TracesOfWar heeft uw hulp nodig! Elke euro die u bijdraagt steunt enorm in het voortbestaan van deze website. Ga naar stiwot.nl en doneer!

De NSB - Twee werelden botsen, 1936‐1940

Titel:De NSB Deel 2 - Twee werelden botsen, 1936‐1940
Schrijver:Slaa, R. te & Klijn, E.
Uitgever:Boom
Uitgebracht:2021
Pagina's:999
ISBN:9789461058386
Omschrijving:

Het eerste deel uit 2009 van de trilogie over het ontstaan, de opkomst en het verloop van deze politieke beweging beslaat het tijdperk van 1931 tot en met 1935 (zie: 'De NSB Deel 1'). Het bovengenoemde boek is dus het vervolg en bestrijkt de periode tussen 1936 - 1940. Wat door de lange tussentijd tussen beide delen duidelijk wordt, is het feit dat namen van functionarissen en hoofdrolspelers weer afgestoft moeten worden en dat zal niet voor alle lezers even gemakkelijk zijn. Dat in deze tussenliggende periode door beide historici bijzonder veel tijd is besteed aan bronnenonderzoek wordt duidelijk in het helder geschreven boek met een indrukwekkende hoeveelheid aandacht voor details en het internationale speelveld. Waren de auteurs bij de uitgave van dat eerste deel werkzaam bij respectievelijk het Nationaal Archief en de Koninklijke Bibliotheek, thans is Erwin Klijn manager van ‘Netwerk Oorlogsbronnen’ en Robin te Slaa is nu zelfstandig historicus en auteur.

Dit lang verwachte tweede deel over de NSB verdiept zich in de geschiedenis van de politieke beweging in een nieuw tijdperk waarin de leiding zich gesteld vond voor de uitdaging om van de overgebleven leden een harde kern te vormen. Het ledental was in het begin van 1936 teruggelopen met zo’n 10 procent. De overgebleven getrouwen moesten de fascistische ideologie verdedigen, het nationaalsocialisme onder alle lagen van de bevolking populariseren en het communisme bestrijden. In 1935 behaalde de NSB nog 8% van de stemmen bij de Provinciale Staten. Dit resulteerde in twee zetels in de 50 zetels tellende Eerste Kamer. Daar vond de partij echter geen bondgenoten en werd in feite door alle andere partijen bestreden. Dat maakte tevens dat de Beweging zich als een ware revolutie tegen alle bestaande democratische normen verzette en daarmee een aantrekkingskracht vormde voor ontevredenen. Wel bleef er de onderlinge concurrentie met kleinere partijen die eenzelfde of soortgelijke ideeën koesterden voortduren. Maar hand over hand nam de hegemonie van de NSB toe. Menig kleinere nationaalsocialistische partij zou aan onderling gekrakeel ten onder gaan.

Midden jaren dertig van de vorige eeuw leek heel Europa moe te zijn geworden van het democratische liberalisme. Terwijl in het naburige Duitsland en ook in Italië het fascisme groeide, werden in Centraal- en Oost-Europa steeds meer autoritaire machtshebbers populair die nationalisme predikten. Het boek richt zich in belangrijke mate op de verwantschap van de NSB met de parallelle fascistische buitenlandse ontwikkelingen. Ook het daarmee gepropageerde antisemitisme begon begin 1936 steeds manifester naar de voorgrond te dringen. Bovendien zochten prominenten uit de partij steeds vaker en op eigen houtje contacten met hooggeplaatste Duitse fanatieke aanhangers en functionarissen binnen de Duitse fascistische nazi-partij (de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei).

Aangezien NSB-leider Anton Mussert zich in eerste instantie had laten inspireren door het voorbeeld van de Italiaanse ‘Il Duce’ Benito Mussolini en diens benadering van het fascisme hoefde ook hij zich niet zo te profileren als antisemiet, wat hij in wezen ook niet zou zijn geweest. In de Italiaanse beweging werd daar namelijk weinig aandacht aan geschonken. De neiging om zich naar het nationaalsocialisme van het zich weer oprichtende Duitsland te voegen, werd desondanks een veel aantrekkelijker propagandamodel. Parallel daaraan werd ook de rassenleer en daarmee antisemitisme een steeds groter punt van aandacht. Hoe sterk Mussert ook probeerde geen stelling te nemen met harde uitspraken, ook met het oog op zijn aanzienlijke succes bij de Indo-Europeanen in Nederlands Indië, onder zijn aanhang werden uitspraken over antisemitisme niet zonder meer onder het kleed geveegd. Tegen het einde van het decennium was de rassenhaat in de NSB vergelijkbaar in intensiteit met die in Duitsland.

Waarop, en terecht, in het boek met veel nadruk wordt gewezen, is het imago van de politieke Beweging zoals dat voor een belangrijk deel is bepaald door wat prof. dr. L. (Loe) de Jong daarover heeft gepubliceerd. Deze historicus en journalist publiceerde het 14-delige overzicht ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’. Hij besteedde slechts enkele bladzijden van dit encyclopedische naslagwerk aan Mussert en zijn partij. Daaruit zou blijken dat Mussert, de Algemene Leider, in een wat ingewikkelde en aarzelende verhouding stond ten opzichte van de nazi beweging in het buurland. Uit De Jongs publicatie zou een "kleinburgerlijk mannetje als Mussert" (een ‘filister’) internationaal niet al teveel betekenis hebben gehad. Echter beide onderzoekers benadrukken dat er via de diplomatieke kanalen door het Duitse gezantschap wel degelijk alle ontwikkelingen bij de NSB met belangstelling en zeer gedetailleerd werden gevolgd en nauwkeurig gerapporteerd. En dat de lezing van De Jong enigszins oppervlakkig en eenzijdig genoemd mag worden.

Ook bemerkte men in Duitsland dat er in Nederland een groeiende ónrust bestond over de invloed van het Duitse nationaalsocialisme. De frequente rapportages van de Duitse vertegenwoordiging in Den Haag liepen parallel aan die welke bij het Duitse ministerie van Propaganda werden bijgehouden, ook dankzij de hulp van de in groten getale in Nederland gevestigde Duitsers. Zowel de Gestapo (Geheime Staatspolizei: geheime dienst) als de SD (Sicherheitsdienst: inlichtingendienst) deden ook hun duit in het zakje met uitgebreide rapportages over de ontwikkelingen in hun buurland. ("Kenmerkend voor het bestuur in het Derde Rijk was de polycratische wanorde.") Daarnaast bestond een sterke neiging bij NSB-kopstukken om, vaak ongecoördineerd en op eigen houtje, relaties met hoge(re) nazi functionarissen aan te knopen.

Het nationalisme bracht met zich mee dat er een diepe afkeer begon te groeien van wat genoemd werd ‘het volksvreemde’. De dubbelhartige houding van de Leider werd door de achterban niet erg op prijs gesteld. De algemene opvatting was dat de NSB niet antisemitisch zou zijn, maar in feite voelde wel 90% van de aanhang zich aangesproken door de rassenleer van de omringende nationaalsocialisten, niet alleen in Duitsland en Oostenrijk maar ook in België, Frankrijk en in Engeland. Terwijl binnen de Beweging de neiging naar wat daar genoemd werd ‘het volksche’, steeds populairder werd, wellicht ook door de verhoopte aantrekkingskracht op een groot deel van de potentiële kiezers.

Mussert bleef herhalen, dat ‘nationaal-voelende’ Joden welkom bleven bij de Beweging. De NSB als politieke partij stoorde zich desondanks openlijk aan de vermeende oververtegenwoordiging in de ambtenarij, het onderwijs en in de media. Ook werd de tegenwerking door de SDAP (Sociale Democratische Arbeiders Partij) en de CPN (Communistische Partij Nederland) aan Joodse beïnvloeding geweten. Door deze beschuldigingen begonnen ook de Rooms-Katholieke en de Protestantse kerken hun leden steeds dringender te waarschuwen tegen de nationalistische en antisemitische propaganda. Daar ook dit gedeelte van de bevolking een groot aantal tegenstanders zou kunnen vormen, werd de houding binnen de NSB behoedzaam in het omgaan met de uit de Duitse retoriek gehanteerde terminologie. Maar men bediende zich wel steeds vaker van uitdrukkingen als "de Joodse intriganten, het Joodse internationale wereldcomplot". De grote instroom van Joodse vluchtelingen met name uit Duitsland en na de Anschluss uit Oostenrijk, baarde grote zorgen en de toelatingseisen voor immigratie werden steeds restrictiever. Uiteindelijk nam de NSB de positie in dat de Joodse instroom uit Duitsland en Oostenrijk "de veiligheid in ons land bedreigde". En vanaf januari 1939 streefde men in de partij naar een Jodenvrij Nederland.

Inmiddels werd de dreiging van een ambitieus regime in het buurland steeds onrustbarender. Mussert nam een zeer nadrukkelijk standpunt in over de mogelijkheid van collaboratie voordat een Duitse bezetting zou kunnen plaatsvinden. "Zijn doel was daarbij steeds het vestigen van een zelfstandig nationaalsocialistisch Groot-Nederland dat onder zijn leiding een vooraanstaande plaats moest innemen in het nieuwe Europa." De succesvolle Duitse inval in Polen had met de ‘Blitzkrieg-methode’ grote ongerustheid veroorzaakt: dit zou ook Nederland kunnen overkomen. Binnen de partij verschilden topstukken steeds heftiger van mening over de effecten van een Duitse inval voor de partij. "Een Duitse verovering van Nederland zou de nationaal-socialistische (sic) gedachte hier ernstig blameren."

Het valt dus te betwijfelen of de kwalificaties van Mussert en zijn Beweging historisch in het verleden wel in het juiste internationale perspectief zijn gesteld. De Algemeen Leider was er per slot van rekening in geslaagd een spraakmakende fascistische beweging (van ontevredenen) op te richten die acht jaar lang pleitte voor zuivering van het land van etnische minderheden, tijdens de Duitse bezetting dreigde met vergeldingsacties (represaillemoorden) voor elke vermoordde NSB’er en trachtte een buitenlandse mogendheid in te palmen om deze te bewegen zijn partij als gelijke te beschouwen en een daaraan gelieerd Groot-Nederland een eigen plaats te verschaffen op het wereldtoneel in Europa. Het interne verschil van mening werd gevormd door het alternatief: deel te worden van één Groot Duitsland, het Derde Rijk.

De grondige studie leverde 1. Een lijst van afkortingen op; 2. Bijna 20 pagina’s met bronnen; 3. Tegen de 100 pagina’s met noten en tot slot; 4. Een uitgebreid personen- en plaatsnamenregister. Terwijl deze uitgave tevens een drietal secties met foto’s (gedeeltelijk in kleur) bevat. Door de gedetailleerde inhoudsopgave wordt het naslaan van gebeurtenissen en verwikkelingen chronologisch in beeld gebracht terwijl de onderlinge verbanden kraakhelder uit de doeken worden gedaan. De uitgave is van uitermate groot belang om deze politieke Beweging en haar achtergronden en motivatie helder in beeld te brengen zonder de sterk racistische inslag van de leden en het revolutionaire karakter te verdoezelen. De Beweging die haar aantrekkingskracht ontleende aan een diepe ontevredenheid van een deel van de bevolking, dat een herrijzend Duitsland als een nieuwe weg beschouwde uit economische malaise en gebrek aan daadkracht onder de bedreiging van het ‘communistische gevaar’. Dit tweede deel is een zeer gedetailleerde studie naar de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, een naslagwerk dat uniek mag worden genoemd in de Nederlandse historiografie en dat alle mogelijk denkbare aspecten van de vooroorlogse politieke ontwikkelingen in alle dimensies doorlicht.

Het volgende deel van deze trilogie zal licht werpen op de landverraderlijke kant van de NSB en de vormen van collaboratie tijdens de oorlogsjaren die in 1940 aanbraken.

Beoordeling: Uitstekend

Informatie

Artikel door:
Fred Bolle
Geplaatst op:
20-05-2021
Laatst gewijzigd:
28-05-2021
Feedback?
Stuur het in!

Afbeeldingen