TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Overleven in het riool van Lemberg

Titel:Overleven in het riool van Lemberg - De laatste schuilplaats voor de Holocaust
Schrijver:Marshall, R.
Uitgever:Omniboek
Uitgebracht:2021
Pagina's:240
ISBN:9789401918
Omschrijving:

Robert Marshall (1952) is een Britse schrijver die een aantal boeken en toneelstukken heeft geschreven. Hij produceerde vele kunst- en geschiedenisprogramma’s voor de BBC. In de jaren tachtig en negentig maakte hij ongeveer dertig filmdrama’s en documentaires voor de BBC. Toen hij in 1988 in Polen een documentaire maakte over de verschrikkingen van de Holocaust, stuitte hij op het onwaarschijnlijke verhaal van een groep Joden uit Lemberg die veertien maanden in de riolen van Lemberg had doorgebracht om aan de Holocaust te ontsnappen. Dat gebeurde in eerste instantie doordat Marshall een aantal dagboeken en verslagen werd gegeven waarin een van de hoofdrolspelers van dit verhaal, Ignacy Chiger, zijn herinneringen vele jaren na de oorlog had opgeschreven. Na verder onderzoek schreef hij het verhaal In the sewers of Lvov, dat in 1990 uitkwam. Het indrukwekkende verhaal is in de loop der jaren twee maal verfilmd. Ruim dertig jaar later verschijnt het boek nu in een Nederlandse vertaling.

Lemberg was zeer lang een van de belangrijkste steden in het Habsburgse rijk. In 1784 kreeg het een universiteit waar in vier talen werd gedoceerd. Die universiteit was belangrijk voor de wederopstanding van de Poolse cultuur in de negentiende eeuw, maar ook de bakermat voor het Oekraďense nationalisme. Na de Eerste Wereldoorlog werd de stad in 1918 in eerste instantie uitgeroepen tot hoofdstad van de onafhankelijke West-Oekraďense Volksrepubliek; de naam van de stad werd van Lemberg omgedoopt in Lviv. De nieuwe staat werd echter door de westerse mogendheden niet erkend en in 1919 werden stad en regio toegevoegd aan de nieuwe staat Polen. De naam van de stad werd onder de Polen gewijzigd in Lwów. De Duitsers en Oostenrijkers hielden echter vast aan de oude naam Lemberg, een halsstarrigheid die tot op heden door velen wordt volgehouden. Opvallend in de titel van het boek is dat het verhaal speelt in de periode dat de stad tot Polen behoorde, zodat de aanduiding Lemberg in de Nederlandse titel niet correct is.

In de Poolse jaren (1919-1945) was Lwów een metropool met in 1939 aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog 318.000 inwoners waarvan ongeveer een derde Joods was en 60% Pools. Slechts 7% was Oekraďens, maar het platteland rondom Lwów was wel overwegend Oekraďens. In september 1939 werd de stad als uitvloeisel van de geheime afspraken uit het Molotov-Ribbentroppact door Sovjettroepen bezet. Nadat in juni 1941 de Duitsers de Sovjet-Unie binnenvielen (Operatie Barbarossa) kwam de stad drie jaar lang in Duitse handen. In die periode werd bijna de voltallige Joodse bevolking uitgemoord. Die bevolking was door de Duitse inval aangevuld met Joden vanuit het platteland en gegroeid van 125.000 naar 160.000 inwoners. Slechts ongeveer 2.000 van hen zouden de oorlog overleven. Vanuit het getto van Lwów werden de Joodse inwoners weggevoerd naar het concentratiekamp Janovska en het vernietigingskamp Bełżec. In Janovska, vlak buiten Lwów, zouden gedurende de drie jaar Duitse bezetting ongeveer 200.000 Joden worden vermoord. Belzec was een van de vernietigingskampen van Aktion Reinhard(t), waar ongeveer 440.000 Joden en Roma werden vermoord. In Lwów werden alle synagogen en veel andere gebouwen die herinnerden aan een rijke Joodse traditie vernietigd. Nadat in 1945 het oostelijke deel van Polen door de Russen werd geannexeerd, trokken de Polen en Joden naar het westen, naar de voorheen Duitse gebieden die nu aan Polen werden toegewezen.

In het getto van Lwów hadden eind 1942 twee Joodse inwoners elkaar ontmoet: Ignacy Chiger en Jacob Brestycki. Het doorgangskamp Janovska was al eind 1941 in gebruik genomen; vanaf maart 1942 was het vernietigingskamp Belzec operationeel. Op het moment van hun ontmoeting was het voor de meeste Joodse inwoners wel duidelijk welk lot hen te wachten stond. Het blijft verbazingwekkend te lezen hoe, ondanks de talrijke en overduidelijke aanwijzingen over de moorddadige plannen van de Duitsers, nog vele Joden bleven geloven in de nazipropaganda. Dag en nacht arriveerden in het knooppunt treinen met soldaten uit West- en Zuid-Europa die naar het oostfront werden vervoerd. Er kwamen echter met dezelfde regelmaat stevige veewagens met slechts één raampje en voorzien van prikkeldraad, met passagiers die waren samengedrukt in een veel te kleine ruimte. Op weg naar Belzec, ruim 75 kilometer verderop, of naar Janovska, wat slechts uitstel van executie betekende. Behalve die ‘treinreizigers’ vonden ook in een constant tempo razzia’s plaats in het getto van de stad. Razzia’s die met veel geweld gepaard gingen. Na grote razzia’s in januari 1943 woonden officieel nog slechts 12.000 Joden in het getto. De rest was afgevoerd, willekeurig neergeschoten of bezweken aan ziekte en ontberingen.

De overblijvende Joden zochten krampachtig naar manieren om te vluchten of bouwden ingenieuze schuilplaatsen. Zo ook Ignacy Chiger, die voor zichzelf en voor zo ongeveer iedereen die hij kende schuilplaatsen maakte. Maar al snel kwam het besef dat de meesten van die schuilplaatsen door de Duitsers ontdekt zullen worden. En waar dat niet het geval was, bleef het de vraag hoe dan in een leeg en zwaarbewaakt getto te overleven viel. Toen in april 1943 de situatie steeds erger werd, ging Chiger op zoek naar plaatsen om zijn gezin te verbergen. Brestycki wees hem op het riool als vluchtplaats, in het verleden een beproefde methode die echter zelden goed afliep en zeker niet voor een langere periode bruikbaar was. Met hulp van een paar anderen ontstond het plan toch een poging te wagen. Vanuit de kelder van het appartementengebouw werd met veel moeite een doorgang naar de ondergrondse gewelven gemaakt, waar de rivier de Peltwa stroomt (maar liefst zes meter breed). Bij hun eerste verkenningen in het pikdonker stuitten ze op drie man van de lokale riooldienst, waarmee ze het op een akkoord konden gooien. Van die drie zou Leopold Socha, een Pool met een verre van onberispelijk verleden, zich ontpoppen als degene die gedurende de veertien maanden van hun ondergrondse verblijf bijna het enige contact was met de buitenwereld. Degene die bijna dagelijks zorgde voor voedsel, drinken en nieuws.

Bij de laatste grote razzia in mei 1943 ging bijna het gehele getto in vlammen op en werd iedereen die de Duitsers te pakken kreeg neergeschoten of afgevoerd. Het ondergrondse verblijf was toen gereed maar slechts voor een beperkte groep geschikt. Nadat ze van hun ontsnappingsroute naar het riool gebruik hadden gemaakt, wemelde het van de Joden die via putdeksel eenzelfde ontsnapping hadden gezocht. Binnen een paar weken waren ze bijna allemaal van ontbering gestorven of direct neergeschoten toen ze weer voorzichtig bovengronds wilden gaan. Slechts de groep van Chiger wist het veertien maanden vol te houden. Ook hier werd de groep behoorlijk uitgedund. Toen ze eind 1944 wisten dat de Russen de stad hadden bevrijd en het veilig was om naar buiten te komen, waren ze nog met tien personen, waaronder twee kinderen. Die overlevenden waren door hun verblijf in het vochtige en door ratten vergeven riolenstelsel kromgetrokken, uitgemergeld, bijna onherkenbaar en half blind. De verbijsterde Polen merkten op dat ze ongeveer de enige Joden waren die in de stad de Holocaust hadden overleefd.

Marschall schreef een beklemmend verhaal over het verblijf in het riool, waar de groep moest leven met het afval, de ratten, de duisternis, het vocht en het karige voedsel. Tijdens het verblijf waren er constante onderlinge irritaties, dreigingen van buitenaf, situaties van wanhoop, gevallen van uitputting. Voor de lezer blijft het een raadsel hoe mensen in staat zijn dit alles te overleven. Er is ook het verhaal van de Pool Socha en zijn kompanen die met gevaar voor eigen leven de hele periode zorgden voor de onderduikers en daarvoor veel vindingrijkheid nodig had. Of het ook verbijsterende verhaal van Mundek Margulies, een handige Joodse sjacheraar en een van de groepsleden, die op zoek naar informatie over enkele familieleden het doorgangskamp Janovska wist binnen te dringen en na een kleine week weer veilig terugkeerde naar het riool.

Beoordeling: Goed

Informatie

Artikel door:
Frans van den Muijsenberg
Geplaatst op:
21-11-2021
Feedback?
Stuur het in!

Afbeeldingen