Heden

    Inleiding

    In 1972 verbleef de Franse speleoloog Michel Siffre 205 dagen zonder onderbreking in een grot in Texas. Daarmee vestigde hij een officieel record, want niet eerder zou iemand zo lang aan één stuk onder de grond geleefd hebben. Zo lang leven in voortdurende duisternis en isolatie, zonder besef van dag en nacht, vergt zowel geestelijk als lichamelijk een onvoorstelbaar doorzettingsvermogen. Toch zouden verschillende Joodse onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog in Oekraïne nog veel langer ononderbroken ondergronds geleefd hebben, namelijk 344 dagen. De Amerikaanse speleoloog Chris Nicola ontdekte hun opmerkelijke overlevingsverhaal.

    Grot van de Priester

    Het was in 1993, twee jaar na de val van de Sovjet-Unie, dat Chris Nicola als één van de eerste Amerikanen onderzoek verrichtte in de ondergrondse wereld van Oekraïne. In het westen van het voormalige Oostblokland bevinden zich zeven grote gipsgrotten waarin zich indrukwekkende kristallen gevormd hebben. De ervaren speleoloog bezocht drie van deze grotten, waarvan Ozerna (circa 450 kilometer ten zuidwesten van Kiev) als laatste. In de volksmond staat de grot bekend als Popowa Yama, oftewel Grot van de Priester. De ingang van het ondergrondse gangenstelsel, dat met een lengte van meer dan 124 kilometer het op veertien na grootste ter wereld is, bevond zich voorheen namelijk op het land van een lokale priester.

    Boven de grond is er niets te zien van het gigantische ondergrondse labyrint. De ingang bevindt zich in een met onkruid begroeid zinkgat, te midden van uitgestrekte tarwevelden waarmee dit deel van Oekraïne bezaaid is. Na afgedaald te zijn door een schacht die toegang geeft tot het ondergrondse gangenstelsel werd Nicola door lokale gidsen meegenomen naar een deel van de grot dat "Khatki" (klein huisje) genoemd wordt. Deze ruimte was slechts 370 meter verwijderd van het basiskamp van de speleologen, maar de weg ernaar toe was haast een doolhof. Om de weg gemakkelijk terug te kunnen vinden, plakten de grotonderzoekers om de 3 tot 5 meter roze stukjes plakband op de wand. Tot verbazing van de Amerikaan waren op deze moeilijk toegankelijke plaats onmiskenbare sporen van langdurige menselijke bewoning aanwezig.

    Op de bodem trof hij oude schoenen en knopen aan. Een molensteen en deels intacte gemetselde muren bewezen hem dat het hier niet ging om achtergelaten spullen van collega-speleologen, die dit deel van de grot in 1963 in kaart brachten. Zijn gidsen vertelden hem dat hier tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden ondergedoken hadden gezeten. Meer wisten ze niet. Benieuwd naar wat zich hier tijdens de oorlog precies had afgespeeld, ging Nicola bovengronds op onderzoek uit. Hij sprak verschillende bewoners in nabijgelegen plaatsen, maar duidelijkheid kon niemand hem geven. Er waren geruchten dat na de verdrijving van de Duitsers met modder bedekte mensen uit de grot gekropen waren. Er waren echter ook mensen die beweerden dat de Joden in de grot verdwenen waren en nooit meer werden teruggezien.

    Op zoek naar overlevenden

    Het verhaal van de Joodse onderduikers hield Nicola na zijn terugkeer in New York in zijn greep. Hij zou de daarop volgende jaren de grot verschillende malen bezoeken, maar het duurde nog tot 1997 voordat hij meer te weten kwam. Een lokale speleoloog vertelde hem toen dat hij in 1991 een Joodse familie uit Canada had begeleid bij een poging de grot te bezoeken. Zij zouden in 1943 en 1944 samen met andere families in de grot gewoond hebben. Hun onderduikersgemeenschap telde in totaal 38 personen, inclusief een tweejarig jongetje en een 75-jarige grootmoeder. Ze hadden ongeveer een jaar in de Grot van de Priester geleefd. Nicola werd nog verbaasder dan hij al was. Nooit eerder had hij gehoord dat mensen zolang zonder onderbreking onder de grond geleefd hadden.

    Michel Siffre is met zijn verblijf van 205 dagen in de Midnight Cave in Texas officieel de recordhouder. De Fransman deed dit als experiment voor het Amerikaanse ruimte-instituut NASA, dat kennis wilde vergaren over de gevolgen van leven in isolatie. De combinatie van het geïsoleerde leven en het gebrek aan daglicht eiste zijn tol. Siffre was aan het einde van het experiment een psychisch gebroken man. Het duurde nog maanden voordat hij weer de oude was. Dat een groep ongetrainde burgers, zonder professioneel materieel (thermokleding, elektrische lampen, etc.) het record van Siffre ruimschoots overschreden had, was in de ogen van Nicola haast onmogelijk. De onderduikers hadden bovendien ook nog eens voedsel en brandstof moeten vergaren om de lange winter door te komen in een vijandige omgeving.

    In een poging om in contact te komen met overlevenden of nabestaanden plaatste Nicola een oproep op zijn website. Vier jaar gingen voorbij zonder reactie, totdat hij in 2002 een e-mail ontving van iemand die schreef dat zijn schoonvader, Sol Wexler, één van de overlevenden was. Het contact met deze overlevende was snel gelegd, want hij woonde eveneens in New York, niet zo ver weg van Nicola. Hij was de enige van zijn gezin die de oorlog overleefde, maar vertelde dat er andere overlevenden waren in Florida en Canada. Het ging om kinderen en kleinkinderen van zijn moeders zus, Esther Stermer. Na hen allemaal ontmoet en gesproken te hebben, werd het Nicola duidelijk hoe het hen gelukt was om zo lang onder de grond te overleven. Zijn ontzag voor deze prestatie werd alleen maar groter.

    Definitielijst

    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Het zinkgat waarin de ingang van de Grot van de Priester zich bevindt. Bron: András Hegedűs / Panoramia.
    De Amerikaanse speleoloog Chris Nicola. Na zijn eerste bezoek aan de Grot van de Priester liet het verhaal van de onderduikers hem niet los. Bron: Magnolia Pictures.

    Eerste onderduikplaats in Verteba

    Bloedlanden

    Oekraïne bevond zich in het midden van de twintigste eeuw in het centrum van de regio die door de Amerikaanse historicus Timothy Snyder getypeerd is als de "bloedlanden". Hij doelt daarmee op de Oost-Europese landen waar gedurende die periode 14 miljoen mensen werden vermoord, zowel door toedoen van Stalin als van Hitler. Oekraïne werd zwaar getroffen. Eerst door de hongersnood die veroorzaakt werd door de door Stalin doorgevoerde gedwongen collectivisering van de landbouw en daarna door de Grote Terreur, Stalins afrekening met vermeende vijanden van de communistische staat. Met de inval van nazi-Duitsland tijdens operatie Barbarossa in de zomer van 1941 ging het bloedvergieten door. In het bijzonder de Joodse bevolking viel daaraan ten prooi. Einsatzgruppe C, één van de vier moordeskaders van de SS, vermoordde bijvoorbeeld in Kiev in het ravijn Babi Jar in twee dagen 33.771 Joden. Bijna een miljoen Joden in Oekraïne (binnen de tegenwoordige grenzen) werd het slachtoffer van de Holocaust.

    De familie Stermer woonde in Korolivka/Korolowka, een klein plattelandsplaatsje in West-Oekraïne, dat zich bevond binnen het opmarsgebied van de Wehrmacht richting de Zwarte Zee en Stalingrad. Het familiehoofd was de gewaardeerde lokale handelaar Zeida. Samen met zijn vrouw, Esther, had hij zes kinderen: drie jongens (Nissel, Shulim en Shlomo) en drie meisjes (Henia, Chana en Etka). De meest dichtstbijzijnde grotere plaats is Kamenets-Podolski, waar op 27 en 28 augustus 1941 de tot dan grootste massamoord op Joden plaatsvond. Toen werden onder bevel van Hogere SS- en Politieleider Friedrich Jeckeln 23.600 Joden (waaronder vrouwen en kinderen) geëxecuteerd. Hoewel hun woonplaats al kort na de Duitse inval op 22 juni 1941 in Duitse handen viel, duurde het nog tot de herfst van 1942 voordat de hier wonende Joden eveneens het slachtoffer zouden worden van uitroeiing.

    Esther Stermer wilde voorkomen dat haar gezin uitgeleverd zou worden aan de Duitsers, die ze wantrouwde net zoals ze eerder ook de Oekraïense en Sovjetautoriteiten gewantrouwd had. "Ze leerde ons al vroeg, ongeacht wie het was, dat als ze je vertelden het één te doen, je altijd het tegenovergestelde moest doen", zo vertelde haar zoon Shulim aan Nicola. "Als de Duitsers zeiden ga naar de getto’s, jullie zijn veilig daar, dan ging je naar het bos of de bergen." Haar oudste zoon Nissel had ze daarom de opdracht gegeven een schuilplaats te vinden. Die vond hij in een toeristengrot, Verteba, vlakbij het een paar kilometer ten westen van Korolivka gelegen plaatsje Bilche-Zolote. Met de winter voor de boeg zou de grot, met een gangenstelsel van acht kilometer, tot het voorjaar verlaten zijn. In het donker van de avond van 12 oktober vertrokken de Stermers met achttien andere Joden naar de grot. Omdat het oogstseizoen achter de rug was, was het stil op de weg. De groep slaagde erin onopgemerkt haar verblijfplaats voor de komende winter te bereiken.

    In Verteba

    In de grot vonden de onderduikers, met alleen kaarsen als lichtbron, een ruimte waar nog niet veel mensen waren geweest. Hier richtten ze hun woonverblijf in. Ze bouwden een stenen muurtje dat voor de ingang geschoven kon worden om onwelkome bezoekers buiten te houden. Ideaal was hun nieuwe onderkomen niet, want een waterbron ontbrak en de grot was slecht geventileerd zodat telkens wanneer er gekookt werd de bewoners haast stikten in de rook. Maar het was er in elk geval veiliger dan boven de grond. "De lucht in de buitenwereld was vergiftigd door het nazisme dat iedereen aanspoorde om zoveel mogelijk van de overlevende Joden te vermoorden", zo schreef Esther Stermer in haar memoires. "Zelfs buiten de grot was er geen zonneschijn voor de vervolgde Joden."

    Om te overleven waren de grotbewoners afhankelijk van de voedselbevoorrading door Zeida, Nissel en Fishel Dodyk, de echtgenoot van Henia. De mannen konden zich bovengronds vrij bewegen, omdat ze toestemming hadden om voor de nazi-autoriteiten gebruikte metalen te verzamelen. Ze hoefden daarom ook niet continu in de grot te verblijven. Voedsel bemachtigden ze op de zwarte markt en brachten ze wekelijks naar de grot. Het was zwaar werk. Ze moesten zich midden in de nacht verplaatsen door sneeuw, kou en ijzige wind en vervolgens via een gladde richel in de grot afdalen. Daarna moesten ze nog door een laag modder op de bodem van de grot kruipen om het onderduikersverblijf te bereiken. Esther prees de "moed, verstand, kracht en vastberadenheid" van haar zoon Nissel, die voor deze taak nodig was.

    De drie mannen brachten behalve voorraden ook nieuws van buiten. Ze waren erachter gekomen dat de Duitsers van plan waren om in het komende voorjaar voortvluchtige Joden op te sporen. Het risico dat de onderduikers in de grot opgemerkt zouden worden was groot. Daarom besloten ze in februari 1943 om zich verder weg van de ingang te vestigen in dezelfde grot. Om in geval van ontdekking snel te kunnen vluchten, groeven Nissel, Shulim en Shlomo een uitgang naar boven via een kleine breuk in de rotswand. Het kostte vier weken voordat ze bovengronds waren. Voor sommige van de grotbewoners was het voor het eerst sinds hun onderduik dat ze daglicht naar binnen zagen komen. Shulim maakte de nooduitgang afsluitbaar en hing een ketting op om mee naar boven te klimmen.

    De Duitsers zijn er!

    Na zich circa 150 dagen veilig gewaand te hebben in de grot ging het mis. De Duitsers hadden de verblijfplaats ontdekt en stormden de grot binnen. Op dat moment sliepen de onderduikers. "De Duitsers zijn er!", zo waarschuwde één van hen die wakker geworden was van het rumoer. De Joden waren ongewapend en konden zich niet verdedigen. Shlomo bevond zich dicht bij de ingang en had geen kans om de nooduitgang te bereiken. Hij werd ingerekend. In het licht van de zaklampen van de Duitsers zag hij dat ook anderen opgepakt waren, waaronder zijn zus Henia en haar dochtertje Pepkale. Enkele onderduikers die dichterbij de nooduitgang sliepen wisten wel weg te komen. Wat er daarna precies gebeurde is moeilijk te bevatten en kan enkel opgetekend worden uit de mond van de overlevenden.

    Shlomo vertelde Nicola dat zijn moeder, Esther, gedurende de inval de confrontatie aanging met de Duitse commandant. Ze stond oog-in-oog met hem en protesteerde hevig. "Jullie hebben ons dus gevonden. Wat denk je nu?", zo zou ze op barse toon tegen hem gezegd hebben. "Denk je dat, tenzij je ons vermoordt, de Führer de oorlog verliest? Kijk naar hoe we hier leven, als ratten. Het enige dat we willen is leven, de oorlog overleven. Laat ons met rust." Dankzij haar dappere handelen kregen andere grotbewoners de kans om weg te vluchten in de donkere gangen van de grot. Daardoor konden de Duitsers niet meer dan acht onderduikers oppakken. Op de terugweg naar de ingang zouden nog drie van hen, waaronder Esther en Shlomo, erin slagen om uit handen van de Duitsers te ontsnappen.

    Opnieuw op de vlucht

    In de grot waren na de Duitse inval 23 onderduikers achtergebleven. Ze bevonden zich verspreid in het aardedonker van het ondergrondse gangenstelsel, sommigen buiten gehoorafstand van de anderen en zonder lucifers, kaarsen of water. Het kostte veel angstige uren voordat ze elkaar terugvonden. Voor Shulim was de inval teveel geweest. Toen zijn moeder, Esther, hem terugvond zat hij trillend op de grond. "Ik rende naar hem toe, sprak tegen hem, maar hij antwoordde niet", zo schreef Esther. "Zijn ogen waren glazig, zijn tanden klapperden en hij kwijlde uit zijn mondhoek." Het zou twee weken duren voordat de jongeman weer voldoende hersteld was. "Ik was er bijna aangegaan in de eerste grot", zo beaamde Shulim tegenover Nicola. "Ik was in complete shock. Ik kon niet praten. […] Ik kon niet lopen. […] Ik kon geen lepel vasthouden en naar mijn mond brengen. […] Het is een wonder dat ik überhaupt heb overleefd."

    Een bijkomstig probleem van de zenuwinzinking van Shulim was dat hij de enige was die wist hoe het luik van de nooduitgang geopend moest worden. Pas na meerdere pogingen lukte het de anderen om het luik te openen. Eenmaal bovengronds konden ze zich verbergen in het hoge gras, terwijl ze verderop de Duitsers met hun honden hoorden die zochten naar een andere uitgang. De daarop volgende weken in april 1943 leefden de familie Stermer en de andere onderduikers als voortvluchtigen in hun eigen omgeving. Vier van de door de Duitsers opgepakte Joden, waaronder Henia en haar dochter Pepkale en Sol Wexler, was het gelukt zich te herenigen met de rest nadat ze uit het lokale politiebureau hadden weten te ontsnappen (Sols moeder en zijn broer zouden nooit meer teruggezien worden). De groep verbleef afwisselend in de dichtgetimmerde ruïne van hun door de nazi’s in de brand gestoken huis en een schuilplaats op een zolder in Bilche-Zolote. Ze verplaatsten zich enkel in de nacht over afgelegen landweggetjes.

    Definitielijst

    Führer
    Duits woord voor leider. Hitler was gedurende zijn machtsperiode de führer van nazi-Duitsland.
    getto
    Grotendeels van de buitenwereld afgescheiden stadswijk voor Joden. Het aanstellen van getto's had als doel om Joden uit het dagelijkse leven te weren. Vanuit getto's konden Joden bovendien gemakkelijker gedeporteerd worden naar de concentratie- en vernietigingskampen. Ook bekend als 'Judenviertel' ofwel 'Joodse wijk'.
    Holocaust
    Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    nazisme
    Afkorting van nationaal-socialisme.

    Afbeeldingen

    Een vuurpeloton van een Einsatzgruppe executeert Joden in Moldavië, 14 september 1941. De familie Stermer wist in aan dit lot te ontsnappen dankzij hun ondergrondse verstopplaatsen. Bron: Imperial War Museums.
    Joden in Oekraïne worden door Duitse soldaten gedwongen hun eigen graven te delven, 4 juli 1941. Bron: Bundesarchiv, Bild 183-A0706-0018-029 / CC-BY-SA 3.0.
    De ingang van Verteba, de eerste grot waar de Joodse onderduikers onderdak vonden. Bron: Wikimedia Commons.

    Grot van de Priester

    Een buitenkans

    Zonder vaste en veilige verblijfplaats waren de overlevingskansen van de onderduikers klein. Niet alleen moesten ze vrezen voor de Duitsers, maar ook voor de Oekraïense politie, die samenwerkte met de bezetter. Een niet-Joodse vriend van de Stermers, de houtvester Munko Lubudzin die in het bos buiten Korolivka woonde, wees hen op een grot op een paar kilometer buiten het dorp, die bekend stond als Grot van de Priester. Bezoekers kwamen niet in de moeilijk toegankelijke gipsgrot. Lokale boeren gebruikten de schacht die toegang bood tot het kilometers lange gangenstelsel voor het dumpen van kadavers. Enkele mannen van de groep, waaronder Nissel en Shlomo, gingen op inspectie uit. Met behulp van touw en houten balken als geïmproviseerde traptreden daalden ze de ondergrondse wereld in. Op de bodem kwam de modder tot hun knieën en stonk het naar rottend vee. Maar dieper in de grot vonden ze meerdere ruimtes waarin je kon staan en een ondergronds meertje dat zou gaan dienen als waterbron voor de onderduikers. "Het was een buitenkans dat we deze plek vonden", zo vertelde Pepkale aan Nicola.

    Vijf dagen later, op 5 mei 1943, vluchtten ook de andere leden van het gezin Stermer de grot in, samen met vier andere familieleden en nog 26 andere Joden. In totaal waren ze met 38 personen. Verschillende van hen zouden bijna een jaar lang geen daglicht meer zien. In de grot vonden ze vier met elkaar verbonden ruimtes waarin ze hun woonvertrekken inrichtten. Voor hun kookvuur vonden ze een goed geventileerde ruimte. Met slechts voorraden voor twee weken moesten de mannen opnieuw de grot uit ter bevoorrading van de onderduikersgemeenschap. Niemand had echter toestemming meer om zich vrijelijk te bewegen, zoals in Verteba voor sommigen nog wel het geval was. Het was dus riskant om de grot te verlaten, zowel voor de mannen zelf als vanwege het risico van ontdekking van de verstopplaats. "Elke keer als iemand de schuilplaats verliet, was dat een confrontatie met directe en zekere dood", zo schreef Esther in haar memoires. "Ik werd praktisch gek voordat ik [mijn zonen] zag terugkeren."

    Voorraden haalden de mannen onder andere bij hun vriend Munko, die op zes kilometer van de grot woonde. Bij hem ruilden ze hun kostbaarheden in voor bijvoorbeeld bakolie, zeep, lucifers en zeep. In de zomer stalen ze aardappelen en tarwe van het land. Hout voor het kookvuur kapten ze in het op 300 meter van de grot gelegen bos. Het houthakken was een riskante bezigheid vanwege de herrie. Wanneer er sneeuw lag gebruikten ze een zelfgemaakte houten slee om de voorraden te vervoeren. Tijdens de nachten in de buitenlucht hielden de mannen aan de hand van de stand van "het Steelpannetje" in de gaten wanneer het ochtend werd. Voordat het licht werd keerden ze terug naar de grot, die ze pas konden betreden na het noemen van een wachtwoord. Eén van de achterblijvers in de grot haalde daarna een kei weg die de ingang versperde.

    Ondergrondse samenleving

    Meer dan 20 meter onder de grond ontstond er een samenleving waarin elke onderduiker zijn eigen rol had. Behalve met voorraden verzamelen, hielden de mannen zich bezig met het bewoonbaar maken van de grot. Ze groeven greppels zodat er minder gebukt hoefde te worden, egaliseerden de bodem met stenen en bouwden stenen muren tegen de tocht. Het lukte Nissel een molensteen van 70 kilo, die hij had gestolen uit een boerenschuur, op zijn rug mee te tillen in de grot. De molensteen (voor het malen van graan) was misschien wel hun belangrijkste bezit, samen met een 15 centimeter lange spoorwegspijker, waarmee ze stenen bewerkten en schoenen en andere gebruiksvoorwerpen van hout maakten. Wanneer dat mogelijk was deden ze hun werk zoveel mogelijk in het donker om kaarsen en kerosine voor lantaarns te besparen. Door op blote voeten te lopen wisten ze aan de hand van de textuur van de vloer de weg in het donker te vinden.

    De vrouwen hielden zich bezig met koken, wassen en reparatie van kleding. Maar er werd niet alleen maar gewerkt in de grot. Zo werden bijvoorbeeld ook Joodse feestdagen gevierd. Fishel Dodyk, de echtgenoot van Henia Stermer, leidde de religieuze diensten met behulp van een gebedenboek en op Jom Kippoer werd er gevast. De meeste tijd besteedden de grotbewoners echter aan slapen. Net zoals het geval is bij dieren in winterslaap paste hun biologische klok zich gaandeweg aan het ontbreken van daglicht aan. Gemiddeld sliepen ze 18 tot 22 uur waardoor ze energie spaarden. Eindelijk voelden ze zich enigszins veilig. "Lang geleden geloofden mensen dat geesten en spoken in ruïnes en grotten leefden", zo schreef Esther. "Nu konden we zien dat er hier geen waren. De duivels en de kwade geesten waren niet in de grot maar erbuiten."

    Afbeeldingen

    Duitse soldaten en hun Oekraïense helpers controleren de identiteitsbewijzen van Oekraïense burgers. De onderduikers hadden net zoveel te vrezen van de bezetter als van collaborateurs. Bron: Yad Vashem.
    Chris Nicola bekijkt in de Grot van de Priester een kandelaar die toebehoord heeft aan de Joodse onderduikers. Bron: Chris Nicola.

    Tegenslag en overleving

    Tegenslag

    De veiligheid was echter relatief. Hun verstopplaats werd algauw ontdekt, vermoedelijk omdat de mannen bovengronds gespot waren en gevolgd door de Duitsers of hun collaborateurs. Vanwege de slechte toegankelijkheid van de grot betekende dat echter geen direct gevaar. Je kon in de grot enkel één voor één en met de voeten eerst afdalen. Duitsers en Oekraïense politiemannen durfden de afdaling niet aan. Zouden ze het wel gedaan hebben dan werden ze beneden in de grot opgewacht door met bijlen en sikkels bewapende onderduikers, die de ingang voortdurend bewaakten. Desondanks werden de Joden niet met rust gelaten. In juli 1943 werd de ingang van de grot door lokale bewoners dichtgegooid met grond en stenen. Het is goed denkbaar dat antisemitisme de reden voor hun handelen was of dat ze hiertoe aangezet waren door de Duitsers.

    Met de geblokkeerde ingang dreigden de grotbewoners van de honger om te komen. Het kostte de mannen vier dagen om een paar meter verderop een nieuwe doorgang naar buiten te graven. Ook zochten ze een geschikte plek voor een nooduitgang. Hun route door de grot markeerden ze met gekleurd touw om de weg gemakkelijk terug te kunnen vinden. Ze vonden een op het oog geschikte locatie, maar na meerdere pogingen gaven ze hun graafwerkzaamheden op, omdat de tunnel telkens instortte. Dat was een grote tegenslag voor alle onderduikers. Met de herfst en winter voor de boeg was het van belang om voorraden te verzamelen. Het risico om gesnapt te worden was groter dan ooit. Gedurende de oogsttijd waren er veel boeren op het land te vinden en de Duitsers hadden hun patrouilles opgevoerd. Bovendien waren de mannen verzwakt. Nissel en Shulim slaagden er desondanks in om onder meer onopgemerkt aardappelen te stelen. Gedurende hun strooptocht sliepen ze bij een lokale boer op zolder.

    Op 10 november ging het opnieuw bijna mis. Terwijl Nissel en Shulim bezig waren met het naar binnen brengen van voorraden raakte een voorraadzak klem in de schacht, waardoor de ingang geblokkeerd werd. De broers bevonden zich op dat moment onder de zak en zaten dus opgesloten. Plotseling hoorden ze voetstappen. Toen ze vroegen wie daar was, kregen ze geen antwoord. Vervolgens hoorden ze geweerschoten en vlogen er kogels naar binnen. De zak beschermde de Joden tegen het geweervuur. Net zo onverwachts als het schieten begonnen was, stopte het ook weer. De aanval bleek te zijn uitgevoerd door de Oekraïense politie. Lokale bewoners, die zich om de ingang van de grot verzameld hadden, zouden de politiemannen gewaarschuwd hebben dat de Joden meerdere geheime uitgangen hadden en dat het onmogelijk was om ze in het ondergrondse labyrint te vinden. Tevergeefs zochten de politiemensen de volgende dagen naar andere uitgangen. Opnieuw waren de onderduikers op wonderbaarlijke wijze ontsnapt.

    Ondergang van Hitlers Rijk

    Toen in december 1943 de eerste sneeuwbuien vielen, verschansten alle onderduikers zich in de grot. Ze hadden inmiddels meer dan 200 dagen onder de grond geleefd. Hun beperkte dieet van granen en aardappelen had hen erg verzwakt. De meeste grotbewoners waren nog slechts op tweederde van hun gewicht. Om warm te blijven sliepen ze dicht tegen elkaar aan. Niemand dacht echter aan opgegeven. Ze hielden zich staande door elkaars aanwezigheid en het hartstochtelijke verlangen om de ondergang van Hitlers Rijk mee te maken. De eerste voortekenen dat hun wens vervuld zou worden, bereikten hen bij de overgang van de winter naar het voorjaar van 1944. Via Munko vernamen ze dat er echo’s van geweervuur te horen waren en dat er in het donker een oranje gloed van explosies zichtbaar was boven de heuvels in het oosten. De grotbewoners waren opgelucht dat het Rode Leger naderde, maar ook onzeker over hoelang dat nog moest duren.

    Nadat het front zich enkele keren boven hun hoofd heen en weer had verplaatst, kwam begin april eindelijk het signaal dat het veilig was. De houtvester Munko had een fles naar beneden gegooid in de grot met daarin een briefje met de eenvoudige boodschap: "de Duitsers zijn al weg". De grotbewoners wachtten nog ruim een week voordat ze op 12 april 1944 de grot verlieten. Voor sommigen van hen was het voor het eerst sinds 344 dagen dat ze daglicht zagen. Pepkale vertelde Nicola dat toen ze uit de grot kwam, ze vergeten was wat de zon was. "Zet het licht uit!", zo zou ze tegen haar moeder uitgeroepen hebben. Shulim voelde vooral blijdschap toen hij de grot definitief kon verlaten. "Het was ongelofelijk dat we in daglicht naar buiten konden", zo verklaarde hij. "Het was een prachtige, prachtige dag", zo herinnerde zijn broer Shlomo zich.

    Loyaliteit

    Buiten de grot konden de leden van de familie Stermer elkaar nauwelijks nog herkennen. Ze waren sterk vermagerd en zaten onder de modder. In de omgeving waren de sporen van de strijd duidelijk zichtbaar. De weg naar Korolivka lag bezaaid met de wrakken van Duitse tanks en ander oorlogsmateriaal. Het plaatsje lag vrijwel volledig in puin. Van de meer dan 14.000 Joden die voorheen in de omgeving leefden, hadden er slechts 300 overleefd. Vooral het feit dat alle leden van het gezin Stermer nog in leven waren is uitzonderlijk in de geschiedenis van de Holocaust. Zelf noemen ze hun loyaliteit aan elkaar als één van de belangrijkste redenen voor hun overleven. "We wisten dat we een grotere kans hadden om te overleven als we bij elkaar bleven", aldus Pepkale. "We wisten dat onze familie altijd loyaal aan elkaar was. […] Zelfs in de slechtste omstandigheden kon je altijd om je heen kijken en je zus, je moeder en de rest van je familie zien. Het hielp ons herinneren waarvoor we vochten."

    Waarschijnlijk niet alle bewoners van de Grot van de Priester hadden hetzelfde geluk als de Stermers en hun familieleden. In een naoorlogse verklaring aan een maatschappelijk werker in een Displaced Persons Camp in Duitsland verklaarde Sol Wexler dat vier grotbewoners van de honger stierven en dat er negen buiten de grot vermoord werden. De lichamen van de vermoorde Joden waren in de sneeuw voor de ingang achtergelaten. Volgens het rapport van de maatschappelijk werker noemde Sol het aantal van 19 overlevenden. Door Chris Nicola wordt momenteel nader onderzoek verricht naar deze vermeende sterftegevallen.

    Definitielijst

    antisemitisme
    Antisemitisme is een benaming voor een vijandige houding ten opzichte van joden op grond van bepaalde vooroordelen. Er kan sprake zijn van religieus, racistisch en politiek anti-semitisme waarbij de tweede variant toepasbaar is op het antisemitisme binnen het Derde Rijk.
    Holocaust
    Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Het Rode Leger bij de bevrijding van Oekraïne. De onderduikers in de Grot van de Priester konden eindelijk hun schuilplaats verlaten.
    Overlevenden vertellen over hun tijd in de Grot van de Priester. Bron: Chris Nicola / YouTube.

    Na de oorlog

    125 nakomelingen

    In de naoorlogse Oekraïne was er voor de familie Stermer geen plaats. Antisemitisch geweld zou hier het leven gekost hebben van zowel Zeida Stermer als Fishel Dodyk, de echtgenoot van Henia. In juni 1945 verliet de familie Korolivka voorgoed. Ze kwamen terecht in een Displaced Persons Camp in het Duitse Fernwald waar ze voor het eerst sinds tijden veilig waren. In 1949 emigreerden de Stermers naar de Verenigde Staten en Canada. Tientallen jaren spraken ze niet met anderen over hun leven in de grot. Het hield hen echter wel bezig. Zo vertelde Pepkale dat ze na de oorlog nooit meer zonder eten de deur uitgegaan is, uit angst voor de honger die ze had geleden in de grot.

    In 2007 waren nog veertien van de bewoners van de "Grot van de Priester" in leven. Zij hadden toen 125 nakomelingen. "Het was het waard om te vechten om te overleven", zo concludeerde Shulim met betrekking tot zijn kleinkinderen. Nicola nam in oktober 2010 enkele overlevenden mee terug naar hun geboorteplaats en de grotten waaraan ze hun leven dankten. Shulim was op dat moment 92. Het was voor hem en zijn broer niet mogelijk om af te dalen in de Grot van de Priester, hoewel Shlomo daartoe wel een dappere poging deed. De kleindochter van Shulim, de kleinzoon van de toen al overleden Nissel en de dochter van Shlomo bezochten wel de onderaardse wereld waar hun (groot)vaders zolang leefden. Het lukte de bejaarde broers wel om Verteba te bezoeken, de eerste grot waar ze ondergedoken zaten. Ontroerende beelden hiervan zijn te zien in het docudrama "No Place on Earth" van Janet Tobias uit 2012.

    Zes miljoen verhalen

    De geschiedenis van de "Grot van de Priester" blijft Chris Nicola bezighouden. Geregeld bezoekt hij de grot, vaak vergezeld van nakomelingen van de overlevenden. Vanwege de spullen die hier herinneren aan de oorlog noemt hij de grot "een tijdcapsule". Zijn misschien wel meest indrukwekkende vondst in de grot bestaat uit de met houtskool geschreven familienamen van de overlevenden met daarbij het jaartal 1943. Latere bezoekers van de grot (collega’s van Nicola) hebben hun namen erbij gezet. Ook buiten de grot houdt Nicola zich bezig met het bijzondere overlevingsverhaal. Als leider van het Priest’s Grotto Heritage Project zet hij zich in om het verhaal levend te houden en genocide in de toekomst te voorkomen. Voor hem is de belangrijkste les van deze geschiedenis "dat de Holocaust niet één verhaal is over hoe zes miljoen mensen omkwamen; het betreft zes miljoen individuele verhalen." In 2007 publiceerde hij, samen met Peter Lane Taylor, het educatieve boekje "The Secret of Priest’s Grotto".

    Definitielijst

    Holocaust
    Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.

    Afbeeldingen

    De zoon en kleinzoons van Nissel Stermer bij de molensteen in de Grot van de Priester. Het was hun (groot)vader die deze zware molensteen de grot in bracht. Bron: Chris Nicola.
    Filmposter van het docudrama "No Place on Earth" (2012) over de overlevingsstrijd van de familie Stermer. Bron: Magnolia Pictures.

    Bronnen

    Een kortere versie van dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het tijdschrift Wereld in Oorlog. Wereld in Oorlog vertelt opmerkelijke, aangrijpende en dramatische verhalen achter belangrijke gebeurtenissen, ontwikkelingen en militaire operaties in de recente oorlogsgeschiedenis. Het accent ligt daarbij op de Eerste en Tweede Wereldoorlog.