Op 5 mei 1916 werd Betty Friederika Maarzen geboren in een joods gezin in Amsterdam. Haar vader was vermoedelijk diamantslijper en het gezin was redelijk welvarend. Betty was 23 jaar toen zij Wouter Glashouwer leerde kennen. Wouter, afkomstig uit Woudsend, was boerenknecht bij Berend K. Okma aan het eind van de Koetshuislaan. Hij was in verband met de mobilisatie in 1939 opgeroepen voor militaire dienst en werd gedetacheerd bij een regiment Huzaren in Amsterdam. Op 11 februari 1942 vond het huwelijk plaats te Amsterdam. Pas op 28 juli 1942 werd Betty in het bevolkingsregister van Wijmbritseradeel ingeschreven, maar waarschijnlijk is zij reeds direct na het huwelijk met Wouter meegekomen naar Woudsend. Zij gingen inwonen bij de familie Glashouwer in het thans niet meer bestaande huis op de hoek van het Skil en de Molenstraat. Wouter was weer in dienst gekomen bij boer Okma en verdiende zo de kost. Betty hielp mee in het huishouden, speelde piano en vertoonde zich met jodenster regelmatig op straat.
Toen kwam in november 1942 die fatale dag waarop politie Attema haar moest aanzeggen dat hij haar over een half uurtje moest komen halen om haar naar Sneek te brengen vanwege het feit dat zij een Jodin was. Vluchten of onderduiken kwam bij Betty niet op. Zij was immers met een Christen getrouwd en daarom zou ze wel spoedig weer terug zijn in Woudsend. Toen Attema voor de tweede keer kwam, stond Betty tot zijn verbazing al klaar met haar koffertje met handdoek, zeep en dergelijke. Hij kon toen niet anders dan de bereidwillige Betty op de fiets naar Sneek te begeleiden.
Betty zou Woudsend, haar familie en haar man Wouter nooit meer terug zien. Van Sneek werd ze overgebracht naar Westerbork en vandaar al op 16 november op transport gesteld naar Auschwitz waar bij aankomst vrijwel alle gevangenen direct om het leven werden gebracht. Haar ouders en broers ondergingen hetzelfde vreselijke lot.
In de door de Oorlogsgravenstichting uitgegeven ĎIn Memoriamboekení wordt 17 november als overlijdensdatum van Betty vermeld. Echter, het Informatiebureau van het Nederlandse Rode Kruis heeft na de Tweede Wereldoorlog onderzoek gedaan naar o.a. de transporten vanuit Westerbork. Daaruit bleek dat het transport van 16 november pas drie dagen later in het vernietigingskamp aankwam. Het Rode Kruis houdt daarom 19 november 1942 aan als sterfdatum van Betty Friederika Glashouwer-Maarzen.
Slechts 9 maanden was Wouter met Betty getrouwd. Het overlijden van Betty werd pas op 5 juli1950 in het bevolkingsregister ingeschreven. Daarna is Wouter hertrouwd en kreeg een zoon en dochter. Vanaf 1946 was hij in dienst gekomen bij Philips in Eindhoven, waar hij op 51-jarige leeftijd overleed.

Heeft u zelf meer informatie over deze locatie? Lever het aan!

Gebruikte bron(nen)