De website is nu nog groter en beter geworden! Go2War2.nl is vanaf nu volledig samengevoegd met TracesOfWar.nl. Vanaf nu is de sectie Artikelen ook beschikbaar. Veel meer informatie in een groter jasje!

Ontwikkeling

    De Gloster Gladiator zou de laatste en wellicht de beste tweedekkerjager van de Royal Air Force worden. Het toestel vormde de ideale overgang tussen de klassieke dubbeldekkers en de nieuwe moderne jagers. Het toestel was door Gloster op eigen kosten ontworpen door een team onder leiding van H.P. Folland. Het ontwerp was duidelijk een verdere ontwikkeling van de Gloster Gauntlet, op dat moment één van de standaardjagers van de RAF.

    In september 1934 was het prototype van de SS.37, zoals dit type genummerd was, gereed. Het werd aangedreven door een Bristol Mercury VI-S motor met een vermogen van 645 pk. De snelheid die hiermee behaald werd bedroeg 389,5 km/uur. Het prototype was bewapend met twee 7,7 mm Vickers mitrailleurs in de romp aan de zijkant, uiteraard gesynchroniseerd om door de propellercirkel te kunnen vuren. Voorts waren in de ondervleugels nog twee ongesynchroniseerde 7,7 mm Lewis mitrailleurs aangebracht. Op 3 april 1935 werd het prototype na enige wijzigingen te hebben toegepast, overgedragen aan het luchtvaartministerie. Het toestel had ondertussen serienummer K.5200 gekregen.

    Ondertussen was het Britse luchtvaartministerie volop bezig met de vernieuwde opbouw van de RAF en men zat te springen om een jager die vlot in groten getale kon worden geproduceerd en die het tijdelijke gat tussen de verouderde tweedekkers en de nieuwe jagers, de Supermarine Spitfire en de Hawker Hurricane, welke zich nog in de ontwikkelfasen bevonden, kon opvullen. Dit toestel vond men in de SS.37, die al snel de naam Gloster Gladiator kreeg.

    Afbeeldingen

    Mk I

    Gloster Gladiator Mk I.

    In juni 1935 werd door de RAF een eerste serie van 23 toestellen besteld, beginnend met het serienummer K6129. De Vickers-mitrailleurs waren ondertussen vervangen door een verbeterde versie en de motor door een Bristol Mercury IX met een vermogen van 840 pk, waardoor de snelheid opliep naar 405,5 km/u. Deze eerste serie werd al snel gevolgd door een aanvullende order van 186 exemplaren, die eind 1937 geleverd moesten worden. Deze laatste serie zou aanvangen met serienummer K7892. In totaal werden 378 Mk I's geproduceerd, waarvan er aanvankelijk 231 naar de RAF gingen; de rest bedoeld was voor de export.

    De eerste exemplaren waren uitgevoerd met een tweebladige, houten Watts-propeller. Tussen februari en maart 1937 leverde de fabriek de eerste 23 toestellen af en No 72 Squadron had de primeur. De beginperiode verliep voor dit type niet zonder problemen. De toepassing van verschillende nieuwe technieken zorgde voor diverse ongelukken door onervaren piloten. Het bleek echter al snel een goed leertoestel te zijn. Piloten die hun eerste operationele vluchten op de Gladiator hadden uitgevoerd en later piloten die getraind waren met dit toestel, bleken in het vervolg van hun carrière minder last te hebben van vliegongevallen dan anderen.

    Na de eerste 60 toestellen werden de Lewis-mitrailleurs onder de ondervleugel vervangen door nieuwe 7,7mm Vickers K-wapens.en na het 71ste toestel werden de vier mitrailleurs vervangen door 7,7mm Browning-mitrailleurs. Een andere wijziging werd aan de propeller doorgevoerd. De Watts-propeller bleek vooral bij duikvluchten trillingen te veroorzaken waardoor het zuiver richten met de boordwapens nagenoeg onmogelijk werd. Dit probleem ving men op door de propeller te vervangen door een driebladige Fairey Reed. In maart 1938 begon men in Groot-Brittannie met de omschakeling van de Gladiator naar de Hawker Hurricane. De Gladiators gingen naar de Gauntlet-squadrons, de vijf squadrons van de Auxiliary Air Force, Egypte en het Midden-Oosten.

    Operationeel zijn de Gloster Gladiators door de RAF gebruikt in Noord-Frankrijk en Noorwegen, waar behoorlijke verliezen werden geleden. Meer succes hadden de toestellen in Noord-Afrika en in het Midden Oosten. No. 607 en No. 615 Squadron RAF namen vanaf november 1939 deel aan de Advanced Air Striking Force als onderdeel van de BEF (British Expeditionary Forces) in Noord-Frankrijk. No. 263 Squadron werd samen met No. 804 Squadron van de Royal Navy ingezet in Noorwegen.

    Zweden verkreeg 37 Mk I Gladiators voor de versterking van de eigen luchtmacht. De Mk. I toestellen kregen in Zweden een eigen aanduiding, de Gloster Gladiator J8. Vanaf 10 januari 1940 tot maart van datzelfde jaar nam een vrijwilligerseenheid van het Zweedse leger, de Flyflottilj 19, met 12 Gladiator Mk I's deel aan de Winteroorlog van Finland tegen de Sovjet-Unie.

    Er waren meer exportsuccessen voor de Mk I. België was één van de eerste landen.Het land kocht 22 toestellen, welke tussen september 1937 en mei 1938 werden geleverd. Bij de Duitse inval in mei 1940 waren alle toestellen nog in dienst. Ze waren ondergebracht op de vliegbasis Diest bij de 1ière Escadrille de Chasse (La Comète) binnen de 1ière Groupe No.2. Ze waren geen partij voor de Luftwaffe en zijn alle verloren gegaan. 36 Exemplaren werden in oktober 1937 geleverd aan China, alwaar ze tegen de Japanse inval werden gebruikt. China gebruikte de Gladiators voor de verdediging van de steden in het zuiden van het land. De toestellen waren ondergebracht bij de 5e Jagergroep en ingedeeld bij het 17e, 28steen 29e Jachtsquadron. Ze waren echter geen partij voor de toen superieure Japanse toestellen en de meeste waren al in 1938 verloren gegaan. Vier Mk.I toestellen gingen naar het Irish Army Air Corps in 1938 en werden ingedeeld bij de 1st Army Co-operator Sqadron te Baldonnel. De Griekse luchtmacht werd vanaf januari 1938 versterkt met 19 Mk.I's, waarvan er twee waren gekocht en geleverd door een rijke Griekse zakenman. Bij de Duits/Italiaanse invasie zijn al deze toestellen verloren gegaan. Tussen maart en april 1939 werden 18 Mk. I opgewaardeerd tot Mk II en geleverd aan Egypte. Zuid-Afrika kreeg voor evaluatiedoeleinden in 1939 één Mk. I. Irak kocht 15 Mk. I toestellen tussen 1940 en 1942. Noorwegen kocht 6 Mk.I. toestellen ze werden in april 1937 geleverd en waren uitgerust met vier 7,62mm Colt-Browning mitrailleurs.

    Een speciaal verhaal zijn de aan Letland en Litouwen geleverde Mk.I's (respectievelijk 26 en 14 exemplaren). De toestellen werden besteld in maart 1937 en waren uitgerust met vier 7,7mm Vickers Mk.V mitrailleurs. De Letse toestellen kwamen in dienst in Riga bij de 123 en 124 Jachteskaders. De Litouwse toestellen te Vilnius en Kaunas bij de 5 Eskadrilla van de II Nailintuna Grupe. Na de Sovjetbezetting van beide landen in juli 1940 werden alle toestellen in de Sovjet-luchtmacht ingelijfd. Bij de Duitse invasie in 1941 zijn tenminste 15 van deze toestellen, vrijwel onbeschadigd in Duitse handen gevallen en ingelijfd bij de Luftwaffe. Deze Gladiators werden ingedeeld bij de Ergänzungsgruppe (S)1. Hier werden de toestellen gebruikt voor het slepen van training-zweefvliegtuigen. Aan de hand van foto's zijn vier toestellen herkend onder de serienummers 45710, 45717, 45826 en 45829


    Technische gegevens:

    Type: Gloster Gladiator Mk.I

    Gebruik:
    Jager

    Motor: Bristol Mercury IX met een vermogen van 725 pk (J8: Bristol Mercury VIS2, vermogen 645 pk)

    Spanwijdte: 9,83 m

    Vleugeloppervlak: 30,01 m2

    Lengte: 8,36 m

    Hoogte: 3,22 m
    Leeggewicht: 1565 kg
    Max. Gewicht: 2155 kg

    Max. snelheid: 407 km/u
    Kruissnelheid: 362 km/u
    Plafond: 9995 m
    Bereik: 689 km
    Bewapening: Twee 7,7 mm Browning mitrailleurs in de romp en twee 7,7 mm Browning mitrailleurs onder de onderste vleugel.
    Bemanning: 1
    Productie: 378

    Afbeeldingen

    Gladiator Mk I, Belgie
    Eskader Ierse Mk I's

    Mk II

    Gloster Gladiator Mk II.

    Om meer vermogen te krijgen in het Midden-Oosten werden de 24 laatste Mk I's verbeterd tot Mk II toestellen. Ze werden uitgerust met een Bristol Mercury VIII A motor met een vermogen van 830 pk en aanpassingen voor het gebruik in woestijngebieden. In 1938 werden nog eens 50 extra Mk II's besteld en uiteindelijk zijn er 270 gebouwd. De Mk II vertoonde iets betere prestaties en werd in het Middellandse Zeegebied de standaardjager bij het begin van de Italiaanse vijandelijkheden in juni 1940. Succes had de RAF ook met de toestellen in Griekenland, alhoewel de tegenstand daar zwaarder was door de nieuwe Italiaanse jagers. De RAF trok haar laatste Gladiator in september 1941 terug uit de frontlijn en liet het toestel in gebruik bij meteorologische diensten tot aan 1945. Daarnaast werden de toestellen nog gebruikt voor training, vliegveldverdediging en communicatievluchten.

    Finland kreeg 10 Gladiator Mk II's en kocht er nog eens 20, die op 12 december 1939 werden geleverd. De toestellen werden in Zweden geassembleerd en overgevlogen naar Finland. In januari 1940 waren alle Finse toestellen operationeel. Alle Finse Gladiators waren oud-RAF-materiaal en vervingen de verouderde Finse Bristol Bulldogs. Onder serienummers GL-251/GL-280 werden ze in dienst gesteld bij de LLV.26, een eenheid welke eigenlijk zou worden uitgerust met Fiat G50's. Deze laatste toestellen werden echter door Duitsland bij de grens tegengehouden. De Gladiators gaven goed partij aan de Sovjet-toestellen in de Winteroorlog. Ze konden zich in 1940 nog goed meten met de Sovjet I-16's en I-153's. Nadat de Fiats alsnog in Finland aankwamen, vonden de overgebleven Gladiators hun weg naar andere eenheden, zoals LLv.24 en LLv.14, later weer naar LLv.16. Bij deze laatste eenheid hebben ze nog tot het einde van de Vervolgoorlog in 1944 gevlogen.

    Egypte kocht, ter aanvulling van de tot Mk II omgebouwde Mk.I toestellen, in 1941 27 RAF Mk.II toestellen. Irak kocht in 1944 nog eens vijf RAF Mk.II's, waarvan de laatste pas in 1949 buiten dienst gingen. In april 1941 gingen 11 voormalige RAF toestellen naar de SAAF (Zuid-Afrika). Zweden kocht zelf 18 Mk. II's die met een in licentie gebouwde motor werden aangeduid als Gloster Gladiator J8a.Tenslotte gingen er naar Portugal 30 Mk.II's die tot 1952 in dienst bleven.


    Technische gegevens:

    Type: Gloster Gladiator Mk.II

    Gebruik:
    Jager

    Motor: Bristol Mercury VIIIA met een vermogen van 840 pk (J8a: Nohab Mercury VIIIS3, vermogen 840 pk).

    Spanwijdte: 9,83 m

    Vleugeloppervlak: 30,01 m2

    Lengte: 8,36 m

    Hoogte: 3,52 m
    Leeggewicht: 1565 kg
    Max. Gewicht: 2206 kg

    Max. snelheid: 414 km/u
    Plafond: 11570 m
    Bereik: 710 km
    Bewapening: vier 7,7 mm
    Bemanning: 1
    Productie: 311

    Afbeeldingen

    Finse Gladiator Mk II

    Sea Gladiator

    Sea Gladiator (interim)

    In maart 1938 bestelde de Britse marine 22 Gladiator Mk II-toestellen om als marinejager dienst te doen tot de komst van verbeterde marinejagers. De Mk II toestellen werden hiervoor omgebouwd zodat ze vanaf vliegdekschepen konden worden gebruikt. Hiertoe werd onder andere een vanghaak gemonteerd. De toestellen werden vanaf december 1938 geleverd. De eerste 13 exemplaren waren voor trainingsdoeleinden en de overige gingen naar drie Naval Air Stations. De toestellen waren ondergebracht in de serienummers N2265 t/m N2277, N2281, N2282 en N2296 t/m N2302

    Sea Gladiator Mk I

    Gebaseerd op de Gloster Gladiator Mk II werd in juni 1938 een bestelling geplaatst voor een speciale Sea Gladiator-versie. De belangrijkste wijziging ten opzichte van de interimversie was het aanbrengen van een inrichting voor katapultlanceringen. De 60 exemplaren kwamen vanaf februari 1939 in dienst en bleven operationeel tot mei 1941. Ze zijn ingezet vanaf vliegdekschepen op de Noordzee, bij Noorwegen, in de Middellandse Zee en bij de verdediging van Malta. De 60 Sea Gladiators kregen de serienummers N5500 t/m N5549 en N5565 t/m N5579. De Maltezertoestellen zijn welhaast legendarisch geworden. Toen in 1940 het Britse vliegdekschip, HMS Glorious tot zinken werd gebracht in de Middellandse Zee, werden drie Sea Gladiators van No. 802 Squadron gestationeerd op Malta. Alhoewel het niet de gehele strijd drie dezelfde toestellen zijn geweest, is dit gegeven van grote symbolische waarde voor de Maltezer bevolking. De toestellen kregen de namen Faith, Hope en Charity. Deze toestellen waren in de jaren 40-41 in staat om Malta te verdedigen tegen Italiaanse aanvallen. Door hun optreden konden militairen en burgers op Malta moed houden en ze zijn dan ook wereldberoemd geworden. Faith werd in 1941 de naam van Sea Gladiator N5520 en haar romp is nog steeds te zien in het Historisch Museum op Malta. Hope werd de naam voor toestel N5531. Ze werd op 4 februari 1941 bij een luchtaanval vernield. Sea Gladiator N5519 kreeg de naam Charity en werd neergeschoten op 29 juli 1940.

    Technische gegevens:

    Type: Sea Gladiator Mk.I

    Gebruik:
    Jager

    Motor: Bristol Mercury VIIIA met een vermogen van 840 pk

    Spanwijdte: 9,85 m

    Vleugeloppervlak: 30,01 m2

    Lengte: 8,38 m

    Hoogte: 3,17 m
    Leeggewicht: 1692 kg
    Max. Gewicht: 2449 kg

    Max. snelheid: 392 km/u
    Plafond: 9845 m
    Bereik: 680 km
    Bewapening:
    Bemanning: 1
    Productie:

    60

    Afbeeldingen

    Sea Gladiator aan boord van de HMS Eagle

    Informatie

    Artikel door:
    Wilco Vermeer
    Geplaatst op:
    19-02-2003
    Laatst gewijzigd:
    02-05-2009
    Feedback?
    Stuur het in!