Koffie en Vergeltungswaffen

De koffie eerst zelf proeven!
Mevr. Drieka van Duijnhoven-Vlemmix. Het Broek, D 31, Mierlo vertelt in 2008: Mierlo 1940: We woonden op Luchen. Er waren 4 kinderen, drie zoons een dochter. Broer Sjaak was op dat moment onder de wapenen in het westen van ons land. We hadden een schuilkelder bij Van der Linden. Wij gebruikten hiervoor het hout van de schob (afdak aan de boerderij voor karren enz.) en hadden er stropakken in gelegd. Op vrijdag 10 mei werd de Broekse Brug door ons leger opgeblazen en er waren op die dag veel vliegtuigen in de lucht, maar nog geen Duitser te zien. Een groep Nederlandse militairen vroeg om onderdak. Wij stuurden ze naar het huisje van de brugwerkers. Dit was nog ingericht en het beddengoed zelfs aanwezig. Ze overnachtten daar maar 's-morgens waren ze verdwenen richting Mariaheide. Zondagmorgen eerste Pinksterdag zagen we aan de overkant van het Eindhovens Kanaal plotseling de Duitsers. Ze installeerden zich met dertig man in onze schuur. De Duitsers trokken over de Nieuwe Brug die nog niet aangesloten was. Ook een jongen van Jan Klomp ging de brug over. We gingen koffie zetten voor de Duitse soldaten, maar we moesten eerst zelf proeven! Ze vertrouwden ons niet helemaal. Er vertrokken 20 Duitse verkenners richting Geldrop. Ze waren erg hoffelijk en gaven burgers op hun pad voorrang.

Sjaak was gelegerd in de duinen in het westen van ons land. Hij kreeg een kogel op zijn helm en men wist niet of hij nog leefde. Een politieman kwam op Het Broek met een label zodat we wisten dat hij gelukkig nog leefde. Het waren spannende dagen voor de familie. Drieka sliep bij haar moeder en ze baden het rozenhoedje en daar stond plotseling Sjaak voor de deur. Hij had de afstand van Eindhoven te voet langs het kanaal afgelegd.

Rosmalen en de V-1's (Vergeltungswaffen) in 1945
Ondanks dat we al vanaf 23 oktober 1944 bevrijd waren leefden we in Rosmalen en ook een groot deel van Noord-Brabant in angst. Op de eerste plaats zat de Duitse bezetter nog ten noorden van de Maas. Dit was maar vijf kilometer van ons vandaan. Het gevolg was dat er nog regelmatig granaten in bevrijd gebied terecht kwamen. Zo ook in Rosmalen, onder de burgers vielen er in die periode meer slachtoffers dan tijdens de bevrijding. Een van de slachtoffertjes was Henk den Dekker. Een klasgenoot van mij. Hij werd door een Duitse granaat bij de voordeur getroffen en was op slag dood. Ik was op dat moment bij Coudewater naar de geallieerde troepen aan het kijken en hoorde goed de drie inslagen in het centrum van Rosmalen en thuis waren ze weer blij dat ik weer veilig terug was. Later toen we weer school moesten bleef zijn schoolbank leeg. Als kind kon je dat niet geloven en de leraar moest ons op ons gemak stellen. Ondergetekende speelde met andere jongens uit de buurt soldaatje met houten geweertjes en reed ik met mijn minitank door de tuin. We waren getraind in het herkennen van het afschieten en naderen van granaten. Als ze floten waren ze hoog, maar als er een sissend geluid was kwamen ze kortbij neer. Het gebeurde wel eens dat ik mijn mini tank omgooide en er onder ging liggen. Het ding van hout gaf geen goede bescherming, maar je handelde op dat moment bij intuïtie.

Een ander gevaar in ons bevrijd gebied was de vliegende bom oftewel de V-1. Het was de laatste stuiptrekking van Duitsland en zij noemden het ook “Vergeltungswaffen”. De Geallieerden die hier volop aanwezig waren noemden het de “Doodle Bug”. Zij probeerden met hun luchtdoelgeschut deze bom uit de lucht te schieten. De beroemde Britse Spitfire jager kon hem bijhouden en soms lukte het hem aan te tikken en zo te laten neerstorten. Het monster had een kleine 1000 kg springstof aan boord. Op dat moment was het een technisch wonder en werd gestuurd door een primitieve automatische piloot. Dit was zeer vernuftig in een tijdperk zonder computers. We zullen er hier technisch niet verder op in gaan. Rosmalen en vele andere plaatsen lagen onder de aanvliegroute naar Antwerpen. Ze werden in het noordoosten van het land gelanceerd. Het was dus een onbemand vliegtuig vol springstof. De primitieve straalmotor pruttelde en uit de straalpijp kwam een flikkerende steekvlam en in de avond was het een afschrikkende verschijning aan de nachtelijke hemel en bezorgde je de nodige rillingen. Als de motor haperde of uit viel was er dikwijls weinig tijd meer om te schuilen. Per dag kwamen er tientallen over en vlogen niet erg hoog. We liepen naar buiten als we ze hoorde aankomen. Ik was er wel eens getuige van dat ik de motor hoorde afslaan en dan moesten we gaan liggen of de kelder in. Hij kon verticaal naar beneden komen boven je hoofd en dan had je niet veel kans om te overleven. Soms ging het monster in een glijvlucht schuin naar beneden en sloeg hij een paar kilometer verder in. Met deze wetenschap bleef ik wel eens staan om te kijken wat er ging gebeuren. Eens zag ik er een in glijvlucht richting Den Bosch gaan en bleef staan kijken. Er volgde eerst een grote lichtflits en daarna een zware knal. Ik dacht aan vele slachtoffers in de stad. In dit geval liep het goed af, want ik vernam dat hij in het natuurzwembad De IJzeren Vrouw was gevallen. Dat was dan een grote opluchting. De geallieerde soldaten bleven er tamelijk rustig onder. Misschien hadden ze meer frontervaring? Gelukkig werd het centrum van Rosmalen tot februari 1945 gespaard voor inslagen. In de polder richting de Maas waren er wel enkele gevallen. Die niet veel schade konden aanrichten. De krater was zo groot dat er een kleine woning in zou passen. Soms vond ik in de krater een zogenaamde flyer van de Duitsers in het Engels, Frans en Nederlands . Het was een waarschuwing in gebrekkig Nederlands “DE BESCHIETING OPHOUD NIET”. Toch ontsnapten we enkele keren aan een grote ramp.

Ik citeer uit mijn boek “Rosmalen in de vuurlinie 1944-1945”: Mijn zus Gera en ik liepen 's-morgens door de Dorpstraat ter hoogte van de villa van Lutkie. Nu staat er de bibliotheek. We waren onderweg naar de kerk toen we plotseling een hevig geruis hoorden. Gelijktijdig zag ik richting spoorlijn een vliegende bom zeer laag vliegend met hoge snelheid voorbij razen op misschien 300 meter van ons vandaan. “Dekking!!!” riep ik tegen mijn zus en we doken onder een lage heg voor de villa van de familie Lutkie. Met het gezicht op de grond en de vingers in de oren wachtten de klap af. Toch had ik het lef om me even op te richten, want ik wilde de inslag zien! Ik zag een grote massa zand en veel brokstukken de lucht ingaan, gepaard gaande met de luchtflits en ze zware klap (zie tekening van ondergetekende). Het weinige dat we tegen elkaar konden zeggen was: “Hij is gelukkig niet in onze straat gevallen!” Onze gedachten waren bij vader en moeder en de oudere zus Lies. We gingen toch door naar de kerk en waren bang dat we te laat zouden komen! In de kerk waren onze gedachten niet bij de H. Mis maar wat er toch gebeurd zou zijn en of er slachtoffers waren. Toen we thuis kwamen waren allen gerepareerde ruiten van ons huis weer kapot we pakten de fiets en even later stonden we bij de krater die bij de Breedestraat was op een weiland van Coppens. Op deze locatie is nu ongeveer de Brederostraat. Nog geen kilometer van ons ouderlijk huis. In deze omgeving waren ook al ruiten kapot en alle dakpannen weer van het dak, Merkwaardig was dat vier oude wilgen die op de rand van de krater nog keurig overeind stonden. Rosmalen ontsnapte aan een ramp want de inslag was zeer kort bij het centrum. Ook mijn zus en ik hadden het dan misschien niet overleefd. Toch zou ruim drie weken later onze Stationsstraat inderdaad aan een nog grotere een ramp ontsnappen, maar nu waren we blij en we konden toen ook niet in de toekomst kijken.



Rosmalen 29 maart 1945
Weer zaten mijn zus Gera en ik in de Lambertuskerk. Halverwege de H. Mis was er een geruis en gekraak hoorbaar. We dachten meteen aan een vliegende bom en we doken snel onder de banken en drukten ons tegen de grond en stopten de vingers in de oren. Pastoor van der Meijden die de mis deed, draaide zich om op het altaar en verzocht ons om kalm te blijven. Of hij zelf ook dekking zocht kan ik meer niet meer herinneren. Er volgde geen ontploffing en het bleef akelig stil. We waagden het om onder banken vandaan te komen en de pastoor vervolgde de H. Mis. Wij waren er met onze gedachten niet meer bij maar vreselijk nieuwsgierig naar wat er toch buiten gebeurd was. Ik stond nauwelijks buiten de kerkdeur of men vertelde mij dat de bom in de Stationsstraat was terecht gekomen. Ik voelde mijn hart in mijn keel bonzen. Nog nooit waren we zo bang en renden naar huis. We hadden wel geen ontploffing gehoord maar we vertrouwden de toestand op dat moment niet. In ons dorp waren op dat moment Poolse soldaten van het geallieerde leger. Mijn zus en ik waren verontwaardigd omdat deze soldaten ons geen toegang verleenden tot onze straat en huis. Alles was afgezet met witte linten. Gelukkig wisten wij de weg achterom door de Weidestraat in onze tuin te geraken via de weide van Joosten. Tijdens het rennen zag ik vreemde wit-roze brokken en veel puin liggen. Wij wilden naar vader en moeder en zus Lies. Gelukkig troffen wij ze gezond aan maar de schrik zat er nog in. Zus Lies had een tijd in het trappenhuis gezeten. Het was ons geleerd dat kleine ruimten veiliger waren i.v.m. Instorten. Weer veel ruiten kapot. In de straat was het een grote puinhoop van stenen en stof, maar gelukkig geen slachtoffers.

Het bleek dat een de V-1 tijdens zijn dalende vlucht bijna de kerktoren van de Lambertuskerk had geraakt. Daarna vloog hij door de boomgaard van de familie Van der Westerlaken, zodat het leek of de bomen zo gesnoeid waren. Hier stak hij de Burgemeester Woltersstraat over. Vervolgens vloog hij de grote hooiloods in om er aan de ander kant weer uit te komen. Hier boorde het zich door de golfplaten wand en raakte de grond om daarna weer even op te stijgen. Hij had een gat in de grond geploegd. Tenslotte vloog het monster in de bovenverdieping van de pas nieuwe woningen van familie Van der Plas, waar het zijn vleugels verloor. De romp met straalmotor stak toen de Stationsstraat over en viel in een gangetje twee deuren van ons huis vandaan. De straalpijp van de impulsmotor vond zijn einde bij onze buren de familie Roeffen. Deze pijp belandde bij een dochter die met TBC in bed lag, op de vloer van haar slaapkamer naast het bed. De romp met de explosieve lading van bijna 1000 kg inzat lag daar nog een tijd te smeulen en te sissen zodat we toch nog bang waren voor een late ontploffing. Gelukkig hebben de dappere Poolse soldaten er de ontsteking uit kunnen halen en was het gevaar voorbij. Wat waren we blij toen we ze zagen rijden met een brencarrier, de romp achter zich aanslepend, ons huis voorbij komen. Ze deponeerden deze romp bij een paar vernielde Duitse tanks in de Molenstraat. Toen alles voorbij was ging ik de wit-roze brokstukken die in de tuin lagen bestuderen en probeerde met een lucifer of het wilde branden! Weer was ik me van geen gevaar bewust maar een Pools soldaat, die mij bezig zag, nam het snel af en vertelde dat het dynamiet was uit de V-1. Ik ben hem nu nog steeds dankbaar! Als souvenir bleef een grote bol van staaldraad gewonden, waar samengeperste lucht in had gezeten t.b.v. de besturing, in de straat achter. Er zaten wat kogelgaten in. Waarschijnlijk was dit exemplaar voor dat hij boven Rosmalen verscheen door de Geallieerden aangeschoten en begon hij zijn dalende alles vernielende vlucht richting Rosmalen. Vader ging voor de tweede keer nieuwe ruiten plaatsen. Later op de dag hoorden we dat Piet van Creij, en zijn zoon Piet, bij de hooiloods bezig waren en plots iets in een schicht langs hun heen zag gaan en ze zeiden tegen elkaar; “Wat vliegen ze vandaag weer laag!” Kees van Herpen en Bert van der Donk die bij het spoor werkten zagen hem aankomen en Kees zei tegen Bert: “Bid nog maar gauw een Weesgegroetje, want nu is het gebeurd met ons”

Rosmalen ontsnapte weer aan een ramp. Tussen het puin vond ik een afstemcondensator, dus er zat al wat elektronica in dit afschuwelijk wapen. Ook lag er op straat een tekening, kennelijk uit de lijst gerukt, van het Kasteel Heeswijk-Dinther. Door de inslag was het zwaar besmeurd en beschadigd en maakt nu samen met de condensator deel uit van mijn collectie WO-2. Een schietgebedje uit die tijd in Den Bosch en omstreken:

Onze Lieve Vrouwke
gift hem nog een douwke.
Hou hem in de lucht
zodat hij valt in Vught

In Vught zullen ze er niet blij mee geweest zijn...

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Ad Hermens
  • Gepubliceerd op: 20-05-2019 17:00:00