Op ontdekkingsreis naar historische bezienswaardigheden? Download de TracesOfWar-app direct in Google Play of in de Apple App Store.

‘Storm op den Staat!’ Arnold Meijer (1905-1965)

Titel:‘Storm op den Staat!’ Arnold Meijer (1905-1965) - Een biografie van een fascistenleider
Schrijver:Noort, A. van
Uitgever:Uitgeverij Verloren
Uitgebracht:2022
Pagina's:256
ISBN:9789464550221
Omschrijving:

André van Noort, van beroep archivaris, was jarenlang voorzitter en bestuurslid van het Historisch Genootschap Warmelda in Warmond. Hij richtte voor de vereniging in 2014 het historische tijdschrift De Hekkensluiter op en schreef in de loop der jaren een aantal artikelen en boeken over de geschiedenis van Warmond. Daarbij moet hij zijn gestuit op Arnold Meijer, de fascistenleider die vanaf september 1926 studeerde aan het Groot-Seminarie Warmond. Meijer moest enkele jaren later vanwege een ernstig oplopend conflict met praeses mgr. Henricus Taskin (1865-1946) het seminarie verlaten. Deze mgr. Taskin, die in de periode 1906-1939 de leiding had in het seminarie, stond bekend als een zeer conservatief en autoritair bestuurder. Nu had Meijer ook een behoorlijk autoritair karakter, dus een botsing met het ‘schrikbewind’ van de praeses was onvermijdelijk. Van Noort heeft de korte maar zeer bepalende periode in het leven van de priesterstudent Arnold Meijer in Warmond aangegrepen om een biografie te schrijven over de fascistenleider van Zwart Front en later Nationaal Front.

De wat onheilspellende naam Zwart Front riep direct associaties op met de strijd binnen de NSB over de vraag of de beweging moest inzetten op de Groot-Nederlandse gedachte (en dus een zelfstandige Nederlandse fascistische beweging moest blijven) óf dat Nederland juist moest opgaan in de Duitse Rijk (en dus ook de fascistische beweging daarin moest opgaan). Arnold Meijer en Zwart Front zaten op de eerste en niet op de laatste koers. Dat was de politiek van Henk Feldmeijer (1910-1935) die, gesteund door de invloedrijke Rost van Tonningen, binnen de NSB de felste tegenstander was van Anton Mussert. De namen Meijer en Feldmeijer zorgen dus voor verwarring, de naam Zwart Front deed de rest. Arnold Meijer en Anton Mussert zaten politiek op dit punt weliswaar op dezelfde lijn, maar bestreden elkaar verder waar ze maar konden. In elk geval was het met alle drie de heren kwaad kersen eten.

Arnoldus Jozephus Meijer (1905-1965) kwam uit een welgesteld en groot katholiek gezin in het dorpje Rijp in de Haarlemmermeer, dat inmiddels onder de startbanen van Schiphol is verdwenen. Oorspronkelijk stamden de Meijers uit Duitsland, maar ze vestigden sinds rond 1800 als jeneverstokers in Schiedam om na de drooglegging (1849-1852) te gaan boeren in de Haarlemmermeer. Arnolds vader zat er een paar jaar namens Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP) in de gemeenteraad. Via de katholieke kostschool St. Louis in Oudenbosch, het kleinseminarie College van het H. Kruis in Uden en het kleinseminarie Hageveld in Heemstede kwam de 21-jarige Meijer in september 1926 aan op het grootseminarie in Warmond. Daar kwam hij steeds meer onder de indruk van de fascistische beweging, wat toen onder de Nederlandse katholieken veel voorkwam. In Italië had de fascistenleider Benito Mussolini immers aansprekende verdragen gesloten met de paus. Belangrijke invloeden waren verder de priester Wouter Lutkie (1887-1968), die al enkele jaren het fascisme promootte, en Henri Bruning (1900-1983), een katholiek schrijver-dichter. Bruning zou later de katholiek-solidaristische beweging Verdinaso (Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen) oprichten waarvan de meeste leden in 1940 overstapten naar de NSB. In Warmond ontwikkelde Meijer zich steeds meer tot een criticus van de geestelijkheid en de RKSP. Dat moest wel tot problemen leiden op het seminarie. In 1933 werd hij definitief afgewezen voor een vervolg op de priesteropleiding.

Vanaf 1932 had Meijer een zwervend bestaan en schreef hij zijn eerste katholiek-fascistische brochures. In de brochure Wij vergaan (Oisterwijk, 1932) waarschuwde hij voor het geestelijk en moreel verval van Europa en trok fel van leer tegen de lauwe reactie daarop van de katholieke geestelijkheid. In Waarheen? Fascisme, R.K. Staatspartij (Den Haag, 1933) sprak hij de verwachting uit dat het fascisme Europa van haar kwalen kon genezen. In deze jaren schreef hij herhaaldelijk artikelen voor het autoritair-conservatieve weekblad De Rijks-eenheid en voor het blad De Fascist van de Algemeene Nederlandsche Fascistenbond (ANFB), een van de vele fascistische splinterpartijen. In 1934 weet ANFB-voorman Jan Baars hem over te halen propagandaleider van de partij te worden om de neergang van de partij te stoppen. Meijer kreeg ook de leiding over het verenigingsblad Zwart Front dat in het zuidelijk deel van Nederland door de ANFB werd uitgegeven. Al na enkele maanden lag Meijer vanwege zijn zeer felle propagandamethoden in conflict met de ANFB-leiding, waarna het zuidelijk deel van de bond zich afscheidde. Ze gingen vanuit Oisterwijk verder onder de naam Fascistisch Verbond Zwart Front, met Arnold Meijer als leider en Zwart Front als hun orgaan. Niet veel later wist hij de restanten van de ANFB over te nemen en werd de naam veranderd in Nederlandsen Volksfascisme Zwart Front. Meijer zet deze beweging als de voortzetting van de eerste (lees: enige echte) Nederlandse fascistische beweging af tegen de nieuwkomer NSB van Mussert.

Waar de ANFB van oorsprong een gematigde beweging was, zette Meijer een zeer radicale koers in om de NSB af te troeven. Hij wees de legale weg die Mussert wilde bewandelen af en predikte een revolutionaire verwerping van de bestaande Nederlandse staat. ‘Storm op den staat’ werd de lijfspreuk van de beweging; de titel van de biografie is eraan ontleend. Zwart Front richtte haar propaganda ook zeer bewust op ‘de kleine man’ (kleine boeren, middenstanders, werkloze arbeiders) en was erg antisemitisch, in een fase dat de NSB op dit punt nog erg twijfelde welke koers ze wilde varen. Meijers antisemitisme had wel een opvallend karakter. Hij wees de Duitse rassenleer pertinent af en stuurde zelfs een brief naar Adolf Hitler om de Jodenvervolging in het Duitse Rijk te veroordelen. Het zal hem in Berlijn niet populair hebben gemaakt, maar dat bemerkte hij pas jaren later. Meijer vond dat de Joden op culturele gronden niet in de Nederlandse samenleving konden worden opgenomen. Ze zouden hier slechts ‘gastrecht’ kunnen krijgen, dus geen stemrecht of ambtelijke functies mogen krijgen. In de praktijk was de propaganda van Zwart Front echter net zo fel anti-Joods als van de nationaalsocialistische antisemieten. Arnold Meijer was dan ook in 1938 een van de inleiders op een anti-Joods congres te Erfurt.

Meijer had echter weinig succes met zijn 'revolutionaire tactiek' en geruchtmakende provocaties. Zijn Zwart Front bleef een marginaal clubje in voornamelijk het katholieke zuiden. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1937 kreeg Zwart Front maar 8.178 stemmen (0,2%), terwijl de NSB 171.137 stemmen kreeg (4,2%) en daarmee vier Kamerzetels bemachtigde. Zwart Front bleef een onbeduidend partijtje, helemaal gericht op één persoon. Die ene persoon kreeg ook nog eens bij herhaling te maken met justitie. Begin 1938 zat Meijer een gevangenisstraf van een maand uit in Breda en later dat jaar zat hij een paar dagen in Nijmegen in de cel vanwege belediging van de Joodse bevolking. Meijer besloot daarna tot een deradicalisatie van de beweging, door zich te distantiëren van het begrip fascisme en de beweging in april 1940 om te dopen in Nationaal Front. Het pleit was toen echter al lang in het voordeel van de NSB beslist. Het Nationaal Front zette op veel punten trouwens gewoon de lijn van het Zwart Front voort: de Groot-Nederlandse gedachte, antisemitisme volgens de Meijer-lijn en corporatisme. Daarnaast was men ineens erg gezagsgetrouw geworden. Tijdens de Nederlandse neutraliteit in 1939 profileerde de partij zich als erg vaderlandslievend.

Na de Duitse bezetting in mei 1940 trachtte hij tevergeefs bij de Duitsers in het gevlei te komen, maar zijn vorm van antisemitisme en zijn Groot-Nederlandse gedachte maakten dat onmogelijk. De partij kreeg wel een behoorlijk aantal nieuwe leden (zo’n 10.000), maar dingen naar zowel de Duitse steun als die van de Nederlandse bevolking was een onmogelijke opgave. In juni 1941 overspeelde hij zijn hand door in het Nederlandsch Dagblad, de periodieke uitgave van het Nationaal Front, te pleiten voor de oprichting van een gezamenlijk vrijwilligerslegioen van Nationaal Front, NSB en Nederlandse Unie om met Duitsland tegen de Russische communisten ten strijde te trekken. Een legioen dat wel uitdrukkelijk, conform de Groot-Nederlandse gedachte, door de Nederlanders en niet door de Duitsers moest worden geleid. Honderden leden verlieten direct de beweging, de NSB en Nederlandse Unie distantieerden zich nog verder van Meijer en ook de Duitsers verloren alle belangstelling voor Meijer en zijn Nationaal Front. Op 13 december 1941 werd het Nationaal Front door de Duitsers verboden.

De rest van de oorlog hield Arnold Meijer zich gedeinsd. Op 27 oktober 1944 werd hij in het inmiddels bevrijde Noord-Brabant gearresteerd en opgesloten in het interneringskamp te Vught. Hij wist op 7 mei 1945 te ontsnappen en in de onderduik schreef hij ‘Alles voor het Vaderland’ (Oisterwijk, 1946), waarin hij zichzelf probeerde vrij te pleiten voor zijn politiek in de eerste twee oorlogsjaren. Op 26 juni 1946 werd hij door het Bijzonder Gerechtshof in Den Bosch wegens hulpverlening aan de vijand tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Dat werd een jaar later door de Bijzondere Raad van Cassatie met een jaar verkort. Al in juli 1948 kwam hij vervroegd vrij; hij trok zich vervolgens helemaal terug in Oisterwijk, waar hij in 1956 het hotel en bungalowpark De Rosep stichtte. Hij onthield zich van alle openbare politieke activiteit, maar bleef wel de oude contacten onderhouden met de fascistische kring rondom zijn oude compagnon Wouter Lutkie. In 1959 bezocht hij in Italië het graf van de door hem bewonderde Mussolini. In latere jaren was hij vaak in Spanje en Portugal toen daar fascistische regeringen aan de macht waren. Hij overleed op 17 juni 1965 in Oisterwijk aan een hartaanval en werd onder grote belangstelling begraven op het Joanneskerkhof.

Op 27 juni 2016 ging de Joannesparochie in Oisterwijk over tot ontruiming van het graf van Arnold Meijer. Volgens de parochie omdat niemand van de familieleden de grafrechten wilde betalen en ontruiming dan de vaste procedure is. De heemkundekring en lokale monumentencommissie probeerden tevergeefs het graf te behouden om de herinnering aan de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog levend te houden. Ook de toezegging van een vrouw uit Zuid-Afrika, die Meijer nog uit haar jeugd kende, om de grafrechten te voldoen, kon het parochiebestuur niet overtuigen. Het archief van Zwart Front en Nationaal Front over de periode 1934-1941, met documenten van en over Arnold Meijer, is ondergebracht bij het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC) in Den Bosch, maar zal pas vanaf 1 januari 2041 in zijn geheel toegankelijk zijn.

‘Storm op den staat’ is interessante biografie van een van de grote fascistische voormannen in Nederland. Terecht kan worden opgemerkt dat Arnold Meijer in vergelijking met de andere fascistische politici relatief geen slecht figuur slaat, maar toch het vermogen ontbeerde een degelijke en heterogene partij van de grond te tillen. Op hem lijkt erg de spreuk van toepassing dat de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens. Vanuit zijn katholieke achtergrond streefde hij oprecht naar verbeteringen, maar meegesleurd door de tijdgeest kwam hij terecht op een totaal verkeerd spoor. Zijn koppigheid en arrogantie verhinderden hem tijdig in te zien op welke dwaalleer hij was aangeland. Van Noort zet hem neer als iemand waarbij gecharmeerdheid voor de persoon en weerzin tegen zijn politieke ideeën om voorrang strijden.

Beoordeling: Goed

Informatie

Artikel door:
Frans van den Muijsenberg
Geplaatst op:
14-11-2022
Feedback?
Stuur het in!

Afbeeldingen