Nieuwste artikelen

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 19 mei 2019

Britse bommen (1940-1945)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren vliegtuigen uitgerust met bommen om gronddoelen aan te vallen. Grondaanvalsvliegtuigen (jachtbommenwerpers) en bommenwerpers waren met name geschikt om bommen te vervoeren. De Britse luchtmacht (RAF: Royal Air Force) maakte gebruik van verschillende soorten bommen. De Britse bommen werden ingedeeld met een type, een nummer (Mark) en het gewicht. De verschillende soorten bommen werden ingedeeld met behulp van hoofdletters (bijvoorbeeld 'F': fragmentatiebommen, 'G.P.': General Purpose bommen, bommen tegen algemeen voorkomende doelwitten, 'M.C.': Medium Capacity bombs, 'H.C.': High Capacity bombs, 'A.P.': pantserdoorborende bommen, etc.). Volgens een primaire bron bestonden er vijftien hoofdgroepen bommen (inclusief rookbommen, brandbommen, oefenbommen, antitankbommen, pantserbommen, semi-pantserbommen, infanterie training bommen en anti-onderzeebootbommen). Britse bommenwerpers maakten vooral gebruik van bommen met een grote explosieve inhoud ('G.P'. bommen) en brandbommen ('I.B.'). Dit artikel behandelt de belangrijkste tegen algemeen voorkomende doelwitten gebruikte bommen ('G.P'.) en 'HE' (explosieve bommen). Die bommen waren over het algemeen gestroomlijnd van vorm en bestonden uit één geheel (cast: gegoten). De meeste soorten bommen waren voorzien van specifieke chemische (explosieve) samenstellingen. De G.P. bommen waren meestal voorzien van Amatol. Ook werd T.N.T. en RDX gebruikt bij sommige soorten ('S.A.P.' bommen tegen gepantserde doelwitten waren voorzien van T.N.T. en 'Medium Capacity Bombs' en 'High Capacity Bombs' van een mix van T.N.T. en RDX (T.N.T./R.D.X.). De meeste Britse bommen waren tevens uitgerust met staartvinnen die een aparte constructie hadden.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 2 mei 2019

Laatste Japanse tanks (1944-1945)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten verschillende landen tanks om infanterie te ondersteunen, gebieden te veroveren en versterkte verdedigingsstellingen zoals machinegeweernesten en kleine kanonnen uit te schakelen. De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) bevestigde dat tanks in staat waren prikkeldraadversperringen plat te rijden en de infanterie met grote vuurkracht te ondersteunen. Ook ketsten kogels van machinegeweren af tegen tankpantser. Zodoende konden infanterieverliezen gereduceerd worden. Het Japans Keizerlijk Leger ontwikkelde in de jaren dertig vooral lichte en middelzware tanks. Japan was een eiland en was erg afhankelijk van ingevoerde grondstoffen. De prioriteit voor het bouwen van een sterke vloot en kwalitatief goede vliegtuigen was bij de Japanse legerleiders over het algemeen groter dan de focus op tankontwikkeling. De Japanse expansiedrang vereiste echter ook gepantserde voertuigen en tanks die de infanterie konden ondersteunen. Omdat het landschap in de meeste omliggende landen in Zuidoost-Azië met oerwoud bedekt was, vormden tanks een minder geschikt aanvalswapen. Toch zagen de Japanners in dat vooral lichte en middelzware tanks een rol hadden bij hun grondtroepen. Anders dan de geallieerden aanvankelijk dachten was het oerwoud in Zuidoost-Azië niet altijd ondoordringbaar voor tanks. In dichtbevolkte gebieden waren soms zelfs verharde of onverharde wegen aanwezig. Japan concentreerde zich op de bouw van het lichte Type 95 'Ha-Go' en de als middelzware aangeduide Type 97 'Chi-Ha' tank. Beide tankmodellen waren licht gepantserd en bewapend (de Ha-Go met een 37mm kanon, de Chi-Ha met een 57mm wapen). De kleine afmetingen van beide tankmodellen en het relatief lage gewicht zorgden ervoor dat beide tankmodellen ingezet konden worden in Zuidoost-Azië. Ook het lichte Type 89 'I-Go' was geschikt als aanvalswapen en kon met de 57mm houwitser vijandelijke doelen aanvallen. Tegen tanks was het Type 89 minder geschikt.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 19 april 2019

Vuurkracht M4 Sherman versus Duitse tanks (1942-1945)

De Amerikaanse M4 Sherman-tank heeft een iconische status omdat het voertuig door veel mensen gezien wordt als een grondwapen dat de geallieerden de overwinning bezorgde. De M4 Sherman-tank werd voor het eerst door Britse troepen in 1942 te Noord-Afrika ingezet waar het voertuig het opnam tegen onder andere Duitse soldaten ('DAK': Deutsches Afrikakorps'). In de woestenij van Noord-Afrika waren toentertijd verschillende Duitse tanks aanwezig zoals de Panzerkampfwagen II, III en IV. Vanaf juni 1944 zetten Amerikaanse troepen de M4 Sherman-tank (en varianten) in tegen Duitse legers die in Normandië versterkte stellingen bemanden.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 16 maart 2019

Tankmunitie in Italië (1930-1945)

Dit artikel behandelt de belangrijkste soorten munitie die door Italiaanse tanks en antitankgeschut werden gebruikt. Het merendeel van de Italiaanse tanks bestond uit lichte en middelzware modellen. Vaak was de stalen bepantsering met behulp van klinknagels bevestigd. Dat had een zeer groot nadeel: na impact van vijandelijke antitankprojectielen konden de klinknagels los gaan zitten en zelfs losschieten. Zodoende ontstonden dodelijke rondvliegende klinknagels (of fragmenten daarvan) die de Italiaanse tankbemanningen dodelijk konden verwonden. Het feit dat de bepantsering van de meeste Italiaanse tanks niet erg dik of sterk was (soms waren pantserplaten breekbaar), droeg ook niet bij aan een goede bescherming voor de bemanningsleden.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 17 februari 2019

Franse bommen (1940-1942)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren vliegtuigen uitgerust met bommen om gronddoelen aan te vallen. Grondaanvalsvliegtuigen en (duik)bommenwerpers waren met name geschikt om bommen te vervoeren. De Franse luchtmacht beschikte in 1940 over een aantal soorten munitie waarvan het merendeel bestond uit conventionele, explosieve bommen. De Franse luchtmacht had verschillende soorten bommen die bijvoorbeeld geschikt waren om ingezet te worden tegen infanterie, licht gepantserde gronddoelen en schepen. Het Franse leger vocht in 1940 dapper tegen het Duitse leger maar werd uiteindelijk binnen enkele weken verslagen. Dat kwam met name door de superieure Duitse tactieken, het gebruik van radio's in pantservoertuigen (tanks), een goede coördinatie tussen het Duitse leger en de luchtmacht (Luftwaffe), het sterk aanwezige nationalisme en fanatisme bij de Duitse troepen en het overrompeling en verrassingselement van de Duitsers door het omzeilen van de Maginot linie.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 29 januari 2019

Italiaanse bommen (1940-1943)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren vliegtuigen uitgerust met bommen om gronddoelen aan te vallen. Grondaanvalsvliegtuigen en (duik)bommenwerpers waren met name geschikt om bommen te vervoeren. De Italiaanse luchtmacht (Regia Aeronautica Italiana) maakte gebruik van verschillende soorten conventionele, explosieve bommen. Die bommen waren vooral geschikt tegen grond- en soms zeedoelen en liepen uiteen van lichte tot zware bommen. De Italiaanse oorlogscampagne tegen Ethiopië verliep succesvol omdat de tegenstander over geen of weinig technologische middelen en moderne wapens zoals luchtdoelgeschut beschikte.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 7 januari 2019

Raupenschlepper Ost (RSO)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verschillende transportvoertuigen ingezet die dienden als sleepvoertuigen voor kanonnen, houwitsers en andere wapens. De Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS gebruikten vooral trucks (Opel Blitz) en halfrupsvoertuigen (Sonderkraftfahrzeug 7) om antitankkanonnen en houwitsers te transporteren. Vaak waren die te zwaar om met behulp van spierkracht snel verplaatst te worden. Omdat het Duitse leger eigenlijk geen voertuig had dat specifiek ontworpen was om aan het door modder en sneeuw gekenmerkte Oostfront ingezet te worden, werd een rupsvoertuig ontwikkeld dat in staat was door modder en sneeuw te rijden. Dat werd de 'Raupenschlepper Ost' (afkorting 'RSO').

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 20 december 2018

Möbelwagen - mobiel luchtafweergeschut

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte het Duitse leger verschillende voertuigen die ingezet werden tegen vliegtuigen zoals jagers, jachtbommenwerpers en bommenwerpers. Dat gemechaniseerd luchtafweergeschut was vaak gebaseerd op de onderstellen van verouderde tanks zoals de middelzware Panzerkampfwagen IV (Panzer IV/PzKpfw IV). Gemechaniseerd luchtafweergeschut was mobiel en kon zodoende snel aan het front verplaatst worden. Meestal bestond de bewapening van dat luchtafweergeschut uit 2 cm snelvuurkanonnen of 3.7 cm geschut. Een van de minder bekende Duitse luchtafweervoertuigen is de 'Möbelwagen' (meubelwagen), oftewel '3.7 cm Flak auf Fahrgestell Panzerkampfwagen IV (Sf) (Sd.Kfz. 161/3)'. Het voertuig werd slechts in kleine aantallen gebouwd en was gebaseerd op de romp van de Panzerkampfwagen IV.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 8 december 2018

Japanse bommen (1941-1945)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren vliegtuigen uitgerust met bommen om gronddoelen aan te vallen. Grondaanvalsvliegtuigen (jachtbommenwerpers) en bommenwerpers waren met name geschikt om bommen te vervoeren. De Japanse luchtmacht bestond vooral uit jachtvliegtuigen, jachtbommenwerpers, duikbommenwerpers en bommenwerpers. De Japanners ontwikkelden tijdens de oorlog verschillende soorten bommen die tegen verschillende land of zeedoelen werden ingezet. De belangrijkste soorten waren explosieve bommen die vooral tegen gronddoelen en schepen gebruikt werden. Afgezien van die explosieve bommen bestond het Japanse bommenarsenaal uit brandbommen, rookbommen, gasbommen en clusterbommen. Veel Japanse bommen wogen 50 tot 100 kilogram. De zwaarste Japanse bommen wogen plusminus 500 tot 800 kilogram. Omdat het behandelen van alle soorten bommen te ver gaat, bespreekt dit artikel een aantal van de meest bekende Japanse bommen die vanaf de aanval op de Amerikaanse marinehaven Pearl Harbor in december 1941 ingezet werden tegen geallieerde doelwitten.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 21 november 2018

Panzer Selbstfahrlafette 1 für 7,62cm PaK36(r) auf Fahrgestell PzKpfw. II Ausf. D1 und D2

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden verschillende tankjagers gebouwd. Vaak werden op verouderde tankonderstellen tankkanonnen gemonteerd. Zodoende konden de rompen en onderstellen van verouderde tanks efficiënt gebruikt worden. De Duitse invasie in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 maakte duidelijk dat bestaande Duitse tanks zoals de Panzerkampfwagen I, II en III over het algemeen niet sterk genoeg waren om de nieuwste Sovjettanks, zoals de T-34 tank en de KV-1, te vernietigen. De PzKpfw I en PzKpfw II waren niet in staat het pantser van genoemde types te doorboren. De PzKpfw III, en zelfs de PzKpfw IV, hadden grote moeite met pantsermunitie om de bepantsering van die middelzware en zware Sovjettanks te doorboren. Paniek ontstond bij Duitse troepen toen zij zagen hoe 3,7 cm antitankmunitie afketste tegen de T-34 en KV Sovjettanks. Zelfs de 5 cm PaK 38 bleek vaak niet in staat de T-34 en de KV aan de voorkant op grote afstand uit te schakelen. De situatie was zo ernstig dat meteen gezocht werd naar mogelijkheden om krachtigere en zwaardere antitankkanonnen te monteren op tanks voordat nieuwe tankmodellen ontwikkeld en ingezet konden worden.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 17 november 2018

7,62 cm PaK 36

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden verschillende landen antitankwapens zoals antitankkanonnen. De Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS gebruikten antitankkanonnen (Panzerabwehrkanone) om tanks en andere gepantserde doelen te vernietigen. Bekend is dat de 3,7 cm Pak 35/36 (3,7 cm PaK 36), 5 cm PaK 38 en 7,5 cm PaK 40 ingezet werden. Vooral de 3,7 cm PaK 36 en 5 cm PaK 38 bleken op de lange termijn niet in staat tot op grote afstand effectief gepantserde vijandelijke tanks buiten gevecht te stellen. De Duitse inval in de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 maakte duidelijk dat sommige Duitse antitankkanonnen sterk verouderd waren. De Sovjet T-34 tank en de KV-series (KV-1) waren bijvoorbeeld vaak te goed gepantserd om met standaard 3,7 en 5 cm pantsermunitie aan de voorkant uitgeschakeld te worden. Omdat het Duitse leger alle wapens goed kon gebruiken in de strijd tegen die en andere Sovjetwapens werden antitankkanonnen vaak veroverd en gemodificeerd om Duitse munitie af te kunnen vuren. Een van de belangrijkste Sovjet-antitankkanonnen was het 7,62 cm geschut dat door Duitse technici omgebouwd werd tot '7,62-cm-Panzerabwehrkanone 36'. Ook wel 7,62-cm-Pak 36 (ook met een hoofdletter geschreven 'PaK'), of 7,62-cm-Panzerabwehrkanone 36(r) genoemd. Het kanon was in staat Sovjet lichte, middelzware en zware tanks op grote afstand te vernietigen en werd gemonteerd in provisorisch gebouwde tankjagers.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 14 november 2018

Amerikaanse bommen (1942-1945)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren vliegtuigen uitgerust met bommen om gronddoelen aan te vallen. Grondaanvalsvliegtuigen (jachtbommenwerpers) en bommenwerpers waren met name geschikt om bommen te vervoeren. De Amerikaanse luchtmacht maakte gebruik van verschillende soorten vliegtuigen om bommen te vervoeren. Het Amerikaanse 'vliegende fort', de B-17 (Boeing B-17 Flying Fortress), was zeer geschikt om zwaardere (conventionele) bommen te vervoeren. Sommige bommen waren relatief licht en wogen rond de honderd kilogram, andere bommen waren zwaarder dan een ton. De meest krachtige Amerikaanse conventionele bommen waren in staat complete woonwijken plat te gooien. Omdat het behandelen van alle soorten bommen te ver gaat (brandbommen, pantserbommen, fragmentatiebommen, gifgasbommen, etc.) tracht dit artikel een overzicht te geven van de belangrijkste Amerikaanse conventionele, explosieve bommen die tussen 1942 en 1945 ingezet werden tegen Duitse en Japanse doelen.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 10 november 2018

15cm sIG33 (Sf) auf Panzerkampfwagen I Ausf. B

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de rompen van tanks en onderstellen hergebruikt bij de constructie van nieuwe pantservoertuigen. Vaak ging het om verouderde tankmodellen die niet krachtig genoeg (meer) waren om nieuwe generaties vijandelijke tanks en andere pantservoertuigen te vernietigen. De Duitse Panzerkampfwagen I (Panzer I/PzKpfw I) was bewapend met machinegeweren en was licht gepantserd. De tank was over het algemeen te zwak om het op te nemen tegen vijandelijke tanks. Dat werd al in 1940 duidelijk toen de tank eigenlijk al verouderd was. Om het onderstel van de Panzerkampfwagen I te hergebruiken besloten de Duitse legertop en ingenieurs van Alkett om het Panzer I-onderstel met zwaar 15 cm geschut te bewapenen en zodoende nieuw leven in te blazen in de verouderde tank. Zodoende ontstond een nieuw, gemechaniseerd geschut dat in staat was de infanterie van dichtbij te ondersteunen en vuursteun te verlenen.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 4 november 2018

10,5 cm leFH18 (Sf) auf Geschützwagen 39H(f)

Tijdens de Duitse aanval op Frankrijk vanaf mei en juni 1940 werden verschillende kanonnen, tanks en infanteriewapens buitgemaakt. Feit is dat het Franse leger in 1940 sterke middelzware en zware tanks in dienst had die over het algemeen goed tot zeer goed waren gepantserd. De Duitsers waren verrast en soms ook geschokt toen zij voor het eerst Franse zware tanks zoals de Char B1 en Char B1 bis (voluit "Char de Bataille") tegenkwamen. Het was nagenoeg onmogelijk om met de bestaande Duitse tanks zoals de Panzerkampfwagen I (Panzer I/PzKpfw I), Panzerkampfwagen II (Panzer II/PzKpfw II), Panzerkampfwagen III (Panzer III/PzKpfw III) en Panzerkampfwagen IV (Panzer IV/PzKpfw IV) die zware Franse tanks met pantsermunitie uit te schakelen. Het frontale Franse B1 en B1 bis pantser bedroeg 40 tot 60mm staal en was vrijwel ondoordringbaar voor Duitse pantsergranaten. Om de sterkste Franse tanks uit te schakelen werd gebruik gemaakt van superieure tactieken (afsnijden en omsingelen), 10,5 cm artillerie of zwaarder, 8,8 cm luchtafweergeschut (8.8 cm Flak 18/36/37) of duikbommenwerpers (Junkers Ju 87). Sommige middelzware tanks zoals de Hotchkiss H39 werden door Duitse troepen omgebouwd tot gemechaniseerde artillerie. Dat voertuig werd '10,5 cm leFH18 (Sf) auf Geschützwagen 39H(f)' genoemd en was vooral geschikt om vuur af te geven vanaf grote afstand.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 1 november 2018

3,7-cm-Tankabwehrkanone L/50 in Rundumfeuerlafette

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden verschillende landen antitankwapens zoals antitankkanonnen. De Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS gebruikten antitankkanonnen (Panzerabwehrkanone) om tanks en andere gepantserde doelen te vernietigen. Bekend is dat de 3,7 cm Pak 35/36 (3,7 cm PaK 36), 5 cm PaK 38 en 7,5 cm PaK 40 ingezet werden. Minder bekend is dat in kleinere aantallen geproduceerde antitankkanonnen getest werden. De '3,7-cm-Tankabwehrkanone L/50 in Rundumfeuerlafette' is daar een voorbeeld van. Tijdens de oorlogsjaren (1939-1945) bleek dat de meeste 3,7 cm antitankkanonnen niet in staat waren goed gepantserde vijandelijke tanks op lange afstand uit te schakelen. De niet ingezette en experimentele 3,7-cm-Tankabwehrkanone L/50 in Rundumfeuerlafette vormde op die regel geen uitzondering.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 31 oktober 2018

10,5 cm leFH18/3 (Sf) auf Geschützwagen B-2(f)

Tijdens de Duitse aanval op Frankrijk vanaf mei en juni 1940 werden verschillende kanonnen, tanks en infanteriewapens buitgemaakt. Feit is dat het Franse leger in 1940 sterke middelzware en zware tanks in dienst had die over het algemeen goed tot zeer goed waren gepantserd. De Duitsers waren verrast en soms ook geschokt toen zij voor het eerst Franse zware tanks zoals de Char B1 en Char B1 bis (de zogenaamde "Char de Bataille") tegenkwamen. Het was nagenoeg onmogelijk om met de bestaande Duitse tanks zoals de Panzerkampfwagen I (Panzer I/PzKpfw I), Panzerkampfwagen II (Panzer II/PzKpfw II), Panzerkampfwagen III (Panzer III) en Panzerkampfwagen IV (Panzer IV/PzKpfw IV) die zware Franse tanks met pantsermunitie uit te schakelen. Het frontale Franse B1 en B1 bis pantser bedroeg 40 tot 60mm staal en was vrijwel ondoordringbaar voor Duitse pantsergranaten. Om de sterkste Franse tanks uit te schakelen werd gebruik gemaakt van superieure tactieken (afsnijden en omsingelen), 10,5 cm artillerie of zwaarder, 8,8 cm luchtafweergeschut (8.8 cm Flak 18/36/37) of duikbommenwerpers (Junkers Ju 87). Veel Char B1 tanks raakten door hun brandstof en munitie heen en werden verlaten door Franse tankbemanningen. Omdat een klein aantal Char B1 onderstellen door Duitse troepen veroverd werd, was het mogelijk die onderstellen te bewapenen met Duitse 10,5 cm houwitsers. Die '10,5 cm leFH18/3 (Sf) auf Geschützwagen B-2(f)' was een improvisatie om een tankonderstel te combineren met grote vuurkracht. De afkorting '10,5 cm leFH18' verwijst naar '10,5 cm leichte Feldhaubitze 18'.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 31 oktober 2018

7,5 cm PaK 97/38

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden verschillende landen antitankwapens zoals antitankkanonnen. De Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS gebruikten antitankkanonnen (Panzerabwehrkanone) om tanks en andere gepantserde doelen te vernietigen. Bekend is dat de 3,7 cm Pak 35/36 (3,7 cm PaK 36), 5 cm PaK 38 en 7,5 cm PaK 40 ingezet werden. Vooral de 3,7 cm PaK 36 en 5 cm PaK 38 bleken op de lange termijn niet in staat tot op lange afstand goed gepantserde vijandelijke tanks te vernietigen. Om toch over voldoende antitankkanonnen te beschikken maakten Duitse troepen gebruik van veroverde kanonnen die vervolgens in bestaande Duitse affuiten werden gemonteerd. De 7,5 cm PaK 97/38 (7.5 cm Panzerabwehrkanone 97/38, oftewel 7,5-cm-Panzerjägerkanone 97/38) was min of meer een 'tussenoplossing' of improvisatie voordat nieuwere Duitse antitankkanonnen zoals de 7,5 cm PaK 40 op grotere schaal geproduceerd en ingezet werden.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 26 oktober 2018

5 cm PaK L/35 (5-cm-Tak)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden verschillende landen antitankwapens zoals antitankkanonnen. De Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS gebruikten antitankkanonnen (Panzerabwehrkanone) om tanks en andere gepantserde doelen te vernietigen. Bekend is dat de 3,7 cm Pak 35/36 (3,7 cm PaK 36), 5 cm PaK 38 en 7,5 cm PaK 40 ingezet werden. Minder bekend is dat experimentele antitankkanonnen zoals de 5 cm PaK L/35 (5-cm-Tak) ontwikkeld werden. Dit artikel gaat in op de ontwikkelingsgeschiedenis en de techniek van het experimentele wapen 5 cm PaK L/35 (5-cm-Tankabwehrkanone in Spreizlafette/5-cm-Tak).

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 21 oktober 2018

7,5 cm PaK 41

Tijdens en in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden verschillende landen antitankwapens zoals antitankkanonnen. De Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS gebruikten antitankkanonnen (PaK: 'Panzerabwehrkanone') om tanks en andere gepantserde doelen te vernietigen. Twee antitankkanonnen werden achtereenvolgens door het Duitse leger gebruikt: de 3.7 cm Pak 35/36 en de 5 cm PaK 38. Beide wapens waren niet krachtig genoeg om de nieuwste Sovjettanks tot op lange afstand met standaard pantsermunitie te vernietigen. De 7,5 cm PaK 40 was veel krachtiger maar bleek soms niet in staat de zwaarste Sovjettanks zoals de JS-2 (Zware tank IS-serie) tot op lange afstand vanaf de voorkant uit te schakelen. Afgezien van de zwaardere en sterkere 8,8 cm PaK wapens ontwikkelden de Duitsers een beperkt geproduceerd 7,5 cm antitankkanon dat wolfraammunitie gebruikte. Dat antitankkanon werd '7,5 cm PaK 41' (7,5-cm- Panzerabwehrkanone 41) genoemd en moest, vergeleken met de bestaande antitankkanonnen, beter in staat zijn vijandelijke pantservoertuigen tot op lange afstand te vernietigen met speciaal ontwikkelde wolfraammunitie.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 18 oktober 2018

8,8 cm PaK 43 en PaK 43/41

Tijdens en in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden verschillende landen antitankwapens zoals antitankkanonnen. De Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS gebruikten antitankkanonnen (PaK: 'Panzerabwehrkanone', soms ook als 'Pak' geschreven) om tanks en andere gepantserde doelen te vernietigen. Verschillende antitankkanonnen zoals de 3.7 cm Pak 35/36, 5 cm PaK 38 en 7,5 cm PaK 40 werden tijdens de Tweede Wereldoorlog ingezet. Het 3,7 cm kanon bleek al snel te zwak om goed gepantserde vijandelijke tanks te vernietigen en het 5 cm PaK 38 wapen was weliswaar in staat vijandelijke lichte en middelzware tanks te vernietigen, maar bleek op de lange termijn ontoereikend. Alleen de 7,5 cm PaK 40 was in staat het zwaarste tankpantser te doorboren maar zelfs dat kanon had soms grote moeite om het frontale pantser van de zwaarste vijandelijke tanks zoals de Sovjet JS-2 (Zware tank IS-serie) te doorboren. Om alle vijandelijke tanks te kunnen vernietigen werden zeer grote en krachtige Duitse antitankkanonnen ontwikkeld. Het op één na krachtigste antitankkanon van het Duitse leger was de 8,8 cm PaK 43 en de daarop gelijkende 8,8 cm PaK 43/41. Beide antitankkanonnen werden succesvol ingezet in een grond-ondersteunende rol en gemonteerd in tanks zoals de PzKpfw VIb Königstiger (Tiger II) en tankjagers zoals de Jagdpanther. Met een mondingssnelheid van plusminus 1000 meter per seconde (m/s) waren de pantsergranaten van beide kanonnen in staat alle vijandelijke tanks tot op zeer lange afstand uit te schakelen.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 13 oktober 2018

Bommen van de Luftwaffe (1936-1945)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren vliegtuigen uitgerust met bommen om gronddoelen aan te vallen. Grondaanvalsvliegtuigen en bommenwerpers waren met name geschikt om bommen te vervoeren. De Duitse Luftwaffe maakte gebruik van verschillende soorten. Sommige bommen waren ontwikkeld om schepen aan te vallen, andere waren geschikt om gepantserde gronddoelen aan te vallen. Vliegtuigen zoals de Duitse Heinkel He-111/He 111 en de Junkers Ju-88/Ju 88 waren zeer geschikt om dergelijke munitie te vervoeren vanwege hun grootte en laadvermogen. De standaardbommen die de Luftwaffe gebruikte waren 'SC' en 'SD' types. Sommige waren relatief licht (plusminus vijftig kilogram), andere bommen waren zwaar (een halve ton of een ton) tot zeer zwaar (twee ton). Opgemerkt dient te worden dat de aanduiding van bommen kan verschillen (bijvoorbeeld 'SC250' of 'SC 250'). Omdat een totaaloverzicht te ver gaat worden alleen de belangrijkste en meest bekende bommen in dit artikel besproken.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 29 september 2018

12,8 cm PaK 44

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden verschillende landen antitankwapens zoals antitankkanonnen. Het Duitse leger gebruikte verschillende antitankkanonnen zoals de 3,7 cm PaK 35/36, de 5 cm PaK 38 en de 7,5 cm PaK 40. Aan het eind van de oorlog verschenen steeds krachtigere geallieerde tanks die als antwoord op Duitse tanks werden ontwikkeld. Zo waren de middelzware Amerikaanse M26 Pershing en de zware Sovjet JS-2 (Jozef Stalin/Zware tank IS-serie) in staat alle Duitse tanks uit te schakelen. Om de dreiging van die sterke tanks het hoofd te kunnen bieden en omdat veel bestaande Duitse antitankwapens niet voldoende in staat waren die tanks tot op zeer grote afstand uit te schakelen, besloot het Duitse leger om naast de recent ontwikkelde (1943) 8,8 cm PaK 43 een nog krachtiger antitankkanon te ontwikkelen met een groter kaliber. Dat wapen zou de geschiedenis ingaan als de 12,8 cm PaK 44 L/55. Een antitankkanon waarvan het gewicht en de grootte effectieve inzet belemmerden.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 23 september 2018

7,5 cm PaK 40

Tijdens en in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden verschillende landen antitankwapens zoals antitankkanonnen. De Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS gebruikten antitankkanonnen (PaK: 'Panzerabwehrkanone') om tanks en andere gepantserde doelen te vernietigen. Twee antitankkanonnen werden achtereenvolgens door het Duitse leger gebruikt: de 3.7 cm Pak 35/36 en de 5 cm PaK 38. Het 3,7 cm wapen was in staat lichte tanks tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939), in Polen (1939), in Frankrijk (1940) en in de Sovjet-Unie (1941) te vernietigen. Het kanon was echter te zwak om goed gepantserde tanks te vernietigen. Het 5 cm PaK 38 (L/60) antitankgeschut was in staat zwaardere Sovjettanks zoals de T-34 tank en de KV-1 te vernietigen, zij het vaak op korte afstand of vanaf de zijkant. Zelfs de speciaal ontworpen wolfraammunitie (Panzergranate 40) had soms moeite het pantser te doorboren. Om de T-34 en de KV tot op lange afstand (1-2) kilometer met grote kans van slagen te vernietigen, besloot het Duitse leger een krachtiger kanon in te zetten. Dat kanon was de 7,5 cm PaK 40. Het 7,5 cm PaK 40 antitankkanon zou een van de meest succesvolle antitankkanonnen van het Duitse leger worden, zo niet hét meest succesvolle antitankkanon gelet op verschillende criteria.

  • Artikel door Ruben Krutzen
  • Geplaatst op 23 september 2018

5 cm PaK 38

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden verschillende landen antitankwapens zoals antitankkanonnen. De Duitse Wehrmacht en de Waffen-SS gebruikten antitankkanonnen (Panzerabwehrkanone) om tanks en andere gepantserde doelen te vernietigen. In de dertiger jaren ontwikkelden de Duitsers een 3,7 cm (37 mm) PaK 35/36, ook wel '3.7 cm Pak 35/36' genoemd antitankkanon dat in staat was lichte tanks en andere pantservoertuigen uit te schakelen. In 1940 (Frankrijk) en 1941 (Operatie Barbarossa) bleek echter dat het 3,7 cm antitankkanon niet krachtig genoeg was om goed gepantserde vijandelijke tanks uit te schakelen zoals de zware Franse Char B1. Al in 1937 hadden Duitse ingenieurs een krachtiger kanon in gedachte om toekomstige ontwikkelingen (sterkere tanks en andere dreigingen) het hoofd te kunnen bieden. Het te ontwikkelen kanon had een kaliber van 5 cm en moest in staat zijn sterke vijandelijke tanks te vernietigen. Het zou echter duidelijk worden dat het 5 cm kanon op de lange termijn niet krachtig genoeg was om alle vijandelijke tanks tot op lange afstand te vernietigen.