TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

In Duitse dienst

    Personalia

    Johan Bulder werd geboren op 20 juni 1914 in Amsterdam. Hij huwde in het jaar van de Olympische Spelen in nazi-Duitsland in 1936 de 26-jarige Agnes Hubertine Behet. In het Amsterdams stadsarchief wordt Bulder omschreven als SS man en inkoper van diversen. Hij had een kolenzaak, een rijwielhandel en zat op zee. Wat betreft zijn persoonlijkheid was hij een bon vivant en een vrouwenversierder. Hij had altijd schulden. Toen de oorlog begon, woonde hij met zijn gezin aan de Dusartstraat 29 II in Amsterdam.


    Portretfoto van Johan Bulder. Bron: Beeldbank WO2 - NIOD

    Bulder in SS-uniform. Bron: Beeldbank WO2 - NIOD

    Oorlog

    Drie maanden na de val van Nederland vertrok hij volgens de gegevens van het Gewestelijk Arbeidsbureau Amsterdam, afdeling tewerkstelling Duitsland, op 12 juli 1940 naar Duitsland waar hij voor de gebroeders Zimmerman in Arnberg ging werken. Zijn gezin verhuisde enkele maanden daarna naar de Wilhelminastraat 61 (Westergasthuisstraat).

    Waffen-SS

    In mei 1941 nam hij vrijwillig dienst bij de Waffen-SS en vocht hij aan het Oostfront. Zijn training genoot hij in Debica en hij zou ook in Lublin zijn geweest. Lublin staat bekend als de plaats waar voornamelijk grootschalige executies van Joden plaatsvonden in de periode dat Bulder er was. Tijdens het proces van Bulder in 1981 en de daarmee gepaard gaande aandacht in de nationale dagbladen, verklaarde zijn dochter dat ze overtuigd was dat hij daaraan had deelgenomen.

    Chauffeur

    Zelf verklaarde Bulder over de beginperiode en zijn overplaatsing richting Polen en zijn werkzaamheden in Rusland het volgende:

    "Tussen 29 april 1941 en 26 mei 1943 was ik gedwongen als chauffeur dienst te doen bij de Wehrmacht."

    In Amsterdam had hij zich tevoren aangemeld als chauffeur voor de firma Krause in Debica, Oost-Polen. Op 29 april 1941 werd Bulder samen met 50 man op transport gezet naar Polen. Daar zou hij volgens het contract met een Duitse firma in Debica een nieuwe stad bouwen. Eenmaal aangekomen werden hij en de mannen ondergebracht in Wehrmacht-barakken. Ze kregen groene uniformen met alleen een adelaar op de mouw. Het aantal manschappen groeide met meer Nederlanders en geronselde Belgen. Na de Duitse inval in Rusland richtte de eenheid zich op voedseltransporten. Vanwege roofovervallen door partizanen werden ze bewapend. Voor dat doel werd op 1 augustus 1941 40 man bijeen gebracht die een volledig SS-uniform kregen. Bulder kreeg een motor met zijspan en karabijn met 50 patronen. Via Warschau en Lublin vertrok Bulders eenheid naar Rusland waar ze buitgemaakte vrachtwagens moesten repareren. Op 18 december 1941 keerde hij eerst naar Lublin en vervolgens per trein op 24 december terug naar Duitsland. Hij mocht op verlof.

    Verzetswerk?

    In deze periode zou hij in Amsterdam kapitein P. Drilsma hebben ontmoet.[1] Een Joodse ex-militair die illegaal werk verrichtte. In januari 1942 moest de inmiddels tot SS-Sturmmann opgeklommen Bulder terug naar het Oostfront. Dat weigerde hij. Hij vroeg ontslag aan bij de Kompagnieführer. Deze wees het verzoek resoluut af. Vervolgens probeerde Bulder zich bij een dokter voor dienst ondeugdelijk te laten verklaren. Ondertussen was zijn dienstlichting weer vertrokken, waarop de achterblijver Bulder gearresteerd werd. Hij moest wegens desertie verschijnen voor het SS Gericht. Bulder kwam er met een sisser vanaf. De eenheid ‘Karl Robl’ werd tijdens een rechtszitting in Berlijn ontbonden. De arbeiders zouden onder dwang gerekruteerd zijn en niet in dienst zijn van de Waffen-SS. Zijn functie als chauffeur, net als die van zijn collega’s werd hersteld.

    In februari 1942 zou Bulder tijdens zijn tweede verlof kapitein Drilsma en luitenant Ivan Frank opnieuw hebben ontmoet. Die stelden voor dat Bulder in Nederland moest proberen te blijven. Op deze wijze meldde Bulder zich bij SS-Untersturmführer Hautz in Den Haag en ging werken voor de Zentralbauleitung. Een bouwonderneming die betrokken was bij de bouw van detentiekamp Vught. Daar zou hij snel het volledig vertrouwen genieten van zijn meerderen en kwam hierdoor in het bezit van een Sonderausweiss en Reisbefehl met stempels. Bulder zou deze ter beschikking hebben gesteld aan Drilsma (Hoekweg 1a Voorburg)en Frank. Hiermee zouden anderen op weg naar Zwitserland kunnen worden geholpen. Bovendien zou Bulder volgens eigen zeggen tekeningen van kamp Vught hebben overgedragen en in zijn huis in Den Haag onderduikers hebben ondergebracht.

    "Weinig personen wisten van mijn illegale werkzaamheden af. In april 1943 moest ik weg uit Den Haag en werd ik ook weer chauffeur en ook als oppasser bij de frontarbeiders van de firma Peter van Geloven uit Tilburg.[2]

    Gezwicht?

    Halverwege 1943 werd Bulder na een dienstreis in Bordeaux ziek. Wat hij precies in Bordeaux deed is onbekend. Als het niet voor een opdracht van de Zentralbauleitung was, zou hij op eigen initiatief misschien gesmokkeld hebben of was hij namens Drilsma betrokken geweest in een escapeline. Het verzet paste voor Engelandvaarders bestaande Sonderausweisen en Reisbefehlen aan om hen via Zwitserland of Portugal naar Engeland te loodsen. Anderzijds is het mogelijk dat Bulder betrokken was om dergelijke escapelines voor de SD op te rollen. In ieder geval gebeurde er iets. In september 1943 dook hij vanwege onbekende redenen onder. Misschien vanwege de valse papieren die hij had helpen laten maken. Hij dook onder bij de fam F. Taks Kade B, 120 Fijnaart, totdat het te gevaarlijk werd en hij naar Haarlem vertrok. Daar werd Bulder gearresteerd door de Nederlandse politie want de SD had Bulder zogenaamd wegens diefstal in het politieblad laten zetten.

    "Ik verwachtte niet anders dan de kogel. Door veel gelieg kon ik me daarvan redden. Ik werd niet in een militaire gevangenis gebracht, doch in het welbekende andere detentiecentrum in Scheveningen."

    Daar kreeg hij te horen dat hij, zolang hij nog niet was veroordeeld door het Polizeigericht, voor de Sicherheitsdienst moest gaan werken. Op deze wijze kon hij na de oorlog talloze SD-medewerkers aanwijzen, zoals de Joodse verrader L. Gibion en de twee Amsterdammers Inaas en Pollak.

    In maart 1944 moest Bulder in Velp voor het SS- en Politiegerecht verschijnen. Er werd 1 jaar geëist wegens zijn "weglopen" uit Bordeaux (zijn onderduikperiode). In april 1944 werd hij als gevangene ontslagen. Hij moest zich direct melden bij de Panzer-kazerne in Graz. Kapitein Drilsma was inmiddels gearresteerd. Bulder ging per trein naar de marscompagnie in Feldback bij Graz. Omdat men daar volgens hem niet wist dat hij sinds 1942 geen verlof had gehad, kreeg Bulder verlof. Ze waren blijkbaar niet op de hoogte dat hij kort daarvoor veroordeeld was geweest wegens desertie. Bulder keerde direct terug naar Den Haag en zocht ene dr. Pieters op die hem naar een hartspecialist stuurde. Hij wilde om medische redenen ontslag uit dienst aanvragen. Na een onduidelijke periode dook hij weer onder totdat hij tegen het einde van de oorlog in Nieuwpoort opdook en lid was van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten.[3]


    Archiefkaart van Johan Bulder. Bron: Collectie Jochem Botman

    Definitielijst

    Engelandvaarders
    Bijnaam voor Nederlandse mannen die voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog Engeland probeerden te bereiken over zee om vanuit daar de Duitsers te bevechten. Velen stierven tijdens de overtocht die soms zelf in kano's werd ondernomen. De meeste Engelandvaarders konden via radio Oranje hun veilige aankomst aan het thuisfront laten horen via codewoorden.
    karabijn
    Een al dan niet automatisch wapen met een geringer ballistisch vermogen dan een geweer van hetzelfde kaliber, veroorzaakt door een kortere loop. Het effectief vuur varieert van 200 tot 300 m.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Jodenjager

    SD-activiteiten die Bulder zelf niet noemde

    Volgens de gevonden gegevens zou Johan Bulder in Den Haag al voor de SD gewerkt hebben. Volgens de beschikbare dossiers was hij tussen 16 november 1942 en 23 november 1942 in een Luftwaffe Lazaret in Amsterdam ondergebracht wegens ziekte. In die tijd stond hij ook te boek als SS-Sturmmann bij de Zentralbauleitung in Den Haag. In de Haagse periode stond hij ook bekend als V-mann, spion ofwel infiltrant.

    Dit werd bevestigd door de Haagse politierechercheur H. Westerdijk (04-01-1913, Vlaardingen). Deze verklaarde dat hij in 1942 de opdracht kreeg om Joden op te sporen en te arresteren. In oktober 1943 moest Westerdijk zich melden bij Oberscharführer Gustav Nagel aan de Nieuwe Parklaan 72-74. Hier was inmiddels het Judenreferat IVB4 in Villa Windekind gevestigd. In deze villa was het politiebureau van de Sipo ondergebracht. Hier werden de opsporingsacties van Joden gecoördineerd en gevangenen verhoord in de folterkamers onder het bureau. In Windekind werden Jodenjagers gerekruteerd en werden arrestanten afgebeuld om de schuiladressen van onderduikers en verzetsleden prijs te geven. Een bekende Jodenjager die regelmatig zijn arrestanten aan de Parklaan 72-74 afleverde was de beruchte Amsterdamse onderwereldfiguur Dries Riphagen.[4]

    Ook Westerdijk maakte bij de opsporing van onderduikers en Joden gebruik van een eigen netwerk van verraders: V-männer en -Frauen. Van commandant Nagel kreeg hij eveneens de taak om te achterhalen op welke wijze onderduikers aan hun valse persoonsbewijzen en distributiebescheiden kwamen. De bedoeling was hoofdzakelijk daardoor nog meer Joodse onderduikers in handen te krijgen. Tot zijn handlangers behoorden Bulder en ene Hofkes. Hun opsporingsactiviteiten breidden zich uit tot de driehoek Den Haag, Gooistreek (Utrecht, Hilversum, Zeist) en Amsterdam.[5]

    Westerdijk bevestigde na de oorlog tijdens verhoor dat Bulder zijn diensten aan de SD had aangeboden en zelf actief gezocht had naar Joden en onderduikers. Hoeveel mensen hij heeft aangebracht is onbekend. De namen van een aantal slachtoffers zijn inmiddels wel achterhaald.

    Wie vielen ten prooi?

    • Heiman van der Hoek (Leeuwarden 16-05-1905)
    • Esther Polak (18-05-1906)
    • Judith van der Hoek (5-07-1931), betrokken bij de arrestatie en gezorgd voor het transport naar Juden Durchgangslager Westerbork en verder naar vernietigingskamp Auschwitz.

    Tijdens een razzia op 7 februari 1944 te Terborg gemeente Wisch opgepakt:

    • Rachel de Roos-Lek (Amsterdam 14-07-1907/ Auschwitz 6 maart 1944, vrouw van Samuel de Roos (16-09-1904)
    • Haar dochter Louise M. de Roos (Amsterdam 03-03-1940/ 06-03-1944 Auschwitz)
    • Haar man Samuel de Roos
    • Judith de Groot (28-08-1915/ Sobibor 28-05-1943)
    • Willem Hendrik Jesse (Amsterdam 02-04-1905) gearresteerd en ging op transport naar Kamp Vught en vervolgens naar KZ Oraniënburg, daarna vermist
    • Bode uit de Musschenbroekstraat (Laakkwartier) in Den Haag in 1944.

    Getuigen

    De Joodse Henderina "Hennie"(1909) Buurman-Broekman uit Hilversum verklaarde dat Bulder verantwoordelijk was voor de arrestatie van haar zuster Jeannette Pach-Broekman op 8 februari 1944 in Hilversum in de Stationsstraat.[6] De zus werd naar Den Haag afgevoerd en op 12 februari naar Westerbork gezonden, vervolgens volgde de deportatie naar Auschwitz. Jeannette overleed daar in augustus aan tyfus.

    Henderina’s man was Marten Cornelis "Cor" Buurman. Het was een gemengd huwelijk. Henderina was Joods en haar man katholiek. Cor begon begin 1943 hulp te verlenen aan familieleden van zijn vrouw, maar dit werk breidde zich uit tot hulp aan honderden, later ook niet-Joden…

    Henderina:

    "… terwijl ten slotte alle facetten van het verzet in ons huis aan de Amsteldijk 7 te Amsterdam plaatsvonden. Dit adres groeide uit tot een van de grote illegale centra in Amsterdam, met verbindingen en relaties naar alle richtingen."

    Eén van die relaties was mevrouw M. Braams-Baart (echte naam Baerts, bijnaam Miep), destijds wonende aan de Eerste Oosterparkstraat 178, 3 hoog in Amsterdam. Ze was zeer bevriend met een van de kopstukken van de SD, namelijk Kriminalsekretär Otto Kempin Chef van de afdeling Joodse strafzaken aan de SD Aussenstelle Euterpestraat. In verschillende gevallen had ze bemiddeld ten gunste van gepakte onderduikers. Zo bemiddelde ze tijdens de eerste inval bij Cors huis, waar onderduikers werden gearresteerd. Iedereen kwam echter vrij, behalve de vrouw van Cors vriend Guus Trestorff.[7]

    Henderina:

    "Toen wisten wij niet welke prijs daarvoor betaald moest worden en zij genoot dan ook "ons volledige vertrouwen."[8]

    Verraad

    Het was bij een onderduikadres in Hilversum waar Baerts haar zus had ondergebracht. Het adres in Amsterdam werd te gevaarlijk. Elke week zou haar zus een ansichtkaart sturen als levensteken. Het zou op aanwijzing zijn van Baert dat Bulder de zus oppakte en afvoerde naar Scheveningen. Toen werd de rol van "Miep" pas goed duidelijk.

    Drie maanden later, in mei 1944, werd Cor gearresteerd. Opnieuw bemiddelde Miep. Ze had Cor plus 12 mannen en vrouwen, die ze eerst zelf had ondergebracht, verraden. Miep beschuldigde op haar beurt Cor, omdat hij degene was die beschikte over de schuiladressenbestanden die Cor aan haar had gegeven. Eén van de andere personen die verraden werd, was Cors naaste medewerker Guus Trestorff, die bij de latere overval op het Huis van Bewaring aan de Weteringsschans door de Duitsers werd neergeschoten. Cor werd later opnieuw vrijgelaten. Waarom is onduidelijk.[9]

    Verraadster Miep

    Braams-Baart heette in het echt Maria Christina Baerts en stond bekend als "Miep." Deze V-Frau kwam veel over de vloer bij de SD aan de Euterpestraat. Ze was bevriend met rechercheur Piet Schaap en Kempin en had in de oorlogsjaren een dubbelrol gespeeld. Tijdens haar proces verklaarde ze dat ze tegen haar zin ingezet werd voor illegale doeleinden. Het onderduikadres aan de Kerkstraat in Amsterdam, waar ze Joden onderbracht, bleek een val te zijn van de Joodse verraadster Branca Simons. Voormalig rechercheur Schaap verklaarde dat Miep van twee wallen at. Miep zou vier jaar krijgen en Simons was aanvankelijk ter dood veroordeeld en kreeg later gratie. Miep had na de oorlog baat bij haar dubbelrol. Illegale werkers verklaarden dat Miep veel voor het verzet had gedaan en hen onder andere stempels op hun persoonsbewijzen had bezorgd die hen vrijwaarden voor deportatie. Van de andere kant kreeg Miep in ruil voor haar diensten aan de SD bontjassen en juwelen… Uiteindelijk zat Miep maar 1.5 jaar uit.[10]

    Scheiding

    Bulder en zijn vrouw Agnes scheidden in 1944 in het gerechtsgebouw in Den Haag. Hij liet haar achter met vier kinderen.

    "Mijn moeder ging bij hem weg juist omdat hij bij de SS zat."

    Aanvraag buitenlands paspoort uit 1942 voor Agnes Hubertine, de echtgenote van Johan Bulder. Bron: Collectie Jochem Botman

    Toen hij zijn ex-vrouw financieel tegemoet wilde komen zei ze tegen hem:

    "Het bloedgeld dat jij van de Joden afgenomen hebt, hoef je mij niet te geven."

    Zijn dochter verklaarde zeker te weten dat haar vader in het bezit was van een lijst verraden Joden. Alle mensen op die lijst zou hij stuk voor stuk afgegaan zijn om hen geld afhandig te maken, in ruil voor het schrappen van hun naam van de lijst. Na het geld vergaard te hebben, zou hij de Joden alsnog opgepakt hebben. Nadat Bulder in 1944 van zijn gezin gescheiden was, had hij volgens zijn dochter pogingen in het werk gesteld de familie op te laten pakken; "omdat wij te veel wisten." De dochter vervolgde:

    "Met medewerking van de ondergrondse waren we toen gevlucht, en hebben we tot in 1946 ondergedoken gezeten in Hannover."

    Tot de scheiding van haar man, had Bulders vrouw het SS’er zijn van hem uitgebuit om in hun Amsterdamse woning Joden verborgen te houden. Dat was aan de Jägerstraat in Amsterdam-Zuid. Bij razzia’s moesten de onderduikers zich in de slaapkamer verbergen. Als er door de Duitsers aangebeld werd, deed moeder open en zei: "Hier moet je niet zijn, ik ben de vrouw van een SS’er." Ze had papieren bij de hand om dat aan te tonen.[11]

    Definitielijst

    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    razzia
    Georganiseerde drijfjacht op een groep mensen. Dat konden joden zijn, maar ook onderduikers of andere groeperingen.
    Sipo
    Sicherheitspolizei. Samenvoegingsverband (sinds 1936) van de Gestapo en Kriminalpolizei
    vernietigingskamp
    Kamp waar tijdens de Tweede Wereldoorlog grote groepen mensen (voornamelijk Joden en zigeuners) door de SS werden geliquideerd door middel van vergassing. Auschwitz, Treblinka en Majdanek zijn drie voorbeelden van vernietigingskampen.

    Na de oorlog

    Bevrijding

    Johan Bulder werd na de bevrijding gearresteerd en gedetineerd in het mannenkamp aan de Fruitweg in Scheveningen. In december 1945 slaagde hij erin te ontvluchten. Met behulp van een ondergrondse organisatie die hem van valse papieren voorzag week hij naar Zuid-Afrika uit. In 1969 keerde hij naar Nederland terug, bleef ongemoeid en herkreeg zelfs zijn Nederlanderschap. Hij woonde aan de Schimmelpenninckstraat 7 in Nijkerk. In 1970 werd hij bij terugkeer van vakantie op Schiphol gearresteerd.

    Bij de politierechter

    "Ik heb niets op mijn geweten. Ik ben niet bij de NSB geweest en er is geen sprake van dat ik bij de Waffen SS heb gediend."

    Artikel uit de Zwolse Courant van 30 januari 1970.

    In Januari 1970 verscheen Bulder bij de Zwolse politierechter jhr. mr. H.H. G. Verspeyck. Aan de rechter probeerde hij zijn onschuld te bewijzen en uit te leggen waarom hij sinds 1945, tot zijn arrestatie, onder een valse identiteit leefde.[12]

    Ten eerste beweerde Bulder tegenover de Zwolse politierechter dat hij onschuldig was en nooit lid was geweest van de SS:

    "Ik heb niets op mijn geweten. Ik ben niet bij de NSB geweest en er is geen sprake van dat ik bij de Waffen SS heb gediend."

    Op de vraag van de Zwolse politierechter jhr. Mr. H. Verspyck waarom Bulder in 1945 het land was ontvlucht, ontkende hij dat hij gevlucht was om aan vervolging voor oorlogsmisdaden te ontkomen. Zijn antwoord was:

    "Ik had mijn vrouw een bontmantel gegeven en een rechercheur wilde mij daarvoor pakken."

    De bontmantel had hij, evenals andere bezittingen, achterovergedrukt van Joden die hij had gearresteerd en wier huizen hij had leeggeroofd. Dat was zijn verklaring voor zijn uitwijk naar Duitsland aan de rechter. Bovendien wilde de rechter weten waarom Bulder 23 jaar lang onder de schuilnaam Arie de Jong over de wereld had gezworven. Had hij werkelijk geen oorlogsverleden te verbergen? Als laatste vroeg de rechter waarom hij uitgerekend in 1970 naar Nederland teruggekeerde, precies op het moment hij niet meer voor oorlogsmisdaden vervolgd kon worden? Was hij van deze verjaring op de hoogte gesteld of was het simpelweg om in aanmerking te komen voor zijn AOW? In Zuid-Afrika had hij gehoord dat als hij 10 jaar in Nederland zou doorbrengen hij recht zou hebben op zijn Nederlandse ouderdomspensioen…[13]

    Waarom was hij in het bezit van een vervalst geboortebewijs van ene Cornelis Arie de Jong (14-11-1904)? Een bewijs dat waarop het geboortejaar in Zuid-Afrika in 1965 à raison van 5.000 gulden was gewijzigd in dat van hemzelf. Daarnaast bezat hij een vals paspoort dat hij bij de ambassade in Zuid-Afrika had gekregen. Als Bulder inderdaad bij de Waffen-SS had gediend zou hij door zijn dienstneming zijn Nederlanderschap verloren zijn en stateloos zijn en als zodanig niet vervolgd kunnen worden voor het valse paspoort. Dat jaar kwam Bulder er vanaf met een boete van vijfhonderd gulden. Met zijn oorlogsverleden gebeurde helemaal niets.

    Ingetrokken

    Op 17 maart 1969 was de signalering van Bulder ingetrokken. Vervolging wegens politieke delicten kon niet meer plaatsvinden omdat deze na 24 jaar, na 15 mei 1945, waren verjaard. Bulder werd later schuldig geacht aan misdrijven tegen de menselijkheid, zoals het laten deporteren van Joodse onderdanen met de dood tot gevolg. Dat Bulder onterecht geschrapt werd uit het opsporingsregister werd pas na 1971 duidelijk. Maar toen was Bulder alweer weg. Pas tien jaar later zou zijn zaak weer opgerakeld worden.

    Bulder woonde niet meer in Zuid-Afrika, maar in Den Haag en genoot daar onbekommerd van zijn kleine pensioen. Hij was toen nog wel getrouwd met zijn tweede vrouw, maar leefde gescheiden van haar. In december 1980 zocht hij aan de Spaanse kust de zon op. Op zijn terugreis werd hij gearresteerd.

    Arrestatie

    In 1981 werd Bulder op 66-jarige leeftijd door de Koninklijke Marechaussee opgepakt op Schiphol toen hij terugkwam van vakantie uit Spanje. Volgens oorlogsdossiers was hij er verantwoordelijk voor geweest dat in 1944 minstens twintig ondergedoken Joden op transport werden gezet naar het concentratiekamp Auschwitz. Geen van hen keerde terug.

    In opdracht van de toenmalige landelijke officier voor de opsporing van oorlogsmisdaden mr. Lodewijk de Beaufort werd Bulder aangehouden. De Beaufort verklaarde waarom het zo lang duurde voordat Bulder aangehouden kon worden. Bulder zou naar Zuid-Afrika zijn vertrokken en over het algemeen was het onbekend wat Bulder op zijn geweten had.

    Justitie kwam Bulder opnieuw op het spoor toen hij in februari 1969 in Nijkerk een vals geboortebewijs (op naam van C.A. de Jong), dat in Oud Beijerland was uitgegeven, aanbood bij de gemeente Nijkerk om toekomstige identiteitspapieren aan te kunnen vragen. Dezelfde identiteitsgegevens had hij ook gebruikt in Pretoria, Zuid-Afrika, in februari 1965 om een paspoort op dezelfde naam (De Jong) aan te vragen.

    Bulder had tegenover de Haagse officier van Justitie mr. J.A. Blok toegegeven dat hij in de oorlog Joden voor deportatie had opgepakt.

    Bulder:

    "Ik hoefde alleen maar bij de deur te staan om te maken dat de gearresteerde mensen niet ontsnapten. Ondervragen mocht ik niet. Ik heb dat allemaal onder dwang gedaan."

    Bulder ontkende schuldig te zijn. Hij had naar eigen zeggen simpelweg "gevolg gegeven aan de orders, omdat hij anders gedood zou worden."

    Bezwarende feiten konden niet bewezen worden

    De oudste dochter van Bulder verklaarde in 1944 foto’s gezien te hebben waarop haar vader betrokken was bij executies. Bulder zou deze foto’s als pronkstukken in zijn portefeuille bij zich gedragen hebben om aan anderen te laten zien. Op de afbeeldingen stond hij met een geweer in aanslag bij mensen die kuilen aan het graven waren. De dochter was overtuigd dat haar vader niet alleen medeplichtig was aan arrestaties en deportaties van Joden, maar ook mensen om het leven had gebracht, nadat hij hen hun eigen graf had laten graven. Officier van Justitie mr. De Beaufort verklaarde dat deze informatie volstrekt nieuw voor het hof was. Alleen waar waren de foto’s? De dochter kon zich echter niet herinneren of de foto’s aan het Oostfront waren genomen, of dat de executies in Nederland hadden plaatsgevonden.

    Zijn vlucht

    Volgens de zoon van Bulder uit zijn eerste huwelijk is zijn vader na de oorlog met hulp ontsnapt:

    "Het kan bijna niet anders, of mij vader is bij zijn vlucht geholpen door een organisatie. De tweede vrouw met wie hij getrouwd is, had ook kinderen. Ik weet niet of die van hem waren. In ieder geval, met vrouw en kinderen kom je als gezocht persoon niet zomaar het land uit. Als ik terugdenk aan vooral 1947 en 1948, wordt mijn vermoeden dat hij bij zijn vlucht door een organisatie is geholpen een beetje bevestigd. Er waren toen allerlei mensen die contact met mijn moeder probeerden op te nemen. In het bijzonder in Nederland achtergebleven Duitse vrouwen. Ze wekten de indruk te weten waar mijn vader zat en deden alsof hij met mijn moeder in contact wilde komen. Na de oorlog in 1946 kwamen er mensen aan de deur die een pakje en een boodschap van mijn vader wilden langsbrengen. Wij en ook mijn moeder hadden na de oorlog in de veronderstelling verkeerd dat vader in Argentinië ondergedoken zat. Onder de schuilnaam Groenewoud zou dat zijn geweest. Zuid-Afrika en de schuilnaam De Jong hebben we ook wel eens gehoord."

    Straf

    Tegen Bulder werd 37 jaar na dato tot vier jaar gevangenisstraf geëist wegens oorlogsmisdaden. De officier van Justitie mr. J.A. Blok achtte bewezen dat Bulder in 1944 tijdens de Duitse bezetting van Nederland in dienst van de vijand Joodse medeburgers had helpen opsporen en arresteren in Hilversum, Amsterdam, Den Haag, Lopik en in de Achterhoek. Vrijwel alle arrestanten hadden, na hun deportatie, in nazikampen het leven gelaten. Oorlogsmisdaden verjaren niet aldus de officier.[14]

    Het duurde te lang

    De desinteresse of laksheid van de overheid om actief oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog op te sporen was er mede verantwoordelijk voor dat toen er wél weer aandacht werd besteed aan deze bijna vergeten gevallen het te laat was. Belangrijke getuigen waren inmiddels overleden. Zo overleed gemeenteraadslid van de PVDA Johannes Bartholomeus "Jan" Broeksz (1906-1980) voordat hij kon getuigen in de zaak Bulder en Baerts. Bovendien werd na zoveel jaar dato de "betrouwbaarheid" van de afgelegde verklaringen of getuigenis in twijfel getrokken. Het was te lang geleden. De getuige zou inmiddels een troebele geest hebben, zijn of haar geheugen werkte niet meer feilloos en hun herinneringen uit de oorlogsperiode zouden bestaan uit een mix van feiten, aannames, onzekerheid en informatie van derden.

    Zijn lot?

    Na zijn veroordeling uitgezeten te hebben verdween Bulder. Waar naar toe is onbekend. Inmiddels zou hij (geboren op 20 juli 1914) overleden moeten zijn.

    Noten

    1. Onbekend is of het Paul Joseph Drilsma uit Voorburg betrof. Hij was behalve textielhandelaar ook reservekapitein van het toenmalige Korps Motordienst. Hij werd opgeroepen voor de werkkampen, dook onder en werd begin 1944 verraden.
    2. Aannemer Peter van Geloven uit Tilburg was voor de oorlog eigenaar van een ijsfabriek en ijsbaan. Eind 1940 begon hij een houthandel die met behulp van makelaar Jan van Keulen allerlei lucratieve orders uitvoerde voor de bezetter, waaronder Hautz. Geloven bouwde KZ Vught.
    3. Verklaring J. Bulder 20-05-1945, Bulder woonde toen aan de Bennekomstraat 24 in Den Haag.
    4. Judenreferat IVb4 regelde de administratie van de deportaties en ook het feitelijke transport, voornamelijk naar het kamp Auschwitz. Het Referat was eerst gevestigd aan Plein 2 en Binnenhof 7 in Den Haag.
    5. Kriminalassistent Nagel (28-11-1902) werkte van mei 1940 tot januari 1942 bij Aussenstelle Utrecht, vanaf 1942 bij IV B4.
    6. Jeannette Broekman, 23-12-1911 Watergraafsmeer, gehuwd met Jacques Pach (03-08-1906). Overleden volgens de gegevens van het Amsterdams Stadsarchief op 31-08-1944, Oswiecim/ Auschwitz.
    7. Augustus "Guus" George Cornelis Trestorff (15-08-1905) Amsterdam, echtgenote: Grietje Pach (02-09-1904).
    8. Kriminalsekretär Otto Kempin en SD-rechercheur Piet Schaap, "de bloedhond", maakten gebruik van Joodse verraadsters, waaronder Branca Simons, Anna van Dijk en Maria de Regt. Schaap woonde boven Branca, aan de Kerkstraat 225, 2 hoog. De verraadsters werden in de zomer van 1943 gearresteerd en 'gedraaid', d.w.z. ze gingen voor de SD werken als V-Frauen (informanten).
    9. Augustus George Cornelis Trestorff, 15-08-1905 Amsterdam - 15-07-1944. Gehuwd met Groetje Pach (02-09-1904).
    10. Zie ook J. Botman, Beruchte Collaborateurs op Vrije Voeten, Uitgeverij Aspekt 2020.
    11. Het Vaderland, 12-01-1981, ‘Dochter gepakte SS’er beschuldigt haar vader’.
    12. Zwolse Courant, 30-01-1970, ‘Vlucht na 23 jaar beëindigd’.
    13. Zwolse Courant, 30-01-1970, ‘Vlucht na 23 jaar beëindigd’.
    14. De Telegraaf, ‘SD-helper hoort 4 jaar eisen.’

    Definitielijst

    NSB
    Nationaal Socialistische Beweging. Nederlandse politieke partij die symphatiseerde met de Nazi's.
    oorlogsmisdaden
    Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.

    Informatie

    Artikel door:
    Jochem Botman
    Geplaatst op:
    17-03-2021
    Laatst gewijzigd:
    29-03-2021
    Feedback?
    Stuur het in!

    Gerelateerde boeken

    Beruchte collaborateurs op vrije voeten

    Bronnen

    • Amsterdams Stadsarchief.
    • Privé-stukken.
    • NRC Handelsblad, 10-01-1981, ‘Hagenaar verdacht van oppakken van joden’.
    • Het Vaderland, 12-01-1981, ‘Dochter gepakte SS’er beschuldigt haar vader’.
    • De Telegraaf, 24-06-1981, ‘SD-helper hoort 4 jaar eisen’.
    • Het Vrije Volk, 24-06-1981, ‘SD-helper hoort 4 jaar eisen’.
    • Leidsch Courant, 07-07-1981, ‘Twee en een half jaar voor Haagse SD’er’.