Inleiding

    In navolging van de US Navy kreeg de Royal Navy, op basis van de Leen- & Pachtwet, eind 1941 de beschikking over een tot hulpvliegdekschip omgebouwd C3-type koopvaarschip. C3 was de benaming van de US Maritime Commission voor een standaard type koopvaardijschip dat met een snelheid van zestien knopen een last van 12.193 tot 13.209 ton voort kon stuwen met een enkele schroef, aangedreven door dieselmotoren en dat een totale lengte van zoín 150 meter had. De Britse tegenhanger van USS Long Island werd HMS Archer. De schepen waren niet helemaal identiek, maar konden toch doorgaan voor zusterschepen.


    HMS Archer. Bron: Navsource

    Voor de Britse marine was HMS Archer geen primeur. Ze beschikten sinds juni 1941 over HMS Audacity, een inbeslaggenomen, Duits koopvaardijschip dat voorzien was van een experimenteel vliegdek. Dit schip was echter al op 21 december 1941 door een Duitse onderzeeboot tot zinken gebracht waardoor er niet veel data verzameld kon worden. De Britten hadden echter hun eigen koopvaardijschepen zo hard nodig dat er nauwelijks rompen beschikbaar waren om er prototypen hulpvliegdekschepen van te maken. Daarom deden de Britten een beroep op hun Amerikaanse bondgenoten.

    De US Navy vorderde op 6 maart 1941 dus niet alleen de Mormacmail, maar ook de Mormacland. Dit schip was ook in aanbouw bij de Sun Shipbuilding & Drydock Company te Chester, Pennsylvania voor de Moore-McCormack Lines. Het schip werd bij Atlantic Basin Iron Works te Brooklyn, New York, van een vliegdek voorzien. Net als de USS Long Island kreeg het hulpvliegdekschip geen eiland, maar werd het bestuurd vanaf een platform aan stuurboord. De schoorsteen werd vervangen door twee dieseluitlaten aan beide zijden van het schip. Het vaartuig beschikte over een kleine hangaar en een 120 meter lang houten vliegdek. Verder werd de Archer uitgerust met een enkele, gecentreerde lift van dertien bij tien meter, een hydraulische katapult en negen vangkabels voor landende vliegtuigen. Omdat het schip oorspronkelijk was ontworpen volgens commerciŽle standaarden met slechts twee ruimen, voldeed het niet aan de stabiliteitseisen voor oorlogsschepen. Daarom werd er ruim 1.000 ton permanente ballast gestort onder in het schip waardoor het dieper in het water kwam te liggen. HMS Archer kreeg van de Amerikanen naamsein BAVG-1 (British Auxiliary Seaplane Tender), maar in dienst van de Royal Navy werd dat D78.


    De Mormacland tijdens de ombouw tot escortevliegdekschip. Bron: Navsource

    Technische gegevens

    Bouwwerf:Sun Shipbuilding & Drydock Co. Chester, Pennsylvania
    Omgebouwd door:Atlantic Basin Iron Works te Brooklyn, New York
    Op stapel gezet:1 augustus 1939
    Te water gelaten:14 december 1939
    Gevorderd door de US Navy:6 maart 1941
    In Britse dienst gesteld:17 november 1941
    Grootste lengte:140,54 meter
    Vliegdek:120 x 21 meter
    Grootste breedte:21,21 meter
    Diepgang:7,82 meter
    Waterverplaatsing standaard:9.000 ton
    Waterverplaatsing volbeladen:15.700 ton
    Machine-installatie:4 x 7-cilinder Busch-Sulzer dieselmotoren
    Machinevermogen:8.500 pk
    Aantal schroeven:1
    Bunkercapaciteit:1.450 ton dieselolie
    Maximale snelheid:16,5 knopen
    Bemanning:555 koppen exclusief vliegploeg
    Bewapening:4 x 10,2cm kanonnen, 4 x 2 en 7 x 1 20mm luchtafweermitrailleurs
    Bepantsering:Geen
    Vliegdekfaciliteiten:1 x gecentreerde hydraulische vliegdeklift, 1 x hydraulische katapult, 9 x vangkabels
    Vliegtuigen:15 Grumman Martlet jachtvliegtuigen en Fairey Swordfish torpedobommenwerpers
    Naamseinen:BAVP-1, D78

    HMS Archer tijdens de Tweede Wereldoorlog

    Op 23 december 1941 landden drie US Navy Grumman F4F Wildcats op het vliegdek van HMS Archer. De Amerikaanse vliegtuigen zouden met behulp van de hydraulische katapult weer gelanceerd moeten worden, maar het eerste toestel kreeg te weinig vaart mee en stortte in zee. De volgende dag deed het Britse hulpvliegdekschip de Philadelphia Naval Shipyard aan om het euvel aan de lanceerinstallatie te verhelpen. Op 2 januari 1942 zaten de proefvaarten van het vaartuig erop. Vanaf dat moment werd HMS Archer achtervolgd door pech. Na op 9 januari elf F4F Wildcats, die in Britse dienst Grumman Martlets genoemd werden, aan boord te hebben genomen, vertrok het hulpvaartuig richting Groot-BrittanniŽ. Al snel ging het gyrokompas kapot en gaven de dieselmotoren problemen. Na reparaties in Norfolk werd een tweede poging ondernomen, maar kort na vertrek kreeg het schip problemen met de stuurinrichting en wederom met het gyrokompas. Kort daarna kwam het in aanvaring met het onder de vlag van Peru varende koopvaardijschip ss Brazos. Op 17 januari arriveerde de zeesleper Cherokee die HMS Archer terug naar Norfolk, Virginia, sleepte. De reparaties zouden zes weken in beslag nemen.


    HMS Archer voor anker te Greenock, Schotland, 13 februari 1943. Bron: Navsource

    Idem

    HMS Archer vertrok op 7 maart 1942 in konvooiverband, maar moest met stuurproblemen San Juan op Puerto Rico aandoen voordat het op 24 maart terugkeerde in het scheepsverband. Ondanks verdere gyrokompas- en motorproblemen arriveerde de Archer op 3 april in Freetown , Sierra Leone. HMS Archer leverde twaalf nieuwe Martlets af aan de Britse vlootcarrier HMS Illustrious en kreeg er twee gebruikte voor terug, die samen met de vier Fairey Swordfish-toestellen de vlieggroep van de hulpcarrier zouden vormen. Het hulpvaartuig bleef problemen houden met de diesels, vooral door de elektromagnetische koppelingen die ervoor moesten zorgen dat de enkele schroefas met tandwielen verbonden werd met ťťn van de vier diesels. Om dit euvel te verhelpen lag het schip veertien weken op een marinewerf op Bermuda. Vervolgens vertrok HMS Archer naar New York en sloot het vanuit die havenstad aan bij konvooi UGS2 dat op 2 november vertrok richting Marokko. Op het vliegdek stonden dertig Curtiss P-40 Warhawk jachtvliegtuigen met opgevouwen vleugels. Nadat de toestellen afgeleverd waren in Casablanca vervolgde HMS Archer haar reis via Gibraltar naar Liverpool, waar het schip op 4 december aankwam. Tijdens de onderhouds- en verbouwingsperiode in de West-Engelse havenstad werd onder andere het vliegdek verlengd.

    Op 19 februari 1943 nam HMS Archer negen Martlets en negen Swordfish-toestellen aan boord en vertrok het, voor verbeteringen aan de elektromagnetische koppelingen via Belfast, naar IJsland. Daar sloot het schip vanaf 12 mei aan bij verschillende konvooien. Elf dagen later bracht een Swordfish-torpedobommenwerper van de hulpcarrier de Duitse onderzeeboot U-752 tot zinken met behulp van een Rocket Spear, een nog primitieve, maar effectieve, raketinstallatie. HMS Archer beschermde daarna nog enkele konvooien, maar moest in augustus toch weer naar een werf voor motorreparaties. De problemen waren dermate groot dat de Royal Navy besloot het hulpvliegdekschip buiten dienst te stellen. Vervolgens werd het als drijvend magazijn en accommodatieschip gebruikt. In augustus 1944 werd de Archer naar Belfast gesleept om te worden gerepareerd zodat het schip gebruikt kon worden als vliegtuigtransportschip. Die reparatieperiode zou tot 15 maart 1945 duren waarna het schip werd overgedragen aan het Ministry of War Transport die het omdoopte tot Empire Lagan.

    HMS Archer na de Tweede Wereldoorlog

    De Empire Lagan werd op 9 januari 1946 overgedragen aan de US Navy die het omdoopte tot USS Archer. Het schip werd op 26 februari verwijderd uit het US Navy Register en opgelegd in Norfolk, Virginia. Op 30 september 1947 werd de Archer verkocht aan handelaar J.F. Luley uit New York, die het schip in 1948 doorverkocht aan de Zweedse zakenman S. Salťn. Het vaartuig werd geregistreerd door de Rederi Pulp AB te Stockholm. Het schip kreeg de nieuwe naam Anna Salťn en werd op de Bethlehem Shipyard te Baltimore, Maryland, omgebouwd tot bulkcarrier. Het schip vervoerde een lading kolen naar ItaliŽ waar het op last van de Zweedse eigenaar werd omgebouwd tot passagiersschip voor vervoer van vluchtelingen en emigranten. Het schip kreeg primitieve slaapzalen en dagverblijven voor 1.500 passagiers. Gedurende zeven jaar bracht het schip voornamelijk emigranten vanuit Duitsland en ItaliŽ naar AustraliŽ en Canada.


    Het motorschip Anna Salén van de Rederi Pulp AB te Stockholm. Bron: Navsource

    In 1955 werd de Anna Salťn gekocht door Campagnia Navigazione Tasmania SA uit Piraeus, Griekenland. Het schip werd door de nieuwe eigenaar Tasmania gedoopt en ondergebracht bij de Hellenic Mediterranean Lines en ingezet om emigranten vanuit Frankrijk en Griekenland naar AustraliŽ te brengen. Zes jaar later werd de Tasmania overgenomen door de Taiwanese rederij China Union Lines of Taipei, omgebouwd tot vrachtschip en Union Reliance genoemd. Het schip werd ingezet op routes van Taipei naar de Verenigde Staten. Op 7 november 1961 kwam de Union Reliance in Texaanse wateren in aanvaring met de Noorse tanker ms Berea. Het Taiwanese schip vloog in brand en er vielen twaalf dodelijke slachtoffers. Het schip werd verlaten en China Union Lines of Taipei deed afstand van het wrak. Een Amerikaanse rechter bepaalde dat de opbrengst van het wrak de kosten voor de berger moest dekken. Het schip werd door een Amerikaans bedrijf geborgen en op 12 januari 1962 voor sloop verkocht aan een sloopwerf te New Orleans.

    Besluit

    De ervaringen die de Royal Navy opdeed met HMS Audacity en HMS Archer deed de British Admiralty besluiten om nog meer koopvaardijschepen om te laten bouwen tot hulpvliegdekschepen. Er waren echter veel te weinig rompen beschikbaar. Daarom was de Britse marine afhankelijk van de Amerikaanse escortevliegdekschepen die in het kader van de Lend- & Lease Act aan hen overgedragen werden. Later in de oorlog besloot de British Admiralty een aantal gevorderde koopvaardijschepen die waren omgebouwd tot hulpkruiser of transportschip te kopen en om te bouwen. Dit zouden HMS Activity, de drie Nairana-klasse escortcarriers en HMS Pretoria Castle worden. Dat laatste schip was eigenlijk een passagiersschip en de ombouw van dat soort schepen werd door Winston Churchill en zijn oorlogskabinet verboden omdat ze te hard nodig waren als troepentransportschepen. Op basis van uniforme specificaties en zonder enige opsmuk konden de Amerikanen veel eenvoudige, maar toch efficiŽnte hulpvliegdekschepen bouwen met een bruikbaar aantal vliegtuigen, in verhouding tot de relatief geringe afmetingen. Door de schepen van de US Navy over te nemen konden Britse werven zich concentreren op de bouw van emergency destroyers, fregatten en korvetten, schepen die ook hard nodig waren om konvooien te beschermen.

    Informatie

    Artikel door:
    Peter Kimenai
    Geplaatst op:
    01-04-2020
    Laatst gewijzigd:
    04-04-2020
    Feedback?
    Stuur het in!

    Gerelateerde boeken

    Encyclopedie van de belangrijkste oorlogsschepen ter wereld
    Aircraft Carriers of the United States Navy
    Vliegdekschepen