TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, BelgiŽ en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Artikelen

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 15 maart 2020

Amerikaans escortevliegdekschip USS Long Island

Om de haalbaarheid van het ombouwen van een koopvaarder tot een vliegdekschip te onderzoeken, besloot de US Navy een koopvaardijschip te vorderen. De keuze viel op het in afbouw zijnde motorschip Mormacmail. Het schip was onder een Maritime Commission contract gebouwd door de Sun Shipbuilding & Drydock Company te Chester, Pennsylvania, voor de Moore-McCormack Lines. Op 6 maart 1941 werd de Mormacmail gevorderd door de US Navy en verhaald naar de Newport News Shipbuilding & Drydock Company te Newport News, Virginia, om te worden omgebouwd tot vliegdekschip. Op 2 juni van datzelfde jaar werd het schip door commandant Commander Donald B. Duncan in dienst gesteld als USS Long Island. Het nieuwe schip zou naamsein AVP-1 (Auxiliary Seaplane Tender) krijgen, maar werd in dienst gesteld als AVG-1 (Auxiliary Aircraft Ferry).

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 1 april 2020

Brits escortevliegdekschip HMS Archer

In navolging van de US Navy kreeg de Royal Navy, op basis van de Leen- & Pachtwet, eind 1941 de beschikking over een tot hulpvliegdekschip omgebouwd C3-type koopvaarschip. C3 was de benaming van de US Maritime Commission voor een standaard type koopvaardijschip dat met een snelheid van zestien knopen een last van 12.193 tot 13.209 ton voort kon stuwen met een enkele schroef, aangedreven door dieselmotoren en dat een totale lengte van zoín 150 meter had. De Britse tegenhanger van USS Long Island werd HMS Archer. De schepen waren niet helemaal identiek, maar konden toch doorgaan voor zusterschepen.

  • Artikel door Peter Kimenai
  • Geplaatst op 3 maart 2020

Brits escortevliegdekschip HMS Audacity

De Britse marine had al in de eerste fase van de Tweede Wereldoorlog grote behoefte aan escorteschepen voor de vele konvooien, die hun eilandenrijk vanuit de Verenigde Staten en Canada bevoorraadden. Vooral escortevliegdekschepen zouden een uitkomst bieden om de zogenaamde Mid-Atlantic Gap te vullen. Dit was het stuk van de Atlantische Oceaan dat niet te bereiken was voor geallieerde vliegtuigen vanuit de Verenigde Staten, Canada, Groot-BrittanniŽ en IJsland. Omdat het lang zou duren om meer oorlogsschepen te bouwen, onderzocht de Royal Navy al snel mogelijkheden om koopvaardijschepen om te bouwen tot escortevliegdekschepen. Ook de Amerikanen waren, onafhankelijk van de Britten, al bezig met dit soort onderzoeken. De US Navy zag dergelijke schepen niet zozeer als escorteschepen, maar eerder als uitbreiding van de bestaande vloot, als hulpvliegdekschepen. De vaartuigen konden huns inziens ingezet worden als opleidingsschepen en voor het transporteren van vliegtuigen. In het kader van de Lend & Lease Act, de Leen- en Pachtwet, zouden de Amerikanen escortevliegdekschepen kunnen leveren aan de Royal Navy.