TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

"Foute" informatie op Middelburgse monumenten

    In mei herdenken we dat 75 jaar geleden ook voor Nederland de Tweede Wereldoorlog begon; een gebeurtenis die Middelburg en haar bewoners al bij aanvang diep zou treffen. Enige dagen na de capitulatie van Nederland, op 17 mei 1940, werd Middelburg door de Duitsers gebombardeerd. Dat is althans de gangbare mening, maar daarover ontbreken de bewijzen al 75 jaar. Boeken, documentaires en websites getuigen over het bestaan, maar uit onderzoek blijkt dat Franse versterkingen de geëvacueerde stad in brand hebben geschoten. Hoe kon die mythe ontstaan en wat was en is de rol van de Gemeente daarin?

    Op 10 mei 1940 overschreden Duitse troepen de landsgrenzen en overrompelden in rap tempo de Nederlandse verdediging. Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 door de Duitse Luftwaffe, capituleerde het grootste deel van Nederland. Dat gold niet voor de provincie Zeeland, omdat daar Franse hulptroepen waren aangekomen.

    Al vanaf de eerste oorlogsdag waren Franse eenheden in Vlissingen ontscheept onder leiding van Général de Brigade Mary Durand (1882-1964) ingevolge het plan Hyphotèse Hollande. (1) De opzet was om de Scheldemonding met troepen te versterken hoewel daarover geen formele overeenkomst met Nederland bestond. De komst van de buitenlandse troepen werd onmiddellijk bondgenootschappelijk gedoogd en de reden dat de strijd in Zeeland na de capitulatie werd voortgezet. Het onbegrip daarover was groot omdat intussen bekend was geworden dat de koningin en de regering naar Engeland waren uitgeweken.

    Burger- en militair bestuur

    Op 14 mei riep de Commissaris van de Koningin in Zeeland, Johan Willem Quarles van Ufford (1882-1951), de burgemeesters van de steden Middelburg, Veere en Vlissingen bijeen voor beraad over de evacuatie van de bevolking bij het naderbij komen van het front. Zonder kennisgeving of overleg met de Staten van Zeeland vertrok hij nog diezelfde avond naar Oostburg. De volgende dag motiveerde hij vanuit Zeeuws-Vlaanderen dat hij het provinciaal bestuur en zijn werkzaamheden …op vrijen Nederlandschen en gewestelijken bodem onbelemmerd en vrij van buitenlandsche invloeden… wilde uitoefenen. (2)

    De burgemeester van Middelburg was Jan van Walré de Bordes (1894-1947). Deze adviseerde de stadsbevolking vanaf 14 mei om vrijwillig te evacueren. Bij de Nederlandse en Franse militaire autoriteiten en bij het provinciebestuur drong hij er vanaf dat moment voortdurend op aan om Middelburg tot open stad te verklaren. Zijn pacifistische bemoeiingen gedurende de Staat van Oorlog waarin Nederland toen verkeerde, werden hem bijzonder kwalijk genomen en was mede de reden dat hij na de oorlog niet meer werd herbenoemd tot burgemeester van Middelburg. (3)

    Schout-bij-nacht Hendrik-Jan van der Stad (1887-1970) had als Commandant Zeeland de militaire leiding. Ook hij vertrok naar Zeeuws-Vlaanderen nadat hij zijn troepen op Walcheren en in Zeeuws-Vlaanderen aan de plaatselijke Franse commandanten had overgedragen. (4) Op 16 mei kwam hij zonder zijn staf in Breskens aan. Die bleef in de Koepoortstraat in Middelburg achter met de strikte opdracht niets over zijn vertrek bekend te maken. (5) Gezien die situatie voorzagen de Franse militaire autoriteiten vanaf dat moment een bestuursvacuüm op Walcheren, waarna op hoog niveau besloten werd om Contre Amiral Charles Platon (1886-1944) tot "Gouverneur van Walcheren" te benoemen. (6) Daarmee kreeg de Franse marineofficier bestuurlijk gezag op Nederlands grondgebied met de status van Frans bezet gebied.

    De Sloedam

    Op 15 mei vielen Duitse troepen Zeeland binnen en overrompelden de Bathstelling. In de vroege ochtend van de volgende dag doorschreden zij zonder noemenswaardig verzet ook de Zanddijkstelling. Enige uren later stonden zij tegenover de Franse verdedigers achter het Kanaal door Zuid-Beveland en bereikten tegen de avond de Sloedam. Deze dam was destijds de enige verbinding door het slikkengebied tussen Zuid-Beveland en Walcheren en een makkelijk te verdedigen terreindeel. Daarvoor hadden de Fransen drie infanteriebataljons en twee artillerieafdelingen aan de oostzijde van Walcheren samengetrokken en werd de komende strijd een Franse aangelegenheid. Met de gevechten bij de Sloedam onder commando van Général de Brigade Marcel Deslaurens (1883-1940) kwam de oorlog ook over Walcheren. In de vroege ochtend van 17 mei vielen Duitse SS-eenheden van SS-Standartenführer Felix Steiner (1896-1966) aan in een poging de Sloedam in handen te krijgen en door te stoten naar Vlissingen. (7) De gehele dag waren de oorlogsgeluiden te horen en de nog aanwezige Middelburgers doken weg in hun kelders.

    Middelburg onder vuur

    Intussen had Général de Brigade Deslaurens opdracht gekregen om zich gedurende de nacht van 17/18 mei via Vlissingen regulier terug te trekken. Daarvoor werden de nodige plannen uitgewerkt en bevelen uitgegeven. (8) De terugtocht bij nacht zou in het bijzonder worden gedekt door een batterij zwaar zeegeschut van de marine dat bij Breskens stond opgesteld. Ter voorbereiding van die actie gaf de batterijcommandant, Lieutenant de Vaisseau Henri Jabet (1908-1940), op 17 mei, om 10.20 uur, opdracht om op drie plaatsen op Walcheren in te schieten met telkens 4 schoten. (9) Er werd ter beveiliging van de linkerflank onder anderen ingeschoten op de Stationsbrug; toen de enige oversteekplaats over het kanaal bij Middelburg. Maar omdat de brug in "eigen gebied" lag, werd aan de andere zijde van het kanaal een doel in Middelburg gekozen als baken. Om 10.30 uur viel de eerste granaat in de Lange Delft zonder daar noemenswaardige schade aan te richten. (10)

    Ondertussen verliep de strijd aan de Sloedam anders dan voorzien. Om het verzet bij de Sloedam te breken, werd aan Duitse zijde een eskader bommenwerpers ingezet die middels grond- en luchtwaarneming gefaseerd de Franse verdediging en de artillerieopstellingen bombardeerden. (11) Tegelijkertijd beschoten de drie beschikbare artillerieafdelingen de Franse opstellingen aan de oostkant van Walcheren. Het gevolg was dat omstreeks 15.30 uur het bevel werd gegeven tot de terugtocht toen duidelijk werd dat veel verdedigers waren gevlucht. (12) Kort daarop kwam een nieuwe Duitse aanval op gang en konden de geruimde Franse stellingen zonder verzet doorschreden worden. De Franse terugtocht naar Vlissingen verliep intussen in grote wanorde. (13) Daarbij bleek de marinebatterij bij Breskens, door gebrek aan communicatiemiddelen, niet in staat de gevraagde artilleriesteun te verlenen om de terugtocht te dekken. (14) Het gevolg was dat Middelburg als oversteekplaats over het kanaal, ter bescherming van de linkerflank, zonder directe noodzaak enkele keren door het Franse geschut vanaf Breskens werd beschoten. (15) Door gebrek aan brisantgranaten werden daarvoor granaten tegen zeedoelen gebruikt. (16) Dat type veroorzaakte bij een treffer geen verwoestende schokgolf, maar extreem veel hitte in voorwaartse richting zodat het centrum op tientallen plaatsen was gaan branden. (17) Volgens een latere inventarisatie door de brandweercommandant zijn er 30-40 granaten in de binnenstad gevallen. (18)

    Veel bewoners verlieten als gevolg van de beschietingen en de branden alsnog de stad. In de loop van de middag werd duidelijk dat het brandweerkorps en de enkele vrijwilligers niet in staat waren met de steeds meer haperende blusmiddelen de tientallen brandhaarden te bestrijden. Daarom werd de hulp ingeroepen van de brandweerkorpsen uit de omliggende gemeenten en dorpen nadat de branden zich aaneen begonnen te sluiten en een onbeheersbare stadsbrand dreigde. Pas tegen de avond van de volgende dag kon ‘brand meester’ worden gegeven, maar toen was de binnenstad geheel uitgebrand. (19) Bij hun terugkeer zagen veel Middelburgers dan ook dat hun bezit was veranderd in een rokende puinhoop.

    De opeenvolgende gebeurtenissen op 17 mei 1940 zijn als de ‘rampdag van Middelburg’ in de herinneringen van de stadsbevolking blijven hangen. Niet alleen viel Walcheren die dag in Duitse handen; vooral de traumatische gebeurtenissen vanwege het oorlogsgeweld, de doden, de gewonden en de enorme ravage waren daarvan de oorzaak. Door de stadsbrand was het dagelijks leven totaal ontwricht geraakt en de bewoners ontredderd. Velen zouden een nieuwe start moeten maken bij wonen en ondernemen. Het stadsbeeld was onherkenbaar geworden vanwege de honderden uitgebrande panden en de massa’s puin in de straten. Het aantal doden was beperkt gebleven tot 11, wellicht omdat de stad op aandringen van de burgemeester op vrijwillige basis was geëvacueerd. (20) Er waren 575 panden en 20 openbare gebouwen door brand verwoest. (21)

    Vooral het gebied tussen de abdij en het stadhuis op de markt bleek in een brede strook te zijn uitgebrand. De houten tussenverdiepingen en de daken van de oude gebouwen waren verbrand en ingestort. En de kalkmortel als bindmiddel, waarmee de muren waren opgemetseld, was door de hitte onbetrouwbaar geworden. Al direct na de bezetting werden alle werklozen dan ook opgeroepen om de gevaarlijke muren omver te trekken en kreeg de stad al snel het aanzien gebombardeerd te zijn zoals ook te zien op de krantenfoto’s van het gebombardeerde Rotterdam. Er zat niets anders op; de binnenstad moest geheel herbouwd worden. Een wederopbouwplan werd gemaakt, voorlopige voorzieningen gemaakt en met herstelwerkzaamheden begonnen. De tekorten aan bouwmaterialen waren enorm. De wederopbouw duurde tot ver in de jaren 60. In veel gevallen herinneren ingemetselde gevelstenen aan panden die weer uit hun as zijn verrezen.

    De schuldvraag

    De oorzaak van de fatale stadsbrand werd al direct toegeschreven aan massale Duitse luchtbombardementen. Er waren bij een wolkeloze hemel immers veel vliegtuigen gesignaleerd, hoewel niemand zintuiglijk bombarderende vliegtuigen boven de binnenstad had gezien. Het werd als vanzelfsprekend aangenomen. Zij, de agressor, hadden immers ook Rotterdam gebombardeerd. En daarbij, op 15 mei waren er ook al bommen in Middelburg gevallen vanuit een aangeschoten Duitse bommenwerper waarbij toen ook al meerdere doden te betreuren waren geweest.

    Een week na de rampdag, op 24 mei 1940, schreef de regionale pers voor het eerst inventariserend over de omvang van de schade. Ook kwamen enkele ooggetuigen aan het woord, maar over de schuldvraag werd niets vermeld. Het Twentsch Dagblad "Tubantia" had daar een dag eerder wel aandacht aan besteed en motiveerde dat de Duitsers de stad hadden gebombardeerd omdat de Fransen zich daarin hadden verschanst. (22) Op 31 mei verscheen in meerdere nationale en regionale dagbladen een artikel over de rampzalige gebeurtenissen in Middelburg. Dat was ontleend aan een interview met burgemeester van Walré de Bordes als ooggetuige, en was door het Algemeen Nederlands Persbureau (A.N.P.) verspreid. Voorafgaande aan de plaatsing had de Telegraaf nog een aanvullend interview met de burgemeester gehad. Het ongeloof was groot bij het lezen van ...Thans wisten wij dat Fransche granaten daarvan de oorzaak waren. [het beschieten van Middelburg] Wij konden dat uit de schietrichting opmaken…. (23) Er ontstond ophef onder de Middelburgse samenleving: dat kon niet waar zijn. De burgemeester deed er goed aan om zijn persoonlijke belevingen niet meer openbaar uit te spreken. (24) En ook de brandweercommandant deed er het zwijgen toe na eerder per proces verbaal verklaard te hebben dat de artilleriegranaten vanuit het zuiden in Middelburg waren terechtgekomen. (25) En ook de rapportages van Nederlandse officieren over Franse beschietingen deden er niet toe.

    Mythe en literatuur

    Aansluitend ontstond een geruchtenstroom en brak een tijd aan van onbestendige verhalen over Franse brandstichting en over Duitse luchtbombardementen met brandbommen die werden vermengd met eigen waarnemingen en veronderstellingen. Een politieagent verklaarde gezien te hebben dat Duitse vliegtuigen eerst benzine boven Middelburg hadden gedumpt en dat bommenwerpers daarna brandbommen hadden geworpen. (26) Dat kan onze Franse bondgenoot niet gedaan hebben, was de gangbare mening. Toch waren daar fysiek veel aanwijzingen voor. Op meerdere plaatsen lagen immers uitsluitend Franse blindgangers. (27) Het was ook te zien aan de inslagen van granaten in de zuidelijke muren; daar waar de granaten vandaan waren gekomen. (28) De samenleving wilde een ander verhaal. De schuldvraag werd al na een maand niet meer publiekelijk besproken, want men wilde in een tijd van steeds groter wordende tegenstellingen niet als "fout" worden gezien. De toon was gezet; een mythe geboren.

    Na de bezetting verschenen bij tussenpozen boeken en artikelen die als onderwerp met elkaar gemeen hadden dat de Duitsers de binnenstad hadden gebombardeerd. N.J. Karhof schreef in 1945 …Het noodlot naderde evenwel de stad in den vorm van een eskader Duitsche bommenwerpers die zonder dwingende noodzaak - de stad was niet in staat van verdediging - plotseling tot den aanval overging….(29) Weliswaar ontbraken daarvoor bewijzen en details, maar dat deed er kort na de bevrijding niet toe. Als vanzelf kwam Middelburg daardoor in het rijtje terecht van door de Duitsers gebombardeerde steden: Guernica-Warschau-Rotterdam-Middelburg-Coventry.

    Door vooral te suggereren, werden de omstandigheden in vervolgpublicaties geloofwaardiger gepresenteerd. In 1979 verscheen het eerste deel van "Zeeland 40-45", dat als de officiële Zeeuwse oorlogsgeschiedschrijving werd gezien. Daarin schreef L.W. de Bree …Nagenoeg tegelijkertijd gingen de Duitsers over tot de bijna systematische verwoesting van de stadskern door vliegtuigbommen en artilleriegranaten… Volgens hem was de vernietiging van de stad kennelijk het gevolg van zowel Duitse artilleriebeschietingen als van luchtbombardementen. Dat blijkt echter geenszins uit zijn nagelaten onderzoeksgegevens in het Zeeuws Archief zodat die tekst op mythische aannames moet zijn gebaseerd. (30) In het "Vergeten bombardement" uit 2010 concludeert P.W. Sijnke, …Ten slotte, de schuldvraag is duidelijk. Die ligt bij de Duitsers. En uiteindelijk bleek het bombardement dan toch een beschieting…. (31) Volgens hem is Middelburg dus niet gebombardeerd door Duitse vliegtuigen; het waren artilleriebeschietingen. Ondanks zijn jarenlang onderzoek is die stelligheid ook hier niet terecht te noemen. Immers, nergens in zijn publicatie toont de auteur aan dat de stad daadwerkelijk door de Duitse artillerie is beschoten. Daarmee houdt ook hij, zoals velen voor hem, de mythe over ‘de rampdag van Middelburg’ in stand.

    Monumenten ter herinnering

    Al kort na de bevrijding werden een aantal monumenten in Middelburg geplaatst die herinneren aan de burger- en militaire oorlogsslachtoffers (1948), de bevrijding (1950) en de Joodse gemeenschap (1954). Ook werden een aantal herinneringsplaquettes geplaatst. Een monument over de rampdag en de gevolgen daarvan werd niet serieus overwogen. Tenslotte waren in de loop der jaren nog steeds geen bewijzen gevonden. Anderzijds stond de schuldvraag onder de bevolking onomstotelijk vast: de Duitsers hadden Middelburg gebombardeerd.

    Pas na zesenveertig jaar, in 1986, ontstond een publieke discussie om alsnog een monument te plaatsen dat moest herinneren aan de verwoeste stad. In het Zeeuws Tijdschrift werd de burgemeester daartoe zelfs persoonlijk opgeroepen. (32) Op emotionele gronden moest er iets gebeuren. Daartoe kennelijk bereid, stelde de wethouder van cultuur, Gerrit Schoenmakers (1942-) voor om met brokstukken van de uitgebrande Provinciale Bibliotheek een monument te maken op Plein 1940. Dat werd mogelijk omdat besloten was de voorgevel niet meer te herbouwen aan het Koorkerkhof. (33) Enkele jaren later ontstond een variant dat bekend raakte als "De Explosie". Rondom de voormalige brandhaard in de binnenstad werden resten van het barokke pand half ingegraven met daarop de tekst: DE EXPLOSIE – 1988. Gevelrestant van Lange Delft 64 door Duits bombardement verwoest 17 mei 1940. Met 14 brokstukken, naar de kruiswegstaties van Christus, markeerde de kunstenaar Ko de Jonge (1945-) fysiek de omvang van het, door een Duits luchtbombardement verondersteld, uiteengespatte Middelburg. Tegelijkertijd bracht hij het ‘uiteengespat’ onvervangbaar historisch pand ook denkbeeldig tot uitdrukking. Door bestuurlijke nalatigheid was immers duidelijk geworden dat de voorgevel niet meer te herbouwen was vanwege de grootschalige diefstal van ornamenten en blokken en de desolate toestand waarin de resten zich bevonden. Met zijn monument heeft de kunstenaar mede zijn gevoel van afkeer willen uitdrukken over het cultureel-historisch gemeentelijk wanbeleid. (34) De gemeentepolitiek voelde zich in die situatie erg ongemakkelijk, maar de protesten en de kritische reacties daarover hielden op na de onthulling op 4 november 1988. (35)

    "De Explosie" werd een motief om bij het vijftigste herdenkingsjaar alsnog een monument te plaatsen als …blijvend gedenkteken… Op initiatief van de "Stichting Monumenten Walcheren 40-45" werden fondsen gezocht, tegelijkertijd met het voornemen om elders op Walcheren nog vier monumenten te plaatsen die expliciet moesten herinneren aan de inundatie van Walcheren in 1944. (36) Het gemeentebestuur kende daarvoor 40.000 gulden toe, waarna meerdere kunstenaars werd gevraagd om een ontwerp te maken. Op 17 mei 1990 werd een monument op het einde van de Nieuwe Burg door prinses Juliana (1909-2009) onthuld waarvan de kosten op 100.000 gulden waren geraamd. Op het voetstuk stond gebeiteld …een gestolde herinnering…

    Politieke pronkzucht op een herrezen eiland

    Als lid van de Raad van State had Marinus Verburg (1920-2009), zelf ook slachtoffer en persoonlijk sterk betrokken, in die hoedanigheid, enkele invloedrijke Walcherse functionarissen persoonlijk gevraagd om zitting te nemen in de "Stichting Monumenten Walcheren 40-45". Een elitair groepje, zei hij zelf, maar met de beste bedoelingen. …Groots en monumentaal moest het worden... De stichting bleek al in aanvang regentesk door zonder overleg met de bevolking of betrokkenen, gedreven tot de realisatie van vijf oorlogsmonumenten op Walcheren te komen. (37) Het werd een politiek onderonsje met als gevolg dat de kosten van de kunstwerken bijna geheel door de overheid werden opgebracht. …Gestolde rampspoed op een herrezen eiland… schreef een verslaggever van de Provinciale Zeeuwse Courant bij de presentatie van de plannen. (38)

    Na de onthulling van ‘een gestolde herinnering’ op 17 mei 1990 ontstond in het bijzonder veel kritiek over de vorm, de kosten en de vraag waarom zo’n monument, zolang na de rampdag, er alsnog moest komen. Het was voor het toenmalig gemeentebestuur aanleiding om enige maanden later een tekstplaatje aan te laten brengen met aanvullende informatie. Op 17 juli 1990 gaf de toenmalige burgemeester Chris Rutten (1942-) daartoe opdracht. Daarin was onder anderen de zin voorzien: …Ter herinnering aan het bombardement door de Duitse Luftwaffe op 17 mei 1940…. (39) De onbewezen aantijging en het onbenoemd laten van de initiatiefnemers leidde tot een geschil met de voorzitter van de "Stichting Monumenten Walcheren 40-45". Het werd uiteindelijk: Een "gestolde herinnering" aan het Duitse bombardement op 17 mei 1940. Onthuld door H.K.H. prinses Juliana der Nederlanden op 17 mei 1990. Vervaardigd door Sigurdur Gudmundsson. Op initiatief van de stichting monumenten Walcheren 40 – 45.

    Door op het monument naar een Duits bombardement te verwijzen, werd de schuldvraag door de Gemeente op dat moment geformaliseerd. Gelijktijdig kon een Duits (lucht)bombardement worden toegevoegd aan de geschiedenis van Middelburg met de status van een oorlogsmisdaad. (40) Immers, er zouden militaire geweldsmiddelen zijn ingezet op een civiel doel. Door politieke pronkzucht gedreven, werd nu ook door het gemeentebestuur meer waarde gehecht aan de mythe dan aan het feitenmateriaal. (41) En aan de Duitse toerist had de Gemeente geen boodschap.

    Door de beschuldigende tekstplaatjes manoeuvreerde de Gemeente zich in 1990 in een moeilijke positie. Vragend naar het bestaansrecht van de tekstplaatjes laat het huidige College van Burgemeester en Wethouders weten dat daarop auteursrecht bestaat en de Gemeente niet het recht heeft om daar veranderingen op aan te brengen. Dat kan wat betreft de titel van het monument juist zijn, maar zeker niet als het gaat over het informatieve gedeelte. Het was voor Ko de Jonge in ieder geval reden de Gemeente te vragen om een tekstuele aanpassing op zijn creatie "de Explosie". En ook het tekstplaatje op het monument "een gestolde herinnering", dat de Gemeente buiten medeweten van de kunstenaar had aangebracht, riep reacties op. De in China wonende Sigurdur Gudmundsson (1942-) wil geen suggestieve informatie op zijn ingetogen monument. Hij heeft de huidige wethouder van cultuur, Johan Aalbers (1977-), via een tussenpersoon voorgesteld om het bestaande tekstplaatje te verwijderen en te vervangen door een tekstplaatje met daarop uitsluitend de datum van de verwoestingen, de titel van het kunstwerk, zijn naam en de datum van de onthulling. (42) Het is opvallend hoe strak de Middelburgse politiek in dit onderwerp blijkt te staan. En …niet bereid om de nek uit te steken voor een minder anti-Duitse weergave van zaken…, schrijft Erik Lameijn (1992-) in zijn masterthesis aan de Erasmusuniversiteit. Anderzijds is het besef bij de Gemeente aanwezig dat het vooringenomen standpunt niet meer te handhaven is. Om die reden is besloten om bij een officieel spreken over "de rampdag van Middelburg" niet meer te verwijzen naar een Duits luchtbombardement, maar om het algemeen te houden en geen schuldige aan te wijzen. (43) Nu, bijna 75 jaar na de rampdag, van wat de Documentatiegroep Walcheren destijds ‘het sprookje van het terreurbombardement’ noemde, neemt de Gemeente enige afstand, maar de beschuldigende tekstplaatjes blijven.

    Verwijtende monumenten

    Het is waar, de aanvallende Duitse troepen hoorden in 1940 volkenrechtelijk niet thuis in Zeeland. Zij zijn dus stellig de oorzaak, maar daarmee niet automatisch de veroorzakers van de vernietiging van de Middelburgse stadskern. Anderzijds debarkeerden Franse troepen zonder overleg in Vlissingen en ook zij waren in aanvang dus niet rechtmatig in Zeeland en daarmee ook schuldig. Gezien de toen ontstane situatie was oorlogsgeweld gewettigd ter verdediging van Nederlands soeverein gebied. Dat daardoor de binnenstad werd verwoest, is evident. Van begane oorlogsmisdaden is aan beide zijden geen sprake; dus ook niet door de Fransen bij het inschieten en later het beschieten van Middelburg. Het ging immers om een actie ter ondersteuning van hun eigen troepen en was niet gericht tegen de burgerbevolking.

    Het herdenken van "de rampdag van Middelburg" met een monument was op termijn te verwachten en is ook te billijken. Na bijna 50 jaar werden zelfs twee, op zich ingetogen monumenten onthult die echter al onmiddellijk werden voorzien van tekstplaatjes met een grof beschuldigend karakter. Daarop is te lezen dat de monumenten er specifiek zijn gekomen ter herinnering aan een Duits luchtbombardement; niet zozeer ter herdenking van de rampdag en de gevolgen voor de stad en de bewoners. Informatie over de Franse rol daarin, ontbreekt. Duitsland heeft historisch weliswaar een slechte naam, maar het overschrijdt de grenzen van fatsoen om zonder bewijs dat land middels tekstplaatjes op monumenten valselijk van een oorlogsmisdaad te beschuldigen. Met die intentie horen die monumenten met die tekstplaatjes niet in het straatbeeld van Middelburg thuis.

    Noten:
    1. SHD: TTE-6: Commandement et Chef des Forces Terrestres, Operations Belgique et Hollande, 25 Janvier 1940; prof. L. De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 3: Mei ’40, De komst der Fransen, p. 143-148; Lerecouvreux: L’Armée Giraud en Hollande, Paris, 1949(?), p. 74-104
    2. GAO: uitgaande stukken van de Gemeente Oostburg, nr. -3.17: Telegram Commissaris Koningin (Quarles) aan meerdere geadresseerden, d.d. 15 mei 1940
    3. ZA: CdK PB 006.4: Brief Kabinet CdK [van Zeeland] nr. 339 aan de Minister van Binnenlandse Zaken d.d. 27.6.1945
    4. CAD: Gevechtsrapporten en verslagen van de oorlog in de meidagen van 1940, pak E45: Verslag van C-Zvl.; NIMH: Het aandeel van de Koninklijke Marine bij de verdediging van het Commando Zeeland in Mei 1940, confidentieel, p. 39
    5. NIMH: Aa-9/2: S.b.N. van der Stad, Verslag over de gebeurtenissen na het uitbreken van den oorlog, deel 1: Commando Zeeland, p. 22
    6. SHD: TTE-3: Amiralité française, réservé 133, circulation 9679, (en accord avec le général commandant la 7ème Armée), n.a.v. Télégramme Amiral Nord, Nr. 1545/17/5, d.d. 17 mei 1940
    7. BA/MA: N756/109: SS-Standarte "Deutschland" im Westfeldzug 1940.- Kriegstagebuch, Befehle und Meldungen: Rgt. Befehl für das Vorgehen auf Vlissingen, d.d. 16.5.1940; BA/MA: RH 24-26/37: Gen.Kdo.XXVI.AK: Tagesmeldung SS-V.Division, d.d. 17.5.1940
    8. SHD: 32 N264: Rapport du Capitaine Bichon, Officier du 3e Bureau de la 60e Division, sur les événements de l’Ile Walcheren, p.1
    9. SHD: TTE-1: Batteries mobiles 1940-1941: Rapport No. 1 van Lieutenant de Vaisseau Jabet aan Capitaine de Corvette Hamelin, d.d. 27 mei 1940
    10. ZA: 1060.1/58: Brandweer Middelburg: Gegevens over de rampdag 17 mei 1940 betreffende de brandweer van Middelburg, p.1. [Inslag in de zuidgevel van voor-oorlogs pand Lange Delft 111]
    11., BA/MA: N756/109: SS-Standarte "Deutschland" im Westfeldzug 1940.- Kriegstagebuch, Befehle und Meldungen: Gefechtsbericht über die Kämpfe des verst. Rgt. SS"Deutschland" auf Zeeland, von 15. – 17.5.1940, p.8; Idem: Kriegstagebuch Regiment „Deutschland", Feldzug Westen, d.d. 17.5.1940
    12. SHD: TTE-6: Affaire des Iles de la Zélande, p.9-10; SHD: 32 N 264: Capitaine Bichon: Récit de la mort du Général Deslaurens, p.9-10; Lerecouvreux, L’Armée Giraud en Hollande, p.327; Collectie H. Houterman: Hoofdkwartier 7ème Armée, Historische sectie: Défense des iles de Sud Beveland et Walcheren en Mai 1940, d.d. 17.05.1940; NIMH: 464/19: C.M. van den Broecke, Kapitein, [geen titel]
    13. SHD: 32 N 264: Capitaine Bichon: Récit de la mort du Général Delaurens, p.9-10; SHD: TTE-6: Affaires des Iles de la Zélande, d.d. 17.05.1940
    14. SHD: 32 N 264: 60 D.I.: Extrait du Journal de Marche de la 60me Division, d.d. 17 mei 1940; SHD: TTE-1: Batteries mobiles 1940-1941: Rapport No. 1 van Lieutenant de Vaisseau Jabet aan Capitaine de Corvette Hamelin, d.d. 27 mei 1940
    15. NIMH: Gevechtsverslagen en rapporten 1940: 466001: (…) majoor P.J. Enter; 466005 (…) Kapt. J. Schouwenaar, 463030 (…) L.t.Z. 2e Kl. C.H.E. Braunich von Brainich-Felth, e.a.; BA/AA: R60637: Tätigkeitsbericht der Sonderkolonne Schnock - van Gorkum - Kropf über Einsatz Zeeland: Protokoll mit dem stellvertredende Brandmeister von Middelburg, A.J.W. Mathijssen
    16. NIMH: Het aandeel van de Koninklijke Marine in het Commando Zeeland: Aa 7/37: Verklaring Kapt. P.M.W.J. van der Slikke; SHD: TTE-1: Batteries mobiles 1940-1941: Rapport No. 1 van Lieutenant de Vaisseau Jabet aan Capitaine de Corvette Hamelin, d.d. 27 mei 1940; A.B.J. Goossens, Gestold verleden, p. 121
    17. ZA: 1060.1/58: Brandweer Middelburg: De brandramp van mei 1940 te Middelburg, juni 1940; Nood-Courant, gezamenlijke uitgave van de Vlissingsche en Middelburgsche Courant, d.d. 20 mei 1940 met daarin een proclamatie van burgemeester van Walré de Bordes met de strekking dat de stad volgens zijn eigen waarneming weinig schade had opgelopen door het bombardement; A.B.J. Goossens, Gestold verleden, Middelburg, 2012, p. 49-50; 59-63; 117-122
    18. ZA: 1060.1/58: Brandweer Middelburg: De brandramp van mei 1940 te Middelburg, juni 1940: bijlage met een overzicht van de inslagen; ZD: CW 28/1: Overzicht van de granaatinslagen
    19. B. van der Weel, Maneblussers in oorlogstijd, Middelburg, 2002, p. 12-26
    20. ZA: 1140.2: Gemeentepolitie Middelburg: Opgave van het aantal dooden en gewonden… De inventarisatie is vanwege het verloren gaan van de Burgerlijke Stand in opdracht van de Burgemeester verricht door de Gemeentepolitie. Daarbij zijn ook de overledenen als gevolg van een natuurlijke dood opgenomen; Databank Zeeland WO2, slachtoffers op 17 mei 1940
    21. P. Sijnke (red.), Het vergeten bombardement, p.110-111
    22. Twentsch Dagblad Tubantia, d.d. 23 mei 1940
    23. De Zeeuw, Dagblad voor Noord Brabant en Zeeland, De Courant, het Nieuws van den Dag, de Telegraaf (en anderen), d.d. 31 mei 1940
    24. GAB: Dagblad van Noord-Brabant en Zeeland, d.d. 1 juni 1940; Collectie van Walré de Bordes, correspondentie van Jan van Walré de Bordes met zijn oom Hugo; J. Zwemer, Zijn open eenvoud was zijn grootste charme, p.102
    25. BA/AA: R60637: Tätigkeitsbericht der Sonderkolonne Schnock - van Gorkum - Kropf über Einsatz Zeeland: Protokoll mit dem stellvertredende Brandmeister von Middelburg, A.J.W. Mathijssen
    26. GAV: Collectie Tuijman: na-oorlogs dagboek met aanhef: Langs de Oude Vlissingseweg
    27. NIMH: Het aandeel van de Koninklijke Marine in het Commando Zeeland: Aa 7/37: Detachement Kustartillerie, p.4 en aanvullende brieven aan burgemeester van Walré de Bordes; Aa 7/34: Kapitein-adjudant J. Hofs: Gebeurtenissen op het Commando Zeeland na het vertrek van de C.Z. naar Breskens, p. 4
    28. ZA: Beeldarchief: ZI-P-08745: inschot kerk; HTAM-A-0747: Dwarskaai; Herkomst onbekend: FO067078: kademuur
    29. N.J. Karhof, In: Middelburg in bewogen dagen 1940-1945, p.6
    30. ZA: Collectie de Bree: passim mei 1940
    31. P.W. Sijnke, Het vergeten bombardement, p. 183
    32. ZB: Zeeuws Tijdschrift, jaargang 36, nummer 3: Drs. M.C. Verburg, Monument voor een verwoeste stad en een verwoest eiland: Middelburg 1940, Walcheren 1944
    33. Krantenbank Zeeland: PZC, d.d. 15 september 1986
    34. PZC, d.d. 14-5-1988 en 11-8-1988; PZC 29-10-1988: Stenen des aanstoots; Ko de Jonge, samenvatting per mail aan auteur op 9 januari 2015
    35. Telefonisch interview van auteur met G. Schoenmaker op 7 januari 2015, voormalig wethouder van cultuur
    36. Stichting Monumenten Walcheren 40-45, Vijf monumenten voor Walcheren 40-45, Introductie
    37. ZB: W.P. de Kam, Een toekomst vol van het verleden, 1997, scriptie over het politiek debat over ‘oorlogsmonumenten’, p.26, 60, 73
    38. PZC: d.d. 16 september 1989.
    39. ZA: Gemeentearchief Middelburg: -1.853.1, nr. 49660: Gemeentesecretaris: Brief van de burgemeester van Middelburg aan de directeur gemeentewerken, d.d. 17 juli 1990
    40. J.J. van der Weel, Opeens was alles anders. Oorlogsjaren in Middelburg, p. 155-169; Zeeland, periodiek van Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, discussies in 2011 en 2012
    41. ZB: W.P. de Kam, Een toekomst vol van het verleden, 1997, scriptie over het politiek debat over ‘oorlogsmonumenten’, p. 64
    42. Mailcorrespondentie auteur met Sigurdur Gudmundsson (via tussenpersoon)
    43. Brief Gemeente Middelburg, kenmerk 80034, d.d. 17 februari 2014

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    capitulatie
    Overeenkomst tussen strijdende partijen met betrekking tot de overgave van een land of leger.
    Luftwaffe
    Duitse luchtmacht.
    oorlogsmisdaden
    Misdaden die in oorlogstijd worden begaan. Vaak betreft het hier misdaden van militairen ten opzichte van burgers.

    Afbeeldingen

    Onder een stralende zon en bij gladde zee werden al vanaf 10 mei Franse versterkingen aangevoerd.
    Kort na de rampdag van Middelburg werd een herziene Duitse topo-grafische kaart uitgegeven waarop de verwoestingen waren gearceerd. Door de auteur zijn de granaatinslagen [met een ster] ingetekend volgens een inventarisatie door de toenmalige brandweercommandant.
    "De straten waren zo leeg als op een zomerse zondagochtend", verhaalde een Middelburgse dagboekschrijver over de stadsbrand. En de brandweercommandant rapporteerde dat het hem aan hulp ontbrak bij het bestrijden van de branden.
    In meerdere kranten verscheen op 31 mei een artikel over de rampdag van Middelburg, gebaseerd op een interview met burgemeester van Walré en door het ANP verspreid (fragment uit het Nieuws van de Dag).
    Kort na de fatale branden werden alle werkloze Middelburgers op-geroepen om de gevaarlijke muren te slopen. Daarna warden de stenen gekapt en voor hergebruik buiten de stad opgeslagen.

    Bronnen

    • BA/AA: Bundesarchiv/Auswärtiges Amt, Berlijn

    • BA/MA: Bundesarchiv/Militärarchiv, Freiburg


    • CAD: Centraal Archievendepot, 's Gravenhage


    • GAO: Gemeentearchief Oostburg, Oostburg


    • NIMH: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, ’s Gravenhage


    • SHD: Service Historique de la Defence, Vincennes


    • ZA: Zeeuws Archief, Middelburg

    • ZB: Zeeuwse Bibliotheek, Middelburg

    • ZD: Zeeuws Documentatiecentrum, Middelburg