TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Oorlogsmonument Zoniënwoud

Dit monument in het Zoniënwoud / Forêt de Soignes herdenkt 11 Belgische boswachters die zijn omgekomen of vermist in de Eerste Wereldoorlog.

Ligging:
In het Zoniënwoud, op het grondgebied van de gemeente Ukkel in het Brusselse Gewest, langs het Grasdellepad (dicht bij het kruispunt van de Harasdreef en de Bundersdreef).

Informatie:
Het monument kwam er op initiatief van de heer Crahay, destijds directeur generaal van het departement Waters & Bossen. Hij wilde er de boswachters mee herdenken die tijdens WO1 gesneuveld waren of gefusilleerd werden door de Duitse bezetter. Voor de financiering ervan organiseerde hij een inzamelactie, waarop tal van grote houtverwerkende bedrijven intekenden. Ook verschillende prominenten, steden, gemeenten, en clubs leverden een bijdrage.

Met het ingezamelde budget, het voor die tijd stevige bedrag van precies 23.353,50 Belgische franken, kon men aan de slag en er werd een kunstenaar aangesteld om het monument te ontwerpen. De keuze viel op Richard Viandier.

Viandier was geboren in 1859 in het Waals Brabantse Nil-Saint-Vincent. Van 1897 tot 1914 werkte hij geregeld samen met het agentschap Waters & Bossen waarvoor hij verschillende tentoonstellingen organiseerde. Hij maakte deel uit van de School van Tervuren, een groep kunstenaars die Tervuren uitkoos en daar dezelfde onderwerpen zoals het Zoniënwoud in dezelfde stijl schilderde. Viandier stond bekend als een eenzaat. Hij werd door zijn collega’s ook wel "l’homme du bois" of snel vertaald "de bosmens" genoemd, omdat hij veel tijd in het bos doorbracht. Viandier had dan ook een grote interesse voor het zoniënwoud en dan vooral voor de torenhoge beuken. Die duiken dan ook frequent op in zijn schilderijen, waar hij het licht liet spelen tussen die bomen en de struiken of waterpartijen eronder. Een aantal van die schilderijen zijn ook nu nog te bezichtigen in het gemeentehuis van Hoeilaart.
Toen zijn monument voor de boswachters werd onthuld, in 1920, werd Viandier Ridder in de Leopoldsorde - in 1931 werd hij zelf gepromoveerd tot Officier in diezelfde orde. In 1949 overleed hij.

Voor het monument liet "bosmens" Viandier zich inspireren door begrafenisriten van de Kelten, waaraan hij de romantische toets gaf die in die tijd zo populair was. De hele site heeft de vorm van een "cromlech" - een cirkel van stenen en werd uitgevoerd in puddingsteen uit het Waalse Wéris, niet toevallig het centrum van megalieten in België. Elf monolieten staan rond een centrale portiek met daarop de woorden "Aux forestiers morts pour la patrie 1914-1918". Zoals gebruikelijk toen, werd er geen vertaling in het Nederlands aangebracht. Ook achteraf werd die niet aangebracht. In het Nederlands betekent de inscriptie zoveel als "Opgedragen aan de boswachters die stierven voor het vaderland 1914 - 1918".
De elf kleine menhirs vormen dus een eerbetoon aan deze 11 gesneuvelde of terechtgestelde boswachters:

Jean-Pierre-François Bieuvelet, boswachter in Thibessart - gefusilleerd op 22 augustus 1914, samen met zijn zoon

Gustave-René Coulon, boswachter te Etalle - opgehangen aan een boom én nadien ook nog gefusilleerd op 22 augustus 1914

François-Joseph-Jules Cozier, hoofdboswachter - gefusilleerd op 26 augustus 1914 in de slachting van Aarlen waarbij 108 mannen en 1 vrouw werden gedood als wraak omdat er door burgers op de Duitse troepen geschoten zou zijn.

Servaas Dauchy, boswachter te Westouteren - gefusilleerd in oktober 1914 aan de poort van het kerkhof omdat hij zijn dienstrevolver droeg.

Pierre-Jacques-Félix Graisse, boswachter te Latour - gefusilleerd op 24 augustus 1914 in de slachting van Latour waarbij 70 mannen uit het dorp Latour omkwamen. Ze werden verplicht om eerst de gesneuvelde soldaten op een slagveld in de buurt te begraven en moesten vervolgens hun eigen graf delven, waarna ze vermoord werden.

Arthur-Joseph Liégeois, boswachter in Daverdisse - gesneuveld op 22 februari 1918

Philippe-Augustin-Joseph Marinier, boswachter te Chimay/Forges. Hij was korporaal bij de 1e jagers te voet toen hij op 22 oktober 1914 gewond raakt en de onderscheiding voor oorlogskruiser kreeg. Hij maakte de hele oorlog mee achter de IJzer maar sneuvelde op 3 oktober 1918. Volgens ooggetuigen werd hij getroffen door een kogel van een Duits vliegtuig. In een bewaarde brief van zijn vader geeft die echter een andere doodsoorzaak aan: zijn zoon zou in stukken gereten zijn door de inslag van een obus nabij de Koffiemolenhoek te Oostnieuwkerke. Waarschijnlijk wilden de ooggetuigen het beter voorstellen aan zijn ouders en logen ze daarom over het vliegtuig.

Alphonse Orban, boswachter in Villez-Laroche, diende in het 14e Linieregiment - gesneuveld in november 1914.

Charles-Valère Peygnard, boswachter in Etalle - gesneuveld in december 1917. Hij werd dodelijk getroffen door een Duitse granaat, op het moment dat hij na 3 dagen in de loopgrachten, afgelost werd en naar het achterland op rust kon gaan.

Alphonse-Emile Robert, boswachter te Anlyoy - gefusilleerd op 23 augustus 1914

Albert-Antoine-Ghislain Simon, boswachter te Soulme - gesneuveld als soldaat cyclist van het 1e linieregiment in augustus 1914, toen zijn eenheid terugtrok uit Namen.

Op 30 mei 1920 werd het monument onthuld en werd er ook een vrijheidsboom geplant. De onthulling werd bijgewoond door graaf Amédée Visart de Bocarmé, als politicus én bosbouwer de geknipte voorzitter van het organiserend gezelschap, door baron Albéric Ruzette, destijds minister van Landbouw (waaronder Waters & Bossen viel) en door graaf Henri Carton de Wiart, die later dat jaar Premier van België zou worden.

Tegenwoordig wordt het monument, omwille van zijn vorm, ook door de Druiden van België gebruikt voor rituelen en feesten.

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)

  • Tekst: Tim t' Kint & Fedor de Vries
  • Foto's: Tim t' Kint