De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    Door het verzet opgevangen, boven Nederland neergeschoten geallieerde piloten, Nederlandse verzetsmensen die niet meer in ons land konden blijven en geallieerde militairen die uit Duitse kampen ontsnapten, werden via zogenoemde ontsnappingslijnen over de grens met België gebracht. Dit was uiterst riskant verzetswerk, want op het helpen van geallieerde militairen stond de doodstraf. Toch waren er Nederlandse mannen en vrouwen die zich voor deze zaak inzetten.

    Johanna Maria (Joke) Folmer (9 juli 1923) was één van hen. Op 18-jarige leeftijd begon zij met verzetswerk en gedurende de oorlog hielp zij meer dan 300 mannen (onder hen 120 piloten) te ontsnappen. Na haar arrestatie werd zij in juli 1944 ter dood veroordeeld vanwege haar betrokkenheid bij de ‘pilotenhulp’. Wonderlijk genoeg ontkwam zij aan de voltrekking van het vonnis en overleefde de oorlog. Voor haar daden kreeg zij diverse hoge binnen- en buitenlandse onderscheidingen.

    Afbeeldingen

    Joke Folmer op jonge leeftijd Bron: http://www.deoorlog.nps.nl.

    Jeugd en eerste verzetswerk

    Joke Folmer werd op 9 juli 1923 geboren in Hoofddorp. Al snel na haar geboorte vertrok zij met haar ouders naar Java in het toenmalige Nederlands-Indië. Haar vader ging daar werken als administrateur in een suikerfabriek en nam zijn vrouw Elisabeth (Bep) Vrielink en dochter mee.

    Joke woonde tot haar 16e levensjaar met het gezin op Java. Zij groeide heel anders op dan haar leeftijdgenoten in Nederland. In de omgeving waar haar vader werkte, was geen basisschool en er waren nauwelijks andere Nederlandse gezinnen. Joke moest improviseren en zichzelf bezighouden, waardoor zij al snel opgroeide tot een zelfstandig, kordaat meisje. Haar moeder nam met toewijding de taak van onderwijzeres op zich. Dat deed zij zo goed, dat Joke zonder problemen op de middelbare school in Bandoeng kon worden geplaatst.

    In de zomer van 1939 vertrok het gezin naar Nederland, waar zij zich vestigden in Zeist. Nauwelijks waren zij teruggekeerd of de mobilisatie werd afgekondigd. In Zeist waren veel soldaten en overal gonsde het van de geruchten over een op handen zijnde Duitse inval.

    Van haar ouders moest Joke haar schoolopleiding, waarmee zij in Indië begonnen was, afmaken. Daarom ging zij naar het Christelijk Lyceum in Zeist. Zij sloot daar vriendschap met een klein, tenger Joods meisje, genaamd Rosette. Ook na de Duitse inval bleef zij samen met haar vriendinnetje naar school gaan. Haar Joodse vriendinnetje werd door de andere klasgenootjes steeds erger gepest en vaak uitgescholden. Joke reageerde hier vaak woest op. Toen Rosette in januari 1941 onderdook, besloot zij zelf om de school te verlaten.

    Via Bob Gaillard, een Delftse student, raakte zij betrokken bij het verzet. Gaillard hield zich met verschillende verzetsactiviteiten bezig, waarvan het organiseren van ontsnappingslijnen voor mensen die Nederland moesten ontvluchten een belangrijk onderdeel was. Gaillard had daarvoor betrouwbare mensen nodig die berichten of pakjes konden overbrengen.

    Joke bleek een uitstekende en intelligente kracht te zijn en zij deed dit werk in het eerste halfjaar van 1942 op een onverschrokken wijze. Ze zag er onopvallend en meisjesachtig uit, waardoor zij een ideale koerierster was. De Duisters controleerden nauwkeurig, maar tegenover vrouwen waren zij meestal minder streng. Dit gold helemaal als het om knappe, jonge meisjes ging.

    Toen ze haar waarde als berichten- en pakjeskoerierster bewezen had, werd zij ingezet voor het ‘grotere’ werk. Vanaf het tweede halfjaar van 1942 begeleidde zij ontsnapte krijgsgevangenen, Nederlandse verzetsmensen die in hun eigen land niet meer veilig waren en boven Nederland neergeschoten geallieerde piloten. Zij deed dit werk in opdracht van de illegale organisatie ‘Luctor et Emergo’ die mede opgericht werd door een Haagse ambtenaar van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd, J. C. (Jan) Wannée. Deze organisatie had contacten met de Britse inlichtingendienst (SOE) en met het verzet in Limburg, dat al een uitgebreid netwerk van ontsnappingslijnen had opgebouwd. Weert was daarbij een belangrijk knooppunt.

    Definitielijst

    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    SOE
    Special Operations Executive. Britse organisatie uit WO II die zich bezig hield met geheime operaties en spionage. Een van zeven geheime organisaties die door de Britse regering tijdens WO II in Engeland werd opgericht.

    Pilotenhulp

    Het begeleiden van piloten naar de grens met België (pilotenhulp) was organisatorisch en emotioneel een zware klus. Er moest zeer gedisciplineerd en voorzichtig gewerkt worden, omdat de kleinste fouten grote gevolgen konden hebben. De taal bracht de grootste risico’s met zich mee, omdat de meeste geallieerde militairen geen woord Nederlands spraken. Op hun onderduikadressen werd hen ‘ja’ en ‘nee’ geleerd, daarnaast moesten zij de gegevens van hun vervalste identiteitskaart foutloos kunnen uitspreken. Ook werd zorgvuldig gecontroleerd of ze geen spullen bij zich hadden die hun geallieerde identiteit zouden kunnen verraden.

    De eerste opdracht van Joke in het kader van de pilotenhulp betrof het wegbrengen van vijf Engelsen die zij op 17 november 1942 vanuit het westen van Nederland naar Weert moest brengen. Deze reis verliep zonder noemenswaardige problemen. Na deze geslaagde eerste reis, volgden de opdrachten snel achter elkaar. Daarvoor moest zij veel reizen en leidde zij een druk en jachtig bestaan. Niet elke tocht ging even goed en soms ontsnapte zij op het nippertje aan arrestatie, maar in de winter van 1943 kon Joke Folmer terugkijken op een groot aantal geslaagde tochten. Zij had in haar eerste jaar honderden mannen van verschillende nationaliteiten veilig afgeleverd in het zuiden van Nederland, soms tot in België toe.

    De Sicherheitsdienst maakte ondertussen intensief jacht op de illegale werkers die veel mensen uit handen van de Duitsers lieten ontsnappen. Regelmatig werden er medewerkers gearresteerd en die werden aan zware verhoren en martelingen onderworpen, zodat er meer verzetsmensen opgepakt konden worden. In de verzetsgroep van Joke werd de een na de ander gearresteerd, zodat zij zich bijna dagelijks afvroeg hoeveel tijd zij nog zou krijgen.

    Het werk moest echter doorgaan, ondanks alle spanningen die het met zich meebracht. Op den duur vond zij het te riskant worden om thuis te blijven slapen. Daarom verhuisde ze naar een kamer bij goede vrienden in Amsterdam waar ze zich veiliger voelde dan in Zeist waar veel mensen haar kenden.

    Afbeeldingen

    Dergelijke bekendmakingen werden op veel plekken opgehangen. De Duitsers kenden geen pardon voor pilotenhelp(st)ers. Bron: http://www.archieven.nl.
    Deze (replica)plaquette in het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon hangt daar ter nagedachtenis aan alle deelnemers van de pilotenhulp. Bron: http://www.tracesofwar.com.

    Arrestatie en veroordeling

    Joke kwam zelden thuis bij haar ouders, omdat zij ver van Zeist verbleef en omdat het verzetswerk haar volledig opeiste. Joke was uiteindelijk toe aan ontspanning en daarom maakte zij een afspraak met haar moeder op woensdag 28 april 1944 op het Centraal Station van Amsterdam. Samen zouden zij die dag in Amsterdam doorbrengen.

    Op het moment dat zij haar moeder omhelsde die met de trein uit Utrecht aangekomen was, werd zij samen met haar moeder ruw vastgepakt en gearresteerd door SD’ers. Joke werd naar de Scheveningse gevangenis (beter bekend als het Oranjehotel) aan de Haagse Pompstationweg overgebracht, haar moeder belandde als gijzelaar in kamp Vught.

    Na een aantal dagen werd zij voor de eerste keer uit haar cel gehaald om verhoord te worden. Joke liet zich tijdens het verhoor niet van de wijs brengen en bekende niets. Wel bleef zij doorvragen waarom zij precies opgepakt was. De toon die zij aansloeg beviel haar verhoorders niet en daarom werd zij weer opgesloten. Na twee dagen werd zij opnieuw naar de verhoorkamer gebracht en toen kreeg zij de Duitser tegenover haar wel zover dat hij de aanklacht tegen haar voorlas. Toen bleek dat de Duitsers alleen van haar betrokkenheid bij de eerste reis met vijf Engelsen op 17 november 1942 op de hoogte waren. Deze vijf geallieerden werden namelijk later op de reis in Brussel en Parijs gearresteerd. Eén van de betrokken verzetsmensen had een vroegere schoolgenoot in vertrouwen genomen over de ontsnappingslijn. Deze schoolgenoot had als informant voor de Duitsers echter alles verraden. Vanuit Parijs werd de pilotenlijn stap voor stap opgerold tot aan Nederland, waarbij Joke Folmer de laatste was die opgepakt werd.

    Joke vroeg bedenktijd toen zij de aanklacht hoorde en werd weer teruggebracht naar haar cel. De volgende dag werd zij weer opgehaald voor verhoor en toen bekende zij. Zij vertelde echter dat zij door een ongure man gedwongen was tot het begeleiden van vijf onbekende mannen, dat het een mislukking was geworden en dat zij daarna nooit meer op een opdracht was ingegaan. De Duitsers geloofden haar verhaal maar voor een deel en daarom werd zij weer teruggebracht naar haar cel. Na een wekenlange, eenzame opsluiting, gekweld door honger en telkens terugkerende zware verhoren, werd zij vanuit de gevangenis van Scheveningen overgebracht naar kamp Vught.

    Daar werd zij opgesloten in een van de barakken en elke dag met vele andere vrouwen aan het werk gezet in de zogenaamde Philips-barak. Na drie weken werd ze vanuit Vught overgebracht naar het Huis van Bewaring in Utrecht om daar haar proces af te wachten. Eind juni 1944 moest zij voor een Duitse krijgsraad verschijnen die haar tot de doodstraf veroordeelde. Na haar veroordeling werd zij ondergebracht in een cel waar ook andere pilotenhelpsters de voltrekking van hun straf afwachtten.

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    krijgsraad
    Militair gerechtshof.

    Gevangenschap in Duitsland en terugkeer naar Nederland

    Na de invasie in Normandië op 6 juni 1944 rukten de geallieerden in hoog tempo op door Frankrijk naar België en Nederland. De geallieerde opmars door Frankrijk en België leek niet te stoppen, op 3 september bereikten zij al Brussel en een dag later stonden de geallieerde militairen in Antwerpen. Dit leidde op 5 september, de zogenaamde Dolle Dinsdag, tot grote paniek onder de Duitsers en hun Nederlandse vrienden. Met grote groepen vluchtten zij naar Duitsland en het noorden van Nederland.

    Ook in het Huis van Bewaring in Utrecht brak paniek uit bij de Duitsers en de Duitsgezinde bewakers. Alle gevangenen werden in grote haast naar het station gedirigeerd, waar zij in grote veewagens op transport werden gesteld naar Duitsland. In Anrath, net over de Duitse grens bij Venlo, werd Joke met alle vrouwelijke gevangenen ondergebracht in een vrouwentuchthuis. Daar bleek het dossier van Joke en een aantal andere vrouwen kwijtgeraakt te zijn, waardoor het niet bekend was dat zij ter dood veroordeeld waren. Na een week werd zij met de andere vrouwen overgebracht naar de strafgevangenis van Düsseldorf.

    Zes dagen later werd Joke alweer met andere vrouwen overgebracht naar het tuchthuis in Cottbus aan de Poolse grens, waar ze vanaf 6 oktober vier maanden lang onder slechte omstandigheden verbleef. Na deze vier maanden werd zij overgebracht naar een kamp in Waldheim in de buurt van Leipzig, waar zij op 6 mei 1945 bevrijd werd door het Rode Leger.

    Joke besloot om samen met twee andere pilotenhelpsters zo gauw mogelijk het door het Rode Leger bevrijde gebied te ontvluchten, om zo in de Amerikaanse sector terecht te komen. Dit zouden zij het beste over water kunnen doen en daarom gingen zij op zoek naar een boot. Na enige tijd zagen zij twee Nederlandse rijnaken liggen die daar al maanden vastlagen omdat de meeste bruggen over de Elbe vernietigd waren. Van één van die schippers kregen de vrouwen een roeiboot, waarmee zij een stuk over de Elbe naar de Amerikaanse linies roeiden. Vlakbij die linie werden de vrouwen echter tegengehouden door het Rode Leger. Zij werden ondergebracht in een groot kamp voor displaced persons bij Coswig met duizenden andere gevangenen uit concentratiekampen en slavenarbeiders.

    Begin juni mocht Joke met een groep op Amerikaanse legertrucks naar het vliegveld bij de stad Halle an der Saale. Daar werd zij met een Dakota naar Brussel gevlogen en daarvandaan reed zij met de trein Nederland binnen. Op 13 juni 1945 stond Joke Folmer heelhuids voor de deur van haar ouderlijk huis, waar zij herenigd werd met haar ouders en haar broer.

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    invasie
    Gewapende inval.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Duitsers gingen massaal op de vlucht op 5 september 1944 Bron: http://www.beeldbankwo2.nl.

    Na de oorlog

    Na de bevrijding maakte Joke Folmer haar studie af en ging zij aan de slag bij de Voogdijraad in Amsterdam. Daar is zij vele jaren blijven werken en later is zij hetzelfde werk gaan doen in Groningen.

    Na de oorlog werd bekend dat Joke’s lievelingsneef, Jan Folmer, de andere kant had gekozen. Hij had zich in de oorlog aangesloten bij de Waffen-SS en raakte gewond aan het oostfront. Jan Folmer toonde na de oorlog berouw over zijn daden en Jan en Joke verzoenden zich met elkaar. Journalist Peter Gerritse schreef een boek over deze twee familieleden met geheel andere oorlogservaringen, getiteld: “De verzetsvrouw en de SS’er”.

    Joke Folmer heeft vele lezingen gegeven over haar oorlogservaringen. Dit deed zij niet alleen op herdenkingsbijeenkomsten, maar ook op scholen. Zelf zegt zij hierover in een interview: “Als ik op scholen over de oorlog vertel, vind ik het belangrijk jongeren erbij te betrekken, anders is het zo afstandelijk. Ik wil altijd weten welk monument er in de buurt van de school is en ik vraag of hun grootouders hen iets over de oorlog hebben verteld. Dan komen de verhalen meestal vanzelf. Ik vertel geen gruwelverhalen, maar juist ook de goede dingen, over de vriendschappen en de solidariteit onder elkaar. Ik vraag ze wat zij zouden doen om de verveling in een cel te verdrijven en vertel dan hoe belangrijk zingen voor ons was in de gevangenis”.

    Joke Folmer kreeg diverse onderscheidingen voor haar inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zij is draagster van: - De Bronzen Leeuw (Koninklijk Besluit 22 december 1951); - Het Verzetsherdenkingskruis; - The Medal of Freedom with Golden Palm (een van de hoogste Amerikaanse onderscheidingen); - The George Medal (hoge, Britse onderscheiding voor burgers); - Croix de Combat.

    Afbeeldingen

    Joke Folmer op latere leeftijd Bron: http://www.deoorlog.nps.nl.