Op de Duitse Oorlogsbegraafplaats Andilly rusten 33.085 Duitse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog.

De begraafplaats (Kriegsgräberstätte) is ontstaan in 1944. De Amerikanen begroeven de Duitse en hun eigen doden op deze plaats. De Amerikaanse doden zijn later verplaatst naar de Amerikaanse Begraafplaats in St. Avold, terwijl na de oorlog uit grote gebieden, vooral uit de Vogezen, de Duitse doden werden samengevoegd op deze begraafplaats.

Het is de grootste Duitse Oorlogsbegraafplaats in Frankrijk.

Aanvullende informatie
Aanreis:
Locatie: Ongeveer 10 km noordelijk van Toul. Van Toul op de D 904 tot Menil-la-Tour (11 km), hier aan de rechterhand naar het dorp Andilly, daarna op de D 10 ongeveer 3 km naar de begraafplaats. Volg de wegwijzer! Op Michelin kaart met nummer 62 aangegeven.

Afstanden: Vanaf Kehl ongeveer 195 km, vanaf Trier ongeveer 170 km, vanaf Saarbrücken ongeveer 120 kilometer, vanaf Aachen ongeveer 270 kilometer.

De Duitse militaire begraafplaats ligt in het Franse district Meurthe-et-Moselle, ongeveer 12 kilometer noordelijk van de stad Toul en is de grootste begraafplaats van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk. In het gebied van het kleine plaatsje Andilly, - dat amper 250 bewoners heeft - begon op 12 september 1944 de Amerikaanse gravendienst met het begraven van Amerikaanse en Duitse gevallenen. Hieronder telden eerst de doden die aan de westelijke kant van Metz stierven. Op die manier ontstond de "US Temporary Cemetary Andilly" voor 3400 Amerikaanse en 5000 Duitse soldaten.

In de jaren 45/46 legde de Amerikaanse gravendienst in St. Avold een permanente begraafplaats voor zijn gevallenen aan. Alle doden die op provosorische begraafplaatsen lagen werden naar deze begraafplaats getransporteerd waaronder ook de doden van Andilly. Er werden 575 overledenen van St. Avold en 4891 uit Epinal-Dinoze verplaatst. Hierdoor steeg het aantal van de rustende soldaten in Andilly naar 11000. In de Duits-Franse oorlogsovereenkomst uit 1954 werd afgesproken dat Andilly permanent als Duitse oorlogsbegraafplaats blijft bestaan. Er kwamen in het jaar 1957 extra graven bij van doden uit de districten Nievre, Saône-et-Loire, Côte d’Or ; Haute Marne, Jura, Doubs, Haute Saône, Vosges, Belfort, Meuse en Meurthe-et-Moselle.

Bij de verplaatsingswerkzaamheden werden alle graven planmatig onderzocht en werden bijna 2000, - op dat moment onbekende - doden gevonden die vooral uit Vosges kwamen. Nadat de verplaatsingswerkzaamheden waren afgesloten in de lente van 1961 begon de bouw van de tuin en vormgeving van de begraafplaats. Een muur die met struiken bezet is vormt een permanente omheining. Verschillende groepen bomen staan verspreid over de begraafplaats. Een dichte krans van bomen om de begraafplaats heen zorgt ervoor dat deze eruit ziet alsof het zich in een bos bevindt.

Bezoekers komen de begraafplaats binnen door een gesmede deur in het gebouw waarin de ingang is. Vanuit hier heeft men een goed overzicht van het gravenveld. Links ligt de erenhal met een nissenmuur dat uit mozaïk bestaat waarin drie herdenkende soldaten herkenbaar zijn. De altaarsteen heeft het inschrift "33085 deutsche Soldaten sind auf diesem Soldatenfriedhof zur letzten Ruhe gebettet" (33085 Duitse soldaten zijn op deze militaire begraafplaats te ruste gelegd). In een nissenmuur staat een kruis dat eerst op de Duitse oorlogsbegraafplaats Pouxeux heeft gestaan. Duitse oorlogsgevangenen hadden het voor hun dode kameraden gegraveerd. Aan de rechterkant is in een kleine kamer een schrijn waarin een namenboek van de begravenen ligt. De begraafplaats werd op 29 september 1962 plechtig voor het publiek opengesteld..

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)

  • Tekst: Fedor de Vries
  • Foto's: Nico Hoogzaad (1,2,3) & Fedor de Vries (4,5)
  • Nico Hoogzaad (aanvullende informatie)
  • Vertaling: Eva Fiolet
Lees meer (6)