TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Ervaringen van een marineman

    Inleiding

    Vanaf 2016 kwamen feiten naar voren over de schending van de oorlogsgraven in de Javazee. De daar aanwezige resten van de schepen en de bemanningsleden die in de slag in de Javazee in 1942 ten onder gingen zijn, tegen de goede gewoonte om een zeemansgraf niet te schenden in, op illegale wijze verdwenen. Daardoor is onderzoek nu en in de toekomst naar de precieze feiten van toen niet meer mogelijk.

    Het is daarom erg belangrijk om te kunnen beschikken over ooggetuigenverslagen van mensen die de gebeurtenissen persoonlijk hebben meegemaakt. Van een van hen, Huibrecht (Huib) Mooij, is het hierna volgende verslag van de slag in de Javazee en zijn daarop volgende ervaringen. Wij ontvingen deze tekst in 2021 van zijn kleinzoon Tristan Mooij.


    Huibrecht (Huib) Mooij mogelijk in de jaren tussen 1972 en 1974. Bron: Tristan Mooij

    Huibrecht Mooij, roepnaam Huib, leefde van 1920 tot 1997 en was getrouwd met Margaretha Hubertina van Kempen geboren in Vlaardingen die hij ontmoette in een militair ziekenhuis in Soerabaja na de torpedering van de torpedobootjager Hr. Ms. Kortenaer. Zij kregen drie kinderen: Eric, Felix en Leon Mooij. Hij heeft bij de marine gewerkt tot zijn pensioen, wat toen 50 jaar was en daarna bij Radio Holland. [1]


    Huibrecht (Huib) Mooij bij (waarschijnlijk) zijn afscheid van de marine in 1970. Bron: Tristan Mooij.

    Huibrecht Mooij schreef het hieronder overgenomen artikel met de titel: De Ondergang van Hr. Ms. Colombia 21, Februari 1943.

    De Javazee

    Het verslag in "Oplinie" Nr, 2 over de slag in de Java Zee heeft nogal wat reacties opgeleverd van overledenen (bedoeld is: overlevenden) en van familie die dierbaren hebben verloren. Er waren vragen bij als " Weet U of mijn man gewond was" of hoe iemand gewond was. Vragen die je niet kan beantwoorden. Wat verwonderlijk was dat men naar de Colombia informeerde en wanneer daar een verslag van kwam. Ik heb gezegd dat ik dat in 1993 zou doen ā maar dat vond men veel te laat waarschijnlijk, misschien om de leeftijd van henzelf en van de opsteller. Onder voorbehoud dat ik afhankelijk ben van de redactie van "Oplinie", of zij het willen plaatsen ben ik dus maar aan het verslag begonnen.


    De Torpedojager Kortenaer voor 1942. Bron: Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen

    Zoals bekend kwamen de overlevenden van de Java Zee en velen van diegenen die aan de wal waren geplaatst, in Tjilatjap aan. De bemanning van de Kortenaer kende Tjilatjap want we hadden daar aan de grond gezeten en toen we weer loskwamen waren we te laat om deel te nernen aan de Slag bij Bali. We sloegen een straat daarvoor in naar Soerabaja en ontmoette de Tromp waar wij een bericht van hadden ontvangen dat zij was getroffen. We hoorden later dat een projectiel door de radiohut was gegaan en dat de sergeant telegrafist daarbij om het leven gekomen was.


    MS Kota Baroe. Bron: Wikimedia (CC BY-SA 4.0)

    In Tjilatjap kon je kiezen welke van de aanwezige koopvaardij schepen je zou nemen om te vluchten. Er was totaal geen leiding. Ik koos de Kota Baroe en dat was een gelukkige keus daar er bij de bemanning stadgenoten waren en zelfs de gezagvoerder was een Vlaardinger. Zij zorgden ervoor dat ik in de hut bij de derde machinist kon slapen en verder deelde ik met alles met de bemanning mee. De vele vluchtelingen moesten aan dek slapen. We gingen naar Ceylon en kwamen veilig in Colombo aan . Men wilde ons daar op een KPM'er ( Koninklijke Paketvaart Maatschappij), ik meen dat het de "Op ten Noord" was, onderbrengen. We kregen een plaats in het ruim hetgeen en block werd geweigerd daar er voldoende hutaccommodatie was om ons onder tebrengen. Zelfs de Admiraal moest eraan te pas komen en uiteindelijk kregen we allemaal hutten toegewezen. Het was een psychologische zet om ons zo gauw mogelijk overteplaatsen daar we nogal opstandig waren .

    Hr. Ms. Colombia

    Mijn plaatsing werd Hr. Ms. Colombia. De Colombia had als thuishaven Dundee in Schotland en was een als Onderzeeboot moederschip omgebouwd. Zij had torpedo's en victualiŽn aan boord, deze waren bestemd voor de patrouillerende onderzeeboten. Zij was onderweg naar Ned-IndiŽ met de in Engeland opgeleide Prinses Irene brigade. De koopvaardij bemanning was gemilitariseerd en we hadden een heel goede Commandant, Kolonel Hoeke.[2]


    De MS Colombia in de haven van Funchal op Madeira in 1934. Bron: Wikmedia (CC0 1.0)

    De oorlog was inmiddels ver weg voor ons gevoel. Het was een goed schip met hut accommodatie en als je geen wacht had kon je 's middags in Mount Lavinia gaan zwemmen. Dat lag aan zee en er was een restaurant waar je wat kon gebruiken. Inmiddels hadden we weer een uniform gekregon. We kregen de vaaropdracht om naar Bombay in Brits-IndiŽ te vertrekken . We gingen daar in dok en het was erg warm. We hadden geluk dat we een Engelse Commissaris van politie ontmoette die ons aanbood om bij hem de nachten door te brengen. Zijn vrouw had nog een grote zolder waar vier bedden stonden dus we vroegen toestemming om met vier telegrafisten daar te mogen bivakkeren. De radiowacht ging gewoon door waardoor we bemerkten dat de oorlog nog lang niet voorbij was. Op ťťn achtermiddag ontvingen we van 24 schepen bericht dat zij aangevallen werden . Het was ver van ons vandaan. Zij riepen op met driemaal AAA hetgeen voor aircraft stond dus werden zij door vliegtuigen aangevallen, of met driemaal RRR hetgeen wilde zeggen dat zij door raiders werden aangevallen, dat waren gewapende vijandelijke koopvaardijschepen of zij riepen met driemaal SSS hetgeen wilde zeggen dat zij door submarines werden aangevallen . De oorlog kwam steeds dichterbij en we hoorden. dat Trincomalee was gebombardeerd door Japanse bommenwerpers. Na de dokperiode kregen we opdracht naar Mombassa aan de Oostkust van Afrika over te steken en we kwamen, al zigzaggend, in Kalandini aan. Onze overgebleven onderzeeboten patrouilleerden in de Golf van Bengalen en de Arabische Zee. Veel waren er niet meer over.

    De O 16 was op 15 December 1941 op een mijn gelopen ten Noorden van het eiland Trioman in de buurt van Singapore. De O 20 was door Japanse torpedobootjagers tot zinken gebracht. De O 22 was in November 1940, na een patrouille bij de Noorse kust, niet meer op haar basis teruggekeerd en de K7 had op 18 Februari te Soerabaja, in het bassin, een voltreffer gehad. De K 16 was vermoedelijk door Japanse dieptebommen vernietig(d) nadat zij op 24 December 1941, nabij Kuching een grote Japanse jager tot zinken had gebracht. De K17 werd op 16 December voor het laatst gezien in de omgeving van Singapore nabij het eiland Tingga. Daarna werd er niets meer van haar vernomen. Andere onderzeeboten, die niet weer instaat waren te varen, werden door eigen bemanningen tot zinken gebracht. Om weer tot de Colombia terug te komen, de verbindingsdienst had het druk daar zij aangewezen was als relay schip voor berichten die voor de Engelse vloot bestemd waren. Er was geen radio stilte.

    Over Mombassa valt niet veel te vertellen. De hoofdstad Dar es Salaam konden we niet bezoeken, de afstanden waren te groot. De bevolking bestond uit Bantoen negers die van de landbouw leefden. Bij het Victoriameer leefden de Wahoema's die van de veeteelt leefden. Het was een Brits trustgebied en belangrijk voor de geallieerden daar het land koffie, rubber, kopra, thee en sizal leverde. Tevens tabak rijst en grondnoten.

    We kregen wederom opdracht om naar East-London in Zuid-Afrika te vertrekken waar we in Augustus 1942 aankwamen. We lagen daar aan de kade en de onderzeeboten kwamen af en toe langszij om victualiŽn en water te laden. Vanwege de oorlog en de uitvoer stil lag konden we voor zeer weinig geld volop fruit kopen. De bemanning had inmiddels veel contacten aan de wal en er waren er zelfs bij die in het huwelijk traden met toestemming van de Commandant. Om een indruk te geven hoe de sfeer aan boord was bleek met het Kerstdiner toen de Officieren de Onder-Officieren en de manschappen bedienden . Het bleek een oude traditie te zijn maar ik heb het nooit meer meegemaakt. Zelf had ik geluk gehad door een lift aangeboden te krijgen van een echtpaar toen ik in het ziekenhuis op bezoek was geweest waar een collega lag. Zij inviteerden mij om mee te gaan theedrinken. We gingen naar het Beach-Hotel waar zij de eigenaars van bleken te zijn . Zij hadden pas hun zoon verloren die piloot was bij de RAF. Ik mocht gebruik maken van zijn kamer wanneer ik vrij was en werd goed verwend. 27 Februari 1943 kregen we opdracht naar Kaapstad te vertrekken. Nu gingen er geruchten dat men over radio Zeeser uit Duitsland te horen had gekregen dat, als de Colombia zou vertrekken, zij, de Duitsers, haar zouden torpederen. Nu gingen er in die tijd veel geruchten.

    In de nacht van 26 op 27 Februarž had ik de wacht gehad en lag te slapen in mijn hut. Om ongeveer elf uur werd ik gewekt. Ik ging naar de badkamer om te scheren en een bad te nemen. Toen ik mij uitgekleed had en ingezeept om te scheren voelde ik een doffe bons. De verlichting viel uit en het schip begon op een vreemde manier te hellen. Hier moest ik vandaan. In een donker benedenschip is het moeilijk de weg te vinden. Ik kroop door gangen met boven mij springende leidingen waar vloeistof uitkwam. Naar voor mijn gevoel eindeloos kruipen zag ik licht en kwam bij een trap. Deze was spek glad daar, na later bleek, iemand met een pan soep van die trap was gevallen. In adamskostuum kwam ik uiteindelijk aan dek. Ik had een wond aan mijn achterste die nogal bloedde. Enige leden van de bemanning waren bezig een sloep te strijken. Zij zeiden dat ik in de sloep moest wat ik weigerde want dat was mijn sloep niet. Zonder plichtplegingen werd ik beetgepakt en in de sloep gegooid en opgevangen door die er al inzaten. Ik moest op de knie van de geschutmaker zitten want door de wond kon ik niet gewoon zitten. We werden later door een Zuid-Afrikaans korvet opgepikt. Er was ook nog een Venturer bommenwerper[3] in de buurt. Later mocht ik daar een anti-onderzeeboot patrouille mee meemaken. We werden naar East-London gebracht waar het bericht van de torpedering al gauw bekend was en de kade vol mensen stond. Velen hadden afscheid genomen en waren dolblij hun kennissen weer te kunnen begroeten,.

    Na de oorlog las ik dat Hr. Ms. Colombia door de Duitse onderzeeboot U 516 was getorpedeerd. Deze stond onder commando van de Kapitein luitenant ter Zee Wiebe. In de log van Wiebe stond dat, op 26 Februari de U 516 zich 's avonds voor East-London bevond in de omgeving waarvan zij patrouilleerde. De volgende ochtend om 10 uur zag Wiebe de Colombia, vergezeld van het korvet! "Genista" op Zuidelijke koers naderen. Hij besloot het schip aan te vallen en vuurde om 11,58 van 1500 m afstand, een verspreide salvo van drie torpedo's af op Hr. Ms. Golombia. …ťn ervan was een treffer midscheeps die het lot van Hr.Ms. Colombia bezegelde.


    De Duitse U 516 bracht Hr. Ms. Colombia tot zinken. Bron: Uboat.net

    Kapitein luitenant ter Zee Wiebe. Bron: Uboat.net

    lk werd meegenomen naar het Beach-Hotel nadat er voor een regenjas was gezorgd vanwege mijn naaktheid. De wond werd verzorgd en ik kon een bad nemen. We kregen een voorschot en een uitrusting van het Zuid-Afrikaanse leger, het zogenaamde bush-shirt en korte khakibroek met knoopjes die, als je ze losknoopte, er een lange broek van maakte bij koud weer. Enkele dagen na het torpederen zakte ik in elkaar en werd met spoed naar het ziekenhuis gebracht waar ik geopereerd werd. Intussen vertrok de bemanning met de Queen Mary naar Engeland. Ik kreeg bezoek van een consulair ambtenaar de Hr. Goudswaard, dezelfde achternaam als mijn Moeder had, die vroeg wanneer ik dacht te kunnen vertrekken naar Engeland. Toen de chirurg van het bezoek hoorde werd hij boos en zei: "U zal eerst weer leren lopen en daarna krijgt U van mij een maand verlof." Dr. Smeith hield woord en ik verbleef nog een maand met verlof in het Beach-Hotel. Ik had het goed in het FrŤre hospital want alle kennissen van de bemanning brachten fruit en bloemen en ik kon de hele zaal ervan voorzien. 26 Maart '45 kreeg ik bericht van de consul uit Kaapstad dat ik mij moest melden voor overtocht naar Engeland. Bij mijn aankomst vertelde hij mij dat hij een treinkaartje had waarmee ik naar een plaats bezuiden Kaapstad moest, melden bij het Zuid-Afrikaanse legeronderdeel dat daar ergens in een soort woestijn gebied lag. Ik vroeg of hij belazerd was om iemand die tweemaal getorpedeerd was en pas geopereerd naar die zandhazen te sturen. Ik wil een behoorlijk onderkomen voor zolang ik op transport moet wachten. Heb ik niet zei de consul. Dan zal ik er zelf voor zorgen. Liep het consulaat uit en bestelde een kamer in het Grand Hotel en liet de rekening naar de consul sturen. Heb er niets meer van gehoord.

    Toen het mij te lang duurde ben ik weer naar het consulaat gegaan en vroeg permissie weer naar East-London terug te mogen. Volgens de consul kon dat niet omdat movement control alle militairen tegen hield die de stad wilde verlaten. Ik heb toen al mijn charmes gebruikt om een kaartje te bemachtigen bij de lokettiste van het station en kreeg een kaartje los wat bestemd was boor een dominee uit de tijd van Paul KrŁger die pas had laten weten dat hij verhinderd was. Ik kreeg een eenpersoons coupť en werd door de steward aangesproken als kapitein. Hij kwam mij 's morgens wekken met warm water om te scheren en vertelde mij wanneer de maaltijden waren. Aangekomen in East-London liet ik de consul weten dat ik in East-London zat. Ik kreeg bericht van hem dat ik mij weer moest melden wanneer hij een schip had.

    Kortom 21 Juni meldde ik mij weer bij de consul die niet kon begrijpen hoe ik weggekomen was en 26 Juni '43 vertrok ik met de Mauretaniaā een zusterschip van de Queen Mary, naar Engeland. Ik zou in een ruim moeten slapen en weigerde dat. De eerste stuurman kwam mij opzoeken daar ik in de eerste klas was gaan zitten. Toen hij vroeg waarom ik niet naar beneden ging, begreep hij de situatie volkomen en kreeg ik een hut aangewezen met een piloot van de Royal Airforce. 12 Augustus kwamen we in Southampton aan.

    MTB 231

    Toen, naar me was verteld, melden in Londen op het hoofdkwartier op North Row. Toen ik het gebouw binnenstapte, stapte ik in de lift en toen de deur open ging stond alles in de houding. Dit behoefde voor mij nu ook weer niet. 't Bleek echter dat ik de lift had genomen die alleen voor de Admiraal was bestemd dus kreeg ik er van langs. Toen melden bij de personeels Officier die zei je hebt een rustplaatsing verdiend. Je kunt kiezen tussen Harwhich of Dover. Ďt Eerste was de mijnendienst en daar bedankte ik voor. Ik vroeg wat Dover voor een plaatsing was Dat merk je wel als je er komt. Ik werd in het Bangor ondergebracht tot ik weer kleding had. Mijn commandant van de Kortenaer kwam mij welkom heten en bedanken dat ik zijn vlot had gesleeptā al zwemmend naar de Encounter, ook kolonel Hoeke die later aan een hartinfarct overleed.

    Toen moest ik mij melden bij de Officier die bepaalde wat voor torpederings geld je kreeg. De geautoriseerde lijst lag voor hem, van al mijn bezittingen die verloren waren gegaan. Driekwart werd geschrapt als zijnde in zijn ogen niet noodzakelijk en luxe zoals een ring, een fototoestel enz. Een ring kon je niet verliezen ook niet als je zo ruim zeven uur in Ďt water lag. Het uiteindelijk resultaat was dat ik in Hollands geld berekend ongeveer tachtig gulden kreeg voor twee torpederingen. Op 31 Augustus 1945 meldde ik mij in Dover genoemd Hell Fire Corner.


    Larive als luitenant ter zee der tweede klasse. Bron: Ministerie van Defensie. (CC BY-SA 1.0)

    De Commandant was de Ltz.1 Larive. Ik werd bij de Ltz.2 van Eeghen op de MTB 231 geplaatst en we lagen de volgende dag reeds voor Calais te wachten op Duitse schepen. Dat was mijn rustplaatsing. Drie maanden daarna kregen we met zijn drieŽn opdracht om teveel salaris wat we in IndiŽ hadden gehad, terug te betalen . Dit was bijna een jaar tractement. Toen onze commandant naar Londen ging om te vertellen dat het onmogelijk kon dat we teveel hadden gehadā kreeg hij als antwoord: "Als wij zeggen dat het zo is dan is het zo." We moesten betalen en het werd met vijf pond per maand ingehouden. Na deelname aan de invasie in NormandiŽ werd de MTB 232 (Hier wordt waarschijnlijk de MTB 231 bedoeld) teruggegeven aan de Engelse Marine.

    Noten

    1. Twee zonen van Huib vertelden nog het volgende:
      Leon Mooij schreef: Even terug in de geschiedenis "de Slag in de Javazee", 27 februari 1942, waar 2300 marinemensen zijn omgekomen. Onze vader voer op de Hr. Ms. Kortenaer die was getorpedeerd en overleefde het, hij werd naar een militair ziekenhuis in Soerabaja gebracht waar onze moeder als verpleegkundige werkte. Ze zijn getrouwd in Jogjakarta, beiden op het eiland Java en zo is het gekomen dat wij bestaan.
      Felix Mooi schreef: Hij is 21 jaar oud als hij, als opvarende van de torpedobootjager Hr. Ms. Kortenaer, drenkeling wordt nadat deze boot door de Japanse Marine tot zinken is gebracht door een torpedo van de Japanse kruiser ĎHaguroí. Van de 151 bemanningsleden komen er ongeveer 40 direct om. Op zijn terugkeer naar Nederland wordt zijn schip de Hr. Ms. Colombia, op dezelfde dag 27 februari, precies 1 jaar later in 1943, voor de Zuid-Afrikaanse kust getorpedeerd door een Duitse onderzeeboot, de ĎU516í. Omdat hij olie binnengekregen heeft (in de Javazee?) moet er een stuk darm verwijderd worden en verblijft hij langere tijd in East London.
    2. Op deze site: Onderzeebootmoederschip Hr. Ms. Colombia, schrijft Peter Kimenai: Commandant Hoeke gaf het bevel "schip verlaten" en sprong als laatste bemanningslid overboord toen de brug gelijk stond met het wateroppervlak. De bemanning was intussen op een zeer gedisciplineerde wijze in de sloepen gegaan. Een minuut later stond het schip verticaal, het achterschip hoog in de lucht, roer en schroeven staken 25 meter boven het water uit. Om 11:55 uur verdween Hr. Ms. Colombia onder de zeespiegel. De M 73 en de M 74 verdwenen met de Colombia naar de zeebodem voor de Zuid-Afrikaanse kust.
    3. Mogelijk is hier bedoeld: een Ventura bommenwerper.

    Definitielijst

    brigade
    Bestond meestal uit twee of meer Regimenten. Kon onafhankelijk of als een deel van een Divisie dienen. Soms waren ze deel van een Korps in plaats van een Divisie. In theorie bestond een Brigade uit 5.000 - 7.000 man.
    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, ItaliŽ en Japan gedurende WO 2.
    invasie
    Gewapende inval.
    torpedo
    Oorlogswapen, met van een explosieve lading voorzien sigaarvormig lichaam met een voortstuwings- en besturingsmechanisme, bestemd om na lancering via het water zijn weg te zoeken naar vijandelijke schepen en deze door een onderwaterexplosie uit te schakelen.
    torpedobootjager
    (Engels=destroyer) Zeer lichtgebouwd, snel en wendbaar oorlogsschip, bestemd om door verrassingsaanvallen grote vijandelijke schepen met de torpedo tot zinken te brengen.

    Informatie

    Geplaatst door:
    Leo G. Lensen
    Geplaatst op:
    25-07-2021
    Laatst gewijzigd:
    13-08-2021
    Feedback?
    Stuur het in!

    Bronnen

    Tristan Mooij, die wij danken voor de toestemming om deze tekst te plaatsen.

    Onderscheidingen