Inleiding

Babi Jar (of: Babi Yar) is een ravijn in het noordwesten van Kiev, de hoofdstad van Oekraïne. Op 29 en 30 september 1941 werden hier 33.771 Joden vermoord door het Sonderkommando 4a onder leiding van Paul Blobel. In dit artikel wordt deze massaslachting beschreven. Daarbij wordt veelvuldig geciteerd uit ooggetuigenverslagen van daders, omstanders en slachtoffers. Omdat de slachting bij Babi Jar vanuit meerdere opzichten representatief is voor de acties van de Einsatzgruppen, wordt in dit artikel tevens aandacht besteed aan de geschiedenis van deze moordeskaders en de invloed daarvan op de uitvoering van de Endlösung.

Definitielijst

Endlösung
Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.

Afbeeldingen

De plek waar de massa-executies plaatsvonden in Babi Jar.

Verovering van Kiev

Op 22 juni 1941 begon de Duitse Wehrmacht aan operatie Barbarossa, de aanval op de Sovjet-Unie. De verovering van de regio Kiev in Oekraïne in de herfst van 1941 was daarvan een onderdeel en werd uitgevoerd door de Heeresgruppe Süd van Generalfeldmarschall Gerd von Rundstedt. Vanuit het zuiden werd Kiev omsingeld door de onder de Heeresgruppe Süd ressorterende Panzergruppe 1, onder leiding van Generaloberst Ewald von Kleist. Vanuit het noorden kreeg Panzergruppe 1 bij het omsingelen van de stad ondersteuning van Panzergruppe 2, onder leiding van Generaloberst Heinz Guderian, die onderdeel uitmaakte van de Heeresgruppe Mitte. Ondanks dat Joseph V. Stalin maarschalk Semyon M. Budenny, de commandant van het Zuidwestelijk Front en het Zuidelijk Front, had bevolen om de stad tegen elke prijs te behouden, viel Kiev op 19 september 1941 in Duitse handen. De omsingeling van de complete regio door de twee Duitse troepen duurde nog enkele dagen langer.

Het veroverde Kiev werd binnen korte tijd overrompeld door Duitse soldaten. Ze vestigden zich in verschillende panden aan de Khreshchatyk, de chique hoofdstraat van de stad. Omdat de NKVD, de beruchte Sovjetveiligheidsdienst, de elektriciteitscentrales en de watervoorzieninginstallaties had opgeblazen, moesten ze generators en watertanks laten aanrukken. Al snel kregen de Duitse troepen echter te maken met ernstigere problemen. De NKVD bleek namelijk meer te hebben ondernomen om het verblijf van de Duitsers in Kiev onmogelijk te maken. Op meerdere locaties hadden ze bommen geplaatst die merendeels op afstand tot ontploffing gebracht konden worden, zoals Alfred Jodl, Chef Operaties binnen het OKW, tijdens het proces van Neurenberg verklaarde. Hij herinnerde zich toen dat hij een veroverde kaart had gezien met daarop de locaties van 50 landmijnen die voor de Duitse inname van de stad geplaatst waren.

Toen op 20 september de citadel waarin de artilleriestaf van de Wehrmacht was ondergebracht ontplofte, kende men de oorzaak van deze explosie nog niet. Bij deze eerste explosie kwamen de commandant van de artillerie en zijn stafchef om. Vier dagen later vonden er tot in de nacht met tussenpozen nog meer explosies plaats in en om de Khreshchatyk, onder andere in het hoofdkwartier van de veldcommandant van de Wehrmacht. Het stadcentrum veranderde in een vuurzee en er brak grote paniek uit. Het vuur werd mede aangewakkerd doordat voorraden Molotovcocktails die door de teruggetrokken Sovjetroepen op de bovenste verdieping van gebouwen waren achtergelaten, uiteenspatten en de brandstof zich verspreidde over de vloeren en via trappen naar beneden. Meerdere beeldbepalende gebouwen werden verwoest en zo’n 50.000 inwoners van Kiev raakten dakloos als gevolg van het inferno.

In de vuurzee in het stadcentrum van Kiev verloren ook veel Duitse soldaten het leven. De Duitse legerleiding tastte in het duister naar de oorsprong van de explosies. Men vermoedde dat tijdbommen de oorzaak waren, maar het gerucht ging ook dat een geheime organisatie van spionnen en saboteurs de explosies veroorzaakt hadden. Daarom werd er hard opgetreden tegen verdachte personen die zich ophielden in de nabijheid van de geëxplodeerde gebouwen. Hun voornaamste zorg was echter het bestrijden van de brand, want het vuur verspreidde zich over het stadcentrum. “De Duitsers sloten het hele stadscentrum af,” zo herinnert de toen 12-jarige Anatoly Kuznetsov zich, “maar het vuur verspreidde zich […] Het leek alsof heel de stad ter ontploffing gebracht was.” Anatoly Kuznetsov is een belangrijke ooggetuige van de gebeurtenissen in Kiev in deze periode. Hij beschreef zijn ervaringen in het boek “Babi Yar” waarvan in 1966 in Oekraïne voor het eerst een gecensureerde versie werd gepubliceerd. In dit artikel zal vaker uit zijn werk geciteerd worden.

Definitielijst

artillerie
Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
Heeresgruppe
Was de grootste Duitse grondformatie en was direct ondergeschikt aan het OKH. Bestond meestal uit een aantal Armeen met weinig andere direct ondergeschikte eenheden. Een Heeresgruppe opereerde in een groot gebied en kon een paar 100.000 man groot worden.
maarschalk
Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
NKVD
Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

De Khreschatyk aan het eind van de 19e eeuw.

Einsatzgruppen

Terwijl de binnenstad van Kiev geteisterd werd door nog onverklaarbare explosies, rukte in het kielzog van de troepen van de Wehrmacht een speciale eenheid onder leiding van Paul Blobel op richting Kiev. Het betrof het Sonderkommando 4a van Einsatzgruppe C. Vier van dergelijke Einsatzgruppen waren voor aanvang van operatie Barbarossa geformeerd. Einsatzgruppe C was toegewezen aan Heeresgrüppe Süd van Gerd von Rudstedt en was onderverdeeld in de Sonderkommandos 4 en 4b en de Einsatzkommandos 5 en 6. Tot oktober 1941 stond Einsatzgruppe C onder leiding van SS-Gruppenführer Dr. Otto Rasch. De Einsatzgruppen waren voor aanvang van operatie Barbarossa in het leven geroepen door Reinhard Heydrich, de leider van het Reichssicherheitshauptamt. Hun taak was het om achter de linies van de oprukkende Wehrmacht communistische politici, partijfunctionarissen, Joden in partij- en staatsinstellingen en “saboteurs, propagandisten, guerrillastrijders, aanslagplegers en provocateurs” om te brengen. Aangezien het bolsjewisme volgens de nazi’s een Joods complot was, werden Joden beschouwd als volksvijand nummer één. De Einsatzgruppen richtten zich daarom in grote mate op de vernietiging van de Joden en werden daarmee een belangrijk middel ter uitvoering van de Endlösung der Judenfrage, de eindoplossing van de Joodse kwestie waarover Heydrich op 31 juli 1941 van Hermann Göring de verantwoordelijkheid had gekregen.

Voordat Sonderkommando 4a in Kiev arriveerde, hadden Einsatzgruppen al vele Joden vermoord, zoals in de regio Bessarabië waar van 1 juli tot 31 augustus 1941 150.000 tot 160.000 Joden waren vermoord door Einsatzgruppe D in samenwerking met troepen van de Wehrmacht en een Roemeense eenheid. Een ander voorbeeld van een dergelijke massa-executie van Joden vond plaats op 27 en 28 augustus 1941 in Kamenets-Podolski. Onder aanvoering van SS-Obergruppenführer Friedrich Jeckeln, de Höhere SS und Polizeiführer “Rußland-Süd” (Oekraïne), werden hier 23.600 Joden vermoord. Na deze massamoord in Kamenets-Podolski was Jeckeln, naast Paul Blobel en Otto Rasch, verantwoordelijk voor de massamoord in Babi Jar.

Vanuit Zhitomir trok Blobels Sonderkommando 4a op richting Kiev, samen met twee eenheden van het Polizei-Regiment Süd en Oekraïnse vrijwilligers. Zijn Vorkommando van vijftig man arriveerde in Kiev op 19 september, tegelijk met de troepen van de Wehrmacht. Blobel zelf arriveerde op 24 september en de staf van Einsatzgruppe C een dag later. Tussen de dag van zijn aankomst en 28 september rapporteerde hij over de explosies en de branden in de stad. “Brand in het centrum van de stad”, zo meldde hij in telegramstijl. “Zeer waardevolle gebouwen verwoest. Tot dusver, brandweer praktisch zonder succes. Destructie door ontploffingen worden uitgevoerd om het vuur onder controle te krijgen. […] Tot nu toe 670 mijnen ontdekt in de gebouwen, volgens een plattegrond met de locaties van mijnen die gevonden werd: alle openbare gebouwen en pleinen zijn ondermijnd. […] Gebouwen worden uiterst ijverig doorzocht. […] In het Leninmuseum, 1.000 pond dynamiet ontdekt die tot detonatie gebracht moesten worden met radio.”

In een uitvoeriger rapport van een week later meldde Blobel dat er “in Kiev een rood sabotagebataljon aanwezig [was], net als meerdere leden van de NKVD en de communistische partij die de opdracht hebben om voortdurend sabotageacties te plegen.” Of hiervan daadwerkelijk sprake was, valt serieus te betwijfelen, aangezien men later, zoals eerder beschreven, tot de ontdekking kwam dat de explosieven nog voor de verovering van de stad geplaatst waren en dat ze tot ontploffing gebracht werden via radiogolven. Na een gesprek met Otto Rasch, de commandant van Einsatzgruppe C, wist Blobel wat hem te doen stond. De Joden moesten boeten voor de sabotageactie die de Duitse troepen ondervonden in Kiev. “Zoals bewezen, speelden Joden een bijzondere rol [in de sabotageactie]”, zo beweerde Blobel. Tenminste 50.000 van hen moesten geëxecuteerd worden. Dat er helemaal geen concreet bewijs was voor de betrokkenheid van de Joodse gemeenschap bij de sabotageactie deed niet ter zake. De ontstane chaos in Kiev was voor de nazi’s enkel naar de buitenwereld toe een aanleiding voor de geplande massamoord. Ook zonder de problemen in Kiev zouden de Joden hier namelijk omgebracht zijn, net zoals op vele locaties in de Sovjet-Unie daarvoor al gebeurd was. In werkelijkheid was de voorgenomen executie dus helemaal geen wraakactie, maar een vervroeging van de executie.

Definitielijst

Endlösung
Eufemistische term, letterlijk eindoplossing, waarbij met oplossing bedoeld werd de oplossing voor het Jodenprobleem zoals dat door de nationaal-socialisten was geconstateerd. De Endlösung zou uiteindelijk vorm krijgen in de pogingen van de nazi's om het gehele Joodse volk in Europa uit te roeien in speciaal daarvoor ingerichte vernietigingskampen.
nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
NKVD
Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

SS-Standartenfüher Paul Blobel, de leider van het Sonderkommando 4a. Bron: USHMM.
Otto Rasch, de aanvoerder van Einsatzgruppe C, als beklaagde tijdens het Einsatzgruppen proces na de oorlog. Bron: USHMM.
SS-Obergruppenführer Friedrich Jeckeln, de Höhere SS und Polizeiführer “Rußland-Süd”. Bron: www.vernetztes-gedaechtnis.de.

Voorbereiding

Hoeveel Joden er op het moment dat het besluit tot de ‘wraakactie’ werd genomen in Kiev verbleven, is moeilijk te bepalen, omdat vele duizenden invloedrijke en welvarende Joden voor de Duitse verovering uit de stad waren gevlucht en gezonde Joodse mannen waren opgenomen in het Rode Leger. Paul Blobel schatte dit aantal op 150.000, maar zijn schatting was op dat moment nog niet geverifieerd. Als locatie om een aanzienlijk deel van de Joden uit Kiev te vermoorden, werd gekozen voor Babi Jar, een ravijn ongeveer 10 kilometer ten noordoosten van het stadscentrum. Door middel van aanplakbiljetten die op 28 september door Oekraïense hulptroepen werden opgehangen, werden de Joden bewogen om hier de volgende ochtend om 8:00 uur te verschijnen. Elke Jood die deze instructie niet uitvoerde, zou neergeschoten worden. Hen werd tevens opgeroepen om documenten, geld en waardevolle documenten mee te nemen, net als warme kleding en ondergoed. Het doel van de opdracht om deze bezittingen mee te nemen, was om de indruk te wekken dat de slachtoffers niet vermoord, maar verhuisd zouden worden. Zo zou er geen verzet en paniek ontstaan. De nabijheid van een spoorwegemplacement bij het verzamelpunt versterkte deze illusie nog eens.

De oproep had het gewenste effect, want alhoewel men aanvankelijk rekende op 5.000 tot 6.000 Joden, arriveerden op 29 september ruim 30.000 Joden op de aangewezen verzamelplaats vlakbij Babi Jar. Uit niks blijkt dat zij iets vermoed hebben van het naderende onheil. De eerder geciteerde Anatoly Kuznetsov herinnert zich bijvoorbeeld dat sommige Joden bewust vroeg waren vertrokken “om ruim op tijd te zijn voor goede zitplaatsen in de trein.” Hij zag dat “sommige bejaarde vrouwen een snoer van uien om hun nek droegen als enorme kettingen – voedselvoorraad voor de reis.” Ook uit het ooggetuigenverslag van de Sovjetjournalist Lev Ozerov blijkt dat de Joden inderdaad geloofden dat ze op reis gestuurd werden. “Families bakten brood voor de reis, naaiden knapzakken, huurden wagens en tweewielige karren”, zo schrijft hij. “Oude mannen en vrouwen steunden elkaar, terwijl moeders hun baby’s in hun arm droegen of kinderwagens voortduwden. Mensen droegen zakken, pakken, koffers, dozen.”

Het was niet naïef van de Joden om te geloven dat ze gedeporteerd zouden worden. Berichten over eerdere massaslachtingen in Polen waren ten tijde van het Molotov-Ribbentrop-pact, het niet-aanvalsverdrag tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie, door de Sovjets onderdrukt. Daarna beperkte de chaos en verwarring die was ontstaan na de Duitse inval de communicatie. Hierdoor waren er vermoedelijk nauwelijks geloofwaardige berichten doorgedrongen over de misdaden die de Einsatzgruppen al hadden gepleegd. De Joden konden dus niet of nauwelijks op de hoogte zijn van het feit dat zij massaal omgebracht zouden worden. Ook de niet-Joden in Kiev hebben vermoedelijk niks vermoed toen ze hun Joodse vrienden, familieleden en buren uitzwaaiden of hen in een lange stoet voorbij zagen gaan. Deze illusie werd door de Duitsers zo lang mogelijk in stand gehouden.

Via de door Duitse troepen afgezette Melnikov-straat arriveerden de Joden bij een Joodse begraafplaats. Direct daar voorbij lag het ravijn. Bij de begraafplaats werden ze opgewacht door manschappen van het Sonderkommando 4a, ondersteund door leden van het Polizei-Regiment Süd en van Oekraïense milities. “Op dit punt,” zo schrijft Kuznetsov, “was de weg afgesloten met prikkeldraad en antitankobstakels met daartussen een doorgang. En stonden rijen met Duitsers […] en ook Oekraïense politie in zwarte uniformen met grijze manchetten.” Uit de verzamelde menigte werden telkens 30 tot 40 mensen geselecteerd die door de doorgang gestuurd werden. Via de doorgang kwamen de Joden terecht op een open terrein waar de hoofdkwartierstaf van Einsatzgruppe C in de buitenlucht een compleet kantoor had opgericht. Medewerkers van de SS zaten achter hun bureaus en namen de kostbaarheden, documenten en paspoorten van de slachtoffers in beslag. Hun handbagage hadden ze al eerder moeten achterlaten. Tot dusver was de actie grotendeels geweldloos verlopen, maar het eigenlijke werk moest nog beginnen.

Definitielijst

nazi
Afkorting voor een nationaal socialist.
Regiment
Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

Afbeeldingen

Het aanplakbiljet dat de Joden in Kiev opriep om zich de volgende dag te melden.
Luchtfoto van Babi Jar, gemaakt door de Duitse Luftwaffe op 26 september 1943. Bron: NARA.

Massa-executie

Voorbij de bureaus werden de Joden opgewacht door een groep soldaten met honden die een corridor hadden gevormd. Wat er daarna gebeurde, beschrijft Kuznetsov aan de hand van een ooggetuigenverslag van één van de weinige overlevenden, Dina Mironovna Pronicheva, een jonge moeder die actrice was in het kindertheater van Kiev. “Het was erg smal – ongeveer anderhalve meter breed. De soldaten waren schouder aan schouder opgesteld met hun mouwen opgerold, elk van hen zwaaiend met een knuppel. Wanneer de mensen langsliepen werden ze geslagen. Het was onmogelijk om opzij te springen of ervandoor te gaan. Brute slagen, die meteen bloedingen veroorzaakten, kwamen van links en rechts neer op hun hoofden, ruggen en schouders. De soldaten bleven roepen: ‘Schnell, schnell!’ en lachten vrolijk, alsof ze toekeken naar een circusact. […] Iedereen begon te schreeuwen en de vrouwen gilden. Het was als een scène in een film; heel kort zag Dina hoe een jongeman die ze kende uit haar straat, een intelligente, goedgeklede jongen, huilde. Ze zag mensen op de grond vallen. De honden werden meteen op hen gezet. Eén man slaagde erin om met een harde schreeuw op te staan, maar anderen bleven liggen op de grond terwijl mensen naar voren geduwd werden en de mensenmassa verderging, lopend over de lichamen en hen in de grond trappend.”

Vanuit deze corridor van opgestelde soldaten kwamen de slachtoffers opnieuw terecht op een open terrein, omsingeld door Oekraïense militie. De Oekraïners dwongen de Joden om hun kleren uit te doen. Wanneer iemand weigerde, werd hij of zij geschopt of geslagen met knuppels of boksbeugels. Een vrachtwagenchauffeur, genaamd Höfer, die de kleren van de slachtoffers inlaadde, was getuige van dit tafereel. “Ik denk dat het niet eens een minuut kostte voordat elke Jood zijn kleren uitdeed en daar compleet naakt stond”, zo verklaart hij. “De meeste mensen verweerden zich toen ze zich moesten ontkleden en er was een heleboel gegil en geschreeuw.” Dat deze klus met zoveel haast werd uitgevoerd, was niet alleen bedoeld om zoveel mogelijk Joden in korte tijd te vermoorden, maar ook om de slachtoffers geen tijd te geven om stil te kunnen staan bij datgene wat er met hen gebeurde. Zo trachtten de uitvoerders van de massamoord paniek en verzet te voorkomen. “Van het ontkledingsterrein kon je het ravijn niet zien […]”, zo beweert Höfer. “Er woei een bijtende wind; het was erg koud. De schoten vanuit het ravijn konden niet gehoord worden op het ontkledingsterrein. Dit is waarom ik denk dat de Joden zich niet tijdig realiseerden wat er voor hen lag. Ik vraag me tegenwoordig nog altijd af waarom de Joden niet probeerden er iets tegen te doen. Massa’s bleven komen vanuit de stad naar deze plaats, die ze blijkbaar zonder wantrouwen betraden, nog steeds in de veronderstelling dat ze zouden werden geherhuisvest.”

Voorbij het terrein waar de Joden zich moesten uitkleden was de ravijnrand. De Duitsers hadden enkele paden uitgegraven in de ravijnwand, zodat de slachtoffers makkelijker konden afdalen naar beneden. Op de bodem van het ravijn was het ongeveer zo breed als een tweebaansweg. Vrachtwagenchauffeur Höfer beschrijft dat “Toen [de Joden] de bodem van het ravijn bereikten, werden ze overrompeld door leden van de Schutzpolizei die hen dwongen om te gaan liggen bovenop de Joden die al waren neergeschoten. Dit gebeurde allemaal heel snel. De lichamen lagen werkelijk in lagen. Een politieschutter liep langs en schoot elke Jood op de plaats waar hij lag in de nek met een machinepistool. Wanneer de Joden het ravijn bereikten waren ze zo geschokt door het verschrikkelijke tafereel dat ze hun wilskracht volledig verloren. […] Nadat de ene Jood vermoord was, liep de schutter langs de lichamen van geëxecuteerde Joden naar de volgende Jood, die daar intussen lag, en schoot hem neer. Zo ging het ononderbroken door, zonder dat er onderscheid gemaakt werd tussen mannen, vrouwen en kinderen. De kinderen werden bij hun moeders gehouden en werden gelijk met hen neergeschoten.”

“Ik zag dit tafereel slechts kort”, zo vertelt Höfer verder. “Toen ik de bodem van het ravijn bereikte, was ik zo geschokt door de verschrikkelijke aanblik dat ik niet in staat was om lang ernaar te kijken. In de holte zag ik dat er al drie rijen van lichamen naast elkaar lagen over een afstand van ongeveer 60 meter. Hoeveel lagen met lichamen bovenop elkaar lagen kon ik niet zien. Ik was zo verbaasd en versuft door het aangezicht van de trillende, met bloed besmeerde lichamen dat ik de details niet behoorlijk kon registreren. […] Er was een ‘pakker’ bij elke ingang van het ravijn. Deze ‘pakkers’ waren Schutzpolizisten wiens werk het was om de slachtoffers bovenop de andere lichamen te leggen, zodat het afvuren van een schot het enige was wat de schutter hoefde te doen als hij passeerde. Wanneer de slachtoffers via de paden in het ravijn kwamen en ze op het laatste moment het verschrikkelijke tafereel zagen, schreeuwden ze het uit van verschrikking. Maar een ogenblik later werden ze al omver geslagen door de ‘pakkers’ en tot liggen gemaand bij de anderen. De volgende groep mensen kon dit verschrikkelijke tafereel niet zien omdat het om een hoek plaatsvond.”

Afbeeldingen

Deze foto met daarop de achtergebleven kleding en andere bezittingen van de slachtoffers werd na de massamoord genomen door de Duitse legerfotograaf Johannes Hähle. Bron: Deathcamps.org.
Nogmaals een foto van Hähle van het ravijn na de slachting. Bron: Deathcamps.org.

Daders

De door Höfer beschreven moordmethode was een uitwerking van de ervaringen die Friedrich Jeckeln had opgedaan bij de massamoord in Kamenets-Podolsky. Omdat de slachtoffers net als sardines in opgestapeld werden, noemde Jeckeln zijn werkwijze Sardinenpackung. Eén van de uitvoerders van de executie was Kurt Werner, een lid van het Sonderkommando 4a. Zijn verslag van de massamoord is nog uitgebreider dan dat van Höfer. Werner was al vroeg in de morgen aanwezig bij Babi Jar. “Zodra ik arriveerde op het executieterrein”, zo verklaart hij, “werd ik samen met andere mannen naar beneden gestuurd, naar de bodem van het ravijn. Het duurde niet lang voordat de eerste Joden over de rand van het ravijn naar ons gebracht werden. De Joden moesten met hun gezicht naar beneden op de grond bij de ravijnwanden gaan liggen. Er waren drie groepen van schutters op de bodem van het ravijn, elk bestaande uit twaalf man. Groepen Joden werden tegelijkertijd naar beneden gestuurd naar deze executie-eenheden. Elke opeenvolgende groep Joden moest gaan liggen bovenop de lichamen van degenen die al neergeschoten waren. De schutters stonden achter de Joden en vermoordden hen met een Genickschüss. Ik herinner me nog altijd de totale ellende van de Joden toen ze de hoogste rand van het ravijn bereikten en de lichamen zagen. Veel Joden schreeuwden het uit in doodsangst. Het is onmogelijk je voor te stellen wat voor stalen zenuwen er nodig waren om dit smerige werk daarbeneden uit te voeren. Het was afschuwelijk.”

Het zelfbeklag van Werner is natuurlijk uitermate zelfzuchtig, maar ook de organisatoren van de Einsatzgruppen begrepen hoe zwaar de taak van de manschappen was. Daarom werd er gewerkt in ploegendienst. “Ik moest de hele ochtend doorbrengen beneden in het ravijn,” zo vervolgt Werner zijn verklaring. “Gedurende een deel van de tijd moest ik continu schieten. Daarna kreeg ik de taak om de magazijnen van machinepistolen te vullen met munitie. Terwijl ik dat deed, werden andere kameraden ingezet voor schietdienst. Tegen de middag werden we weggeroepen vanuit het ravijn en in de middag moest ik, samen met enkele anderen, op de top Joden het ravijn in leiden. Terwijl we hiermee bezig waren, waren andere mannen aan het schieten beneden in het ravijn. De Joden werden door ons naar de rand van het ravijn geleid en vandaar liepen ze alleen via de helling naar beneden.”

Overlevenden

Het lijkt onmogelijk, maar enkele Joden overleefden de actie en vertelden na de oorlog hun ervaringen. Eén van hen is Ludmilla Sheila Poliscuk. “Moeder en ik werden naar een verzamelplaats gereden,”zo vertelt zij. “Ik begon te huilen. Moeder pakte mijn handen en zei: ‘Dochtertje, huil niet, anders brengen ze ons om. Als je stil bent, overleven we misschien.’ Toen maakte een schietcommando zich klaar. Moeder wachtte daar echter niet op, maar sprong met mij in de kloof en ging op me liggen. De speciale eenheden begonnen ons met lijken toe te dekken. Daarna schoten ze een volgende groep dood. Moeder voelde dat ik onder haar stikte en legde haar vuisten onder mijn hals, zodat ik niet in het bloed verdronk. Toen hoorde ik de soldaten komen en naar overlevenden zoeken. Gelukkig ging er een soldaat op moeder staan om de naast haar liggende gewonde dood te steken. Toen ze verdergingen, trok mijn moeder mij er bewusteloos uit en droeg me weg. In Podol, een wijk van Kiev, was een tegelfabriek. Daar bracht ze me naar de kelder. We hebben ons daar vier dagen verstopt.”

Een andere overlevende van de Aktion is de eerder in dit artikel geciteerde Dina Pronicheva. Zij vertelde na de oorlog haar verhaal aan Anatoly Kuznetsov. Dina was getrouwd met een Russische man. Dankzij haar Russische naam en niet-Joodse voorkomen wist zij een Oekraïense militieman ervan te overtuigen dat ze abusievelijk opgepakt was. Ze werd aan de kant gezet waar een groepje mensen verzameld was dat zich in dezelfde situatie bevond. Hier wachtte ze de hele dag, terwijl ze voortdurend bebloede mensen zag verdwijnen in het ravijn. Ze verklaart dat ze zelfs zag hoe kinderen die door hun moeders achtergehouden werden over de rand van het ravijn naar beneden gegooid werden door Duitse soldaten. Bij schemering zag Dina een open auto arriveren met daarin een Duitse officier, mogelijk was dit Paul Blobel. Hij vroeg de Oekraïners waarom Dina en ongeveer vijftig andere mensen apart gehouden werden. De Oekraïners legden uit dat het om hun eigen mensen ging, maar de Duitse officier beval hen om de groep alsnog neer te schieten. Dina hoorde hem zeggen dat “als ook maar één van hen hiervandaan komt en begint te praten in de stad, […] geen enkele Jood hier morgen nog [zal] verschijnen.”

Daarop werd de groep naar een zijravijn gestuurd. Dina viel hier neer in de massa dode lichamen, maar of dit was voor of nadat ze schoten hoorde, weet ze niet meer exact te herinneren. Ze bleef stil liggen. “Overal om haar heen,” zo schrijft Kuznetsov, “kon ze vreemde, gesmoorde geluiden horen, gekreun, gesnak naar adem en gesnik: veel van de mensen waren nog niet dood. De hele massa van lichamen bleef licht bewegen wanneer ze naar beneden en dichter op elkaar gedrukt werden door de bewegingen van degenen die nog leefden.” Dina was niet geraakt en terwijl er nog altijd mensen geëxecuteerd werden, wachtte ze op de duisternis. Toen begon ze met het omhoogklimmen uit het ravijn. Ze haalde het, overleefde de oorlog en getuigde tijdens oorlogstribunalen.

Afbeeldingen

Dina Pronicheva als getuige bij een proces tegen oorlogsmisdadigers in Kiev. Bron: USHMM.

Resultaat

De massaslachting nam in totaal 36 uur in beslag. De slachtoffers die de eerste dag niet omgebracht waren, werden gedurende de nacht opgevangen in overvolle zalen. De volgende dag ging de Aktion verder. Aan het eind van de dag werd er ongebluste kalk over de lijken gestrooid. Anton Heidborn, een lid van het Sonderkommando 4a, verklaarde dat op de derde dag de laatste lichamen met zand werden begraven door burgers. Daarna werden de ravijnwanden met dynamiet opgeblazen. “De volgende dagen,” zo vertelt Heidborn, “werden besteed aan het gladstrijken van de bankbiljetten die hadden behoord aan de Joden die geëxecuteerd waren. Ik schat dat deze in totaal miljoenen bedragen moet hebben.” De enorme hoeveelheid kleding die was afgenomen van de Joden werd geschonken aan de NSV, de Nationalsozialistische Volkswohlfahrt, een liefdadigheidsinstelling van de NSDAP, “ter verdeling onder etnische Duitsers” en aan het stadsbestuur van Kiev “ter verdeling onder de arme bevolking.”

Op 7 oktober 1941 rapporteerde Paul Blobel in voortgangsrapportage UdSSR Nr. 106 de executie van 33.771 Joden. “De actie zelf is soepel verlopen”, zo verklaarde hij. “De tegen de Joden genomen verplaatsingsmaatregel (Umsiedlungsmassnahme) heeft de volledige instemming van de bevolking gekregen. Dat de Joden in werkelijkheid geliquideerd werden, is tot nu toe nauwelijks bekend geworden; zou volgens de huidige ervaringen ook nauwelijks op weerstand stuiten. De genomen maatregelen werden ook door de Wehrmacht goedgekeurd. Degenen die nog niet opgepakt zijn, dan wel naar de stad teruggekeerde gevluchte Joden zullen geval voor geval passend worden behandeld.”

Na de Aktion van 29 en 30 september 1941 bleef Babi Jar in gebruik als executieplaats. Nog vele duizenden Joden, Zigeuners en Sovjetkrijgsgevangenen werden hier omgebracht. Ook werden vermoedelijk de lichamen van vele geestelijk gehandicapten gedumpt in Babi Jar. Zij waren omgebracht door de Duitse arts Wilhelm Gustav Schüppe die in Kiev was aangesteld aan het Pathologisch Instituut met de opdracht om “levensonwaardig leven” te vernietigen. Naar schatting werden in Babi Jar in totaal ongeveer 100.000 mensen vermoord. Daarmee was dit ravijn het grootste massagraf van Einsatzgruppen. In het kader van Aktion 1005, de opdracht van Paul Blobel om alle sporen van massavernietiging in het oosten uit te wissen, werd het massagraf in juli 1943 geopend en werden de lichamen overgoten met brandstof en vervolgens verbrand. Daarna werd het graf weer dichtgegooid.

Definitielijst

Aktion 1005
Duitse geheime operatie om de sporen van massavernietiging in het oosten uit te wissen. De lijken van de slachtoffers van de Einsatzgruppen en vernietigingskampen werden opgegraven uit massagraven en vervolgens verbrand. De operatie stond onder leiding van SS-Standartenführer Paul Blobel.

Afbeeldingen

Krijgsgevangenen, bewaakt door Duitse soldaten, begraven de lichamen in oktober 1941. Bron: Deathcamps.org.
Nogmaals een foto van het dichtgooien van het massagraf. Beide foto's zijn weer van legerfotograaf Johannes Hähle. Bron: Deathcamps.org.
De plek waar de lichamen verbrand werden gedurende Aktion 1005. De foto werd in 1943 gemaakt door een Sovjet-commissie die onderzoek deed naar de massamoord.

Nawoord

Na de slachting in Babi Jar voerde Blobels Sonderkommando nog meerdere soortgelijke Aktionen uit. In totaal maakte Sonderkommando 4a van juni 1941 tot eind 1943 59.018 slachtoffers. Vanaf oktober 1941 maakten de Einsatzgruppen gebruik van gasvrachtwagens. De slachtoffers werden in de laadruimte gestopt en daarin vervolgens vergast met koolmonoxide. Deze moordmethode werd als humaner beschouwd; niet voor de slachtoffers, maar voor de daders. Bloedbaden, zoals in Babi Jar, waren namelijk een zware psychische belasting voor de daders gebleken.

Nadat Heinrich Himmler in Minsk de executie van honderden Joden en zogenaamde partizanen had bijgewoond, had hij Arthur Nebe, de chef van de Kriminalpolizei (Kripo) en commandant van Einsatzgruppe B, de opdracht gegeven om een moordmethode te vinden die minder invloed had op de psyche van zijn moordenaars. Samen met SS-Untersturmführer dr. Albert Widmann ontwikkelde Nebe een gaskamer waarin slachtoffers met koolmonoxide vermoord werden. Ondertussen had men in september 1941 in Auschwitz voor het eerst vergassingsexperimenten met Zyklon-B uitgevoerd. Het gebruik van gaskamers bleek niet alleen minder belastend voor de daders, maar ook veel efficiënter dan de massa-executies die de Einsatzgruppen in de Sovjet-Unie uitgevoerd hadden. In totaal werden in Polen zes vernietigingskampen opgericht waarin, volgens historicus Dieter Pohl, naar schatting 2.600.000 Joden werden omgebracht (46,4% van het totaal). Diezelfde historicus schat het aantal omgebrachte Joden door executies en gaswagens op 2.200.000 (39,3% van het totaal).

Terwijl de vernietigingskampen het werk van de Einsatzgruppen hadden overgenomen, werd Kiev begin november 1943 door het Rode Leger bevrijd. Er werd een uitgebreid onderzoek ingesteld naar de massaslachting in Babi Jar. De resultaten van dit onderzoek werden echter gekleurd door propaganda. In het eerste verslag van de Sovjet-onderzoekscommissie schreef men nog dat “Hitlers bandieten […] een massale beestachtige vernietiging van de Joodse bevolking [hebben] uitgevoerd.” Nadat het bericht door meerdere instanties ideologisch aangepast was en werd voorgelegd aan het Centrale Comité van de communistische partij stond er dat “Hitlers bandieten duizenden vreedzame sovjetburgers” hadden gedood. Op deze manier gaven de Sovjets een geheel andere betekenis aan de Holocaust. Objectief onderzoek vond plaats na de oorlog. Tijdens het Einsatzgruppen-proces van het Militaire Tribunaal in Neurenberg stonden 24 leiders van de Einsatzgruppen terecht, waaronder ook Paul Blobel en Otto Rasch. Blobel werd ter dood veroordeeld en op 7 juni 1951 geëxecuteerd in Landsberg am Lech. De aanklacht tegen Rasch werd geseponeerd omdat hij leed aan de ziekte van Parkinson. Hij overleed op 1 november 1948 in Neurenberg. Friedrich Jeckeln werd gearresteerd door de Sovjets. Hij stond terecht van 26 januari tot 3 februari 1946. Hij werd veroordeeld tot de doodstraf en werd diezelfde dag nog geëxecuteerd.

In 1961 publiceerde de dichter Jevgeni Jevtoesjenko een gedicht over Babi Jar, dat begon met de regel: “Er staat geen monument bij Babi Jar.” Het gedicht werd in 1962 op muziek gezet door Dmitri Sjostakovitsj in het eerste deel van zijn dertiende symfonie. Omdat in het gedicht kritiek geuit werd op het zwijgen van de Sovjetoverheid over de massamoord op de Joden, was het gedicht controversieel en werd het pas in 1984 voor het eerst gepubliceerd door de Sovjetpers. Het duurde ook tot 1976 voordat bij Babi Jar een gedenksteen werd geplaatst voor de slachtoffers. Op deze gedenksteen werden de Joodse slachtoffers echter niet herdacht. Het duurde nog eens 15 jaar langer voordat een nieuw monument werd opgericht dat herinnert aan de Joodse slachtoffers van de massaslachting in Babi Jar.

Definitielijst

Holocaust
Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
Kripo
Kriminal Polizei, de burgerrecherchedienst van Nazi Duitsland.
propaganda
Vaak misleidende informatie die gebruikt wordt om aanhangers / steun te winnen. Vaak gebruikt om ideele en politieke doelen te verwezenlijken.
Rode Leger
Leger van de Sovjetunie.
Sovjet-Unie
Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
Zyklon-B
Het gifgas dat in de Duitse vernietigingskampen systematisch werd toegepast om voornamelijk joden te vermoorden.

Afbeeldingen

Aangeklaagde Blobel wordt ter dood veroordeeld tijdens het Einsatzgruppen proces in Neurenberg. Bron: NARA.
Monument "voor de omgebrachte Sovjet-burgers" in Babi Jar. Bron: Mark Voorendt.
Monument voor de Joodse slachtoffers. Bron: Mark Voorendt.

Informatie

Artikel door:
Kevin Prenger
Geplaatst op:
10-05-2007
Laatst gewijzigd:
02-03-2013
Feedback?
Stuur het in!

Gerelateerde thema's

Gerelateerde boeken