- Periode:
- Tweede Wereldoorlog (1939-1945)
- Rang:
- Majoor der Mariniers
- Eenheid:
- Marine Reserve
- Toegekend op:
- 1 februari 1947
Voordracht:
"Heeft zich door moedig optreden tegenover de vijand onderscheiden door op 2 en 3 maart 1942 nabij Grisses en te Lamongan (Oost Java) als commandant van een patrouille mariniers ter sterkte van een sectie op zeer krachtige wijze in een zeer korte tijd de ernstige onlusten onder de bevolking te bedwingen en daarbij persoonlijke moed te betonen.
Voorts door in reeds opgegeven gebied nabestaanden van vermoorde Inheemse Bestuursambtenaren te begeleiden en in veiligheid te brengen.
Vervolgens een hem gelijktijdig opgedragen verkenning door zijn overdroten volhouden en doorzetten ten einde weten te brengen."
KB no. 73.
Heeft zich door het bedrijven van bijzonder moedige en beleidvolle daden in de strijd tegenover de vijand onderscheiden in het tijdvak van 15 januari 1948 tot 1 augustus 1949 als commandant van het Ve infanterie-bataljon van de mariniersbrigade in Oost-Java door in dit tijdvak bij de acties van dit bataljon nagenoeg steeds vooraan te zijn en daarbij persoonlijk deel te nemen aan tal van gevechten, waardoor ondanks het zware vuur van de tegenstander, de aanvalsgeest van het dikwijls zeer vermoeide bataljon op hoog peil bleef.
In het bijzonder door tijdens de tweede politionele actie:
1e.
Bij de verkenning op 24 december 1948 als eerste, gezeten in een jeep met zijn chauffeur en dardanel, door een geminimeerde kloof ten Noorden van Ngimbang te rijden en toen even buiten deze kloof mitrailleurvuur werd ontvangen, zelf dit vuur met een mitrailleur uit de jeep te beantwoorden.
Vervolgens de verkenning tot 6 kilometer diep door te zetten waardoor het bataljon kort daarna kon worden ingezet en een grote hoeveelheid wapenen en munitie kon worden buitgemaakt;
2e
Op 25 december 1948, gezeten in een jeep, poolshoogte te gaan nemen bij een van zijn compagnieen, die uit Ploso oprukte naar Lengkong en toen nabij Ploso van de overkant van de kali zwaar mitrailleurvuur werd ontvangen, gevolgd door vuur uit de kampong, onmiddellijk met een mitrailleur dit vuur te beantwoorden waardoor het mogelijk werd dat deze compagnie kon oprukken en de mitrailleur kon veroveren;
3e op 26 december 1948 onder zijn persoonlijke leiding twee peolotons van een infanteriecompagnie tot vlak voor Moenoeng naar voren te brengen waarbij herhaaldelijk contact met benden werd gemaakt;
4e
Op 28 december 1948 Kertosono als een van de eersten binnen te trekken en op het juiste ogenblik de opmars naar Ngandjoek in te zetten en deze plaats op 31 december daaraanvolgende te bezetten;
6e
In februari 1949 aanwezig te zijn bij een actie tegen Kampong Sidajoe en toen hij het einde van deze actie niet kon afwachten alleen met zijn jeep, slechts vergezeld van zijn twee dardanellen, naar zijn standplaats Karang Binangoen, welke 12 kilometer was verwijderd, terug te keren, niettegenstaande het te doorschrijden gebied nog onveilig en niet gezuiverd was.
7e
In april 1949 een zeer zware patrouille van een afdeling van ruim 100 man van ongeveer 30 kilometer in het gebied van Modjokerto, veelal onder vuur van de tegenstander, steeds vooraan, geheel mede te lopen;
8e
In mei 1949 bij het bestormen van Modjowarno, welke plaats was bezet door een sterke bende onder commando van een Japanner, na een vuurgevecht van ongeveer 20 minuten deze plaats als eerste binnen te stormen."
KB no. 48.