TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, BelgiŽ, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Nieuwste artikelen

Tanks door de jaren heen (1900-2021)
  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 30 december 2020

Tanks door de jaren heen (1900-2021)

Tanks zijn gepantserde rupsvoertuigen met een draaibare koepel, een kanon c.q. geschut, machinegeweren en rupsbanden. Zij behoren tot de klasse der pantservoertuigen en kunnen vijandelijke posities, vaak bestaande uit loopgraven met prikkeldraad, machinegeweerstellingen en bunkers aanvallen en uitschakelen. Althans, dat was een belangrijke taak van de tank die tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) ingezet werd. De eerste tanks verschenen tijdens de Eerste Wereldoorlog, bijvoorbeeld op het slagveld van Cambrai in 1917 waarbij tientallen Britse tanks ingezet werden.

Douglas  DT
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 28 december 2020

Douglas DT

De vanaf 1921 geproduceerde Douglas DT bommenwerper was het eerste product van de Douglas Aircraft Company waar een militair contract voor werd verkregen. De torpedobommenwerper werd in verschillende varianten geleverd aan de U.S. Navy, de SjŲforsvaret (Noorse Marine) en de Peruaanse marine. Tijdens de Duitse invasie van Noorwegen in april 1940 waren in Noorwegen nog steeds enkele toestellen in dienst.

Duitse Spoorweggeschut 80 cm Kanone (Eisenbahn) Gustav-Geršt
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 14 december 2020

Duitse Spoorweggeschut 80 cm Kanone (Eisenbahn) Gustav-Geršt

Speciaal om bressen te kunnen slaan in de formidabel geachte Franse Maginot-linie, ontwikkelden de Duitsers een gigantisch stuk spoorweggeschut met een kaliber van maar liefst 80 cm. Toen Hitler de aanval inzette was het wapen echter nog niet klaar. Het werd nog gebouwd bij Krupp in Essen. Eind 1940 konden de proefnemingen beginnen en begin 1941 werd het operationeel verklaard. Op dat moment had men echter geen enkel doel dat de inzet van een dergelijk duur wapen rechtvaardigde.

Duitse Spoorweggeschut 38 cm Kanone (Eisenbahn) Siegfried
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 13 december 2020

Duitse Spoorweggeschut 38 cm Kanone (Eisenbahn) Siegfried

Met de productie van de 38 cm Kanone (Eisenbahn) Siegfried, greep men weer terug op het gebruik van marine geschut zoals dat bij het "Sofort-Programm" was gedaan. Op basis van het 38 cm SK C/34 geschut dat bekend was van de Bismarck-klasse slagschepen en de geplande renovatie van de Scharnhorst-klasse. Het was tevens het grootste kaliber Duitse spoorweggeschut (WH) dat nog in ťťn geheel over bestaand spoor kon worden getransporteerd

Duitse Spoorweggeschut 28 cm Kanone 5 (Eisenbahn) Leopold
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 december 2020

Duitse Spoorweggeschut 28 cm Kanone 5 (Eisenbahn) Leopold

Het tweede ontwerp Duitse Spoorweggeschut (WH) uit het lange termijn programma dat volgde op het "Sofort-Programm", de 28 cm Kanone 5 (E) "Leopold", bleek een groter succes dan de 21 cm Kanone 12 (E). Het was een totaal nieuw ontwerp van Krupp, dat in 1934 begon met de productie. De eerste exemplaren rolden in 1936 uit de fabriek en bleef in productie tot in 1945.

Duitse Spoorweggeschut 21 cm Kanone 12 (Eisenbahn)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 december 2020

Duitse Spoorweggeschut 21 cm Kanone 12 (Eisenbahn)

Als vervolg op het korte termijn "Sofort-Programm", werd bi de Duitse Heer ook aan een lange termijn programma voor de ontwikkeling van nieuw Duitse Spoorweggeschut (WH) gewerkt. Het eerste ontwerp in deze reeks van een lang dragend, 21 cm geschut, de 21 cm Kanone (Eisenbahn).

Duitse Spoorweggeschut 28 cm Kanone (Eisenbahn)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 december 2020

Duitse Spoorweggeschut 28 cm Kanone (Eisenbahn)

Als opvolging van de 24 cm Kanone (E) Theodor en Theodor Bruno werd als laatste reeks in het "Sofort-Programm" de zogenaamde Vierer-Bruno-Familie ontwikkeld. Dit was een reeks 28 cm Kanone (E) welke in vier groepen zijn te verdelen, de "Kurze Bruno", de "Lange Bruno", de "Schwere Bruno" en de "Neue Bruno".

Duitse Spoorweggeschut 24 cm Kanone (Eisenbahn)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 11 december 2020

Duitse Spoorweggeschut 24 cm Kanone (Eisenbahn)

Na de kleinere kalibers van de 15 cm Kanone (E), de 17 cm Kanone (E) en de 20,3 cm Kanone (E), werden een reeks stukken Spoorweggeschut (WH) gefabriceerd op basis van een kaliber van 24 cm (23,8). Afhankelijk van het gebruikte geschut werden de 24 cm Kanone (E) "Theodor" (24 cm SK L/40 C/94) en 24 cm Kanone (E) "Theodor Bruno" (24 cm K L/35 C/88) op spoorwegwagons met twee vier-assige draaistellen.

Duitse Spoorweggeschut 20,3 cm Kanone (Eisenbahn)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 11 december 2020

Duitse Spoorweggeschut 20,3 cm Kanone (Eisenbahn)

Het derde type Duitse Spoorweggeschut (WH) binnen het "Sofort-Programm" zou uitgerust worden met een 21 cm geschut. De wagons waren echter eerder klaar dan dat it nieuwe geschut in gebruik kon worden genomen. Er werd gekozen voor de 20,3 cm Schnelladekanone C/34 van de Kriegsmarine

Duitse Spoorweggeschut 17 cm Kanone (Eisenbahn)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 10 december 2020

Duitse Spoorweggeschut 17 cm Kanone (Eisenbahn)

Gelijktijdig met de ontwikkeling van de 15 cm Kanone (E), werd de 17 cm Kanone (Eisenbahn) ontwikkeld. Hiertoe werden zes stuks 17 cm Schnelladekanone L/40 geplaatst op dezelfde type zes-assige onderstellen van spoorwegwagons als die bij de 15 cm variant waren gebruikt.

Duitse Spoorweggeschut 15 cm Kanone (Eisenbahn)
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 10 december 2020

Duitse Spoorweggeschut 15 cm Kanone (Eisenbahn)

Het lichtste Duitse spoorweggeschut dat in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werd geproduceerd was het 15 cm Kanone (Eisenbahn). Hiertoe werden vier stuks 15-cm Schnelladekanone L/40 (Wehrmacht) en vier stuks 15-cm Schnelladekanone L/45 (Kriegsmarine) op zes-assige spoorwegwagons gemonteerd.

Sikorsky R-4
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 10 december 2020

Sikorsky R-4

De Sikorsky R-4 was de eerste helikopter ter wereld welke op grote schaal werd geproduceerd. De vanaf begin 1943 geproduceerde helikopter werd operationeel ingezet in de Tweede Wereldoorlog als reddingshelikopter voor de US Coast Guard en het oorlogsgebied China-Birma-India als reddings- en verbindingshelikopter. De Sikorsky deed dienst bij de US Air Force, US Navy, US Coast Guard, Royal Air Force en Royal Navy. Bij de US Navy en US Coast Guard werd de helikopter aangeduid als Sikorsky HNS-1 en bij de Britten als Sikorsky Hoverfly.

Amerikaanse escortevliegdekschepen van de Commencement Bay-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 7 december 2020

Amerikaanse escortevliegdekschepen van de Commencement Bay-klasse

In 1943 was de US Navy nog steeds op zoek naar de beste koopvaardijromp die als basis kon dienen voor een snel en goedkoop te bouwen escortevliegdekschip. De schepen die het snelst gebouwd konden worden waren die van de Casablanca-klasse, maar omdat deze gebaseerd waren op Maritime Commissionís C3-type rompen hadden ze toch hun beperkingen. Vooral de compartimentering en daarmee het vermogen om schade te incasseren na bom- of torpedotreffers zonder te zinken, liet te wensen over. Het door de vijand tot zinken brengen van vijf schepen van deze klasse bevestigde later dit argument. Ook het feit dat deze schepen slechts een olievoorraad voor eigen gebruik konden inslaan, sprak in hun nadeel. De conclusie van de Amerikaanse marine was dat de vier schepen van de Sangamon-klasse tot nu toe de beste escortevliegdekschepen waren. Deze op Maritime Commissionís T3-type gebaseerde schepen beschikten over veel compartimenten en konden een schier onuitputtelijke voorraad olie bunkeren. Hierdoor waren ze vrijwel onzinkbaar door enkele treffers en konden ze hun eigen escorte van torpedobootjagers op zee van olie voorzien.

Britse escortevliegdekschepen van de Nairana-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 25 november 2020

Britse escortevliegdekschepen van de Nairana-klasse

In 1942 wist de Royal Navy nog niet wanneer de Amerikaanse Bogue-klasse escortevliegdekschepen, die als de Attacker-klasse en de Ameer-klasse in Britse dienst zouden komen, in dienst gesteld konden worden. Omdat de behoefte aan dergelijke schepen bijzonder groot was, besloot de Britse admiraliteit drie koopvaardijschepen, waarvan de bouw nog maar net begonnen was, te vorderen en af te laten bouwen als hulpvliegdekschepen. De drie gekozen schepen waren op stapel gezet op drie verschillende werven. Dit waren Harland & Wolff te Belfast, Noord-Ierland, Swan Hunter Shipbuilding te Tyne and Wear, Engeland en John Brown & Company te Clydebank, Schotland.

Avro Anson
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 16 november 2020

Avro Anson

Buiten de Supermarine Spitfire en de Hawker Hurricane werd de Avro Anson het meest gebouwde Britse vliegtuig. Tussen 1934 en 1952 werden in totaal meer dan 11.000 Anson's geproduceerd. Het toestel werd oorspronkelijk ontworpen als maritiem patrouillevliegtuig, maar kreeg haar naam als standaard trainingsvliegtuig in vele landen, waaronder na de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

Breda Ba.28
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 26 oktober 2020

Breda Ba.28

De Breda Ba.28 was een opleidingsvliegtuig dat was ontwikkeld uit de Breda Ba.25. Het toestel werd gebruikt door de Italiaanse luchtmacht (50) en werd geŽxporteerd naar Afghanistan (2), China (18), Noorwegen (6), Oostenrijk (12) en Spanje (6). Ontwikkeld in de tweede helft van de jaren 1930, deden bij diverse landen nog verschillende van deze toestellen dienst bij aanvang en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook in Duitsland werden diverse toestellen gebruikt, waaronder door NSFK Gruppe 17.

Brits escortevliegdekschip HMS Pretoria Castle
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 17 oktober 2020

Brits escortevliegdekschip HMS Pretoria Castle

Na de levering van de Ameer-klasse escortevliegdekschepen kon de Royal Navy niet meer rekenen op de Amerikanen om nog meer van dergelijke schepen op leenbasis te mogen ontvangen. De Britten waren op zichzelf aangewezen om nog meer escortevliegdekschepen in de vaart te krijgen. Er was echter een probleem. In Groot-BrittanniŽ raakten de beschikbare rompen om te laten ombouwen tot carriers op. De British Admiralty liet zijn begerig oog vallen op de hulpkruiser HMS Pretoria Castle. Dit relatief snelle, diesel aangedreven schip zou uitstekend geschikt zijn om, eenmaal omgebouwd, te fungeren als escortevliegdekschip.

Arado Ar 196
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 12 oktober 2020

Arado Ar 196

In 1936 startte het Duitse Ministerie voor Luchtvaart (Reichsluftfahrtministerium) een programma voor de vervanging van het verouderde maritieme toestel Heikel He 50 als katapultvliegtuig voor aan boord van de schepen van de Kriegsmarine. De eisen omschreven een verkenningsvliegtuig met ťťn of twee drijvers, twee bemanningsleden en een vermogen van tussen de 800 en 900 pk. Arado kwam hiervoor met het ontwerp van de Arado Ar 196. Het toestel zou de belangrijkste ťťn motorige verkenner van de Kriegsmarine worden

Wirraway, Commonwealth
  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 8 oktober 2020

Wirraway, Commonwealth

Door de dreigende situatie in de Pacific besloot de Australische overheid tot het zelf produceren en ontwerpen van vliegtuigen. Hiertoe werd de Commonwealth Aircraft Corporation (CAC) opgericht. Eťn van de eerste toestellen die door deze maatschappij werd geproduceerd was een licentieontwerp op basis van de North American NA-26. Dit werd de Commonwealth CA-1 Wirraway.

Britse escortevliegdekschepen van de Ameer-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 18 september 2020

Britse escortevliegdekschepen van de Ameer-klasse

De Britse escortevliegdekschepen van de Ameer-klasse waren niet alleen de opvolgers van de vaartuigen van de Attacker-klasse, maar in feite ook zusterschepen. De schepen van beide klassen waren de Britse versies van de Amerikaanse Bogue-klasse hulpvliegdekschepen, die in het kader van de Lend & Lease Act aan de Royal Navy geleverd werden. De Bogue-klasse escortevliegdekschepen werden in twee groepen gebouwd waarvan de tweede groep vrijwel geheel bestemd was voor de Britse marine. Eigenlijk zouden de Britten een aantal van de Casablanca-klasse escortevliegdekschepen overnemen, maar hun specificatie eisen stonden haaks op de Amerikaanse ambitie om dergelijke schepen snel en volgens een strakke en efficiŽnte serieproductie te fabriceren. Hun schepen moesten voldoen aan absolute standaardspecificaties. De Bogue-klasse schepen hadden weliswaar een wat ouder ontwerp, wat gebaseerd was op C3-type koopvaardijschepen, maar dat had zich al bewezen, ook in Britse dienst.

Amerikaanse escortevliegdekschepen van de Casablanca-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 4 september 2020

Amerikaanse escortevliegdekschepen van de Casablanca-klasse

Vastbesloten om de Duitse onderzeeboten van Admiral Karl DŲnitz te verslaan en de Slag om de Atlantische Oceaan te winnen, bleven de Amerikanen escortevliegdekschepen ontwerpen en bouwen. Na de experimentele schepen USS Long Island en USS Charger en de Sangamon- en Bogue-klasse schepen werden niet minder dan vijftig Casablanca-klasse escortevliegdekschepen gebouwd. Ze werden allemaal op stapel gezet en afgeleverd binnen de enorm korte tijdspanne van twintig maanden.

Britse escortevliegdekschepen van de Attacker-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 augustus 2020

Britse escortevliegdekschepen van de Attacker-klasse

De Amerikaanse escortevliegdekschepen van de Bogue-klasse waren ontworpen op basis van het US Maritime Commissionís C3-type koopvaardijschip. Bij de Bogue-klasse schepen werd door de commerciŽle werven echter, in opdracht van de US Navy, vanaf de kiellegging rekening gehouden met de afbouw tot vliegdekschip. Een aantal verbeteringen ten opzichte van de voorgangers werd meteen al doorgevoerd. De belangrijkste aanpassing was het vervangen van de diesels door stoomturbines. De dieselmotoren zelf waren niet zozeer het probleem geweest, maar de elektromagnetische koppelingen, die ervoor moesten zorgen dat de motoren met behulp van tandwielen aan de enkele schroefas gekoppeld werden, leverden veel complicaties op. Verder kregen de schepen meerdere compartimenten die door waterdichte schotten van elkaar gescheiden werden. Tevens werd het hangaardek vrijwel geheel dichtgemaakt en kregen de schepen de beschikking over een tweede vliegtuiglift.

Franse slagschepen van de Richelieu-klasse
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 juli 2020

Franse slagschepen van de Richelieu-klasse

De Franse Marine Nationale was net voor de Tweede wereldoorlog, na de Royal Navy, de US Navy, de Keizerlijke Japanse Marine en de Italiaanse Regia Marina de grootste ter wereld. Tussen de twee wereldoorlogen in had Frankrijk een grote vloot opgebouwd om de dreiging van de groeiende Duitse en vooral Italiaanse marines het hoofd te kunnen bieden. In 1934 kondigde de Regia Marina aan twee slagschepen van de Littorio-klasse te bouwen met een primaire bewapening van 38cm kanonnen. De Franse zeemacht reageerde meteen door voorbereidingen te treffen voor de bouw van slagschepen met eenzelfde kaliber hoofdbewapening. Dit zouden de slagschepen van de Richelieu-klasse worden.

Brits escortevliegdekschip HMS Activity
  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 juni 2020

Brits escortevliegdekschip HMS Activity

Ondanks dat de Royal Navy escortevliegdekschepen geleverd kreeg van de Verenigde Staten, gingen de Britten zelf ook door met het laten (om-)bouwen van dergelijke schepen. Op de Caledon Shipyards te Dundee, Schotland, werd in 1940 de kiel gelegd van het koelschip Telemachus voor de Alfred Holt Line. In februari 1941 liet het Ministry of War Transport beslag leggen op het casco dat afgebouwd zou worden als transportschip Empire Activity. In januari 1942 werd het schip gevorderd door de British Admiralty om te worden omgebouwd tot escortevliegdekschip Activity.