Inkijkjes in een donker onderduikverleden

Een uniek album met in de oorlog genomen fotootjes van (joodse) onderduikers in Oost-Groningen is overhandigd aan de Groninger Archieven.

Zwart/wit kiekjes die een inkijk bieden in wat schijnt een huiselijk samenzijn van jong volwassenen. Foto’s van mensen die door de Duitsers zijn opgejaagd en een beeld geven van het leven op hun onderduikadres. Een aantal overleefde de oorlog niet. Wat rest zijn herinneringen en 81 afbeeldingen, gebundeld in een fotoalbumpje met een omslag van bruin/grijs geaderd karton en bijeengehouden met een witte draad.

Verzetsvrouw Tantje Kuiper- Bruins uit Beerta koestert het al tientallen jaren. De nu 91-jarige mevrouw Kuiper diende tijdens de oorlogsjaren als dienstmeisje op de pastorie in Nieuw Beerta, bij het domineesgezin van Bastiaan Jan en Jo Ader.

Jaren leidde ze een dubbelleven.Niemand, maar dan ook niemand mocht weten wat er zich tijdens die inktzwarte jaren achter de muren van de pastorie afspeelde. Zelfs voor haar ouders moest ze verzwijgen dat er in dat huis in de polder joden, Engelse piloten en verzetsmensen zaten ondergedoken. Pas na de bevrijding kon ze haar verhaal doen en kwamen er de foto’s.

Foto’s die gemaakt zijn door een van de onderduikers: de joodse fotografe Lilly Samuel uit Amsterdam. Zij zag kans schaars geworden fotorolletjes mee te nemen naar het onderduikadres in Oost-Groningen. Ontwikkelen ging niet in de pastorie. De fotorolletjes werden, samen met het dagboek van Jo Ader, bij een bevriende boer in de buurt verborgen; in melkbussen die in de grond werden begraven. Bijenkorven stonden er boven op om te voorkomen dat ze werden ontdekt. Lilly overleefde de oorlog niet.

Na de oorlogwerden de foto’s ontwikkeld. Een aantal foto’s werd onder meer gepubliceerd in het boek Een Groninger pastorie in de storm van Jo Ader. Die publicatie is gebaseerd op het dagboek van Jo Ader. De Groninger Archieven beschikken nu over alle 81 foto’s. Mevrouw Kuiper stelde ze ter beschikking om te digitaliseren voor een speciaal project.

De Groninger Archieven en het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen werken op dit moment aan een speciaal fotoboek met de nadruk op de bezetting en bevrijding.

Michael Hermse van de Groninger Archieven en historicus Martin Hillenga spreken van hoogst bijzonder fotomateriaal. ,,De schaarse foto’s van onderduikers die we kennen, stammen waarschijnlijk van net na de oorlog. Die zijn in scène gezet. Dit is uniek en authentiek materiaal dat een wel heel bijzondere inkijk in het leven van onderduikers geeft.’’

Het zijn op het oog aandoenlijke foto’s van jonge mensen die Sinterklaas vieren, rond de piano zitten, snijbonen snibbelen, elkaars haar knippen, een krantje drukken, hout hakken, aan gymnastiek doen, met z’n allen rond de keukentafel zitten, koren malen, brood bakken, stiekem op zolder naar de BBC luisteren met een radio die goed verstopt tussen de hanenbalken zit of ’s avonds de watervoorraad en proviand aanvullen.

’s Avonds inderdaad, als de kans zeer klein is dat er nog een buitenstaander naar de pastorie komt. Hoe ontspannen het er op de foto’s ook uitziet, het verhaal achter de beelden is zwart en duister. De onderduikers kwamen zelden of nooit buiten en waren verstoten uit de samenleving. Overdag moesten ze naar boven waar ze samen de tijd doorbrachten op een paar vierkante meter. Geluid mochten ze niet maken. De deuren van de pastorie stonden overdag open voor iedereen.Vaak kwamen er mensen over de vloer die bij de dominee en zijn vrouw langskwamen. Niks mocht verraden dat er behalve het echtpaar en de medewerkers meer mensen waren. Voor een beetje zonlicht moesten de onderduikers naar de zolder. Daar konden ze bij mooi weer en als het veilig was, een voor een plaatsnemen achter een klein dakraampje om even met het gezicht in het licht te zitten.

Hoe goed de onderduikers ook verstopt waren en hoe goed ze op de pastorie hun best ook deden, door verraad kwam er een eind aan het werk van dominee Ader. De verrader is nooit opgepakt en veroordeeld. Wie het is, zegt mevrouw Kuiper goed te weten: een buurtgenoot die ook in het boek van mevrouw Ader wordt omschreven. ,,We konden niks bewijzen. Maar hij wist dat wij het wisten. Hij heeft nooit bekend of ontkend. Als ik hem nog wel eens op straat tegenkwam, wende hij z’n hoofd af en keek naar beneden.’’

Haar verhaal doet mevrouw Kuiper in haar appartement in Beerta. ,,De oorlog blijft me tot aan m’n dood achtervolgen.’’ Vaak vertelde ze het verhaal over de mensen in die pastorie in de polder. Op scholen en aan media uit binnen- en buitenland. Zo kwam onder meer de BBC langsomhaar verhaal op te tekenen. Soms haalde ze dan het fotoboekje uit de kast. Na afloop kreeg het boekje steevast z’n plek terug in de ladekast. Nu ligt het bij de Groninger Archieven waar alle 81 foto’s worden gedigitaliseerd en straks te bekijken zijn voor het publiek.

Bastiaan Jan Ader werd op 20 november 1944 door de Duitsers vermoord. Ader die een prominente rol speelde in het landelijk verzet, werd onderweg naar Haarlem opgepakt en gevangen gezet in de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Als represaille voor een aanslag op een Duitse officier is hij bij Veenendaal gefusilleerd.

Naar schatting 300 joden wisten Ader en de andere verzetslieden uit handen van Duitsers te houden. Hij haalde vooral in Amsterdam mensen op en bracht ze naar verschillende onderduikadressen in het land. Lilly Samuel uit Amsterdam kwam in de zomer van 1942 naar de pastorie. Ze kreeg vrij snel gezelschap van eerst haar vriendin Ellie. Tot eind april 1944 zaten de vrouwen ondergedoken in de pastorie.

Nadat Ader was verraden moesten ze weg. Ook Ader moest onderduiken. Hij vertrok naar het Westen, waar hij een paar maand daarna werd gearresteerd. De twee vrouwen wilden naar Amsterdam en niet via de verzetskanalen naar het al bevrijdde Zuid-Nederland. Die beslissing werd hen fataal. Ze werden opgepakt en kwamen in een Duits vernietigingskamp om het leven.

In de winter van 1942 kwamen twee oom-zeggers van Ader, Dik 1 en Dik 3 genoemd, naar de pastorie. Ze waren student en weigerden mee te werken met de Duitsers en hun Nederlandse handlangers. Laten kwamen er nog twee joodse onderduikers: Ruth en Hans. De vier overleven de oorlog. Ruth schrijft een eigen boek Te mogen leven. Tantje Kuiper die tot 1947 bij Jo Ader diende, heeft nog lang contact met haar gehad. Bastiaan Jan en Jo Ader kregen twee kinderen. Bas Jan (1942-1975) werd kunstenaar en verdween op zee tijdens een zeiltocht. Erik (1941) werd diplomaat en was onder meer ambassadeur in Noorwegen en vervulde (waarnemende) ambassadeursposten in Beiroet, Singapore en Vietnam. Erik Ader woont sinds een aantal jaren in Usquert en is bestuurslid van Stichting Landschap Oldambt.

Het verhaal van Jo Ader staat beschreven in het boek Een Groninger pastorie in de storm dat in het najaar van 1945 verschijnt en vele herdrukken en vertalingen kent.

Eerder dit jaar konden mensen al foto’s inleveren bij de Groninger Archieven. Het leverde tientallen afbeeldingen op. Op 4 oktober, tijdens de Dag van de Groninger Geschiedenis, is ervan 11.00 tot 17.00 uur een inbrengmoment.

Gebruikte bron(nen)