De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Inleiding

    De naam van Irma Grese is minder bekend dan die van Rudolf Höss, Josef Kramer en anderen die hun zwarte sporen hebben nagelaten in de geschiedenis van de Holocaust. Toch was ze één van de meest beruchte vrouwelijke oorlogsmisdadigers. Ze behoorde tot het relatief kleine aantal vrouwen dat in de concentratiekampen had gewerkt en door de geallieerden werd opgehangen wegens oorlogsmisdrijven. Ze was de jongste vrouw die door de Britten in de twintigste eeuw werd geëxecuteerd en de jongste kampbewaker ooit die werd opgehangen.

    Definitielijst

    geallieerden
    Verzamelnaam voor de landen / strijdkrachten die vochten tegen Nazi-Duitsland, Italië en Japan gedurende WO 2.
    Holocaust
    Aanduiding voor de vernietiging van het Europese Jodendom door de nazi's. Holokauston is de Griekse benaming voor een geheel verbrande offergave.

    Afbeeldingen

    Irma Grese

    De vroege jaren

    Het dorpje Wrechen in het zuidoosten van Mecklenburg ligt in een typisch Noord-Duitse landelijke omgeving. Het telde 175 inwoners toen Irma Ilse Ida Grese hier op 7 oktober 1923 op een boerderij werd geboren. Haar vader Alfred was sinds 1937 lid van de NSDAP. Hij kwam aan de kost als koeienmelker. Zijn vrouw Berta, die in totaal vijf kinderen kreeg, pleegde in 1936 zelfmoord. De reden hiervoor is niet geheel duidelijk, maar huwelijksproblemen schijnen hieraan ten grondslag te hebben gelegen.

    Toen ze wat ouder werd, wilde Irma Grese graag lid worden van de Bund Deutscher Mädel (BDM), de nazi-jeugdbeweging voor meisjes. Echter, aangezien er in Wrechen geen afdeling van de BDM bestond, zou Irma naar het nabijgelegen Fürstenhagen moeten fietsen. Dat verbood haar vader omdat hij dat voor zijn dochter te gevaarlijk vond. Toen ze 15 jaar oud was, in 1938, verliet Irma Grese de lagere school in Wrechen. De reden daarvoor lag in een combinatie van slechte schoolprestaties en pesterijen door haar medeleerlingen. Ze trad daarna toe tot de Reichsarbeitsdienst (RAD). De RAD was een geüniformeerde, op militaire leest geschoeide Arbeitsdienst (arbeidsdienst) voor jongens en meisjes. Bij de RAD voltooide Irma Grese een zogenaamd Landjahr. Gedurende het verplichte Landjahr werden jongens en meisjes naar boerderijen in heel Duitsland gestuurd om de boeren bij het dagelijkse werk te helpen. Op die manier zouden ze leren wat hard werken was en konden hen "sociale waarden" worden bijgebracht. Irma Grese werkte eerst zes maanden op een vlakbij Wrechen gelegen landgoed en daarna in een melkhandel in het plaatsje Lychen, op ongeveer 40 kilometer van Wrechen.

    Nadat ze het Landjahr had afgerond, ging Irma Grese als hulpverpleegster werken in het SS-sanatorium in Hohenlychen. Ze bleef daar twee jaar en ze wilde verpleegster worden. Het lukte haar echter niet om een stageplaats op een verpleegstersopleiding te bemachtigen. In 1942 probeerde ze het opnieuw, maar weer zonder resultaat. Ze werd daarop overgeplaatst naar een zuivelfabriek in Fürstenberg, in de onmiddellijke nabijheid van het concentratiekamp Ravensbrück. In juli 1942 deed ze, nu met de hulp van een bevriende verpleegster uit Hohenlychen, nieuwe pogingen om een stageplaats als leerling-verpleegster te krijgen. Ook nu weer tevergeefs.

    Definitielijst

    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.

    Afbeeldingen

    Irma Grese
    Ravensbrück, het werkterrein van Grese Bron: USHMM.

    Het eerste kamp: Ravensbrück

    Daarop meldde Irma Grese zich nog datzelfde jaar aan bij de SS als Helferin, een term waarmee alle vrouwen die binnen de SS werkzaam waren collectief werden aangeduid. De SS-Helferinnen stonden in rang onder alle mannelijke SS-rangen. Vrouwen werden namelijk niet erkend als volwaardige leden van de SS, maar slechts als hulpkrachten, zoals hun benaming al aangeeft. Zo konden ze formeel ook nooit een bevel aan een mannelijke SS-er geven. De opleiding van kampbewaaksters, waartoe Irma Grese in 1942 werd toegelaten, leek desondanks veel op die van hun mannelijke collega's. De vrouwen volgden cursussen waarvan de lengte varieerde van een maand tot een half jaar. De cursussen werden gegeven door hoofdbewaaksters. Er werd de cursisten geleerd hoe ze gevangen moesten bestraffen en hoe ze in het kamp sabotage en andere werkondermijnende activiteiten konden opsporen. Ook manieren om vrouwelijke gevangenen te vernederen en te mishandelen werden de cursisten bijgebracht. Na afronding van de opleiding was men officieel Aufseherin. Met de term Aufseherin werd een "gewone" kampbewaakster aangeduid. Het was de laagste rang onder de bewaaksters. Men kon daarna doorgroeien naar hogere rangen als Erstaufseherin, Rapportführerin, Oberaufseherin en Lagerführerin. De hoogste rang was die van Chef Oberaufseherin. Twee vrouwen hebben die rang ooit gehad: Luise Brunner in Auschwitz-Birkenau en Anna Klein in Ravensbrück.

    Het concentratiekamp Ravenbrück, gelegen op ongeveer 90 kilometer ten noorden van Berlijn en geopend in mei 1939, was speciaal voor vrouwelijke gevangenen bestemd. Daarnaast fungeerde het als opleidingsinstituut voor kampbewaaksters. Tot 1945 zijn er in Ravensbrück in totaal ongeveer 3500 Aufseherinnen opgeleid. Zoals gezegd, ook Irma Grese werd naar Ravensbrück gestuurd om te worden opgeleid tot Aufseherin. Tijdens haar verhoor na de oorlog verklaarde ze dat ze door het arbeidsbureau naar Ravensbrück was gestuurd en dat het dus niet haar eigen keuze was, maar over het waarheidsgehalte van deze verklaring bestaan de nodige twijfels. Omdat ze pas 18 jaar oud was kreeg ze een maandloon van 54 Reichsmark, veel minder dan wat de andere bewakers verdienden. Irma Grese kreeg haar opleiding van de beruchte Dorothea Binz die in Ravensbrück haar hele SS-loopbaan tot aan het eind van de oorlog doorbracht. Zij was de leidinggevende instructrice en ze deelde met Irma Grese een voorkeur voor bizarre sadistische praktijken als ze vrouwelijke gevangenen folterden.

    Voordat ze als bewaakster in het kamp zelf mocht gaan werken, hield Irma Grese in Ravensbrück toezicht op verschillende Aussenkommandos, waarmee groepen gevangenen werden aangeduid die werkzaamheden buiten het kamp moesten verrichten. Een overlevende van Ravensbrück herinnert zich:

    "Ik heb Irma Grese in een zogenaamd Kräuterkommando (kruidencommando) leren kennen. We moesten brandnetels plukken en onze handen gingen tot bloedens toe kapot, want we kregen natuurlijk geen handschoenen. Ze gaf ons hoge manden en met haar laarzen stampte ze de brandnetels aan. Als manden niet vol waren kregen we links en rechts klappen. Irma Grese was beeldschoon. En ze was buitengewoon slecht".

    Gedurende haar verblijf in Ravensbrück bezocht Irma Grese regelmatig haar familie in Wrechen. Dat leidde tot hevige ruzies met haar vader, die het niet eens zou zijn geweest met haar werk als kampbewaakster. Hij zou haar daarom uiteindelijk verbieden om nog een voet in zijn huis te zetten.

    Afbeeldingen

    Een SS-Aufseherin, de graad die Grese bereikte na haar opleiding in Ravensbrück Bron: Wikipedia.
    Een Arbeitskommando in Ravensbrück Bron: USHMM.
    Heinrich Himmler inspecteert Aufseherinnen in Ravensbrück. Bron: Ravensbrueck.de.

    Het tweede kamp: Auschwitz-Birkenau

    In maart 1943 werd Irma Grese overgeplaatst naar Auschwitz-Birkenau waar ze bijnamen zou krijgen als "het Mooie Beest", "de Blonde Engel des Doods", "de Blonde Engel uit de Hel" en "de Hyena van Auschwitz". Ook in Auschwitz begon ze als opzichter van verschillende Kommandos. Nadat ze ook nog kort had gewerkt als postcensor, werd ze eind 1943 op voorspraak van haar directe cheffin Maria Mandel gepromoveerd tot hoofd van sector BIIc (ook wel het "C-Lager" genoemd). Ze bekleedde inmiddels de rang van Oberaufseherin, de op één na hoogste positie die een vrouw in een concentratiekamp kon bereiken. Aanvankelijk werd dit Lager bevolkt door Joodse vrouwen uit Polen, later door Hongaars-Joodse vrouwen. Hier zaten uiteindelijk in de zomer van 1944 gemiddeld 20.000 tot 30.000 vrouwen onder de meest verschrikkelijke omstandigheden gevangen, overgeleverd aan de genade van Irma Grese.

    Haar knappe uiterlijk met haar grote blauwe ogen en lange blonde krullen viel zelfs de gevangenen op, zo bevestigen verschillende overlevenden. Volgens hen kon ze uren voor een spiegel staan en liet ze door een naaister voortdurend nieuwe jurken maken. Ze droomde ervan om na de oorlog filmster te worden. Er zijn getuigenissen dat ze nymfomane trekken had, mannelijke en vrouwelijke gevangenen seksueel misbruikte en verschillende minnaars had onder de SS-artsen waaronder Josef Mengele. Een zwangerschap, onbekend is van wie, zou ze hebben laten beëindigen door Giselle Perl, een Hongaars-Joodse arts die in Auschwitz gevangen zat. Perl verklaarde na de oorlog dat Irma Grese regelmatig toekeek als ze vrouwelijke gevangenen lichamelijk onderzocht en seksueel opgewonden raakte als ze vrouwen zag lijden.

    Ook met vrouwelijke gevangenen had ze relaties. De namen van twee van hen zijn bekend. Zo was daar een jonge vrouw genaamd Magda met wie ze een bizarre vriendschap sloot. Ondanks dat hun status in het kamp onvergelijkbaar was, gebruikte ze haar als een klankbord voor haar frustraties. Als ze op zoek was naar seksuele genoegens met vrouwen die daar niet van waren gediend, luchtte ze haar hart bij Magda. Magda diende daarnaast als uitkijk als ze andere vrouwen seksueel misbruikte. De tweede vrouw was Nina. Irma Grese had gehoord dat er in het kamp een vrouw verbleef die op haar leek. Nadat ze haar had gevonden gebruikte ze ook Nina als uitkijk als ze andere vrouwen misbruikte. In ruil daarvoor ontving Nina extra voedsel en de nodige aandacht van Irma Grese zelf.

    Zoals gezegd, de omstandigheden in het vrouwenkamp van Auschwitz-Birkenau waren onbeschrijflijk slecht. Tienduizenden vrouwen waren samengepakt in 62 barakken, nagenoeg zonder drinkwater en geteisterd door ziekten als tbc, vlektyfus en dysenterie. Dat was de omgeving waarin Irma Grese dood en verderf zaaide. Ze was niet alleen mooi, maar was ook berucht door haar peilloze wreedheid die geen grenzen scheen te kennen. In haar positie had Irma Grese de controle over tienduizenden vrouwen en de macht om letterlijk in een opwelling duizenden te laten ombrengen. Tijdens het na de oorlog tegen haar gevoerde proces getuigden veel overlevenden in detail over de moorden, mishandelingen en seksuele uitspattingen van Irma Grese in Auschwitz. Ze nam ook deel aan de selecties van kamparts Josef Mengele, zou verantwoordelijk zijn geweest voor gemiddeld dertig moorden per dag, voortdurende afranselingen, het loslaten van haar uitgehongerde hond op gevangenen en het misbruiken van gevangenen voor haar sadistische biseksuele neigingen.

    Een greep uit enkele van de vele getuigenissen:

    De zusjes Ackermann uit het Hongaarse Ungvár maakten Irma Grese mee tijdens de appels die uren duurden:
    "De Rapportführerin heette Grese; ze had een gummiknuppel en sloeg je volledig in elkaar als je niet rechtop stond".

    Een soortgelijke herinnering van een huisvrouw uit het Hongaarse Huszt die in Block 16 van het C-Lager belandde:
    "Het ochtendappel begon heel vroeg en werd in de loop van de dag verschillende malen herhaald. We werden om alle mogelijke en onmogelijke redenen geslagen. Als een vrouw genaamd Grese aanwezig was, moesten we soms wel acht uur lang knielen en zware stenen boven ons hoofd houden".

    Tijdens de selecties besliste Irma Grese samen met haar collega Margot Drechsler en Dr. Josef Mengele over leven en dood. Een voormalige gevangene herinnert zich:
    "Deze twee vrouwen waren nog wreder dan Mengele (...) De selecties verliepen als volgt: eerst schuifelden naakte vrouwen met hun armen omhoog voor Mengele en daarna voor Grese en Drechsler. Mengele deed de eerste selectie terwijl de vrouwen gevangenen selecteerden die Mengele had overgeslagen".

    Tijdens het proces na de oorlog getuigde overlevende Ilona Stein als volgt over Irma Grese tijdens de selecties:
    "Toen ik in Birkenau zat heb ik Irma Grese samen met Dr. Josef Mengele de selecties zien doen van de mensen die naar de gaskamers werden gestuurd. Hierbij koos Grese zelf de mensen uit die op deze manier vermoord moesten worden. Tijdens één van die selecties, omstreeks augustus 1944, moesten zowat 2000 tot 3000 mensen worden geselecteerd. Tijdens deze selectie waren Grese en Mengele daarvoor verantwoordelijk. De geselecteerden probeerden dikwijls nog weg te sluipen en verborgen zich dan in de barakken achter hun spullen of onder hun britsen. Grese zag dat altijd feilloos en ging er meteen achteraan om hen te zoeken. Ze bleef hen afranselen totdat ze het opgaven en sleurde hen dan uit de barak terug naar buiten. Ik heb alles zelf gezien wat ik zo-even heb beschreven. Het was algemeen bekend in het kamp dat de mensen die op deze manier werden geselecteerd altijd direct naar de gaskamers werden gestuurd".

    Er zijn getuigenissen die er onmiskenbaar op wijzen dat Irma Grese een sadist was. Zo sloeg ze met een zweep de gezichten van knappe vrouwelijke gevangenen kapot. Volgens een overlevende stak ze eens simpelweg de ogen van een meisje uit omdat die door het prikkeldraad met een bekende had gepraat. Ook assisteerde Irma Grese bij medische experimenten die de SS-artsen op gevangenen uitvoerden. Ze zou een bijzondere belangstelling hebben gehad voor operaties waarbij borsten werden geamputeerd.

    Een laatste getuigenis van overlevende Vera Alexander:
    "Grese schoot tijdens een appel eens een vrouw dood die voor me stond. Haar hersenen belandden op mijn schouder. De volgende dag, na de selecties, kwam Irma Grese naar me toe. Ik weigerde met haar te praten. Ze vroeg: "Ben je kwaad op me?". Ik antwoordde: "U heeft me gisteren bijna vermoord". Ze antwoordde: "Ach, nog één dood, wat maakt dat nou uit ....".

    Afbeeldingen

    De knappe Irma Grese had heel wat minnaars, waaronder Josef Mengele, de kamparts van Auschwitz.
    Grese was geïnteresseerd in de medische experimenten die de kampartsen in Auschwitz en Ravensbrück uitvoerden. Dit is zo'n kamer die voor die experimenten in Ravensbrück werd gebruikt.

    Terugkeer naar Ravensbrück en het einde in Bergen-Belsen

    Toen Auschwitz werd ontruimd vanwege het oprukkende Rode Leger ging Irma Grese op 18 januari 1945 samen met een gevangenentransport naar Ravensbrück. Haar verblijf daar was van korte duur, want begin maart 1945 moest ook Ravensbrück worden ontruimd. Irma Grese vertrok met een transport vrouwelijke gevangenen naar Bergen-Belsen. Daar werkte ze nog bijna twee maanden als Arbeitsdienstführerin onder commandant Josef Kramer met wie ze ook prompt een verhouding zou hebben aangeknoopt.

    De kampbevolking van Bergen-Belsen was ten tijde van de komst van Irma Grese uitgegroeid tot vele tienduizenden mannen en vrouwen. Het kamp was namelijk een verzamelplaats geworden voor gevangenen die wegens het oprukkende Sovjetleger waren geëvacueerd uit kampen in het oosten zoals Auschwitz, Buchenwald en Ravensbrück. Het overbevolkte Bergen-Belsen werd bovendien destijds geteisterd door een tyfusepidemie als gevolg van de abominabele omstandigheden in het kamp. De situatie werd steeds meer onhoudbaar en de komst van de Britten was in alle opzichten een bevrijding voor de doodzieke gevangenen van wie er ook na de bevrijding nog velen zouden sterven als gevolg van de doorstane ontberingen.

    Op 15 april 1945 werd Irma Grese in Bergen-Belsen door de Britten gevangengenomen samen met Josef Kramer en andere bewakers die niet waren gevlucht voor de oprukkende Britse troepen. Tijdens de daaropvolgende dagen werd ze gedwongen om te helpen bij het begraven van de vele duizenden lichamen van gevangenen die door ziekte, honger en dorst waren omgekomen. Uiteindelijk werd Irma Grese op 17 mei 1945 overgebracht naar de gevangenis van Celle nabij Lüneburg (Nedersaksen) in afwachting van haar proces.

    Definitielijst

    Rode Leger
    Leger van de Sovjetunie.

    Afbeeldingen

    Na de ontruiming van Auschwitz en Ravensbrück werkte Grese enkele maanden in Bergen-Belsen onder leiding van Josef Kramer.
    Grese en Kramer wachten in Britse gevangenschap hun proces af.

    Het proces

    Aanvankelijk zou het proces vanwege de grote internationale druk al in augustus 1945 moeten plaatsvinden, maar dat was niet mogelijk op zo'n korte termijn. Van 17 september 1945 tot 17 november 1945 werd onder grote publieke belangstelling in het gebouw van een voormalige turnhal aan de Lindenstrasse in Lüneburg voor een Britse militaire rechtbank het zogenaamde Belsen-proces gevoerd. De officiële naam van het proces luidde "Proces tegen Josef Kramer en 44 anderen". De rechtbank bestond uit zes rechters waaronder de voorzitter Major General Berney-Ficklin. Field-Marshall Bernard Montgomery was de hoogste beroepsinstantie. Ook de vier aanklagers en de verdedigers van de Duitse beklaagden waren Britse officieren. De voertaal was Engels en tolken vertaalden van en naar het Duits en het Pools. Dit nam zoveel tijd in beslag dat het proces veel langer duurde dan de één of twee weken die er oorspronkelijk voor waren uitgetrokken.

    Omdat sommige beklaagden zowel in Auschwitz als in Bergen-Belsen actief waren geweest, is dit proces tevens te beschouwen als het eerste Auschwitz-proces. Dat was de reden dat er sprake was van twee categorieën aanklachten: tegen alle beklaagden wegens het begaan van oorlogsmisdrijven in Bergen-Belsen en tegen elf beklaagden (waaronder Irma Grese) bovendien wegens oorlogsmisdrijven begaan in Auschwitz. De moord op individuele gevangenen werd niet tenlastegelegd. Wegens de omvang daarvan zou dat tot een onwerkbare situatie hebben geleid. Het Britse militaire recht was van toepassing. De officiële aanklacht luidde schending van de Conventie van Genève door het begaan van oorlogsmisdrijven. Irma Grese werd verdedigd door de Britse majoor L.S.W Cranfield.

    Veel van de overlevenden van Ravensbrück, Auschwitz en Bergen-Belsen getuigden tegen Irma Grese. Ze spraken in detail over haar gedrag in deze kampen en de doodsangsten die de gevangenen uitstonden als ze haar zagen. Irma Grese verklaarde zich onschuldig aan hetgeen tegen haar was ingebracht: mishandeling van en moord op weerloze gevangenen, inclusief het loslaten van honden op weerloze mensen en herhaaldelijke afranselingen. Ter verdediging voerde ze aan dat ze slechts orders had opgevolgd. Ze verklaarde: "Himmler is verantwoordelijk voor al wat er is gebeurd, maar ik neem aan dat ik dan evenveel verantwoordelijkheid draag als mijn superieuren". Ze ontkende krachtig wat de getuigen over haar gedrag hadden verklaard. Ze zei dat ze de gevangenen in de kampen beschouwde als niet-menselijke "Dreck" en dat ze geen kwaad zag in wat ze gedurende de oorlog had gedaan. Haar daden zouden niet meer dan noodzakelijk zijn geweest en ze verklaarde dat ze zich altijd aan de regels had gehouden.

    In zijn pleidooi voerde majoor Cranfield aan dat Irma Grese pas 14 jaar oud was toen haar moeder stierf en in armoede was opgegroeid. Ze had door haar lage sociale status nauwelijks onderwijs genoten en ze was mede daardoor extra ontvankelijk geweest voor nazi-indoctrinatie. Hij betoogde bovendien dat ze geen keuze had toen ze als Aufseherin ging werken, omdat ze daartoe was gedwongen. Hiervan was in werkelijkheid overigens geen sprake De kern van de redenering van Cranfield was dat het nazisme en niet Irma Grese verantwoordelijk was voor wat ze in dienst van de SS had gedaan.

    In oktober 1945 schreef de overlevende Batsheva Dagan een open brief aan Irma Grese. Een passage daaruit:
    "Nu zijn wij aan de beurt om u te haten en naar wraak te verlangen. "Achtung! Frau Aufseherin Grese kommt!". Ik zal nooit de doodsangst in onze harten vergeten als we dat hoorden. Ik zal me altijd herinneren hoe u in SS-uniform door het kamp liep met naast u die enorme hond die u voor uw plezier op ons losliet. Ik zal me altijd uw glimmende en elegante hoge laarzen herinneren en de manier waarop u ons daarmee trapte".

    Op de vierenvijftigste dag van het proces, op 17 november 1945, werd Irma Grese schuldig bevonden aan alle aanklachten en veroordeeld tot de dood door ophanging wegens het begaan van oorlogsmisdrijven in Auschwitz en Bergen-Belsen. Gedurende het gehele proces had ze nauwelijks enige emotie getoond. Ook toen ze het vonnis hoorde bleef ze volkomen onbewogen. Het door haar ingediende gratieverzoek werd door Bernard Montgomery onmiddellijk afgewezen. Hoger beroep hiertegen was niet mogelijk.

    Definitielijst

    Conventie van Genève
    De verzamelnaam voor vier verdragen die in Geneve zijn geformuleerd en die, onderdeel uitmakend van het internationaal recht, de rechtsregels bepaalt voor oorlogstijd. Deze verdragen hielden zich onder andere bezig met de behandeling van oorlogsslachtoffers en gewonde soldaten, de erkenning van het Rode Kruis als beschermd orgaan in oorlogstijd, rechtsregels bij oorlogen op zee, bescherming van krijgsgevangenen en burgers in oorlogstijd.
    indoctrinatie
    Het, eventueel onder dwang, bijbrengen van een bepaalde mening of politieke leer. Deze dient dan verder kritiekloos te worden aanvaard.
    nazi
    Afkorting voor een nationaal socialist.
    nazisme
    Afkorting van nationaal-socialisme.

    Afbeeldingen

    Irma Grese tijdens haar proces
    Irma Grese met het nummer negen tussen andere SS-helpsters tijdens hun proces

    De executie

    Irma Grese werd na afloop van het proces overgebracht naar de gevangenis van Hameln (Westfalen) waar de executie zou plaatsvinden. Een executieruimte werd in de gevangenis ingericht door de Royal Engineers (genie) van het Britse leger. De ruimte was gesitueerd aan het eind van de gang waar de ter dood veroordeelden in kleine cellen zaten. Omdat de gevangenen het valluik konden horen iedere keer wanneer er een executie werd uitgevoerd, werd besloten om Irma Grese gezien haar leeftijd als eerste op te hangen.

    Vanuit Groot-Brittannië werd voor de executie speciaal een burgerbeul ingevlogen. Dat was de beruchte Albert Pierrepoint, die tot op dat moment al meer dan 400 ter dood veroordeelde misdadigers had opgehangen. Op 12 december 1945 werden de ter dood veroordeelden gewogen en gemeten zodat de beul kon berekenen hoe de galg moet worden afgesteld voor de executie de dag daarop. Pierrepoint heeft de executie en wat daaraan vooraf ging als volgt beschreven:

    De dag voor de executie:

    "Regimental Sergeant-Major O'Neil gaf het bevel om Irma Grese uit haar cel te halen. Ze liep haar cel uit en kwam lachend naar ons toe. Ze was een bijzonder mooie jonge vrouw. Ze beantwoordde de vragen die O'Neil haar stelde, maar toen hij naar haar leeftijd vroeg pauzeerde ze even en glimlachte. Het viel me op dat we beiden ook glimlachten alsof we ons de verlegenheid realiseerden van een vrouw die haar leeftijd moet noemen. Ze zei: "Eenentwintig". We wisten dat het klopte. Daarop vroeg O'Neil haar op de weegschaal te gaan staan."

    De dag van de executie:

    "De volgende ochtend gingen we de trap op naar de cellen waar de veroordeelden wachtten. Een Duitse bewaker deed de deur open die leidde naar de gang en we liepen langs de rij gezichten achter de celdeuren naar de executieruimte. De officieren stonden daar in de houding. Brigadier Patton-Walsh hield zijn horloge omhoog. Hij gaf me een teken en een zucht van verlichting was hoorbaar in de executieruimte. Ik liep naar de gang en riep: "Irma Grese!". Duitse bewakers sloten snel de luiken van de twaalf kijkgaten in de celdeuren en openden één deur. Irma Grese kwam naar buiten. "Follow me", zei ik en O'Neil herhaalde het bevel in het Duits. Om 9.34 uur precies liep ze de executieruimte binnen, staarde een moment naar de functionarissen die rondom in de kamer stonden en liep naar het midden van het valluik waar ik met krijt een markering had aangebracht. Ze stond zeer vastberaden op de markering en toen ik de witte kap over haar hoofd trok zei ze met haar matte stem: "Schnell". Ik haalde de hendel over en het valluik klapte open. De legerarts volgde me naar beneden en verklaarde haar dood. Na twintig minuten werd haar lichaam van de strop gehaald, ontkleed en in een doodskist gelegd om te worden begraven".

    Irma Grese werd direct na haar executie begraven op de binnenplaats van de gevangenis. In 1954 werd ze herbegraven op de begraafplaats Am Wehl in Hameln. In 1986 werd haar graf geruimd nadat het een bedevaartsoord voor rechtsradicale groeperingen was geworden.

    Bronnen