TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Boekhouders van de Holocaust

Titel:Boekhouders van de Holocaust - Nederlandse ambtenaren en de collaboratie
Schrijver:Bakker. R.
Uitgever:Verbum
Uitgebracht:2020
Pagina's:727
ISBN:9789074274920
Omschrijving:

Journalist en historicus Rob Bakker (1949) begint zijn boek over Nederlandse ambtenaren en de collaboratie met een verwijzing naar ‘de Nederlandse paradox’, het begrip dat historici hanteren voor het verschijnsel dat bijna driekwart van de Joden in Nederland naar de vernietigingskampen gedeporteerd kon worden, terwijl ons land als tolerant en niet bijzonder anti-Joods gold. De vraag hoe het heeft kunnen gebeuren dat er hier procentueel zoveel meer Joden weggevoerd zijn dan uit andere West-Europese landen, ruim honderdduizend in totaal, houdt onderzoekers al decennia bezig.

Intussen zijn de meeste historici het erover eens dat antwoorden gezocht moeten worden in het civiele bestuur van fanatieke Duitse nazi’s, dat in Nederland de dienst uitmaakte. Anders dan in Frankrijk en België, waar de Duitsers een militair bewind vestigden, had Himmlers SS hier grote invloed op de Duitse instanties, die de Jodenvervolging uitvoerden. Tegelijk kozen Nederlandse bestuursinstellingen na de vlucht van de regering naar Londen voor een loyale samenwerking met de Duitsers, ook waar het de anti-Joodse politiek betrof. Van hoog tot laag speelden Nederlandse ambtenaren en politiemensen zo een rol in de voorbereiding en uitvoering van de Duitse vervolgingspolitiek, met alle fatale gevolgen van dien.

In ‘Boekhouders van de Holocaust’ laat Rob Bakker aan de hand van archiefonderzoek en een grote hoeveelheid secundaire literatuur zien, hoe die medewerking van Nederlands overheidspersoneel (én van bemiddelaars uit het bedrijfsleven zoals notarissen en makelaars) aan de Jodenvervolging in zijn werk ging. Het hele palet van anti-Joodse maatregelen – van registratie en isolatie naar deportatie – passeert de revue en Bakker is onverbiddelijk in zijn oordeel: onder leiding van machtige secretarissen-generaal als K.J. Frederiks en Max Hirschfeld offerde het gehele Nederlandse overheidssysteem de Joodse belangen stap voor stap op aan het voortbestaan van het eigen bestuur. Steeds overheerste het groterere landsbelang en het belang van banen en posities. Frederiks zei het na de oorlog zo: ‘tragisch, maar het belang van de rest van het land ging voor.’

De toon werd na de bezetting al snel gezet. Nog voor de bekendmaking van een Duitse verordening vroegen gemeentelijke luchtbeschermingsdiensten hun Joodse medewerkers om maar niet meer te verschijnen. Het overgrote deel van de ambtenaren tekende kort daarop de ariërverklaring en het ambtelijke onderscheid tussen Joden en niet-Joden was een feit. Het was de overduidelijke en onvermijdelijke opmaat naar het ontslag van alle Joden uit overheidsdienst, waarmee het College van secretarissen-generaal en de Hoge Raad het ‘Joodse probleem’ van de bezetters formeel-juridisch erkenden – een solide basis voor de anti-Joodse maatregelen, die de weg naar deportatie effenden en die ambtenaren, uitzonderingen daargelaten, ijverig en soms proactief faciliteerden.

Ze zochten uit wie volbloed-, half-, of kwart-Joden waren, registreerden hun Joodse medeburgers in de bevolkingsboekhouding naar raciale afkomst en verstrekten de Zentralstelle für jüdische Auswanderung actuele adreslijsten ter voorbereiding op de deportaties. Onder het goedkeurend oog van het College van secretarissen-generaal confisqueerden Nederlandse Verwalter Joodse bedrijven – ‘bonafide ariseringen’ volgens Hirschfeld –, incasseerde de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co (Liro) Joodse vermogens en verwierven arische vastgoedhandelaren, waaronder gemeenten, Joods onroerend goed, vaak voor een appel en een ei. Nederlandse agenten haalden Joden uit hun huizen, burgemeesters begeleidden Joodse ‘tewerkgestelden’, van kleuters tot hoogbejaarden, naar de treinen, de Nederlandse Spoorwegen leverden ze in Westerbork af en Nederlandse marechaussees bewaakten ze. En de regering in Londen? Die rekende de Joden duidelijk niet tot het algemene landsbelang. Hun vervolging werd goeddeels genegeerd.

Schuldig aan massamoord waren de meeste Nederlandse ambtenaren hiermee niet. Dat waren en blijven de bezetters, de Duitse daders, aldus Rob Bakker. Wel vormden zij onmisbare radertjes in de ‘machinerie van destructie’, om met historicus Raoul Hilberg te spreken, duidelijk een van Bakkers inspiratiebronnen. Deze grondlegger en pionier van het onderzoek naar de Jodenvervolging heeft in zijn baanbrekende boeken ‘The destruction of the European Jews’ (1961) en ‘Perpetrators Victims Bystanders’ (1992) met zijn onderscheid tussen ‘daders’, ‘slachtoffers’ en ‘omstanders’ laten zien, dat de vernietiging van de Europese Joden niet het werk was van een handjevol fanatieke nazi’s, maar een proces van ‘cumulatieve radicalisering’. In een vernietigingssysteem met de bureaucratie als een van de pijlers konden de Joden gediscrimineerd, geïsoleerd, beroofd en uiteindelijk gedeporteerd en uitgeroeid worden – ook in Nederland.

Daarbij was de doorsnee collaborerende ambtenaar niet per se pro-Duits of antisemitisch ingesteld, schrijft Rob Bakker. Collectieve verantwoordelijkheid dekte iedere individuele verantwoordelijkheid af en dienstijver en onverschilligheid over het lot van de Joden lijken de voornaamste eigenschappen geweest te zijn. Het was een al sluimerend institutioneel antisemitisme, dat tijdens de bezetting de kop opstak en ook in het naoorlogse Nederland nog voortwoedde, aldus Bakker. De zeer kille ontvangst van de overlevende Joden door de Nederlandse overheid is daarvan een veelzeggende en trieste illustratie. Apart herstel van de geschonden rechten van de Joden vond men onnodig. Hun belangen waren ondergeschikt aan de economische ontwikkeling van Nederland. Pas dit jaar, 75 jaar na de Tweede Wereldoorlog, bood premier Rutte excuses aan voor de rol van de Nederlandse overheid in de Jodenvervolging.

‘Boekhouders van de Holocaust’ is een grondig, nogal wijdlopig maar informatief exposé over een ongemakkelijke geschiedenis. Een echte aanrader voor iedereen die alles wil weten over de achtergrond van Koning Willem Alexanders nu al historische woorden op de Dam: ‘Medemensen, medeburgers in nood, voelden zich in de steek gelaten, onvoldoende gehoord, onvoldoende gesteund, al was het maar met woorden. Ook vanuit Londen, ook door mijn overgrootmoeder, toch standvastig en fel in haar verzet.’

Beoordeling: Goed

Informatie

Artikel door:
Marie-Cécile van Hintum
Geplaatst op:
10-05-2020
Laatst gewijzigd:
09-06-2020
Feedback?
Stuur het in!

Afbeeldingen