De oorspronkelijk als sleepboot gebouwde mijnenveger Hr. Ms. M 1, werd direct na de Eerste Wereldoorlog in dienst gesteld en bleef in dienst tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Duitse Kriegsmarine nam het schip tijdens de bezetting in gebruik als reddings-hospitaalschip en bergingsschip. Na de Tweede Wereldoorlog kwam het schip als sleepboot weer in dienst bij de Nederlandse Koninklijke Marine tot het in 1949 tijdens een storm zonk.
Gebouwd
door: |
Kiel
gelegd: |
Te
waterlating: |
Aflevering: |
Einde: |
Van der Kuy & van der Ree, Rotterdam |
15 oktober 1915 |
20 december 1916 |
31 oktober 1918 | 23 december 1949 (gezonken) |
Bouwnummer : ? |
||||
Indeling: |
Datum
in: |
Datum
uit: |
Gegevens: |
|
s.s. Marie 1, Bureau Wijsmuller | ||||
31 oktober 1918 |
Hr. Ms. Mijnenveger 1, Koninklijke Marine |
|||
Hr. Ms. M 1, Koninklijke Marine |
||||
1940 | 1941 | LAZ 46, Kriegsmarine |
||
1941 |
ZRD 5, Zeereddingsdienst | |||
1941 |
BS X, Kriegsmarine | |||
mei 1945 |
23 december 1949 | Hr. Ms. RS 21, Koninklijke Marine |
De Mijnenveger 1 was een mijnenveger van de zogenaamde M-klasse (1918), een groep van vier tot mijnenveger omgebouwde sleepboten van de firma Bureau Wijsmuller. De Mijnenveger 1 werd door de scheepswerf Van der Kuy van der Ree in Rotterdam gebouwd als sleepboot s.s. Marie 1. In 1918 werd het schip aangekocht door de Koninklijke Marine en op de Rijkswerf Willemsoord verbouwd tot mijnenveger en op 31 oktober 1918 in dienst gesteld als Hr. Ms. Mijnenveger 1. Enige tijd later werd de naam gewijzigd tot Hr. Ms. M 1. Het schip was de eerste mijnenveger die in dienst werd genomen door de Koninklijke Marine.
De M 1 en de overige drie tot mijnenveger omgebouwde schepen werden allen ingedeeld bij de 2e Divisie Mijnenvegers en gestationeerd in IJmuiden. Toen Duitsland op 10 mei 1940 Nederland binnenviel had het schip problemen met de motoren en kon niet uitvaren. Hierdoor kon het schip later niet uitwijken naar Groot-Brittannië. Op 14 mei 1940 werd het schip in de Visserhaven te IJmuiden door de bemanning tot zinken gebracht.
Het schip werd op 27 juli 1940 gelicht door de Duitse bezetter en als LAZ 46 in gebruik genomen bij het Lazerett Verband van de Kriegsmarine. In 1941 ging het over naar de Nederlandse Zeereddingsdienst als ZRD 5. Toen de Zeereddingsdienst werd omgevormd tot het Bergungsschiffe Verband van de Kriegsmarine, ontving het schip de naam BS X.
Het schip werd ongeschonden teruggevonden in mei 1945 en als sleepboot Hr. Ms. RS 21 in dienst gesteld bij de Koninklijke Marine. Op 23 september 1949 zonk het schip nabij Borkum tijdens een storm.
Naam: | s.s. Marie I Hr. Ms. Mijnenveger 1 Hr. Ms. M 1 LAZ 46 ZRD 5 BS X Hr. Ms. RS 21 |
Bouwer: |
Van der Kuy & van der Ree,
Overschie (Rotterdam) |
Bouwnummer: |
? |
Naamsein/Registratie: |
? |
Type/Klasse: |
Sleepboot - Mijnenveger /
M-klasse (1918) |
Waterverplaatsing: |
238 ton |
Lengte: |
30,50 meter |
Breedte: |
6,95 meter |
Diepgang: |
2,80 meter |
Aandrijving: |
500 shp 1 cylindrische boiler 1 drievoudige expansie stoommachine 1 schacht |
Snelheid: |
9,5 knopen (16,7 km/u) |
Bereik: |
? km bij ? knopen (? km/u) |
Bewapening (bij bouw): |
1x 12,7 mm machinegeweer |
Bemanning |
16 |
Luitenant-ter-Zee 2e Klasse P.A.
Willemsen |
juli 1919 |
Luitenant-ter-Zee 1e Klasse
E.M.J. Chevalier |
? |
Luitenant-ter-Zee 2e Klasse
Jacobus Johannes Logger |
1 januari 1922 - 1 juni 1922 |
Luitenant-ter-Zee 2e Klasse
Anton Bussemaker |
15 september 1926 - 2 november
1926 |
Luitenant ter zee der 2e klasse
Theodoor Marie Bedeaux |
mei 1940 |