TracesOfWar heeft jouw hulp nodig! Wij missen foto's van belangrijke bezienswaardigheden in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Stuur uw foto's in naar input@tracesofwar.com en wordt gepubliceerd!

Verhaal: ‘Slachtoffers oorlog een gezicht geven’

’TZANDT - Op het oorlogsmonument in t Zandt prijken 35 namen. Bram van Dam en Ger Snaak geven de joden en verzetsmensen een gezicht. Hun boek met bijzondere verhalen en briefkaarten uit kamp Westerbork verschijnt begin mei.

’Tot ziens. We komen terug.’ Dat schreven Hennie en Betsy van Hoorn tijdens hun transport van Kamp Westerbork naar concentratiekamp Sobibor aan inwoners van t Zandt in 1943. De Joodse meisjes keerden nooit terug naar hun dorp. Ze zijn om het leven gebracht in Sobibor, 19 en 15 jaar jong.

Hun brieven en briefkaarten zijn te zien in het boek dat Bram van Dam (59) uit t Zandt en oud-inwoner Ger Snaak (68) begin mei presenteren. ,,Hun laatste kaart. Als je die in handen houdt en leest…, dat doet wel wat met je’’, zegt Snaak.

Hij en Van Dam hebben alle correspondentie van de meisjes ingezien die wordt bewaard in het herinneringscentrum in Westerbork. ,,De meisjes verbleven daar vrij lang. Je voelt de toenemende onzekerheid. Zijn wij al aan de beurt? Een leven van hoop en wanhoop.’’

Tijdens de oorlog woonden vier gezinnen Van Hoorn in t Zandt. Dertien van deze zestien Joodse Zandsters zijn vermoord. Hun namen staan op het oorlogsmonument bij de kerk in het dorp, net als die van 22 niet-joodse inwoners. ,,Omgekomen in een werkkamp of omdat ze in het verzet zaten’’, zegt Van Dam. ,,Wij willen deze 35 oorlogsslachtoffers een gezicht geven.’’ Snaak: ,,Wij vertellen het verhaal achter de namen.’’

Beide auteurs zijn van ná de oorlog. Maar de namen op het monument houden hen al jaren bezig. Dankzij onderzoek en gesprekken met (oud)inwoners en nabestaanden schetsen ze een aardig compleet beeld van de oorlogsslachtoffers. Veel nabestaanden kampen met onverwerkt verdriet, ontdekten de heren ,,Dat is vooral het geval bij 90- plussers’’, zegt Van Dam: ,,Vroeger werd thuis niet over het oorlogsleed gesproken. Maar aan ons wilden deze mensen graag hun verhalen kwijt.’’

Zijn oom Gerard van Dam werd in het straatje tegenover het monument voor zijn huis doodgeschoten door Duitsers. ,,Ze waren gefrustreerd omdat hij bij de ordedienst zat, die zich steeds meer ontpopte tot een verzetsgroep. Mijn oom moest aanwijzen waar zijn kameraad Hindrik Pieter Oosting woonde en horen hoe die binnen werd doodgeschoten. Even later was hij zelf aan de beurt bij zijn eigen huis, terwijl zijn gezin binnen zat.’’ Naar beide verzetshelden is een straat vernoemd.

Het boek beschrijft bijzondere gebeurtenissen, heldendaden van het verzet en onderduikgezinnen, ondersteund met fotomateriaal en andere afbeeldingen. ,,We hebben vooral veel bewondering gekregen voor de mensen die onderduikers opnamen. Vooral voor de vrouwen, die speelden een centrale rol bij de opvang’’, aldus Snaak.

Hij bladert in het conceptboek en wijst op een verhaal over de familie Lesman uit Meedhuizen. Dankzij de kordate houding van vooral Heika Lesman-Kamphuis zijn tal van mensenlevens gespaard. ,,Zij nodigde de Duitsers uit om aan de keukentafel een kop koffie te drinken terwijl achter de deur onderduikers zaten. ’’Dankzij dit adres hebben Rika van Hoorn en haar moeder de oorlog overleefd. Als enige, met nog een familielid dat een natuurlijke dood stierf.

In de werkkamer van Van Dam is een oude foto uit 1936 met Hennie en Betsy de grote blikvanger. Twee jonge meiden geportretteerd voor de school in 1936. ,,Toen was alles nog goed.’’

Gebruikte bron(nen)