Dichtregels Ed Hoornik uit kamp Vught ontdekt

“Toen klonken voetstappen achter de bomen, zijn leege stoel keek mij stompzinnig aan.” Dit zijn de laatste twee regels van een gedicht van dichter Ed Hoornik. Regels die in Kamp Vught geschreven zijn voor een medegevangene toen de dichter, later naar Dachau gevoerd, hier gevangen zat.


Overzicht van schenkingen (foto Jan van de Ven)

Nationaal Monument Kamp Vught kreeg het op een bruin kladblaadje geschreven gedicht onlangs van nabestaanden van de medegevangene, Cornelis Schaap, die met Hoornik een grote belangstelling voor poëzie deelde. De dichtregels keren, in iets andere vorm, terug in het in 1950 gepubliceerde gedicht ‘Herdenken’ van Hoornik. Directeur Aart Meinderts van het Literatuurmuseum in Den Haag en Hoornik-kenner, bevestigt dat het handschrift ‘naar alle waarschijnlijkheid inderdaad’ van Hoornik afkomstig is. Het kostbare stukje papier is één van de belangrijke nieuwe aanwinsten die NM Kamp Vught recent kon opnemen in de collectie, voor gebruik in onderzoek en in exposities.

Nieuwe aanwinsten
Een andere bijzondere aanwinst is een plexiglazen kistje, waarbij op het deksel ’27 juli 1944’ en bloemetjes zijn gegraveerd. Plexiglas werd in het kamp in een werkkommando, naast andere herbruikbare materialen, verzameld uit neergestorte vliegtuigen. Deze werden in kamp Vught door gevangenen gedemonteerd. Zij hielden veel van het materiaal achterover en maakten daarvan in de beslotenheid van de barak op ingenieuze wijze allerlei sieraden en kleine aandenkens. Een groot object zoals het kistje zat daar nog niet eerder bij.

Onderlinge band
De monden van de medewerkers vielen open toen ze onlangs voorzichtig een blikje openden dat zojuist door familieleden van een gevangene was overhandigd. Het blikje bevat stoffen aandenkens aan Kamp Vught. Ook bevatte de schenking een rode zakdoek, die in het kamp door de vrouwen als hoofddoek werd gebruikt. Vrouwelijke gevangenen verzamelden hierop de handtekeningen van hun medegevangenen, die ze vervolgens op de doek borduurden. “Bijzonder is, dat deze zakdoek nooit af is gemaakt. Slechts enkele van de handtekeningen zijn geborduurd. Een mooi object dat ons vertelt over de onderlinge band van de gevangenen, de strijd om het behoud van eigen individualiteit”, aldus Jeroen van den Eijnde, directeur van Nationaal Monument Kamp Vught. De schenkingen zijn t/m 7 mei te zien in de hal van het herinneringscentrum.

Niet weggooien
“Naarmate de oorlog verder van ons af komt te staan, zijn het juist objecten als deze, die iets wat achter ons ligt toch heel dichtbij houden. Belangrijk dus om zoveel mogelijk van die foto’s, documentjes en voorwerpen te verzamelen. Veel mensen beseffen niet wat zij nog op zolder of in de kelder hebben liggen. Juist in deze tijden van herdenking en viering goed om daar toch weer eens even bij stil te staan. Alle zaken die met Kamp Vught - tijdens én na de oorlog - te maken hebben, hebben onze grote interesse.” zo stelt Van den Eijnde. Nationaal Monument Kamp Vught participeert in een samenwerkingsverband ‘Niet weggooien’ waarin 20 oorlogsmusea, herinneringscentra en het NIOD samenwerken om ‘oorlogserfgoed’ voor de toekomst te behouden. Schenken is hierbij niet per se nodig; het materiaal kan ook gescand of gefotografeerd worden.

Gebruikte bron(nen)