Laarsje van piloot Oberdak gevonden

OMMEN – Een oud laarsje, dat begin dit jaar in een tuin aan de Wolfskuil in Ommen is gevonden, is vrijwel zeker geweest van de hier ondergedoken Poolse oorlogsvlieger Czeslaw Oberdak. Dat heeft nader onderzoek van het laarsje en de vindplaats uitgewezen. Het schoeisel wordt sinds kort tentoongesteld in het Streekmuseum in Ommen.

Om er hun nieuwe huis te kunnen bouwen, sloopten de eigenaren van een perceel aan de Wolfskuil in Ommen begin dit jaar een oude stenen woning. Bij grondwerkzaamheden kwam onverwachts een kleine leren laars letterlijk boven. Het bruin/zwarte half hoge laarsje was half vergaan en de neus stond haaks op de rest van de schoen.


Het laarsje zoals dat begin dit jaar in Ommen is gevonden.


Hoewel het thuishoorde op de vuilnisbelt, gooiden de eigenaren het toch niet weg. Via hun aanstaande buren hadden zij gehoord dat er ergens in de Wolfskuil in de Tweede Wereldoorlog piloten ondergedoken hadden gezeten bij verzetsman Jan Seigers. Eén van die piloten was de Pool Czeslaw Oberdak, over wie journalist Richard Schuurman het boek ‘Spoor naar Woeste Hoeve’ schreef. Oberdak zat na zijn noodlanding in Dalmsholte op 30 mei 1944 een maand bij Seigers aan de Wolfskuil ondergedoken. Daarna vertrok de Pool uit Ommen. In 2008 kwam vast te staan dat Oberdak één van de twee onbekenden was, die op 8 maart 1945 samen met 115 anderen door de Duitsers waren geëxecuteerd bij Woeste Hoeve uit wraak voor een aanslag op SS-Obergruppenführer Hanns Rauter.

Nadat Schuurman dit voorjaar hoorde over de vondst van het laarsje en het met eigen ogen had gezien, besloot hij de herkomst uit te zoeken. ‘Het laarsje had een kleine maat, die zeer goed paste bij de slechts 1,63 meter lange Oberdak’. Eerst wilde Schuurman vaststellen of het hier wel om een pilotenlaars ging, of dat het misschien een gewone wandelschoen betrof.

Hij stuurde foto’s naar het museum van de Royal Air Force in het Engelse Hendon. Daar concludeerde conservator Andrew Cormack dat het niet om een standaard pilotenlaars ging, die gewoonlijk met wol bekleed tot op de kuit reikte. Het Ommer laarsje leek volgens Cormack eerder op een wandellaars van de RAF, die vanaf 1943 door veel piloten werd verkozen boven de hoge pilotenlaars. Cormack had een foto van een RAF-wandellaars in nieuwstaat. Die vertoonde zo veel gelijkenis met het schoeisel uit de Wolfskuil, dat Cormack durfde te stellen dat het Ommer laarsje inderdaad een RAF-laarsje moest zijn. ‘Het is daarom niet onmogelijk dat deze laars is te koppelen aan Oberdak, al is het natuurlijk onmogelijk om dat met zekerheid vast te stellen’, aldus de RAF-conservator.

Om meer zekerheid te krijgen, probeerde Schuurman te achterhalen of de vindplaats de plek kon zijn waar Seigers woonde en Oberdak dus ondergedoken had gezeten. Via gegevens van het Historisch Centrum Overijssel (HCO) in Zwolle en van de gemeente Ommen kreeg hij hiervan een bevestiging. Jan Seigers en zijn vrouw stonden tot 18 juni 1945 op het betreffende adres aan de Wolfskuil als huurder van de woning vermeld. Seigers woonde er maar een paar jaar, want hij werd in juni 1944 door de Duitsers opgepakt en keerde pas in mei 1945 in Ommen terug. Zijn vrouw ontvluchtte het houten huisje in de bossen na de arrestatie van haar man.

Kort nadat Schuurman in 1991 zijn zoektocht naar Oberdak begon, vertelde Jan Seigers hem hoe hij de Pool in zijn huis had opgevangen. Hij zei dat hij het pilotenpak van Oberdak in de tuin aan de Wolfskuil had begraven en hem burgerkleding had gegeven.

De puzzelstukjes rond het laarsje vielen toen op hun plaats. ‘Er is dus een laarsje dat volgens de Royal Air Force van het model is dat door haar is gebruikt. Zo’n laarsje wordt begin 2012 gevonden op de plek, die volgens officiële gegevens overeenkomt met het adres waar Jan Seigers piloten ondergedoken hield en waar het pak van Oberdak moet zijn begraven. Die optelsom maakt het wel heel waarschijnlijk dat het gevonden laarsje van Czeslaw Oberdak moet zijn geweest’, stelt Schuurman.

Weliswaar bood Seigers ook onderdak aan drie Amerikanen, maar die waren al een maand eerder in Nederland beland. Zij hadden al burgerkleding en schoenen gekregen voordat zij in Ommen arriveerden. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat het laarsje van één van hun is geweest.

Het laarsje is sinds kort tentoongesteld in het Streekmuseum Ommen, waar een korte tekst uitleg geeft over de bijzondere vondst in een tuin aan de Wolfskuil en zijn zeer vermoedelijke drager.

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Richard Schuurman
  • Gepubliceerd op: 28-09-2012 21:45:41