Op ontdekkingsreis naar historische bezienswaardigheden? Download de TracesOfWar-app direct in Google Play of in de Apple App Store.

Strategie en tactiek

Titel:Strategie en tactiek - De geschiedenis van de krijgskunst
Schrijver:Vos, Luc De & Verlinden, Peter
Uitgever:Sterck & de Vreese
Uitgebracht:2022
Pagina's:328
Taal:Nederlands
ISBN:9789056159719
Omschrijving:

"Alle beschavingen zijn uit oorlog voortgekomen." Zo wordt gesteld in het voorwoord van ‘Strategie en tactiek’. Dat is paradoxaal, zoals de auteur zelf ook erkent, maar het is wel waar. Al vanaf het moment dat de mens zijn intrede deed op het wereldtoneel, vonden er tussen de verschillende gemeenschappen conflicten plaats, die werden uitgevochten, hetzij met knotsen en speren in de prehistorie, of zoals nu, met drones en raketten.

Toch werd (de historie van) de krijgskunst volgens de schrijver lange tijd uit de geschiedenis geweerd. Je kunt er discussie over voeren of dat echt zo is. Al eeuwen lang worden er immers boeken geschreven over veldslagen en oorlogen en de militaire tactieken die daarin werden en worden toegepast. Dat neemt niet weg dat er niet veel boeken zijn waarin alle facetten van strategie worden beschreven, van de prehistorie tot nu. In dat opzicht is ‘Strategie en tactiek’ van Luc De Vos, zeker een aanvulling. Luc De Vos (1946), emeritus hoogleraar aan de Koninklijke Militaire School en de Katholieke Universiteit Leuven, heeft diverse boeken op zijn naam staan over militaire onderwerpen, waaronder verschillende over de Tweede Wereldoorlog. ‘Strategie en tactiek’ verscheen eerder in 2008. Nu is het uitgebreid met een deel van Peter Verlinden over de rol van de media in de moderne oorlog.

Het boek begint met een uitgebreid theoretisch kader waarin onder meer de relevante militair-strategische begrippen worden toegelicht, zoals het verschil tussen een lineaire en loodrechte tactiek. Ook worden de belangrijkste regels voor de krijgskunst opgesomd, zoals de noodzaak om de beschikbare middelen geconcentreerd en met de grootst mogelijke intensiteit in te zetten. In de diverse hoofdstukken wordt er behoorlijk veel militair jargon gebruikt. Het begrippenkader is dan ook geen overbodige luxe. Tijdens het lezen van het boek is het handig om de betekenis van bepaalde termen nog even op te zoeken. Dat neemt niet weg dat dit hoofdstuk soms wat lastig is om door te komen. Een passage luidt bijvoorbeeld: De zin voor realiteit vereist dat, vooraleer het streefdoel van één of andere militaire operatie wordt vastgelegd, het eigen potentieel wordt vergeleken met dat van de toekomstige tegenstander.

Aan de andere kant slaagt de schrijver er wel in om talloze aspecten van de militaire strategie in een overzichtelijk relaas te laten passeren. Hetgeen een prestatie is, gelet op het feit, dat dit, zeker voor een iemand met minder kennis op dit gebied, vrij complexe materie is. De voorbeelden waarmee de auteur zijn verhaal ondersteunt, zorgen voor de nodige afwisseling en maken dat de theorie beter beklijft en inzichtelijk wordt. Zo illustreert hij het manoeuvre van de doorbraak in het centrum (een frontale aanval op een beperkt front) aan de hand van de Slag bij El Alamein.

Al in de vierde eeuw voor Christus stelde de Chinese denker Sun Tzu een aantal stelregels voor de oorlog op schrift. Toch zou het tot de negentiende eeuw duren voordat er algemene regels en principes voor de oorlogvoering werden geformuleerd. Belangrijk daarin was het baanbrekende boek van de Pruisische generaal Carl von Clausewitz. Er is uitgebreid aandacht voor zijn werk over oorlog dat nu nog steeds een standaard is. Ook minder bekende figuren passeren de revue, zoals de Brit Halford MacKinder, die na de Eerste Wereldoorlog voorspelde dat Rusland de middelen en mogelijkheden had om heel Eurazië te veroveren, of zoals hij het noemde, het World Island.

Het hoofdstuk waarin De Vos de militaire geschiedenis van de oudheid tot nu beschrijft, is zeer lezenswaardig. Het is ook wat vlotter geschreven. Doordat hij hier in sneltreinvaart de geschiedenis doorloopt, worden ook interessante trends zichtbaar. Zo maakte de artillerie in de negentiende en twintigste eeuw een grote moderniseringsslag door, onder meer door de ontwikkeling van het stalen kanon met een getrokken loop, maar bleven ook veel dingen bij het oude. Zoals de afhankelijkheid van paarden. Het Duitse leger zou tijdens de Tweede Wereldoorlog zelfs meer van deze dieren inzetten (2.750.000) dan tijdens de Eerste (1.400.000). Het vuursteengeweer dat in 1630 werd ontwikkeld, zou met wat kleine aanpassingen ruim 200 jaar (tot 1850) het standaardwapen van de infanterist blijven. Eigen aan het kort samenvatten van een lange reeks aan historische gebeurtenissen, is dat er soms wat (foutieve) versimpelingen in het verhaal sluipen. Zo wordt Robert Oppenheimer bestempeld als de uitvinder van de atoombom. Deze Amerikaanse natuurkundige had weliswaar de leiding over de wetenschappelijke sectie van het Manhattan project, maar hij was zeker niet de enige bedenker van het concept van de bom. Er waren tal van andere die een bijdrage leverden aan de ontwikkeling van de theorie achter en de ontwikkeling van het wapen.

De Vos sluit zijn werk af met een gedetailleerde beschrijving van verschillende belangrijke veldslagen uit de wereldgeschiedenis. Aan de hand daarvan toont hij ook de toepassing van de theorie in de praktijk aan. Hier blijkt duidelijk de nationaliteit van de auteur. De zeven treffens die worden beschreven (onder meer de Guldensporenslag, het beleg van Oostende en de Slag bij Ramillies) vonden allemaal plaats op het grondgebied van het huidige België.

Voor de geïnteresseerden in de Tweede Wereldoorlog zijn het lemma over de Slag om Bastogne (onderdeel van het Ardennenoffensief) en de oversteek van de Maas op 13 mei 1940 (onderdeel van de Duitse aanval in het westen, Fall Gelb) het boeiends. De Vos geeft een goed overzicht over de bewapening en getalssterkte van de diverse deelnemende legers. Het is een bekend verhaal, maar het blijft natuurlijk schokkend om te lezen hoe het Duitse leger in mei-juni 1940 al zijn opponenten wist te verslaan, terwijl het getalsmatig in de minderheid was. Dit kwam aldus De Vos niet zo zeer doordat het over modernere wapens beschikte, maar "vooral door het tactische gebruik ervan en de motivatie van een elite die het geheel meesleepte".

Zeker door het wat stroeve begin is ‘Strategie en tactiek’ wellicht geen boek dat je in een keer uitleest. De Vos slaagt er echter wel in om een handzaam en goed overzicht van (de geschiedenis van) militaire strategie en tactiek van de prehistorie tot nu te geven. Voor iedereen die daar meer van wil weten, is ‘Strategie en tactiek’ zeer de moeite waard.

Beoordeling: Zeer goed

Informatie

Artikel door:
Wesley Dankers
Geplaatst op:
16-11-2022
Feedback?
Stuur het in!

Afbeeldingen