Artikelen

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 29 juli 2018

A5M, Mitsubishi

De Mitsubishi A5M, oftewel Marine Type 96 Vliegdekjager, door de Geallieerden "Claude" genoemd, was de eerste eendekkerjager van de Japanse marine en tevens de eerste eendekkerjager ter wereld die werd ingezet vanaf vliegdekschepen. Het was een succesvolle jager in de jaren 1930 en zeer populair bij Japanse marinepiloten. Het voornaamste negatieve punt dat deze marinepiloten zagen was de geringe slagkracht tegenover Chinese en Russische bommenwerpers uit die periode.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 9 juli 2018

A6M, Mitsubishi

Toen begin 1937 de Mitsubishi A5M pas kort in dienst was als de standaard jager voor de Japanse marine, had men al een duidelijke technische voorsprong op landen in de omgeving, inclusief de Verenigde Staten. Japan wilde, op basis van de ervaringen in de 2e Chinees-Japanse oorlog deze voorsprong vergroten door zo snel mogelijk een nog modernere jager te ontwikkelen voor haar vliegkampschepen en de aan land gestationeerde marine squadrons. Dit werd de Mitsubishi A6M Zero.† Op 7 december 1941 kwam voor de Amerikanen de schok dan ook hard aan. Bij de aanval op Pearl Harbor en de gevechten daarop volgend was geen enkele Amerikaanse jager opgewassen tegen dit toestel. De Amerikanen noemden dit toestel "Zeke" maar gebruikten ook vaak de Japanse benaming "Zero". De overmacht van dit toestel duurde totdat een half jaar later Amerikanen een vrijwel onbeschadigd exemplaar in handen kregen. De studie hiervan bracht enkele ernstige zwakheden aan het licht. Toen was het snel over met de superioriteit.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 1 april 2003

Bf 109, Messerschmitt

In 1934 waren de standaardjagers van de Duitse Luftwaffe, de Heinkel He 51 en de Arado Ar 68, hard aan vervanging toe. Het luchtvaartministerie schreef dan ook een ontwerpcompetitie uit voor een jager dat snel, licht en wendbaar moest zijn. De Bayerische Flugzeugwerke (Bf) liet haar topconstructeur Willy Messerschmitt een ontwerp maken. Rechtstreeks afgeleid van een ander succesontwerp van Messerschmitt, de Messerschmitt Bf 108 Taiphun, werd een toestel ontwikkeld, aangedreven door een Britse Rolls Royce Kestrel motor met een vermogen van 695 pk. De eendekker, met intrekbaar landingsgestel, was in september 1935 al zover dat de eerste proefvluchten konden beginnen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 22 september 2005

Bf 110, Messerschmitt

De Messerschmitt Bf 110 of Me 110 is in het verleden veel bekritiseerd vanwege haar ontwerp en haar optreden tijdens de Slag om Engeland. Haar ontwerp zou al achterhaald zijn geweest voordat het toestel in gebruik werd genomen en tijdens de Slag om Engeland was de Bf 110 geen partij voor de betere en wendbaarder Supermarine Spitfire en de Hawker Hurricane van de RAF. Deze typeringen doen echter geen eer aan deze manus-van-alles, die, hoewel ze niet voldeed aan de verwachtingen van de Luftwaffe, diezelfde Luftwaffe gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog onmisbare diensten verleende als lange-afstands escortejager, jachtbommenwerper, verkenner, grondaanvalsvliegtuig en nachtjager.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 16 augustus 2005

CR-42 "Falco", Fiat

Toen in februari 1939 de eerste "Valken" in operationele dienst kwamen hadden nagenoeg alle strijdende partijen al afscheid genomen van tweedekkervliegtuigen en zelfs de Italiaanse luchtmacht was al aan het omschakelen. De later, door FIAT zelf, ontworpen ťťndekker Fiat G-50 was zelfs al twee maanden eerder geÔntroduceerd. Niettemin zou in de beginfase van de Italiaanse deelname aan de strijd dit lichtgewicht tweedekkertje een voorname rol spelen. De Falco was ontworpen door Fiat ingenieur Celestino Rosatelli en was de laatste tweedekker die tijdens de Tweede Wereldoorlog in productie is geweest. Voor de Italianen vormde het toestel in feite een brug tussen de oude tweedekkers en de modernere ťťndekkers.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

CW-21, Curtiss

Gebaseerd op het mislukte ontwerp voor een sportvliegtuig, de Curtiss CW-19R, welk ontwerp later werd omgezet in een trainingsvliegtuig, ontwierp de Curtiss-fabriek een lichtgewicht jachtvliegtuig de CW-21. Het toestel viel op door de zeer smalle staartbasis welke in geen enkele verhouding leek te staan met de groot uitgevallen motorkap. Het eerste exemplaar (NX19431) vloog in januari 1939 en was eigenlijk gelijk al verouderd. De CW-21 had geen enkel bescherming voor de piloot en was zwak bewapend. Het geheel metalen toestel was echter snel te leveren en werd daarom voor de export bestemd. De Amerikanen zelf vonden het toestel te licht voor gevechtsdoeleinden. Rechtsreeks van de CW-21 werd op basis van hetzelfde concept een verkenner ontwikkeld, de CW-22. Over beide typen is relatief weinig bekend. Van de CW-22 is zelfs minder bekend dan van de CW-21. Beide toestellen zijn nagenoeg gelijk qua ontwerp, alleen was de CW-22 iets langer door de tweepersoons cockpit.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 februari 2003

D.XVII (D-17), Fokker

De Fokker D.XVII was eigenlijk ontworpen voor de LA/KNIL (Luchtvaartafdeling van de KNIL), na het mislukken van het ontwerp voor de D.XVI voor de KNIL. Voor Nederlands-IndiŽ werd echter besloten tot de aanschaf van Amerikaanse jachtvliegtuigen. De LuVa zag echter wel wat in het toestel en bestelde er 10 in 1932. Acht hiervan werden met een Rolls Royce Kestrel motor uitgevoerd ( de 201 t/m 208), ťťn met een Lorraine Petrel (de 209) en ťťn met een Hispano Suiza motor. Later werd het prototype dat in Nederlands-IndiŽ was getest nog aan deze 10 toegevoegd en bestond de sterkte dus uit 11 toestellen. Alhoewel het vliegtuig zeer goede vliegeigenschappen bezat, is het bij deze 11 gebleven. De ontwikkelingen gingen in de vliegtuigindustrie zo snel dat het toestel eigenlijk al snel verouderd was. Interessant is te vermelden dat met de 210 op 18 januari 1935 een nieuw Nederlands hoogterecord werd gevestigd. Het werd verbeterd van 9857 (Fokker D.XVI) naar 10180 meter. Als we bedenken dat het toestel een open cockpit had is het niet verwonderlijk dat de piloot problemen kreeg met bevriezing van de zuurstoftoevoer. Op 10 mei 1940 waren nog zeven D.XVII in dienst. Ze stonden alle op Texel waar ze dienst deden bij de vliegschool. Ze werden meteen in actieve dienst gesteld als escortejager. De 204 bleef op Texel, de 202 en de 203 landden met problemen op vliegveld De Kooy bij Den Helder. De overige zeven deden in de daaropvolgende dagen allerlei klussen, maar hebben voornamelijk gefungeerd als escorte voor de C.Ven en C.Xen bij bombardementsvluchten. Alle toestellen gingen uiteindelijk in de vijf meidagen van 1940 verloren.

Technische gegevens:

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

D.XXI (D21), Fokker

Op verzoek van het Ministerie van KoloniŽn ontwierp de Fokkerfabriek in 1935 een eendekker jachtvliegtuig voor de KNIL (Koninklijk Nederlands-Indiť Leger). Het was een voor die tijd typisch Fokkertoestel, ontworpen door Ing E. Schatzki, met een romp uit staalbuis, overtrokken met linnen aan de achterzijde en de voorzijde bekleed met metalen platen. De vleugels waren van hout. Het was een vliegtuig dat de overgang kenmerkte van dubbeldekkers naar eendekkers. Het had al ťťn vleugel, maar nog wel een niet intrekbaar onderstel. Ondanks het feit dat de D.XXI in feite al verouderd was bij de indienststelling zou het in de beginfase van de Tweede Wereldoorlog de standaardjager worden in zowel de Nederlandse, Finse en Deense luchtmachten en stond het in de planning om de standaardjager bij de Spaanse republikeinse luchtmacht te worden. Het succes zou vooral liggen in de stevigheid en het vermogen om veel schade te kunnen overleven. Niet in het minst speelde echter ook mee de geringe kosten voor de produktie in vergelijking met andere vliegtuigen uit die tijd.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 9 februari 2003

FK-58, Koolhoven

Op verzoek van de Franse regering ontwierp Koolhoven in zeer korte tijd een jager voor de Franse luchtmacht. De van Fokker overgekomen ontwerper Schatzki werd na zijn overgang van Fokker met de afronding van deze opdracht belast. Uit de constructie bleek duidelijk de invloeden die deze ontwerper van Fokker had meegenomen. De romp was opgebouwd uit stalen buis, gedeeltelijk bekleed met metalen platen en gedeeltelijk met linnen. De vleugels waren geheel van hout.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 februari 2003

Fulmar, Fairey

Ontwikkeling.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

Fw 190, Focke Wulf

Naast de Messerschmitt Bf 109 behoort de Focke Wulf Fw 190 WŁrger tot de belangrijkste jachtvliegtuigen van de Luftwaffe gedurende de oorlogsjaren 1939- 1945. Toen de Fw 190 haar intrede in 1941 deed kon het met recht bogen op de titel van beste jachtvliegtuig ter wereld. De prestaties waren stukken beter dan de op dat moment beste geallieerde jager, de Supermarine Spitfire Mk.V. Pas ruim een jaar later zou een nieuwe generatie van de Spitfire, de Mk. IX, zich met de Fw 190 kunnen meten. Ook na die tijd kon deze jager zich, door de uitstekende aanpassingsmogelijkheden, met gemak meten met de beste geallieerde jagers.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 30 maart 2004

G.1 (G-1), Fokker

Op geheel eigen gezag bouwde Fokker in 1936 een voor die tijd zeer modern uitziend vliegtuig. Opvallend waren de dubbele staart, de korte romp en de twee motoren. Hoewel bedoeld als een jachtvliegtuig, werd aan het toestel de typering jachtkruiser meegegeven om de meerwaarde ten opzichte van een jachtvliegtuig uit te drukken.Het was ook waarlijk een kruiser. Ook al had het toestel nog geen enkele vlucht gemaakt, met zijn uiterlijk en zware bewapening ( 2 snelvuurkanonnen 23 mm. Madsen en 2 mitrailleurs van 7,9 mm in de neus en een beweegbare 7,9 mm mitrailleur achter in de romp) trok het al gelijk de aandacht op de Parijse Luchtvaartsalon in 1936.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

Gladiator, Gloster

De Gloster Gladiator zou de laatste en wellicht de beste tweedekkerjager van de Royal Air Force worden. Het toestel vormde de ideale overgang tussen de klassieke dubbeldekkers en de nieuwe moderne jagers. Het toestel was door Gloster op eigen kosten ontworpen door een team onder leiding van H.P. Folland. Het ontwerp was duidelijk een verdere ontwikkeling van de Gloster Gauntlet, op dat moment ťťn van de standaardjagers van de RAF.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

Hawk II, Curtiss

De Curtiss Hawk II/III, exportversies van de Amerikaanse vliegdekschipjagers F11-C2 en F11C-3, was bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog al een verouderd toestel. Bij de meeste landen was het al van de sterkte afgevoerd of deed het alleen nog maar dienst als trainer. Twee landen, China en Siam (Thailand) maakten echter in de beginperiode nog uitgebreid gebruik van dit type.

  • Artikel door Toon Schouteten
  • Geplaatst op 16 november 2004

He 162 Salamander

Vanaf 1943 begon nazi-Duitsland problemen te krijgen: de woestijnoorlog werd door de geallieerden gewonnen, de Sovjet-Unie begon op te rukken in het oosten en de geallieerden landden in ItaliŽ. In 1944 ging het verder mis: de geallieerden landden in NormandiŽ en in Zuid-Frankrijk. Om nog enige kans te maken wierp Duitsland nieuwe wapens in de strijd: de V1, de V2 en de nieuwe vliegtuigen met raket- en straalaandrijving. Dit waren de Me 163, de Me 262 en de Arado 234. Vooral dankzij deze nieuwe vorm van straalaandrijving waren deze vliegtuigen qua snelheid in het voordeel. In 1944 werd de Me 262 eindelijk operationeel. Vanwege de aanhoudende geallieerde bombardementen op spoorwegemplacementen en de dringende behoefte aan een goede jager die in veel grotere aantallen beschikbaar was, werd opdracht gegeven aan de grote Duitse vliegtuigontwerpers om de "Volksjšger" te ontwikkelen.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

Hurricane, Hawker

: De Britse overwinning in de "Slag om Engeland" wordt meestal toegeschreven aan de legendarische Supermarine Spitfire. Eerlijkheid gebiedt om aan te geven dat ten tijde van deze slag het merendeel van de RAF squadrons echter nog niet met de Spitfire was uitgerust maar met de Hawker Hurricane. De Hurricanes hebben in totaal tijdens deze slag meer toestellen neergeschoten dan alle andere typen tezamen. Terwijl de Spitfires zich bezighielden met de Duitse jagers richtten de Hurricanes soms ware slachtingen aan onder de Duitse bommenwerpers.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

I-15, Polikarpov

Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog bestond bijna 75% van het Sovjet-jagerbestand uit Polikarpov-jagers van het type I-15, I-152, I-153 en I-16. Van deze kleine gedrongen jagers zijn eigenlijk alleen de eendekkers van het type Polikarpov I-16 bekend geworden. Van minstens net zoveel belang zijn echter de tweedekkervoorgangers van dit type geweest, de I-15, I-152 en I-153.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

I-16, Polikarpov

Toen Polikarpov met het ontwerp kwam van de TsKB-12 in 1933 was het een revolutionair toestel. De eerste eendekker ter wereld met intrekbaar landingsgestel. Het ontwerpen was begonnen in 1932 door ontwerpers Grigorovic en Polikarpov in een Sovjet-staatsgevangenis. De twee ontwerpers waren daar vastgezet omdat Stalin het te lang vond duren eer er een nieuw jachtvliegtuig was ontworpen. In december 1933 vloog het eerste prototype. Ondanks het lage vermogen van de gebruikte Shvetsov M-22 motor (450 pk) wist men toch een snelheid neer te zetten van maar liefst 376 km/u. Het was een uit hout en metaal opgebouwd toestel. De eerste typen waren uitgerust met een open cockpit, maar later kwam er een gesloten koepel op. Toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak leek het Stalin de uitgelezen kans om een aantal Sovjetvliegtuigen te testen onder oorlogsomstandigheden. Van alle landen die de Republikeinen steunden was de Sovjet-Unie de grootste leverancier met maar liefst 1409 van de 1947 door andere landen geleverde vliegtuigen. Om en nabij de 500 I-16's werden geleverd aan de Republikeinse luchtmacht. Bij aanvang van de Burgeroorlog was de I-16 het beste vliegtuig ter wereld. De vliegeigenschappen waren ongeŽvenaard. Al snel moest het haar meerdere erkennen in de Italiaanse Fiat CR-32 en de Duitse Messerschmitt Me 109. Maar zelfs tegen deze toestellen kon de I-16 het in handen van een goede piloot opnemen. Toen de Spaanse Burgeroorlog afliep werden de 22 overgebleven toestellen samen met nog 30 in kratten aanwezige exemplaren ingelijfd bij de Nationalistische luchtmacht. De laatste hiervan vloog nog in 1953. In 1937 gingen Sovjet-vrijwilligers met onder andere dit toestel meevechten aan Chinese zijde tegen de Japanse indringers in Mantsjoerije. Ook kocht China een aantal I-16's en zette ze met succes in tegen de Japanse invasie. In 1939 werden de toestellen volop ingezet in MongoliŽ. Tijdens de Duitse invasie in de Sovjet-Unie in juni 1941 was de I-16 het standaard jachtvliegtuig van de Sovjetluchtmacht en -marine. Het toestel bleef in volle actie tot ver in 1943. Tijdens de oorlogen tussen Finland en de Sovjet-Unie maakte Finland twee toestellen buit, maar heeft ze nooit operationeel ingezet. In 1941 was het toestel voor de Sovjets nog zeer belangrijk. De Sovjet-jagermacht bestond aan het begin van de Duitse invasie nog voor zo'n 65 % uit Polikarpov I-16 toestellen. Het toestel is in veel varianten geleverd. In totaal werden er meer dan 13.500 toestellen in verschillende varianten geleverd. Hieronder vindt u een overzicht.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 31 juli 2018

Ka-14, Mitsubishi

In 1934 was de Japanse Marine op zoek naar een nieuwe vliegdekjager ter vervanging van de Nakajima A4N. Voor deze vervanging werd de zogenaamde 9-shi specificatie uitgeschreven, waarop zowel Mitsubishi als Nakajima zich inschreven.
Mitsubishi ontwikkelde hiervoor haar Mitsubishi Ka-14 en dit toestel zou als winnaar uit deze competitie tevoorschijn komen. Het ontwerp, bij de marine aangeduid als de Mitsubishi Marine Experimenteel 9-Shi Vliegdekjager, zou in productie gaan als de Mitsubishi A5M.
Het ontwerp van de Mitsubishi Ka-14 zou naast de productie van de A5M ook nog leiden tot het ontwerp van een jager voor de Japanse Legerluchtmacht, de Mitsubishi Ki-18 en de verbeterde Mitsubishi Ki-33.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 31 juli 2018

Ki-18/Ki-33, Mitsubishi

In 1934 dingde Mitsubishi met de legerversie van de Mitsubishi Ka-14 mee in de competitie voor een nieuwe jager voor de Japanse Legerluchtmacht met de Mitsubishi Ki-18. Tijdens deze competitie met de Nakajima Ki-11 en de Kawasaki Ki-10, verloor Mitsubishi ten gunste van de zeer wendbare dubbeldekker, de Kawasaki Ki-10.†

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

Ki-27 "Nate", Nakajima

Ontwikkeling

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

Ki-43 "Oscar", Nakajima

. Wat de Mitsubishi A6M Zero was voor de Japanse marine, namelijk dŤ standaardjager tijdens de Tweede Wereldoorlog, was de Nakajima Ki-43 Oscar voor de Legerluchtmacht. Toen de oorlog in december 1941 in alle hevigheid losbarstte, deden de eerste Oscars nog maar net hun intrede. Op het eerste oog leek het toestel wel wat op de Zero. Het is ook hierdoor dat in de beginperiode in veel ooggetuigenverslagen melding wordt gemaakt van Zero's, terwijl er nagenoeg geen marinesquadrons in de buurt waren. Het zal in die verslagen dan ook bijna zeker wel om Oscars gegaan zijn. De verwarring met de Zero was er niet bepaald bij de Japanse piloten zelf. Alhoewel men het ermee moest doen, vonden de meeste piloten het toestel maar langzaam en weinig wendbaar en in 1941 gaven velen er dan ook nog de voorkeur aan te blijven vliegen met de oudere Nakajima Ki-27. Dit zou echter snel veranderen en al gauw werd de Ki-43 de standaardjager van de Japanse luchtmacht.

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 23 juni 2003

LaGG-1, Lavochkin

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 23 juni 2003

MiG-1, Mikoyan

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 19 februari 2003

P-40, Curtiss

Ontwikkeling

  • Artikel door Wilco Vermeer
  • Geplaatst op 7 februari 2003

Wirraway, Commonwealth

De dreigende situatie in de wereld was voor de Australische overheid reden om in de jaren dertig uit te zien naar de mogelijkheden om ervoor te zorgen dat men voor militaire leveringen minder afhankelijk was van het buitenland. Als onderdeel hiervan werd in 1936 overgegaan op de vestiging van een eigen nationale vliegtuigindustrie. Hiertoe werd de Commonwealth Aircraft Corporation opgericht. De benodigde kennis werd binnengehaald door het opnemen van de Tuyan Aircraft Ltd, waar Wing Commander L. Hackett chefontwerper was in de organisatie. Hackett werd Algemeen Directeur van CAC.