te geven. “Na ca 1,5 uur landwachtdienst te hebben verricht – aldus pleiter – brak zijn cliënt met Landwacht en Beweging op een ogenblik dat zulks voor hem vele risico's met zich bracht.” De advocaat vroeg om snelle vrijlating. Hij had al 20 maanden gezeten en zijn grote gezin verkeerde in “zorgelijke omstandigheden”. J. gaf nogmaals aan dat hij zijn verkeerde houding ten zeerste betreurde.

Schoonvader J. werd veroordeeld tot 2 jaar, waardoor hij nog een aantal maanden zou vast zitten. Daarnaast werd ook hij uit het actieve en passieve kiesrecht gezet. Hij mocht ook niet meer als “humorist-conferencier” optreden.

Namen en bronnen zijn bij de schrijver bekend. Wilt u iets delen? Neem dan contact met ons op!

Gebruikte bron(nen)