De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    Op 6 mei 1940 trad H. Romers in dienst bij de School voor Dienstplichtige Onderofficieren-administrateur te Middelburg. Tussen 6 mei en 26 mei hield hij in een agenda aantekeningen bij van zijn ervaringen en gebeurtenissen tijdens die woelige meidagen.

    Met toestemming van de heer Romers mogen wij hier zijn, later door hem, uitgewerkte aantekeningen in dagboekvorm afdrukken. De heer Romers is onder andere auteur van het boek "Spoorwegarchitectuur in Nederland 1841-1938".

    Afbeeldingen

    Het boek Spooerwegarchitectuur door H. Romers Bron: Wilco Vermeer.

    6 tot en met 9 mei 1940

    Maandag 6 mei vertrok ik 's morgens uit Utrecht samen met twee schoolvrienden naar de School voor dienstplichtige onderofficieren-administrateur te Middelburg. Aangekomen vonden wij enkele sergeants bij het station, die ons min of meer in het gelid zetten. Daarna liepen we naar de kazerne, een oud gebouw. Het was inmiddels 1 uur geworden; wij kregen de lunch, bestaande uit brood, boter, kaas en goor uitziend water, aldaar “koffie” genoemd. Het maal moest in een hoog tempo worden genuttigd. (Het is mij opgevallen, dat alles in dienst even gehaast moest gebeuren, terwijl anderzijds veel tijd wordt verknoeid) Vervolgens werden we ingeschreven en konden we de omgeving verkennen. Mijn belangstelling werd gewekt door de prachtige gevels van oude koopmanshuizen enz. De rest van de dag werd besteed aan het beslaapbaar maken van de strozak. De sectie, waarbij ik werd ingedeeld, bestond overwegend uit prettige, behulpzame kameraden; m'n slapie was een aardige jongen, doch zag er niet al te zindelijk uit.

    Op 8 en 9 mei werd geëxerceerd. 's Avonds vrij. Overigens: alles in onnodig jachttempo. Donderdag kwam het bericht, dat het pinksterverlof was ingetrokken. Dat was een grote tegenvaller.

    Afbeeldingen

    Een prentbriefkaart uit de mobilisatie periode. Bron: Wilco Vermeer.

    10 tot en met 14 mei 1940

    Vrijdag 10 mei werden we vroeg wakker door vliegtuigen. Daar hoorden we, dat Nederland in oorlog was met Duitsland. ALS DIEVEN IN DE NACHT WAS HET HERRENVOLK OVER ONZE GRENZEN GETROKKEN, ZONDER OORLOGSVERKLARING ! Zelfs werd gemeld, dat moffen in Nederlandse uniformen waren gekleed. Dit bleek achteraf waar te zijn!

    Van nu aan moesten wij onder de bomen in een park exerceren, daar het kazerneterrein te gevaarlijk werd geacht. Verder werden we bij burgers ingekwartierd, omdat de kazerne werd ontruimd met het oog op een eventuele bomaanval. Ik kwam met m'n slapie en nog een soldaat bij een familie, Veersesingel 278 in Middelburg, in huis. Bijzonder aardig gezin. Wij hadden daar een bijzonder prettig onderdak, zodat wij onze vrije tijd daar graag doorbrachten. Niet ongeschreven mag het volgende blijven: Toen wij drieën op onze slaapkamer waren, merkte een van de twee anderen op: “Nu zijn wij met drie rooms-katholieken bij elkaar”. Ik heb daarop even een kleine verbetering aangebracht. Het typeert het toenmalige rooms-katholicisme: oorlog of niet, het geloof staat centraal. Bah!

    Zaterdag 11 mei werd geëxerceerd. Verder kwamen we nog alleen in de kazerne om te eten.

    Op 12 en 13 mei (Pinksteren) bleven we bij de familie.

    Het eten werd nu bij de kazerne gehaald en in het kwartier genuttigd. Daartoe werd onze sectie bij de brug geformeerd en marc heerde dan, voorzien van eetketels naar de kazerne en terug.

    Dinsdag 14 mei had ik licht griep en ben na het ochtendappel weer op mijn strozak gekropen. Later hoorden we, dat de koningin met de regering naar Londen was uitgeweken en dat het leger had gecapituleerd voor de vijand. Dit maakte een verpletterende indruk: de regering had kort daarvoor via de radio gezegd: “Alle berichten betreffende een eventuele capitulatie zijn vals”.

    In Zeeland en Noord-Brabant is nog één week doorgevochten. Dit werkte eerst even verwarrend: “moet men nu doorvechten of niet?”.

    Definitielijst

    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    HERRENVOLK
    Term uit de Nazi rassenleer. Volk dat zich verheven voelt boven andere volkeren.

    Afbeeldingen

    Duitse troepen trekken Nederland binnen. Bron: Wilco Vermeer.

    15 tot en met 18 mei 1940

    Woensdag 15 mei : buiten exerceren. Plotseling werd er hevig geschoten, vlak in onze nabijheid, vanaf de grond en uit vliegtuigen. IJlings zochten we dekking en gingen toen alles veilig was, weer naar onze kwartieren.

    Donderdag 16 mei : oefenen onder de bomen. Later op de dag moesten de wapens op de kazerne worden ingeleverd. Tevens zag ik daar de eerste krijgsgevangen mof.

    Op 17 mei moesten we 's morgens onze uitrusting tonen. Om ongeveer half twee begon het bombardement op Middelburg. Wij zaten bijeen, samen met de familie waar we waren ingekwartierd, toen plotseling een fluitend geluid klonk. De vensterglazen braken; vervolgens een hevig lawaai, waarop we in paniek de gang in holden: één van de eerste bommen had het huis naast ons getroffen. De bewoners daarvan, waren 's morgens al “gevlucht”, doch de twee aldaar ingekwartierde SDOA-ers waren er nog. Het huis viel totaal ineen. Doch de twee jongens kwamen er zonder letsel af. Ons huis werd daardoor eveneens zeer zwaar getroffen: de bovenverdieping en het achterhuis waren geheel vernield. Het regende kalk en stof en de waterleiding begon te lekken. Verder grote ravage. Ook wij bleven allen ongedeerd. Door de achtertuin verlieten wij ons een zo gastvrije kwartier, lopend over kalk, dakpannen en glas. De familie ging naar kennissen in de Nadorstweg.

    Inmiddels waren velen van ons de stad uitgevlucht, naar Domburg, Veere en andere plaatsen. Ik bleef omdat ik vreesde, dat na Middelburg de andere steden op Walcheren wel eens een beurt zouden krijgen en ik hetzelfde dan weer zou moeten meemaken. Ik begaf mij, steeds dekking zoekend, naar buiten en heb eerst bij een geit in diens schuur gelegen, aan de rand van de stad. Dit werd mij echter te gevaarlijk en daarop ben ik onder een heg in een weiland gaan liggen. Er lag een deken in mijn nabijheid, die ik onder mijn hoofd legde, waarna ik de rest van de bomaanval daar heb afgewacht en gezien. Het weer was schitterend. Om ongeveer vijf uur hingen de nog overgebleven bewoners witte vlaggen uit hun huizen, in navolging van het officiële voorbeeld, waarop de vliegtuigen hun beschavingswerk beëindigden. 's Avonds hebben wij met vier man bij een alleenwonende dame gegeten; haar man was ook militair. Ik heb 's nachts in een willekeurig huis geslapen met nog enkele andere militairen, waarschijnlijk aan de Seisweg. Wij hebben alles keurig opgeruimd achtergelaten. Ik liet daar mijn koffer achter, voorzien van mijn adres. De bewoners van het huis hebben deze later opgestuurd.

    Zaterdag 18 mei hebben we geholpen met blussen: de brandende stad bood een prachtige, doch verschrikkelijke aanblik: overal rode gloed en vlammenzeeën. Het was in de stad zeer gevaarlijk; het ene huis na het andere brandde af. Blussen was feitelijk onbegonnen werk.

    Later kregen we bij de kazerne weer wapens, die aan de vijand moesten worden uitgeleverd. We stonden opgesteld op het exercitieterrein met onze commandant aan het hoofd. Daar kwam een auto aangereden met enkele Duitse militairen. De begroeting was wederzijds zeer correct.

    Na het inleveren van revolver, helm en gasmasker gingen we circa half drie op weg naar Goes. Het officierskorps van onze school was al heel gauw na ons gelijktijdig vertrek per luxe auto verdwenen! Zij lieten de zorg voor ons aldus over aan de onderofficieren. Het laatste wat de commandant van onze school deed, was het even buiten Middelburg ten onze behoeve laten openen en leeghalen van een keukenwagen. Het is hier de plaats, een woord van dank te schrijven aan het adres van onze onderofficieren. (Ik heb diverse officieren gezien, die zonder sterren, kepi of in een soldatenjas rondliepen om toch vooral niet zo op te vallen; o.a. heb ik naast een sterloze officier in een greppel gelegen)

    De tocht naar Goes vergeet ik niet licht: overal kapotte wagens, auto's, stapels granaten, kistjes patronen, geweren, enz. enz. Er lagen ook enkele gedode Franse militairen langs de weg, al of niet met een doek bedekt. De laatste zeven km heb ik in een bus gereden, daar ik niet meer kon lopen. In Goes leende een officier mij zijn fiets en gaf een soldaat mee, die me naar m'n onderdeel bracht. Daarop werd ik ingekwartierd op de Heernisseweg bij een oude kleermaker en zijn vrouw. Er was nog een soldaat ingekwartierd. Om 10 uur ging ik doodmoe naar bed. Ik sliep op de zolder, waar de kleermaker kanaries kweekte.

    Afbeeldingen

    Het verwoeste Middelburg na het artillerie bombardement. Bron: Wilco Vermeer.

    19 tot en met 26 mei 1940

    Zondag 19 mei waren we om acht uur op het sportpark te Goes, vanwaar we met auto's zouden vertrekken. Het park was geheel gevuld met Nederlandse en Franse militairen. Wij mochten vrij rondlopen, doch de Fransen bevonden zich achter een draadomheining, bewaakt door schildwachten, terwijl op een verhoging een mitrailleur stond. De Fransen waren uitgehongerd en vuil. Hun uniformen waren lelijk en slecht. Hun auto's waren oud en gammel. Zij waren echter buitengewoon snel in Middelburg, terwijl de Engelsen schitterden door afwezigheid. Deze laatsten heb ik gedurende de oorlogsdagen in het geheel niet gezien. Wij gaven de Fransen wat wij konden missen: brood, blikjes gehakt, schoenen, dekens enz. Ik gooide een vuil stukje brood op de grond in het zand doch een Fransman, die dit zag, wenkte mij, het naar hem te gooien.

    Het gedrang bij het hek, als er een auto voorreed, was zó hevig, dat ik er niet langer durfde tussen te staan. Ik heb met enkele vrienden tot 's avonds half tien in het gras gelegen, waarna wij naar onze kwartieren terug moesten. Ook nu bleek ik weer aardige mensen te hebben getroffen, die hun eten met ons deelden.

    Maandag 20 mei : lopen naar Yerseke! Ik kon haast niet meer. De Sergeant, nam mijn ransel en ondersteunde mij. Doodop kwam ik in Yerseke aan, vanwaar we per auto naar Bergen op Zoom reden. De weg was slecht en smal: veel inundaties. Dikwijls moesten we uitwijken voor groepen Franse krijgsgevangenen, doe evenals wij, doodvermoeid waren. Een officier hield zich aan een vrachtwagen vast, waarin uitvallers lagen en sleepte zich aldus voort. Om half vijf waren we in Bergen op Zoom en om half tien kwamen we in de Wilhelminakazerne aan waar we werden “ondergebracht”, d.w.z., ik heb die nacht op een betonnen vloer gelegen waarlangs het tochtte, tussen kribben, waarin andere militairen lagen. Ik had mijn ransel als kussen en stro onder mijn heupen. Alles aangehouden ter voorkoming van diefstal.

    Dinsdag 21 t/m donderdag 23 mei heb ik in het gras gelegen, achter de kazerne. Schitterend weer! Ons eten werd door een marinekok bereid. Het was heerlijk en ruim voldoende. Het Duitse soldatenbrood beviel ons niet zo goed vanwege de zure smaak. We kochten dan ook wittebrood. Koffie en thee, die in onbeperkte hoeveelheden werden verstrekt, waren slecht. Ik kocht flesjes melk. Nu maakte ik kennis met Jan, - hij heeft later voor predikant gestudeerd, doch is het slechts korte tijd geweest – en met hem, alsmede met enige van zijn sectiegenoten sloot ik vriendschap en wij zijn tot Utrecht bij elkaar gebleven. We sliepen op een afgesloten hoekje van de kazernezolder in dik stro en hebben veel plezier gehad. “Bezigheid is goed, maar mag niet ontaarden in werken”. Wij prikten papiertjes op het terrein, met vier man, waar 1 man voldoende was. Donderdagmiddag “werkten” we in het magazijn, waar kisten met munitie werden aangevoerd en opgestapeld.

    Vrijdag 24 mei ontvingen we onze verlofpas. We mochten naar huis en werden niet krijgsgevangen gemaakt. Grote vreugde! We dronken in de cantine een extra dure fles limonade. Ik ging daarop helpen in de keuken en hoorde, dat we niet zouden vertrekken. We waren gloeiend nijdig. De verlofpassen moesten worden ingeleverd. Inmiddels was bekend gemaakt, dat we nog minstens drie weken in B. op Z. zouden moeten blijven. Ik schreef dit naar huis en trof het, daar men mij kwam zeggen, dat buiten het hek iemand stond om met mij te spreken. Ik ging er heen en ontmoette de vader van mijn schoolvriend, waarmee ik uit Utrecht was gereisd. Hij vroeg naar zijn zoon en nam mijn briefkaart mee. (Zijn zoon was al op weg naar huis) De rest van onze school had inmiddels een loods voor onze sectie in orde gemaakt. Bedden keurig op een rij, vloer schoongemaakt, enz. We stelden ons geheel in op een verblijf van enkele weken. Eén keer moest ik voor de moffen de kantoren vegen. Toen dit klaar was, moest de gang worden gedaan: de voordeur werd geheel geopend en daar vlogen dichte stofwolken naar buiten. Voorbijgangers moesten het trottoir verlaten; het lopen in de gang was onmogelijk.

    De vrije tijd en de avonden werden in gezelschap van de nieuwe vrienden in vrolijkheid doorgebracht. Het speet ons dan ook, dat wij in de loods moesten gaan slapen.

    Plotseling kwam op zaterdag 25 mei het bericht, te ongeveer 20 uur, dat we naar huis zouden gaan. We traden aan voor enige vrachtauto's, die ons naar Den Bosch zouden vervoeren. Daar kwamen we om 23 uur in de Citadelkazerne aan. Onderweg werden we begroet en toegejuicht door Brabantse meisjes en overige inwoners van de dorpen, die we passeerden. In de kazerne werden wij (ons ploegje) in een officierskamer ondergebracht. Daar het aardedonker was (geen electrisch licht) pisten we in de gootsteen, daar we de wc niet konden vinden. De bedden bleken, toen het daglicht ze de volgende morgen zichtbaar maakte, pikzwart te zijn, maar ik heb er heerlijk op geslapen.

    Zondag 26 mei hebben we wat gekaart. Tevens ontdekte ik een afgesloten wc, die gemakkelijk kon worden geopend. Wij hebben daarvan een dankbaar gebruik gemaakt, want de wc's in de rest van de kazerne waren in een zódanige staat dat ik, als ik er gebruik van móest maken, op de bril ging staan. Doortrekken was niet meer mogelijk.

    Om half vier waren de verlofpassen weer uitgereikt en stonden we voor de laatste keer buiten aangetreden. Nu zouden we op eigen gelegenheid naar huis gaan. De poort werd geopend en daar begon het laatste deel van de thuisreis. Ik begon te lopen, doch was al spoedig weer vermoeid, aangezien mijn voeten stuk en slecht verzorgd waren. Spoedig daagde echter hulp op: een meisje stelde haar fiets ter beschikking. Ik fietste en zij reed mee op de bagagedrager. Bij de Maas aangekomen bedankte ik haar hartelijk en ging met de veerpont over de Maas en daarna per autobus naar Zaltbommel. Hier had ik een onaangename ervaring: tijdens de oorlogsdagen en daarna verleenden de burgers ons alle mogelijke hulp en gaven b.v. volop te eten, alles kosteloos. Ondanks onze papieren, die recht gaven op kosteloos gebruik van openbare vervoermiddelen, moesten wij het volle tarief betalen. Het oude liedje: de oorlog was voorbij en de militairen konden barsten. De rotzak achter het stuur liet ons betalen. Bij Zaltbommel weer overvaren. Van hier hebben we gelopen naar Waardenburg, vanwaar we per trein naar Utrecht zouden reizen. Er stond een trein klaar voor vertrek, doch de chef heeft gewacht, tot wij ook waren ingestapt, hetgeen een vertraging van ongeveer 15 min. betekende. Dit deed ons na onze autobuservaring goed. In Utrecht nam ik afscheid van de vrienden en begon aan de laatste wandeling. Ik had nogal bekijks: het was zondag, mooi zomerweer en er waren veel wandelaars. Ik zag er verfomfaaid uit, was vermoeid, bepakt met ransel, deken, broodtas, enz. Twee personen hielden mij aan en vroegen om inlichtingen over familieleden, doch ik kon hun vragen niet afdoende beantwoorden.

    In de Jekerstraat werden diverse gordijnen opengeschoven toen ik voorbijliep. Gelukkig vroeg niemand iets. Bij thuiskomst was moeder niet thuis. Zij had elke dag zitten wachten, doch had, naar later bleek, juist mijn kaart ontvangen, waarin stond, dat ik nog wel drie weken zou wegblijven. Daarna ben ik bij onze buren geweest tot 's avonds, toen moeder thuiskwam.

    Een week later trad ik weer in dienst bij de Jaarbeurs en nam het leven weer zijn loop. Niemand vermoedde toen, dat de oorlog nog vijf jaren zou duren.

    Definitielijst

    mitrailleur
    Machinegeweer, een automatisch, zwaar snelvuurwapen.

    Afbeeldingen

    Nederlandse Krijgsgevangenen. Bron: Wilco Vermeer.
    Voor hen was de oorlog voorbij. Bron: Wilco Vermeer.