De fabriek voor synthetische benzine (Duits: Hydrierwerke Pölitz – Aktiengeselschaft) te Police kent een gruwelijke geschiedenis. De bouw van dit complex was in 1937 begonnen als één van de 12 fabrieken van I.G. Farben. De brandstof die hier geproduceerd werd was bedoeld voor het Duitse leger. Het uitbreken van de oorlog versnelde de groei van het complex vanwege de toestroom van 'goedkope arbeidskrachten' uit de bezette gebieden. De volgende dwangarbeidkampen werden bij het complex neergezet:

Tobruklager (vanaf 1944: Jasenitzlager) - Een van de grotere kampen (9.000 gevangenen in 1944) en was tussen 1943 en februari 1945 in gebruik voor arbeiders uit West-Europa.
Pommernlager - Voor Polen en krijgsgevangenen. Tussen 1940 en 24 maart 1945 in gebruik.
Hägerwelle - Heropvoedingskamp.
Dr. Dürrfeldlager (vanaf 1942: Nord-Lager).
Wullenverlager - Kamp voor Westerse arbeiders. Tussen 1942 en 1945 in gebruik.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog was dit complex tevens een subkamp van de concentratiekampen Stutthof, Sachsenhausen en Ravensbrück. In totaal werkte hier 30.000 dwangarbeiders, concentratiekamp gevangenen en krijgsgevangenen. 13.000 van hen stierven door uitputting, gebrek aan medische zorg, ziekte, honger of moord. De geallieerden hebben meerdere malen tevergeefs de fabriek gebombardeerd.

Het complex tegenwoordig:
Tegenwoordig is het 1.500 ha grote terrein verlaten en veel fabrieksgebouwen die hier staan zijn beschadigd of geheel vernietigd. Desalniettemin is de voormalige synthetische benzine fabriek te Police een bezienswaardigheid die zeker de moeite waard is.

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)