WO2 Onderzoek uitgelicht: Over de liefde

Korrelige beelden verschijnen op het witte projectiescherm. Het zijn oude amateurbeelden van een bruiloft. Ik zie mijn opa en oma uit een huis komen. Ze stappen in een auto die hen naar de kerk brengt. Van de trouwmis zijn geen beelden, wel van het moment dat ze de kerk uit komen. Verpleegsters van het Rode Kruis vormen een erehaag; mijn oma was daar destijds actief als vrijwilliger.

De beelden zijn gefilmd op 7 januari 1941. Mijn opa en oma trouwden in het eerste bezettingsjaar. Ze kozen bewust voor 7 januari – de trouwdag van Juliana en Bernhard – als stil protest tegen de Duitsers.

Als kind heb ik me over de filmbeelden verbaasd. Midden in de oorlog een bruiloft: kon dat? En waarom zag ik geen bommen en soldaten op de beelden? Behalve de trouwdatum was er niets te zien dat refereerde aan de bezetting.

Het bruidspaar Raaijmakers-Leloup op 7 januari 1941. Ze kozen bewust voor 7 januari – de trouwdag van Juliana en Bernhard – als stil protest tegen de Duitsers. Foto: Collectie privébezit I. Raaijmakers

Grensoverschrijdend
Inmiddels weet ik dat het ‘normale’ leven in bezettingstijd voor veel mensen gewoon doorging. En ook dat juist een oorlog voor ongewone situaties zorgt waarin nieuwe relaties kunnen ontstaan. Dat sommige mensen elkaar juist dankzij de oorlog ontmoetten, waar ze elkaar in vredestijd nooit tegengekomen zouden zijn. Over die bijzondere, ongewone, vaak grensoverschrijdende liefdesverhalen gaat deze editie van WO2 Onderzoek uitgelicht.

Ergens is het een troostende gedachte dat liefde onder bijna alle omstandigheden kan opbloeien. Ze vindt haar weg, in alle hoeken en gaten van de wereld. Overal waar mensen samenkomen, in de meest benarde en beangstigende situaties, vinden zij elkaar telkens weer in liefde. Dat is de positieve boodschap die je uit deze artikelen zou kunnen halen.

Maar er kleeft ook een negatieve kant aan liefde in tijden van oorlog. Daar waar machtsverhoudingen een rol spelen, zijn relaties maar al te makkelijk de uitkomst van een ongelijke strijd. Ongewilde, afgedwongen (seksuele) relaties, met als uiterste verkrachtingen, komen in oorlogstijd veel voor en worden ook bewust als strijdmiddel ingezet.

Deze kant van het verhaal over liefde en seksualiteit in tijden van oorlog komt in deze WO2 Onderzoek uitgelicht niet expliciet aan bod. Wel is er aandacht voor een andere lastige tak van liefdesrelaties, namelijk die waar een taboe op rust.

Verkeren met de vijand
Over liefdestaboes gaan beide hoofdartikelen van deze WO2 Onderzoek uitgelicht: relaties met de vijand, respectievelijk Duitsers en Japanners. Journalist Fabian de Bont bespreekt twee belangrijke studies naar vrouwen die relaties aangingen met Duitsers, in de volksmond ook wel ‘moffenmeiden’ genoemd. Zij moesten na de bevrijding in 1944 en 1945 publieke vernederingen en veelal ook mishandelingen doorstaan. Over hun ervaringen zwegen zij vervolgens decennialang. Een verleden dat diepe sporen bij de vrouwen zelf en vaak ook hun kinderen naliet. Het thema is recent weer heel actueel geworden door gebeurtenissen in Noorwegen. Daar bood afgelopen najaar de premier excuses aan voor de behandeling van Noorse ‘moffenmeiden’ na de Tweede Wereldoorlog.

Een Eindhovense vrouw die de maîtresse van een Duitse soldaat geweest zou zijn, wordt na de bevrijding in 1944 neergeslagen en meegesleept over de straat. Foto: Beeldbank WO2 – NIOD, nummer 95237


Het andere hoofdartikel, van de hand van onderzoeker Eveline Buchheim, is gewijd aan intieme relaties tussen Japanse militairen en Nederlandse of Indische vrouwen. Deze relaties waren lange tijd publiek ‘vergeten’, maar speelden voor de betrokkenen hun leven lang een rol. Het dominante verhaal is dat Japanners de vijand waren en relaties werden vermeden, maar Buchheim kwam ook verhalen van vrijwillige, amoureuze relaties op het spoor. In haar artikel beschrijft ze die zoektocht en biedt ze daarmee ook een kijkje in de keuken van de historicus die onderzoek probeert te doen naar een groot taboe.

Babyboom
Deze editie bevat ook nog drie kortere artikelen over bijzondere liefdes. Ze vertellen het verhaal van de lesbische verzetsstrijdster Frieda Belinfante, van kinderen van zwarte Amerikaanse bevrijders en van Joodse geliefden die in oorlogstijd in het huwelijk traden. We staan kortom stil bij vele soorten liefdes. Onmogelijk. Verboden. Grenzeloos. Verborgen. Schandaleus. Is daarmee alles aan bod gekomen? Nee, uiteraard niet. Er waren nog zo veel meer liefdesgeschiedenissen waar we aandacht aan hadden kunnen besteden. Op de longlist van de redactie stonden onder meer Poolse bevrijders die in Nederland de liefde vonden en de seksuele moraal van Duitse soldaten. En waarom niet de babyboom van na de oorlog onder de loep genomen – waar ook mijn vader toe behoorde?

Minder spannend maar toch ook intrigerend zijn de ‘doorsnee’ liefdes zoals van mijn grootouders: gehuwd tijdens de oorlog binnen de eigen katholieke zuil. Al kun je je afvragen of het wel zo doorsnee was. Het eerste kind kwam pas in maart 1943, 26 maanden na de bruiloft. In tijden van ‘geen seks voor het huwelijk’ had ik een eerste kind eerder verwacht. Wellicht had de oorlog daar ook een impact. Ik kan het mijn oma helaas niet meer vragen.



Over de auteur
Ilse Raaijmakers is senior beleidsonderzoeker bij ARQ Kenniscentrum Oorlog, vervolging en geweld. Daarnaast is ze redacteur van WO2 Onderzoek uitgelicht.

Gebruikte bron(nen)