De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Index

    In december 1939 stonden de geallieerden en de Asmogendheden tegenover elkaar in West-Europa, wachtend op een onvermijdelijke confrontatie. Deze periode werd bekend als de zogenaamde 'schemeroorlog'. Maar in het hoge noorden vond er een onverwachte afleiding plaats van het voornaamste strijdtoneel. Toen Stalin het Rode Leger inzette tegen de kleine en onvoldoende uitgeruste Finse strijdkrachten, scheen deze veldtocht even kort en beslissend te zullen worden als Hitlers ‘Blitzkrieg’ in Polen. Maar de enorme ongelijkheid in mensen en materieel werd aanvankelijk in evenwicht gebracht door het Finse moreel en de terreingesteldheid.

    De wereld zag 105 dagen lang met verbazing en sympathie toe hoe Finland, een land met nog geen vier miljoen inwoners, standhield tegen de machtige Sovjet-Unie. De strijd in het hoge noorden gaf Adolf Hitler stof tot nadenken. De Winteroorlog had niet alleen gevolgen voor de verdere politieke en militaire ontwikkelingen in Scandinavië, maar creëerde tevens de misvatting dat het Rode Leger een tweederangs militaire macht was. Een dodelijke misvatting, naar later zou blijken.

    Definitielijst

    Blitzkrieg
    De Nederlandse betekenis van dit Duitse woord is 'bliksemoorlog'. Zeer snel verlopende veldtocht. In tegenstelling tot een loopgravenoorlog is de Blitzkrieg erg snel en beweeglijk. Lucht- en grondstrijdkrachten werken nauw samen. Voor het eerst toegepast door de Duitsers (september 1939 in Polen)
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Finse soldaten met een Maxim-machinegeweer in een verdedigende stelling

    Politiek en diplomatie

    De gewapende strijd tussen Finland en de Sovjet-Unie, die duurde van 30 november 1939 tot 13 maart 1940 en die algemeen bekend werd als de Winteroorlog, was een gevolg van het Sovjet-Duitse niet-aanvalsverdrag, het beruchte Molotov-Ribbentroppact. In geheim toegevoegde protocollen van de op 23 augustus 1939 getekende overeenkomst, werden de invloedssferen van de contracterende partijen bepaald. Finland werd in het geheime protocol aan de invloedssfeer van de Sovjet-Unie toegevoegd.

    Toen de Sovjet-Unie eenmaal beslag had gelegd op haar portie van Polen, begon het zich van de noordwestelijke toegangswegen tot zijn territorium te verzekeren, speciaal van de Baltische toegang via zee en land tot Leningrad. Tussen 28 september en 11 oktober 1939 werden de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen gedwongen verdragen van wederzijdse bijstand te tekenen, op grond waarvan de Sovjets garnizoenen en marinebases binnen hun landsgrenzen mochten legeren. In feite werden de Baltische staten door de Sovjet-Unie ingelijfd. De volgende logische stap was dat de Sovjet-Unie een soortgelijke "regeling" met Finland zou treffen.

    Eerste onderhandelingen
    Op 5 oktober werd de Finse regering uitgenodigd een vertegenwoordiger naar Moskou te zenden ‘voor het bespreken van bepaalde politieke vraagstukken’. De Finse regering had een sterk vermoeden, wat die kwesties zouden zijn. Zowel in 1938 als begin 1939 had de Sovjetregering aan Finland voorgesteld, dat het afstand zou doen van een aantal eilanden in de Finse Golf ten behoeve van de verdediging van Leningrad. Deze voorstellen werden door de Finse regering verworpen. Het was duidelijk dat de Sovjet-eisen hernieuwd en wellicht uitgebreid zouden worden. Maar de uitnodiging om te komen praten kon moeilijk worden geweigerd en de Finse regering stuurde de diplomaat Juho Kusti Paasikivi als vertegenwoordiger naar Moskou. Hij was leider geweest van de Finse delegatie bij het verdrag van Tartu in 1920, waarin destijds door de Sovjet-Unie de onafhankelijkheid en soevereiniteit van Finland werd erkend. Dit verdrag was in 1932 aangevuld met een niet-aanvalsverdrag, ondertekend door Koskinen en Litvinov, waarvan de geldigheid in 1945 afliep.

    Paasikivi had van Helsinki duidelijke instructies meegekregen dat de Finse regering niet van plan was een verdrag van wederzijdse bijstand te overwegen. Evenmin was Finland bereid gebiedsafstand te doen en Sovjetbases op Fins grondgebied te gedogen. De Sovjet-eisen waren volgens de Finnen niet in overeenstemming te brengen met de duidelijke Finse neutraliteitspolitiek. In het uiterste geval zou Finland bereid zijn tegemoet te komen aan de Sovjet-eisen uit 1938 en 1939, waarin verzocht werd afstand te doen van een aantal eilanden in de Finse Golf, maar daar moest wel duidelijk iets tegenover staan. Dus kon er geen sprake zijn van dergelijke verdragen zoals die met de Baltische staten waren overeengekomen. Om haar standpunt kracht bij te zetten liet Finland het leger mobiliseren en begon het de belangrijkste steden in het grensgebied te evacueren.

    De gesprekken begonnen op 12 oktober in Moskou en werden gevoerd tussen Stalin en V.M. Molotov van Sovjetzijde en Paasikivi van Finse zijde. De Sovjet-Unie stelde een verdrag van wederzijdse bijstand voor, beperkt tot de Finse Golf. De Sovjet-Unie wenste verder Hangö te pachten om daar een militaire basis te vestigen met een garnizoen van 5.000 man, afstand van alle buiteneilanden in de Finse Golf, waaronder het eiland Suursari dat het grootste en meest westelijk gelegen was. Verder moest Finland de grens op de landengte in Karelië verleggen, ongeveer 70 kilometer verder van Leningrad af. Er werd ook een verzoek aan Finland gedaan om het Finse deel van het Ribachi-Schiereiland te ontruimen in het uiterste noorden. Tenslotte stelde de Sovjet-Unie voor dat er een verklaring overeengekomen moest worden dat geen van beide partijen een verdrag zou aangaan dat tegen de ander was gericht. In ruil hiervoor bood de Sovjet-Unie een gebied aan dat in Russisch-Karelië gelegen was en dat twee keer zo groot was als het gebied dat afgestaan moest worden. Bovendien zouden de Finnen de Älands-eilanden mogen versterken, die gedemilitariseerd waren en waar de Finnen al in 1938 garnizoenen hadden willen vestigen.

    Stalin verklaarde dat de eisen uitsluitend betrekking hadden op de verdediging van Leningrad, met uitzondering van de eisen voor het Ribachi-Schiereiland. Dat laatste zou de Sovjets controle verschaffen over de ingang tot de Petsamofjord, waar Finland een ijsvrije haven had, want de Sovjets wilden voorkomen dat een vijandelijke invasiemacht in Petsamo kon landen voor een aanval op Moermansk. De andere eisen gingen uit van de veronderstelling dat een vijand zou proberen door de Finse Golf Leningrad vanuit zee aan te vallen of over land door Zuid-Finland en er werd benadrukt dat Finland dit niet op eigen kracht zou kunnen verhinderen. Stalin wees erop dat zijn eisen de Sovjet-Unie in staat zouden stellen, mede dankzij de nieuwe bases in Estland, de Finse Golf af te sluiten terwijl de nieuwe grens op de landengte van Karelië het Rode Leger de gelegenheid zou geven de verdediging van Leningrad aan de landzijde tegen een aanval uit het noorden te versterken.

    Er werd bij gezegd dat de Sovjet-eisen minimumvoorwaarden waren die het gevolg waren van de nieuwe situatie die was voortgekomen uit de oorlog in Europa. Stalin zag wel in dat de eisen in het Finse kamp niet werden verwelkomd, maar Leningrad, de tweede stad van de Sovjet-Unie, lag maar 35 kilometer verwijderd van de grens. "We kunnen niets doen aan de geografie en U kunt dat evenmin" zei Stalin. "Aangezien Leningrad niet verplaatst kan worden, zal de grens verlegd moeten worden." Paasikivi’s instructies waren niet gedetailleerd genoeg voor dergelijke eisen en dus keerde hij terug naar Helsinki voor verder overleg.

    'Oud zeer'
    Gezien de strategische situatie en de internationale ontwikkelingen leken Stalins eisen nog helemaal niet zo onredelijk en als het alleen maar een kwestie was geweest van de veiligheid van Leningrad, zou er op de één of andere manier nog wel een mouw aan te passen zijn geweest. Maar de situatie kwam indirect voort uit de bewogen geschiedenis tussen Rusland en Finland. Van 1809 tot 1917 was Finland een deel van het Russische tsarenrijk geweest met de status van een autonoom grootvorstendom. Aanvankelijk werd Finlands autonomie, ondanks dat er Russische garnizoenen gelegerd waren, gerespecteerd. Omstreeks 1890 was de Russische regering echter een politiek van "russificatie" begonnen in Finland, onder andere door veelvuldig inbreuk te maken op de wettelijke en constitutionele rechten van het land. Dit had een verbitterde tegenstand opgeroepen en de meest vooraanstaande politici van 1939 waren dan ook opgegroeid in een sfeer van nationaal verzet tegen het Russische imperialisme. Daar kwamen ook nog eens de gevolgen van de revolutie van 1917 bij.

    De bolsjewistische regering had de onafhankelijkheid van Finland in december 1917 weliswaar erkend, maar toen waren er nog steeds grote garnizoenen van revolutionairgezinde Russische militairen in het land. Toen in januari 1918 de Finse socialisten het voorbeeld van de revolutie in Rusland wilden volgen en een arbeidersrepubliek probeerden op te zetten, brak er een hevige burgeroorlog uit. In deze oorlog verleenden de Sovjetgarnizoenen steun aan de Finse communisten, terwijl de Finse regering werd gesteund door Duitsland en Zweden. De communistische Finse troepen werden verslagen, waardoor hun leiders moesten uitwijken naar de Sovjet-Unie.

    Gedurende de Russische burgeroorlog had de Finse regering steun verleend aan antirevolutionaire activiteiten van Duitsers, de Britse marine en antibolsjewistische elementen. Af en toe hadden ze zelfs toegestaan dat bepaalde operaties op Fins grondgebied werden voorbereid. Bovendien beschouwden ze de Finse communisten als landverraders. Hoewel na het vredesverdrag van 1920 de verstandhoudingen tussen Finland en de Sovjet-Unie naar de buitenwereld toe uitstekend waren, leken de acties van de Finse communisten een voortdurende waarschuwing dat de Sovjet-Unie door middel van de Finse Communistische Partij wel eens de overeenkomst ongedaan kon maken.

    Aan de andere kant ging Stalin ervan uit dat de Finse regering de Sovjet-Unie vijandig gezind was. Ze geloofden niet in de Finse verzekering dat deze zijn grondgebied niet meer open zou stellen voor vijanden van de Sovjet-Unie. Er bestond zelfs een vermoeden dat de Finse regering, als zij daarvoor de kans kreeg, alles in het werk zou stellen om de communistische bedreiging uit het oosten te vernietigen. Het resultaat was dat Stalin in 1939 als het nodig zou zijn serieus overwoog om het Rode Leger te gebruiken om een communistische opstand in Finland te steunen. Het resultaat van dit 'oud zeer' was een totaal gebrek aan vertrouwen tussen Finland en de Sovjet-Unie. Vandaar dat de basis voor een compromis ontbrak.

    Het was dan ook geen verrassing dat voor de Finse regering de Sovjetvoorwaarden volstrekt onaanvaardbaar waren. Slechts twee invloedrijke personen, Paasikivi zelf en de opperbevelhebber van het leger, veldmaarschalk Carl Mannerheim, maakten zich sterk voor verreikende concessies. Beiden geloofden dat Finland, als het op een oorlog liet aankomen, alleen zou moeten vechten en binnen korte tijd verslagen zou worden. De regering verwierp hun advies. Ten eerste was de Finse regering er niet van overtuigd dat Stalin het op een oorlog liet aankomen en ten tweede hoopten zij dat in geval van oorlog andere landen Finland te hulp zouden springen. Ze werden in die illusie op een rampzalige manier gesterkt door sympathiebetuigingen uit bijna de hele wereld, zelfs uit de Verenigde Staten, hoewel de Zweedse regering meteen duidelijk maakte dat het bij een eventuele oorlog neutraal zou blijven. Er was, zoals Mannerheim en Paasikivi opmerkten, geen overtuigend bewijs dat enige andere mogendheid Finland zou komen versterken. Bovendien had Duitsland er bij Finland op aangedrongen de Sovjet-eisen in te willigen.

    Finse onverzoenlijkheid
    Op 21 oktober keerde Paasikivi, in gezelschap van de minister van Financiën Tanner terug naar Moskou. De delegatie kreeg de opdracht beperkte grenscorrecties voor te stellen op de Karelische landengte, maar aan het Sovjetverzoek een basis te Hangö te vestigen mocht niet worden toegegeven. Bij de tweede gespreksronde, die van 23 tot 25 oktober duurde, toonde Stalin zich bereid de eisen ten aanzien van de landengte te verminderen, maar deed voor de rest nauwelijks concessies. Hij noemde de Finse voorstellen volkomen ontoereikend en V.M. Molotov vroeg: "Is het uw bedoeling een conflict uit te lokken?" Stalins geduld begon duidelijk op te raken.

    De delegatie keerde weer onverrichterzake terug naar Helsinki voor verder overleg met de Finse regering. Carl Mannerheim bleef aandringen op een compromis en was er van overtuigd dat het leger het niet langer dan twee weken uit zou houden, maar opnieuw kreeg hij alleen steun van Paasikivi. Zweden benadrukte in een brief opnieuw zijn neutraliteit indien er een oorlog uit zou breken. De onderhandelaars werden opnieuw teruggestuurd naar Moskou, met een kleine verdere concessie met betrekking tot de landengte, maar een Sovjetbasis te Hangö bleef absoluut onbespreekbaar.

    Op weg naar Moskou ontvingen Paasikivi en Tanner bericht dat Molotov alle bijzonderheden van de onderhandelingen in zijn toespraak tot de Opperste Sovjet op 31 oktober bekendgemaakt had. Toen de besprekingen in Moskou op 3 november hervat werden, was er geen verdere basis meer voor onderhandeling. Voordat de Finse onderhandelaars het Kremlin verlieten, merkte Molotov op: "Wij kunnen, als burgers, niets meer doen in deze kwestie. Het woord is nu aan de militairen." Met de klank van die dreigende woorden in hun achterhoofd vertrokken de Finnen terug naar Helsinki.

    In november was de toestand betrekkelijk rustig, ondanks het feit dat de Sovjetpers heftig tekeer ging tegen de Finnen en verkenningsvliegtuigen van de Sovjetluchtmacht herhaaldelijk binnen het Finse luchtruim verschenen. Desondanks heerste er bij de Finse regering vertrouwen dat de oorlogsdreiging wel zou afzwakken. Dit gevoel werd nog eens versterkt door een bericht op 23 november dat de Amerikaanse ambassadeur in Moskou niet geloofde dat de Sovjet-Unie Finland zou aanvallen.

    Het incident bij Mainila
    Drie dagen later werden de Finse illusies wreed verstoord door een incident bij Mainila. In een nota van Molotov werden de Finnen ervan beschuldigd artillerievuur te hebben gericht op het dorp Mainila op de Karelische landengte, waardoor vier Sovjetsoldaten zouden zijn gedood en negen ernstig gewond zouden zijn geraakt. De Finse regering was zich van geen kwaad bewust, wees de beschuldigingen af en verklaarde zich bereid om wederzijdse terugtrekking van troepen te bespreken. Dit was blijkbaar de druppel die de emmer deed overlopen.

    De Sovjet-Unie kwam tot het inzicht dat de Finnen zelfs nu nog niet begrepen waar het om ging en niet bereid waren concessies te doen. En dus ging Stalin zijn gang. Op 28 november werd het non-agressiepact opgezegd en op 29 november werden de diplomatieke betrekkingen verbroken, zonder dat er aandacht werd geschonken aan een Fins aanbod om eenzijdig zijn troepen aan de grens terug te trekken. Aan de andere kant van de grens stond het Rode Leger met een gigantische troepenmacht klaar om Finland met geweld onder de voet te lopen.

    Definitielijst

    imperialisme
    Het streven van een staat naar sterke uitbreiding van zijn grondgebied. Na WO II kreeg het begrip meer een culturele en economische lading dan dat er sprake is van een daadwerkelijke onderwerping van het gebied.
    invloedssfeer
    Gebied waar een staat veel invloed kan laten gelden, meestal onder stilzwijgende goedkeuring van andere staten.
    Kremlin
    Het Russisch bestuurscentrum in Moskou.
    neutraliteit
    Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.
    non-agressiepact
    Niet-aanvalsverdrag. Overeenkomst waarin de partijen beloven elkaar niet te zullen aanvallen.
    revolutie
    Meestal plotselinge en gewelddadige ommekeer van bestaande (politieke) verhoudingen en situaties.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    In het op 23 augustus 1939 ondertekende Molotov-Ribbentroppact tussen Duitsland en de Sovjetunie werd Finland in geheim toegevoegde protocollen aan de invloedssfeer van de Sovjetunie toegevoegd

    De strijdende partijen

    De bevolking van Finland bedroeg in 1939 bijna vier miljoen mensen en het zou mogelijk zijn geweest een leger van 16 divisies op de been te brengen. Maar de economische malaise van de jaren dertig was ook de Finnen niet ontgaan. Er waren weinig financiële middelen beschikbaar geweest om de noodzakelijke maatregelen te treffen voor voldoende uitrusting en modernisering van het Finse Leger. Daarom hadden de Finnen op 30 november 1939 slechts de beschikking over negen gevechtsklare divisies, met de mogelijkheid nog drie reservedivisies te vormen.

    Het Finse leger was samengesteld uit drie elementen. Er was een kleine kern van beroepsofficieren, waaromheen ieder jaar een lichting rekruten werd opgebouwd. Deze jaarlijkse lichting stond bekend als het Vredesleger. Er was een algemene dienstplicht en na de diensttijd gingen de manschappen over naar de reserve, die het derde element in het leger vormde. Finland was verdeeld in negen militaire districten, die alle een divisie leverden met permanent stafpersoneel en voorraaddepots. Bij een oproep tot mobilisatie moesten de reservisten zich melden bij hun regionaal depot, waar ze voorzien werden van uitrusting waardoor de divisies gevechtsklaar werden. De strategie was als volgt: Het Vredesleger moest een dekkingsstrijdkracht vormen om een vertragingsactie uit te voeren, totdat de reservisten die het veldleger vormden waren gemobiliseerd om verdedigende stellingen aan de hoofdverdedigingslinie in te nemen. Het was een uitstekende regeling, die goed was aangepast aan de Finse omstandigheden.

    Gebrek aan voldoende uitrusting
    Dat nam niet weg dat er in het Finse leger een gigantisch gebrek was aan voldoende uitrusting. De infanterie had onvoldoende automatische wapens tot haar beschikking en er waren tekorten aan uniformen en tenten. Wel had de Finse infanterie de beschikking over het uitstekende Suomi SMG machinepistool, hetgeen uitermate geschikt was voor de gevechten in dichte bebossing. De legerleiding maakte zich echter de meeste zorgen over de artillerie. Het weinig beschikbare veldgeschut dateerde nog uit de Eerste Wereldoorlog en had dan ook maar een beperkt bereik. Mortieren waren er ook onvoldoende en bovendien was er maar een beperkte voorraad munitie. Finland had een eigen munitiefabriek, maar deze was in november 1939 nog altijd in aanbouw en kon dus geen volle productie draaien. Het hele leger bezat maar 112 stuks 37mm anti-tankkanonnen en de 100 luchtafweerkanonnen die Finland had, moesten worden gebruikt voor de verdediging van de steden. Finland had op 30 november 1939 tien stuks van de hopeloos verouderde Vickers-tank ter beschikking, evenals een handvol FT-17 tanks, die nog stamden uit de Eerste Wereldoorlog. Finland had dus geen beschikking over effectieve pantserstrijdkrachten. Andere ernstige gebreken waren tekorten aan vrachtwagens en moderne communicatie-apparatuur. De Finse bevelvoering was dus voornamelijk afhankelijk van koeriers en veldtelefoons. De Finse luchtmacht telde ongeveer 100 vliegtuigen, die echter niet allemaal inzetbaar waren. Er was ook een kleine marine en een goed uitgewerkt plan voor de kustverdediging, een erfenis van Rusland uit 1917.

    Het gebrek aan voldoende uitrusting werd ruimschoots gecompenseerd door de uitstekende opleiding. In de jaren dertig had de toenmalige opperbevelhebber Hugo Österman in samenwerking met Carl Mannerheim een strategie ontwikkeld die aangepast was aan de Finse omstandigheden. De Finnen hadden bij hun training geleerd gebruik te maken van de bossen, die een groot deel van Finland bedekten. Ze verstonden de kunst om zich vrij door de wildernis te bewegen en een vijand, die voor zijn transport aan de wegen gebonden was, in de flank en in de rug aan te vallen. Aan het gebruik van skitroepen in de winter was bijzonder veel aandacht besteed. De Finse soldaat bleek uitstekend in staat eigen initiatief te tonen en dat was een belangrijk voordeel ten opzichte van zijn Sovjet-tegenstander. Schietkunst, oriëntatievermogen, camouflage en fysieke kracht werden benadrukt in de opleiding en hinderlagen en lange-afstandspatrouilles werden opgenomen in de Finse militaire doctrine. Bovendien vochten de Finnen voor de verdediging van hun geboortegrond en vrijheid tegen een vreemde indringer, die de Finnen een marionettenregering wilde opleggen. De opleiding had echter ook een belangrijke zwakke zijde. De Finnen waren namelijk nauwelijks getraind in het ondernemen van massale offensieve operaties. Dit zou tijdens het verloop van de Winteroorlog pijnlijk aan het daglicht komen.

    De stuntelende reus
    Het Rode Leger dat op 30 november 1939 ten strijde trok tegen het nietige Finland was op papier het grootste leger van de wereld. Stalin had door middel van de beruchte Vijfjarenplannen een bescheiden strijdkracht, die vooral bestond uit infanterie en cavalerie, getransformeerd tot een gigantische troepenmacht die de beschikking had over een overvloed aan tanks, artillerie en gevechtsvliegtuigen. Eind jaren twintig en begin jaren dertig had een aantal vooraanstaande militairen, waaronder Tukhachevsky en Triandafilov, een revolutionaire doctrine ontwikkeld, bekend als de 'diepteaanval', waarin het de bedoeling was dat infanterie, luchtlandingstroepen en gemechaniseerde strijdkrachten samenwerkten in grootschalige manoeuvres om eventuele vijanden een vernietigende nederlaag toe te brengen. Het Rode Leger had de beschikking gekregen over gigantische onafhankelijk opererende pantserstrijdkrachten, lang voordat in Duitsland überhaupt de eerste pantserdivisies werden gevormd. Waarnemers uit het westen waren diep onder de indruk van de grootschalige oefenmanoeuvres in de zomers van 1936 en 1937, waarin het Rode Leger een ontzaglijke militaire macht aan de dag had gelegd.

    In 1937 vond er echter een desastreus keerpunt plaats. Stalin had na voltooiing van de zuivering van de politieke elite van de Sovjet-Unie zijn ogen laten vallen op het Rode Leger, waarvan hij het officierenkorps wantrouwde. Met behulp van de geheime dienst NKVD werd een systematische zuivering doorgevoerd in het officierenkorps. In minder dan twee jaar werd 50% van de officieren met de rang van brigadecommandant en hoger meedogenloos uit de weg geruimd. Drie van de vijf maarschalken, waaronder Tukhachevsky, werden vermoord en tegelijkertijd werden hun ideeën over de manier van oorlogvoering deels naar de prullenbak verwezen. In wezen werd het Rode Leger dus ontdaan van zijn hersens. Op aandringen van plaatsvervangend Volkscommissaris van Defensie Koelik werden de gemechaniseerde formaties ontbonden en de tanks werden verdeeld over de infanterieformaties en apart onderverdeeld in kleinschalige tankbrigades, die nauwelijks beschikten over ondersteunende eenheden. Een gedeelte van de militaire doctrine werd in stand gehouden, maar er waren nog maar weinig officieren overgebleven die de revolutionaire tactieken konden toepassen.

    De weggezuiverde officieren werden vervangen door politiek betrouwbare, maar onervaren en bovendien voor het merendeel ongeschoolde bevelhebbers. Dit had grote gevolgen voor de organisatie, coördinatie en daarmee de efficiëntie van de Sovjetstrijdkrachten. Angst voor het stalinistische regime weerhield de overgebleven en nieuwbenoemde bevelhebbers van het ontplooien van eigen initiatief. Om zijn controle op het Rode Leger kracht bij te zetten, had Stalin aan iedere eenheid een commissaris toegevoegd. Dit waren politieke beambten die de gewilligheid van de soldaten en officieren moesten controleren. Elk bevel dat uitgevaardigd werd door een officier, moest door de commissaris bekrachtigd worden.

    De Finse verdediging
    Begin jaren dertig waren de Finnen reeds begonnen met het ontwikkelen van verdedigingsplannen tegen de voornaamste potentiële vijand, de Sovjet-Unie, onder supervisie van opperbevelhebber Carl Mannerheim. Op de Karelische landengte werden in 1931 en 1932 betonnen mitrailleursnesten, loopgraven en tankwallen aangelegd. Toen de oorlogsdreiging in de zomer van 1939 toenam, werden er nog meer verdedigende stellingen aangebracht, maar de linie die al snel bekend zou worden als de Mannerheimlinie was in geen enkel opzicht te vergelijken met de Franse Maginotlinie of de Duitse Westwall. Het merendeel van de fortificaties dateerde uit het begin van de jaren dertig en was dus hopeloos verouderd. Zoals Mannerheim in zijn memoires schreef: "De Mannerheimlinie is de Finse soldaat die in de sneeuw staat."

    In het begin van de herfst werd begonnen met de mobilisatie van de strijdkrachten. De Karelische landengte werd verdedigd door het Karelische Leger onder bevel van luitenant-generaal Hugo Österman. Het bestond uit twee legerkorpsen. Het IIe Legerkorps onder bevel van luitenant-generaal Harald Öhquist stond aan de Mannerheimlinie opgesteld tussen de Finse Golf en de rivier de Woeoksi. Er stonden drie divisies aan het front en één divisie in reserve. Aan de linkerkant stond het IIIe Legerkorps onder bevel van generaal-majoor Axel Heinrichs, dat met twee divisies het front moest verdedigen tussen de Woeoksi en het Ladogameer. Het Finse plan was al vechtend terug te trekken naar de Mannerheimlinie om daar de Russen tegen te houden.

    Ten noorden van het Ladogameer moest het IVe Legerkorps met twee divisies voorkomen dat het Rode Leger in de achterhoede van het Karelische Leger doordrong. De bedoeling was de Russen langs de oever van het meer te lokken om vervolgens een tegenaanval uit te voeren op de flank en de achterhoede. De resterende 1.000 kilometer frontlijn tussen Suojärvi en de Noordelijke IJszee werd verdedigd door onafhankelijke compagnieën en bataljons, die onder supervisie stonden van majoor-generaal Kurt Wallenius. In Oulu verzamelde zich ondertussen een reservedivisie.

    De Russische plannen
    De bevelhebber van het Militaire District Leningrad in de strijd tegen Finland was legercommandant 2e klas Kirill A. Meretskov. Hij was een harde werker met een goed besef van de politieke verhoudingen. In een rapport aan zijn partijhoofd in Leningrad waarschuwde hij voor de risico’s om in het onherbergzame terrein te opereren. Op 29 oktober gaf Volkscommissaris van Defensie maarschalk Kliment E. Voroshilov aan Meretskov de opdracht een plan uit te werken voor de omsingeling en vernietiging van het Finse leger. Een maand later was het plan klaar. De Sovjetluchtmacht moest de steden aanvallen, de infrastructuur lamleggen en de Finse luchtmacht uitschakelen. Tegelijkertijd zou de Baltische Vloot de Finse kustversterkingen aanvallen en landingstroepen zouden belangrijke eilanden in de Finse Golf innemen. Intussen zouden gewapende colonnes diep in Finland doordringen langs vier verschillende routes verspreid over 1.000 kilometer vanaf Karelië in het zuiden tot Petsamo in het noorden. Eind november bestond de Sovjet-troepenmacht tegenover Finland uit 450.000 soldaten, waaronder 23 divisies fuseliers, 2.000 tanks en 1.000 vliegtuigen. Het was een kwart van de Sovjetdefensiemacht van die tijd. De Sovjetstrijdkrachten op de Karelische landengte werden gevormd door het 7e Leger. Op de Karelische landengte stonden twaalf divisies fuseliers klaar, verdeeld over twee korpsen, ondersteund door een tankkorps dat gevormd was uit drie tankbrigades. Deze troepenmacht was samengesteld uit 180.000 manschappen, meer dan 900 artilleriestukken en meer dan 1.400 tanks. De kustbatterijen bij Leningrad en de Baltische Vloot kregen de opdracht deze gigantische strijdmacht te ondersteunen langs de kustlinie. Luchtsteun werd verzorgd door meer dan 700 gevechtsvliegtuigen.

    Ten noordoosten van het Ladogameer werd tegenover het Finse IVe Legerkorps het 8e Leger ontplooid, dat de beschikking had over zes divisies fuseliers en twee tankbrigades, met in totaal 130.000 soldaten en 400 tanks. Nog noordelijker lag het 9e Leger met vijf divisies fuseliers in drie colonnes onder leiding van legercommandant 2e klas Vasily I. Chuikov, die later in de slag om Stalingrad het bevel voerde over het zegevierende 62e Leger. In het hoge noorden nam het 14e Leger posities in bij Moermansk, eveneens met drie divisies fuseliers. Het 9e en 14e Leger bestond samen uit ongeveer 140.000 soldaten en 140 tanks.

    Volgens het Sovjetplan moest het 7e Leger oprukken in westelijke richting over de landengte, Viipuri veroveren en afzwenken naar Helsinki. Tegelijkertijd zou het 8e Leger opmarcheren ten noorden van het Ladogameer om de Finse stellingen op de Karelische landengte in de rug aan te vallen. Het 9e Leger zou de grens op drie plaatsen overschrijden, namelijk op de wegen naar Kuhmo, Suomussalmi en Salla en moest proberen Finland in tweeën te delen door door te stoten naar Oulu aan de Botnische Golf om vervolgens op te rukken naar de Zweedse grens. Het 14e Leger tenslotte moest het gebied van Petsamo bezetten en Finlands verbinding met de Atlantische Oceaan afsnijden. Volgens Meretskovs tijdschema moest de campagne binnen twee weken voltooid zijn. De grote Sovjet-troepensterkte ten noorden van het Ladogameer bleek een onaangename verrassing voor Mannerheim. In de voorgaande maanden hadden de Sovjets namelijk ongemerkt het wegennet ten noordoosten van het Ladogameer welke naar het westen leidde, uitgebreid waardoor de Russen in staat waren meer divisies te ontplooien.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    cavalerie
    In het Engels Calvary. Oorspronkelijk een aanduiding voor bereden troepen. In de Tweede Wereldoorlog de aanduiding voor gepantserde eenheden. Belangrijkste taken zijn verkenning, aanval en ondersteuning van infanterie.
    divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    Eerste Wereldoorlog
    Ook wel Grote Oorlog genoemd, conflict dat ontstond na een groei van het nationalisme, militarisme en neo-kolonialisme in Europa en waarbij twee allianties elkaar bestreden gedurende een vier jaar durende strijd, die zich na een turbulent begin, geheel afspeelde in de loopgraven. De strijdende partijen waren Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland aan de ene kant (de Triple Entente), op den duur versterkt door o.a. Italië en de Verenigde Staten, en Duitsland, Bulgarije, Oostenrijk-Hongarije en het Ottomaanse Rijk aan de andere kant (de Centrale Mogendheden of Centralen). De strijd werd gekenmerkt door enorme aantallen slachtoffers en de inzet van vele nieuwe wapens (vlammenwerpers, vliegtuigen, gifgas, tanks). De oorlog eindigde met de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland en zijn bondgenoten in 1918.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    Maginotlinie
    Franse verdedigingslinie aan de Frans-Duitse grens.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    NKVD
    Benaming van de veiligheidsdienst van de Sovjetunie ten tijde van WO II.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    Volkscommissaris
    In de Sovjetunie een minister.
    Westwall
    Wordt ook wel Siegfriedlinie genoemd, de Duitse verdedingingslinie aan de Frans-Duitse grens.

    Afbeeldingen

    Een priester spreekt Finse troepen moed in
    Russische pantserwagens op weg naar het front in het hoge noorden
    Tankversperringen van de Mannerheimlinie. De Finse verdedigingslinie was niet te vergelijken met de Franse Maginotlinie of de Duitse Westwall

    Openingsaanvallen

    In de vroege morgen van 30 november 1939 stak het Rode Leger de grens tussen de Sovjet-Unie en Finland over. Weliswaar was het non-agressiepact opgezegd, maar er werd voorafgaand aan de aanval geen ultimatum gesteld of een oorlogsverklaring gegeven. Tupolev SB-2 bommenwerpers bombardeerden de hoofdstad Helsinki, waarbij 200 slachtoffers vielen te betreuren. De Sovjetluchtmacht voerde ook bombardementen uit op de Finse steden Tampere en Turku. Een dag later opende de slagkruiser Kirov, ondersteund door twee torpedobootjagers het vuur op de Finse kustverdediging bij Hangö aan de Finse Golf. Het kustgeschut wachtte tot de schepen dichtbij genoeg waren en opende toen het vuur. Één torpedobootjager werd geraakt. Daarna was de Kirov aan de beurt, die werd getroffen bij de machinekamer. De Kirov verloor snelheid en trok zich zo snel mogelijk terug en moest uiteindelijk worden afgesleept naar haar thuisbasis Krönstadt. Ondertussen waren landingsdetachementen begonnen met de bezetting van vitale eilanden in de Finse Golf.

    Operaties op de Karelische Landengte
    Op de Karelische landengte werden door Kirill A. Meretskov zeven divisies fuseliers en tankbrigades ingezet tijdens de eerste aanvalsgolf tegen de Finse voorhoede. De Finse dekkingsstrijdkrachten trokken zich georganiseerd terug en brachten het Rode Leger de eerste pijnlijke verliezen toe. Op 5 december bestormden de Sovjets de verdediging van het IIe Legerkorps aan de Mannerheimlinie en werden daar tot stilstand gebracht, maar aan het front van het IIIe Legerkorps, waar het terrein gunstiger was voor de verdediging, stonden de Finnen nog steeds een heel eind voor de linie.

    De meeste Finse soldaten hadden nog nooit een tank gezien en sommige eenheden sloegen dan ook op de vlucht toen de Sovjettanks achter hen verschenen. De Finnen hadden nauwelijks de beschikking over pantserafweergeschut, maar het duurde niet lang voordat ze in de gaten kregen dat benzinebommen (molotovcocktails) de tanks konden uitschakelen. Het Rode Leger maakte de cruciale fout door hun tanks niet te laten ondersteunen door infanterie, waardoor de tanks weliswaar bij daglicht doorbraken in de Finse achterhoede, maar 's nachts als het donker geworden was, werden uitgeschakeld door de Finse strijdkrachten. De Finse opperbevelhebber Carl Mannerheim gaf vrijwel direct na de Russische invasie de opdracht voor het vormen van speciale anti-tankdetachementen bij elke eenheid. Deze ingreep bleek verrassend effectief.

    De aanvallen van het Rode Leger bleken lang niet zo succesvol als de Sovjetcommandanten hadden verwacht. De Sovjets maakten gebruik van massale frontale infanterieaanvallen, waarbij opviel dat de leiding zich nauwelijks bekommerde over de eigen verliezen. De samenwerking tussen bommenwerpers, tanks en infanterie verliep dramatisch. Daardoor waren de Finnen in staat successen te boeken, waardoor het moreel aanzienlijk steeg.

    Operaties ten noorden van het Ladogameer
    Aan de noordelijke oevers van het Ladogameer verliep de strijd niet zoals het Finse opperbevel had gehoopt. Aan het front van het IVe Legerkorps vorderden de 168e en 18e Divisies Fuseliers langzaam langs de oever van het meer. Op 10 december werden zij bij van tevoren aangelegde stellingen tussen Kitalä en Syksyjärvi tot staan gebracht. Maar links van het IVe Legerkorps, waar de Sovjets aan de grens in de buurt van Suojärvi tegengehouden hadden moeten worden, drongen de troepen van de 56e Divisie Fuseliers door tot de Kollaa-positie, waar zij na drie dagen van wanhopige strijd, die duurde van 7 tot 10 december, tot staan werden gebracht. Ten noorden van Suojärvi trok de 75e Divisie Fuseliers op naar Tolvajärvi en op de uiterste linkervleugel van het IVe Legerkorps rukte de 155e Divisie Fuseliers op in de richting van Ilomantsi.

    Carl Mannerheim werd gedwongen tussenbeide te komen. Hij stuurde versterkingen van zijn eigen reserve naar Tolvajärvi en Ilomantsi en maakte van deze sector op 6 december een speciaal front, dat hij onder bevel plaatste van kolonel Talvela. In een schitterend geleide aanval in de nacht van 8 op 9 december stopten de verse troepen de opmars naar Tolvajärvi en ook bij Ilomantsi werd de Sovjetopmars een halt toegeroepen. Maar Mannerheim had al de grootste moeite gehad voldoende reservetroepen te verzamelen om aan de onverwacht sterke Sovjetaanval ten noorden van het Ladogameer een weerwoord te bieden. De situatie werd nog kritieker toen er zich verder naar het noorden bij Tuompo een vergelijkbare situatie ontwikkelde.

    Operaties in Lapland
    Op 3 december moest een regiment van de Finse divisie die zich aan het mobiliseren was bij Oulu naar de bedreigde plaats worden gestuurd om de Sovjetopmars naar Kuhmo tot staan te brengen en de Sovjet 54e Divisie Fuseliers werd op 8 december door middel van tegenaanvallen tot staan gebracht. Ten noorden hiervan zag de 163e Divisie Fuseliers kans door te dringen tot Suomussalmi, dat op 7 december veroverd werd, maar de laatste reserves uit Oulu wisten ook hier een verdere Sovjetopmars naar het westen te verhinderen. Tenslotte werd de opmars naar Salla door een pas gevormde Laplandse divisie onder bevel van generaal-majoor Wallenius op 20 december een halt toegeroepen.

    Bij Petsamo trokken de Finnen voortdurend terug onder zware druk van de aanvallen van de Sovjets, totdat ze op 18 december er in slaagden de opmars een halt toe te roepen bij Nautsi. Hoewel de 1.000 kilometer lange frontlinie ten noorden van het Ladogameer werd gestabiliseerd, waren de Finse reserves daar al voor het merendeel in de strijd geworpen. De Sovjets zagen dit ook in en Meretskov liet het 7e Leger een massale aanval tegen de Mannerheimlinie uitvoeren op de Karelische landengte, met de gedachte dat de Finnen geen troepen naar het zuiden konden verplaatsen.

    De bestorming van de Mannerheimlinie
    Het kostte de Sovjets tien dagen om de negen divisies en het tankkorps voor deze aanval te ontplooien. De aanviel viel in twee gedeelten uiteen. Aan het front van het IIIe Legerkorps begon de artilleriebeschieting op 15 december en in de volgende dagen probeerden twee Sovjetdivisies door de Finse verdediging te breken, echter zonder succes. Van 25 tot 27 december probeerde het Rode Leger het nog eens een eind verderop naar het noorden, maar opnieuw zonder succes. Deze operaties waren bedoeld om Finse troepenconcentraties te binden, terwijl op een andere locatie een doorbraakpoging werd ondernomen.

    Die andere sector was Summa. De grote aanval begon daar op 16 december met een artilleriebombardement. Ongeveer 70 Sovjettanks braken hierna door de Finse posities en drongen diep door in de achterhoede. De Finse infanterie bleef echter in zijn bunkers en loopgraven en de Sovjetstoottroepen, die onafhankelijk van de tanks opereerden konden gemakkelijk worden verdreven met mitrailleurvuur en artillerie. Toen de duisternis gevallen was, kwamen de Finse anti-tankdetachementen in actie en rekenden genadeloos af met de tanks die in de Finse achterhoede waren doorgedrongen. Hetzelfde tafereel herhaalde zich twee dagen later toen 70 tot 80 Sovjettanks waren doorgebroken, maar de Finnen bleven hun posten hardnekkig verdedigen.

    Mislukte Finse tegenaanval
    Toen de aanval op 22 december werd gestaakt, waren de Finse posities nog steeds intact. Het gevecht was dus ontaard in een gigantische nederlaag voor het Rode Leger, want de Finnen hadden zelfs hun reserve op de Karelische landengte niet hoeven in te zetten. Aangezien Mannerheim dus nog een reservedivisie achter de hand had en verondersteld werd dat de Sovjets in grote verwarring verkeerden werd besloten een gigantische tegenaanval te lanceren. De tegenaanval zou uitgevoerd worden door elementen van vijf divisies met de bedoeling de Sovjetstrijdkrachten op de Karelische landengte te omsingelen. De aanval die in de vroege morgen van 23 december werd ingezet vorderde echter zo slecht dat 's avonds al besloten werd het offensief af te blazen. De Finnen hadden maar liefst 1.500 slachtoffers te betreuren. Dat de tegenaanval niet slaagde had twee oorzaken. Ten eerste hadden de Finnen weinig ervaring met offensieve operaties en ten tweede hadden ze te weinig ondersteuning van artillerie. Bovendien hadden de Sovjettroepen zich ingegraven en boden hardnekkig verzet tegen de Finse aanvallen.

    De Finnen hadden de Sovjets dan wel niet verdreven maar wel duidelijk een gevoelige nederlaag toegebracht en bovendien het strategische initiatief naar zich toegetrokken. Dit zou zelfs zo blijven tot eind januari.

    Politiek en diplomatie
    Op 1 december kondigde de Sovjet-Unie de vorming van een Finse Volksregering aan. Deze 'regering' deed een beroep op de Finse bevolking om het Rode Leger als bevrijders te ontvangen. Op 2 december ondertekende deze marionettenregering een overeenkomst met de Sovjet-Unie waarin alle eisen werden ingewilligd in ruil voor heel Sovjet-Karelië. Deze marionettenregering, beter bekend als de Terijoki-regering onder aanvoering van Kuusinen kreeg in Finland helemaal geen steun. Integendeel, nu de ware bedoelingen van de Sovjet-Unie duidelijk aan het licht gekomen waren, toonde het Finse volk zich één in het verzet.

    In Finland werd besloten een nationaal kabinet te vormen met de bedoeling om het overleg met de Sovjet-Unie te heropenen. Risto Ryti werd aangewezen als de nieuwe eerste-minister en Tanner werd minister van Buitenlandse Zaken. Paasikivi werd in het nieuwe kabinet een minister zonder portefeuille. Alle politieke partijen behalve de fascisten namen deel aan de nieuwe regering.

    De nieuwe regering probeerde onmiddellijk via Zweden en de Verenigde Staten contact te krijgen met de Sovjet-Unie, waarbij ze voorstelden 'nieuwe politieke voorstellen' te doen en op 3 december werd het geschil aan de Volkenbond voorgelegd. Maar op 4 december maakte de Sovjet-Unie zijn standpunt duidelijk. Ze beweerde dat de Terijoki-regering de wettige regering was van Finland en dat er helemaal geen sprake was van een oorlog met Finland. Van onderhandelingen met de regering in Helsinki kon dan ook geen sprake zijn. Na dit antwoord deed de Finse regering een oproep aan de Volkenbond voor hulp, wat tot gevolg had dat de Sovjet-Unie op 14 december uit de Volkenbond werd gestoten. Op alle leden werd een beroep gedaan Finland zoveel mogelijk hulp te verstrekken.

    Materiële hulp
    Deze oproep vond in alle delen van de wereld weerklank, want de wereldopinie schaarde zich vrijwel onverdeeld aan de kant van Finland. Duitsland vormde echter een belangrijke uitzondering. Hitler wist dat hij de prijs moest betalen, die in het Molotov-Ribbentrop Pact met de Sovjet-Unie was overeengekomen. Als enige sprak Duitsland openlijk zijn steun uit voor de Sovjet-Unie en weigerde oorlogstuig aan Finland te leveren en stond bovendien niet toe dat wapens over Duits grondgebied naar Finland werden vervoerd. De Duitse regering oefende sterke druk uit op Scandinavische landen om verzoeken van Groot-Brittannië en Frankrijk, om over hun grondgebied troepen naar Finland te zenden, af te wijzen.

    Door de houding van Duitsland en de oorlog in Europa moest alle materiële hulp voor Finland over zee via Noorwegen worden aangeleverd. De Duitse marine was ook actief in de Noordelijke IJszee, waardoor de bevoorrading ernstig werd bemoeilijkt. Een groot deel van de beloofde hulp kwam niet op tijd aan. De hulp bestond uit leningen van de Verenigde Staten en Zweden, wapens en grondstoffen van verschillende landen en tenslotte vrijwilligers voor de strijd. Het grootste deel van de militaire uitrusting moest worden gekocht, hoewel Zweden dus aanzienlijke hoeveelheden leende. De grootste hoeveelheid oorlogsmaterieel kwam uit Groot-Brittannië en Frankrijk. Zo werden er meer dan 100 vliegtuigen aan Finland geleverd, maar met het oog op de eigen behoefte van deze landen was het merendeel van deze wapens verouderd. Zweden verstrekte 80.000 geweren, 85 anti-tankkanonnen, 104 luchtafweerkanonnen en 112 stuks veldgeschut. Dit waren de wapens die de Finnen werkelijk nodig hadden en ze kwamen bovendien op tijd om in de gevechten te worden gebruikt.

    Wat Finland vooral nodig had waren goed getrainde soldaten. Zweden had die kunnen leveren, maar weigerde dit te doen. Groot-Brittannië en Frankrijk hadden plannen om troepen te sturen, maar deze plannen werden nooit verwezenlijkt. In Finland arriveerden slechts kleine groepen vrijwilligers, die opgeleid en bewapend moesten worden. Dit kostte echter zoveel tijd, dat slechts twee bataljons Zweden aan het einde van de oorlog daadwerkelijk deelnamen aan de strijd. Die vrijwilligershulp had militair gezien niet zo veel waarde.

    Het is moeilijk de waarde van de buitenlandse hulp te schatten. De morele waarde was in ieder geval enorm. De hulp die Zweden bood was het belangrijkst, vooral het anti-tankgeschut en luchtafweergeschut. Maar de rest van de uitrusting was zo gevarieerd, zowel in samenstelling als kwaliteit, dat de werkelijke waarde ervan bedenkelijk was. Het grote aantal verschillende kalibers munitie zorgde voor grote logistieke problemen. De levering van de materiële hulp was dan ook niet echt beslissend voor de afloop van de strijd.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    Divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    invasie
    Gewapende inval.
    non-agressiepact
    Niet-aanvalsverdrag. Overeenkomst waarin de partijen beloven elkaar niet te zullen aanvallen.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    regiment
    Onderdeel van een divisie. Een divisie bestaat uit een aantal regimenten. Bij de landmacht van oudsher de benaming van de grootste organieke eenheid van één wapensoort.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    torpedobootjager
    (Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.
    Volkenbond
    Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genève, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.

    Afbeeldingen

    Kaart van de eerste twee maanden van de Winteroorlog
    Een Finse uitkijkpost
    Het Rode Leger maakte gebruik van 'menselijke aanvalsgolven'. Door deze tactieken waren Russische militairen een makkelijke prooi voor Finse machinegeweren

    Finse successen

    Met de stilstand in de strijd op de Karelische landengte verplaatste het zwaartepunt van de strijd zich naar het noorden, waar de Finnen een aantal opmerkelijke tegenaanvallen lanceerden. De Sovjetstrijdkrachten, die gebonden waren aan de wegen, werden tot stilstand gedwongen door Finse tegenstand, aanvoermoeilijkheden of de klimatologische omstandigheden. Vervolgens ondernamen de Finnen tegenaanvallen en maakten gebruik van hun grote mobiliteit om de Sovjets in de flank of in de rug aan te vallen. De Sovjetcolonnes werden in stukken gehakt en ze verschansten zich dan in egelstellingen, die door de Finnen motti's werden genoemd. In plaats van terug te trekken vochten de Sovjets tot het bittere eind. De grotere motti's, die vanuit de lucht van voorraden werden voorzien, hielden dikwijls tot het eind van de oorlog stand, maar de kleinere werden systematisch door de Finse strijdkrachten gezuiverd.

    De motti bij Kitalä
    Aan de noordkant van het Ladogameer werd de Sovjet 168e Divisie Fuseliers bij Kitalä tot stilstand gebracht, met de 18e Divisie Fuseliers op haar rechterflank. Een eerste poging door het IVe Legerkorps om de Sovjets in de flank en in de achterhoede aan te vallen mislukte op 12 december en een tweede poging op 17 december mislukte eveneens. Op 26 december ondernamen de Finnen een derde poging met behulp van skitroepen. De skitroepen bleken zeer goed in staat tactische manoeuvres uit te voeren tegen de statische Sovjetcolonnes, die door de slechte toestand van de wegen door de ijzige kou te kampen hadden met grote problemen in de aanvoer. De Finse aanval bereikte zijn hoogtepunt toen op 5 januari de Sovjet 18e Divisie Fuseliers in mootjes werd gehakt, terwijl op 11 januari de Finnen de oever van het meer ten oosten van de 168e Divisie Fuseliers bereikten. Deze divisie groef zich bij Kitalä in en vormde egelstellingen.

    Daar waar de Sovjets probeerden uit te breken, werden ze zonder veel moeite vernietigd, maar waar ze voldoende voorraden hadden ontstonden bittere gevechten. De twee achterste motti's van de 18e Divisie Fuseliers hielden het uit tot het eind van de oorlog. De grote motti bij Kitalä, die de gehele 168e Divisie Fuseliers omvatte, werd door de Sovjetluchtmacht van voorraden voorzien en kon niet opgeruimd worden. Het enige wat de Finnen konden doen was het blokkeren van ontzettingstroepen die over het ijs van het meer probeerden te trekken, maar op 6 maart zag een aflossingscolonne kans contact te maken met de 168e Divisie Fuseliers en de verbinding met de ingesloten troepen werd hersteld. De 18e Divisie Fuseliers werd echter zo goed als geheel vernietigd, waarbij de Finnen een aanzienlijke hoeveelheid zwaar materieel buit wisten te maken.

    Gedurende deze belangrijke operaties werd het front bij Kollaa, dat de achterhoede van het Finse offensief moest beschermen, intact gehouden tegen een overweldigende Sovjetovermacht. Hoewel het IVe Legerkorps belangrijke successen had weten te boeken waren er toch enkele verontrustende gebeurtenissen. De tegenstand van de Sovjettroepen in de motti's was van dergelijke mate dat het merendeel van de Finse troepen gebonden werd en het IVe Legerkorps niet naar andere sectoren kon worden overgeplaatst.

    Verder naar het noorden bij Tolvajärvi wisten de Finnen een spectaculaire overwinning te boeken op de 139e Divisie Fuseliers. Hier gingen de Finse troepen onder bevel van Talvela op 12 december tot de aanval over en na twee dagen van hevige strijd begon de 139e Divisie Fuseliers in wanorde terug te trekken. De Finse troepen gingen onmiddellijk over tot de achtervolging van de vluchtende Sovjettroepen. Het Sovjet-opperbevel stuurde de 75e Divisie Fuseliers om de 139e Divisie Fuseliers te hulp te schieten, maar deze onderging hetzelfde lot als de 139e Divisie Fuseliers op 21 december. Op 24 december hadden de Finnen de Sovjets teruggedrongen tot Aittojoki, waar het front voor de rest van de oorlog gestabiliseerd werd. De overwinning bij Tolvajärvi zorgde voor een veilige situatie aan de noordelijke flank van het IVe Legerkorps en leverde een waardevolle buit op, waaronder 60 tanks en 30 kanonnen. Er werd echter nog een operatie uitgevoerd tegen de 150e Divisie Fuseliers bij Ilomantsi. Deze aanvallen mislukten echter jammerlijk, waardoor Finse troepen verder gebonden bleven om een stabiele frontlinie te kunnen garanderen.

    De Slag bij Suomussalmi
    De grootste overwinning werd door de Finnen nog verder naar het noorden behaald. Kolonel Siilasvuo wist met zijn 9e Divisie het Rode Leger bij Suomussalmi een zware nederlaag toe te brengen. De Sovjet 163e Divisie Fuseliers was gelegerd in het kleine dorp Suomussalmi. Siilasvuo combineerde een frontaanval met de gebruikelijke aanvallen op de flanken en de achterhoede, maar deze hadden aanvankelijk weinig succes. Op 21 december bood de 163e Divisie Fuseliers nog altijd verbeten tegenstand en het Sovjet-opperbevel had de 44e Divisie Fuseliers de opdracht gegeven de 163e Divisie Fuseliers te komen versterken. Maar Siilasvuo had ook twee regimenten versterking gekregen en hij maakte plannen om de aanval op 26 december te hernieuwen.

    Een krachtige tegenaanval van de 163e Divisie Fuseliers bezorgde Siilasvuo enkele benauwde momenten, maar toen de verse troepen in de strijd werden geworpen was de Sovjetweerstand gebroken en op 29 december vluchtten de overlevenden van de 163e Divisie Fuseliers de wildernis in. De 163e Divisie Fuseliers had opgehouden te bestaan als een georganiseerde gevechtseenheid. De Finnen maakten 11 tanks, 25 kanonnen en 150 vrachtwagens buit.

    Het succes werd mogelijk door de traagheid van de 44e Divisie Fuseliers. Hoewel deze verse eenheid aanvankelijk weinig tegenstand ondervond hield zij halt en groef zich in, in plaats van zich te haasten om de 163e Divisie Fuseliers te komen versterken. Siilasvuo zette onmiddelijk zijn troepen tegen deze nieuwe vijand in. De 44e Divisie Fuseliers lag verspreid over kilometerslange wegen en toen Siilasvuo verse troepen kreeg toegewezen werden de aanvallen op de flanken ingezet. Op 5 januari begon de 44e Divisie Fuseliers uiteen te vallen en kleine geïsoleerde groepen Sovjetmanschappen vluchtten de bossen in, waar de meesten door Finse skitroepen werden achterhaald. Opnieuw maakten de Finnen grote hoeveelheden Sovjetmaterieel buit. Er vielen 35 tanks, 50 kanonnen, 25 anti-tankkanonnen en 250 vrachtwagens in Finse handen.

    De Finse overwinning bij Suomussalmi was een ongekende prestatie, die ook strategisch van zeer groot belang was. De Sovjets zagen in het verdere verloop van de oorlog af om op te rukken naar Oulu en Finland in tweeën te delen. De 9e Divisie van de Finnen kon zelfs vrijgemaakt worden om elders ingezet te worden.

    De gevechten bij Kuhmo
    Het Finse opperbevel plaatste de 9e Divisie over naar het front bij Kuhmo om het tegen de 54e Divisie Fuseliers op te nemen. Siilasvuo's troepen arriveerden op 28 januari in deze sector waar zij moesten constateren dat de Sovjets zich goed hadden ingegraven. Siilasvuo had nauwelijks artillerie en munitie voor zijn lichte wapens voorhanden, maar probeerde toch zijn succes bij Suomussalmi te herhalen.

    De aanvallen op de flanken van de 54e Divisie Fuseliers van de Sovjets begonnen op 29 januari. Hoewel de formatie in motti's werd gehakt boden de Sovjetsoldaten wanhopig verzet en het lukte de 9e Divisie niet om de motti's te zuiveren. Het Sovjet-opperbevel stuurde de 23e Divisie Fuseliers om hulp te verlenen aan de belegerde motti's waardoor een groot deel van Siilasvuo's strijdkrachten moesten worden ingezet om de 23e Divisie Fuseliers op afstand te houden.

    Opvallender in januari was het verschijnen van een Sovjet-skibrigade op het strijdtoneel die de 54e Divisie Fuseliers probeerden te ontzetten. Deze skiformatie was echter haastig gevormd en de onhandige tactiek van de brigade leidde tot een fiasco. De Finse patrouilles achtervolgden de Sovjets door de besneeuwde wildernis en op 15 februari was er van de brigade nauwelijks meer iets over. Dat nam niet weg dat de gevechten bij Kuhmo voor de Finnen in een strategische nederlaag ontaarden. De motti's van de 54e Divisie Fuseliers, die door vliegtuigen van voorraden werden voorzien, boden aan het eind van de oorlog nog steeds tegenstand, waardoor de 9e Divisie gebonden bleef.

    Operaties bij Salla
    Op 2 januari werd door de Finnen een soortgelijke operatie uitgevoerd bij Salla, maar deze keer werden de aanvallers teruggeslagen en de manschappen van de 122e Divisie Fuseliers wisten hun posities te handhaven. Hoewel de Sovjets zich hier later onder de Finse druk terug moesten trekken bleef de schade voor de 122e Divisie Fuseliers beperkt.

    De Finse overwinningen waren een opmerkelijke militaire prestatie. Ondanks de grote tekorten aan manschappen en zware wapens waren de Finnen er in geslaagd het Rode Leger te trakteren op een aantal bloedige nederlagen. En toch wist de Finse regering op advies van Carl Mannerheim dat het tot een vrede moest komen want op de lange termijn zou Finland onvermijdelijk aan het kortste eind trekken. In januari kwamen via derden de eerste voorzichtige meldingen dat de Sovjet-Unie misschien bereid was te onderhandelen met Helsinki. De Finse regering zocht toenadering tot Berlijn en de Duitse regering zocht hierna inderdaad contact met Moskou. De Sovjets wilden echter niet onderhandelen met Duitsland als tussenpersoon.

    Eerste toenaderingen
    Er moest dus een andere manier worden gebruikt voor de totstandkoming van eventueel overhandelen met de Sovjetregering. Op 1 januari had de Finse toneelschrijfster Hella Wuolijoki, een socialiste, Tanner voorgesteld naar Stockholm te gaan om te onderhandelen met de Sovjetambassadeur in Zweden, Madame Kollontai, die een goede bekende van haar was. Op 10 januari gaf Tanner haar toestemming te gaan. Er volgde een aantal informele gesprekken. Het resultaat was dat op 29 januari door de Sovjet-Unie een nota gestuurd werd aan de Zweedse regering, waarin stond dat 'de Sovjet-Unie in principe geen bezwaar had een overeenkomst te sluiten met de Rysti-Tanner-regering'. Er stond verder in dat de Finse regering moest laten weten, welke concessies ze nu wilden doen en dat de eisen nu verder zouden gaan dan de eisen die in de herfst waren gesteld. De weg naar de vrede lag nu open, want Stalin had via een diplomatieke omweg de Terijoki-regering laten vallen en er daardoor van afgezien om heel Finland te controleren.

    De Sovjets volhardden echter in hun eisen ten aanzien van Hangö, maar zover wilden de Finse leiders niet gaan. Tanner reisde zelf af naar Stockholm en had een ontmoeting met Kollontai. Tanner verklaarde dat Finland eventueel bereid was afstand te doen van een eiland voor de kust, maar Moskou was niet bereid op deze basis te onderhandelen. De Finnen waren overmoedig geworden door hun militaire successen en de Britse en Franse toespelingen dat zij meenden dat de Sovjets concessies wilden doen. Pas toen op het slagveld een nederlaag werd geleden, begonnen de Finnen de Sovjet-toenaderingen ernstig te nemen.

    Risto Ryti en Tanner bespraken de situatie op 10 februari op een vergadering van de Verdedigingsraad. Mannerheim was ook aanwezig en er werd geconcludeerd dat er drie mogelijkheden waren. De eerste mogelijkheid was een eiland aanbieden in plaats van Hangö en vrede sluiten met de Sovjet-Unie. Een tweede mogelijkheid was de oorlog voortzetten met actieve steun van Zweden als die verkregen kon worden. Ten derde was er het interventieaanbod van Groot-Brittannië en Frankrijk hetgeen aanvaard zou kunnen worden. Deze mogelijkheden werden op 12 februari aan de Commissie voor Buitenlandse Aangelegenheden van het kabinet voorgelegd waar de meerderheid koos voor het sluiten van vrede. Diezelfde dag vond er echter een ramp plaats aan het front. Het Rode Leger was er in geslaagd door het front op de Karelische landengte te breken, waardoor de Finse onderhandelingspositie aanzienlijk werd verslechterd.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    Divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.

    Afbeeldingen

    Kaart van de eerste twee maanden van de Winteroorlog
    Een Finse ski-eenheid in actie op het besneeuwde terrein in het hoge noorden
    Grote aantallen Russisch materieel werd achtergelaten of vernietigd in de zogenoemde 'motti's'

    Russische doorbraak

    De mislukking van het eerste offensief in december had de Sovjetlegerleiding doen inzien dat alleen een uitstekend voorbereide aanval op de Finse verdedigingslinies kans van slagen zou hebben. De hergroepering van het Rode Leger begon op 26 december, toen het 13e Leger onder leiding van legercommandant 2e klas Grendal werd gevormd, dat plaats moest nemen op de rechterflank van het 7e Leger. Op 28 december werden nieuwe operationele orders uitgegeven. Massale frontale aanvallen mochten niet meer plaatsvinden. In de plaats daarvan moesten stap voor stap de doelen worden bereikt, maar niet voordat de artillerie de Finse fortificaties had vernietigd. Een maand lang werd besteed aan realistische gevechtstraining, waarin de aanvallen op de bunkers werden geoefend en waarin speciale aandacht werd besteed aan de samenwerking tussen infanterie, tanks en artillerie.

    Wijzigingen in de bevelvoering
    Volkscommissaris van Defensie maarschalk Kliment E. Voroshilov en de bevelhebber van het Militaire District Leningrad Kirill A. Meretskov hadden duidelijk gefaald in het bereiken van de voorafgestelde doelen. Zij waren beiden niet in staat gebleken de grootschalige operaties op een doelmatige wijze te coördineren. Legercommandant 1e klas Semyon K. Timoshenko werd op 7 januari 1940 benoemd tot bevelhebber van het nieuw gevormde Noordwestelijk Front, hetgeen alle troepen omvatte die op de Karelische landengte werden ingezet. Meretskov werd benoemd tot commandant van het 7e Leger en Voroshilov werd teruggeroepen naar Moskou. Enkele lagere bevelhebbers en stafofficieren kwamen er minder gelukkig vanaf en werden op persoonlijk bevel van Stalin geëxecuteerd. De troepen ten noorden van het Ladogameer werden allen ondergebracht in het Noordelijk Front onder leiding van legercommandant 2e klas Shtern, die bij Khalkin Gol in de zomer van 1939 bewezen had een uitstekende commandant te zijn. Samen met Timoshenko en Shtern werden aanzienlijke versterkingen aangevoerd om op de Karelische landengte een beslissende doorbraak te kunnen forceren.

    Genadeloze bombardementen
    De gevechtshandelingen op de landengte werden hervat op 15 januari. Een gigantische hoeveelheid aan artilleriestukken werd ontplooid om de Finse stellingen te bestoken en de Sovjetluchtmacht verhevigde zijn bombardementen op de fortificaties van de Mannerheimlinie. Bunkers lagen de hele dag onder vuur en werden letterlijk ontworteld door de constante beschietingen en bombardementen. De Finnen hadden het voordeel dat het aantal uren daglicht beperkt was, waardoor zij 's nachts in staat waren de bunkers weer op te lappen. Dat nam niet weg dat de vermoeidheid toenam en dat er onder de Finse strijdkrachten aanzienlijke verliezen werden geleden.

    Achter de linies verzamelde zich een gigantische troepenmacht voor de bestorming van de Mannerheimlinie. Honderdduizenden manschappen en duizenden tanks en gevechtsvliegtuigen werden aangevoerd voor de grote doorbraak in de richting van Viipuri.

    Op 1 februari begon het Rode Leger met verkenningsaanvallen. Tegenover de gigantische troepenmacht hadden de Finnen maar zes divisies staan. Twee divisies waren opgesteld langs de Woeoksi en vier tussen de Woeoksi en de Finse Golf. De uiterst belangrijke 3e Divisie werd ontplooid bij Summa. Carl Mannerheim had drie divisies in reserve, waarvan één ervaren, en twee nauwelijks geoefend. De reserves werkten aan het gereedmaken van twee nieuwe verdedigingslinies, de 'tussenliggende linie' en de 'achterste linie'. Maar deze linies bestonden slechts uit loopgraven en hier en daar enkele tankhindernissen en prikkeldraadversperringen. Ze waren nog verre van voltooid toen de gevechten werden hervat.

    Grendal had met zijn 13e Leger de beschikking over negen divisies fuseliers, een tankbrigade en twee tankbataljons. Het moest aanvallen tussen het Muolaanjärvimeer en de Woeoksi, waarbij vijf van de negen divisies fuseliers en de tankbrigade werden ingezet. Het doel van de aanval was de lijn Käkisalmi-Antrea, een heel eind achter de Finse 'achterste linie'. Meretskovs 7e Leger bestond uit twaalf divisies fuseliers, vijf tankbrigades en twee tankbataljons. Meretskov kreeg de opdracht om in de Summa-sector aan te vallen en had als doel de lijn Viipuri-Antrea te bereiken. Een speciale groep van drie divisies fuseliers en een tankbrigade werd achtergehouden om na de doorbraak over het ijs naar de Finse Golf op te rukken ten westen van Viipuri om daar de westelijke flank van de 'achterste linie' te bestoken.

    Begin van het offensief
    De inleidende fases van de aanvallen begonnen op 1 februari. De Sovjets gebruikten tegen de Summa-sector maar liefst 400 kanonnen om de verdediging te bestoken, waarna de infanterie en tanks tegelijk werden ingezet tegen de Finse verdedigers. De Sovjetluchtmacht ondersteunde de aanvallen met bommentapijten op de Finse loopgraven. De aanvallers concentreerden zich op de bunkers die ze één voor één wisten uit te schakelen. Deze strijd, die voor de Finnen ontzettend vermoeiend was, duurde drie dagen. Daarna volgde een gevechtpauze van 24 uur, waarna de aanvallen weer drie dagen duurden.

    Op 9 februari kwam er weer een rustperiode in de gevechtshandelingen waarvan de Finnen gebruik maakten om een bataljon bij Summa af te lossen. Deze eenheid was echter onervaren en werd dan ook op 11 februari vernietigd door de 123e Divisie Fuseliers. De Sovjets braken door en overrompelden de Finse achterhoede bij Summa. De bevelhebber van het IIe Legerkorps gaf opdracht voor de lancering van enkele tegenaanvallen, maar toen duidelijk werd dat deze geen effect hadden vroeg Öhquist toestemming om terug te trekken naar de 'tussenliggende linie'. Op 15 februari verkreeg Öhquist van Carl Mannerheim deze toestemming. Zo was na twee weken van zware strijd de Mannerheimlinie op deze cruciale sector doorbroken. In de andere sectoren werden de Sovjetaanvallen met grote moeite afgeslagen.

    De doorbraak bij Summa vormde vanuit militair oogpunt gezien het keerpunt in de Winteroorlog. De Finse verdedigingslinies vertoonden gebreken en de vermoeidheid van de strijdkrachten begon zijn tol te eisen. De reserves waren onervaren en er heerste een groot gebrek aan munitie.

    Vechtend terugtrekken
    Het terugtrekken op de 'tussenliggende linie' was op 17 februari met succes voltooid. De Mannerheimlinie was van de Finse Golf tot de Woeoksi ontruimd. De Sovjets waren er echter nog diezelfde dag in geslaagd om ook door de 'tussenliggende linie' te breken. Öhquist vroeg om een verdere terugtrekking tot de 'achterste linie', maar Mannerheim verklaarde dat de Finse troepen moesten volhouden omdat er vredesonderhandelingen gaande waren en hij wilde zo weinig mogelijk terrein prijsgeven.

    Op 19 februari reorganiseerde Mannerheim de Finse bevelvoering. Generaal Hugo Österman werd op eigen verzoek ontheven uit zijn functie en het bevel over het Karelische Leger werd overgenomen door generaal Axel Heinrichs. Deze liet het bevel over het IIIe Legerkorps op zijn beurt weer over aan Talvela, de overwinnaar van Tolvajärvi.

    De Sovjetdruk op de 'tussenliggende linie' duurde voort tot 21 februari, waarna Timoshenko de opdracht gaf voor een hergroepering. Op aandringen van Öhquist en Heinrichs werden inmiddels plannen gemaakt om ook de 'tussenliggende linie' te ontruimen.

    Op 25 februari bezweek het Finse 13e Infanterieregiment, dat sinds 11 februari voortdurend bij zware gevechten betrokken was geweest. Er waren veel slachtoffers gevallen en de compagnieën waren gedecimeerd tot maar 40 tot 50 man. De volgende morgen lanceerde Öhquist een tegenaanval, waarbij hij gebruik maakte van de vijftien tanks die het Finse leger rijk was. De Vickers-tank bleek echter waardeloos in het besneeuwde terrein. Meer dan de helft van de tanks werd vernietigd en de rest bleef steken in de sneeuw. De tegenaanval werd dus een fiasco en op 27 februari werd Mannerheim dan ook gedwongen het bevel te geven voor de ontruiming van de 'tussenliggende linie'.

    De laatste verdedigingslinie
    De 'achterste linie', de laatste gereedgemaakte verdedigingslinie, liep voor Viipuri langs en zwenkte vervolgens af naar het noordoosten naar de rivier de Woeoksi. In potentie was het een sterke linie vanwege het rotsachtige terrein dat slecht begaanbaar was voor tanks. Een deel van de linie kon onder water worden gezet. Het zwakste gedeelte van de 'achterste linie' lag bij Tali. Daar was een strook tamelijk open terrein, dat slechts gedeeltelijk geïnundeerd kon worden. De linie had geen betonnen bunkers, maar de schuttersputten en tankversperringen waren wel zo goed als voltooid. De Sovjets bereikten de linie tussen 29 februari en 2 maart.

    De Sovjets hadden hun plan al klaar. Ze waren van plan langs beide zijden van Viipuri op te rukken. De zuidelijke opmars moest over het ijs van de Finse Golf plaatsvinden in westelijke richting en de andere zou in oostelijke richting worden ingezet naar Tali. Een derde aanval moest een overgang over de Woeoksi forceren bij Vuosalmi, waar de linie aanleunde tegen de stellingen van het IIIe Legerkorps. Als deze aanvallen zouden slagen, zou het IIIe Legerkorps omsingeld worden. Het Finse opperbevel was zich terdege bewust van het gevaar dat zou ontstaan indien de Sovjets over het ijs zouden oprukken. De Finnen namen voorzorgsmaatregelen door het ijs op verschillende plaatsen op te blazen, maar het vroor zo hard, dat de gaten spoedig weer dichtvroren. Bovendien hadden de Finnen geen plannen klaar voor de verdediging van de kustlijn ten westen van Viipuri. Een nieuw front, de kustsector, werd op 28 februari in allerijl gevormd en er werd een hele divisie voor aangewezen. Dat gebied lag vol eilanden en de kust bestond uit rotsachtige vooruitstekende punten en diepe inhammen. Als er voldoende tijd van tevoren met de voorbereiding was begonnen, had het gebied naar alle waarschijnlijkheid zonder al te veel moeite verdedigd kunnen worden. De Finnen waren echter te laat en werden gehinderd door vervoersmoeilijkheden en de belangrijke hoofdweg tussen Helsinki en Viipuri liep bovendien gevaarlijk dicht langs de kust.

    Over het ijs
    De Sovjetopmars over het ijs werd opnieuw met een grote meedogenloosheid uitgevoerd. Alleen lichte tanks van het type T-26 en BT-7 konden zich op het ijs wagen. De tanks ondersteunden de oprukkende stoottroepen die over het ijs trokken en aan land gingen. Op 4 maart werd er een sterk bruggenhoofd gevormd bij Vilajoki. Daar waren enkele tanks er in geslaagd aan land te gaan en de Finse tegenaanvallen af te slaan.

    Op 4 maart lag de weg van Helsinki naar Viipuri zwaar onder vuur. Het Finse opperbevel liet alle beschikbare versterkingen aanrukken en verdeelde de kustsector in twee stukken, waarbij het bruggehoofd de scheiding tussen de twee stukken vormde. Maar intussen naderde een verse Sovjetdivisie over het ijs. Deze operaties op de Sovjetlinkerflank waren uiterst riskant, want een plotselinge temperatuurstijging had kunnen leiden tot een catastrofe. Maar de temperatuur steeg niet, waardoor het grootste gedeelte van de Finse reserve werd vastgepind in de kustsector. Daardoor hadden de Finnen te weinig troepen beschikbaar voor de verdediging van de voornaamste posities bij Viipuri.

    Op de landengte zelf bereikten de Sovjetstrijdkrachten op 3 maart de omgeving van Viipuri. Er werd onmiddellijk een aanval ingezet tegen de Finse 3e en 5e Divisie die de sector rondom de stad verdedigden. Op 5 maart begon Öhquist zich af te vragen hoe lang de 'achterste linie' het nog vol zou kunnen houden. Een algemene terugtocht zou niet mogelijk zijn totdat het IIIe Legerkorps zijn stellingen langs de Woeoksi had ontruimd, anders zou het volkomen ingesloten en vernietigd worden. Maar bij Viipuri was de druk zo hoog dat de Finnen tot het inzicht kwamen dat de stad wellicht prijsgegeven zou moeten worden.

    Doorbraak in de Tali-sector
    Ten noordoosten van Viipuri lag de belangrijke sector bij Tali, die verdedigd werd door de 23e Divisie, een eenheid die bij het uitbreken van de oorlog uit reservisten was gevormd. In dit gebied hadden de Finnen de inundatie in werking gezet, maar door de vrieskou bevroor het ondergelopen terrein vrijwel onmiddelijk en op 5 maart rukte de Sovjet-infanterie op over het ijs. De gevechtskracht van de 23e Divisie was ver beneden peil en op 9 maart was een Sovjeteenheid over het geïnundeerde gebied doorgedrongen in de achterhoede van de onervaren 23e Divisie. De Finse manschappen waren gedemoraliseerd door geruchten over Sovjettanks, wat tot gevolg had dat ze hun stellingen in de steek lieten en op de vlucht sloegen. De Sovjets trokken daarna langzaam op in westelijke richting totdat op 12 maart na een week van verbitterde gevechten een gevechtspauze werd ingelast. De Sovjet-infanterie was te ver vooruit geraakt op de artillerie en de bevoorrading, die te kampen had met de inundatie en de nodige maatregelen moest nemen.

    Maar het was duidelijk dat de 23e Divisie toen al niet meer in staat was de opmars te stuiten. Het tekort aan artilleriemunitie en anti tankwapens was niet groter dan bij andere Finse eenheden, maar de wil om te vechten ontbrak bij de onervaren manschappen. Op 13 maart braken de Sovjets dan ook door de 'achterste linie' in de sector bij Tali.

    Maar ook bij de Sovjets was niet alles van een leien dakje gegaan. Op de rechterflank hadden de prestaties van het 13e Leger niet aan de verwachtingen voldaan. Het offensief op 21 december tegen de 'tussenliggende linie' was volkomen mislukt en had veel slachtoffers geëist. Op 2 maart werd de bevelhebber van het 13e Leger Grendal dan ook uit zijn functie ontheven. Na de Finse terugtocht van de 'tussenliggende linie' naar de 'achterste linie', kwamen de troepen van het 13e Leger aan de oevers van de Woeoksi te staan bij Vuosalmi. De Finse stellingen op dit punt waren zwak en de rivier was bevroren. De grond was zo hard bevroren dat het onmogelijk was schuttersputten en loopgraven aan te leggen. Op 2 maart was het duidelijk dat de Sovjets voorbereidingen aan het treffen waren om een overtocht te forceren. Het Finse opperbevel liet de 21e Divisie ter versterking aanrukken, net als de 23e Divisie gevormd uit reservisten. Maar tegen dat de 21e Divisie op 7 maart de stellingen had bereikt, waren de Sovjets er al in geslaagd vaste voet te krijgen op de zuidwestelijke oever. Op 13 maart was de druk in de sector bij Vuosalmi zo groot dat het IIIe Legerkorps gedwongen werd de stellingen aan de Woeoksi te verlaten en zich in westelijke richting terug te trekken.

    De militaire situatie op 13 maart
    In het algemeen was de militaire situatie op 13 maart als volgt. Het Sovjetoffensief op de landengte bleef onverminderd voortduren en het Rode Leger zou zijn aanvallen hebben voortgezet, tenminste totdat de lijn Viipuri-Antrea-Käkisalmi was bereikt. Bovendien stonden de Sovjets gereed om het offensief tegen het IVe Legerkorps ten noorden van het Ladogameer te hervatten. De 168e Divisie Fuseliers was inmiddels al uit zijn omsingeling verlost door versterkingen die door het Noordelijk Front waren aangevoerd.

    Aan Finse zijde was de gehele strijdmacht bij de strijd betrokken en sommige eenheden waren zo uitgeput dat ze aan gevechtswaarde begonnen te verliezen. Versterking zou alleen maar te verkrijgen zijn geweest door de operaties in het noorden te beëindigen en dat zou vele dagen tijd gekost hebben terwijl ook de troepen, die daardoor vrijgekomen zouden zijn, uitgeput waren. Het scheen duidelijk te zijn, dat de Finnen Viipuri binnen enkele dagen zouden hebben moeten ontruimen om zich terug te trekken op een lijn, die liep van de Finse Golf naar Vilajoki, het Saimameer en het Ladogameer.

    Een dergelijke manier van doen zou twee grote risico's opleveren. Als de Sovjets kans zagen hun bruggenhoofd bij Vilajoki te versterken en de Finnen er niet in slaagden hen hieruit te verdrijven, zou de nieuwe linie gevaar lopen doorbroken te worden. Ten tweede waren de Finse soldaten zo gedemoraliseerd en uitgeput, dat een terugtocht gemakkelijk in een chaotische vlucht had kunnen ontaarden. Maar de Sovjets hielden zich aan het principe dat door Timoshenko in december was bevolen: stap voor stap terrein winnen. Misschien hadden de Finnen het kunnen volhouden tot aan de lentedooi, maar er was een ontstellend gebrek aan manschappen, artillerie, anti-tankwapens en munitie. Tegen de achtergrond van deze militaire vooruitzichten moet men het besluit zien om met de Sovjets vrede te sluiten.

    Definitielijst

    artillerie
    Verzamelnaam voor krijgswerktuigen waarmee men projectielen afschiet. De moderne term artillerie duidt in het algemeen geschut aan, waarvan de schootsafstanden en kalibers boven bepaalde grenzen vallen. Met artillerie duidt men ook een legeronderdeel aan dat zich voornamelijk van geschut bedient.
    bruggenhoofd
    Een aan de andere kant van een (natuurlijk)opstakel veroverd stuk land waaruit de aanvaller zijn aanval verder kan voorzetten.
    Divisie
    Bestond meestal uit tussen de een en vier Regimenten en maakte meestal deel uit van een Korps. In theorie bestond een Divisie uit 10.000 - 20.000 man.
    infanterie
    Het voetvolk van een leger (infanterist).
    inundatie
    Het met opzet onder water zetten van land met als doel de opmars van de vijand te verhinderen of te vertragen.
    Khalkin Gol
    Gebied waar in 1938 een door de Russen gewonnen grensoorlog tegen Japan werd gevoerd.
    maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    offensief
    Aanval in kleinere of grote schaal.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Volkscommissaris
    In de Sovjetunie een minister.

    Afbeeldingen

    Kaart van de Russische offensieve operaties op de Karelische Landengte in februari/maart 1940
    Finse soldaten in loopgraven. Uiteindelijk eiste het gebrek aan getrainde manschappen zijn tol en werd Finland op de knieën gedwongen
    Het Rode Leger zette een gigantisch aantal artilleriestukken in om de bunkers van de Mannerheimlinie letterlijk te ontwortelen

    Zwaarbevochten vrede

    Toen zich op 12 februari de ramp aan het Summafront voltrokken had, was de Finse regering nog niet bereid afstand te doen van Hangö en zocht zij nog naar een andere oplossing.

    Geallieerde plannen
    De geallieerden hadden al enige tijd een interventie in Scandinavië overwogen, maar ze waren het niet eens over de manier waarop. De Fransen wilden een tweede front vormen in Scandinavië om de oorlog bij hun eigen grenzen weg te lokken. De Britten en in het bijzonder de minister van Admiraliteit Winston Churchill vonden het belangrijker om de toevoer van Zweeds ijzererts naar Duitsland af te snijden. Daarvoor zou het voldoende zijn om enkele sleutelpunten aan de Noorse kust te bezetten. Het doel van deze bezetting zou het afsnijden van de spoorlijn zijn, die liep van Narvik naar de ertsvelden in Zweden. De spoorlijn van Narvik was de enige route waarlangs troepen naar Finland gezonden konden worden en aangezien de Volkenbond een beroep had gedaan op de leden om Finland te hulp te schieten, zou dit Groot-Brittannië en Frankrijk een mooi excuus gegeven hebben voor hun voorgenomen schending van de Scandinavische neutraliteit. Hulp aan Finland was daarom een ideaal voorwendsel voor een dergelijke operatie.

    Een aantal projecten was bestudeerd toen de Geallieerde Opperste Raad tenslotte op 5 februari een plan goedkeurde. Aanvankelijk zouden twee geallieerde brigades halverwege de maand maart vertrekken, Narvik bezetten en de spoorlijn naar de Botnische Golf af moeten snijden. Bergen en Trondheim zouden eveneens bezet worden. In april zou een veel grotere troepenmacht een tweede front openen tegen de verwachte Duitse tegenzet in het zuiden van Zweden. Deze actie zou ook hulp aan de Finnen omvatten, want de geallieerden zouden het noordelijke deel van het Finse front overnemen. Maar die hulp aan Finland was beslist ondergeschikt aan het hoofddoel van de operatie.

    Op 12 februari kenden de Finnen de opzet van het plan en wisten ze dat de geallieerden een Finse uitnodiging wensten om een excuus te hebben om te beginnen. De details waren de Finnen natuurlijk niet bekend. Vanaf het begin had Carl Mannerheim niet veel vertrouwen in de geallieerde plannen, maar hij heeft dit standpunt nooit openbaar verkondigd. De Finse regering was evenmin onder de indruk van de geallieerde plannen, maar hoopte toch dat Zweden overgehaald kon worden zich in de strijd te mengen of dat de Sovjets hun eisen zouden gaan matigen.

    Op 23 februari werden de gedetailleerde Sovjet-vredesvoorwaarden aan de Zweedse regering meegedeeld. Ze bepaalden een dertigjarige pacht van Hangö en het overdragen van de gehele Karelische landengte en de oevers van het Ladogameer, afgezien van een verdrag van wederzijdse bijstand dat de Finse Golf omvatte. Daar stond tegenover dat de Sovjets de streek van Petsamo zouden ontruimen.

    De Finse regering was aanvankelijk niet onder de indruk om op deze basis aan de onderhandelingen te beginnen. Zij bleef op zoek naar een andere uitweg, maar diezelfde dag liet de Zweedse regering weten dat er geen sprake kon zijn van een interventie van haar kant en dat zij het niet zou toestaan om geallieerde troepen over Zweeds grondgebied door te voeren naar Finland. De volgende dag sprak de Britse ambassadeur met Tanner over enkele bijzonderheden van de geallieerde plannen. Het bleek dat niet meer dan ongeveer 20.000 soldaten naar Finland zouden komen. Tevens zouden deze troepen niet voor 15 april arriveren, terwijl Finland eveneens officieel om hulp moest verzoeken en het ook nog eens moest zorgen dat Noorwegen en Zweden hun grondgebied openstelden voor geallieerde troepen. Ondanks de teleurstellende geallieerde voorstellen bleef de Finse regering aarzelen. Op 26 februari was Tanner weer in Stockholm maar daar kreeg hij te horen dat de Zweedse steun alleen maar 16.000 individuele vrijwilligers zou kunnen omvatten en dat de geallieerden geen toestemming kregen om zich over Zweeds grondgebied naar Finland te verplaatsen. Bovendien deelde de Zweedse regering mee dat als de geallieerden zich met geweld een doortocht door Zweden zouden banen, op vastberaden tegenstand zouden stuiten en dat Zweden dan de Sovjetzijde zou kiezen, tegen Finland. De Zweedse eerste-minister drong aan op aanvaarding van de Sovjet-eisen. In dat geval zou Zweden economische hulp verlenen voor de wederopbouw en overwegen met Finland een bondgenootschap te sluiten ter garantie van de nieuwe grenzen.

    Nu kwam de Finse regering eindelijk tot een besluit. Verdere contacten met de geallieerde vertegenwoordigers wisten de Finnen niet te overtuigen en de hele regering, op twee na, verklaarde zich voor onderhandeling met de Sovjet-Unie op basis van de bestaande Russische voorstellen. Daarbij speelde het een belangrijke rol dat de Sovjet-Unie 1 maart als uiterste datum had gesteld. Deze politiek werd goedgekeurd door het Comité van Buitenlandse Zaken van het Finse Parlement en er werd een nota opgesteld voor de Sovjetregering. De geallieerde regeringen, die hun plannen in duigen zagen vallen, verhoogden hun bod. Ze spraken nu over 50.000 troepen tegen eind maart! Om dit nieuwe aanbod te onderzoeken schortte de Finse regering de voorgenomen aanvaarding van de Russische voorwaarden op en probeerde tijd te winnen door nadere bijzonderheden te vragen.

    De geallieerden drongen er bij Finland op aan met een uitnodiging te komen om tegen 5 maart de geallieerden troepen toe te laten, maar er werd niet bij gezegd wat ze zouden doen als Noorwegen en Zweden bleven volharden in hun weigering om doortocht te verlenen. Dit was natuurlijk onvermijdelijk want de geallieerde regeringen wisten dit zelf niet maar ze gingen er van uit dat de Noren en de Zweden zich niet zouden verzetten tegen een geallieerde interventie. Die vaagheid van de geallieerde plannen baarde de Finnen zorgen. Ze vroegen zich af waarom het aanbod van hulp ineens zoveel ruimer geworden was.

    Tenslotte doorzag de Finse regering het geallieerde aanbod. Op 5 maart vond er een beslissing plaats en toen gebeurden er de volgende dingen. Ten eerste gingen de geallieerden akkoord dat een uiterste datum voor hun uitnodiging werd verschoven tot 12 maart. Ten tweede liet de Sovjet-Unie weten dat de Finnen nog steeds vrede konden sluiten op dezelfde voorwaarden, ook al was de deadline van 1 maart gepasseerd. Daardoor keerde de Finse regering terug tot haar besluit om op die basis te onderhandelen.

    Het vredesverdrag van Moskou
    Op 6 maart vertrok een Finse delegatie onder leiding van Risto Ryti, de eerste-minister, naar Moskou. Hun voorstel, onmiddellijk een wapenstilstand te sluiten werd verworpen. De besprekingen begonnen op 8 maart en de Sovjetdelegatie, voorgezeten door V.M. Molotov, wilde geen wijzigingen in de voorwaarden overwegen. Ze kwam zelfs met twee geheel nieuwe eisen op tafel. De Sovjet-Unie eiste gebiedsafstand in de Salla-regio en een aftakking van de Moermansk-spoorlijn naar Kimijärvi en daar vandaan naar de Botnische Golf.

    De regering in Helsinki was woedend over deze scherpe politiek van de Sovjets, maar op 9 maart werd er een rapport ontvangen over de militaire situatie en daar stond in dat een ineenstorting van de Finse verdediging in de nabije toekomst verwacht kon worden. Op die grond dwong Mannerheim sterk aan op vrede en de regering verzocht haar afgevaardigden de Sovjetvoorwaarden te aanvaarden. Op 11 maart ondernamen de geallieerden een laatste poging om te voorkomen dat Finland vrede zou sluiten. Ze boden de Finse regering aan te hulp te komen, maar de Finnen hielden zich aan hun besluit om aan de eisen van de Sovjet-Unie toe te geven. Op 12 maart stuurde de Finse regering de afvaardiging een officiële volmacht om de vredesvoorwaarden te ondertekenen. Op het allerlaatste moment kwam de Britse ambassadeur melden dat de geallieerden de Noorse en Zweedse oppositie wel zouden weten over te halen, maar hij kwam te laat. Het verdrag werd die avond in Moskou getekend en de vijandelijkheden eindigden op 13 maart om 11.00 uur.

    Volgens het in Moskou gesloten verdrag moest Finland grondgebied afstaan in het zuidoosten tot aan de grens die door Peter de Grote in 1721 was vastgesteld. Daarnaast moest het afstand doen van een gebied met strategisch gelegen heuvels in de Salla-Kusamostreek en van zijn helft van het Ribachi-Schiereiland. Finland moest Hangö en omgeving voor de duur van dertig jaar aan de Sovjet-Unie verpachten, die er een militaire basis van zou maken. Bovendien moest de Kemijärvi-spoorlijn aangelegd worden. De Sovjet-Unie liet het door de Finnen voorgestelde pact van wederzijdse bijstand vallen en ontruimde het Petsamogebied.

    De Sovjet-onderhandelaars motiveerden de voorwaarden met militaire argumenten. Ten eerste zou de basis te Hangö het mogelijk maken de Finse Golf voor vijandelijke schepen af te sluiten. Ten tweede vormde de nieuwe grens een basis voor de verdediging van Leningrad in de diepte en tenslotte verzekerde het bezit van de Sallaheuvels een bescherming van de Moermansk-spoorlijn. De afstand van het Ribachi-Schiereiland verschafte een waardevolle voorpost voor de verdediging van Moermansk. Het verdrag bood minder waarborgen dan de Terijoki-regering geboden zou hebben, maar het dekte de minimumeisen van veiligheid, zoals de Sovjetregering die zag.

    Stalin had altijd de voorkeur gegeven aan een minimale oplossing. Hij wilde buiten de Europese oorlog blijven, maar er aan de andere kant wel van profiteren, als hij er de kans voor kreeg. In zijn ogen was het opdringen van de Terijoki-regering een tweede keus geweest. Bovendien was de Winteroorlog geheel uit de hand gelopen. De aanval tegen Finland zou aanvankelijk slechts een militaire operatie van bijkomend belang zijn, maar de oorlog was ontaard in een regelrechte veldtocht. De Sovjet-Unie had 1.200.000 manschappen ingezet, 1.500 tanks en meer dan 3.000 gevechtsvliegtuigen en dit was een onaanvaardbaar groot gedeelte van de militaire kracht van de Sovjet-Unie op zo’n kritiek moment. De oorlog in het westen stond op het punt te beginnen en Stalin wilde zijn strijdkrachten vrij houden om kansen te grijpen die hem geboden werden of de gevaren te keren, die zich voordeden.

    Op die basis is het aanbod van 29 januari om de Terijoki-regering te laten vallen begrijpelijk. Het is wel opvallend dat de daarna volgende militaire successen de Sovjets niet in de verleiding brachten, de meer ambitieuze politiek weer te hervatten, maar de voornaamste factor vormde hierbij ongetwijfeld het groeiende gevaar van geallieerde militaire interventie. Stalin wenste geen oorlog met Frankrijk en Groot-Brittannië, als hij zonder die oorlog kon krijgen wat hij verlangde en dus bleef het aanbod om te onderhandelen open ondanks de groeiende militaire successen en de Finse aarzeling om er op in te gaan.

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    neutraliteit
    Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    tweede front
    Tijdens WO II de naam voor het front dat de Amerikanen en de Engelsen in het Westen zouden openen om het (eerste) Russische front te verlichten.
    Volkenbond
    Internationale volkerenorganisatie voor samenwerking en veiligheid (1920-1941). De bond was gevestigd in Genève, in het altijd neutrale Zwitserland. In de dertiger jaren kon zij weinig uitrichten tegen het agressieve optreden van Japan (Mantsjoerije), Italië (Abessinië) en Hitler. De Volkenbond was in feite de voorganger van de Verenigde Naties.

    Afbeeldingen

    Kaart van de gebiedsafstand die de Finnen werd opgelegd in het verdrag van Moskou. Ter verduidelijking: de met rood gemarkeerde gebieden werden opgenomen in de Sovjetunie

    Gevolgen

    De kosten voor de Sovjet-Unie waren niet gering. Volgens vrij recent vrijgegeven cijfers bedroegen de verliezen in totaal 391.693 slachtoffers, waarvan 126.785 gesneuveld of vermist en 264.908 gewonden. Afgezien van de manschappen waren er eveneens zware verliezen aan tanks en gevechtsvliegtuigen en bovenal een niet te schatten verlies aan prestige voor het Rode Leger. Bovendien bleek de winst van het vredesverdrag grotendeels denkbeeldig te zijn. Afgezien van het feit dat het duidelijk was dat Finland in de toekomst, als de Sovjet-Unie ooit in moeilijkheden mocht komen, zou proberen om revanche te nemen, stonden daar weinig of geen voordelen tegenover. Noch de basis te Hangö, noch de nieuwe grenslijn bleek veel waarde te hebben toen de Duitsers in juni 1941 de Sovjet-Unie binnenvielen.

    De Sovjet-Unie boekte afgezien van de terreinwinst nog een andere belangrijke overwinning. Die was gelegen in de militaire ervaring die het Rode Leger had opgedaan. De Opperste Militaire Sovjet gebruikte drie dagen (van 14 tot 17 april 1940) om de geleerde lessen van de Winteroorlog te analyseren. Als gevolg hiervan voerde de nieuwe Volkscommissaris van Defensie en tot maarschalk gepromoveerde Semyon K. Timoshenko de noodzakelijke reorganisaties door, vastgelegd in Order nr. 120, die op 16 mei werd uitgegeven. Hierin werd de nadruk gelegd op de noodzaak van een beweeglijke infanterietactiek, een betere samenwerking tussen de verschillende wapens, een degelijke voorbereiding op oorlogvoering in de winter en bovenal een intensieve en aan de praktijk aangepaste training. Hoewel in juni 1941 niet duidelijk merkbaar, was het Rode Leger een doeltreffendere strijdmacht geworden, wat in de vrieskou in december duidelijk aan het licht zou komen tijdens de tegenaanval waarbij de Wehrmacht werd verdreven voor de poorten van Moskou.

    Van het Finse standpunt bekeken zag de situatie er somber uit. Militair gezien was de nieuwe situatie een regelrechte ramp. De nieuwe grens, die dicht langs uiterst belangrijke industriegebieden en bevolkingscentra liep, was langer en veel moeilijker te verdedigen dan de oude. Het was niet langer mogelijk tijd te winnen voor een mobilisatie door terrein prijs te geven in de grensgebieden. In de toekomst zou het Finse leger direct aan de grens moeten staan en strijden. De Finnen hadden in totaal 66.406 slachtoffers te betreuren, waarvan 19.576 doden, 3.273 vermisten en 43.557 gewonden, terwijl de hele strijdmacht nooit sterker was geweest dan 200.000 manschappen.

    Het hele leger zou opnieuw moeten worden uitgerust, natuurlijk met moderner materieel. Het Finse opperbevel wist dit te verwezenlijken. In juni 1941 had Finland een leger van 16 divisies, veel beter uitgerust dan in 1939. Bovendien was dit leger in staat verbazingwekkende staaltjes te leveren van aanvals- en verdedigingstechniek tijdens de Vervolgoorlog.

    Politieke gevolgen
    De politieke gevolgen waren niet zo gemakkelijk te overwinnen, want Finland was in een politiek isolement geraakt en vanuit Moskou werd er voortdurend diplomatieke druk op Helsinki uitgeoefend. De bittere ervaring die Finland met de agressie had opgedaan, had het Finse volk en de Finse regering overtuigd van de onbetrouwbaarheid en boosaardigheid van de Sovjet-Unie en dus zochten zij politieke steun waar ze die maar konden krijgen. Hieruit ontstond hun rampzalige Waffenbruderschaft (wapenbroederschap) met nazi-Duitsland en een hervatting van de vijandelijkheden in juni 1941.

    De Winteroorlog was één van de vele trieste hoofdstukken in de lange, bewogen geschiedenis van de betrekkingen tussen Finland en Rusland, later de Sovjet-Unie. Maar het was ook een misvatting in de algehele geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Afgezien van het feit dat Finland zich erdoor liet verleiden in juni 1941 een aanval op de Sovjet-Unie te ondernemen, droeg de Winteroorlog in belangrijke mate bij tot de illusie, dat het Rode Leger een tweederangs militaire macht was.

    Maar aan de andere kant scheelde het niet veel of deze oorlog had nog veel grotere gevolgen gehad. Als Finland het geallieerde aanbod aanvaard had, Britse en Franse troepen de Scandinavische neutraliteit geschonden hadden en deelgenomen hadden in de strijd tegen het Rode Leger, wie kan zeggen welke invloed dit dan gehad zou hebben op het verdere verloop van de Tweede Wereldoorlog? Gezien het optreden van de geallieerde troepen in Noorwegen, zou een ramp nauwelijks te voorkomen zijn geweest, terwijl de geallieerden bovendien misschien in oorlog geraakt zouden zijn met de Sovjet-Unie. De geallieerden mogen Finland daarom dankbaar zijn, dat het hen van dwaasheden heeft weerhouden.

    Het mislukken van de geallieerde plannen was niet zonder gevolgen. De geallieerde leiders, voor wie de hulp aan Finland op het tweede plan gekomen zou zijn, beschouwden het mislukken van hun plan om in Scandinavië een tweede front te vormen, als een nederlaag. Dat gevoel was het sterkst in Frankrijk en het leidde daar tot de val van de regering Daladier. De voornaamste punten van het geallieerde plan werden daarna opgenomen in een nieuw plan. Het vervoer van ijzererts naar Duitsland zou verstoord worden door het leggen van mijnen in de Noorse territoriale wateren en van de verwachte Duitse reactie zou gebruik gemaakt worden om troepen in Noorwegen aan land te zetten. En zo vormde de Winteroorlog indirect het begin van een nieuwe fase in de strijd in het westen: Operatie Weserübung.

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    maarschalk
    Hoogste militaire rang, legeraanvoerder.
    mobilisatie
    Een leger in staat van oorlog brengen, dus eigenlijk de overgang van vredestoestand naar oorlogstoestand. Het Nederlandse leger werd gemobiliseerd op 29 augustus 1939.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    neutraliteit
    Onpartijdigheid, onzijdigheid, tussen de partijen instaand, geen partij kiezen.
    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.
    Sovjet-Unie
    Sovjet Rusland, andere naam voor de USSR.
    tweede front
    Tijdens WO II de naam voor het front dat de Amerikanen en de Engelsen in het Westen zouden openen om het (eerste) Russische front te verlichten.
    Volkscommissaris
    In de Sovjetunie een minister.

    Afbeeldingen

    De nieuwe Volkscommissaris van Defensie S.K. Timoshenko (links) voerde drastische hervormingen in bij het Rode Leger ten gevolge van het debacle in de Winteroorlog. Op de voorgrond de nieuwe chef van de Generale Staf generaal Zhukov

    Bronnen

    - Boons R., De Winteroorlog: Stalins leger valt Finland aan, Aboutworldwar2
    - Churchill Sir W., De Tweede Wereldoorlog deel II, Amsterdam: Elsevier, 1979
    - Condon R.W., De Winteroorlog, Antwerpen: Standaard, 1975
    - Dyke C. van, The Soviet Invasion of Finland 1939-1940, Londen: Frank Cass, 1997
    - Glantz D.M., Stumbling Colossus: The Red Army on the Eve of World War, Kansas: Lawrence, 1998
    - Griess T.E., The Second World War: Europe and the Mediterranean, New York: West Point Department of Military History, 2002
    - Korhonen S., The Battles of Winterwar
    - Krivosheev G.F., Soviet Casualties and Combat Losses in the Twentieth Century, Moskou: Voenizdat, 1997
    - Meretskov K.A., Na Zluzhbe Narodu: Stranitsy Vospominanii, Moskou: Voenizdat, 1968
    - Trotter W., Frozen Hell: The Russo-Finnish Winter War of 1939-40, Chapel Hill: Alonquin Books, 1991
    - Upton A.F., Finland 1939-1940, Londen: Davis-Poynter, 1974
    - Yrjölä M., Finland in World War II

    Gerelateerde bezienswaardigheden

    Schrijf je snel in!

    Inschrijven