Expositie over verzetsvrouwen in kamp Vught

Johanna ‘Hannie’ Schaft – bekend als ‘het meisje met het rode haar’ - en de zusjes Truus en Freddie Oversteegen behoren tot de bekendste verzetsheldinnen van Nederland. In de oorlog waren zij de drie meest gezochte vrouwen van Nederland. Hannie, Freddie en Truus zijn nog tieners als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Zij raken al snel overtuigd dat zij moeten vechten voor hun idealen: solidariteit en gelijkheid.


Truus Oversteegen roeit een kist met wapens het Noordzeekanaal over, circa 1943 (foto Verzetsmuseum Amsterdam)

Vanaf 24 maart zijn de verhalen van Hannie, Truus en Freddie te zien in de expositie ‘Vrouwen in verzet’ in Nationaal Monument Kamp Vught. Deze expositie, mogelijk dankzij een bijdrage van het vfonds, is ontwikkeld door Museum Haarlem en wordt door NM Kamp Vught uitgebreid. Tijdens het Jaar van Verzet is in oorlogs- en verzetsmusea in het hele land aandacht voor verzet in al haar uiteenlopende vormen.

Keuzes
De wereld van Hannie (19), Truus (16) en Freddie (14) verandert totaal vanaf de bezetting in mei 1940. Zij moeten al vroeg hun toekomstdromen loslaten en volwassen keuzes maken. De vriendinnen pleegden gewapende aanslagen op de Duitse bezetter, collaborateurs en landverraders. Minder bekend is dat zij ook onderdak zochten voor joodse kinderen. Truus zei hierover in een interview: “Dat werk kon heel gemakkelijk door vrouwen worden gedaan. Die kinderen schoven van gezin naar gezin. Het was afschuwelijk. Als je die stumpers zag. Ik heb ze gezien, vier, vijf jaar oud waren ze, en helemaal grijs. Daar kon Hannie niet tegen. Die vond het zo verschrikkelijk en moest daar elke keer om huilen.” Hannie Schaft wordt op 17 april 1945 door de bezetter gefusilleerd. Truus en Freddie Oversteegen hebben het geluk de oorlog te overleven.

Kamp Vught
Uit onderzoek van historicus Peter Hammann, dat als basis diende voor de expositie, blijkt dat de ouders van Hannie, Aafje en Pieter Schaft in juli 1944 werden opgepakt. Zij werden naar SS-concentratiekamp Vught afgevoerd als ‘gijzelaars’. De Duitse bezetter wilde zo bereiken dat Hannie zich zou aangeven, een tactiek die veel gebruikt werd om verzetsstrijders tot overgave te dwingen. Hannie meldde zich niet, op advies van haar vriendinnen en na twee maanden werden haar ouders – die tewerk waren gesteld in het Philips-Kommando - vrijgelaten.

Persoonlijke voorwerpen
Het verhaal wordt onder meer verteld door de ogen van Hannie, wat de expositie toegankelijk maakt. Ook de uitvergrote tekeningen van illustrator Eric Coolen dragen hieraan bij. Te zien zijn onder andere de bekende vermommingsbril en het pistool van Hannie Schaft, haar sieraden, een tasje en kindertekeningen. Truus Menger-Oversteegen (1923-2016) werd na de oorlog een bekend kunstenaar en beeldhouwer en schilder. Zij schonk in 1995 een bronzen replica van haar beeld ‘Leidse vrouwen in verzet’ aan Nationaal Monument Kamp Vught, dat te zien is in deze expositie. Freddie Oversteegen (1925) was nauw betrokken bij de ontwikkeling van de expositie in Museum Haarlem. Zij vatte hun verzetswerk in 2016 samen als: “Het enige wat telt zijn onze daden van toen.”

Gebruikte bron(nen)