Op ontdekkingsreis naar historische bezienswaardigheden? Download de TracesOfWar-app direct in Google Play of in de Apple App Store.

Je mag wel bang zijn, maar niet laf

Titel:Je mag wel bang zijn, maar niet laf - De enerverende en noodlottige geschiedenis van de familie Bakker
Schrijver:Boumans, T.
Uitgever:Balans
Uitgebracht:2021
Pagina's:304
ISBN:9789463821179
Omschrijving:

"Jullie weten wat ik gevraagd heb: niet in wraak aan mijn dood denken", schreef de 28-jarige Sjoerd Bakker in een afscheidsbriefje aan zijn familie. Dat was na de gewapende aanslag op het bevolkingsregister van Amsterdam aan de Plantage Middenlaan op 27 maart 1943 door een verzetsgroep onder leiding van Gerrit Jan van der Veen. Twaalf van hen, onder wie Sjoerd Bakker, werden na verraad opgepakt en op 1 juli 1943 door de Duitsers doodgeschoten.

Zo bekend als Gerrit Jan van der Veen na de oorlog geworden is, zo anoniem bleef Sjoerd Bakker, de ‘kleermaker van het verzet’. En dat terwijl deze begaafde coupeur bij het fameuze modehuis Hirsch & Cie aan het Amsterdamse Leidseplein zijn kompanen zó perfect lijkende politie-uniformen had aangemeten, dat zij gemakkelijk het gebouw konden binnendringen en een grote hoeveelheid persoonsbewijzen in de fik wisten te steken.

Met Je mag wel bang zijn, maar niet laf haalt radio- en TV-journaliste Toni Boumans Sjoerd Bakker, die in kringen van het Amsterdamse kunstenaarsverzet en de persoonsbewijzen-centrale (PBC) opereerde, uit de vergetelheid. Eerder deed ze dat met de Joodse dirigente Frieda Belinfante, een ander verzetslid uit de groep rond Gerrit Jan van der Veen. Over haar schreef ze de biografie Een schitterend vergeten leven (2015). En over Willem Arondéus, Sjoerds goede vriend die tegelijk met hem geëxecuteerd werd, maakte ze de documentaire Na het feest, zonder afscheid verdwenen (1990).

Boumans heeft duidelijk interesse voor homoseksuelen in het verzet: net als Belinfante en Arondéus was Sjoerd Bakker homoseksueel. In haar speurtocht naar diens identiteit en drijfveren stuitte ze op de opmerkelijke geschiedenis van zijn streng gereformeerde familie en veroorzaakte een spreekwoordelijk steentje in de vijver een ware vloedgolf. Drie van Sjoerds vier broers, Dirk, Albert en Lammert, bleken niet alleen homoseksueel, zij kozen ook allen, net als Sjoerd en hun oudste broer Popke, de kant van het verzet. Een soort privatkrieg met de Duitsers volgens een SD’er – met het verlies van twee jonge levens en levenslange trauma’s tot gevolg.

Boumans boek is dan ook veel meer geworden dan ‘alleen’ Sjoerd Bakkers verzetsverhaal. Uit bewaard gebleven correspondentie, het levensverhaal van zus Baukje en interviews met familieleden, distilleert de schrijfster een meeslepend (zij het bij tijd en wijle wat hagiografisch) familieverhaal over geloof, verlies, veerkracht en vooral moed.

Dat verhaal begint eind negentiende eeuw in Friesland. In Langweer en Buitenpost groeit de garen- en bandwinkel van Sjoerds ondernemende en daadkrachtige grootouders Popke en Dieuwke Bakker uit tot het zakelijk zeer succesvolle modehuis P.S. Bakker met filialen in Leeuwarden en Groningen. Een aantal van de maar liefst vijftien kinderen van Popke en Dieuwke vinden hun bestemming in het mode- en kledingvak. Zo ook Sjoerds vader Miente, de elfde telg uit het grote gezin. Hij trouwt in 1911 met Trijntje van der Schaaf en wordt de trotse directeur van ‘P.S. Bakker, Buitenpost-Leeuwarden, Heeren & Dameskleermakerij’ gevestigd op de Nieuwstad, de levendigste winkelstraat van Leeuwarden. Met Trijntje krijgt Miente tot haar vroegtijdige dood negen kinderen, vijf zoons – Sjoerd is de derde – en drie dochters.

We lezen hoe het Miente’s gezin, in het bijzonder Sjoerd en zijn broers, voor, tijdens en na de oorlog vergaat. Over Dirk die in Leeuwarden al vroeg in het verzet belandt, gearresteerd wordt en na traumatische ervaringen in het Oranjehotel in Scheveningen en kamp Amersfoort tot over zijn oren in de hulp aan Joodse onderduikers verzeild raakt. En over de artistieke bohème in Amsterdam, waar Popke, Sjoerd en Albert rond het Leidseplein, al dan niet in gezelschap van neef Bert (de uitgever), in de culturele sociëteit De Kring en het fel anti-Duitse café Eijlders bevriend raken met kunstenaars als Jef Last, Nico Rost, Ed. Hoornik en Bertus Aafjes. En over oom Paul, een jongere broer van Miente, die de illegale kranten Trouw en Vrij Nederland drukt. Hij overleefde het niet.

Ook voor veel naoorlogse gebeurtenissen vormt Amsterdam het decor. Rode draad in Boumans mooie familiekroniek, die van begin tot einde boeit, is de toewijding van vader Miente aan al zijn kinderen, óók aan zijn homoseksuele zoons, die hij nooit laat vallen. Al hoopt Miente op ‘genezing’ door een psychiater, als Dirk op zijn zestiende uit de kast komt. En al worstelen alle zoons op hun eigen wijze met hun geaardheid in relatie tot hun streng gereformeerde afkomst. De ‘ingetogen en bescheiden’ Sjoerd – geen Gay pride-type – verlooft zich vlak voor zijn executie symbolisch met zijn boezemvriendin.

Toni Boumans is erin geslaagd een bijzondere familie tot leven te wekken, die weinig leed bespaard is gebleven. Ze tekent het allemaal op en laat veel aan de verbeelding van de lezer over. Wel worden de karakters van de hoofdpersonen net iets te vaak met weinigzeggende adjectieven als ‘zachtaardig’, ‘creatief’ of ‘bescheiden’ aangeduid, waardoor ze wat vlak blijven. Jammer is ook dat een uitgebreidere verantwoording ontbreekt. In een op feiten gebaseerd (publieks)boek, waarin begrijpelijkerwijs niet gekozen wordt voor een notenapparaat, is dat wel het minste wat de lezer mag verwachten. Hoe het ook zij, de familie Bakker verdiende een plek in de geschiedenis en die heeft Boumans hun met Je mag wel bang zijn, maar niet laf gegeven.

Beoordeling: Zeer goed

Informatie

Artikel door:
Marie-Cécile van Hintum
Geplaatst op:
20-03-2021
Laatst gewijzigd:
25-03-2021
Feedback?
Stuur het in!

Afbeeldingen