TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Verzwegen herinneringen van een zeeman in Japans gevangenschap

In het nog te verschijnen boek ‘Scheepsrampen en Jappenkampen’ vertelt Hendrik Boot het verhaal van zijn vader Cor Boot. Het is het verhaal dat zijn vader, machinist op de ′grote vaart′, niet vertelde omdat het te moeilijk was er over te praten. Hendrik werkte er jaren aan en reconstrueerde het na veel research. De werkelijkheid is niet te achterhalen maar wat hij vond was een ongelofelijke geschiedenis. Cor ging in 1937, als jongen van 18 jaar, varen bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Twee jaar later brak de oorlog tussen en Cor kwam er middenin. We stelden de schrijver via e-mail enkele vragen over zijn boek en het verhaal van zijn vader.

Dwangarbeiders werken aan de Pakan Baroe Spoorweg. Schilderij gemaakt door Ben Snijders. Bron: Collectie van Henk Hovinga, schrijver ‘Op dood spoor’


Uw vader begon in 1937 met zijn scheepvaartcarrière bij Stoomvaart Maatschappij Nederland. Hij maakte als bemanningslid onder andere reizen naar Nederlands-Indië. Hoe beleefde hij het eerste jaar dat Nederland betrokken was bij de Tweede Wereldoorlog?

September 1937 stapte hij aan boord van zijn eerste schip, de Poelau Laut en dan meteen naar het verre Indië. Nog geen twee jaar later begon, op 3 september 1939, de oorlog op zee toen het Britse passagiersschip de SS Athenia tot zinken werd gebracht, op de eerste dag dat Groot Brittannië aan Duitsland had verklaard. Nog voor 10 mei 1940 toen Nederland met Duitsland in oorlog kwam, liepen al zeventien schepen in het Kanaal op zeemijnen.

De Poelau Laut, het eerste schip van Cor Boot. Bron: Hendrik Boot
Cor Boot zittend op een reddingssloep van de Poelau Laut. Bron: Hendrik Boot


Vanaf november 1939 maakte hij met het passagiersschip de Christian Huygens reizen naar Nederlands-Indië. Op 10 mei 1940 werd een telegram ontvangen met het bericht dat de vijand Nederland was binnen gevallen. Vanaf dat moment waren de Duitse U-boten een bedreiging voor de onbewapende schepen. Het werd een ware slachting op de Grote Oceaan.

In juli 1940 stapte hij in Padang op Sumatra over op de Duitse Franken, een ‘prijsschip’ dat werd omgedoopt tot Wangi Wangi. De Wangi Wangi maakte levensgevaarlijke bevoorradingsreizen van Amerika en Australië naar Engeland. Hiermee hield de koopvaardij Engeland in leven. Het schip lag in de haven van Liverpool tijdens de bombardementen van ‘de Blitz’. Liverpool was na Londen de meest gebombardeerde stad, er gingen daar 179 schepen verloren.

Op 14 mei 1941 werd het schip van uw vader getorpedeerd door een Duitse U-boot. Waar gebeurde dit en hoe verging het uw vader en de rest van de bemanning?

Op 14 mei 1941 werd zijn schip door de U-103 getorpedeerd 90 mijl (167 km) uit de kust van West Afrika en zonk het binnen een half uur. De bemanning en passagiers, 92 man, wist zich met twee sloepen te redden en de kust van Sierra Leone te bereiken. Een barre tocht lopend door de snikhete jungle en met gammele vachtwagens volgde. Uiteindelijk wisten ze na zes weken de havenstad Freetown in Liberia te bereiken.

Waar was uw vader toen Nederland na de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor in oorlog kwam met Japan? Wanneer werd hij door de Japanners geïnterneerd en onder welke omstandigheden?

Begin november 1941 arriveerden de drenkelingen vanuit Kaapstad in Batavia op Java. Toen Japan op 7 december 1941 Pearl Harbor aanviel bevond hij zich in Soerabaja. Daar werden cursussen gegeven aan ‘gestrande zeelieden’ op MS Oranje en later op SS Schouten. Hij deed twee pogingen om van Java te ontsnappen die mislukten. Weer een geluk want de schepen werden door de Jappen tot zinken gebracht.

Op 16 juli 1942 werd hij opgepakt. Hij zat op vijf plaatsen gevangen: Malang, Kesilir, Banjoebiroe, Bandoeng en Batavia. Vaak kampen met weinig eten en veel ongedierte en ziektes. Een slaapplaats van 60 cm, een cel van 10 x 10 m delen met 100 man.

Gevangenen in Kamp 2 van de Pakan Baroe-spoorweg kort na de bevrijding. Bron: State Library of Victoria


Uw vader was overlevende van de torpedering Junyo Maru en overleefde ook als dwangarbeider bij de aanleg van de Pakanbaroe-spoorweg, een 220 km lange spoorverbinding op Sumatra tussen Moeara in het zuiden en Pakanbaroe in het noorden. Hoe heeft hij al deze ellende kunnen overleven?

Wat maakt dat je zoiets overleefd? Geluk speelt een grote rol; een bom, een torpedo, een kwaaie Jap of een dodelijke ziekte, het moet je meezitten. Maar natuurlijk is het ook de overlevingswil, het karakter om vol te houden en te zorgen dat je in leven blijft. Je moet slim zijn, gevaren ontwijken en je kansen benutten. Ik denk ook dat het vermogen om je af te sluiten van de ellende meespeelt. Morgen wordt het misschien beter, dus zorgen dat je die volgende dag haalt. Ook veel zelfbeheersing om niet verkeerd te reageren. Hij zei ons dat het moeilijkste was om je handen in je zakken te houden en niet terug te vechten.



Na de oorlog sprak uw vader niet of nauwelijks over zijn ervaringen. Hoe bent u toch aan alle informatie voor uw boek gekomen? Denkt u dat u de oorlogstijd van uw vader goed heeft kunnen reconstrueren en was u getroffen door hetgeen u ontdekte?

Als kind vroeg ik veel maar hij zei me dat het niet goed was om het te vertellen aan een jongetje met zoveel fantasie. Hij maakte in mijn jeugd vaak lange reizen en was dus niet veel thuis. Als hij er was werden alleen kleine stukjes verteld en niet de erge dingen. Als kind weet je dan nauwelijks waar het over gaat. ‘Het Jappenkamp’ bleken er wel vijftien te zijn en de ‘Jappen’ bleken gruwelijke onderdrukkers en slavendrijvers in plaats van bevrijders van koloniaal Azië. Na de ‘Birma Road’ werd de Pakan Baroe-spoorweg aangelegd in veel hoger tempo met 1/3 van de mensen. Er werkten 35 duizend gevangenen en 35 duizend Javanen aan.

We merkten dat het geen gespreksonderwerp was en vermeden het. Later wisten we dat met het vertellen de gruwelijke beleving terugkwam. Anderen wisten dat niet en vroegen er wel naar. Ik denk dat veel kinderen dit ervaren hebben. Veel vragen bleven onbeantwoord, ik kon ze hem niet meer stellen. Mijn zoontje vertelde eens dat hij het spelletje ‘duikbootje’ speelde en dat opa ontplofte toen hij het zag.

Met moeite heeft hij in 1997, voor het blad ‘De Trompetter’ van zijn machinistenschool, zijn verhaal verteld, maar niet alles mocht erin omdat het te gruwelijk was. Voor mij was dit artikel de basis, met plaatsen en datums. Soms werd in tien regels een half jaar strafgevangenis beschreven. Ik ben daarna op zoek gegaan en heb heel veel antwoorden ook gevonden in de verhalen van kampgenoten, archieven, boeken en documentaires. En al lezend en schrijvend kon ik ook de dingen plaatsen die hij wel verteld had. Ik heb er meer dan 15 jaar aan gewerkt en het laatste jaar intensief om het boek voor de 75-jarige herdenking af te ronden.

Er zijn de laatste tijd verschillende boeken verschenen over de overleving van Nederlandse zeelieden en het tot zinken brengen van de Junyo Maru, zoals ‘Survivor’ van Willem Punt en Nicola Meinders. Wat voegt het boek over uw vader hier naar uw mening aan toe?

Het boek van Nicola Meinders was juist een motivatie om ook mijn werk eindelijk af te ronden. Net als Willem Punt en Nicola vond ik dat deze geschiedenis niet vergeten mocht worden en elk boek draagt daaraan bij. Veel mensen weten weinig van oorlog in Azië en de Japanse gruwelijkheden en de doorslaggevende rol van de koopvaardij in de oorlog en bij de bevrijding. Stoppen met varen was er niet bij, alle zeelieden kregen vaarplicht, net als de militaire dienstplicht. Terecht behoren de zeelieden nu ook tot de oorlogsveteranen.

Cor Boot en Willem Punt hebben natuurlijk heel veel gemeen, ze wisten het te overleven. Het waren jongens die in 1939 bij de SMN gingen varen en op Java gevangen genomen werden. Ze waren soms of de zelfde plaatsen maar of ze elkaar gekend hebben weet ik niet. Beiden overleefden het varen over de Oceaan en kregen er een onderscheiding voor. Ze wisten de Jappenkampen, de scheepsramp en de spoorwegaanleg te overleven en kwamen in 1946 met de Nieuw-Amsterdam terug.

De verhalen van Willem zijn veelal een persoonlijk relaas. Mijn boek met veel afbeeldingen gaat breder en dieper, meer achtergronden en context. Het is mede vanuit het perspectief van de kampgenoten geschreven die er over verteld hebben. Zo worden ook zij niet vergeten. Het boek is een eerbetoon aan de slachtoffers, de overlevenden en ook aan de nabestaanden.

Ik heb ook geschreven vanuit mijn eigen perspectief, als kind van een zeeman die niet veel thuis was en je vooral kende van de foto op de schoorsteenmantel. Over een vader met verschrikkelijke herinneringen waarmee hij ons niet wilde belasten. Voor mij was het belangrijk antwoorden te vinden en hem zo te leren kennen en te begrijpen.

Waar te bestellen?
Het boek is vooruit te bestellen op de website van de auteur.

Gebruikte bron(nen)

  • Bron: Hendrik Boot / TracesOfWar
  • Gepubliceerd op: 06-06-2020 15:27:23