TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

Inleiding

    De standaard Type C2 vrachtschepen, werden in de jaren 1937-1938 ontworpen voor de United States Maritime Commission (MARCOM). Het was het tweede standaard type vrachtschepen dat werd geconstrueerd. Van het standaard Type C2 werden 20 schepen gebouwd. Naast het standaard Type C2, werden nog een aantal typen afgeleid van dit standaard ontwerp, waarvan totaal 308 schepen werden geproduceerd. De meeste schepen werden ondergebracht bij civiele reders en werden tijdens de Tweede Wereldoorlog 'gevorderd' om ten behoeve van oorlogstransporten te varen. Een aantal schepen van dit type kwam in dienst van de U.S. Navy.


    USS Alhena (AK-26), een Type C2-S Bron: U.S. Navy photo 80-G-18024

    Type C2 subgroepen

     C2 Cargo
    Standaard bouw voor goederentransport, 140 meter, 6.100 BRT
    20
     C2-F
    Algemene transportschepen volgens specificaties scheepswerf, 140 meter, 6.440 BRT
    7
     C2-G
    Koelschepen voor Grace Lines, 146 meter, 8.379 BRT
    2
     C2-N
    Munitieschepen, 140 meter, 6.350 BRT
    3
     C2-S
    Algemene transportschepen voor vervoer naar Zuid-Afrika, 146 meter, 7.101 BRT
    6
     C2-S-A1
    Algemene transportschepen voor export, 128 meter, 6.555 BRT
    4
     C2-S-AJ1
    Marinetransportschepen, 140 meter, 8.335 BRT
    64
     C2-S-AJ2
    Marinetransportschepen met koelfaciliteiten, 140 meter, 8.290 BRT
    5
     C2-S-AJ3
    Marinetransportschepen Tolland-klasse, 140 meter, 8.160 BRT
    32
     C2-S1-AJ4
    AJ1 gemodificeerd voor Grace Lines, 8.328 BRT
    6
     C2-S-AJ5
    AJ1 gemodificeerd voor de United States Lines, 8.295 BRT
    10
     C2-S-B1
    Algemene transportschepen met passagiersaccommodatie, 140 meter, 6.178 BRT
    115
     C2-S-B1-R
    Koelschepen met passagiersacoommodatie, 140 meter, 7.989 BRT
    6
     C2-S-E1
    Algemene transportschepen afwijkende constructie, 143 meter, 6.190 BRT
    30
     C2-S1-A1
    Bauxietschepen met passagiersaccommodatie, 7.486 BRT
    3
     C2-S1-DG2
    Algemene transportschepen, 140 meter, 8.610 BRT
    3
     C2-SU   
    Specificaties voor American Mail Line, 145 meter, 7.780 BRT
    3
     C2-SU-R
    Specificaties voor American Mail Line, koelschepen, 145 meter, 7.780 BRT
    5
     C2-T
    Standaard model, uitgerust met diesel motoren, 140 meter
    4

    Volgens de Code of Federal Regulations, werd het Type C2 beschouwd als een stalen vrachtschip met een afgerond achterschip en kruiser vorm boeg. Standaard konden deze schepen acht passagiers vervoeren in vier luxe hutten. De machinekamer bevond zich midscheeps. Als standaard werden twee basis ontwerpen beschouwd, de Type C2-S-AJ1 en Type C2-S-B1. In deze twee subgroepen werden dan ook de meeste schepen gebouwd. Naast deze twee standaard ontwerpen bestonden een aantal suptypen. De eerst beschreven subtypen werden Type C2-S-AJ2 en Type C2-S-AJ5 die niet standaard werden gebouwd maar konden worden besteld op basis van bepaalde specificaties. Het Type C2-S-AJ3 werd beschreven als een militaire conversie van Type C2-S-AJ1. Het standaard Type C2, aangeduid als Type C2 Cargo en het Type C2-T waren standaard schepen waarvan het ontwerp voor, tijdens en na de bouw eenvoudig aangepast kon worden voor militair gebruik. Het Type C2-T was tevens uitgerust met diesel motoren. Het laatste vastgelegde type werd aangeduid als Type C2-S-E1 en was eveneens bedoeld voor militaire inzet. In de loop der tijd ontstonden op basis van deze typeringen nog een aantal aanvullende subtypen. Het Type C2-S was ontwikkeld voor transporten naar Zuid-Afrika en had accommodatie voor 12 passagiers. Bij het Type C2-SU was tevens gezorgd voor een accommodatie voor 12 passagiers, maar was een koelruimte aangebracht.

    Definitielijst

    kruiser
    Snelvarend oorlogsschip van 8000-15000 ton, geschikt voor diverse taken als verkenning, verkenningsafweer en konvooibescherming.

    Type C2 Cargo Transportschepen

    De Type C2 transportschepen werden ontwikkeld in de jaren 1937-1938 door de United States Maritime Commission (MARCOM) als standaard transportschepen met vijf ruimen. Tussen 1939 en 1945 werden 328 schepen gebouwd in verschillende subtypen. Dit type was gebouwd voor snelheid en zuinig gebruik van brandstoffen. Bij ontwerp was een snelheid bedoeld van 15,5 knopen (28,70 km/u), 139,90 meter lang, 19,20 meter breed, met een diepgang van 7,62 meter.[1]


    USS Pollux (AKS-4), 21 oktober 1944 een typisch Type C2 Cargo schip Bron: US Navy photo USN 91585
     Standaard Type C2 Cargo schepen
     m.v. Donald McKay (1938)
    23 juli 1938: kiellegging
    1938: tewaterlating
    28 januari 1941: overname US Navy
    4 april 1941: USS Polaris (AF-11) / Aldebaran-klasse
    18 januari 1946: uit dienst
    7 februari 1946: geschrapt van Navy List
    6 oktober 1948: overname US Navy
    1 juli 1949: USS Polaris (AF-11)
    12 januari 1957: uit dienst
    10 oktober 1957: geschrapt van Navy List
    1957: National Defence Reserve Fleet
    13 juni 1974: verkocht voor sloop
     m.v. Mormachawk (1939)
    26 juli 1938: kiellegging
    18 mei 1939: tewaterlating
    20 september 1940: overname US Navy
    26 oktober 1940: USS Arcturus (AK-18) / Aldebaran-klasse
    1 februari 1943: USS Arcturus (AKA-1) / Arcturus-klasse
    3 april 1946: uit dienst
    5 juni 1946: geschrapt van Navy List
    17 maart 1947: m.v. Star Arcturus
    15 augustus 1971: gesloopt
     m.v. Mormacwren (1939)
    10 augustus 1938: kiellegging
    15 juni 1939: tewaterlating
    6 juni 1941: overname US Navy
    15 juni 1941: USS Algorab (AK-25) / Aldebaran-klasse
    1 februari 1943: USS Algorab (AKA-8) / Arcturus-klasse
    3 december 1945: uit dienst
    19 december 1945: geschrapt van Navy List
    24 juni 1947: m.v. Kamran
    1948: m.v. Mongala
    1964: m.v. Hellenic Sailor
    juni 1973: m.v. Aloha
    23 december 1973: verkocht voor sloop
     m.v. Mormacdove (1939)
    15 augustus 1938: kiellegging
    6 juli 1939: tewaterlating
    2 juni 1941: overname US Navy
    15 juni 1941: USS Alchiba (AK-23) / Aldebaran-klasse
    1 februari 1943: USS Alchiba (AKA-6) / Arcturus-klassa
    14 januari 1946: uit dienst
    25 februari 1946: geschrapt van Navy List
    19 juli 1946: m.v. Mormacdove (1939)
    1948: m.v. Tjipanas
    1967: m.v. Tong Jit
    1973: gesloopt
     s.s. Stag Hound (1939)
    28 november 1938: kiellegging
    21 juni 1939: tewaterlating
    4 december 1939: aflevering
    22 december 1940: overname US Navy
    10 januari 1941: USS Aldebaran (AF-10) / Aldebaran-klasse
    28 juni 1968: uit dienst
    1 juni 1973: geschrapt van Navy List
    14 november 1974: verkocht voor sloop
     s.s. Lightning (1939)
    1938: kiellegging
    15 juli 1939: tewaterlating
    30 oktober 1940: s.s. Mormactern
    20 juni 1941: overname US Navy
    1 juli 1942: USS Mercury (AK-42) / Aldebaran-klasse
    31 juli 1945: USS Mercury (AKS-20) / Mercury-klasse
    28 mei 1959: uit dienst
    1 augustus 1959: geschrapt van Navy List
    5 april 1960: National Defense Reserve Fleet
    3 mei 1975: verkocht voor sloop
     s.s. Red Jacket (1939)
    6 september 1939: afgeleverd
    25 maart 1942: s.s. Santa Monica
    8 maart 1946: s.s. Bonita
    23 mei 1974: verkocht voor sloop
     m.v. Flying Cloud (1939)
    1939: kiellegging en tewaterlating
    november 1940: m.v. Santa Catalina
    19 juni 1941: overname US Navy
    22 augustus 1942: USS Jupiter (AK-43) / Aldebaran-klasse
    31 juli 1945: USS Jupiter (AVS-8)
    23 mei 1947: uit dienst
    10 oktober 1950: USS Jupiter (AVS-8)
    juni 1964: uit dienst
    1 augustus 1965: geschrapt van Nayy List
    12 maart 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Nightingale (1939)
    1939: tewaterlating
    oktober 1939: aflevering
    1941: s.s. Empire Egret
    1942: s.s. Nightingale
    1942: s.s. Santa Isabel
    1946: s.s. Guiding Star
    9 mei 1973: verkocht voor sloop
    1 juni 1973: gesloopt
     m.v. Mormacgull (1939)
    12 januari 1939: kiellegging
    28 augustus 1939: tewaterlating
    31 mei 1941: overname US Navy
    15 juni 1941: USS Alcyone (AK-24) / Aldebaran-klasse
    26 november 1942: USS Alcyone (AKA-6) / Arcturus-klasse
    23 juli 1946: uit dienst
    15 augustus 1946: geschrapt van Navy List
    17 maart 1947: m.v. Star Alcyone
    1969: verkocht voor sloop
    17 mei 1969: gesloopt
     m.v. Mormaclark (1939)
    9 maart 1939: kiellegging
    18 september 1939: tewaterlating
    29 mei 1941: overname US Navy
    14 juni 1941: USS Betelgeuse (AK-28) / Aldebaran-klasse
    1 februari 1943: USS Betelgeuse (AKA-11) / Arcturus-klasse
    15 maart 1946: uit dienst
    28 maart 1946: geschrapt van Navy List
    24 juli 1947: m.v. Star Betelgeuse
    1972: verkocht voor sloop
    7 april 1972: sloop
     s.s. Challenger (1939)
    20 mei 1939: tewaterlating
    30 oktober 1940: overname US Navy
    12 maart 1941: USS Castor (AKS-1) / Castor-klasse
    30 juni 1947: Reservevloot
    24 november 1950: Reactivatie
    31 oktober 1968: uit dienst
    1 december 1968: geschrapt van Navy List
    25 juli 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Comet (1939)
    26 mei 1939: kiellegging
    16 december 1939: tewaterlating
    16 januari 1941: overname US Navy
    6 mei 1941: USS Pollux (AKS-2) / Castor-klasse
    18 februari 1942: gestrand bij storm
    25 maart 1942: geschrapt van Navy List
     s.s. Flying Fish (1939)
    januari 1940: aflevering
    3 maart 1942: s.s. Mormacswan (1942)
    10 juli 1961: uit dienst
    26 oktober 1970: verkocht voor sloop
     m.v. Shooting Star (1940)
    10 januari 1940: tewaterlating
    15 november 1940: overname US Navy
    19 november 1940: USS Lassen (AE-3) / Lassen-klasse
    15 januari 1947: uit dienst
    1 juli 1961: geschrapt van Navy List
    16 maart 1976: verkocht voor sloop
     m.v. Sweepstakes (1940)
    15 januari 1940: kiellegging
    14 november 1940: tewaterlating
    14 november 1940: overname US Navy
    8 augustus 1941: USS Procyon (AK-19) / Aldebaran-klasse
    1 februari 1943: USS Procyon (AKA-2) / Arcturus-klasse
    23 maart 1946: uit dienst
    12 april 1946: geschrapt van Navy List
    30 juni 1946: National Defense Reserve Fleet
    18 oktober 1973: verkocht voor sloop
    19 november 1972: gesloopt
     m.v. Sea Witch (1940)
    1940: tewaterlating
    30 juli 1940: aflevering
    ?: m.v. Axel Salen
    1951: m.v. Bastasen
    1951: m.v. Warszawa
    1963 (?): verkocht voor sloop
     m.v. Surprise (1940)
    1940: gebouwd
    14 november 1940: overname US Navy
    16 mei 1941: USS Kilauea (AE-4) / Lassen-klasse
    17 maart 1943: USS Mount Baker (AE‑4)
    januari 1947: Pacific Reserve Fleet
    5 december 1951: in dienst
    juli 1969: uit dienst
    2 december 1969: geschrapt van Navy List
    15 maart 1974: verkocht voor sloop
    23 april 1947: gesloopt
     s.s. Santa Ana (1940)
    15 maart 1940: aflevering
    1 december 1964: s.s. Vega Star
    1965: gestrand
    1967: geschrapt uit Maritieme registers
     s.s. Santa Teresa (1940)
    27 maart 1940: afleverig
    31 oktober 1963: s.s. Eldorado
    24 september 1964: s.s. Express Baltimore
    28 februari 1968: verkocht voor sloop


    m.v. Donald McKay Bron: Public Domain (onbekend)

    In 1937 had de MARCOM aan diverse scheepswerven, rederijen en scheepsontwerpers een aantal ontwerpen voorgelegd voor evaluatie. Hieruit werden een groot aantal wijzigingsvoorstellen gedaan die leidden tot een nieuw ontwerp. Doel was te komen tot een relatief snel koopvaardijschip. MARCOM schepen dienden namelijk in geval van conflict snelle transporten voor de Amerikaanse defensie te kunnen uitvoeren. Daarnaast moesten de schepen economisch aantrekkelijk zijn. Zowel bij het bouwen als bij het gebruik moesten ze zo goedkoop mogelijk zijn en standaard constructie hebben. In geval van conflict moesten ze kunnen worden aangepast voor militair gebruik. De basis specificaties die werden opgesteld, leidden tot een stalen vrachtschip met vijf ruimen en slanke boeg en hek. De toegangsluiken tot de ruimen werden 6 bij 9 meter, behalve ruim 2, welke een luik van 6 bij 15 meter kreeg. De kraanhouders dienden als masten en ventilatieschachten. Bij de ruimen 3 en 4 werden twee 30 ton hefbomen aangebracht en bij de overige luiken totaal veertien 5 tons hefbomen die aan de kraanhouders/masten waren bevestigd.


    USS Algorab (AK-25) Bron: US National Archives Photo 19-N-24304

    De standaard versie van het type was de Type C2 Cargo met de standaard afmetingen zoals in de specificaties bedoeld waren. Van dit standaard Type C2 Cargo werden 20 schepen gebouwd. De schepen weken niet af van de opgestelde specificaties. De totale vrachtcapaciteit bedroeg 15.291 m3 bij een waterverplaatsing van 13.900 lt (14.123 ton). De schepen werden aangedreven door stoom- of dieselmotoren die één schacht aandreven. De brandstofcapaciteit van de schepen bedroeg 1.500 lt (1.524 ton), waarmee een bereik kon worden gegenereerd van 32.187 km bij 15,5 knopen (28,7 km/u). De ruimen waren uiteindelijk verdeeld als drie voor de bovenbouw en twee achter de bovenbouw. Deze bovenbouw bedrieg vier verdiepingen met de verblijven voor officieren, passagiersaccommodatie voor 12 passagiers en een brug. De verblijfsruimten voor de rest van de bemanning bevond zich onder de bovenbouw in de romp. De 20 Type C2 schepen werden op verschillende scheepswerven gebouwd binnen de MARDOM nummerreeks 14 tot en met 33.

    Een aantal schepen van het Type C2 deed bij de U.S. Navy dienst als transportschepen voor amfibische operaties en waren gerangschikt onder de Arcturus-klasse. Een aantal schepen deed dienst als munitieschip en werd ingedeeld in de Lassen-klasse.[2]

    Technische gegevens Type C2 Transportschepen

     Klasse:  Type C2 Cargo Transportschepen
     Aantal in klasse:
     20
     Land:
     Verenigde Staten
     Type:
     Transportschepen
     Waterverplaatsing:
     variabel
     5.558 ton - 7.350 ton (standaard)
     10.850 ton - 14.453 ton (maximaal))
     Lengte:
     139,98 meter
     Breedte:
     19,20 meter
     Diepgang:
     7,87 meter
     Aandrijving:
     diesel of stoomaangedreven
     één schacht
     6.000 shp (4.500 kW)
     Snelheid:
     15,5 knopen (27,78 km/h)
     Bereik:
     ? km bij ? knopen (? km/h)
     Bewapening:
     variabel
     1x geschut
     2-16x luchtafweergeschut
     Bemanning:
     150 - 400

    Type C2-F Transportschepen

    Het Type C2 subtype C2-F werd door de Federal Shipbuilding and Drydock Company zelf ontworpen op basis van het standaard Type C2 ontwerp. Het ontwerp was aangepast volgens specificaties op verzoek van de Lykes Lines die zelf vier schepen zou opnemen.[3]


    USS Libra (AKA-12), 11 augustus 1952 een typische vertegenwoordiger van het Type C2-F Bron: US Navy photo NH 97856
     Type C2-F schepen
     s.s. Louise Lykes (1941)
    ?: kiellegging
    27 september 1941: tewaterlating
    30 oktober 1941: aflevering
    9 januari 1943: getorpedeerd (U 384)
     s.s. Jean Lykes (1941)
    12 november 1941: tewaterlating
    december 1941: aflevering
    30 december 1941: overname US Navy
    13 mei 1942: 1941: USS Libra (AK-53) / Aldebaran-klasse
    1 februari 1943: USS Libra (AKA-12) / Arcturus-klasse
    19 april 1948: Atlantic Reserve Fleet
    28 augustus 1950: USS Libra (AKA-12)
    6 oktober 1955: Atlantic Reserve Fleet
    1 juni 1960: National Defence Reserve Fleet
    1 januari 1969: USS Libra (LKA-12)
    1 januari 1977: geschrapt van Navy List
    17 april 1985: verkocht voor sloop
     s.s. Nancy Lykes (1942)
    2 oktober 1941: kiellegging
    5 februari 1942: tewaterlating
    23 maart 1942: overname US Navy
    april 1942: aflevering
    april 1942: USS Pollux (AK-54) / Aldebaran-klasse
    27 april 1942: USS Pollux (AKS-4) / Castor-klasse
    3 april 1950: reserve
    5 augustus 1950: USS Pollux (AKS-4)
    31 december 1968: uit dienst
    1 januari 1969: geschrapt van Navy List
    2 september 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Harry Culbreath (1942)
    25 oktober 1941: kiellegging
    1941: tewaterlating
    5 mei 1942: aflevering
    5 mei 1942: overname US Navy
    30 mei 1942: USS Titania (AK-55) / Aldebaran-klasse
    1 februari 1943: USS Titania (AKA-13) / Arcturus-klasse
    1 oktober 1949: Military Sea Transportation Service (MSTS)
    19 juli 1955: uit dienst
    2 juli 1961: geschrapt van Navy List
    1974: verkocht voor sloop
     s.s. Delalba (1942)
    16 februari 1942: s.s. Oberon
    18 maart 1942: tewaterlating
    juni 1942: aflevering
    15 juni 1942: USS Oberon (AK-56) / Aldebaran-klasse
    1 ferbuari 1943: USS Oberon (AKA-14) / Arcturus-klasse
    1 oktober 1949: USS Oberon (T-AKA-14)
    27 juni 1955: uit dienst
    1 juli 1960: geschrapt van Navy List
    2 maart 1960: National Defense Reserve Fleet
    3 december 1970: verkocht voor sloop
    28 december 1970: gesloopt
     s.s. Delsantos (1942)
    9 december 1941: kiellegging
    4 april 1942: tewaterlating
    11 juli 1942: aflevering
    13 september 1942: overname US Navu
    19 setpember 1942: USS Thurston (AP-77) / Thurston-klasse
    1 augustus 1946: uit dienst
    1946: s.s. Delsantos
    1949: s.s. Chickasaw
    7 februari 1962: gestrand en gezonken
     s.s. Delaires (1942)
    september 1942: aflevering
    1946: verkocht
    27 november 1964: s.s. Pacific Bear
    17 juni 1970: verkocht voor sloop

    Een zevental Type C2-F schepen werd door de Federal Shipbuilding and Drydock Company te Kearny, New Jersey, gebouwd met een waterverplaatsing van 6.085 BRT en een draagvermogen van 9.390 DWT. De netto waterverplaatsing bedroeg 5,185 ton en het maximale laadvermogen was 13.898 ton. De schepen kregen een lengte van 139,94 meter en een breedte van 19,20 meter. De diepgang bedroeg 7,65 meter. De 6.000 pk stoomturbines konden een snelheid genereren van 15,5 knopen (27,78 km/u). De schepen hadden United States Maritime Commission (MARCOM) nummers 129 tot en met 135 en de bouwnummers 180 tot en met 186. De schepen hadden vier luxe hutten met accommodatie voor acht passagiers. Ze werden tussen oktober 1941 en september 1942 afgeleverd. Een aantal schepen werden door de US Navy overgenomen.


    USS Oberon in 1942 Bron: USS Oberon Association

    Vijf van de zeven schepen kwamen tijdens de Tweede Wereldoorlog in directe dienst bij de US Navy. Hiervan begonnen er vier hun loopbaan als standaard transportschip (AK). Eén, de ex-s.s. Delsantos (1942) (ook wel aangeduid als s.s. Del Santos), kwam in dienst als troepentransportschip (AP). Van de overige vier schepen in dienst van de US Navy, werden er drie geclassificeerd tot Aanvalstransportschepen (AKA) en één, ex-s.s. Nancy Lykes (1942), tot voorraadschip (AKS). Als transportschip werd een deel van de schepen ingedeeld in de Procyon-klasse.[4][5][6]

    Type C2-G Transportschepen

    De Type C2-G schepen waren twee koelschepen op basis van het Type C2 ontwerp, speciaal gebouwd voor de Grace Lines.[7]


    s.s. Santa Rita net na haar indienststelling Bron: Wilco Vermeer collection
     Type C2-G schepen
     s.s. Santa Elisa (1941)
    ?: kiellegging
    29 mei 1941: tewaterlating
    15 juli 1941: aflevering
    13 augustus 1942: getorpedeerd (motortorpedoboten MAS 557 en MAS 564)
     s.s. Santa Rita (1941)
    ?: kiellegging
    11 juli 1941: tewaterlating
    17 september 1941: aflevering
    9 juli 1942: getorpedeerd (U 172)

    Beide schepen werden gebouwd bij de scheepswerf van Federal Shipbuilding te Kearny, New Jersey onder bouwnummers 179 en 228 en de MARCOM nummer 128 en 180. De schepen hadden een waterverplaatsing van 8.380 BRT bij een lengte van 134,49 meter en breedte van 19,23 meter. De maximale snelheid bedroeg 15,5 knopen (2877 km/h). De s.s. Santa Elisa (1941) en de s.s. Santa Rita (1941) werden halverwege1941 afgeleverd. Beide schepen gingen in 1942 verloren.[8]

    Type C2-N Munitieschepen

    Speciaal voor de US Navy werden tijdens de Tweede Wereldoorlog, bij de Tampa Shipbuilding Company in Tampa, Florida, drie Type-C2-N munitie transportschepen gebouwd. De schepen werden ondergebracht bij de Lassen-klasse munitieschepen. Het verschil met de overige schepen in deze klasse was dat de overigen heringerichte schepen waren behorend tot de Type C2 Cargo transportschepen en Type C2-T transportschepen. De Type C2-N werden al bij de bouw ingericht als munitieschepen.


    USS Mazama (AE-9), 1944 Bron: US National Archives, RG-19-LCM, photo 19-N-633398
     Type C2-N schepen
     USS Mauna Loa (AE-8)
    10 december 1942: kiellegging
    14 april 1943: tewaterlating
    27 oktober 1943: aflevering
    2 juni 1947: uit dienst
    31 januari 1955: in dienst
    16 januari 1958: uit dienst
    27 november 1961: in dienst
    26 februari 1971: uit dienst
    1 oktober 1976: geschrapt van Navy List
    20 maart 1984: verkocht voor sloop
    24 september 1984: gesloopt
     USS Mazama (AE-9)
    14 april 1942: kiellegging
    15 augustus 1943: tewaterlating
    10 maart 1944: aflevering
    3 augustus 1946: uit dienst
    14 april 1952: in dienst
    1 juni 1957: uit dienst
    27 november 1961: in dienst
    mei 1970: uit dienst
    1 september 1970: geschrapt van Navy List
    19 november 1970: National Defense Reserve Fleet
    1 maart 1973: verkocht voor sloop
    16 april 1973: gesloopt
     USS Akutan (AE-13)
    20 juni 1944: kiellegging
    17 september 1944: tewaterlating
    15 februari 1945: aflevering
    19 oktober 1946: uit dienst
    8 maart 1960: Atlantic Reserve Fleet
    1 juli 1960: geschrapt van Navy List
    16 februari 1978: verkocht voor sloop


    USS Akutan (AE-13), Tampa, Florida, 23 februari 1945 Bron: US National Archives RG-19-LCM, photo 19-N-81984

    De Type C2-N waren in feite standaard Type C2 Cargo schepen die gebouwd waren voor de U.S. Navy en bij de bouw ingericht werden als munitie transportschepen en ingedeeld in de Lassen-klasse. De drie schepen kwamen tussen 1934 en 1945 in dienst. Alle drie de schepen uit deze groep namen deel aan de Tweede Wereldoorlog en overleefden deze. Twee schepen namen tevens deel aan de Korea en Vietnam oorlogen.

    Type C2-S Transportschepen

    De Bethlehem Steel Company te Sparrow Point, Maryland, bouwde zes Type C2-S transportschepen volgens specificaties opgegeven door de Robin Line en bedoeld voor de lijn New York-Zuid Afrika. De schepen waren met 146 meter langer dan de standaard C2 lengte en leken hierdoor meer op de Type C3 schepen. De schepen werden gekenmerkt door een brede schorsteen in het midden van de bovenbouw.[9]


    s.s. Robin Kettering vlak voor de ombouw tot USS Alhena Bron: Naval History and Heritage Command 19-N-24236
     Type C2-S schepen
     s.s. Robin Locksley (1941)
    5 maart 1941: aflevering
    8 december 1969: verkocht voor sloop
    1970: sloop
     s.s. Robin Doncaster (1941)
    16 april 1941: aflevering
    16 april 1941: s.s. Empire Curlew
    1942: s.s. Robin Doncaster
    4 januari 1944: troepentransportschip
    4 april 1946: WSA Reserve Fleet
    juni 1957: s.s. Flying Gull
    21 mei 1968: verkocht voor sloop
     s.s. Robin Kettering (1941)
    29 mei 1941: aflevering
    1941: USS Alhena (AK-26)
    ?: USS Alhena (AKA-9)
    1948: s.s. Robin Kettering
    juni 1957: s.s. Flying Hawk
    1971: sloop
     s.s. Robin Sherwood (1941)
    16 juli 1941: aflevering
    23 oktober 1943: troepentransportschip
    30 december 1945: retour rederij
    28 augustus 1970 verkocht voor sloop
     s.s. Robin Tuxford (1941)
    22 september 1941: aflevering
    juni 1957: s.s. Flying Endeavor
    6 januari 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Robin Wentley (1941)
    3 november 1941: aflevering
    21 juli 1943: troepentransportschip
    juni 1957: s.s. Flying Fish
    2 maart 1971: verkocht voor sloop

    De Bethlehem Steel Company bouwde zes schepen met MARCOM nummers 72 tot en met 74 en 99 tot en met 101. De Bethlehem bouwnummers waren achtereenvolgens 4341 tot en met 4343 en 4350 tot en met 4352. De schepen hadden een waterverplaatsing van 7.100 BRT. Alleen de s.s. Robin Kettering werd als USS Alhena (AK-26) tijdelijk in dienst genomen door de US Navy. De overige schepen werden ingezet ten behoeve van transporten tijdens de oorlog en een aantal als troepentransportschip.[10][11]

    Type C2-S-A1 Transportschepen

    Bij de scheepswerf van Bath Iron Works in Maine, werden vier schepen gebouwd volgens het C2 subtype C2-S-A1. Het waren schepen met een waterverplaatsing van 6.551 BRT. Met een lengte van 128 meter waren deze schepen iets kleiner dan het standaard Type C2 ontwerp.

     Type C2-S-A1 schepen
     s.s. Exceller (1941)
    13 augustus 1941: aflevering
    december 1943: troepentransportschip
    april 1946: American Export Lines
    19 maart 1962: uit de vaart
    9 mei 1973: verkocht voor sloop
     s.s. Extavia (1941)
    7 oktober 1941: aflevering
    7 oktober 1941: s.s. Empire Oriole
    1942: s.s. Extavia
    2 juli 1968: verkocht voor sloop
     s.s. Exanthia (1941)
    21 januari 1942: aflevering
    5 maart 1962: uit de vaart genomen
    9 mei 1973: verkocht voor sloop
    2 juli 1973: sloop
     s.s. Exiria (1941)
    13 februari 1942: aflevering
    december 1943: troepentransportschip
    16 februari 1946: American Export Lines
    4 juni 1968: verkocht voor sloop


    s.s. Extavia na Wo2 Bron: Public Domain (onbekend)

    Het ontwerp van deze schepen was speciaal voor de American Export Lines Incorporated en bedoeld voor de handelsroutes met Spanje, Noord-Afrika en de Zwarte Zee. Door hun ontwerp waren deze schepen geschikter om havens verder op een rivier te bereiken. De vier schepen ontvingen MARCOM nummers 153 tot en met 156, bouwnummers 187 tot en met 190 en de namen s.s. Exceller, s.s. Extavia, s.s. Exanthia en s.s. Exiria. De Extavia werd tussen 1941 en 1942 uitgeleend aan het Britse Ministry of War Transport (MoWT), die het schip als s.s. Empire Oriole in dienst nam. Na terugkomst in de Verenigde Staten werd het schip als troepentransportschip ingezet en in februari 1946 terug gegeven aan de American Export Lines.

    Type C2-S-AJ1 Transportschepen

    De Type C2-S-AJ1 Transportschepen was met 64 schepen het eerste Type C2 subtype dat in grotere hoeveelheid werd gebouwd. Alle schepen uit deze groep werden door de North Carolina Shipbuilding Company uit Wilmington, North Carolina, gebouwd voor onder andere de U.S. Navy. De schepen hadden een standaard waterverplaatsing van 8.332 BRT. De Type C2-S-AJ1 was een typische door de oorlog geïnspireerde aanpassing op het Type C2 ontwerp.[12]


    USS Storm King (AP-171), 3 April 1944 Bron: US National Archives RG-19-LCM, Photo 19-N-64628
     Type C2-S-AJ1 schepen
     USS Storm King (AP-171)
    20 juli 1943: kiellegging
    17 september 1943: tewaterlating
    4 december 1943: aflevering / Storm King-klasse
    augustus 1946: uit dienst
    15 augustus 1946: geschrapt van Navy List
    1947: verkocht
    1970: sloop
      s.s. Cyclone (1943) 31 juli 1943: kiellegging
    17 september 1933: tewaterlating
    27 december 1943: USS Mount McKinley (AGC-7)
    1 mei 1944: aflevering / Mount McKinley-klasse
    26 maart 1970: uit dienst
    1979: verkocht voor sloop
     s.s. Eclipse (1943) 3 augustus 1943: kiellegging
    3 oktober 1943: tewaterlating
    27 december 1943: USS Mount Olympus (AGC-8)
    24 mei 1944: in dienst / Mount McKinley-klasse
    4 april 1956: uit dienst
    1 juni 1961: geschrapt uit Navy List
    1973: sloop
     s.s. Fleetwing (1943) 7 augustus 1943: kiellegging
    8 oktober 1943: tewaterlating
    31 december 1943: overname US Navy
    20 mei 1944: USS Wasatch (AGC-9) / Mount McKinley-klasse
    30 augustus 1946: uit dienst
    1 januari 1960: geschrapt van Navy List
    1960: sloop
     s.s. Flying Eagle (1943)
    15 januari 1944: aflevering
    23 augustus 1946: s.s. Del Alba
    1 april 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Kathay (1943) 14 augustus 1943: kiellegging
    19 oktober 1943: tewaterlating
    31 januari 1944: overname US Navy
    20 juli 1944: USS Auburn (AGC-10) / Mount McKinley-klasse
    december 1946: Commander, Training Command, Atlantic Fleet
    januari 1947: Atlantic Reserve Fleet
    7 mei 1947: uit dienst
    1 juli 1960: geschrapt van Navy List
    1961: sloop
     s.s. Monsoon (1943) 26 oktober 1943: tewaterlating
    1 februari 1944: overname US Navy
    25 augustus 1944: USS Eldorado (AGC-11) / Mount McKinley-klasse
    8 november 1972: uit dienst
    16 november 1972: geschrapt van Navy List
    1 december 1976: verkocht voor sloop
     s.s. Morning Star (1943)
    25 augustus 1943: kiellegging
    1 november 1943: tewaterlating
    22 februari 1944: overname Us Navy
    9 oktober 1944: USS Estes (AGC-12) / Mount McKinley-klasse
    30 juni 1949: uit dienst
    31 januari 1951: in dienst
    31 oktober 1969: uit dienst
    30 juli 1976: geschrapt van Navy List
    1 december 1977: verkocht voor sloop
     s.s. Northern Light (1943) 1 september 1943: kiellegging
    9 november 1943: tewaterlating
    29 februari 1944: overname US Navy
    14 oktober 1944: USS Panamint (AGC-13) / Mount-McKinley-klasse
    januari 1946: U.S. Pacific Reserve Fleet
    1 juli 1960: geschrapt van Navy List
    1961: sloop
     s.s. White Squall (1943) 23 januari 1944: aflevering
    16 mei 1947: s.s. Sonoma
    19 mei 1961: s.s. Hawaiian Pilot
    14 september 1962: s.s. Smith Pilot
    23 juni 1965: s.s. U.S. Pilot
    juli 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Marco Polo (1943) 28 september 1943: kiellegging
    28 november 1943: tewaterlating
    28 januari 1944: overname US Navy
    1 juli 1944: USS Mount Hood (AE-11) / Mount Hood-klasse
    10 november 1944: geëxplodeerd
    11 december 1944: geschrapt van Navy List
     s.s. Midnight (1943) 7 februari 1944: aflevering
    20 december 1946: s.s. Pacific Bear
    12 juni 1958: s.s. Lanikai
    28 april 1960: s.s. Pacific Bear
    19 juni 1961: s.s. Panoceanic Faith
    9 oktober 1967: gezonken
     USS Starlight (AP-175)
    9 oktober 1943: kiellegging
    23 december 1943: tewaterlating
    15 februari 1944: aflevering / Storm King-klasse
    12 augustus 1946: uit dienst
    28 augustus 1946: geschrapt van Navy List
    ?: s.s. Badger State
    5 januari 1970: gezonken
     s.s. Alden Besse (1943)
    29 februari 1944: aflevering
    31 januari 1947: s.s. Santa Nora
    1 december 1947: s.s. Gulf Banker
    3 augustus 1964: s.s. Glory of the Seas
    21 augustus 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Sweepstakes (1943) 7 maart 1944: aflevering
    27 maart 1944: s.s. Elizabeth
    17 juni 1963: s.s. Adams
    26 november 1963: s.s. Southport II
    2 april 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Orpheus (1944) 13 maart 1944: aflevering
    6 januari 1947: s.s. Gibber Lykes
    30 november 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Witch of the Wave (1944) 9 november 1943: kiellegging
    5 februari 1944: tewaterlating
    18 oktober 1944: USS Teton (AGC-14) / Mount McKinley-klasse
    30 augustus 1946: uit deinst
    1 juni 1960: geschrapt van Navy List
    maart 1962: verkocht voor sloop
     s.s. Noonday (1944) 26 maart 1944: aflevering
    april 1952: s.s. Flying Enterprise II
    3 mei 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Talisman (1944) maart 1944: aflevering
    1946: verkocht
    1971: sloop
     s.s. Sturdy Beggar (1944)
    april 1944: aflevering
    1946: verkocht
    1970: sloop
     s.s. Memnon (1944) 12 april 1944: aflevering
    19 april 1946: s.s. Del Valle
    21 maart 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Sea Nymph (1944)
    18 april 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. Alexa Runner
    oktober 1966: s.s. Fortaleza
    23 januari 1968: s.s. Grethe
    18 augustus 1969: verkocht voor sloop
     s.s. White Falcon (1944)
    24 april 1944: aflevering
    30 januari 1947: s.s. Santa Eliana
    5 november 1964: s.s. Sea
    12 mei 1965: s.s. Mayaguez
    10 mei 1979: verkocht voor sloop
     s.s. Fair Wind (1944)
    30 april 194: aflevering
    30 december 1946: s.s. Frank Lykes
    3 november 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Golden Fleece (1944)
    6 mei 1944: aflevering
    8 maart 1947: s.s. Frances
    2 juni 1964: s.s. Delaware
    4 november 1968: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Leonor (1944)
    18 mei 1944: aflevering
    februari 1960: containerschip
    5 november 1964: s.s. Land
    9 april 1965: s.s. Ponce
    30 november 1978: verkocht voor sloop
     s.s. Black Warrior (1944)
    24 mei 1944: aflevering
    3 februari 1947: s.s. Southland
    11 mei 1961: s.s. American Marketer
    15 augustus 1963: s.s. Alcoa Marketer
    5 september 1969: s.s. Columbia Owl
    9 februari 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Midnight (1944)
    februari 1944: kiellegging
    14 april 1944: tewaterlating
    28 mei 1944: aflevering US Navy
    10 oktober 1944: USS Wrangell (AE-12) / Mount Hood-klasse
    19 november 1946: uit dienst
    14 november 1951: in dienst
    21 december 1970: uit dienst
    1 oktober 1976: geschrapt van Navy List
    juni 1979: verkocht voor sloop
     s.s. Sirocco (1944)
    11 juni 1944: aflevering
    22 januari 1947: s.s. China Bear
    9 juli 1962: s.s. Okiawa Bear
    7 november 1962: s.s. Elwell
    7 januari 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Winged Racer (1944) 13 maart 1944: kiellegging
    12 mei 1944: tewaterlating
    29 juni 1944: overname US Navy
    27 december 1944: USS Firedrake (AE-14) / Mont Hood-klasse
    21 februari 1946: uit dienst
    11 oktober 1951: in dienst
    19 maart 1971: uit dienst
    15 juli 1976: geschrapt van Navy List
    16 november 1977: verkocht voor sloop
     s.s. Game Cock (1944) 26 mei 1944: tewaterlating
    4 juli 1944: overname US Navy
    16 januari 1945: USS Vesuvius (AE-15) / Mount Hood-klasse
    20 april 1946: uit dienst
    15 november 1951: in dienst
    14 augustus 1973: uit dienst
    14 augustus 1973: geschrapt van Navy List
     USS Mount Katmal (AE-16) 11 november 1944: kiellegging
    6 januari 1945: tewaterlating
    21 juli 1945: aflevering / Mount Hood-klasse
    14 augustus 1973: uit dienst
    14 augustus 1973: geschrapt van Navy List
    5 april 1974: verkocht voor sloop
     USS Adirondack (AGC-15)
    18 november 1944: kiellegging
    13 januari 1945: tewaterlating
    2 september 1945: aflevering / Adirondack-klasse
    9 november 1955: uit dienst
    1 juni 1962: geschrapt van Navy List
    7 november 1972: verkocht voor sloop
     USS Great Sitkin (AE-17) 20 januari 1945: tewaterlating
    11 augustus 1945: aflevering / Mount Hood-klasse
    2 juli 1973: uit dienst
    2 juli 1973: geschrapt van Navy List
    1 maart 1974: verkocht voor sloop
    maart - oktober 1974: sloop
     USS Pocono (AGC-16)
    30 november 1944: kiellegging
    25 januari 1945: tewaterlating
    15 februari 1945: overname US Navy
    29 december 1945: aflevering / Adirondack-klasse
    19 juni 1949: uit dienst
    18 augustus 1951: in dienst
    16 september 1971: uit dienst
    1 december 1976: geschrapt van Navy List
    3 december 1981: verkocht voor sloop
     USS Paricutin (AE-18) 7 december 1944: kiellegging
    30 januari 1945: tewaterlating
    3 maart 1945: aflevering / Mount Hood-klasse
    30 april 1948: uit dienst
    28 juli 1950: in dienst
    1 juni 1973: uit dienst
    1 juni 1973: geschrapy van Navy List
    16 oktober 1975: verkocht voor sloop
     USS Diamond Head (AE-19) 3 februari 1945: tewaterlating
    9 augustus 1945: in dienst / Mount Hood-klasse
    23 augustus 1946: uit dienst
    9 augustus 1951: in dienst
    1 maart 1973: uit dienst
    1 maart 1973: geschrapt van Navy List
    3 oktober 1974: verkocht voor sloop
     USS Taconic (AGC-17)
    19 december 1944: kiellegging
    10 februari 1945: tewaterlating
    6 maart 1945: overname US Navy
    17 januari 1945: aflevering / Adirondack-klasse
    17 december 1969: uit dienst
    1 december 1976: geschrapt van Navy List
    6 april 1982: verkocht voor sloop
     s.s. Stella Lykes (1945)
    21 maart 1945: aflevering
    31 december 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Ruth Lykes (1945)
    27 maart 1945: aflevering
    20 september 1971: verkocht voor sloop
     s.s. American Ranger (1946)
    5 april 1945: aflevering
    15 maart 1963: s.s. Alcoa Mariner
    26 september 1969: s.s. Columbia Mariner
    1 september 1971: verkocht voor sloop
     s.s. American Banker (1945)
    12 april 1945: aflevering
    3 december 1963: s.s. Santa Emilia
    maart 1968: s.s. Galicia Defender
    16 augustus 1968: s.s. Fairvieuw
    15 jauari 1970: s.s. Eugenia
    1971: sloop
     s.s. American Farmer (1945)
    19 april 1945: aflevering
    31 december 1963: s.s. Our Lady of Peace
    maart 1968: s.s. Galicia Navigator
    29 januari 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Kenneth McKay (1945)
    26 april 1945: aflevering
    1 december 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Velma Lykes (1945)
    3 mei 1945: aflevering
    29 februari 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Louise Lykes (1945)
    10 mei 1945: aflevering
    10 november 1975: verkocht voor sloop
     s.s. Elizabeth Lykes (1945)
    17 mei 1945: aflevering
    2 mei 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Reuben Tipton (1945)
    24 mei 1945: aflevering
    29 september 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Harry Culbreath (1945)
    30 mei 1945: aflevering
    27 augustus 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Red Gauntlet (1945)
    8 juni 1945: aflevering
    5 juli 1947: s.s. William Lykes
    10 februari 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Simoon (1945)
    16 juni 1945: aflevering
    22 maart 1946: s.s. Jesse Lykes
    8 juli 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Canvasback (1945)
    23 juni 1945: aflevering
    19 april 1946: s.s. James McKay
    23 maart 1972: verkocht voor sloop
     s.s. National Eagle (1945)
    30 juni 1945: aflevering
    30 juni 1945: s.s. Tyson Lykes
    16 maart 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Ocean Express (1945)
    9 juli 1945: aflevering
    9 juli 1945: s.s. Eugene Lykes
    13 mei 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Tornado (1945)
    17 juli 1945: aflevering
    17 juli 1945: s.s. Sue Lykes
    21 januari 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Rattler (1945)
    27 juli 1945: aflevering
    20 april 1946: s.s. American Harvester
    13 februari 1968: s.s. Mystic Mariner
    23 juli 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Stag Hound (1945)
    4 augusutus 1945: aflevering
    13 mei 1946: s.s. Pioneer Mail
    september 1956: s.s. American Angler
    22 november 1963: s.s. Alcoa Trader
    7 november 1969: s.s. Columbia Brewer
    18 september 1970: s.s. Antillian Brewer
    1971: sloop
     s.s. Red Jacket (1945)
    11 augustus 1945: aflevering
    16 juli 1946: s.s. American Reporter
    29 december 1967: s.s. Susquehanna
    18 maart 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Resolute (1945)
    22 augustus 1945: aflevering
    21 maart 1946: s.s. Pioneer Dale
    september 1956: s.s. American Guide
    22 oktober 1963: s.s. Alcoa Explorer
    8 september 1969: s.s. Columbia Hawk
    12 oktober 1970: s.s. Antillian Hawk
    1971: sloop
     s.s. Courser (1945)
    29 augustus 1945: aflevering
    3 juni 1946: s.s. Pioneer Land
    oktober 1956: s.s. American Archer
    22 oktober 1963: s.s. Alcoa Commander
    21 augustus 1969: s.s. Columbia Rose
    2 augustus 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Onward (1945)
    10 september 1945: aflevering
    18 maart 1946: s.s. Pioneer Gulf
    29 juli 1958: s.s. American Pilot
    22 februari 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Charles Lykes (1945)
    22 september 1945: aflevering
    20 juli 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Dick Lykes (1945)
    2 oktober 1945: aflevering
    6 maart 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Kendall Fish (1945)
    18 oktober 1945: aflevering
    11 april 1970: verkocht voor sloop


    s.s. Talisman Bron: Public Domain (onbekend)

    De schepen werden gebouwd met bouwnummers 91 tot en met 103, 105 tot en met 116, 118 tot en met 120, 122, 124, 126 en 195 tot en met 227. De MARCOM nummers waren respectievelijk 1346 tot en met 1358, 1360 tot en met 1371, 1373 tot en met 1375, 1377, 1379, 1381, 1704 tot en met 1722 en 2598 tot en met 2611. Een deel van deze schepen deed bij de U.S. Navy dienst als commandoschip voor amfibische operaties en waren gerangschikt onder de Mount McKinley-klasse. Een aantal schepen deed dienst als munitieschip bij de Mount Hood-klasse.[13]

    Definitielijst

    Ranger
    Amerikaanse benaming voor een speciaal opgeleide soldaat (vergelijkdaar met commando).

    Type C2-S-AJ2 Transportschepen

    Vijf schepen met een tonnage van 8.290 BRT werden gebouwd met typeaanduiding Type C2-S-AJ2. In tegenstelling tot de Type C-S-AJ12 schepen had het Type C2-S-AJ2 geen passagiersaccommodaties maar wel meer koelruimten.

     Type C2-S-AJ2 schepen
     s.s. Napier (1944)
    20 april 1944: aflevering
    9 juni 1946: s.s. Santa Olivia
    28 december 1967: verkocht voor sloop
      s.s. Santa Rita (1944)
    12 mei 1944: aflevering
    28 december 1967: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Catalina (1944)
    5 juni 1944: aflevering
    december 1967: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Elisa (1944)
    17 juni 1944: aflevering
    29 april 1968: s.s. Venetia V
    26 januari 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Ines (1944)
    29 juni 1944: aflevering
    3 december 1968: s.s. Mantonna
    december 1969: s.s. Grand Ocean
    1973: sloop

    De vijf schepen werden gebouwd door de North Carolina Shipbuilding Company met de MARCOM nummers 1359, 1372, 1376, 1378 en 1380 en de bouwnummers 104, 117, 121, 123 en 125. De laatste vier schepen werden geleverd aan de Grace Lines.

    Type C2-S-AJ3 Transportschepen

    Van het Type C2-S-AJ3 werd weer een groter aantal schepen (32) gebouwd. Dit type had een tonnage van 8.160 BRT en werd bij de U.S. Navy gebruikt als Tolland-klasse (1944) en Rankin-klasse. De schepen werden gebouwd bij North Carolina Shipbuilding Company onder MARCOM nummers 1382 tot en met 1405 en 1696 tot en met 1703. De bouwnummers van de werf waren 127 tot en met 150 en 187 tot en met 194.[14]


    USS Torrance tijdens de tewaterlating Bron: Public Domain (onbekend)
     Type C2-S-AJ3 schepen
     USS Torrance (AKA-76)
    1 april 1944: kiellegging
    6 juni 1944: tewaterlating
    18 november 1944: aflevering
    20 juni 1946: uit dienst
    3 juli 1946: geschrapt van Navy List
    15 september 1947: s.s. Alcoa Roamer
    30 maart 1968: s.s. Eldorado
    4 mei 1970: s.s. Richmond
    1970: s.s. Singapore Trader
    augustus 1972: sloop
     USS Towner (AKA-77)
    8 april 1944: kiellegging
    18 jni 1944: tewaterlating
    1 december 1944: aflevering
    10 juni 1946: uit dienst
    13 juni 1946: National Defense Reserve Fleet
    19 juni 1946: geschrapt van Navy List
    19 september 1947: s.s. Philippine Bear
    13 november 1958: s.s. Kaimana
    13 juli 1960: s.s. Guam Bear
    maart 1967: gezonken
     USS Trego (AKA-78)
    14 april 1944: kiellegging
    20 juni 1944: tewaterlating
    21 december 1944: aflevering
    21 mei 1946: uit dienst
    22 mei 1946: National Defense Reserve Fleet
    5 juni 1946: geschrapt van Navy List
    9 juli 1947: s.s. Mason Lykes
    ?: s.s. Flower Hill
    27 oktober 1969: verkocht voor sloop
     USS Tolland (AKA-64)
    22 april 1944: kiellegging
    26 juni 1944: tewaterlating
    4 september 1944: aflevering
    1 juli 1946: uit dienst
    3 oktober 1947: s.s. Edgar F. Luckenbach
    oktober 1959: s.s. Blue Grass State
    6 november 1970: s.s. Reliance Cordiality
    juni 1971: sloop
     USS Trousdale (AKA-79)
    22 april 1944: kiellegging
    3 juli 1944: tewaterlating
    21 december 1944: aflevering
    29 april 1946: uit dienst
    30 april 1946: National Defense Reserve Fleet
    8 mei 1946: geschrapt van Navy List
    25 februari 1947: s.s. Lafayette
    januari 1955: s.s. Ocean Deborah
    30 juni 1961: s.s. Green Dale
    25 november 1968: verkocht voor sloop
     USS Tyrrell (AKA-80)
    9 mei 1944: kiellegging
    juli 1944: tewaterlating
    4 december 1944: aflevering
    19 april 1946: uit dienst
    22 april 1946: National Defense Reserve Fleet
    1 mei 1946: geschrapt van Navy List
    26 mei 1947: s.s. California Bear
    15 juni 1962: s.s. Green Lake
    4 januari 1965: s.s. Oceanic Cloud
    13 oktober 1967: verkocht voor sloop
     USS Shoshone (AKA-65)
    12 mei 1944: kiellegging
    17 juli 1944: tewaterlating
    24 september 1944: aflevering
    28 juni 1946: uit dienst
    19 juli 1946: geschrapt van Navy List
    1947: s.s. Alameda
    1961: s.s. Hawaiian Trader
    1961: s.s. Short Hills
    1964: s.s. Colorado
    1966: s.s. U. S. Mate
    1971: sloop
     USS Valencia (AKA-81)
    20 mei 1944: kiellegging
    22 juli 1944: tewaterlating
    9 januari 1945: aflevering
    8 mei 1946: uit dienst
    13 mei 1946: National Defense Reserve Fleet
    21 mei 1946: geschrapt van Navy List
    19 december 1947: s.s. Genevieve Lykes
    10 januari 1964: s.s. Garden City
    14 april 1970: verkocht voor sloop
     USS Southampton (AKA-66)
    26 mei 1944: kiellegging
    28 juli 1944: tewaterlating
    16 september 1944: aflevering
    21 juni 1946: uit dienst
    3 juli 1946: geschrapt van Navy List
    1946: s.s. Flying Clipper
    29 juli 1971: verkocht voor sloop
     USS Venango (AKA-82)
    6 juni 1944: kiellegging
    9 augustus 1944: tewaterlating
    2 januari 1945: aflevering
    18 april 1946: uit dienst
    22 april 1946: National Defense Reserve Fleet
    1 mei 1946: geschrapt van Navy List
    maart 1952: s.s. Flying Eagle
    21 november 1968: s.s. Southern Star
    17 februari 1970: s.s. Anna
    februari 1971: sloop
     USS Starr (AKA-67)
    13 juni 1944: kiellegging
    18 augustus 1944: tewaterlating
    29 september 1944: aflevering
    31 mei 1946: uit dienst
    19 juni 1946: gechrapt van Navy List
    3 december 1947: s.s. India Bear
    10 juli 1959: s.s. Lanakila
    27 mei 1960: s.s. India Bear
    9 september 1970: verkocht voor sloop
     USS Vinton (AKA-83)
    20 juni 1944: kiellegging
    25 augustus 1944: tewaterlating
    23 februari 1945: aflevering
    16 mei 1946: uit dienst
    5 juni 1946: geschrapt van Navy List
    21 november 1947: s.s. Gulf Shipper
    23 september 1964: s.s. President Harding
    oktober 1966: s.s. America Bear
    10 maart 1969: s.s. Columbia Beaver
    22 november 1971: verkocht voor sloop
     USS Stokes (AKA-68)
    26 juni 1944: kiellegging
    31 augustus 1944: tewaterlarting
    12 oktober 1944: aflevering
    9 juli 1946: uit dienst
    19 juli 1946: geschrapt van Navy List
    9 mei 1947: s.s. Sierra
    3 maart 1961: s.s. Hawaiian Banker
    8 september 1961: s.s. Fanwood
    20 april 1964: s.s. A&J Doctor Max
    10 juli 1964: s.s. Fanwood
    4 september 1971: verkocht voor sloop
     USS Waukesha (AKA-84)
    3 juli 1944: kiellegging
    6 september 1944: tewaterlating
    23 februari 1945: aflevering
    10 juli 1946: uit dienst
    31 juli 1946: geschrapt van Navy List
    23 oktober 1947: s.s. Mary Luckenbach
    17 november 1959: s.s. Bayou State
    20 oktober 1970: verkocht voor sloop
     USS Suffolk (AKA-69)
    11 juli 1944: kiellegging
    15 september 1944: tewaterlating
    23 oktober 1944: aflevering
    27 juni 1946: uit dienst
    19 juli 1946: geschrapt van Navy List
    1947: s.s. Southport
    1961: s.s. American Retailer
    ?: s.s. Alcoa Master
    ?: s.s. Columbia Star
    ?: s.s. Antillian Star
    1971: sloop
     USS Wheatland (AKA-85)
    17 juli 1944: kiellegging
    21 september 1944: tewaterlating
    3 april 1945: aflevering
    25 april 1946: uit dienst
    26 april 1946: National Defense Reserve Fleet
    8 mei 1946: geschrapt van Navy List
    3 april 1947: s.s. Beatrice
    15 april 1964: s.s. Bangor
    8 december 1967: s.s. Grand Loyalty
    december 1973: sloop
     USS Tate (AKA-70)
    22 juli 1944: kiellegging
    26 september 1944: tewaterlating
    25 november 1944: aflevering
    10 juli 1946: uit dienst
    13 juli 1946: National Defense Reserve Fleet
    19 juli 1946: geschrapt van Navy List
    12 november 1947: s.s. Julia Luckenbach
    19 oktober 1959: s.s. Bay State
    12 november 1970: verkocht voor sloop
     USS Woodford (AKA-86)
    17 juli 1944: kiellegging
    5 oktober 1944: tewaterlating
    3 maart 1945: aflevering
    1 mei 1946; uit dienst
    8 mei 1946: geschrapt van Navy List
    31 oktober 1947: s.s. Suzanne
    14 december 1965: s.s. Rappahannock
    19 mei 1973: verkocht voor sloop
     USS Todd (AKA-71)
    10 augustus 1944: kiellegging
    10 oktober 1944: tewaterlating
    30 november 1944: aflevering
    25 juni 1946: uit dienst
    26 juni 1946: National Defense Reserve Fleet
    19 juli 1946: geschrapt van Navy List
    26 september 1947: s.s. Ventura
    25 maart 1961: s.s. Hawaiian Wholesaler
    20 juli 1961: s.s. Chatham
    22 februari 1972: verkocht voor sloop
     USS Duplin (AKA-87)
    18 augustus 1944: kiellegging
    17 oktober 1944: tewaterlating
    15 mei 1945: aflevering
    21 mei 1946: uit dienst
    23 mei 1946: National Defense Reserve Fleet
    5 juni 1946: geschrapt van Navy List
    23 juni 1947: s.s. Kathryn
    11 april 1963: s.s. Dearborn
    18 september 1963: s.s. Rio Grande
    28 september 1967: National Defense Reserve Fleet
    6 januari 1971: verkocht voor sloop
    20 januari 1971: sloop
     USS Caswell (AKA-72)
    1944: kiellegging
    24 oktober 1944: tewaterlating
    13 december 1944: aflevering
    19 juni 1946: uit dienst
    23 juni 1947: s.s. Southwind
    18 mei 1961: s.s. American Surveyor
    7 jni 1963:  National Defense Reserve Fleet
    10 augustus 1973: verkocht voor sloop
     USS New Hanover (AKA-73)
    13 augustus 1944: kiellegging
    31 oktober 1944: tewaterlating
    22 december 1944: aflevering
    30 juli 1946: uit dienst
    31 juli 1946: National Defense Reserve Fleet
    31 juni 1947: s.s. Alawai
    februari 1955: s.s. Franklin Berwis
    februari 1957: s.s. Santa Mercedes
    2 mei 1960: s.s. Green Wave
    juli 1966: s.s. Sagamore Hill
    16 oktober 1970: verkocht voor sloop
     USS Lenoir (AKA-74)
    7 september 1944: kiellegging
    6 november 1944: tewaterlating
    14 december 1944: aflevering
    13 juni 1946: uit dienst
    1 oktober 1947: s.s. Margaret Lykes
    1947: s.s. Gulf Merchant
    5 november 1964: s.s. Del Aires
    28 juni 1968: s.s. Columbia Tiger
    9 september 1970: s.s. Antillian Tiger
    1971: sloop
     USS Alamance (AKA-75)
    15 september 1944: kiellegging
    11 november 1944: tewaterlating
    22 december 1944: aflevering
    25 juni 1946: uit dienst
    26 juni 1946: National Defense Reserve Fleet
    19 juli 1946: geschrapt van Navy List
    6 augustus 1947: s.s. Southstar
    7 september 1960: s.s. American Supplier
    15 augustus 1963: s.s. Alcoa Voyager
    24 september 1969: s.s. Columbia Fox
    16 februari 1971: s.s. Antillian Fox
    1971: sloop
     USS Skagit (AKA-105)
    21 september 1944: kiellegging
    18 november 1944: tewaterlating
    2 mei 1945: aflevering
    30 juni 1949: uit dienst
    26 augustus 1950: USS Skagit (AKA-105)
    1 januari 1969: USS Skagit (LKA-105)
    1 juli 1969: uit dienst
    1974: sloop
     USS Union (AKA-106)
    27 september 1944: kiellegging
    23 november 1944: tewaterlating
    4 december 1944: aflevering
    22 december 1944: uit dienst
    25 april 1945: in dienst
    1 januari 1969: USS Union (LKA-106)
    5 juni 1970: uit dienst
    18 augustus 1970: National Defense Reserve Fleet
    1 september 1976: geschrapt van Navy List
    september 1977: verkocht voor sloop
    19 december 1977: sloop
     USS Ottawa (AKA-101)
    5 oktober 1944: kiellegging
    29 november 1944: tewaterlating
    9 januari 1945: aflevering
    10 januari 1947: uit dienst
    28 januari 1947: National Defense Reserve Fleet
    14 maart 1947: geschrapt van Navy List
    3 oktober 1947: s.s. Andrea F. Luckenbach
    11 maart 1951: gezonken
     USS Prentiss (AKA-102)
    10 oktober 1944: kiellegging
    6 december 1944: tewaterlating
    11 februari 1945: aflevering
    31 mei 1946: uit dienst
    1 juni 1946: National Defense Reserve Fleet
    19 juni 1946: geschrapt van Navy List
    15 oktober 1947: s.s. Alcoa Ranger
    februari 1967: s.s. Cortez
    26 november 1969: s.s. Jody RE
    18 maart 1970: verkocht voor sloop
     USS Vermilion (AKA-107)
    17 oktober 1944: kiellegging
    12 december 1944: tewaterlating
    23 juni 1945: aflevering
    26 augustus 1949: uit dienst
    ?: Atlantic Reserve Fleet
    16 oktober 1950: in dienst
    1 januari 1969: USS Vermilion (LKA-107)
    13 april 1971: uit dienst
    1 januari 1977: geschrapt van Navy List
    24 augustus 1988: gezonken
     USS Washburn (AKA-108)
    24 oktober 1944: kiellegging
    18 december 1944: tewaterlating
    17 mei 1945: aflevering
    1 januari 1969: USS Washburn (LKA-108)
    16 mei 1970: uit dienst
    19 augustus 1970: National Defense Reserve Fleet
    1 september 1976: geschrapt van Navy List
    18 februari 1980: sloop
     USS Rankin (AKA-103)
    31 oktober 1944: kiellegging
    22 december 1944: tewaterlating
    25 januari 1945: aflevering
    21 mei 1947: Pacific Reserve Fleet
    22 maart 1952: in dienst
    1 januari 1969: USS Rankin (LKA-103)
    11 mei 1971: uit dienst
    1 januari 1977: geschrapt van Navy List
    1988: afgezonken
     USS Seminole (AKA-104)
    7 november 1944: kiellegging
    28 december 1944: tewaterlating
    6 februari 1945: aflevering
    8 februari 1945: uit dienst
    8 maart 1945: in dienst
    1 januari 1969: USS Seminole (LKA-104)
    13 december 1970: uit dienst
    20 mei 1971: National Defense Reserve Fleet
    1 september 1976: geschrapt van Navy List
    16 november 1977: verkocht voor sloop


    USS Venango Bron: US Naval History and Heritage Command NH 77388

    Hoewel de schepen in deze Tolland-klasse (1944) allen van hetzelfde Type C2-C-AJ3 rompmodel waren konden ze op basis van hun inzet en rol verschillend worden uitgevoerd. De standaard waterverplaatsing bedroeg 8.258 BRT en het waren vrachtschepen voor de US Navy ingericht voor deelname aan aanvalsvloten. Ze werden dan ook gebruikt voor het vervoeren van landingsvaartuigen, troepen en voorraden ten behoeve van amfibische landingen.

    Definitielijst

    Ranger
    Amerikaanse benaming voor een speciaal opgeleide soldaat (vergelijkdaar met commando).

    Type C2-S1-AJ4 Transportschepen

    Zes schepen werden gebouwd door de North Carolina Shipbuilding Company voor de maatschappij Grace Lines en kregen de typeaanduiding C2-S1-AJ4 (soms ook wel aangeduid als C2-S-AJ4). Deze schepen hadden uitgebreider accommodatie voor 52 passagiers aan boord. Ze werden gebouwd met de MARCOM nummers 2805 tot en met 2810 en constructienummers 238 tot en met 243. De schepen werden gebouwd en afgeleverd in 1946 ter vervanging voor tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegane schepen. Dit type had een waterverplaatsing van 9.764 ton bij een lengte van 139,90 meter.[15]


    s.s. Santa Isabel Bron: Wilco Vermeer collection
     Type C2-S1-AJ4 schepen
     s.s. Santa Barbara (1946)
    17 juni 1946: aflevering
    december 1966: s.s. Santa Monica
    9 januari 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Cecilia (1946)
    12 juli 1946: aflevering
    9 september 1968: s.s. Julia
    8 april 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Margarita (1946)
    6 augustus 1946: aflevering
    december 1967: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Maria (1946)
    27 augustus 1946: aflevering
    27 september 1962: s.s. Santa Elena
    december 1966: s.s. Santa Sofia
    20 oktober 1969: s.s. Sun
    4 maart 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Luisa (1946)
    17 september 1946: aflevering
    juni 1969: s.s. Luisa
    23 september 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Isabel (1946)
    8 oktober 1946: aflevering
    augustus 1967: s.s. Santa Cristina
    9 september 1968: s.s. Sofia
    20 juli 1970: verkocht voor sloop

    Type C2-S-AJ5 Transportschepen

    De Type C2-S-AJ5 schepen waren C2 schepen met standaard 8.295 ton en 10.400 BRT waterverplaatsing. Van dit type werden tien schepen gebouwd door de North Carolina Shipbuilding Company. De tien schepen waren alle modificaties van het C2-S-AJ1 typ, speciaal gebouwd voor de United States Lines. De eerste drie schepen kregen een enkele naam en werden later hernoemd tot schepen met de eerste naam Pioneer. De laatste zeven schepen ontvingen bij aflevering een naam met de eerste naam American. Ze werden geleverd tussen oktober 1945 en februari 1946 met de MARCOM nummers 2612 en 2796 tot en met 2804. Bij de scheepswerf weden ze aangeduid met de bouwnummers 228 tot en met 237. In tegenstelling tot de Grace Line schepen van het type C2-S1-AJ4 kregen de schepen geen uitbreiding van de passagiers accommodatie maar wel koelinstallaties in de ruimen 3 en 4.


    s.s. American Importer Bron: Public Domain (onbekend)
     Type C2-S-AJ5 schepen
     s.s. Rapid (1945)
    29 oktober 1945: aflevering
    11 maart 1946: s.s. Pioneer Glen
    juli 1965: s.s. Australian Galaxy
    19 augustus 1969: s.s. Galaxy
    31 oktober 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Defender (1945)
    9 november 1945: aflevering
    12 maart 1947: s.s. Pioneer Star
    jli 1965: s.s. Australian Gulf
    27 augustus 1969: s.s. Transolar
    27 april 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Whistler (1945)
    23 november 1945: aflevering
    7 februari 1947: s.s. Pioneer Gem
    juli 1965: s.s. Australian Gem
    24 november 1969: s.s. Coral Gem
    ?: s.s. American Victory
    10 december 1971: verkocht voor sloop
     s.s. American Merchant (1945)
    5 december 1945: aflevering
    21 juni 1968: s.s. Transoceanic Mariner
    oktober 1969: sloop
     s.s. American Shipper (1945)
    17 december 1945: aflevering
    17 september 1968: s.s. Transoceanic Freedom
    24 augustus 1970: s.s. Benefina
    1974: gezonken
     s.s. American Forwarder (1945)
    10 november 1945: tewaterlating
    2 januari 1946: aflevering
    18 januari 1971: s.s. Interward
    1972: sloop
     s.s. Amerian Importer (1945)
    10 januari 1946: aflevering
    23 maart 1971: s.s. Interport
    1972: sloop
     s.s. American Clipper (1945)
    22 januari 1946: aflevering
    28 juli 1969: s.s. Amerwave
    9 februari 1971: s.s. Interwave
    1972: sloop
     s.s. American Scout (1945)
    4 februari 1946: aflevering
    5 april 1971: s.s. Interscout
    9 oktober 1971: gekapseized
     s.s. American Traveler (1945)
    15 februari 1946: aflevering
    23 juli 1969: s.s. Amercrest
    22 februari 1972: verkocht voor sloop

    Type C2-S-B1 Transportschepen

    Het Type C2-S-B1 zou met 115 schepen de meest gebouwde variant van het Type C-2 schip worden. De schepen hadden een standaard waterverplaatsing van 9.150 ton en werden gebouwd met de MARCOM nummers 189 tot en met 222, 284 tot en met 295, 1153 tot en met 1217, 2817 tot en met 2825 en 2868. De schepen werden gebouwd bij de Federal SB in Kearny, Moore in Oakland, Western Steel in San Francisco en Consolidated Steel in Wilmington. Een deel van de schepen kwam in dienst van particuliere rederijen en een deel bij de US Navy. Tijdens de oorlog werden de meeste schepen die dienst deden bij particuliere maatschappijen ingezet voor oorlogstransporten.


    USS Capricornus (AKA-57) (s.s. Spitfire), 1945 Bron: U.S. Navy photo NH 107729
     Type C2-S-B1 schepen
     s.s. Santa Cecilia (1942)
    29 augustus 1942: aflevering
    8 maart 1946: s.s. Silver Star
    7 maart 1947: s.s. Santa Juana
    4 november 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Margarita (1942)
    2 februari 1942: kiellegging
    28 juni 1942: tewaterlating
    26 september 1942: aflevering
    8 maart 1946: s.s. Alboni
    6 maart 1947: s.s. Santa Adela
    8 april 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Maria (1942)
    10 oktober 1942: aflevering
    8 maart 1946: s.s. Cherubim
    15 juli 1948: s.s. Claiborne
    4 juni 1971: verkocht voor sloop
     s.s. African Star (1942)
    28 oktober 1942: aflevering
    12 juli 1943: getorpedeerd (U-172)
     s.s. African Dawn (1942)
    25 november 1942: aflevering
    22 september 1960: MARAD
    28 augustus 1965: s.s. African Lake
    3 oktober 1967: verkocht voor sloop
    9 maart 1973: sloop
     s.s. African Sun (1942) 22 december 1942: aflevering
    30 augustus 1965: s.s. African Lagoon
    31 oktober 1967: National Defence Reserve Fleet
    8 december 1969: verkocht voor sloop
    6 februari 1970: sloop
     s.s. Santa Barbara (1942)
    14 januari 1943: aflevering
    8 maart 1946: s.s. Norseman
    3 maart 1947: s.s. Santa Flavia
    28 mei 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Catalina (1942)
    3 februari 1943: aflevering
    24 april 1943: getorpedeerd
     USS Andromeda (AKA-64)
    22 september 1942: kiellegging
    22 december 1942: tewaterlating
    1 februari 1943: USS Andromeda (AKA-15)
    30 maart 1943: aflevering
    1 mei 1956: uit dienst
    1 juli 1960: geschrapt van marinelijst
    6 april 1971: verkocht voor sloop
     USS Appalachian (AGC-1)
    4 november 1942: kiellegging
    29 januari 1943: tewaterlating
    27 februari 1943: overname US Navy
    2 oktober 1943: aflevering USS Appalachian (AGC-1) / Appalachian-klasse
    14 mei 1947: uit dienst
    1 maart 1959: geschrapt van Navy List
     USS Blue Ridge (AGC-2)
    4 december 1942: kiellegging
    7 maart 1943: tewaterlating
    15 maart 1943: overname US Navy
    27 september 1943: aflevering USS Blue Ridge (AGC-2) / Appalachian-klasse
    14 maart 1947: uit dienst
    1 januari 1960: geschrapt van Navy List
     USS Rocky Mount (AGC-3)
    4 december 1942: kiellegging
    7 maart 1943: tewaterlating
    15 maart 1943: overname US Navy
    15 oktober 1943: aflevering USS Rocky Mount (AGC-3) / Appalachian-klasse
    22 maart 1947: uit dienst
    1 juli 1960: geschrapt van Navy List
     USS Thuban (AK-68)
    2 februari 1943: kiellegging
    26 april 1943: tewaterlating
    10 juni 1943: aflevering
    31 oktober 1967: uit dienst
    1 januari 1969: USS Thuban (LKA-19)
    1 januari 1977: geschrapt van marinelijst
    27 september 1984: verkocht onbekend
     USS Virgo (AKA-69)
    9 maart 1943: kiellegging
    1943: USS Virgo (AK-69)
    4 juni 1943: tewaterlating
    10 juli 1943: aflevering USS Virgo (AKA-20)
    3 april 1958: uit dienst
    1 juli 1961: geschrapt van marinelijst
    1 november 1965: in dienst als munitieschip
    19 augustus 1966: USS Virgo (AE-30)
    18 februari 1971: uit dienst
    19 november 1973: verkocht voor sloop
     USS Aquarius (AK-65)
    28 april 1943: kiellegging
    1 februari 1943: USS Aquarius (AKA-16)
    23 juli 1943: tewaterlating
    21 augustus 1943: aflevering
    23 mei 1946: uit dienst
    12 september 1946: reserve
    23 december 1947: s.s. Pioneer Lake
    oktober 1956: s.s. American Trapper
    8 mei 1967: verkocht voor sloop
     USS Centaurus (AK-66)
    3 september 1943: tewaterlating
    21 oktober 1943: aflevering USS Centaurus (AKA-17)
    30 april 1946: uit dienst
    28 mei 1947: s.s. Pioneer Bay
    oktober 1956: s.s. American Gunner
    1 juli 1970: verkocht voor sloop
    11 juli 1970: sloop
     USS Cepheus (AK-67)
    23 oktober 1943: tewaterlating
    16 december 1943: aflevering USS Cepheus (AKA-18)
    22 mei 1946: uit dienst
    8 oktober 1947: s.s. American Hunter
    1 maart 1966: s.s. Brookville
    3 april 1968: gezonken
     USS Achernar (AKA-53)
    6 september 1943: kiellegging
    3 december 1943: tewaterlating
    31 januari 1944: aflevering USS Achernar (AKA-53) / Andromeda-klasse
    1946: Naval Transportation Service (NTS)
    1 oktober 1949: Military Sea Transportation Service (MSTS)
    18 mei 1956: uit dienst
    1 september 1961: in dienst
    1 juli 1964: uit dienst
    29 januari 1965: in dienst
    2 februari 1965: verkocht
    1965: TA-21 (Spaanse Marine)
    december 1967: Castilla (TA-21)
    1980: reserve
    1 januari 1982: geschrapt van marinelijst
    1987: sloop
     USS Alshain (AKA-55)
    29 oktober 1943: kiellegging
    26 januari 1944: tewaterlating
    1 april 1944: aflevering
    1 oktober 1949: USS Alshain (T-AKA-55)
    14 januari 1957: uit dienst
    1 juli 1960: geschrapt van marinelijst
    16 februari 1978: verkocht voor sloop
     USS Chara (AKA-58)
    15 maart 1944: tewaterlating
    14 juni 1944: aflevering
    1 november 1965: USS Chara (AE-31)
    10 maart 1972: uit dienst
    12 november 1972: verkocht voor sloop
     USS Diphda (AKA-59)
    11 mei 1944: tewaterlating
    8 juli 1944: aflevering
    11 mei 1956: uit dienst
    16 maart 1970: verkocht voor sloop
    13 april 1976: sloop
     USS Leo (AKA-60)
    17 maart 1944: kiellegging
    29 juli 1944: tewaterlating
    30 augustus 1944: aflevering
    11 februari 1955: uit dienst
    13 juli 1976: verkocht voor sloop
    3 augustus 1976: sloop
     USS Muliphen (AKA-61)
    13 mei 1944: kiellegging
    26 augustus 1944: tewaterlating
    23 oktober 1944: aflevering
    1 januari 1969: USS Muliphen (LKA-61)
    28 augustus 1970: uit dienst
    januari 1989: afgezonken als kunstmatig rif
     USS Sheliak (AKA-62)
    19 juni 1944: kiellegging
    17 oktober 1944: tewaterlating
    1 december 1944: aflevering
    10 mei 1946: uit dienst
    22 februari 1948: s.s. Pioneer Isle
    juli 1965: s.s. Australian Isle
    2 juli 1969: s.s. Transluna
    13 november 1969: verkocht voor sloop
     USS Theenim (AKA-63)
    18 juli 1944: kiellegging
    31 oktober 1944: tewaterlating
    22 december 1944: aflevering
    10 mei 1946: uit dienst
    1948: s.s. American Inventor
    26 november 1958: s.s. Pioneer Surf
    juli 1965: s.s. Australian Surf
    27 november 1968: s.s. Surfer
    17 april 1970: verkocht voor sloop
     USS Winston (AKA-94)
    10 juli 1944: kiellegging
    30 november 1944: tewaterlating
    19 januari 1945: aflevering
    1 januari 1969: USS Winston (LKA-94)
    30 november 1969: uit dienst
    18 december 1979: verkocht voor sloop
    23 april 1980: sloop
     USS Marquette (AKA-95)
    29 april 1945: tewaterlating
    20 juni 1945: aflevering
    19 juli 1955: uit dienst
    28 maart 1972: verkocht voor sloop
    3 mei 1972: sloop
     USS Mathews (AKA-96)
    15 september 1944: kiellegging
    22 december 1944: tewaterlating
    5 maart 1945: aflevering USS Mathews (AKA-96) / Andromeda-klasse
    4 april 1947: uit dienst
    9 april 1947: National Defense Reserve Fleet
    16 februari 1952: in dienst
    31 oktober 1968: uit dienst
    1 november 1968: geschrapt van Navy List
    15 september 1969: verkocht voor sloop
     USS Merrick (AKA-97)
    19 oktober 1944: kiellegging
    28 januari 1945: tewaterlating
    31 maart 1945: aflevering
    25 juni 1946: uit dienst
    19 januari 1952: in dienst
    1 januari 1969: USS Merrick (LKA-97)
    17 september 1969: uit dienst
    13 maart 1980: sloop
     USS Montague (AKA-98)
    12 februari 1945: tewaterlating
    13 april 1945: aflevering
    22 november 1955: uit dienst
    12 maart 1971: verkocht voor sloop
    17 februari 1971: sloop
     USS Rolette (AKA-99)
    2 december 1944: kiellegging
    11 maart 1945: tewaterlating
    27 april 1945: aflevering
    28 juni 1960: uit dienst
    16 februari 1978: verkocht voor sloop
    18 maart 1978: sloop
     USS Oglethorpe (AKA-100)
    26 december 1944: kiellegging
    15 april 1945: tewaterlating
    6 juni 1945: aflevering
    1 november 1968: uit dienst
    26 juni 1969: verkocht voor sloop
    14 juli 1969: sloop
     s.s. Hotspur (1942)
    29 april 1942: kiellegging
    2 augustus 1942: tewaterlating
    31 maart 1943: aflevering USS Hotspur
    6 april 1943: USS La Salle (AP-102) / La Salle-klasse
    25 juli 1946: uit dienst
    1948: verkocht
    1968: gezonken en sloop
     s.s. Dashing Wave (1942)
    17 februari 1943: aflevering
    1943: troepentransportschip
    8 november 1948: s.s. Choctaw
    21 augustus 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Young America (1942)
    30 maart 1943: aflevering
    1943: troepentransportschip
    12 december 1968: verkocht voor sloop
     s.s. Typhoon (1942)
    28 februari 1943: aflevering
    1943: troepentransportscip
    30 augustus 1948: s.s. Mobilian
    augustus 1955: s.s. Ocean Joyce
    12 april 1961: s.s. Overseas Joyce
    29 december 1965: s.s. Sapphire Sandy
    juli 1967: s.s. Richwood
    28 april 1970: s.s. Grand Ranger
    1971: gezonken
     s.s. Twilight (1942)
    21 juli 1942: kiellegging
    20 oktober 1942: tewaterlating
    10 maart 1943: overname US Navy
    28 juni 1943: USS Ormsby (APA-49) / Ormsby-klasse
    15 maart 1946: uit dienst
    17 april 1946: geschrapt van Navy List
    1946: s.s. American Producer
    juli 1969: sloop
     s.s. Northern Light (1942)
    22 juli 1942: kiellegging
    10 oktober 1942: tewaterlating
    30 juni 1943: USS Pierce (APA-50) / Ormsby-klasse
    11 maart 1946: uit dienst
    17 april 1946: geschrapt van Navy List
    1947: s.s. American Planter
    13 juni 1965: National Defense Reserve Fleet
    3 maart 1969: verkocht voor sloop
    mei 1969: sloop
     s.s. Messenger (1942)
    5 augustus 1942: kiellegging
    5 oktober 1942: overname US Navy
    11 november 1942: tewaterlating
    31 juli 1943: USS Sheridan (APA-51) / Ormsby-klasse
    5 maart 1946: uit dienst
    12 april 1946: geschrapt van Navy List
    oktober 1947: s.s. Pioneer Sun
    1947: s.s. American Scientist
    juli 1969: beschadigd bij explosie en gesloopt
     s.s. Titan (1942)
    30 juli 1943: aflevering
    oktober 1946: s.s. American Packer
    1970: sloop
     s.s. Meteor (1942)
    20 juli 1943: aflevering
    1947: s.s. American Miller
    6 maart 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Comet (1942)
    1942: kiellegging
    21 december 1942: tewaterlating
    15 februari 1944: USS Comet (AP-166) / La Salle-klasse
    14 augustus 1946: uit dienst
    8 november 1946: National Defense Reserve Fleet
    26 augustus 1948: s.s. Pioneer Reef
    29 juni 1965: s.s. Australian Reef
    mei 1970: verkocht voor sloop
     USS John Land (AP-167)
    14 november 1942: kiellegging
    22 januari 1943: tewaterlating
    25 augustus 1943: aflevering
    5 augustus 1946: uit dienst
    24 september 1948: s.s. Jeff Davis
    april 1953: s.s. Sea Comet II
    augustus 1957: s.s. Santa Regina
    18 september 1961: s.s. African Gulf
    23 mei 1963: s.s. Norberto Capay
    8 juli 1968: s.s. Galicia Lee
    18 maart 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Mary Whitridge (1943) 14 november 1942: kiellegging
    23 januari 1943: tewaterlating
    31 augustus 1943: overname US Navy
    24 januari 1944: aflevering USS Catoctin (AGC-5) / Appalachian-klasse
    26 februari 1947: uit dienst
    1 maart 1959: geschrapt van Navy List
     s.s. James Baines (1943) 10 december 1942: kiellegging
    17 februari 1943: tewaterlating
    30 augustus 1943: s.s. Algol
    21 juli 1944: USS Algol (AKA-54)
    2 januari 1958: uit dienst
    17 november 1961: in dienst
    1 januari 1969: USS Algol (LKA-54)
    27 oktober 1969: uit dienst
    1 januari 1977: geschrapt van Navy List
    22 november 1919: afgezonken (kunstmatig rif)
     USS War Hawk (AP-168)
    24 december 1942: kiellegging
    3 april 1943: tewaterlating
    18 november 1943: aflevering
    12 augustus 1946: uit dienst
    1954: s.s. Ocean Dinny
    1966: s.s. Overseas Dinny
    1971: sloop
     s.s. Golden Gate (1943)
    14 december 1943: aflevering
    1946: s.s. Copiapo
    1966: s.s. Hellenic Halcyon
    1973: sloop
     USS Winged Arrow (AP-170)
    26 januari 1943: kiellegging
    3 april 1943: tewaterlating
    6 december 1943: aflevering
    1948: s.s. Fairhope
    1954: s.s. Susan
    1955: s.s. Noordzee
    1959: s.s. Green Bay
    1962: s.s. Winged Arrow
    1970: sloop
     s.s. Sovereign of the Seas (1943)
    29 februari 1944: aflevering
    1948: s.s. Agwidale
    1950: s.s. Oriente
    1954: s.s. Short Hills
    1955: s.s. Jean
    1964: s.s. Oceanic Tide
    1969: sloop
     s.s. White Swallow (1943)
    26 april 1944; aflevering
    12 maart 1947: s.s. Mormacowl
    26 februari 1965: s.s. Old Westbury
    maart 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Mischief (1943)
    16 november 1943: aflevering
    16 november 1943: USS Arneb (AKA-56)
    1969: USS Arneb (LKA-56)
    1973: sloop
     s.s. Spitfire (1943)
    23 november 1943: aflevering
    23 november 1943: USS Capricornus (AKA-57)
    1969: USS Capricornus (LKA-57)
    1983: reserve
     USS Herald of the Morning (AP-173)
    30 november 1943: aflevering
    1948: s.s. Citrus Packer
    1958: s.s. Gulf Trader
    1965: s.s. Bowling Green
    1973: sloop
     s.s. Monarch of the Seas (1943)
    16 december 1943: aflevering
    maart 1966: s.s. Free America
    14 maart 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Red Rover (1943)
    30 december 1943: aflevering
    21 januari 1947: s.s. Mallory Lykes
    2 oktober 1967: s.s. Centerville
    27 januari 1970: s.s. Grande Peace
     s.s. West Wind (1943)
    22 januari 1944: aflevering
    21 februari 1947: s.s. Mormacteal
    24 februari 1965: s.s. North Hills
    14 juli 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Gauntlet (1943)
    13 januari 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. African Grove
    april 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Ann McKim (1943)
    31 januari 1944: aflevering
    26 maart 1947: s.s. African Glade
    5 augustus 1969: s.s. Transoceanic Peace
    juni 1970: verkocht voor sloop
     USS Golden City (AP-169)
    ?: kiellegging
    28 oktober 1943: tewaterlating
    29 mei 1944: aflevering
    10 augustus 1946: uit dienst
    8 oktober 1946: geschrapy van marinelijst
    11 februari 1948: verkocht
    20 maart 1961: s.s. Ocean Eva
    ?: s.s. Overseas Eva
    21 januari 1966: s.s. Sapphire Etta
    juni 1967: s.s. Cortland
    18 september 1973: verkocht
     s.s. Rainbow (1944)
    10 februari 1944: aflevering
    24 februari 1947: s.s. Virginia Lykes
    3 oktober 1972: verkocht voor sloop
    10 januari 1973: sloop
     s.s. Flyaway (1944)
    8 april 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. Charles E. Dant
    februari 1957: s.s. Utah
    juli 1957: s.s. Santa Malta
    11 maart 1970: s.s. Santa
    1970: sloop
     s.s. Pampero (1944)
    28 februari 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. Agwiking
    23 juni 1948: s.s. Siboney
    1954: s.s. Plandone
    december 1954: s.s. Emilia
    8 augustus 1963: s.s. Taddei Village
    december 1964: gezonken
     s.s. Oriental (1944)
    18 februari 1944: aflevering
    16 januari 1947: s.s. Maipo
    1966: s.s. Hellenic Charm
    1974: sloop
     s.s. Celestial (1944)
    20 maart 1944: aflevering
    juli 1956: s.s. Natalie
    11 februari 1964: s.s. Yukon
    1 september 1964: s.s. Natalie
    29 december 1965: s.s. Sapphire Gladys
    juni 1967: s.s. Digby
    19 juli 1968: s.s. Grand Madonna
    1972: sloop
      s.s. Archer (1943)
    31 maart 1944: aflevering
    8 juni 1948: s.s. African Pilgrim
    26 juni 1972: verkocht voor sloop
    10 juli 1973: sloop
     s.s. Defiance (1943)
    9 maart 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. Helen Lykes
    15 november 1967: s.s. Salisbury
    15 oktober 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Ringleader (1944)
    28 maart 1944: aflevering
    29 januari 1947: s.s. Mormacdove
    20 november 1968: verkocht voor sloop
     s.s. Wideawake (1944)
    15 april 1944: aflevering
    juni 1956: s.s. Rebecca
    1 mei 1961: s.s. Overseas Rebecca
    5 februari 1964: s.s. Oceanic Spray
    24 oktober 1967: verkocht voor sloop
     s.s. Flying Mist (1944)
    21 april 1944; aflevering
    1947: s.s. Imperial
    1965: s.s. Hellenic Dolphin
    1974: sloop
     s.s. Westward Ho (1944)
    29 april 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. Aimee Lykes
    30 oktober 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Morning Light (1944)
    5 mei 1944: aflevering
    29 december 1965: s.s. Vantage Progress
    15 december 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Highflyer (1944)
    12 mei 1944: aflevering
    17 april 1947: geëxplodeerd
     s.s. Mandarin (1944)
    20 mei 1944: aflevering
    8 juni 1948: s.s. African Pilot
    26 juni 1973: verkocht voor sloop
     s.s. Argonaut (1944)
    27 mei 1944: aflevering
    29 juni 1947: s.s. African Patriot
    15 maart 1974: verkocht voor sloop
     s.s. Flying Yankee (1944)
    8 juni 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. Margaret Lykes
    3 oktober 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Eagle Wing (1944)
    14 juni 1944: aflevering
    28 januari 1947: s.s. Mormacwren
    12 maart 1965: s.s. East Hills
    18 november 1968: verkocht voor sloop
     s.s. Neptune's Car (1944)
    22 juni 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. Barbara Lykes
    8 november 1963: s.s. Whitehall
    17 september 1973: verkocht voor sloop
     s.s. Ocean Telegraph (1944)
    30 juni 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. Aconcagua
    1965: s.s. Hellenic Sunbeam
    1973: sloop
     s.s. Belle of the West (1944)
    8 juli 1944: aflevering
    2 mei 1949: s.s. Agwiqueen
    juni 1952: s.s. Seaborne
    oktober 1957: s.s. Santa Mariana
    16 april 1962: s.s. Santa Clara
    28 jauari 1963: s.s. Thunderhead
    25 juni 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Wild Pigeon (1944)
    27 maart 1944: kiellegging
    20 mei 1944: tewaterlating
    18 augustus 1944: aflevering USS Uvalde (AKA-88) / Andromeda-klasse
    1957: uit dienst
    1 juli 1960: geschrapt van Navy List
    1 september 1961: opgevoerd op Navy List
    18 november 1961: in dienst
    1 december 1968: uit dienst
    1 december 1968: geschrapt van Navy List
    1969: verkocht voor sloop
     s.s. Black Prince (1944) 7 april 1944: kiellegging
    29 mei 1944: tewaterlating
    30 augustus 1944: USS Warrick (AKA-89)
    3 december 1957: uit dienst
    1 juli 1961: geschrapt van Navy List
    20 april 1971: doelschip
    28 mei 1971: gezonken
     s.s. Wings of the Morning (1944)
    11 september 1944: aflevering
    1944: USS Whiteside (AKA-90)
    1971: gezonken als doelschip
     USS Whitley (AKA-91)
    21 september 1944: aflevering
    1962: Etna (A 5328) - Italiaanse marine
    1979: sloop
     USS Wyandot (AKA-92)
    30 september 1944: aflevering
    1987: reserve
     USS Yancey (AKA-93)
    11 oktober 1944: aflevering
    1989: reserve
     s.s. Golden West (1944)
    19 oktober 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. American Chief
    3 maart 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Hurricane (1944)
    31 oktober 1944: aflevering
    10 november 1966: s.s. Amerigo
    18 juni 1971: s.s. Ruthlena
    1972: sloop
     s.s. Nonpareil (1944)
    22 november 1944: aflevering
    oktober 1946: s.s. Letitia Lykes
    11 september 1967: s.s. Falmouth
    24 maart 1970: s.s. Grand Quest
     s.s. Flying Cloud (1944)
    30 december 1944: aflevering
    1 juli 1972: verkocht voor sloop
     s.s. Expounder (1944)
    ?: s.s. Wild Hunter
    25 januari 1945: aflevering
    17 april 1947: s.s. Oregon
    augustus 1957: s.s. Santa Victoria
    15 juni 1960: s.s. Sooner State
    4 september 1970: s.s. Reliance Dignity
    1971: sloop
     s.s. Whirlwind (1944)
    10 februari 1945: aflevering
    oktober 1946: s.s. American Builder
    26 juni 1973: verkocht voor sloop
     s.s. Flying Arrow (1944)
    28 februari 1945: aflevering
    1957: s.s. Santa Cristina
    1961: s.s. Green Cove
    1971: sloop
     s.s. Golden Racer (1944)
    22 februari 1945: aflevering
    1947: s.s. African Glen
    1967: wrak in Suez Kanaal
    1977: geborgen
     s.s. Wild Wave (1944)
    30 maart 1945: aflevering
    1946: s.s. American Veteran
    1968: s.s. Transoceanic Explorer
    1970: sloop
     s.s. Robin Hood (1945)
    20 april 1945: aflevering
    1945: s.s. Belle of the Sea
    1947: s.s. American Press
    1967: s.s. Canterbury Falcon
    1971: sloop
     s.s. Sparkling Wave (1945)
    14 juli 1945: aflevering
    1946: s.s. Empire State
    ?: s.s. Reliance Fidelity
    1971: sloop
     s.s. Water Witch (1945)
    14 maart 1945: aflevering
    1946: s.s. American Flyer
    1965: USS Flyer (AG-178)
    1976: sloop
     s.s. Queen of the Seas (1945)
    13 juni 1945: aflevering
    1947: s.s. Mormachawk
    1968: sloop
     s.s. Lookout (1945)
    26 april 1945: aflevering
    1948: s.s. American Manufacturer
    1967: s.s. Transoceanic Enterprise
    1970: sloop
     s.s. Wild Rover (1945)
    12 mei 1945: aflevering
    1947: s.s. Mormackite
    1954: gezonken
    s.s. Asterion (1945)
    19 mei 1945: aflevering
    1947: s.s. Sylvia Lykes
    1970: sloop
     s.s. Coringa (1945)
    22 juni 1945: aflevering
    1948: s.s. Agwidawn
    1949: s.s. Seasplendor
    1957: s.s. Santa Alicia
    1960: s.s. Green Point
    1969: sloop
     s.s. Carrier Pigeon (1945)
    30 juni 1945: aflevering
    1946: s.s. Pioneer Wave
    1957: s.s. American Forester
    1970: sloop
     s.s. Messenger (1945)
    februari 1946: aflevering
    1969: sloop
     s.s. Spitfire (1945)
    februari 1946: aflevering
    1975: sloop
     s.s. Ocean Rover (1945)
    maart 1946: aflevering
    1971: sloop
     s.s. National Eagle (1946)
    april 1946: aflevering
    1978: sloop
     s.s. Mountain Wave (1946)
    april 1946: aflevering
    1972: sloop
     s.s. Carrier Dove (1946)
    mei 1946: aflevering
    1946: verkocht
    1969: sloop
     s.s. Twilight (1946)
    mei 1946: aflevering
    1973: sloop
     s.s. Wild Ranger (1946)
    juni 1946: aflevering
    1970: sloop
     s.s. Crest of the Wave (1946)
    juli 1946: aflevering
    1947: verkocht
    1970: sloop
     s.s. Golden Light (1946)
    juli 1946: aflevering
    1970: sloop

    Van de Type C2-S-B1 gingen twee schepen door oorlogshandelingen verloren. Tien schepen werden pas na de Tweede Wereldoorlog afgeleverd. Een groot aantal schepen werd ingezet voor oorlogstransporten waarbij diverse als troepentransportschip werd ingezet. Totaal werden 37 schepen op enig moment in hun loopbaan ingezet bij de US Navy zelf waarvan 36 tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een deel werd bij de U.S. Navy ingezet als commandoschip voor amfibische operaties en waren gerangschikt onder de Appalachian-klasse. Een andere reeks schepen van dit type werd als Ormsby-klasse ingezet voor amfibische transportoperaties. Anderen weerden gerangschikt binnen de Andromeda-klasse.[16]

    Definitielijst

    Ranger
    Amerikaanse benaming voor een speciaal opgeleide soldaat (vergelijkdaar met commando).
    Yankee
    Spotnaam voor de Amerikaan.

    Type C2-S-B1-R Koelschepen

    De Moore Drydock Company in Oakland bouwde in 1943 zes Type C2-S-B1 schepen, uitgerust als koelschepen. Deze ontvingen de aanduiding Type C2-S-B1-R. Behoudens de koelfaciliteiten waren de schepen gelijk aan de Type C2-S-B1 schepen.


    USNS Bald Eagle (T-AF-50), jaren 1950 Bron: US Navy photo
     Type C2-S-B1-R schepen
     s.s. Blue Jacket (1942)
    23 oktober 1941: kiellegging
    14 februari 1942: tewaterlating
    25 maart 1943: aflevering
    1 oktober 1948: USAT Blue Jacket
    1950: USNS Blue Jacket (T-AF-51)
    19 augustus 1970: uit dienst
    1 maart 1973: verkocht voor sloop
     s.s. Golden Eagle (1942)
    8 december 1941: kiellegging
    12 juni 1943: tewaterlating
    23 april 1943: aflevering
    1948: USAT Golden Eagle
    1 maart 1950: USNS Golden Eagle (T-AF-52)
    18 november 1961: USS Arcturus (AF-52)
    16 mei 1973: uit dienst
    24 juli 1997: gezonken als doelschip
     s.s. Trade Wind (1942)
    5 januari 1942: kiellegging
    11 april 1942: tewaterlating
    30 april 1943: aflevering
    12 januari 1957: USS Sirius (AF-60)
    1 mei 1964: uit dienst
    13 april 1971: verkocht voor sloop
     s.s. Bald Eagle (1943)
    28 mei 1943: aflevering
    1 maart 1950: USNS Bald Eagle (T-AF-50)
    1 juni 1973: verkocht voor sloop
     s.s. Great Republic (1943)
    18 maart 1942: kiellegging
    4 juni 1942: tewaterlating
    29 juni 1943: aflevering
    13 september 1950: USS Pictor (AF-54)
    december 1969: uit dienst
    29 september 1986: verkocht voor sloop
     s.s. Flying Scud (1943)
    15 april 1942: kiellegging
    1 juli 1942: tewaterlating
    18 augustus 1943: aflevering
    24 november 1961: USS Procyon (AF-61)
    4 februari 1971: uit dienst

    De zes schepen werden gebouwd in de MARCOM reeks 183 tot en met 188 en de scheepswerf constructienummers 214 tot en met 219. Na de Tweede Wereldoorlog werden al deze koelschepen in de jaren 1950 en 1960 bij de US Navy ingezet in Korea en Vietnam.

    Type C2-S-E1 Transportschepen

    De firma Gulf Shipbuilders te Chikasaw, Alabama bouwde een reeks C2 schepen in een iets groter formaat. Van deze Type C2-S-E1 schepen werden uiteindelijk 30 schepen afgeleverd. Er werden zestien geplande schepen afbesteld. Van de particuliere schepen gingen twee schepen verloren bij oorlogshandelingen. Zes schepen gingen in dienst van de U.S. Navy. Na de Tweede Wereldoorlog werd een aantal van de schepen in deze serie verbouwd tot containerschip.


    s.s. Azalea City als troepentransportschip Bron: Naval History and Heritage Command 89880
     Type C2-S-E1 schepen
     s.s. Fairport (1942)
    15 november 1941: tewaterlating
    april 1942: aflevering
    16 juli 1942: getorpedeerd (U 161)
     s.s. Fairisle (1942)
    juli 1942: aflevering
    1943: troepentransportschip
    1956: vastgelopen en gerepareerd
    1969: sloop
     s.s. Fairland (1942)
    31 augustus 1942: aflevering
    april 1966: containerschip
    1975: sloop
     s.s. Raphael Semmes (1942)
    oktober 1942: aflevering
    1957: containerschip
    1978: sloop
     s.s. Iberville (1942)
    3 april 1942: kiellegging
    4 oktober 1942: tewaterlating
    30 april 1943: aflevering USS Sumter (AP-97)
    1 september 1943: USS Sumter (APA-52)
    19 maart 1946: uit dienst
    september 1957: containerschip s.s. Gateway City
    oktober 1978: sloop
     s.s. Jean Lafitte (1942)
    19 april 1942: kiellegging
    7 september 1942: tewaterlating
    1 februari 1943: aflevering USS Warren (APA-53)
    14 maart 1946: uit dienst
    17 april 1946: geschrapt van marinelijst
    1946: s.s. Jean Lafitte
    1947: s.s. Arizpa
    1965: containerschip
    september 1977: sloop
     s.s. Afoundria (1943)
    20 april 1942: kiellegging
    6 december 1942: tewaterlating
    26 oktober 1942: USS Wayne (AP-99)
    1 februari 1943: USS Wayne (APA-54)
    1 mei 1943: aflevering
    16 maart 1946: uit dienst
    17 april 1946: geschrapt van marinelijst
    24 februari 1947: s.s. Beauregard
    1958: containerschip
    4 mei 1977: sloop
     s.s. Azalea City (1943)
    juli 1943: aflevering
    1943: troepentransportschip
    1957: containerschip
    1976: sloop
     s.s. Bienville (1943)
    juni 1943: aflevering
    1943: troepentransportschip
    1958: containerschip
    1976: sloop
     s.s. Warrior (1943)
    juli 1943: aflevering
    1943: troepentransportschip
    1966: containerschip
    1978: sloop
     s.s. Jean Lafitte (1943)
    september 1943: aflevering
    1943: troepentransportschip
    1969: sloop
     s.s. Iberville (1943)
    12 oktober 1942: kiellegging
    12 juni 1943: tewaterlating
    1 augustus 1943: aflevering USS Hyades (AF-28)
    1968: uit dienst
    1 oktober 1976: geschrapt van marinelijst
    17 januari 1984: verkocht voor sloop
     s.s. Afoundria (1943)
    november 1943: aflevering
    1943: troepentransportschip
    1966: containerschip
    1979: sloop
     s.s. Antinous (1943)
    18 maart 1943: kiellegging
    19 september 1943: tewaterlating
    30 november 1943: aflevering USS Baxter (APA-94)
    22 maart 1946: uit dienst
    1947: s.s. La Salle
    1968: sloop
     s.s. Maiden Creek (1943)
    januari 1944: aflevering
    17 maart 1944: getorpedeerd (U 371)
    1953: gesloopt
     s.s. Topa Topa (1943)
    1943: kiellegging
    12 december 1943: tewaterlating
    19 februari 1944: USS Graffias (AF-29)
    28 oktober 1944: aflevering
    1969: uit dienst en sloop
     s.s. Wacosta (1943)
    april 1944: aflevering
    1966: containerschip
    1978: sloop
     s.s. De Soto (1943)
    mei 1944: aflevering
    1973: sloop
     s.s. Antinous (1944)
    juli 1944: aflevering
    1970: sloop
     s.s. Yaka (1944)
    september 1944: aflevering
    1972: sloop
     s.s. Hastings (1944)
    november 1944: aflevering
    1973: sloop
     s.s. Madaket (1944)
    januari 1945: aflevering
    1973: sloop
     s.s. Andrew Jackson (1944)
    maart 1945: aflevering
    1973: sloop
     s.s. City of Alma (1944)
    mei 1945: aflevering
    18 januari 1972: sloop
     s.s. Topa Topa (1945)
    juli 1945: aflevering
    1973: sloop
     s.s. Iberville (1945)
    augustus 1945: aflevering
    1972: sloop
     s.s. Kyska (1945)
    november 1945: aflevering
    1972: sloop
     s.s. Maiden Creek (1945)
    januari 1946: aflevering
    1972: sloop
     s.s. Fairport (1945)
    februari 1946: aflevering
    1970: sloop
     s.s. John B. Waterman (1945)
    maart 1946: aflevering
    1972: sloop
    2827-2842 (MARAD) / 38-53 (Chickasaw)
    geschrapt

    De MARCOM bestelde deze schepen in de nummerreeks 849, 840, 472 tot en met 485, 1602 tot en met 1614 en 2826. De afbestelde schepen vielen in de MARCOM reeks 2827 tot en met 2842. Bij de scheepswerf kregen deze schepen achtereenvolgens de bouwnummers 1 tot en met 17, 24 tot en met 36 en 37. De afbestelde schepen vielen in de constructiereeks 38 tot en met 53. Een deel van de schepen die in dienst kwamen van de U.S. Navy werden gebruikt voor transport tijdens amfibische operaties en waren gerangschikt in de Sumter-klasse.[17]

    Type C2-S1-A1 Transportschepen

    De drie schepen van dit type werden gebouwd door de Moore Dry Dock Company in Oakland, Californië. De schepen ware specifiek bedoeld voor bauxiet transport en kregen een luxere passagiersaccommodatie waarbij ze 120 passagiers konden vervoeren. Voordat ze echter voor dit doel konden worden ingezet, werden de schepen gevorderd door de US Navy en ingezet als evacuatieschepen. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen ze in dienst bij de US Army als transportschepen.[18]


    USS Pinkney (APH-2), San Francisco Bay, 1 januari 1943 Bron: US National Archives 19-N-40028
     Type C2-S1-A1 schepen
     s.s. Alcoa Courier (1941)
    26 maart 1941: kiellegging
    21 oktober 1941: tewaterlating
    juni 1942: s.s. Comfort
    13 augustus 1942: s.s. Tryon
    30 september 1942: aflevering USS Tryon (APH-1)
    25 augustus 1947: USAT Sgt. Charles E. Mower
    1 maart 1950: USNS Sgt. Charles E. Mower (T-AP-186)
    16 juni 1954: uit dienst
    3 maart 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Alcoa Corsair (1941)
    3 juni 1941: kielleging
    4 december 1941: tewaterlating
    13 augustus 1942: s.s. Pinkney
    27 november 1942: aflevering USS Pinkney (APH-2)
    9 september 1946: USAT Private Elden H. Johnson
    1 maart 1950: USNS Private Elden H Johnson (T-AP-184)
    26 december 1957: uit dienst
    28 september 1970: verkocht voor sloop
     s.s. Alcoa Cruiser (1941)
    6 augustus 1941: kiellegging
    30 december 1941: tewaterlating
    30 december 1942: aflevering USS Rixey (APH-3)
    10 september 1946: USAT Private William H. Thomas
    1 maart 1950: USNS Private William H. Thomas (T-AP-185)
    27 december 1957: uit dienst
    28 september 1970: verkocht voor sloop

    Deze drie schepen werden besteld onder de MARCOM nummers 175 tot en met 177 en kregen bij Moore de constructienummers 201 tot en met 203.

    Type C2-S1-DG2 Transportschepen

    Vlak na het einde van de Tweede Wereldoorlog werden drie schepen op stapel gezet bij de Federal Shipbuilders in Kearny. Deze C2 schepen kregen een waterverplaatsing van 8.720 ton en werden gebouwd voor de Grace Lines.


    s.s. Cosmos Trader (ex- s.s. Santa Monica), 14 oktober 1966 Bron: Naval Historical Center K-34072
     Type C2-S1-DG2 schepen
     s.s. Santa Monica (1946)
    12 juli 1946: tewaterlating
    november 1946: aflevering
    5 juni 1963: s.s. Maximus
    13 september 1963: s.s. A&J Mercury
    42 augustus 1964: s.s. Santa Monica
    augustus 1966: s.s. Cosmos Trader
    24 oktober 1969: verkocht voor sloop
     s.s. Santa Clara (1946)
    december 1946: aflevering
    1970: sloop
     s.s. Santa Sofia (1946)
    januari 1947: aflevering
    1970: sloop

    Deze drie schepen werden besteld onder de MARCOM nummers 2896 tot en met 2898 en kregen bij Federal de constructienummers 565 tot en met 567.

    Type C2-SU Transportschepen

    Drie Type C2-SU schepen waren voorzien van een diesel aandrijving en werden gebouwd voor de American Mail Line. Het eerste schip, de m.v. China Mail, werd tijdelijk overgedragen aan het Britse War Ministry en kam als m.v. Empire Peregrine in dienst tot in 1942. Hierna deden de schepen dienst als troepentransportschepen en kwamen na de Tweede Wereldoorlog weer bij de American Mail Line terecht.

     Type C2-SU schepen
     m.v. China Mail (1941)
    16 oktober 1941: aflevering
    1941: m.v. Empire Peregrine
    1947: m.v. Ocean Mail
    1 juli 1968: verkocht voor sloop
     m.v. Island Mail (1941)
    12 december 1941: aflevering
    1968: sloop
     m.v. Japan Mail (1941)
    2 februari 1942: aflevering
    1969: sloop

    De drie Type C2-SU schepen werden door de MARCOM besteld met de nummers 111 tot en met 113 en werden door de firma Sun Ship in Chester, gebouwd onder de constructienummers 199 tot en met 201.

    Type C2-SU-R Koelschepen

    Gelijkwaardig aan de type C2-SU schepen, maar ingericht als koelschepen, werden vijf schepen gebouwd bij Sun Yards in Chester. Hiervan ging tijdens de Tweede Wereldoorlog één schip, de m.v. Stag Hound, bij oorlogshandelingen verloren.


    m.v. Lightning Bron: US Naval Historical Center NH 98769
     Type C2-SU-R schepen
     m.v. Lightning (1942)
    20 mei 1942: aflevering
    juni 1971: sloop
     m.v. Surprise (1942)
    27 jui 1942: aflevering
    1970: sloop
     m.v. Stag Hound (1942)
    18 oktober 1941: tewaterlating
    16 september 1942: aflevering
    1943: getorpedeerd (Barbarigo)
     m.v. Shooting Star (1942)
    14 augustus 1942: aflevering
    1969: sloop
     m.v. Sea Serpent (1942)
    23 oktober 1942: aflevering
    1970: sloop

    De scheepswerf ontving de bestelling van deze schepen onder de MARCOM nummers 114 tot en met 118 en bouwde de schepen onder constructienummers 202 tot en met 206

    Type C2-T Transportschepen

    De Tampa Shipbuilders in Florida bouwde vier schepen van het Type CS-T. Alle vier deze schepen kwamen op enig moment in dienst van de U.S. Navy als aanvalsvrachtschepen en munitieschepen. Allen overleefden ze de Tweede Wereldoorlog. Als munitieschepen waren ze gerangschikt onder de Lassen-klasse en als aanvalsvrachtschepen onder de Arcturus-klasse.


    USS Electra (AKA-4) Bron: Public Domain (onbekend)
     Type C2-T schepen
     m.v. Rainbow (1941)
    14 mei 1940: kiellegging
    1 maart 1941: tewaterlating
    16 april 1941: aflevering US Navy
    21 december 1941: USS Rainier (AE-5)
    30 april 1946: uit dienst
    25 mei 1951: in dienst
    7 augustus 1970: uit dienst
    7 augustus 1970: geschrapt van marielijst
    7 september 1971: verkocht voor sloop
     m.v. Comet (1941)
    12 augustus 1940: kiellegging
    16 april 1941: aanschaf US Navy
    9 juli 1941: USS Shasta (AE-6)
    10 augustus 1946: uit dienst
    15 juli 1953: in dienst
    1 juli 1969: geschrapt van marinelijst
    1970: sloop
     m.v. Raven (1941)
    16 april 1941: aanschaf US Navy
    15 augustus 1941: tewaterlating
    17 februari 1942: aflevering USS Bellatrix (AK-20)
    1 februari 1943: USS Bellatrix (AKA-3)
    1 april 1946: uit dienst
    1 mei 1946: geschrapt van marinelijst
    15 mei 1952: USS Bellatrix (AKA-3)
    3 juni 1955: uit dienst
    6 juni 1960: geschrapt van marinelijst
    juli 1963: Independencia (D-130) - Peruviaanse marine
    1991: sloop
     m.v. Meteor (1941)
    16 april 1941: aanschaf US Navy
    18 november 1941: tewaterlating
    17 maart 1942: aflevering USS Electra (AK-21)
    1 februari 1943: USS Electra (AKA-4)
    19 maart 1946: uit dienst
    12 april 1946: geschrapt van marinelijst
    3 mei 1952: USS Electra (AKA-4)
    13 mei 1955: uit dienst
    7 mei 1974: verkocht voor sloop

    De onder de constructienummers 37 tot en met 40 gebouwde Type C2-T transportschepen werden door de MARCOM besteld onder de nummers 124 tot en met 127.

    Noten

    1. Johnson, 1969, pag. 719
    2. Gogin, 2021, pag. 257
    3. Johnson, 1969, pag. 719
    4. Silverstone, 2011, pag. 119
    5. Silverstone, 2012, pag. 298, 309, 324
    6. Gogin, 2021, pag. 358
    7. Johnson, 1969, pag. 719
    8. Johnson, 1969, pag. 719
    9. Charles, 1947, pag. 240-242
    10. Merchant Vessels of the United States, 1952, pag. 54
    11. Charles, 1947, pag. 240-242
    12. Johnson, 1969, pag. 719
    13. Gogin, 2021, pag. 215
    14. Gogin, 2021, pag. 261-262
    15. Johnson, 1969, pag. 719
    16. Gogin, 2021, pag. 214, 252, 259-260.
    17. Gogin, 2021, pag. 252-253
    18. Sayers, 2019, pag. 291